Kasteel van Rumbeke

Kasteel van Rumbeke
Peegie, de pallieter van Roeselare
Peegie, de fictieve volkse figuur uit de boeken van Willem Denys, leefde op de Nieuwmarkt. Hij maakte het wel en het wee van de leurders van dichtbij mee. Op een boogscheute van de eerbiedwaardige Sint-Michielstoren, naar het westen toe, wonen de Nieuwmarkters. De rest van Roeselare ligt langs de andere kant. Zij leven sinds eeuwen volgens ongeschreven geplogendheden en stijl. Zij kennen elkaar en als zij weten wie Tarzan en Tanite en Sissen zijn, volstaat dat. Zij zijn van oordeel dat daar eigenlijk niemand zaken mee heeft, zelfs de politiecommissaris en vooral de controleur niet. Nieuwmarkters zijn kloeke, stoere mannen die wel ter tale zijn en bewust van hun zelfstandigheid. Zij kennen en eren hun voorouders. Daarvan getuigen de de statige grafkapellen op het Oude Kerkhof die ieder jaar met schuim en loog worden geschuurd en opgeblonken door ‘t vrouwvolk. Zo zijn ook hun huizen, kraaknet en zindelijk, daar waken de vrouwen over en ‘t mansvolk, hoe stoer zij ook mogen zijn aanvaardt en ondergaat die heerschappij al eeuwen lang. Ieder jaar trekken zij op triem door gans het land en tot in het verre Lourdes toe. Het zijn eerlijke maar terzelfdertijd gewiekste verkopers. Er wordt hard en met grote inzet gewerkt tijdens de triem en het legt dan ook geen windeieren. Zo hard als er gewerkt wordt, met dezelfde overgave wordt er uitbundig gevierd als zij tegen Roeselare Kermis weer thuiskomen. In De Beurs, dé danszaal in Roeselare ontmoeten de Antnetjies de Peegies, de Julietjies de jonge Cesars onder het waakzaam oog van patriarchen die aan de toog voor ‘t zeggen hebben. En als daaruit, bij naleven van eeuwenoud gebruik en fatsoen, nen trouw ontstaat, dan breekt de vreugde volop los. De schoenwinkels, de naaistringen en de traiteurs van gans Roeselare weten dat alleen het beste en het schoonste goed genoeg is. De kerk wordt gepint en versierd met een zee van bloemen, met baldakijn en rode lopers. Het mag al kosten wat het wil, want zoals de Nieuwmarkt viert kan niemand vieren. Den deken moet ook leven, zeggen zij.
200 jaar Klein Seminarie Roeselare
Wie in of langs de statige gebouwen van het Klein Seminarie te Roeselare wandelt, voelt daar de aanwezigheid van een rijk verleden. De 200ste verjaardag van de school vormde de ideale aanleiding om zowel de geschiedenis als het kunstpatrimonium in twee complementaire publicaties toegankelijk te maken voor het brede publiek. Beeld en verhaal vullen elkaar aan.
| Johan Strobbe. 200 jaar dichters, denkers en durvers. Biografie van een college. Het Klein Seminarie van Roeselare. Omvang: 465 blz Drukkerij: Lannoo, Tielt Uitgave: Klein Seminarie Roeselare Prijs: 34,95 € (verzendingskosten niet inbegrepen) Download hier de stofwikkel |
Het kunstpatrimonium van het Klein Seminarie Roeselare. Fotoboek en interactieve DVD. Omvang: 80 blz + DVD Uitgave: Klein Seminarie Roeselare Prijs: 36,95 € (verzendingskosten niet inbegrepen) Download hier de stofwikkel |
Het H.-Hartziekenhuis
Het H.-Hartziekenhuis werd als klein ziekenhuis opricht in het begin van de jaren 20 door de zusters "Missionarissen van het Onbevlekt Hart van Maria" in de Meensesteenweg. In dit ziekenhuis werden de toekomstige missiezusters opgeleid. In 1952 werd een nieuw en veel groter ziekenhuis gebouwd. In 1962, 1977 en 1980 werd het ziekenhuis telkens met een vleugel uitgebreid. Op 1 jan. 1987 komt er een fusie met Maria's Rustoord (de huidige campus Westlaan). |
Halfweg 1934 werd door de congregatie "Zusters van Liefde van Heule" een rusthuis voor dames opgericht met de naam "Maria's Rustoord". In 1935 werd een gedeelte van het rusthuis gebruikt als ziekenhuis. In 1947 werd het helemaal omgebouwd tot ziekenhuis. In het begin van de jaren zestig werd het ziekenhuis uitgebreid met de rechtervleugel. In 1977 werd de polikliniek gebouwd. Op 1 januari 1986 werd een totaal nieuwe afdeling geriatrie voor acute zieke bejaarden opgericht. Ook in 1986 werd de afdeling materniteit en pediatrie gesloten en omgevormd tot het huidige "Woon- en zorgcentrum Westerlinde". Op 1 januari 1987 fusioneerde Maria's Rustoord met het H.-Hartziekenhuis. |
Het Stedelijk Ziekenhuis

De cultuurtempel van stad: De Spil
NOODNUMMERS voor ROESELARE en OMGEVINGIn geval van nood, kunt u volgende nummers bellen.
(* : nummers enkel voor regio Roeselare)
| - Bij brand, ongeval of andere dringende hulp : - Rode Kruis Vlaanderen : - Childfocus : - Wacht geneesheren : - Wacht apothekers - Anti-gifcentrum : - Brandwondencentra - Stedelijk Ziekenhuis : - H.-Hart Ziekenhuis - Aidstelefoon : - Diabetici-telefoon : - Duikongevallen - Vlaamse infolijn : |
100 of 112 101 105 110 051 24 50 50 * 0900 10 500 070 245 245
051 23 61 11
078 15 15 15 0800 9 63 33
02 649 95 55 0800 3 02 01 |
| - Waterleiding Dag : Nacht : - Gaselwest * |
|
De geschiedenis van Roeselare
Roeselare wordt reeds vermeld in 822 en was vanaf de 10e eeuw een belangrijke nijverheids- en handelsplaats, die in 1250 stadsrechten en privileges kreeg. Rond 1260 werd op de markt een belfort en halle gebouwd. Omdat er geen verdedigingswerken rond de stad waren opgetrokken, was de stad een gemakkelijk doelwit voor plunderaars. Om de veiligheid te garanderen richtte men in Roeselare al snel enkele schuttersgilden op. Die konden uiteraard weinig verrichten tegen oorlogsgeweld. In 1488 en 1492 werd de stad verwoest door het leger van Maximiliaan van Oostenrijk. Zo goed als alle vroegmiddeleeuwse bouwwerken waren met de grond gelijk gemaakt. De stad werd rond 1500 opnieuw opgebouwd, in een andere bouwstijl dan voorheen. Het centrum van Roeselare behoorde steeds tot de Heerlijkheid van Wijnendale en viel zo onder de heerschappij van het Hertogdom Kleef in de 15e en 16e eeuw en onder de Hertogen van Pfalz-Neuburg in de 17e en 18e eeuw. Enige tijd was er vrede in Roeselare, maar dit was slechts stilte voor de storm. Op 26 augustus 1566 trok de beeldenstorm door de stad. Verschillenden beelden uit de Sint-Michielskerk en uit de halle sneuvelden. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog verdween de ooit bloeiende lakenindustrie volledig uit Roeselare en volgde een periode van economisch verval. Deze donkere periode kende echter een lichtpuntje: in Venetië componeerde Roeselarenaar Adriaen Willaert als eerste meerstemmige muziek. In 1609 werd het Twaalfjarig Bestand afgeroepen. Roeselare herrees, maar niet voor lang, want vanaf 1640 begon de oorlog opnieuw. Door de vrede van Nijmegen in 1678 werd Roeselare een deel van Frankrijk en zo ook een grensstad, met alle gevolgen van dien. Roeselare werd een beruchte smokkelroute. De stadskas was leeg en er was dus geen geld om het belfort en de halle te herstellen. Dit had tot gevolg dat op 30 oktober 1704 het belfort instortte. In zijn val vernielde de toren het grootste deel van de halle zelf. Met het puin werd een nieuwe, kleinere opgetrokken, die jammer genoeg afbrandde in 1749. De kelders van het vroegere belfort bevinden zich nog steeds onder het marktplein. Ondanks de vele verwoestingen en rampen die Roeselare tijdens haar geschiedenis gekend heeft, bleef de Sint-Michielskerk in redelijk goede staat. Toch is de toren als gevolg van een hevige storm op 19 januari 1735 ingestort. De toren werd herbouwd; enkele tientallen meters korter. (De drie grote rampen verklaren grotendeels, dat de kerk drie bouwstijlen kent.) Rond 1770 werd het stadhuis in rococostijl gebouwd. Na de slag bij Waterloo werd Roeselare bij Nederland gevoegd, tot de onafhankelijkheid van België. De onafhankelijkheid bracht ook armoede mee. Gelukkig verbeterde de situatie aanzienlijk na de aanleg van de spoorweg Kortrijk-Brugge (1838) en na de uitvinding van de stoommachine. Van 1862 tot 1872 werd het kanaal naar de Leie gegraven. Ook dit zorgde voor een heropleving van de economie. Nadat het kanaal gegraven was werden aanlegsteigers gebouwd en groeide de industrie in Roeselare, wat tot een bevolkingstoename leidde. Roeselare stond bekend als het Manchester van België. Op 28 juli 1875 vond de "Groote Stooringe" plaats, een studentenopstand tegen het gebruik van Frans in het onderwijs, die geleid werd door Albrecht Rodenbach. Rodenbach stichtte tal van studentenverenigingen en was tevens schrijver. (De Groote Stooringe is sinds enkele jaren een cultureel feest in Roeselare.) Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de stad veel te lijden van het geallieerde artillerievuur. De stad werd heropgebouwd, maar was pas volledig klaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. De stad heeft niet veel geleden onder de Tweede Wereldoorlog en werd door de Polen bevrijd. Getuige hiervan is de benaming van het Polenplein (voordien de Houtmarkt) en de gedenkstenen voor de gesneuvelde Poolse soldaten. Rond de jaren zestig werd de REO groenten- en fruitveiling in gebruik genomen. Deze is vandaag nog de grootste groenten- en fruitveiling van Vlaanderen. De huidige gemeente Roeselare ontstond in 1977 door samenvoeging van Roeselare, Beveren, Oekene en Rumbeke.
Naamgeving
De naam Roeselare heeft in de loop der tijden talrijke spellingvarianten gekend. Vooral het eerste deel van de naam is veelvuldig gewijzigd. Tot het einde van de 11e eeuw vindt men haast altijd "Ros". Daarna wordt de "o" gaandeweg en tenslotte definitief vervangen door de "oe"-klank. Aanvankelijk en korte tijd nog als "u" geschreven maar daarna "oe" tot omstreeks het einde van de 15e eeuw. Onder invloed van het Frans (Roulers) wordt de oe-klank vanaf dan als "ou" geschreven. Pas sinds 1937, toen de moderne plaatsnamenspelling werd aangenomen, greep men terug naar de "oe" en werd Roeselare de officiële naam. In tegenstelling tot wat veelal gedacht wordt is de schrijfwijze Roeselare (teruggevonden in documenten van de periode 1302-1520) dus veel ouder dan bijvoorbeeld Roussellaere (16e eeuw en later). De betekenis van de naam is in de loop der eeuwen fel omstreden. De nieuwste linguïstische bevindingen geven volgende uitleg: "Roes" betekent "riet" en zou terug te leiden zijn op de Gotische wortel "raus" (=riet). Afgaande op de oudste vormen die van "laar" bekend zijn, gaat dit woord terug op het Germaanse "hlaeris", waarmee een open plaats in het bos wordt aangeduid. Deze taalkundige bevindingen worden bevestigd door de ligging van Roeselare. In de vroegste tijden lag Roeselare helemaal in het Vlaamse Woud – tientallen bostoponiemen herinneren daar nog aan. Een daarin liggend laar, dus een open plaats, was de beginkern van het huidige Roeselare. Gelet op het feit dat een tiental waterlopen in het Roeselaarse "laar" samenvloeien, vermoedt men dat dit een drassig en moerasachtig gebied geweest is. Vandaar komt het element Roes, wat dus riet betekent, een plant die op vochtige plaatsen gedijt. Samengevat kan men Roeselare dus definiëren als Roes + laar, een drassige, met riet begroeide open plaats in een bos.
Kernen
Naast het centrum van Roeselare zelf telt de gemeente nog de deelgemeenten Beveren, Oekene en Rumbeke. De kernen Beveren en Rumbeke zijn door nieuwe bebouwing en bedrijventerreinen vergroeid geraakt met het stadscentrum van Roeselare. De kleine kern van Oekene ligt op de grens van het landelijke open gebied ten zuiden van de stad en de verstedelijking bij Rumbeke. De agglomeratie van de stad strekt zich langs het kanaal Roeselare-Leie uit tot bijna de agglomeratie van de nabijgelegen kleinere stad Izegem. In de gemeente Roeselare liggen nog enkele kleinere gehuchten. Op het grondgebied Rumbeke ligt langs de steenweg naar Menen (N32) op minder dan een kilometer ten zuiden van het stadscentrum het gehucht Zilverberg. Het dorpje Beitem ligt ongeveer drie kilometer meer zuidelijker langs dezelfde weg. De stad zelf telt verscheidene katholieke parochies, namelijk Sint-Michiel, Sint-Amand, Heilig-Hart, Sint-Jozef, Heilige-Godelieve en Onze-Lieve-Vrouw en er is een protestantse kerk.
| # | Naam | Oppervlakte (km²) | Bevolking (2007) |
|---|---|---|---|
| I | Roeselare | 23,94 | 37.127 |
| II | Beveren | 10,59 | 5.615 |
| III V VI |
Rumbeke - Rumbeke - Zilverberg - Beitem |
19,91 |
11.764 |
| IV | Oekene | 5,35 | 1.758 |
De gemeente Roeselare grenst aan de volgende gemeenten en dorpen :
a. Oostnieuwkerke (gemeente Staden)
b. Hooglede (gemeente Hooglede)
c. Gits (gemeente Hooglede)
d. Lichtervelde (gemeente Lichtervelde)
e. Koolskamp (gemeente Ardooie)
f. Ardooie, met gehucht Tasse (gemeente Ardooie)
g. Kachtem (stad Izegem)
h. Izegem (stad Izegem)
i. Sint-Eloois-Winkel (gemeente Ledegem)
j. Rollegem-Kapelle (gemeente Ledegem)
k. Ledegem (gemeente Ledegem)
l. Moorslede (gemeente Moorslede)
m. Passendale (gemeente Zonnbeke)
|
|
Roeselare, deelgemeenten en buurgemeenten. De gele gebieden zijn bebouwde kernen.
Toerisme en bezienswaardigheden
Monumenten Beeld van Hugo Verriest voor de Post.
|
|
| Naam | Leven | Regeerperiode | Duur mandaat | leeftijd bij aanvang mandaat |
|---|---|---|---|---|
| De Brouckere, Karel | 1797-1850 | 1830-1846 | 16 | 33 |
| Vermander, Jacob | 1774-1852 | 1847-1852 | 5 | 73 |
| Spillebout, Mansueet | 1777-1860 | 1852-1860 | 8 | 74 |
| Dubois, Constant | 1796-1870 | 1860-1870 | 9 | 64 |
| Mahieu-Carpentier, Jan | 1813-1886 | 1870-1886 | 16 | 57 |
| Spillebout, Hippoliet | 1835-1912 | 1886-1907 | 21 | 51 |
| Mahieu Liebaert, Jan | 1874-1947 | 1908-1946 | 38 | 34 |
| De Nolf, Jozef | 1890-1979 | 1947-1965 | 18 | 57 |
| De Man, Robert | 1900-1978 | 1965-1976 | 12 | 65 |
| Biesbrouck, Albert | 1917-1981 | 1976-1981 | 4 | 59 |
| Denys, Daniël | 1938- | 1981-2005 | 24 | 43 |
| Martens, Luc | 1946- | 2005- | - | 59 |