Naar de inhoud

vergeten....mooi niet

Hoe wij onze hersenen kunnen trainen
seniorennet.beseniorennet.be

Voorwoord

Het is al weer even geleden dat dit blog bewerkt is.

In de tussentijd is er van alles gebeurd.  Dit is dus een herziene versie van het eerder verschenen blog.

Dit blog is bedoeld om u te helpen bij het onthouden van alles wat er toe doet zonder steeds uw agenda te moeten raadplegen.

Het plan is om met behulp van boeken een oefenschema op te zetten.

Daarna kan dan aan een gericht doel gewerkt worden.

In de boeken staan veel goede tips en massa's oefeningen, maar ook veel nuttige wenken.
Ze zijn vrij oud, maar om te beginnen zijn ze goed.

Verder zijn er verscheidene wetenschappelijke boeken die kunnen zorgen voor enig inzicht.
Ik zal er hier een paar noemen.

  • “Een ijzeren geheugen” door Gerhard Reichel
    Hierin staan oefeningen om beter te onthouden. 
    De oefeningen zijn heel uitgebreid en duidelijk beschreven.

  • “De geheugenbijbel” door Gary Small.
    Met niet alleen oefeningen, maar ook talrijke andere tips om de hersenen in goede conditie te houden.

  • “Hoe wij denken, leren en vergeten” door Frederic Fester
    Dit boek geeft ons inzicht in de processen die zich in onze hersenen afspelen.

  • “Lijfboek van het menselijk brein” met daarin veel uitleg over de werking van de hersenen, bewustzijn en denkvermogen en beïnvloeding door o.a. medicamenten.

Hiermee kunnen we een eind komen.
Daarna kunnen we kijken welke nieuwe ontdekkingen er gedaan zijn.

Ikzelf ga de oefeningen ook doen, zodat ik weet waar ik het over heb.

Daardoor zal er iedere week een nieuw blog komen.

Ik hoop dat er deze keer veel mensen mee doen en een reactie achter laten.

Een fijne week.

Repelientje

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 11:59 Reageer op dit bericht Stuur door

14 Luisteren

Luisteren.
Een van de voorwaarden voor een goed geheugen is dat u goed kunt luisteren.
Dat zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het niet.
Op enkele scholen wordt het luisteren zelfs systematisch geoefend. 
Het is gebleken dat de capaciteit van de leerlingen voor het opnemen van de stof in korte tijd daardoor verdubbelde.
Gerard Reichel geeft ons twaalf grondregels om actief te luisteren 
  1. Verhoog uw innerlijke bereidheid om werkelijk te willen luisteren. Daartoe wordt van u energie en concentratie vereist.
  2. Stel van tijd tot tijd een vraag. Nieuwsgierigheid verhoogt uw belangstelling.
  3.  Vraag om nadere uitleg. Schrik er niet voor terug de spreker om concrete voorbeelden te vragen. Schroom niet u vreemde woorden en vaktermen uit te laten leggen.
  4.  Kijk de spreker aan. Gelaatsuitdrukkingen en gebaren verstrekken nadere informatie over hetgeen hij belangrijk en wezenlijk vindt.
  5. Tracht de stof onmiddellijk te integreren in door u bekende verbanden'
  6. Scheid hoofdzaken van bijzaken.
  7. Profiteer van opmerkingen als: "U zult u herinneren"; "zeer belangrijk is:" "ten eerste, ten tweede, ten derde".
  8. Probeer door het maken van aantekeningen de structuur en de opbouw van het gehoorde vast te houden.
  9. Let goed op visualisaties (schoolbord, overheadprojecties enz.). 
  10. Let goed op literatuurverwijzingen en vraag ernaar. 
  11. Praat tijdens de pauzes of na afloop van de voordracht met andere deelnemers. Discussieer met hen over opengebleven vragen.
  12. Lees van tijd tot tijd uw notities nog even door en overtuig u ervan of de rode draad en de samenhang nog zichtbaar zijn.
Zo, dat is dus hard werken tijdens zo'n lezing. Maar wat hebben we er aan in de dagelijkse omgang?
Laten we even nagaan wat er achter de genoemde punten schuil gaat.
  • De bereidheid om te luisteren houd in dat u interesse dient te tonen.
  • Gebruik niet alleen uw gehoor, maar ook uw andere zintuigen.
  • Let op dat u geconcentreerd blijft.
En zijn dat nu niet juist de componenten die u tijdens een gesprek ook nodig heeft.
 
Meeschrijven.
Bij het toehoren van voordrachten en wat dies meer zij, komt daarbij nog het meeschrijven.
Dat is al genoemd en u heeft onderhand ook wel door waarom dat een toevoeging is aan het luisteren. 
U moet daarbij wel een paar aspecten in gedachten houden.
  • U moet een goed formaat papier meenemen.
    Een papiertje dat u toevallig in uw zak had is niet goed om notities op te maken.
  • Onoverzichtelijke en ongeordende notities zonder enige structuur zijn ook niet bevorderlijk bij de latere uitwerking.
  • U zult niet alles letterlijk kunnen opschrijven en tegelijk goed kunnen luisteren. Noteer in plaats daarvan opbouw en indeling van de lezing zodat u een geraamte heeft dat u met uw overige aantekeningen kunt invullen.
  • Werk uw notities zo snel mogelijk uit .
  • Formuleer uit uw notities de kerngedachten en ga bij uzelf na wat u daarover in het verleden ook al gehoord, gelezen of beleefd heeft.
Zo past u het nieuwe materiaal in uw geheugen-netwerk in.
 
Een fijne week.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

13. Een fabelachtig geheugen

Een fabelachtig geheugen.

Laten we eens op een rijtje zetten wat mensen met een fabelachtig geheugen doen.

  1. Ze zijn waakzaam en nemen alles zorgvuldig in zich op.
    Dat wil zeggen dat je iets bewust ondergaat. Het is alsof u het onderwerp moet natekenen. We hebben dat al veelvuldig geoefend.

  2. Ze concentreren alle aandacht op het nu.
    Je houd je dan gedurende een bepaalde periode intensief met één ding bezig.
    Hoewel het multitasken tegenwoordig een must blijkt te zijn, gaat dit ten koste van de kwaliteit van het werk waar we mee bezig zijn. Ons brein kan nu eenmaal niet twee dingen tegelijk bedenken.
    Enkele tips ter verhoging van uw concentratie:
  • Deel uw tijd deugdelijk in. De hoeveelheid te verrichten taken dreigt u vaak te overweldigen. Toch is het aan te raden de ene taak na de andere aan te pakken.
  • Scheid de werkfasen van de uitrust fasen.
    Moeilijke taken kunt u in deeltaken splitsen. Na iedere deeltaak neemt u even pauze en verwent u zichzelf .
  • Ontdoe u van storende invloeden
    – achtergrond lawaai;
    - zoekers en de telefoon;
    – slechte verlichting of verkeerde temperatuur.
  • Richt een vaste werkplaats in. U moet er voor zorgen dat u niet steeds moet beslissen waar u uw werk gaat doen. U loopt dan de kans dat u eerst honderd andere dingen gaat doen.
  • Neem niet te veel hooi op uw vork. Dat houdt in dat u een realistische kijk heeft op uw kunnen. Wie teveel hooi op zijn vork neemt, verliest na een tijdje de moed.
  • Zorg voor afwisseling in uw bezigheden en taken. 
  • U presteert beter als u niet te lange tijd achtereen aan een probleem werkt.
    Ikzelf heb vaak ondervonden dat een probleem na een onderbreking snel was opgelost.

Ze zijn gemotiveerd.
Een motivatie kan van alles zijn.

  • Brood op de plank. Hoewel geld meestal geen echte motivatie is, kan het wel motiveren als men er een behoefte mee wil bevredigen.
  • Bij het spelen van een wedstrijd kan de motivatie een grote rol spelen. Dat ligt aan de win kans die men zich al dan niet geeft.
  • Om een beter geheugen te krijgen zou uw motivatie kunnen zijn:

– kleinigheden beter te onthouden;
– afgesproken data beter na te komen;
– problemen sneller te kunnen oplossen;
– zekerder van uzelf te worden.

Ze zijn enthousiast.

Enthousiasme zorgt voor juist dat beetje extra dat nodig is om succes te hebben.
De meesten van ons zitten echter in een tredmolen en kunnen daarvoor niet echt enthousiasme opbrengen. Wat is dan een manier om toch te blijven doorgaan?

Succes. Als u kunt inzien dat wat u doet, op de een of andere manier ertoe bijdraagt dat, waaraan u werkt succesvol is, zult u er met plezier aan werken.
Zo las ik eens over een metselaar die aan een wolkenkrabber gewerkt had en vol trots tegen zijn zoon zei: “Kijk, dat heeft pappa gebouwd. Mooi he?”

Veel plezier.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

12. Namen en gezichten

12. Namen en gezichten.

We hebben het in de voorgaande blogs al over gehad: U dient belangstelling te hebben wilt u succes in het leven hebben en dat geldt zeker voor het onthouden van gezichten en de daarbij behorende namen.

Gerard Reichel stelt dan ook voor om een nieuwe hobby te ontwikkelen:

“Serieuze belangstelling koesteren voor anderen.”
Uw geheugen voor namen wordt dan meteen vijf keer zo goed.

In de vorige blogs hebben we namen min of meer geïsoleerd beschouwd, maar het gaat er om naam en persoon stevig met elkaar te verbinden.

U zult daartoe een uiterlijk kenmerk van de persoon in verband moeten brengen met diens naam.
Om u een gezicht goed in te prenten moet u een opmerkelijk kenmerk zien te vinden:

Misschien de neus ( groot, klein, dik, scherp)

zijn lippen ( dun, dik, bleek),

de ogen( vriendelijk, streng, fonkelend),

de wenkbrauwen ( borstelig, dik, dun,),

het voorhoofd ( veel of weinig rimpels( hoog of laag),

de kin ( vooruit staand, spits, met of zonder kuiltje),

de mond (scheef, groot, klein, breed).

Dat bijzondere kenmerk associeert u met de naam.

Tegelijkertijd neemt u ook de totale indruk van de persoon ( houding, stem, gebaren) in u op.

Het is dus uitermate belangrijk, u de gewoonte eigen te maken de mensen goed in u op te nemen, zodat u later deze nauwkeurig kunt omschrijven.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

11. Ezelsbruggetjes voor namen.

Ezelsbruggetjes om namen te onthouden.

Als we namen willen onthouden verzinnen we meestal wel een associatie bij de naam.
In de boeken vond ik een aantal voorbeelden.

Freek Schermer kan onthouden worden met beelden van een computerfreak die achter zijn beeldscherm zit.
Mijnheer Emans zegt om de haverklap “eh….”
Mevrouw Appelton heeft een rond, blozend gezicht dat u doet denken aan de vele appels die ze eet.

Men kan die namen in groepen indelen.

Groep 1. Weevers, Schoenmaker; Zoon; De Boer; Hamburg.
Dit zijn eenvoudige concrete namen.
Je kunt er een gemakkelijke voorstelling bij maken.

Groep 2: Samengestelde namen: Wolfsbergen; Bronwasser;
Namen die samengesteld zijn uit meerdere begrippen.
Je associeert de twee begrippen. Bijvoorbeeld een berg met wolven of water uit een bron.

Groep 3. Namen waarvan je een begrip kunt maken door een gedeelte weg te laten.
Hilarius verkondigt heel veel larie; Strating maakt altijd de straat schoon;
Bukman moet veel bukken omdat hij altijd alles laat vallen.

Groep 4. Namen die afgeleid zijn van plaatsnamen.
Van Veenendaal; Van Bruggen; Van Wageningen.
Deze namen zijn te associëren met de plaats als u die kent of waarvan u zich een voorstelling kunt maken.

Groep 5. De zogenaamde patroniemen. Deze namen zijn afgeleid van de voornaam van degene die voor het eerst de naam als familienaam heeft aangenomen.
Jansen; Claassen; Hermans; Egberts.
Je zou het niet zeggen, maar deze namen zijn heel moeilijk te onthouden.
Grondig inprenten en voor jezelf herhalen wordt hier ten zeerste aangeraden.

Groep 6. De veel voorkomende namen: Bos, Cohen; De jong; Meyer; De vries.
Dit zijn ook heel moeilijke namen . Ze zijn moeilijk te associëren.
Ook hierbij geldt dat u dubbel op moet letten. Spreek nooit mijnheer De Jong met De Vries aan of mijnheer Polak met Mijnheer Cohen.

Groep 7. Van oorsprong buitenlandse namen.
Chantepie, Creighton, Novakovà, Schrawangen
Vaak is het moeilijk hierop associaties te bouwen.

Soms kan men de eigenlijke naam niet gebruiken. Dan is het raadzaam om te zoeken naar een woord met overeenkomende klank. Ook kan men een lettergreep uit de naam gebruiken voor een voorstelling van de hele naam.

Ook kan men goede resultaten bereiken door van de naam een rijmpje te maken.
Enkele voorbeelden:

Juffrouw Hilde is een wilde;
Mijnheer Pieterman kan er geen mieter van;
Bekker is niet lekker.

Het spreekt vanzelf dat u de persoon waarop die rijmelarij betrekking heeft nooit vertelt waar u mee bezig bent. Het gaat er alleen maar om dat u grondig met de te onthouden naam bezig gaat.

Probeer nu associatieve beelden te vormen bij de volgende namen:

Mijnheer Erfftemeijer…
Juffrouw Nieubuer….
Mijnheer Strobbe…
Mijnheer van Boeckeren…
Mijnheer Smittje…..
Juffrouw Overwater….
Mevrouw Rijckmans…
Mevrouw Paardebek…
Mijnheer van Waerdinge…
Mevrouw Toetenel..
Mijnheer Lewin…
Mijnheer Zwetsloot…
Mijnheer Pruimeboom…
Mevrouw Baert….
Mijnheer Grassman….
Mijnheer Quars….

De volgende keer gaan we het hebben over personen en namen want wat heb je aan een naam zonder persoon…. In het bijzonder gaan we daarbij kijken naar gezichten.


Veel plezier

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

10. Namen onthouden.

We zagen reeds dat een naam al dan niet onthouden grote consequenties kan hebben.
Echter ook in minder spectaculaire gevallen is het zinvol iemands naam te onthouden.

U wilt natuurlijk bij een kennismaking die belangrijke eerste indruk zo goed mogelijk maken.
Maar wat gebeurt er!
Het is alsof we er niet helemaal bij zijn.
We zijn al druk bezig met het bedenken wat we straks moeten zeggen.
Daardoor zijn we een paar seconden nadat mensen aan ons zijn voorgesteld hun naam al weer vergeten.

Hoe kunnen we nu namen onthouden.

  • Goed luisteren. Zorg ervoor dat u bewust naar de naam luistert en die ook waarneemt.
    Besef hoe belangrijk dat is; het is voor de ander immers een van de mooiste woorden ter wereld.
  • Laat de naam herhalen.
    In de praktijk gebeurt het vaak dat mensen hun naam zo onduidelijk zeg
    gen dat we geen schijn van kans hebben die correct te verstaan.
    Er is niets op tegen dat u dan vraagt om de naam nog even te herhalen en, als u hem dan nog niet goed verstaan heeft, kunt u vragen: “kunt u dat even spellen?”

  • Herhaal de naam van de ander meerdere malen.
    Als u in een gesprek met de ander bent, kunt u zoeken naar gelegenheden om de naam te herhalen.
    “Wat vindt ú daar nu van mijnheer Derksen?”
    U mag dat natuurlijk niet overdrijven, maar het geeft u wel extra informatie over de heer Derksen. En dat vergemakkelijkt het onthouden van de naam aanmerkelijk.
  • Opschrijven. Het menselijk oog werkt beter dan het oor.
    Wat we eenmaal zwart op w
    it hebben gezien onthouden we gemakkelijker.
    U kunt een foto van de naam maken.

En hoe gaat dat op een conferentie waarbij u in zeer korte tijd aan veel mensen wordt voorgesteld?

  • U kunt proberen van tevoren een deelnemerslijst te bemachtigen.
  • U luistert goed naar de inbreng van de ander en probeert hem in de pauze daarop aan te spreken.
    In de loop van het gesprek kunt u dan de naam vragen: “Sorry maar uw naam is mij in de drukte ontgaan.”
  • Vraag om een visitekaartje van de ander.
    Tegenwoordig heeft vrijwel iedereen een visitekaartje.
    Iemand vond het zelfs zo belangrijk dat hij er onderweg nog een liet maken.
    Als u dan even een ogenblikje heeft schrijft u achterop enige bijzonderheden van de persoon op.

Een kaartsysteem van namen.

Mensen wiens naam u absoluut niet wilt vergeten, kunt u op kaartjes zetten.
U kunt daarbij nog wat informatie noteren, bijvoorbeeld waar u de persoon heeft ontmoet.
Ook persoonlijke kenmerken kunt u noteren.

Ik zou u ook aanraden een zakboekje bij u te dragen.

Daarin kunt u de belangrijkste dingen die tijdens een gesprek zijn gepasseerd opschrijven.
Als u die persoon dan weer zult ontmoeten, kijkt u even na wat er de vorige keer besproken is.
U komt dan nooit voor verrassingen te staan en maakt een uitstekende indruk bijvoorbeeld door te vragen hoe een en ander afgelopen is.

De volgende keer gaan we enkele ezelsbruggetjes leren.

Veel plezier.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

9. De acroniemmethode

Wat hebben we tot nu toe bereikt:

  • U bent bewuster van uw omgeving;
  • U bent actiever in het waarnemen; bijvoorbeeld als u een film kijkt of in een auto meerijdt.
  • U maakt levendige beelden van dingen die u wilt onthouden.
  • U combineert twee woorden zodanig dat u een logisch beeld krijgt.
  • U combineert meerdere losse begrippen zodat er een stripverhaal ontstaat.

Er is nog een combineermethode, de acroniemmethode.
Stel u moet een lezing geven en hoewel u die netjes op papier heeft staan. wilt u die niet “voorlezen”.
U gaat nu na welke details u achter elkaar wilt vertellen. Van die details zoekt u een passend trefwoord. Bijvoorbeeld u wilt het hebben over een stoel, een lamp, een aardvarken en een telefoon. Dan neemt u de eerste letter van ieder trefwoord; in dit geval de S, de L, de A en de T.
Nu maakt u van deze letters een woord dat u goed kunt onthouden.
Voila, u kunt heel zelfverzekerd uw lezing houden.

Een oefening: Maak een acroniem van één woord door de eerste letter van elk van de volgende items te gebruiken: Edelsteen – Boek – Nimf – Appel – Deken.

Naast oefeningen besteedt Gerard Reichel ook veel aandacht aan het moreel van zijn lezers.
En omdat hij ook seminars gaf wist hij dat mensen het gauw opgeven.
Hij maant dan ook: “houdt steeds rekening met kleine tegenslagen.”en:
“Verlies de moed niet, als het niet meteen zo gaat zoals u het u had voorgesteld. “

Een aansporing in de vorm van het verhaal van de oester.

De oester wil zijn huis graag schoonhouden. Hij doet dan ook al het mogelijke om alle zandkorrels buiten de deur te houden. Soms lukt dat niet. Dan zit hij niet bij de pakken neer, maar maakt er het beste van. Hij maakt er zoiets moois van als een parel.

Aldus Gerard Reichel.

Misschien een aanmoedeging voor de volgende oefeningen waarin we bezig gaan met namen
Om u alvast warm te maken voor deze oefeningen het volgende verhaal.

Gerard vertelt:

Een paar weken nadat ik mij zelfstandig had gevestigd kreeg ik een brief van een doctoranda in de psychologie. Zij bood mij haar medewerking aan. Ik nam mij voor haar zo snel mogelijk te antwoorden.
Een dag later kreeg ik weer een brief. De verkoper van een groot bedrijf wilde dat ik voor zijn medewerkers een reeks seminars opzette. Alles ging goed en hij zou me het ontwerp concept toesturen. Maar wat gebeurde? Een week later kreeg ik een kort briefje: “door interne omstandigheden zijn we helaas genoodzaakt af te zien van….”

Wat was het geval ? De doctoranda had dezelfde naam als de verkoopleider.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

8. Ons geheugen

Zoals beloofd, nu eens een paar gegevens over de werking van de hersenen.
De gegevens komen uit:"Hoe wij denken, leren en vergeten" door Frederic Vester.

Om het enigszins voor dit blog leesbaar te houden is er veel weggelaten, anders ingedeeld en verkort weergegeven.

De hersenen bestaan uit twee helften die elkaars spiegelbeeld zijn. 

Ze zijn verbonden door de hersenbalk en twee kleine dwarsverbindingen.

Deze tweedeling vinden we terug in ons hele lichaam.(twee ogen, oren, armen, benen.)
De twee hersenhelften moeten dus ook wel twee motorische en twee sensorische centra hebben. Deze symmetrie wordt echter niet consequent volgehouden. 

Onze grote hersenen ontwikkelen in de loop van ons leven een arbeidsverdeling van de beide schorshelften. Zo ligt bijvoorbeeld bij 90 – 95% van de mensen het spraakcentrum in de linkerhersenhelft.

Opmerkelijk is de ontdekking dat binnenkomende informatie in de linker cortex wordt verwerkt door deze nauwkeurig in de tijd te analyseren. Een zogenaamde tijdlijn dus.
Zowel het spreken,  het verstaan van spraak en het luisteren naar muziek is een zaak van de linkerhersenschors.

De rechter cortex is vooral gespecialiseerd in het verwerken van prikkels vanuit allerlei bronnen tegelijk en in het herkennen van niet – woordelijke informatie zoals vormen en figuren.

Door grote aantallen vertakkingen worden zowel de impulsen van de linker als van de rechter cortex verspreid bewaard over grotere gebieden van de hersenen.

Er zijn echter ook gebieden die niet zo duidelijk aangeven welke functie ze hebben. Bijvoorbeeld de associatievelden. Men kan zich indenken dat deze centra hun informatie van overal en nergens vandaan halen. 
Deze delen zijn actief wanneer er nagedacht, gepland, herkend, ontworpen of beslist wordt.

Het grootste deel van de hersenen is reeds vóór de geboorte gevormd. De resterende cellen en hun vaste verbindingen ontstaan in de korte periode van de eerste weken en maanden na de geboorte. Daarmee is de eigenlijke hersengroei (behalve in de taalcentra ) afgesloten.
Bij de celdeling wordt wel de erfelijke informatie doorgegeven maar niet het eventuele aangeleerde.

De informatie die we in de vroegste periode van ons bestaan ontvangen door middel van tasten, ruiken, proeven en zien,   worden evenals de erfelijke informatie op een veilige manier opgeborgen. Doorgaans herinneren we er niets meer van.

Om een eerste woord, een eerste indruk van de buitenwereld metterdaad te kunnen opnemen, ergens in de hersens in te passen en terug te vinden, moet er eerst een raamwerk zijn, een netwerk van verbonden zenuwvezels, waaraan de latere informatie zich vasthecht.

 Dit raamwerk wordt voltooid in de eerste levensmaanden wanneer de hersencellen zich nog enigszins vermeerderen en met hun draadvormige uitlopers onderling contact leggen. Het merkwaardige is dat waarnemingen die we in deze tijd opdoen door onze zintuigen ervoor zorgen dat de hersenen zich ontwikkelen. Er komen anatomische veranderingen om te combineren, om samenhang te constateren en ook voor geheugenprestaties, en vaste verbindingen tussen de groeiende cellen.

Vanaf de derde maand neemt het aantal cellen niet meer toe en ook de vertakkingen worden niet meer veel dichter.(Alleen in het taalcentrum gaat de groei enkele jaren door.) Latere informatie uit de buitenwereld, leidt nauwelijks nog tot nieuwe vertakkingen maar wordt opgeslagen als gecodeerde herinnering.
We zouden dus kunnen zeggen dat hiermee de hardware van onze hersenen (bezien als biologische computer), gereed is.
Wat men later beleeft, probeert men in te passen in het raamwerk. Dit gebeurt niet meer door de groei van nieuwe cellen en vertakkingen, maar door afzetting van moleculen die samen vage patronen vormen.

De diverse stadia van het geheugen.
Binnenkomende informatie wordt niet eenvoudig óf bewaard óf vergeten, maar zij doorloopt vier stadia van verschillende duur.

Het zintuiglijk geheugen. 
Als we iets horen, zien of voelen ontstaat er een prikkel die maar kort beschikbaar blijft. Men noemt dit het zintuiglijk geheugen. Uit diverse proeven heeft men kunnen concluderen dat deze elektrisch circulerende informatie wegsterft zonder verder opgeslagen te zijn. Dit gebeurt door gebrek aan belangstelling, of ontbrekende associatiemogelijkheden of door storende bijkomende waarnemingen. Zoals bijvoorbeeld pijn of te snelle toevoer van nieuwe impulsen.

Alle prikkels die door zintuiglijke waarnemingen binnenkomen, worden omgezet in impulsen. Deze cirkelen eerst in de vorm van elektrische trillingen in onze hersenen. Het zintuiglijke geheugen bewaart ze 0,5-4 sec.

De voorwaarde voor het leren en onthouden is ofwel het herhalen van de informatie, ofwel een innerlijke 'resonantie' met reeds bestaande geheugen inhouden. We kunnen de zintuiglijke indrukken voor afsterven bewaren door ze binnen die paar seconden op te roepen en te herhalen waardoor ze gekoppeld worden aan de een of andere reeds bestaande geheugeninhoud en een resonantie opwekken met de aanwezige herinneringen. Het zit nu in het onmiddellijk geheugen waar ze 30 sec. verblijven.. Tenminste als er niet te veel storingen bijkomen. Als we niet echt opletten of als deze informatie niet te koppelen is aan reeds bekende gedachtepatronen, wordt deze informatie afgewimpeld als 'niet interessant voor de opslag'.

De gecodeerde informatie gaat dan door een filter om overbelasting te voorkomen.

Daarna komt het in het semi-permanent geheugen . Daar zit het als gecodeerde informatie in de vorm van specifieke, aan plaats gebonden eiwitmoleculen. Daarvoor is de synthese van een RNA - matrijs nodig. Een RNA molecuul dient doorgaans voor transport van eiwitmoleculen. Nu zit dus het eiwitmolecuul vast in het RNA matrijs. Dit noemt men het permanent geheugen.

Hier moet nog worden opgemerkt dat het in de tussenfasen tal van vertakkingen heeft gemaakt. Deze vertakkingen zijn gevormd door herhaling, belangstelling, associaties met eerder opgenomen materiaal en   herkenning.

Nu komt de vraag: waarom vergeten we dan toch weer? 

a. Er heeft niet voldoende eiwitsynthese plaats gevonden. 
b. In het semi-permanent geheugen is het RNA te snel afgebroken

Hoe kunnen we nu een en ander gebruiken bij het leren?

Als we iets intensief beleven, wordt dit bijna direct ingebouwd in ons geheugen. Het bestaat uit zoveel facetten, dat verankering vrijwel zonder moeite tot stand komt.

Bij het leren uit boeken of het luisteren is dat veel minder. Om nu toch die stof ook op te slaan dienen we de nieuwe informatie in voortdurende herhaling op te nemen  en/of via het onmiddellijk geheugen te repeteren.

En dat is nog niet voldoende. Onze hersenen moeten daarbij de nieuwe informatie met reeds aanwezige gedachtegangen associëren. Ze moeten voorstellingen en beelden samenvoegen om althans iets meer te kunnen gebruiken van de vele kanalen van een echte ervaring, zoals horen, zien, voelen.

We dienen dergelijke één kanalige informatie a.h.w. om te zetten in meer kanalige informatie om ze tot een innerlijke belevenis te maken. En zo wordt dan tegelijkertijd de weg gebaand voor het latere terugvinden door associatie.

Hoe meer associaties er reeds zijn, hoe meer mogelijkheden voor een veelvuldige samenvoeging. Des te minder hoeft men op de stof te blokken en des te beter is deze oproepbaar in het permanent geheugen.

Hier moet nog worden opgemerkt dat het in de tussenfasen tal van vertakkingen heeft gemaakt. Deze vertakkingen zijn gevormd door herhaling, belangstelling, associaties met eerder opgenomen materiaal en  herkenning.

Nu mag wel duidelijk zijn dat, om iets te onthouden, associaties, belangstelling en concentratie belangrijk zijn.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

7. De kettingmethode.

Stripverhalen bedenken. De kettingmethode.

De vorige keer hebben we twee woorden met elkaar verbonden.

Nu gaan we meerdere woorden zodanig aan elkaar koppelen dat er een verhaal ontstaat.

Waarvoor kunnen we deze methode gebruiken?

Routes kunt u zo in uw hoofd krijgen, dat u tijdens de rit geen enkele keer meer op de kaart hoeft te kijken.

U hebt geen boodschappenlijstje meer nodig.

U kunt een voordracht zonder geschreven tekst uitspreken.

U zult gehoorde of geschreven feiten inhoudelijk exact kunnen weergeven.

Zo werkt het:

Stel u moet:

eieren kopen;

broer in Appelscha bellen;

de vuilnisbak buiten zetten;

de hond van de buren eten geven;

geld pinnen.

Welk verhaal zou daarbij passen.

Terwijl u na het werk naar huis rijdt, ziet u midden op de weg een reusachtig ei.

Het ei rolt de oprijlaan af en spat uit elkaar tegen een appel.

U ruimt de rommel op en gooit deze in de vuilnisbak

Terwijl u de vuilnisbak dicht doet komt de hond van de buren u begroeten

Maar wat heeft hij nu in z'n bek…bankbiljetten?

U kunt ook één beeld maken van al die items, maar dat is een stuk moeilijker.

Probeer nu op dezelfde wijze de volgende woorden te koppelen.

kabel – teddybeer – rozenstruik;

Lamp – aardappel – motorfiets;

toetsenbord – cowboy – luchtschip;

Appelmoes – parachute – lifter.

Krijgt u er al plezier in?

Let wel: er mag geen woord ontbreken en u mag ook geen woord vervangen door een soortgelijk woord. Dus geen potlood vervangen door pen.

Nog een oefening doen?

TV-antenne – duif – boom – bank – vrijend paar – hoed – rivier – brug…

Op dezelfde manier kunt u oefenen op oriëntatiepunten.

Hier is een tijdslimiet toegestaan van 2 minuten.

Postkantoor – plein – fontein – lindenlaan – verkeerslicht – zebrapad – brug – goederenstation – fabrieksschoorsteen – kasteel.

Nogmaals: Als u denkt dat u die punten even goed uit uw hoofd kunt leren, vergeet dat dan maar gauw. U moet ze met beelden aan elkaar koppelen. Daardoor zal een soort kettingreactie onstaan. Als u aan het eerste woord denkt komen de volgende woorden vanzelf bovendrijven.

Gary Small is wat strenger:
Bestudeer 1 minuut de volgende woorden:

Inkt – Ketel – Spuitbus – Musicus – Vulkaan – Monarch – Stoomboot – Vuil – Gazon – Tentoonstelling.

Als de minuut voorbij is stelt u uw klok in op 20 minuten en zoekt u wat afleiding.
Na die 20 minuten probeert u zoveel mogelijk woorden op te schrijven.
Gary belooft: “U zult verbaasd staan over de verbetering van uw geheugen.”

Ik hoop dat u dat kunt beamen.

De vorige keer beloofde ik u nog meer woordenparen. Ik wil die liever in een bijlage zetten. Maar ik weet niet hoe je een bijlage maakt. Daar moet ik dus eerst achter zien te komen.

Ik ben al die oefeningen een beetje beu. Daarom wil ik de volgende keer eens iets uitzoeken over de werking van onze hersenen.

U weet ongetwijfeld dat u op Neurocampus.nl tal van oefeningen kunt vinden.

Ikzelf ben gestrand bij de oefeningen voor het korte geheugen.(vandaar dit blog)
Ik had foefjes nodig om de oefeningen te doen, bijv. hard opzeggen van de dingen die je moest onthouden. Bij de zwemmertjes zei ik meteen hardop de nummers waar de zwemmertjes zichtbaar waren. Misschien niet de bedoeling, maar het werkte.

Veel plezier.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6. Associëren

We gaan nu twee beelden met elkaar combineren.

U kunt deze geheugentechniek gebruiken om verjaardagen te onthouden, de naam die bij een gezicht hoort nooit meer te vergeten, telefoonnummers te onthouden en nog veel meer.

Allereerst een paar voorbeelden.

(We zijn nu bezig in het boek “Een ijzeren geheugen” van Gerhard Reichel.)

U hebt een woordenpaar: 'kind – auto'

Daartussen moet een verbinding komen.
U maakt een beeld waar beide begrippen in passen.
Welke voorstelling heeft u geschilderd?

  • Is het kind door de auto overreden?
  • Zat het in een zitje op de achterbank?
  • Was het misschien een speelgoedauto waarmee het kind op de grond zat?

Dit is natuurlijk niet zo moeilijk te combineren, u heeft immers in de vorige blogs al uit ten treure geleerd om beelden te maken.

Maar nu wordt het moeilijker, want we gaan woorden met elkaar verbinden
die nou niet bepaald veel gemeen hebben.

Vrouw → Muis
Vliegtuig –→ ooievaar
Pistool –→ slagroom

Een paar voorbeelden.

Vrouw –→ muis

  • een vrouw vlucht gillend voor een muis;
  • een muis loopt over een slapende vrouw;
  • een vrouw houdt een muis bij de staart omhoog.

En niet: een man komt toesnellen om zijn vrouw te helpen, die in haar angst op een stoel is gaan staan. Dat is niet goed. Er zijn te veel extra informaties in het beeld verpakt.
Bij het terugroepen denkt u misschien aan de combinatie vrouw –→ stoel.

(herinnert u nog het voorbeeld van Garry Small voor de plaats van zijn auto?
Hij had een plaatje bedacht van drie bijen die om zijn auto circuleerden.
Ik wilde er toen nog een dief bij bedenken die niet bij de auto kon vanwege die bijen. Fout, fout, fout.)

Vliegtuig –→ ooievaar

  • Op een vliegtuig is een ooievaar geschilderd;
  • een vliegtuig komt in botsing met een ooievaar;
  • een gewonde ooievaar wordt per vliegtuig naar het zuiden gebracht.

Pistool –→ slagroom

  • U laadt uw pistool met slagroom.
  • Het pistool valt in de slagroom
  • op het zwarte pistool zijn sporen van witte slagroom.

Zo dat waren enkele voorbeelden.

Nu eerst acht regels voor succesvol te associëren.

  • Om uw concentratie te verhogen bij het associëren sluit u het best uw ogen enkele seconden.
  • U brengt gedachten-koppelingen tot stand door u de gewenste begrippen in één beeld voor te stellen.
  • U moet niet alleen aan de gewenste begrippen denken, maar u moet ze inderdaad voor uw geestesoog zien.
  • U moet genoegen nemen met een enkel beeld; dat is voldoende om datgene dat u wilt onthouden met zekerheid vast te keggen.
  • Het beeld dat u het eerst invalt, is een spontane inval en daardoor gewoonlijk het beste.
  • Schrik niet terug voor zonderlinge beelden. Die zult u beter onthouden.
  • Zorg ervoor dat alleen die begrippen in uw beeld voorkomen, die u inderdaad wilt associëren. Vreemde elementen daarin kunnen u later in verwarring brengen.
  • Als er in uw beeld begrippen opduiken die gemakkelijk met andere verwisseld kunnen worden, moet u nauwkeuriger onderscheid maken.Verwissel bij voorbeeld bij het terugdenken potlood niet door schrijfmateriaal of vulpen. Mocht dat toch gebeuren dan is het zaak het beeld opnieuw op te bouwen.

De oefeningen bestaan dus uit :

  • Het maken van één beeld van twee totaal verschillende begrippen;
  • het terug halen van die begrippen.
  • U doet dit het best door een lijstje te maken van alle begrippen onder elkaar.
  • U bedenkt dan welk woord bij ieder van die begrippen hoort.

N.B. Leer nooit een oefening uit uw hoofd.

Om te oefenen hier nog wat woordenparen.

Kus –→ zakdoek

Potlood –→ touwtje

Boek –→ bloem

Bed –→ Fototoestel

Bril –→ schrijfbureau

Nu gaan we er nog een tijdslimietaanvast koppelen.
De toegestane tijd voor het opnemen van de volgende woordenparen is 2 minuten.

Kok –→ Beer

Voet –→ Hamer

Been –→ Denneboom

Plas –→ Luchtballon

Boter –→ Halsketting

Anjer –→ Koe

Gitaar –→ Haar

Houtblok –→ Vlo

Schaaf –→ Kaal hoofd

Stoomwals –→ Viool

De volgende keer krijgt u er nog een stel.

Veel plezier.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Repelientje om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van vergeten....mooi niet

↑ Terug naar de berichten