vissentaal

|
Vissentaal!
Dat was voortdurend vol. De haring lag er, de garnaal, De goudvis lag er tweede klas, Hij voelde zich zo ziek. Hij dacht dat het verkoudheid was, Maar het was reumatiek.
De dokter was professor zalm,
En zei: "Mevrouwtje blijft u kalm 't Is niet zo erg hoor, kom."
Die snikte in haar bed: "Ik ben een wees mijn ouders zijn, al jarenlang filet."
Ze zei: "Ik voel me wat onwel,
Een ernstige patiënt, de elft, Bestond alleen van voren. Hij lag daar nog maar voor de helft, De rest was hij verloren.
Ik heb het aan mijn graten." zei,
Er is geen redding meer voor mij, er is geen penicilline.
De moeder van de poon, Een kennis van de kabeljauw, En af en toe zijn zoon.
En dertienduizend kinderen,
Men kon het niet verhinderen, Maar 't was een beetje veel.
Een kanjer van een snoek, Die vrat het hele hospitaal, op, inclusief bezoek.
Dat was professor zalm. "Ik ben zo blij dat ik nog leef." Zei hij merkwaardig kalm.
Hij gaf een uitgebreid verslag Aan radio en pers. En ik plaatste het op mijn BLOG.
|






Er lag een bloedarme tonijn,
Die zwom de voordeur in. 

Op het bezoekuur kwamen trouw,
Van Alida de makreel,
Helaas kwam daar een groot kabaal,
De enige die overbleef, 















