Puglia : Lecce

Lecce is een verrassend mooie en veelzijdige stad in het uiterste zuiden van Puglia. Met zijn bijna 100.000 inwoners is Lecce op cultureel en economisch vlak het kloppende hart van de nog grotendeels ongerepte regio Salento, de hak van de Italiaanse laars. Lecce wordt wel eens het ‘Firenze van het Zuiden’ genoemd en die flatterende bijnaam is geenszins overdreven. De historische binnenstad, met zijn kronkelende steegjes en een weelde aan barokke kerken, kloosters en palazzi straalt elegantie, verfijning en welstand uit.

We gaan het historische centrum binnen via de Porta San Biaggio (genoemd naar een populaire heilige die bovenaan de poort prijkt), één van de drie nog aanwezige oude stadspoorten.

Voorbij de poort bereik je langs de Via dei Perroni de prachtige Chiesa di San Matteo, één van de vele barok pareltjes van de stad.
De kerk dateert uit de 2de helft van de 17de eeuw. Ze heeft een bijzondere gevel, typisch voor de barocco leccese, de lokale barokstijl uit Lecce. Het onderste deel van de gevel staat enigszins bol en puilt uit naar voor, terwijl het bovenste deel naar binnen gericht is en hol is. Centraal op de voorgevel trekt het wapenschild van de orde van de Franciscanen met twee gekruiste armen, een van Franciscus en een van Christus, de aandacht. Opvallend zijn de lege nissen. Het ontbreken van heiligenbeelden wekt de indruk dat de kerk nog niet voltooid is. En dat was precies de bedoeling. Zolang een kerk niet afgewerkt was, diende de religieuze orde die de kerk liet bouwen immers geen belastingen te betalen. Daarom zal je overal in Lecce kerken zien met lege nissen. Belastingontduiking avant la lettre dus.

De Via Federico d’Aragona brengt je iets verderop tot bij een andere parel van de barok, de Chiesa di Santa Chiara. Ook hier wordt de voorgevel gekenmerkt door een overdaad aan weelderige barokelementen en … lege nissen!

Als je het geluk hebt de kerk open te vinden, werp dan zeker eens een blik op het plafond. Het ziet er misschien niet bijzonder uit, maar het is het wel. Zeker als je weet dat het hele plafond bestaat uit… cartapesta, bij ons bekend als papier maché. Samen met de barokkunst is ook de kunst van de cartapesta één van de uithangborden van Lecce.
Cartapesta wordt in Lecce ook het marmer van de armen genoemd.
Er bevinden zich in Lecce heel wat kleine ateliers (alsook een museum in het Castello Carlo V) waar gedreven ambachtslui deze eeuwenoude, lokale traditie in ere houden: de cartapesta leccese. Velen onder ons hebben ongetwijfeld op school of bij de jeugdbeweging wel eens creatief geknutseld met papier maché, zonder te beseffen dat we daarmee een techniek beoefenden die reeds bekend was bij de oude Egyptenaren.
In de 15de eeuw werd cartapesta op het Italische schiereiland een populair alternatief voor keramiek, gips of hout bij het maken van bv. figuren voor de kerststallen. Het is echter in de stad Lecce in Puglia dat de cartapesta zijn absolute artistieke hoogtepunt kende. Dat hoogtepunt lag in de 17de en 18de eeuw toen overal in de stad kerken en kloosters verrezen. Om de kapellen en de altaren van die religieuze gebouwen te verfraaien was er een grote vraag naar beelden van heiligen. De lokale ambachtslieden hadden in het landelijke Puglia echter geen waardevolle materialen zoals brons of marmer ter beschikking om die beelden te maken. Daarom zochten ze hun toevlucht tot eenvoudige middelen die wel volop aanwezig waren: stro, oude lompen, houtpulp, lijm en gips. Met deze povere ingrediënten slaagden ze erin geraffineerde, levensechte beelden te maken die nauwelijks te onderscheiden zijn van de klassieke heiligenbeelden die gehouwen werden uit marmer, steen of hout. De kunstenaars perfectioneerden hun techniek zodanig dat ze uiteindelijk ook volledige altaarstukken uitwerkten in cartapesta.


Piazza del Duomo :
Het Piazza del Duomo bestaat uit de campanile (klokkentoren), de Duomo zelf, het episcopio en het seminario, die het plein mooi omsluiten. De klokkentoren is bijna zeventig meter hoog en werd tussen 1661 en 1682 gebouwd door Giuseppe Zimbalo, een van de beroemdste bouwmeesters uit de geschiedenis van de stad.De toegang tot het plein wordt bewaakt door beelden van lokale heiligen die je links en rechts vanop ballustrades aankijken.


Ook binnenin word je meteen overweldigd door de barokke grandeur van de vele zijkapellen en de altaren. De Duomo herbergt ook enkele kostbare schilderijen.

Aan de rechterzijde van het plein bevindt zich het Palazzo del Seminario waar nu het Museo Diocesano gevestigd is met een rijke collectie aan relgieuze kunst. In de rechterhoek aan de overkant van het plein leidt een grote trap naar het Palazzo Vescovile, de ambtswoning van de bisschop :

Piazza San Oronzo :
Nog indrukwekkender is het Romeinse amfitheater dat zich in het hart van de oude binnenstad bevindt, op de Piazza Sant’ Oronzo. Vanop dit ruime plein kijk je zo de arena van het voormalige amfitheater binnen.

Een andere blikvanger hier is de hoge, Romeinse zuil bekroond met een standbeeld van Sant’Oronzo, de patroonheilige van de stad. Aan deze kolom is een heel verhaal verbonden. Oorspronkelijk stond ze in de havenstad Brindisi waar ze, samen met een tweede zuil, het eindpunt markeerde van de Via Appia, de belangrijke Oud-Romeinse handelsweg die Rome met Brindisi verbond. Ze werd door Brindisi geschonken aan bisschop Oronzo van Lecce, de patroonheilige van de stad, als dank omdat hij Brindisi en Lecce in 1656 zou hebben beschermd tegen een pestepidemie. In 1881 werd bovenop de zuil een bronzen beeld van de heilige Oronzo geplaatst. Brindisi zou sindsdien al herhaaldelijk gepoogd hebben deze zuil terug te krijgen om het historische eindpunt van de Via Appia opnieuw in zijn oude glorie te herstellen, maar dat werd door het stadsbestuur van Lecce telkens weer geweigerd.
Ernaast vind je de dienst voor toerisme.
Basilica di Santa Croce
Als je vanop de Piazza Sant’Oronzo de Via Templari en vervolgens de Via Umberto I neemt, dan bereik je even verderop de Basilica di Santa Croce, het absolute hoogtepunt van de barocco leccese. De indrukwekkende voorgevel is één grote vitrine van het beste wat de barok te bieden heeft. Je weet niet waar eerst gekeken.

De bouw van deze basilica nam bijna honderd jaar in beslag (1549-1646). Architect Francesco Antonio Zimbalo nam het grootste deel van de gevelornamenten voor zijn rekening. Neem de tijd om de fantastische façade van de kerk rustig te bewonderen. De onderste laag beelden wordt bevolkt door monsters, zeemeerminnen en andere wezens die het heidendom voorstellen. Zij worden, bijna letterlijk, vertrapt door een tweede rij beelden met menselijke figuren die de triomf van de katholieke kerk belichamen. Dé blikvanger is echter het centrale roosvenster dat eruit ziet als een geraffineerd kantwerk, maar dan wel in steen.

In tegenstelling tot de prachtige buitenkant van de basiliek, is het interieur heel sober.
Wie nog verder wil wandelen, neem de Via Principe di Savoia tot aan de majestueuze Porta Napoli, één van de monumentale toegangspoorten tot de stad. De Porta Napoli heeft de vorm van een triomfboog en voor wie er mocht aan twijfelen staat het er ook nog eens expliciet vermeld: ‘Arco di Trionfo’. Het monument werd in 1548 gebouwd ter ere van Keizer Karel V op wiens initiatief de stad voorzien werd met stevige vestigingsmuren. Het wapenschild van de Habsburgse keizer – de tweekoppige adelaar – is duidelijk te zien.

























































































