Naam
Ik vorm de letters van je naamin de doom die aan de vensters kleef
Het glas voelt koud en hard
Ik voel mijn vingers beven
Het is alsof ‘k je stappen hoor:
ze klinken tijd’loos door mijn hoofd
dat leeg is – wezenloos
maar weten wil: waarom?
Die vraag waarop geen antwoord komt
steekt als een angel in mijn geest
Is er dan niemand die mij helpen kan
en rust brengt in mijn hart?
Ik meen je stem te horen
maar ‘k versta je woorden niet
en in gedachten vorm ik je naam
zodat je nooit meer weg kan gaan.
Rob



