Naar de inhoud

Lopen

ol.lopen
seniorennet.beseniorennet.be

orientatielopen, wat is het,hoe doe je het?

 
Wat is oriëntatieloop   


Terugblik I.O.F kaart Kompas Afstand bepalen
Basisregels
       
INLEIDING CURCUS
Het oriëntatielopen zouden we in een adem kunnen omschrijven als volgt: het opzoeken van gemerkte punten in een natuurlijk landschap, via een zelfgekozen weg, al lopend, met behulp van een kaart en een kompas, al dan niet in wedstrijdvorm.De deelnemers trachten op een onbekend terrein individueel een aantal posten te bereiken, die aangeduid zijn op de kaart. De route is niet op voorhand uitgestippeld. Deze posten zijn in het terrein herkenbaar door duidelijke, oranje rood witte bakens. Als bewijs dat je de gezochte post hebt bereikt, breng je via een elektronische chip die iedere loper mee heeft de juiste gegevens mee. Het is de bedoeling om het parkoers, bepaald door de bakens zo snel en correct mogelijk af te leggen. Een dosis sport, een dosis natuur en een dosis observatievermogen, dat is het recept voor de oriëntatieloper.Op de eerste plaats is oriëntatielopen een geschikte activiteit in de recreatieve sportbeoefening. Deze sportvorm laat zich immers gemakkelijk aanpassen aan de wensen en capaciteiten van uiteenlopende groepen, zoals families, trimgroepen, en wandelaars. Vooral in de Scandinavische landen heeft het oriëntatielopen een lange traditie als een recreatieve sport voor allen activiteit. In het sportieve openluchtleven spelen de technieken van het oriëntatielopen vaak een ondersteunende rol. Bij wandeltrektochten en bij het skilopen in onbekend gebied bijvoorbeeld kan het oriënteren een essentiële vaardigheid zijn.In het oriëntatielopen kunnen elementen uit verschillende leervakken verzameld worden. Natuurobservatie sluit aan bij biologie en ecologie. De principes van het oriënteren en kaartlezen worden geleerd in aardrijkskundeles. Fysieke eigenschappen kunnen worden geoefend tijdens de lessen lichamelijke opvoeding. Daarom is het oriëntatielopen een activiteit met een rijke pedagogische inhoud.Uiteraard is het oriëntatielopen ook een wedstrijdsport. De competitievorm bestaat uit een individuele wedstrijd tegen de tijd. De afstand schommelt tussen 3 en 12 kilometer. Het aantal posten varieert van +/- 6 tot +/- 25. Ze worden doorlopen volgens een vrij gekozen route. De laatste jaren kent het oriëntatielopen als wedstrijdsport een toenemende populariteit.Het hoeft geen betoog dat oriëntatielopen een milieuvriendelijke sport is, waarbij de deelnemer in harmonie met de natuurlijke omgeving aan sport doet.
1 ORIËNTATIELOPEN EEN TERUGBLIK
Oriënteren bestaat reeds sinds de mens zijn geografische omgeving trachtte te registreren. Eerst werden hiervoor natuurlijke hulpmiddelen gebruikt, zoals de zon, wind, sterren en landschapkarakteristieken, later werden hulpmiddelen vervaardigd om het oriënteren te preciseren en vast te leggen.
In zijn werken over lichaamsoefeningen gaf Gutsmuths in 1817 informatie over hoe terugkeren als men verdwaald was in het bos. Later in Zweden(1888), waren de militaire cadetten verplicht kaarten te lezen en afstanden te schatten. Voor het eerst werd hier het woord ' oriënteren ' gebruikt. Tot in 1897 was de oriëntatieloop enkel een militaire aangelegenheid. Daarna werden de eerste wedstrijden georganiseerd voor burgers, onder meer in Oslo (Noorwegen) in het jaar 1897.
Na de tweede wereldoorlog vond het oriëntatielopen als sport ingang in Zweden. Majoor Ernst Killander merkte in 1918 een vermindering van de interesse voor de loopproeven in de atletiek. Hij poogde door gebruik van de natuurlijke omgeving de actieve interesse voor het lopen te stimuleren. Om het lopen aantrekkelijk te maken ontwierp hij een parkoers en gebruikte kaarten en kompassen. In 1922 organiseerde Killander, de vader van het oriëntatielopen, het eerste regionale kampioenschap. Rond 1930 was de sport wijd verspreid in Zweden en werd een nationale organisatie opgericht: 'SVENSKA ORIËNTERINGSFÖRBUNDET'(soft)
In 1937 werd het eerste nationaal kampioenschap gehouden met 100 deelnemers. Nu zijn er zo'n 1000 oriënteringsclubs aangesloten bij soft, met een 200.000 leden.
In 1961 werd in kopenhagen de 'INTERNATIONALE ORIËNTERING FEDERATION' (IOF) opgericht. In 1964 waren er reeds elf landen bij de IOF aangesloten.
Het eerste Europese kampioenschap, voor mannen en vrouwen, werd gehouden in Noorwegen in 1962. Deze kampioenschapen worden sedertdien om de twee jaar georganiseerd.
De eerste Belgische oriëntatiewedstrijd werd georganiseerd in 1964. In 1966 werd de Belgische vereniging voor oriëntatielopen (BVOS) opgericht. Zij houdt zich bezig met de organisatie van nationale en regionale wedstrijden. Volgens het decreet van 1977 omtrent de landelijk georganiseerde sportfederaties splitste de nationale bond in een Franstalige en Nederlandstalige vleugel. (FRSO en VVO)
TOP
2  DE I.O.F. KAART.
A) Algemeen B) Kaartnoorden C) Schaal D) Kleuren
A) ALGEMEEN
Deze kaarten zijn conform over heel de wereld en gemaakt volgens de richtlijnen van de IOF.
Vergeleken met de gekende stafkaarten (NGI) zijn oriëntatiekaarten nog meer uitgebreid met o.a. de begroeiinggrenzen, hoogtelijnen, opvallende voorwerpen, enz.Ze zijn duidelijker gemaakt door verschillende kleurcodes.

B) KAARTNOORDEN

De bovenkant van elke kaart komt overeen met het magnetisch noorden. (als de kaart georiënteerd is) aangeduid door verticale blauwe pijlen.
kaartnoorden.gif
C) SCHAAL EN HOOGTELIJNEN
TOP
Op elke kaart wordt de schaal en het verschil tussen de hoogtelijnen vermeld.
1/10000
1/15000
1/25000
1 centimeter = 100 meter
1 centimeter = 150 meter
1 centimeter = 250 meter
( NGI kaarten )
Schaal is:

De verhouding tussen de afstand gemeten in werkelijkheid en de weergave ervan op de kaart. De meest gebruikelijke schalen voor de oriëntatiekaart zijn:
1/15000: 1cm op de kaart = 150 m in werkelijkheid
Hoogtelijnen:
De afstand tussen twee volle hoogtelijnen is verschillend afhankelijk in welk terrein je bent. Dit wordt op de kaart vermeld met een cijfer in het bruin (zie fig.). B.V. 2 m wil dan zeggen dat de stijging tussen twee hoogtelijnen deze afstand is. Deze afstand halveert bij een hulphoogtelijn.
Tekst.: Hoogteverschil: 2 M (dit staat op iedere kaart waar hoogtelijnen op staan)
D)DE KLEUREN
zwart bruin groen - geel blauw
ZWART:

Zijn voorwerpen die grotendeels gemaakt zijn door de mens, zoals paden, afsluitingen, spoorwegen, banken enz. De andere zwarte voorwerpen niet door de mens gemaakt zijn, begroeiingslijnen, rotsen, stenen, enz.

zwart(gemaakt-door-de-mens).gif

BRUIN:

Dit zijn hoofdzakelijk zaken die met hoogtes en dieptes te maken hebben, maar kunnen ook verharde wegen en parkings zijn.
Bruin-(hoogte-&-rotsen.gif
WIT:
Is altijd goed doorloopbaar bos.
GROEN, GEEL:
GROEN: Dit is altijd bos of onderbegroeiing
GEEL: Dit is altijd open gebied, ook hier worden verschillende kleurcodes gebruikt.
Deze kleuren worden onderverdeeld in verschillende types
Begroeiingsvelden.gif
BLAUW:
Dit heeft altijd met water te maken
blauw.gif

3 HET KOMPAS...
Nut Werkwijze
Nut:
Kaart georiënteerd houden (d.i. kaartnoorden naar het werkelijk noorden houden
Een looprichting bepalen op de kaart
De afstand meten tussen twee punten
Werkwijze:
(Fig. 1) Leg de rand van de kompasplaat op de lijn tussen post 2 en 3. De rode richtingspijl (op de kompasplaat) moet in de richting van het doel wijzen (post 3).
(f
ig. 2) Verdraai het kompashuis, zodanig dat de oriënteringslijnen (v/h kompas) parallel lopen met de noordlijnen op de kaart. Het noordteken (N) op het kompashuis moet naar het kaartnoorden gericht zijn.

(Fig. 3) Neem het kompas horizontaal in je hand. Draai nu je hele lichaam tot dat het rode gedeelte van de magneetnaald tegen het noordteken (N) van het kompashuis komt te staan.

De rode richtingspijl (op de kompasplaat) wijst nu je looprichting aan.

fig.1 fig.2 fig.3
kompas1.gif kompas2.gif kompas3.gif
4  AFSTAND BEPALEN
Het is belangrijk te weten hoeveel afstand je gelopen hebt en hoeveel je nog moet afleggen. Je kan zelf de afgelegde afstand meten door je passen te tellen. Hoeveel stappen je nodig hebt op 100 m bepaal je door enkele keren een geijkte 100 m af te stappen. (b.v. verlichtingspalen op een randweg, kilometerpaaltjes langs de weg enz.)Tel iedere keer op je linkervoet, bij de meeste mensen ligt dat tussen de 52 à 56 passen op 100 meter wandelend.
Herhaal dit al lopend, het aantal passen zal nu 32 à 40 bedragen. Herhaal dit in het gras en je zult merken dat er verschil op zit, dat varieert van persoon tot persoon.
De pasfrequentie hangt af van de beloopbaarheid van de ondergrond of stijging/daling.
Opgelet in heuvelachtig terrein, wanneer je op de kaart bv 200 meet kan dit door de stijging of daling meer of minder zijn in werkelijkheid.

5 BASIS REGELS VOOR DE ORIËNTATIESPORT
Kaart oriënteren Herkenningspunten Kaartcontakt
Stoplijn Ruwe oriëntatie fijne oriëntatie
Kaart oriënteren
Dit doe je als het volgt : De omgeving rondom jezelf bekijken, vervolgens op de kaart de herkenningspunten zoeken die je om je heen ziet, de kaart zodanig draaien dat de punten overeenstemmen, met de ligging ervan.
Als dit gelijk is, is de kaart georiënteerd. (zie figuren)
kaartcontakt.gif
tekening%20kaartcon.gif
Ga steeds langs herkenningspunten
Eerst en vooral moet je ervoor zorgen dat je kaart georiënteerd is, dan kan je verder gaan met het volgende.
Het driehoekje op de kaart is het startpunt. We zullen nu kijken op onze kaart waar het eerste controlepunt is.Welke herkenningspunten zie je op de kaart en zorg ervoor dat je die ook ziet in werkelijkheid? Wanneer dit niet het geval is, ga dan verder tot het volgende merkpunt op de kaart en tracht dit waar te nemen in werkelijkheid. Controleer of het juist is. Eerst en vooral moet je ervoor zorgen dat je kaart georiënteerd is, dan kan je verder is. (zie fig.)
herkening.gif
De driehoek staat op het kruispunt, het eerste controlepunt staat op een heuveltopje. Het eerste merkpunt is het kruispunt ter hoogte van het groene bos, hier gaat je recht door, vervolgens gaat je verder tot een tot flauwe bocht naar recht waar tevens een kruispunt is, hier gaat men naar links waar we dan iets verder op onze rechter kant het heuveltopje ziet
Kaartcontakt
Dit is uiteraard ook van toepassing bij de vorige punten. Wanneer je aan een merkpunt komt waar je zeker van bent, plaats je duim en houdt deze daar tot het volgende merkpunt. OPGELET! Bij twijfel loop dan niet rond te dolen, maar tracht zo snel mogelijk een herkenningspunt op de kaart te zoeken om jezelf te herpakken (zie fig.)
Duimgreep.gif
Stoplijn
Dit is een veiligheid die je moet inlassen bij het naderen van de controlepost.
Voor je de controlepost aanvalt moet je iets waargenomen hebben op de kaart, waar je zeker niet voorbij mag lopen. B.v. een beek, weg of vegetatielijn.
(zie fig. paarse kruisjes zijn de stoplijn)
OPMERKING: overschrijdt deze lijn nooit
stoplijn.gif
Ruwe oriëntatie en fijne oriëntatie
Je maakt een wegkeuze waarbij je zolang mogelijk langs grote duidelijke merkpunten loopt. Dit gaat sneller en noemt RUWE ORIENTATIE .
Hier bedoelen we dat, na het maken van uw wegkeuze je zolang mogelijk in grote lijnen de meest duidelijke punten op de kaart en de werkelijkheid moet aandoen.
B.V. langs wegen, grachten, weiden, vegetatielijnen of op hoogtelijnen blijven lopen zonder rekening te houden met het kleine detail op de kaart.
Dit doen we tot we het perceel of de omgeving waar  het punt staat, naderen.
Hier gaan we over tot FIJN ORIËNTATIE, dit wil zeggen onze passen tellen, goed de juiste richting bepalen(door de kaart georiënteerd te houden) en kijken naar het klein detail op de kaart en de werkelijkheid.( zie fig. )
ruw%20fijn.gif
Vanaf post 7 in de afgraving zien we nu dat onze ruwe oriëntatie gaat langs het halfopen gebied tot de rand van de begroeiingslijn. (aangeduid met een paarse onderbroken lijn) Hier gaan we over tot fijn oriëntatie en we kijken meer naar het kleine detail m.a.w de inzinking en tellen onze passen indien nodig is tot aan het hoopje waar onze controle post staat. (aangeduid met een rode lijn)

6 DE POSTEN BESCHRIJVING VOLGENS DE I.O.F.NORMEN
kolom C Kolom F
Opdruk symbolen
Zoals de kleuren verschillen met een geografische kaart zo zijn ook de symbolen totaal anders en wordt er gebruik gemaakt van een conventionele postenbeschrijving. Tijdens een wedstrijd of training wordt een beschrijving
meegegeven of kan je die ter plaatse overschrijven. Op deze beschrijving kan je in een oogwenk zien waar de controlepost staat, ten opzichte van het object, welke nummer hij heeft, e.d. Hier volgt de tabel die onderverdeeld is in verschillende vakken, elk met een andere betekenis.
Verklaring der kolommen
verklaring-der-kolommen.gif
1 Leeftijdscategorie heren (H) of dames (D)
2 De afstand in vogelvlucht gemeten met verschillende punten.
3 Het hoogteverschil, dat men moet overbruggen indien men de vogelvlucht route neemt. Afhankelijk van de wegkeuze kan dit verminderen of vermeerderen, dus het bepalen van de wegkeuze kan belangrijk zijn.
A) Alle controleposten op de kaart zijn voorzien van een nummer, dit is de volgorde hoe je de posten moet aandoen.
B) Iedere controlepost is voorzien van een nummer, hier controleer je of de post
die voor jou bestemd is wel degelijk de goede is.(nummer van het baken)
C)  Welke van de identieke objecten in de cirkel (Plaats van de post indien meerdere dezelfde objecten samen staan)
kolom_C.gif
D)  Hoofdbeschrijving van het object waar de post aan staat
kolom_D.gif

TOP

kolom_D-demens.gif

kolom_D_rots.gif

TOP

kolom_D_vegetatie.gif

kolom_D_water.gif
E)  Bijkomende informatie betreft de postomschrijving
kolom_E.gif
F) Afmetingen van het object
kolom_F.gif

TOP

G)  Plaatsing van de controlepost t.o.v. het postobject
kolom_G.gif
H)  Bijzondere informatie
kolom_H.gif
4)  Dit is de onderste horizontalen lijn en geeft inlichtingen over de afstand van de laatste post.
FINISH.gif
OPDRUK SYMBOLEN OP DE KAART
opdruk.gif
Dit onderwerp lijkt niet zo belangrijk, maar is het ZEKER wel.
Vele lopers denken dat het kennen van de postnummer alleen voldoende is, maar de bijkomende informatie is zeker zo interessant om te onthouden als de rest.
Het kan bepalend zijn tijdens de wedstrijd.
Zo kan je tijd besparen in de omgeving van de post. B.v wanneer je weet dat het punt onderaan staat en het dan minder of niet zichtbaar is, of van welke richting je het punt best aanvalt.
7 VERGELIJKING MET I.O.F. KAART EN MET DE SYMBOLEN VOOR DEPOSTEN BESCHRIJVING
bocht-in-brandgang.gif
8 TECHNIEK VAN HET ORIËNTATIELOPEN ...........TOP
DENK STEEDS AAN DE BASIS REGELS
B Kaartlezen C Markante gegevens D) Reliëf lezen
Iemand die begint te oriënteren zal eerst volgende punten eigen maken:
kaartlezen, afstand meten en schatten, richting kiezen en goed voorstellen van objecten op de kaart en werkelijkheid.
B Kaartlezen................................................................................TOP
Kiezen van de beste route
De azimutlijn tussen twee punten is uiteraard de kortste, maar zeker niet altijd de snelste. De beginnende oriënteerder volgt best zolang mogelijk de wegen, paden, grachten of m.a.w goed herkenbare punten, om zo zijn aanvalspunt te bereiken Wanneer je vanaf de weg toch een azimut kiest, neem dan altijd een veilige richting. B.v. je loopt eerst ruw oriëntatie tot het kruispunt, dan ga over tot fijn oriëntatie, waar het postobject einde gracht is.
pechroute.gif
In een wedstrijd zal je niet altijd de wegen kunnen volgen, dan komt het erop aan zo vlug mogelijk enkele grote herkenningspunten te zien op de kaart waarlangs je moet passeren.
herkenning-onder-weg.gif
De post staat achter de vegetatielijn en het object is de boomstronk.De herkenningspunten zijn van rechts naar links, 1 pad, 2 gracht, 3 pad, verder lopen we naar een van de twee vegetatielijnen om zo ons punt te bereiken.
C Onthouden van markante gegevens
Om regelmatige haltes en tijdverlies te vermijden is de loper verplicht om herkenningspunten op de kaart te interpreteren en memoriseren (onthouden) over langere afstanden.
Snel de kaart lezen op plaatsen waar je niet teveel moet uitkijken naar de omgeving, maar wel op wegen en bossen zonder loophinder.
Kies te gelijkertijd meerdere herkenningspunten en let vooral op de richting wanneer je deze voorbij gaat
Opgelet controleer je gekozen volgweg op de kaart
D Afstand meten en schatten ............................................................TOP
Zie hoofdstuk 4
Passen tellen:
vraagt veel extra concentratie, je moet jezelf ertoe dwingen. Vooral bij de fijne oriëntatie.
Maar eens je het passen tellen gewoon bent, zal je met meer zelf vertrouwen naar een post lopen. Dit zal dan ten goede komen in het verbeteren van je tijd.
Bovendien zal het opvallen dat je minder gaat rond dolen.
Het lopen op kompas : (azimut)
Wanneer er geen opvallende merkpunten zijn.
Wanneer er veel op elkaar lijkende merkpunten in dezelfde zone liggen.
Wat te doen wanneer de richting niet klopt:
Wanneer de geplande afstand gelopen is en je bent niet aan het merkpunt dat je moet hebben, STOP DAN, kijk rond en probeer te achterhalen in welke richting je eventueel bent afgeweken, (dit kan zijn door je te haasten, loophinder in het bos, bergop of bergaf) kijk of er een merkpunt is dat overeenstemt met de details op de kaart.
MAAR LOOP NOOIT ALS EEN … VAN LINKS NAAR RECHTS DOOR HET BOS.
Als er direct geen punt gevonden wordt ga dan terug naar het laatste punt waar je vertrokken was bij het tellen van de passen. (duimgreep)
Reliëf lezen??????????????????????????????????????????????????????????????TOP
Daar men gelukkig niet met een schaaf door het bos gaat, blijven de hoogtelijnen ongeschonden, van daar dat het heel belangrijk is om deze goed te kunnen lezen.
Vaak zijn ze het enige hulpmiddel om zich te oriënteren.
DUS LEER HET RELIEF GOED LEZEN!!!!!!
In volgende tekening laten we verschillende voorbeelden zien:
heuvels.gif
1) Hoofdhoogtelijn (deze wordt gebruikt om de 5 hoogtelijnen)
2) hoogtelijn ( hier ziet men een gesloten lijn en dit is gelijk aan een heuvel)
3) Inloper (hier buigt de hoogtelijn naar de top)
4) Uitloper (hier buigt de hoogtelijn weg van de top)
5) Hulp hoogtelijn (dit is de helft in hoogte van een hoogtelijn vb. 1 m = dan 1/2 m)
6) Hellingslijnen (aan de kant waar deze staan gaat het omlaag)
Opmerking: de kleine streepjes worden bijna nooit gebruikt bij inlopers. In het figuur is het aangebracht voor de duidelijkheid, om aan te tonen waar de diepte is.,,,,,,,,,,TOP

VERDER VEEL SUCCES MET DE NATUURLIJKSTE LOOPSPORT

INDIEN ER NOG VRAGEN OF PROBLEMEN MOCHTEN

VOORDOEN KAN MEN ALTIJD TERECHT BIJ

BLEYENS PETER

Tel :014/42 36 50

 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Romanof om 18:33 Reageer op dit bericht

Welkom

Welkom bij het bezoeken van mijn blog.
Even voorstellen:
Ik ben een aktieve 60+er,lopen meer bepaald orientatielopen,fietsen m.bike enz.
Een goede week geleden was ik nog in Durbuy om een weekje te wandelen met de familie,
uiteraard op stafkaart en compas,te fietsen en te kajaken.
Met het mooie weer er bij was dit gewoon cool zeg maar.
Spijtig genoeg heb ik er een kwetsuur aan overgehouden (ontstoken zenuw).
D'as oud worden zeker?
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Romanof om 16:06 Reageer op dit bericht

Meer van Lopen

↑ Terug naar de berichten