Weekend


Weekend

te goed werk leveren,
lada
Kate Bush
Catherine (Kate) Bush (Bexleyheath (Kent), 30 juli 1958) is een Britse zangeres.
Haar experimentele inslag heeft ervoor gezorgd dat ze wordt gewaardeerd door veel collega-muzikanten, en verder door een niet overdreven grote, maar wel zeer toegewijde schare fans. Dat blijkt uit het feit dat haar platen altijd goed verkopen, hoewel ze voor het maken van een album vaak meerdere jaren de tijd neemt; voor Aerial zelfs twaalf jaar.
Bush debuteerde in 1978 met de hit Wuthering Heights, dat was geïnspireerd op het gelijknamige boek van Emily Brontë. Het nummer stond in Groot-Brittannië vier weken lang op de eerste plaats van de hitlijsten. Ter gelegenheid van de opening van het Spookslot in de Efteling werd op 12 mei 1978 een tv-special met Bush uitgezonden. Het was haar allereerste televisieoptreden. De opnames vonden onder meer plaats in en rondom de te openen spookruïne. Daar staat ook nog steeds een (namaak) grafsteen met de naam Kate erop. Haar debuutalbum The Kick Inside werd zowel artistiek als commercieel hoog gewaardeerd. De plaat, geproduceerd door David Gilmour (Pink Floyd), bevatte hits zoals "Them Heavy People" en "The Man With The Child In His Eyes". David Gilmour wordt wel haar ontdekker genoemd, omdat hij haar zowel financieel als moreel steunde tijdens het opnemen van haar eerste demo's, en haar verder ook promootte bij zijn eigen platenmaatschappij, EMI.
Bush ondernam slechts eenmaal een tournee, The Tour Of Life, in 1978-1979. Ze baarde veel opzien door haar mime-achtige manier van dansen. Ze was de eerste zanger die live een draadloze microfoon op haar hoofd droeg (waardoor ze haar handen vrij had).
Latere albums zoals Lionheart en Never for Ever waren commercieel gezien iets minder succesvol dan haar debuut maar niettemin werden "Babooshka" en "Army Dreamers" hits. Latere hits waren onder andere "Cloudbusting" en "Running Up That Hill". Voor de videoclip van "Cloudbusting" had Bush haar haren kort laten knippen, en Donald Sutherland speelde haar vader. Eind jaren tachtig scoorde Bush een hit samen met Peter Gabriel met het nummer "Don't Give Up". In 1986 nam ze eveneens een duet op met de Schotse band Big Country ("The Seer").
In 1989 verscheen haar album The Sensual World, dat haar best verkochte album in Amerika werd. Na het album The Red Shoes (1993) trok Bush zich jarenlang terug op een eiland in de Theems, waar ze werkte aan haar album Aerial, waarvan het nummer "King of the Mountain" een bescheiden hit werd. Op 18 januari 2002 verscheen Bush voor het eerst sinds jaren weer op het podium als speciale gast van David Gilmour tijdens een concert in de Royal Festival Hall.
In 2007 is er een documentaire over Kate Bush gemaakt onder de titel "Come Back Kate", waarin toegewijde fans over hun bijzondere band met de zangeres verhalen. Hoewel haar bijzondere stijl niet iedereen gemakkelijk in het gehoor ligt, wordt Kate Bush breed gerespecteerd onder collega-muzikanten. Tori Amos, Björk, Sinéad O'Connor en de Nederlandse artiest Valensia hebben in interviews aangegeven dat ze door Kate Bush zijn beïnvloed en geïnspireerd.
In januari 2011 schreef de Britse krant The Guardian dat er 'vrijwel zeker' nieuw materiaal van Kate zou verschijnen in de loop van het jaar. Een woordvoerder van EMI Records bevestigde het bericht, maar wees er op dat het niet zeker was in welke vorm deze nieuwe muziek zou uitkomen. Deze geruchten werden op 11 maart 2011 officieel bevestigd, toen via Bush' Twitter en Facebook accounts een persbericht werd uitgegeven. Hierin werd een nieuw compilatie-album aangekondigd onder de titel Director's Cut. In deze release, die gepland stond voor 16 mei 2011 zal Bush haar vorige albums The Sensual World en The Red Shoes opnieuw bewerken, voorzien van nieuwe opnames en remasters. Na jaren van afwezigheid bleek Kate Bush nog altijd populair. In Nederland kwam dit album binnen op nummer 6 in de album top 100. In de Britse Album Top 40 kwam ze binnen op plaats 2. In het persbericht werd bovendien aangekondigd dat Bush later met nieuw materiaal zal komen. Op 21 november 2011 is het album 50 Words For Snow uitgekomen, waaraan o.a. Kates zoon Albert (Bertie), Elton John en Stephen Fry hebben meegewerkt.
In augustus 2012 gingen de geruchten rond dat Kate Bush op de slotceremonie van de Olympische spelen (12 augustus) zou optreden. Dit zou een speciale gebeurtenis zijn, omdat Kate amper live-optredens geeft. Ze voelt er zich namelijk nogal ongemakkelijk bij om haar nummers voor een publiek te brengen. Op de ceremonie werd er uiteindelijk enkel maar haar recent uitgebrachte remake van R.U.T.H. afgespeeld. Zijzelf was er nergens te bespeuren. Achteraf liet Kate de organisatie van de slotshow wel weten dat ze het draaien van haar remake op prijs stelde.



Verjaardag
dinsdag

Oasis
Oasis was een Engelse rockband uit Manchester. De groep werd begin jaren '90 bekend door hun debuutalbum Definitely Maybe (1994).
De band draaide om Liam Gallagher (zang en tamboerijn) en, tot eind augustus 2009, zijn broer Noel Gallagher (gitaar en zang). Andere leden zijn Paul "Bonehead" Arthurs (gitaar), Paul "Guigsy" McGuigan (bas) en Tony McCaroll (drums). McCaroll werd in 1995 vervangen door Alan White. In 1999 hielden Bonehead en McGuigan het tijdens het opnemen van het vierde album, Standing on the Shoulder of Giants, voor gezien. Noel, Liam en Alan maakten het album af. Bonehead en McGuigan werden voor de tour en uiteindelijk vast vervangen door Andy Bell op bas (voorheen van de band Ride en later Hurricane #1) en Gem Archer (eerder van Heavy Stereo) op gitaar. Vroeg in 2004 verliet White de band. Oasis maakte niet snel de naam van een nieuwe drummer bekend, maar Zak Starkey, de zoon van ex-Beatle Ringo Starr, werkte mee aan hun nieuwe album en trad met de band op. Inmiddels is Starkey uit de band en vervangen door ex-Robbie Williams-drummer Chris Sharrock.
Op 28 augustus 2009, tijdens de "Dig Out Your Soul" tour, maakte Noel Gallagher op de officiële Oasis website bekend dat hij geen dag langer meer kon samenwerken met zijn broer Liam en heeft besloten de band te verlaten. Een maand later gaf zijn broer Liam aan dat de band officieel gestopt was.
Oasis werd bekend in 1994 toen ze hun eerste single Supersonic uitbrachten. De groep werd al vlug een hype in Engeland en volgende singles als Live forever en Cigarettes and Alcohol werden grote hits. Hun eerste album Definitely Maybe wordt als een van de beste debuutplaten ooit in de rockgeschiedenis beschouwd. Het verkocht ongeveer 7 miljoen exemplaren.
Met hun tweede album (What's the Story?) Morning Glory werd Oasis ook internationaal een supergroep. Mede door superhit Wonderwall verkocht (What's the Story?) Morning Glory meer dan 21 miljoen exemplaren. (What's the Story?) Morning Glory wordt als een van de beste albums van de jaren '90 van de 20e eeuw beschouwd. In de zomer van 1995 vocht Oasis een vete uit met Blur. Beiden brachten hun nieuwe singles op dezelfde dag uit. Blurs Country House kwam op 1 in de Engelse charts, Oasis' Roll with it op 2. Oasis' album Morning glory verkocht echter veel meer dan het album The great escape van Blur. Ook de tournees van Oasis liepen niet van een leien dakje. Liam liet enkele concerten van de Amerikaanse tournee lopen, net als de MTV Unplugged show. In de zomer van 1996 speelde Oasis voor 250.000 mensen op Knebworth, meteen de grootste outdoor-concerten ooit in Engeland.
In de zomer van 1997 kwam Oasis terug met de single D'you know what I mean. De single schoot meteen naar nummer 1 in de Engelse hitlijsten. Het daaropvolgende album Be Here Now werd het snelstverkochte album aller tijden en kwam daarmee in het Guinness Book of Records. De critici waren echter niet zo positief over het album. Toch werden ongeveer 8 miljoen exemplaren van het album verkocht.
In 1999 verlieten Guigs en Bonehead de band en werden vervangen door Andy Bell en Gem Archer. In 2000 bracht Oasis het album Standing on the shoulder of giants uit. Het was een experimenteel album. Het verkocht minder dan de vorige albums maar het kwam toch weer op nummer 1 terecht in de Britse hitlijsten. Ook nu weer waren er problemen op tournee. Noel verliet de tour halverwege en liet broer Liam alle andere concerten behalve de Britse alleen afwerken. Een splitsing leek nabij maar in september 2000 dook Oasis terug de studio in om aan een nieuw album te werken.
Het album Heathen Chemistry werd in 2002 uitgebracht. Het album werd algemeen als een comeback beschouwd. Oasis bracht liedjes terug die herinnerden aan hun sound uit de jaren 90. The Hindu times en Stop crying your heart out werden grote hits in Engeland. Het album Heathen Chemistry verkocht ongeveer 4 miljoen exemplaren. Ook nu weer waren er incidenten op tournee. Noel kreeg met een auto-ongeluk te maken in de Verenigde Staten, zonder erg letsel, en Liam raakte in een Duits hotel verwikkeld in een gevecht waarbij hij zijn voorste ondertanden kwijtraakte.
In januari 2004 zette Oasis zijn drummer Alan White aan de kant. Hij werd vervangen door Zak Starkey, zoon van Beatlesdrummer Ringo Starr. Starkey speelde de eerste keer met Oasis op Glastonbury 2004. Hij ging ook de studio in met Oasis om aan een nieuw album te werken. Dat nieuwe album werd in 2005 uitgebracht en heet Don't believe the truth. Het album bevat de singles Lyla, The importance of being idle en Let there be love. Wederom had Oasis een album op nummer 1 in het Verenigd Koninkrijk. In 2005/2006 deed Oasis een toer in Noord- en Zuid-Amerika en Europa.
Hierna zou Oasis enige jaren stilliggen, aldus Noel. Op 20 november 2006 kwam een verzamelalbum uit, getiteld "Stop The Clocks". Het bevat 18 bekende nummers en de betere b-sides. De tracklist werd bekendgemaakt op de website van Oasis. Het album haalde de 2e plaats in de Britse hitlijsten. Na 5 weken had het album wereldwijd al meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht. Om het album te promoten, tourde Noel Gallagher samen met gitarist Gem. Ze gaven enkele kleinschalige semi-akoestische concerten. De film Lord don't slow me down, een rockumentary over de Don't believe the truth-tour, werd eind 2006 voor het eerst vertoond in New York. In februari 2007 werd Oasis gehuldigd met de Lifetime Achievement-award op de Brit awards 2007, waar ze ook 5 nummers live speelden. In maart en april gaf Noel weer enkele akoestische optredens in Moskou en Londen. In april werd bekendgemaakt dat Oasis een nummer zou coveren van Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band van The Beatles, naar aanleiding van de 40e verjaardag van die plaat. Ook andere bands zoals Kaiser Chiefs en Travis coverden een nummer. Oasis bracht een versie van Within You Without You. Ondertussen maakte Noel bekend dat Oasis in juli de studio zou induiken voor de opnames van een nieuw album. Dit wordt verwacht tegen eind volgend jaar.
Op 13 augustus werd bekendgemaakt dat Oasis een nieuwe dubbel DVD uit gaat brengen. Lord don't slow me down(was al aangekondigd maar nog niet zeker), bevat onder andere het concert in Manchester dat Oasis in 2005 heeft gegeven. Op 29 oktober zou de release plaatsvinden. In september dit jaar vertelde Noel dat hij vader is geworden van een zoon (Donovan), daardoor hebben de opnames even stilgelegen.
Op 6 oktober 2008 werd het album Dig Out Your Soul uitgebracht. Door zowel vele fans als critici aangewezen als de beste Oasis-release van de afgelopen 10 jaar. Het album werd voorafgegaan door de single The shock of the lightning, uitgebracht op 29 september 2008. Op de eerste dag van de release verkocht het album bijna 90.000 exemplaren. Hiermee is het het snelst verkopende album op de eerste dag van release van 2008 op Coldplays Viva La Vida na. In totaal verkocht het album in Engeland 260.000 exemplaren in de eerste week van release. Hiermee is het na een week het op een na best verkopende album van 2008, weer op Coldplay na.
In Italië kwam het album nieuw binnen op nummer 1. Met 53.000 verkochte exemplaren in Amerika kwam Dig Out Your Soul binnen op plaats 5 in de album top 200. Iets dat sinds de release van Be Here Now niet meer was voorgekomen.
Het album is opgenomen in de Abbey Road Studios en is het eerste album dat uitgebracht werd op het eigen label van de Gallagher brothers, genaamd Big Brother.Het album bevat in totaal 11
Toekomst (2009 – nu)
Eind 2009 kondigde Liam aan dat de bandleden een doorstart zouden maken onder de originele naam, zonder Noel, en dat de band al enkele demo’s had gemaakt. Later maakte Liam echter bekend dat de band verdergaat onder een nieuwe, toen nog onbekende, naam. Opmerkend was dat Liam bij de vraag wat de nieuwe bandnaam zou gaan worden antwoordde: "not Oasis, that was a shit name anyway". Uiteindelijk is de naam van die nieuwe groep Beady Eye.



Zondag
Triggerfinger



Ry Cooder
Ryland Peter (Ry) Cooder (Los Angeles, 15 maart 1947) is een Amerikaans gitarist en producer. Aanvakelijk werkte hij als slide gitarist. Cooder heeft veel gewerkt als studiomuzikant waarbij hij aan vele film-soundtracks heeft meegewerkt. Cooder verzorgde onder andere de filmmuziek voor Paris, Texas (1984) van Wim Wenders. Ook speelde hij onder meer in Captain Beefheart’s Magic Band.
Onlangs verscheen zijn trilogie: Chavez Ravine, My name is Buddy en I, Flathead. Ook verscheen vorig jaar de verzamelaar The UFO has landed die zijn filmmuziek en zijn solo-werk bundelt.
Hij werkte samen met de Rolling Stones tussen 1968 en 1970. Zo speelde hij de slide gitaarsolo op Sister Morphine. Cooder vertrok bij de Rolling Stones omdat hij vond dat de leden van de Stones er met zijn liedjes vandoor gingen (plagiaat).
Cooder heeft vele albums gemaakt waarop hij samenspeelt met bekende en minder bekende muzikanten en in minder bekende stijlen. Een voorbeeld hiervan is Chicken Skin Music wat resulteerde in een hernieuwde belangstelling voor muziek uit Hawaï.
Ook had hij een bijdrage op het album Safe As Milk van Captain Beefheart, waar hij slide gitaar speelde.
In 1994 nam hij met de Malinese bluesgitarist Ali Farka Touré het album Talking Timbuktu op. Op zijn album Buena Vista Social Club (1997) werkte hij samen met Cubaanse muzikanten, wat hem een Grammy Award opleverde. Wim Wenders regisseerde een documentaire over dit project, die in 2000 genomineerd werd voor een Academy Award.
Tijdens concerten in juni 2009 in Carré in Amsterdam bracht Cooder samen met bassist Nick Lowe, zijn zoon Joachim en zangeres Juliette Commagere een selectie uit zijn oeuvre. De aangekondigde Flaco Jimenez moest verstek laten gaan wegens een hernia.
In 2011 werd Cooders album Pull Up Some Dust and Sit Down uitgegeven.
Een jaar later bracht hij het album "Election special" uit als zijn steun voor de Democratische Partij en president Barack Obama

hoi lieve mensen,
Peter Maffay
Eerst ééntje roken!!!!
City to City
City to City was een Nederlandse band die in 1999 in één klap beroemd werd met de single The Road Ahead. City to City bestond uit de zangers en gitaristen Maarten van Praag (geboren op 5 juli 1975) en Alexander (Sandro) van Breemen. De bandnaam is een verwijzing naar de stedennamen in de namen van de beide leden.
City to City werd opgericht in 1998, nadat Henk Temming (voormalig Het Goede Doel) Maarten van Praag hoorde zingen. Hij bracht Maarten van Praag in contact met Sandro van Breemen, die verbonden was aan de geluidsstudio van Sander van Herk en Henk Temming (Stu Stu Studio). Het nummer The Road Ahead werd door Rens van der Meer & Jan de Roos (van geluidsstudio Thrills Music & Sound) gemaakt voor een televisiecommercial van het automerk Mitsubishi. Ondanks het feit dat veel muziekliefhebbers het nummer beschouwden als plagiaat van REM's Everybody Hurts, werd het lied erg populair.
In 2000 scoorde de groep nog een hit met House with Two Faces (Van Breemen). Het lukte de groep echter niet om meer hits te scoren. In 2002 stapte Sandro van Breemen uit City to City en begint een nieuwe band, genaamd Plaeto waarna hij in 2006 de naam weer aanneemt die hij bij geboorte kreeg, Alexander.
Toen "The Road Ahead (Miles of the unknown)" later op single werd uitgebracht, kwam het nummer uiteindelijk terecht op de eerste plaats van de Nederlandse hitparades. In de Top 40 kwam het nummer pas na twaalf weken op nummer 1 en bleef daar 4 weken staan. Het kwam bovendien op #1 terecht in het jaaroverzicht van 1999. In de Top 100-jaarlijst van bestverkochte singles van 1999 stond het op de 4e plaats. City to City wint een Edison voor Beste Nieuwkomer Nationaal.
In de Top 2000 hangt het lied al enkele jaren rond de positie 800.

bedankt,
mopje
Bedankt
Pasen
Bijna weekend,
Hij en Zij