Zondag 6 september 2009
Betje Wolff en Aagje Deken
Vandaag een beetje saai weer, het is wel droog maar ook vrij somber.
Iedereen nog een fijne dag verder.
Foto: Bronzen beeld van een zittende en staande vrouw, die gezamenlijk een boek lezen.
Op de hardstenen sokkel een metalen plaat met de tekst:
AAGJE DEKEN nes aan de amstel 1741
BETJE WOLFF vlissingen 1738
†† 1804
«Denk nooit aan Betje Wolff, of denk aan Aagje Deken»
Betje Wolff en Aagje Deken
In 1776 begon de briefwisseling tussen Aagje Deken en Betje Wolff, die toen al enige werken op haar naam had staan. In oktober van dat jaar ontmoetten zij elkaar voor het eerst. Nadat in 1777 Betjes man, dominee Wolff, overleed, trok Deken bij Wolff in. In september 1777 betrokken zij samen een huurhuisje in De Rijp, en publiceerden zij hun eerste gemeenschappelijke werk: 'Brieven'. In 1781 erfde Deken ruim 13.000 gulden, en de twee gingen in het buiten 'Lommerlust' in Beverwijk wonen. Ze schreven samen nog 'De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart' (1782), dat een groot succes werd, en de 'Historie van den heer Willem Leevend' (1784-1785). Uit onvrede met de situatie in eigen land (na het neerslaan van de opstand van de patriotten in 1787) verhuisden Wolff en Deken in 1788 naar Trëoux in Bourgondië. In 1789 verscheen 'Wandelingen door Bourgogne'. Tussen 1793 en 1796 schreven ze aan Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut, of De gevolgen van de opvoeding, een roman in 6 delen. Door financiële nood moesten zij in 1797 terugkeren naar Holland, waar ze in Den Haag woonden. Aagje Deken stierf daar uiteindelijk, op 14 november 1804, vier dagen na Betje Wolff.
Beiden werden begraven op de begraafplaats Ter Navolging in Scheveningen.
Bron: Wikipedia

Iedereen nog een fijne dag verder.
Foto: Bronzen beeld van een zittende en staande vrouw, die gezamenlijk een boek lezen.
Op de hardstenen sokkel een metalen plaat met de tekst:
AAGJE DEKEN nes aan de amstel 1741
BETJE WOLFF vlissingen 1738
†† 1804
«Denk nooit aan Betje Wolff, of denk aan Aagje Deken»
Betje Wolff en Aagje Deken
In 1776 begon de briefwisseling tussen Aagje Deken en Betje Wolff, die toen al enige werken op haar naam had staan. In oktober van dat jaar ontmoetten zij elkaar voor het eerst. Nadat in 1777 Betjes man, dominee Wolff, overleed, trok Deken bij Wolff in. In september 1777 betrokken zij samen een huurhuisje in De Rijp, en publiceerden zij hun eerste gemeenschappelijke werk: 'Brieven'. In 1781 erfde Deken ruim 13.000 gulden, en de twee gingen in het buiten 'Lommerlust' in Beverwijk wonen. Ze schreven samen nog 'De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart' (1782), dat een groot succes werd, en de 'Historie van den heer Willem Leevend' (1784-1785). Uit onvrede met de situatie in eigen land (na het neerslaan van de opstand van de patriotten in 1787) verhuisden Wolff en Deken in 1788 naar Trëoux in Bourgondië. In 1789 verscheen 'Wandelingen door Bourgogne'. Tussen 1793 en 1796 schreven ze aan Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut, of De gevolgen van de opvoeding, een roman in 6 delen. Door financiële nood moesten zij in 1797 terugkeren naar Holland, waar ze in Den Haag woonden. Aagje Deken stierf daar uiteindelijk, op 14 november 1804, vier dagen na Betje Wolff.
Beiden werden begraven op de begraafplaats Ter Navolging in Scheveningen.
Bron: Wikipedia
