Naar de inhoud

In de naam van de Schelp

Fietstocht van Schoten naar Compostela
akke.beakke.be

Archief

Donderdag 30 mei – Rocamadour - Cahors

Ik moet het waarschijnlijk niet herhalen, maar deze ochtend werden we al vroeg gewekt door een portie gekletter op het dak van de motorhome. Volgend weekend zou het moeten beteren, eerst zien en dan pas geloven, en ik ben niet de enige die dat hardop zingt…!!!

Juul en Roos, vrienden van Thierry en Malvina vergezellen ons voor enkele dagen en dobberen nu mee langs de overgelopen rivieren en het verzopen subtropisch klimaat!

Voor het vertrek regelt Thierry voor de derde keer de achterrem, het ding is zo krap afgesteld dat de schijf met momenten een schurend geluid produceert en da’s verlies van energie. Voor de rest houden we het ochtendritueel intact en vertrekken rond 10u, nu ja vertrekken, alhoewel!

Gewoonlijk worden we uitvoerig uitgewaaid door onze vrouwtjes maar door de één of andere duistere reden waren die al vertrokken. We blijven dus min of meer verlaten achter, Thierry en ik kijken elkaar aan, halen de schouders op, ‘en, ik was nog een koekje vergeten nemen’ snikt Thierry! Achteraf bekeken was het voor Jef en de dames wat onzeker of ze, door de overvloedige regen, op een degelijke manier van de camping zouden geraken. De focus zat met andere woorden ergens anders, en toen ze eenmaal vertrokken waren was er geen stoppen meer aan…

De camping ligt op een boogscheut van de Middeleeuwse site van ‘Rocamadour’ en voor de tweede maal in evenveel dagen vliegen we de berg af tot de wortels van de loodrechte gebouwenwand, deze keer echter met onze geliefde tweewieler. Vrachtwagens brengen ondertussen kilo’s toeristenvoer aan. We klieven door het dal en passeren de site langs de overkant. We nemen enkele foto’s en moeten daarna recht op de trappers. Er liggen een vijftal heuvels te wachten en het gaat crescendo. Van 125 tot 440 htm in ‘Labastide-Murat’.

Het oogt allemaal niet zo zwaar, maar telkens gaat het flink naar beneden en dan met een gemiddeld stijgingspercentage van 7% omhoog.

We komen mooie, uitgestorven dorpjes tegen zoals ‘Couzou’ en ‘Carlucet’. Het is echt knap rijden. Vanaf de ‘Bastide van Montfaucon’ is de pret helaas nog maar eens voorbij. We rijden een gordijn van regen binnen en zijn binnen de kortste keren doorweekt. De top van de rit ligt nog een kilometer of 5 verder en we beslissen ondanks de felle regen om toch door te rijden.

In ‘Labastide-Murat’ zoeken we een café op en pelsen ons bijna tot op de draad uit. De verse, warme kledij is meer dan welkom, de ‘Grand-Crême’ ook. De boterhammekes smaken. We blijven een dik uur aan de klap terwijl het buiten onafgebroken pijpenstelen regent. De kleine, afgeleefde Française achter de toog komt wat tegen haar zin afrekenen: ‘Dit weer hebben we hier met Kerstmis’, da’s duidelijke taal…

Het miezert nog wat als we ons voor de zoveelste keer op onze tweewieler hijsen. ‘Ik ben benieuwd, 20 km bergaf’, Thierry knikt en fronst de wenkbrauwen. We kennen dat boekje al!

Met een duik tussen de bossen en de rotsen gaat het tot ‘St Sauveur’, ‘Dat houden we zo geen 20 km vol’ lach ik naar Thierry! Het gaat echt heftig en het is opletten in de bochten, maar het is best welkom na bijna 3 weken klimmen. Het oorspronkelijke idee liet nog wat plaats om hier de D13 op te draaien en langs de ‘Grotte du Peche Merle’ en ‘St Cirq-Lapopie’ terug op het traject te komen, maar door het aanhoudende slechte weer laten we dat idee maar gauw varen. Tot het ‘Oppidium de Mursens’ gaat het met een rotvaart, daarna slabakt het een beetje tot vals plat. Tot ‘Vers’ is het inderdaad 22 km bergaf, in alle eerlijkheid moet ik wel vermelden dat de laatste 5 à 6 km moet bijgetrapt worden, wat Thierry ook op de letter neemt en ons tegen meer dan 30 km/u tot de brug over de ‘Lot’ voert. Het gaat met een knik bergop en we blijven een 10-tal kilometer op de flanken van een heuvelrug met zicht op de ‘Lot’ rijden. Stilaan komen we in de buitenwijken van ‘Cahors’. Het begint terug te gieten. We haaten ons om op de camping te geraken, plaatsen fiets en mens in de daartoe voorziene afspuitplaats, en hopen maar weeral eens op beter weer. Sinds 15u is het niet meer opgehouden met regenen en het is nu 19u, tijd om het dagboek bij te werken. Morgen zitten we echt in het Middellands zeeklimaat, het water hebben we al!



1578444-4ff57abbd97e04f8fae8b4cd664cac90.jpg

1578444-fac1fe39723ebddc57e1cab4df1a64ee.jpg

1578444-daa973af1b7c35637a79142bb215204b.jpg

1578444-30d66728098b73c0254bd139d2ad66c5.jpg

1578444-f702de119386305037c212dbca5bf5cd.jpg

1578444-777781d43b9dac1c1733725abad20916.jpg
Reageer op dit bericht

Woensdag 29 mei – Donzenac - Rocamadour

Toen ik wakker werd voelde ik het al, pijn in de benen, niet stijf en stram, neen, gewoon pijn. Even uitstrekken, nog eens, nog wat verder, neen, de pijn bleef! Dat voorspelt weinig goedsg, net nu we de eerste, echte, halve bergrit voor de boeg hebben. Tot overmaat van ramp is het voor de zoveelste keer ‘weer’ beginnen regenen, relatief korte buien van een half uur, maar de kraan staat wel op een serieus debiet.

Gisterenavond hebben we nog een onweer gehad. Flink wat water met kleine ijsknikkers, een donderslag of drie, zo van de mokerslagen. Je voelde de elektriciteit in de lucht.

We hadden afgesproken om wat vroeger te vertrekken om zeker op tijd in ‘Rocamadour’ aan te komen. Zo konden de fietsers ook nog de middeleeuwse site bezoeken en een terrasje meepikken, alé, dat was de planning toch!

Om 9u zijn we er klaar voor. Mijn benen hebben de crosspartij van gisteren nog helemaal niet verteerd en voelen als 2 betonijzers. Ik verwittig Thierry maar al op voorhand. ‘Ach, het loop wel los na enkele kilometers’, niet dus!

Van de camping gaat het rechtsaf richting ‘Brive-la-Gaillarde’. Toch vond de schrijver van onze route het noodzakelijk om nog een klimmetje langs ‘Ussac’ in te lassen. Waarom??? De afkorting brengt zeker geen meerwaarde, alleen een honderdtal hoogtemeters en een boel gevloek en getier.

Er hangt motregen in de lucht als we het gezellige centrum van ‘Brive’ inrijden op zoek naar onze stempel. We vinden uiteindelijk de toeristische dienst, die in een soort vuurtoren is ondergebracht. Patat, veruit het lelijkste exemplaar siert nu, de door ons met zorg beschermde, carnet.

Het is druk, auto’s links en rechts snijden ons de pas af, geen hoffelijkheid tegenover de zwakke weggebruiker. Zelfs in de winkelwandelstraat rijden wagens op en af.

In tegenstelling tot de voorop gestelde weg van onze vriend Sweerman rijden we de stad uit op de drukkere D38. Zo mijden we een pak hoogtemeters en vooral, de zeer slechte wegen in de regio.

Tot ‘Jugeals-Nazareth’, een dikke 8 km verderop is het stevig klimmen. Daarna volgt een welkome afdaling tot ‘Turenne’. Ondertussen is het weer beginnen regenen en nog niet zo’n klein beetje. Ook de temperatuur lijkt een serieuze duik te hebben genomen. Er verschijnen dampwolkjes voor onze mond als we uitademen.

‘Turenne’, een vestingstadje, ligt gelegen op een hoge rotsheuvel en bij mooi weer moet het best imposant en het bezoeken waard zijn, nu nemen we amper de tijd om een foto te nemen. Het is koud, ijzig.

We nemen scherp rechts de D23, terug op de Sweerman-route. Ik kijk ontredderd naar het straatschild of hier ook een ‘muur van ‘Turenne’ bestaat of zoiets. Zeker 15% in het begin, lichtjes afzwakkend tot 12, het kan zelfs best nog wat meer geweest zijn, met een Kapelmuur er bovenop! Tot ‘Hôpital St Jean’ gaat het stevig bergop, ik ben kapot als ik bovenkom. Thierry rijdt een 200m voor mij uit. Ik wil stoppen om droge, warme kleren aan te trekken. Na een kilometertje of 2 bergaf ril ik uit mijn vel, ik moet stoppen en wel meteen om geen dikke verkoudheid op te doen! In een abri, min of meer beschut tegen de alweer volgende bui kan ik eindelijk wisselen en nemen we even de tijd om wat te eten. Het regent nu pijpenstelen. Daar staan we dan, zielig en alleen, wat te verkleumen in een jaargetijde waar het nu op z’n minst tussen de 25-30°C zou moeten zijn. Ik twijfel of we de volle 10°C hebben, ik geloof er niets van.

Tot ‘Martel’ is het klimmen en dalen, het tweede iets meer dan het eerste, wat ons bijna een euforisch gevoel oplevert. Met momenten krijgen we zelfs een nagelnieuw loopvlak onder de wielen geschoven, hoewel het merendeel van de kilometers op geasfalteerde dolomiet dient afgelegd te worden.

We storten ons in de diepte van de ‘Dordogne’-vallei. Van het subtropisch klimaat dat hier met een redelijke zekerheid heerst valt weinig te merken. Een oranje doorzopen zonnetje piept af en toe achter zware stapelwolken. Nog enkele kilometer en er wacht ons nog een muur volgens het hoogteprofiel van de GPS. Net voorbij ‘Meyronne’ draaien we rechts op tot ‘Mayrinhac’. Dit wordt stampen en trekken. De fut is er uit. Weer een dikke 2 km aan meer dan 10%. De opeenvolging is moordend, zeker met dit weer. De motor begint wat te sputteren, de tank is helemaal leeg als ik puffend en hijgend de wachtende Thierry bijbeen. ‘Nog eentje, en we zijn er’! Het druppelt weer.

Geen minuut te vroeg strompel ik op de camping in ‘Rocamadour’, totaal uitgeput zet ik de fiets in de garage van de motorhome en slenter naar de veel te kleine douches. Ik kom er niet uit het eerste kwartier.

Stilaan terug op krachten wandelen we met de hele bende naar het centrum van ‘Rocamadour’, steil bergaf gevolgd door 216 trappen en een kruisweg over een geplaveid wandelpad bergop. We eten een bak frieten en slenteren door de smalle straatjes en toeristische winkeltjes. Het is goed om even de zinnen op iets anders te zetten, ‘de Off-day mag niet te lang in’t kopke zitten’ zegt Thierry, ‘slecht voor de moral’

Morgen een halve bergrit tot ‘Cahors’, de eerste 30 km bergop en daarna 35 naar beneden…op papier



1578443-635be657350a51e59c6278e1cb6bda94.jpg

1578443-738579bba7aea227b5cdeed7637f2793.jpg

1578443-01ac42126c17c5b723022f3047a3f212.jpg

1578443-5f392ccb3682b04facf10d5634449c2b.jpg

1578443-ed92a5eafc03746a804a72e40088eb10.jpg

1578443-d74a9b54a66305aa4871962d7483e43b.jpg

1578443-4de2a04fa23e62aa9477aeaa2bf8f39f.jpg

1578443-7625fa9b87bec76ef37cbbd4265a0b1d.jpg
Reageer op dit bericht

Dinsdag 28 mei – St Germain - Donzenac

Deze nacht om 2u exact is het beginnen regenen, om 3u nog een bui en om 6u was het echt ‘met bakken’. Dat belooft weeral. Thierry heeft er al evenveel zin in als ik. We treuzelen wat en proberen het vertrek zo lang mogelijk uit te stellen. Rond half 10 houdt het op met regenen en maken we ons klaar om zo snel mogelijk te vertrekken. Het zou een plezant ritje moeten worden volgens de Sweerman boekjes. De hoogtemeters leken, zo op het eerste zicht, wel mee te vallen, veel bossen doorspekt met kleine dorpjes, het klonk haast idyllisch!

Voor vandaag echter is een stoofpotje van Amstel Gold heuveltjes voorzien, gelardeerd met het wegdek van Parijs-Roubaix. Neem daar nog een breed assortiment van tegenwind bij, geblust met wat smeuïge bakjes regen en je hebt de perfecte mix van wat we allemaal te verwerken kregen…

Het begon al meteen van bij het vertrek. Boem, patat, 2 gemene hellingen van zeker meer dan 12%, zo, juist uit’ bed, koud, lap…Ik vertik het om te plooien, Thierry heeft al de moeite van de wereld. De trend is gezet. De banen liggen nat, het is opletten geblazen. Het asfalt is versleten en over de hele breedte afgebrokkeld. Dit, zouden we best als typerend en als résumé over de hele rit kunnen zeggen. Het is allesbehalve comfortabel rijden en we willen mensen met bagagezakken adviseren de route na ‘Uzerche’ (volgens de Sweerman-route) te mijden…

Maar zo ver zijn we nog niet. De hellingen zijn kort en nijdig, het is steeds de hele cassette afschakelen. Eerst tot ‘La Porcherie’, waar we terug de kaap van de 500 htm overschrijden, en dan geleidelijk tot ‘La Faurie’ waar we via een landweg op de kam van een heuvelrug rijden. Het duurt niet lang of de eerste regendruppels kletteren alweer op onze helm. 10 minuutjes, niet langer, net genoeg om ons er aan te herinneren dat dit geen plezierreisje is!

De boekjes van Sweerman spreken nogal verbloemend over de te volgen weg, maar je mag er van op aan dat het af en toe ‘heavy’ is. Ook nu zien we geen enkele pelgrim of iets dat daar zou voor moeten doorgaan. Het bevestigt nog maar eens onze gedachte dat de meesten de route als leidraad gebruiken maar de shortcuts via de grote wegen nemen!

Thierry, als doorwinterd en ervaren fietskenner, vond het met momenten onverantwoord om met pak en zak dit traject te volgen, het weze gezegd!

Eerst met een stevige afdaling gevolgd door een steile klim komen we in ‘Uzerche’ aan. Toeval of niet, maar we arriveren bijna gelijktijdig met de 3 motorhomes. We wijken af van de Sweerman-boekjes om de historische binnenstad te bezoeken en laten onze carnet afstempelen in het gemeentehuis, net tegenover de 11e eeuwse Petruskerk. Om in het centrum te geraken moet je dapper op de trappers en we trakteren onszelf op een heerlijke kop koffie.

Na het bezoek aan de middeleeuwse site gaat het pas echt bergop. De staat van de weg is echt allesbehalve en zal tot het einde aanhouden.

Volgens het roadbook zou nu een rustig, tamelijk vlak pad van een voormalige spoorbaan te volgen zijn maar we kunnen gerust stellen dat het tracé allesbehalve ‘vlak’ is.

De opeenvolging van korte, nijdige heuveltjes laat zich voelen. Tot overmaat van ramp spat een serieuze wolkbreuk uiteen boven onze hoofden. We besluiten te schuilen en staan hulpeloos en verwaaid aan de zijkant van de weg geparkeerd, hopend dat het maar een bui is!

Na een tiental minuutjes kunnen we terug op pad. Het druppelt nog, de wind staat pal op de neus. De weg slingert voortdurend op, onder en over de, met bomen afgezette heuvelkam. In andere omstandigheden zou het best mooi zijn, maar nu is het nat en koud.

De dorpjes lijken nog doodser dan ze al zijn, troosteloos, ver van God en de wereld, een kerkhof ligt schots en scheef achter een al even macabere kerk.

Van de D170 rest niets anders dan zwaar beschadigd asfalt, door bosbouw kapot gereden. De 7 km afdaling overbrugt bijna 250 htm. Ik sta heel de afzonk recht op de trappers, bang om de wielen te beschadigen. Thierry heeft de voorvering van de mtb geactiveerd. Rug- en armspieren krijgen het hard te verduren. Dit is echt niet te doen met bagagezakken. Het blijft hotsen en botsen tot net voor ‘Donzenac’.

Nog even en we zijn op de camperplaats. We worden achtervolgd door zwarte donderwolken. Nog even, droog, pfff.

De rit was technisch misschien de meest belastende.



1578441-ccfe17042b739dc94203509ca92be313.jpg

1578441-a32c7d09cdf209057f130d30207f8bd4.jpg

1578441-d8c4956698cfb1f53282ef9d6bac45e0.jpg

1578441-c21a6ba82d667ad3395691b602335837.jpg
Reageer op dit bericht

Maandag 27 mei – Châtelus – St Germain

We vertrekken voor de tweede dag op rij in korte broek, vandaag zelfs met shirt. Voor Thierry is het nog wat frisjes. We moeten er enigszins van profiteren want vanaf morgen wordt de zondvloed weer voorspeld, maar dat zien we dan wel weer.

We rijden nog altijd door een semi-Ardennen landschap. Deze morgen is het echt ‘knap’ vertoeven. Steil-glooiend met een lange aanzet van enkele kilometers of lichtlopend bergaf. Het uitzicht is ronduit schitterend. Geen bomenrijen of hagen die de wegen flankeren wat het panorama toch zoveel mooier maakt.

‘St Léonard-de-Noblat’ ligt op een heuveltop en de meer dan 50m hoge granieten kerktoren is dan ook al van heel ver te zien. We hebben er nu 25 km opzitten en een tasje koffie op een terrasje zou smaken. We hadden ons nochtans voorgenomen om geregeld op het dorpsplein een stop in te lassen, maar door de weersomstandigheden en het gebrek aan café’s is het er nog niet echt van gekomen. Een inhaalbeweging is meer dan gepast, maar eerst ‘stempeltijd’.

Op het terras is het ronduit zalig. We eten onze broodjes, een pannenkoek met choco, een suikerwafel EN een banaan op. Thierry geraakt aan de babbel met enkele Engelse ‘lady’s’. Het was ons al eerder opgevallen hoeveel Engelse nummerborden hier in de contreien op de wagens plakken en daar moest hij het fijne van weten.

‘St Léonard’ is echt een gezellig stadje. Kleine groezelige straatjes, met grote tegels geplaveid. Er is geen meter plat, alles gaat, of steil bergop, of steil bergaf, behalve het kleine marktplein dat min of meer gevrijwaard is van enig hoogteverschil. Het is zelfs zo warm dat Thierry z’n beenstukken uitschiet, en dat wil al wat zeggen!

We rijden het stadje uit via een 13e eeuwse stenen boogbrug bij ‘Pont-de-Noblat’ en nemen wat foto’s. De volgende 30 kilometer kent weinig afwisseling. De ene steile klim na de andere, een bomenrij links en rechts van de weg die ons spijtiggenoeg het zicht ontneemt. Dit wordt weer een ‘klimdag’ die ons, ook voor de tweede dag op rij, meer dan 1.000 htm doet overbruggen.

Onderweg komen we enkele wandelende pelgrims tegen, zelfs eentje met een zwaar bepakte ezel. We zijn echt blij dat we dit avontuur met de fiets kunnen doen. Te voet is toch nog een ander paar mouwen, zeker als je moet logeren in pelgrimshuizen o.d. Het middenstuk van Frankrijk was of beter gezegd is niet dik bezaaid met café’s, eetgelegenheden of gewoonweg bakkers en andere kleine winkels, en als wandelaar kan je toch niet alles meesleuren.

Het ‘bergop’ fietsen gaat al ietsje beter, we hebben al meer dan 11.000 htm achter de rug en ondanks de constante belasting van de beenspiertjes constateer ik toch een verschil, wat zich laat merken in de snelheid en het gemak waarmee ik de hoogtelijnen overschrijd.

Na 62 km ligt de eindmeet voor vandaag op de knap verzorgde camping in ‘St Germain les Belles’, net onder ‘Limoges’. De Nederlandse uitbater is uitermate vriendelijk en behulpzaam, de camping een echte aanrader.

We zitten nog enkele uurtjes languit in de ligstoelen, met uiteraard een ‘51’ bij de hand. De dag loopt langzaam ten einde, weer een dag voorbij…



1578440-3c97df3253f593f693dd73ca60910007.jpg

1578440-7fe15193816d04b60b7d2fd3e329a7b5.jpg

1578440-4853f9b23f89982aac129fe16ed33649.jpg

1578440-e14fb080ae2228fc0500ce8731a35982.jpg

1578440-426eaa26d9552d2f4388febb10888a7a.jpg

1578440-7806497e64126128a3e3846830e270ab.jpg

1578440-11deb75c3001e8f5089651850e7323f4.jpg
Reageer op dit bericht

Zondag 26 mei – Crozant - Châtelus

Voor één keer ziet het er niet slecht uit. In de valleien van de ‘Creuse’ hangt nog wel een dikke mistlaag maar je kan de zon al zien. Deze nacht was er lokaal wat nachtvorst aan de grond. Er zat dus niets anders op dan te wachten tot de nevel op z’n minst wat was opgetrokken en de temperatuur rijdbaar aanvoelde.

Het moet na tien uur geweest zijn toen we de remmen losten. Het is mooi rijden en vooral ‘de temperatuur stijgt met de minuut’.

Glooiend is het wel, de hoge hagen langs de straatkant zijn verdwenen zodat we een ruimtelijker gevoel krijgen. Na goed een uurtje rijden we door ‘Souterraine’. Tussen de hoofdkerk en de ‘Porte St Jean’, een middeleeuwse stadspoort, heerst een waarschijnlijk ongeziene drukte, vandaag is het communiefeest en vele ouders en kinderen in paterspijen staan in groepjes te praten. Toch wagen we het om in onze opvallende fietstenue de kerk binnen te glippen en een stempel te zoeken wat in eerste instantie mislukt. Maar de aanhouder wint! Thierry vindt nog een beschikbare stempeldame die ons verlost van onze dagelijkse queeste.

De weg gaat nu resoluut de hoogte in. Eerst met een kwaaie knik tot ‘Le Grand-Bourg’ en wat later naar ‘Bénévant l’Abbaye’. Je kan het uitzicht niet beter vergelijken dan met de Ardennen. De open vlaktes, met overwegend bruine koeien, worden schaarser. De bossen dichter en talrijker. De dorpjes lijken uitgestorven en buiten en enkele toeschouwer is alles doods. In de boskant bemerken we een schuchtere ree.

Na 50 km rollen we in ‘Bénévant l’Abbaye’ en besluiten te stoppen in het eerste beste café…. Tot daar onze ijdele hoop. Buiten een indrukwekkende abdij is er niks, maar dan ook niks te zien. We besluiten dan maar te picknicken op de parking van een grootwarenhuis…

Tot ‘Châtelus-le-Marcheix’ nemen we de alternatieve route over ‘Marsac’. Deze is een pak steiler en met wat geluk zouden we de ‘Puy-de-Dôme’ kunnen zien.

Tussen ‘Arrènes’ en ‘St Goussaud’ liggen 250 hoogtemeters te wachten, met momenten tussen de 8 à 10%. Het weer werkt deze keer in ons voordeel, niet te warm, niet te koud. De zon speelt wat verstoppertje achter de opgekomen wolkenplukken en van wind is helemaal geen sprake. Tijdens de lange afdaling naar de overnachtingsplaats komen we plots Jef en de dames tegen die aan een lange wandeling waren begonnen.

Na enkele minuutjes laten we ons uitbollen naar de camperplaats in ‘Châtelus’. De dag zit er op en zijn nu ter hoogte van ‘Lyon’ en ‘Clermont-Ferrand’.



1578438-a5d7de02c6f46b01c8ef2111521439fe.jpg

1578438-aa64c7885aa9db1e06a16858c70e0325.jpg

1578438-fc1106602e30c15b032b790c192e6104.jpg

1578438-a6866b68ef46fe27f477e5ffa0f423cd.jpg

1578438-5b95662f0d8a0e03c75594e42b61c13a.jpg

1578438-7ca55da49367ab865f253265c25fa459.jpg

1578438-841708909dd251944524b899caefb764.jpg
Reageer op dit bericht

Zaterdag 25 mei – La Châtre - Crozant

Het heeft vannacht weer het klokje rond geregend. We moeten het vertrek met een kwartiertje uitstellen maar rond 10u kunnen we eindelijk van start gaan, droog, voor hoelang is maar de vraag. Het donkergrijze wolkendek hangt laag en je kan er haast zeker van zijn dat het hier en daar gaat openscheuren.

Van de Super-U parking tot het centrum van ‘La Châtre’ is het amper een kilometertje en dan nog bergaf. Het is markt, het centrum is een kluwen van smalle straatjes maar we vinden uiteindelijk de toeristische dienst voor onze dagstempel. De winkeldames hebben eens te meer medelijden met die arme fietsers maar veel kopen we daar niet mee. Morgen en overmorgen zou het droger moeten worden maar daarna gaat het weer de slechte kant op. In België zou de 24e mei de koudste geweest zijn sinds het begin van de opmetingen? Ik vrees dat het in Frankrijk niet veel beter is geweest…

Voor de verandering gaat het eens niet boenk omhoog maar heb ik al de tijd om op’t gemak warm te draaien. Hoe slecht het gisteren ging, des te beter gaat het vandaag. Gezien mijn beperkte klimcapaciteiten moet ik gewoon rekening houden met enkele ‘Off-days’ en, zeer belangrijk, me zeker niet van in het begin opblazen.

Goed 7 km van ‘La Châtre’ ligt het kasteel van ‘Sarzay’. Deze 14e eeuwse burcht oogt als uit een sprookje. De toegangsprijs is dat iets minder. We nemen snel enkele foto’s vanop de binnenplaats en zetten onze weg verder. Vandaag zou een overgangsrit moeten worden. Eerst nog wat kort geknik, maar naarmate de rit vordert zouden we in de eerste uitlopers van het Centraal Massief moeten terechtkomen.

Tot ‘Neuvy-St. Sépulchre’ is het verder rustig rijden. Het landschap biedt weinig nieuws hoewel de witte koeien verdwenen lijken te zijn en vervangen door bruine, en het kan moeilijk door de zon komen…

In ‘Neuvy’ bezoeken we kort de centrale kerk die qua architectuur nogal speciaal te noemen is, er zijn 11 onder-, 14 bovenpilaren en 8 bovenvensters. De koepel is hiermee vrij uitzonderlijk vooral omdat er een rechthoekig schip tegenaan plakt.

Eénmaal voorbij de D927 verandert het landschap. Het krijgt zelfs aardige Ardennen-trekjes. De klimmetjes zijn minder nijdig maar liggen lang uitgesmeerd tussen de plooien van het akkerland. De eerste regenbui is een feit, niet lang en de hoeveelheid valt ook wel mee, maar we zijn nat en het voelt koud aan. Qua temperatuur zitten we amper boven de 10°C.

Thierry en ik leuteren weer over koetjes en kalfjes, ik voel me eigenlijk goed, hoewel we een pak meer hoogtemeters te verwerken krijgen. Van ‘Cluis’ gaat het tot ‘Orsennes’ waar we een tweede bui te verwerken krijgen.

Het valt ons af en toe op dat we op wel zeer specifieke punten andere collega’s pelgrims tegenkomen en op andere punten helemaal niet. We hebben het donkerbruine vermoeden dat andere fietsers nogal eens resoluut kiezen voor de recht-toe-recht-aan wegen en niet voor de alternatieve, rustigere wegen zoals beschreven door Cl. Sweerman!

Het valt echt op dat we op de lussen nooit andere fietsers tegenkomen, maar wel op de kruispunten. Toch zijn die routes net speciaal uitgezocht omdat ze rustig en redelijk veilig zijn. Thierry en ik hebben er alleszins enkele kilometers en vooral een pak hoogtemeters voor over.

We komen voor de derde maal een Fransman tegen, deze keer in ‘Neuvy’. Hij rijdt met pak en zak op de fiets en achteraan de tweewieler hangen 2 crocks, net of hij zit op iemand, wat ons wel eens heeft doen lachen.

Achter ons ziet het weer donkergrijs, nog een 8-tal kilometer tot ons einddoel voor vandaag: ‘Crozant’. Vanaf ‘St Jallet’ duikt de weg richting de brug over de ‘Creuze’. Er volgt een pittige klim tot het vrij toeristische ‘Crozant’, dat boven op een indrukwekkende kloof ligt. Als we de camping opdraaien begint het te druppelen, net op tijd.

Wat later brengen we de fietsen terug in orde. Je houdt het niet voor mogelijk wat een rotzooi er allemaal tussen de derailleurs hangt.

Ik laat nog enkele hectoliters douchewater over me heen storten en in de late namiddag voorzien we onze carnet nog van de nodige stempel.



1578436-d518f1b4a2d824fd6f65c0ff36e95dc4.jpg

1578436-197a2a96d831a291c23323e1084bde94.jpg

1578436-63d949c87f8a7e637ca189be8b23827f.jpg

1578436-45081ebccb6efbe22d08c9f61a2d8627.jpg

1578436-5ed6a4ba8443a614d45fdc661164599c.jpg
Reageer op dit bericht

Vrijdag 24 mei – St Amand Montrond – La Châtre

De pizza, die we gisterenavond met z’n allen hebben gegeten in het dorp, was best lekker. De dames hadden nog tot laat in de middag liggen wassen en plassen.

Het begint eigenlijk wat afgezaagd te geraken, maar tegen wil en dank moet ik ‘weeral’ schrijven dat het grijs en regenachtig is. Na het ochtendritueel staan we nog even bij Nederlanders die enkele dagen voor ons vertrokken zijn met de fiets/tent en die al 2 maal 2 rustdagen hebben genomen om alles te wassen en drogen. Normaal zou het in deze regio tegen de 25°C moeten zijn met uitschieters naar de 30°C. Als we opstaan is het amper 6°C.

Ik besluit nog een derde shirt aan te trekken, plus de regenjas. Enerzijds heb ik wat bang om te ontploffen op de eerste helling, anderzijds speelt de combinatie wind/temperatuur niet echt in ons voordeel. Liever te warm dan te koud dan maar.

Thierry is ook goed ingeduffeld. We zijn nog maar net op weg, wacht ons daar toch weeral een puist van jewelste. Tussen ‘Orval’ (u leest het goed) en ‘Bouzais’ knikt de baan angstvallig richting hemel en even denk ik het topje van de toren van Babel te zien… Waar ik voor vreesde is een feit. Ik verschiet een serieuze cartouche om het monster bij de nek te nemen, eentje dat ik maar moeilijk te boven zal komen…

Na de brug over de autostrade weer een klimmetje van 5 à 6% en zo gaat het eigenlijk de hele dag door. De lange grashalmen staan met de topjes in onze richting gedraaid, de kruinen buigen zelfs diep door in dezelfde richting. We zijn nog geen 10 km onderweg als de eerste regen- en hagelbui ons ongenadig op het hoofd klettert. ‘Schuilen’ roept Thierry ‘Wat is dat!’ Het zware bladerdak van een oude Eik in ‘Arcomps’ biedt enige bescherming. Lang duurt het allemaal niet en tijdens het ergste stonden we te schuilen maar toch, plezant is anders. De weg duikt constant tussen de bomen door waarna grote steile S-bochten de helling inluiden. In ‘Les Archers’ stoppen we even. Thierry heeft in een ooghoek een kunstenaar zien boetseren en dat willen we van dichtbij bekijken. Het dorp is sinds mensenheugenis bekend vanwege de keramiek en heeft zijn ontstaan ergens in de periode dat de Kelten handel dreven in wijnkruiken. Het is warm in het atelier, en even komt het in mij op om te vragen of ik er mijn boterhammekes mag opeten, ik durf niet… Na een kwartiertje zitten we amper terug op de fiets als de hemelsluizen voor de zoveelste maal open gaan. De wind waait loeiend hard, regen en fijne hagel kletst ons rond de oren. Thierry neemt ongewild afstand, ik kan gewoon niet volgen. Of het nu de opeenvolging van de heuvels is, of de weersomstandigheden, of gewoon slechte benen of ik weet het niet, in ieder geval draait het voor geen meter meer. Ik ben blij als we even later door ‘Châteaumeillant’ rijden. Even kunnen genieten van de beschutting. Het is nog een eind tot de eindbestemming. We draaien terug de rust en de hoogtes van de velden in. Hopla, weer patat, nog maar eens regen! Mijn fysieke capaciteiten ebben verder en verder weg, het gaat van kwaad naar erger. Het is zelfs te veel gevraagd om te praten, alles doet zeer, ik heb echt geen zin meer, ben het beu… De kilometers tellen langzaam af, getergd door wind en hoogtemeters. In de verte zie ik de donjon van ‘La Châtre’, we zijn er, eindelijk! We hebben afgesproken met de motorhomes ter hoogte van de Super-U, er is een camperplaats. Ik ben stikkapot, hopelijk gaat het morgen beter en niet alleen met het weer???



1578435-8f39d4afad489a00c87ff80652784366.jpg

1578435-f821dcbfabdfa18c480959cf64fe01a0.jpg

1578435-2beba520976e64cb2c4d1955e9cd6e8d.jpg

1578435-3b4b607bf563774ed4e672c0c62aea7c.jpg

1578435-6bbaef810bd4800d626231520336d969.jpg
Reageer op dit bericht

Donderdag 23 mei – Sancoins – St Amand Montrond

Ik geraak maar niet uit bed, ’t is al na achten en ik lig nog lekker te soezelen. Het begint te druppelen. Ik weet al wat mij te wachten staat, het druppelt harder, het giet, het komt er met bakken uit en ik weet nog altijd wat mij te wachten staat!

Ik draai me nog een laatste keer om als Jef op de deur klopt en een verse baguette en knapperige croissant langsbrengt. Dat verandert de zaak natuurlijk. Ik kijk naar boven door het dakluik en zie niets anders dan snel passerende wolken en regendruppels die kapotspatten op het plastieken venster, pfff, het belooft weeral een fijne rit te worden.

Een kwartiertje en twee koffies later is het opgehouden met regenen, zou het dan toch?

Neen, het is ons niet gegund, 1 dag mooi weer en we zijn weer klaar om er een week nat tegenaan te gooien, ik voel me soms als een dweil, nat en uitgewrongen.

Thierry en Malvina zijn ‘nog’ later opgestaan, ik was niet alleen die het weer als excuus gebruikte.

Halvelings aangekleed voor wat we op onze weg zouden kunnen tegenkomen vertrekken we rond half 10. Er waait een serieuze wind, en hoe kan het ook anders, pal op de neus. Het tarmac ligt nat, maar momenteel regent het niet.

We verlaten ‘Sancoins’ langs de zuidwest zijde en rijden parallel met de D951 langs het ‘Canal de Berry’. Het is al meteen klimmen, een vast gegeven de laatste dagen, ze leggen hier ook al wat dorp heet in een put…

Voor de rest is het rustig rijden, we halen een eenzame fietser, met pak en zak beladen, in. De man blijkt uit de Maaskant afkomstig te zijn en hij vertelt ons wat moeilijk aanneembare verhalen. Ach, ieder zijn waarheid. Thierry en ik kijken elkaar aan en rijden verder ons tempo, op en neer, kilometer na kilometer. De wind zit aardig in het nadeel. Veel tijd om rustig naar de koetjes en kalfjes te kijken hebben we niet. Ik wijs rechtvoor, ‘Zie jij wat ik zie?’

Thierry knikt: ‘En we rijden er boenk in!’

Nog 25 km voor de boeg. ‘Dat lukt niet meer, we houden het niet droog’.

Ik sluit heel even de ogen als de eerste druppel op mijn brilglazen ploft: ‘Shit’

Als een gordijn voor ons uit, met de hevigheid van een Car-wash worden we gewaterstraald. In enkele seconden tijd loopt het nat in mijn schoenen, de winterbroek die tot nu toe redelijk haar dienst had vervuld, geeft er blijkbaar de brui aan. Alles is tot op de draad doorweekt. Fijne stofhagel teistert minutenlang ons, in een grimas trekkend, aangezicht. ‘Niet stoppen’ roept Thierry ‘Alles uit de kast halen, anders koel je af’. Alles plakt tegen mijn lijf, ik pruttel blaasjes als ik probeer te ademen…

Het zal al bij al een tiental minuten echt lelijk gedaan hebben, gevolgd door nog wat naweeën. Ik ben bang om te verkrampen. We willen niet nog zo’n bui op ons dak krijgen. In ‘Charenton-du-Cher’draaien we de hoofdbaan op, het kan ons niet meer schelen, gewoon vollen bak, verkeer of geen verkeer. Recht voor ons uit ligt ‘St Amand-Montrond’, 14 km, rechts van ons sluipt een donker gordijn van vocht stilaan naar ons toe…

Op de D951 is het druk, de wind stevig op de snoet. Thierry en ik wisselen af met het kopwerk en draaien tegen een redelijk tempo over het golvend asfalt. We hebben geluk, we draaien weg van het onweer en halen, enigszins opgedroogd door de stevige frontwind, de voorstad.

We passeren een officieel uitziend, barok huis met een Franse vlag ervoor. Stempeltijd?

We bellen schuchter aan terwijl we de deur openen. Een aardige dame helpt ons verder en bezorgt ons een stadsstempel. Voila, da’s ook al gebeurd.

Enkele minuten later zijn we op de camping waar de motorhomes naast het sanitaire blok zijn opgesteld. We hebben het weeral gehad, ijskoud, wind, regen, hagel. De sneeuwgrens is gedaald tot 600m en die hoogte is voorzien binnen 2 dagen…

Eerst de douche in, minutenlang, Maartse buien eind Mei, een echte schande!



1578432-67965ab68c585a0fe0b1692bb1a9f0bc.jpg

1578432-3a020b325c6b9db49ba9e543a65ea0a0.jpg

1578432-331f9e15d740ec01f01eb3ee52b3d58e.jpg
Reageer op dit bericht

Woensdag 22 mei – Prémery - Sancoins

Een mens is snel tevreden, het regent niet. Nog even de fiets onderhanden nemen, water tanken voor de motorhome en goed half tien zijn we weg.

Ik durf nog geen lichtere outfit aantrekken. Boven de heuvels hangen lage muisgrijze wolken, de wegen zijn nog nat. Beekjes zijn kolkende rivieren die zich kriskras over het asfalt een weg banen naar lager gelegen oorden. Er is wat uitgekomen ook de laatste week. 9°C toont de thermometer, lente is anders, maar we mogen niet klagen, ’t is droog.

Net voorbij ‘Prémery’ gaat het steil omhoog. Ik ben het al gewoon, ttz ik geraak het maar niet gewoon om met ijskoude spieren de heuvels op te knallen. Mijn hart giert dan telkens door mijn keel en mijn spieren staan op ontploffen. Thierry heeft er alleszins geen last van en peddelt vrolijk met een redelijk tempo over de hoogtelijnen. ‘De eerste is altijd de lastigste’ roept hij! Toch zijn we beiden blij dat de etappe van gisteren een dertigtal kilometer was ingekort, die halen we wel in! De klimmetjes zijn telkens één, twee à drie, soms een viertal kilometer lang, niet eens zo steil, maar op het einde van de rit beginnen ze wél door te wegen. Aan de bosrand rijden we op een plateau, een enkel huis en voor de rest de oneindigheid van akkerbouw en koolzaadbloemetjes. Links in het bos wijst Thierry naar een opvliegende buizerd. We zijn zo goed als alleen onder weg. Gisteren zagen we 2 wandelende pelgrims met een soort karretje achter zich aan. In ‘Vézelay’ stonden wat oude, opgekalefaterde tweewielers beladen met pak en zak. Meestal houden we even halt en vragen naar de bestemming maar zelden is die tot ‘Compostela’.

De afdalingen zijn zalig. Amper mee peddelend storten we ons telkens in het onbekende. Voor één keer is het gewicht in mijn voordeel en heeft Thierry al de moeite van de wereld om me te volgen, het mag ook wel eens, gewoonlijk is het omgekeerd.

Kleine gaten lichtblauw verschijnen tussen de grijze wolken als we de zoveelste helling opklefferen. De wegen zijn echt goed uitgekozen door Mhr Sweerman, daar hebben we het elke dag over, niet te druk en degelijk. Boven ‘Nevers’ hangt een gigantische blauwe opening. Stempeltijd als we de in de steigers omhulde kathedraal eindelijk vinden…dat dachten we toch. Het is weeral middag en lunchtijd, dus niemand te vinden. Eerder werden we gestopt door 2 politieagenten in de wagen die ons betrapt hadden in de ‘Sens Unique’… in de verkeerde richting. Op een kordate manier werden we aangemaand om ‘te voet’ verder te gaan! Enfin, ‘Nevers’ is geen succes, veel enkelrichtingstraten, politie, kasseien, veel kerken maar geen stempels. We eten er in zeven haasten ons belegd Frans brood op en ik gebruik het achterportaal van een van de kerken om een droge outfit aan te trekken.

We houden halt bij de brug over de Loire. De anders zo kalme rivier beukt nu onophoudelijk tegen de zijwanden van zijn bedding. De stroming is best indrukwekkend te noemen. Het verkeer is dat trouwens ook. We haasten ons weg uit de drukte en volgen kilometers een kalme vaart. De smalle pekstrook is dringend aan vervanging toe.

In ‘La Grenouille’ steken we de Allier over, een al even brede rivier als de Loire die enkele kilometer verder samen verder stromen, nog meer water met nog meer stroming dus!

De hemel is helemaal opengetrokken, het is zelfs warm. We rijden over de ‘Pont Canal’, een waterweg over een waterweg! In ‘Apremont-sur-Allier’, een historische site van gerestaureerde middeleeuwse woningen gaan we nog maar eens op zoek naar de dagstempel en vinden die eerder toevallig bij een gemeentewerker. Het is nog een 15-tal kilometer tot ‘Sancoins’, de plaats waar de motorhomes op een camperplaats staan. We maken er een uitstapje van, cruisen wat door de velden, nemen meer foto’s dan de laatste week bij elkaar en genieten bijna buitensporig van het mooie weer!

Ondertussen is het eerste van de drie Sweerman-reisboekjes uit, tijd om misschien even met wat cijfers te gooien. Vandaag hebben we er een dikke 68 km opzitten, in het totaal bijna 860 km, hebben we 2 dagen geen regen gehad en dus 10 wel. De motorhomes hebben er al 915 km opzitten, die zijn ‘by the way’ vandaag het ‘Pont Canal’ gaan bezoeken.

Op de Camperplaats heeft Malvina een Baileyskoffie klaargemaakt en trakteert Ria met ijs, ja, pelgrim zijn heeft ook nog goeie kanten!

We zitten de hele namiddag lekker in de zon, languit te genieten van het ‘niets doen’. Malvina gaat wat later een stukje joggen maar dat had ze beter alleen gedaan. Haar begeleidende echtgenoot kon de 5cm opstap van het trottoir niet ontwijken met de mountainbike en lag pardoes languit in de graspartij. Buiten een schaafwondeke is er weinig aan de hand en kunnen we’r allemaal mee lachen…

Morgen een kort ritje naar ‘St Amand-Montrond’ en misschien blijft het mooie weer aan onze kant, maar daar heeft iedereen hier zo z’n twijfels over….Let’s hope



1578431-63c178ab34267b3e25691a7c1b6914c8.jpg

1578431-7cb77c0f11b4b44da521dbde1e950c74.jpg

1578431-8ac50d06fe6f321e7bcb208d06409cbb.jpg

1578431-9f93107ac50330da825b58fec6f108c7.jpg

1578431-7b1e76c6b5106cf8d4f74b01eeeb353a.jpg

1578431-5b9594b9ba49ecadc45aee9fe8485044.jpg
Reageer op dit bericht

Dinsdag 21 mei – Vézelay - Prémery

Gezien de barre weersvoorspellingen hebben we beslist om de volgende 2 dagetappes op 3 dagen te rijden.

Over voorspellingen gesproken; men verwacht lichte nachtvorst en nog 7 dagen regen… En wij die dachten dat we alles al gehad hadden. Zelfs Thierry begint het weer te vervloeken en dat wil al wat zeggen…

Nochtans begon de dag uitzonderlijk droog.

De fietsen werden van stal gehaald, afgespoten en deftig ingeölied. Door de regen van gisteren was het er nog niet van gekomen maar het moet. Na enkele uren had mijn ketting al een verdacht roodbruine kleur en dat was absoluut niet de bedoeling! Half tien, de tweewielers staan blinkend in het portaal van de sanitaire blok. Het begint te druppelen…Godver….

Het is gisteren, alweer door het weer, niet meer gelukt om onze stempel te halen in de kathedraal, dus dat moeten we eerst proberen goedmaken. Jef en de dames willen ons best vergezellen en vertrekken een kwartiertje voor ons. Te voet is het al een heel karwij. Thierry en ik, op de fiets uiteraard, komen bijna gelijktijdig met onze eega’s aan bij de ingang van de Ste Madeleine.

De stempelmadam kijkt bits over haar hoornen montuur, leest aandachtig alle informatie in het stempelboekje en vraagt plots: ‘Waar hebben jullie gisteren gezeten?’ Eu………. ‘Comment?.....’

‘Ah, oui,…..Een hele uitleg om aan te tonen dat we gisteren niemand vonden om af te stempelen…’

Ze vraagt: ‘Belge?’

‘Oui, madame…..’ (Ze had de frontpagina in het boekje toch aandachtig bekeken)

Ze neemt een groot register en noteert onze namen.

‘Bon voyage’

‘Merci bien’

Jef en de dames blijven achter bij de kerk als wij al naar beneden zoeven. Ze hebben nog al de tijd van de wereld om nog wat rond te kuieren alvorens de motorhomes op te halen en te vertrekken naar ‘Prémery’, onze volgende halteplaats.

Van ‘Vézelay’ tot ‘St Père’ ligt een snelle afdaling van enkele kilometers. Het water spat op en maakt onze benen binnen enkele minuten al kletsnat. De weg gaat nu constant op en af, lange afdalingen, lange klimmen. In ‘Bazoche’ gaat het flink omhoog, 4 km aan 5 à 6%. De D958 is best een drukke baan te noemen. Vrachtwagens en auto’s passeren ons nauwelijks op enkele centimeter en vernevelen een gordijn van waterdruppels over ons heen.

Wind en water zijn zowat de ergste vijanden van een fietsende mens, en daar kunnen we ondertussen wel over meespreken. Tijdens de afdalingen koel je onherroepelijk af terwijl het zweet uit je poriën geperst wordt als je aan het klimmen bent.

In ‘Corbigny’, halverwege, houden we even halt en ik stel aan Thierry voor om even iets te gaan drinken. Het is dodelijk voor de spieren maar ik ben versteven van de koude en mijn schoenen lopen, ondanks de overtrekjes, bijna over.

Het is zalig om nu droge kleren aan te trekken. Ik giet mijn schoenen leeg en wring de kousen uit.

We bestellen grote mokken koffie en eten onze sandwiches op. Pffff, kl…weer!

Op elf dagen hebben we het nu slechts één keer min of meer droog gehouden, voor de rest regen, regen, regen…

We hebben echt te weinig tijd en goesting om te genieten en rond te zien. Neem nu vandaag, prachtig glooiende akkers, omzoomd met hagen, soms een eenzame bomenrij. Het valt je niet op, aan de horizon een dik bos met daarvoor een gele pluk koolzaad. Zo mooi met een tikkeltje zon.

We rijden maar voor wat we waard zijn, vechtend tegen wind en koude!

Af en toe hoor je een vogel kwetteren, maar meer dan een auto die je voorbij scheert zie je niet.

In ‘Sancenay’ houdt Thierry halt. In het kleine portaal van een huis staat een echt ‘manneke pis’. We nemen een foto, één van de weinige vandaag…

Het blijft op en neer gaan. Ik zit er weeral door, gekraakt door het weer. Ik ben blij dat we de etappes korter hebben gemaakt.

De kuisbeurt van de fiets is kort, de douche zoveel langer.

Morgen gaat het door Nevers, tegen het weekend zou het beginnen vriezen, wat een calvarie, de koudste en natste meimaand in 40 jaar, moet je mij vertellen…



1578429-0fd7d2a5c0b40a5ffd48446be843f325.jpg

1578429-0bee8b3b6d832b57589a37eca66980b1.jpg

1578429-05738dc298cabced7a85caa84046dbee.jpg

1578429-6db614bde242a6fa488f5516e0b10bfc.jpg
Reageer op dit bericht

Meer van In de naam van de Schelp

↑ Terug naar de berichten