Kerstmeisjes

Kerstmeisjes
KerstavondKatholieken gaan op kerstavond naar een middernachtmis in de kerk om de geboorte van Christus te vieren. Ook in steeds meer protestantse kerken wordt kerstavond gevierd met een kerkdienst. Veel mensen gaan dan naar de kerk. Het is vaak een van de drukste kerkdiensten van het jaar.
De gewoonte om op de avond voor de eigenlijke feestdag naar de kerk te gaan is zeer oud en stamt uit de Joodse traditie. In het Jodendom begint de dag namelijk met de nacht. De sabbat begint bijvoorbeeld op vrijdagavond na zonsondergang. Dit is in het Christendom in stand gehouden en viert men dus op de avond voor Kerst al het Kerstfeest.
Bing Crosby
Harry Lillis Crosby (Tacoma (Washington), 3 mei 1903 – Madrid, 14 oktober 1977) was een populair Amerikaans zanger en acteur. Bing Crosby's grootste hit was zijn opname van het door Irving Berlin gecomponeerde lied White Christmas.
Bing Crosby groeide op met Al Rinker, de jongere broer van de zangeres Mildred Bailey. Crosby en Rinker hebben gebruik gemaakt van Bailey's verbindingen in de muziekwereld en na afloop van hun schooltijd werden zij dan ook lid van Paul Whiteman's Rhythm Boys. Crosby bezocht een Jezuïeten-College en studeerde rechten. Terwijl hij met collega's op zakenreis was, zong hij in bars en verklaarde, dat hij hiermee veel meer verdiende dan in zijn baan als advocaat. Hierop besloot hij zijn carrière als advocaat voor altijd op te geven en zich uitsluitend op zijn zangcarrière te storten.
Zijn grootste hit was zijn versie van Irving Berlins song "White Christmas", een van de grootste verkoopsuccessen aller tijden en na Candle in the Wind van Elton John op nummer 2 in de eeuwige bestsellerlijst. Crosby won 21 keer goud, bijvoorbeeld, "I'll Be Home for Christmas", "Too-Ra-Lo-Ra-Loo-Ral" en "Swinging on a Star". Hij speelde ook in tal van films in de jaren 1930 tot 1960. In 1956 kreeg het door Cole Porter gecomponeerde, samen met Grace Kelly gezongen liefdesduet "True Love" uit de film "High Society" een Oscarnominatie en werd een evergreen.
Crosby was twee keer getrouwd. Aangezien zijn tweede vrouw, de actrice Kathryn Grant, aanzienlijk jonger was dan Crosby, had hij ook nog op latere leeftijd kinderen. Zijn kinderen uit beide huwelijken behoorden daarom tot verschillende generaties. Na het overlijden van Bing Crosby, schreef zijn oudste zoon uit het eerste huwelijk een omstreden biografie waarin hij zijn vader als autocratisch beschrijft. Twee van Crosby´s kinderen, Lindsay en Dennis, pleegden zelfmoord. De actrice Denise Crosby is een kleindochter en de actrice Mary Crosby is een dochter van Bing Crosby.
Bing Crosby - een fanatieke golfer - stierf in 1977 na een ronde golf in Spanje - hij was ingestort vanwege een zware hartkwaal. Hij werd op de begraafplaats Holy Cross in Culver City, Californië begraven. Enige onzekerheid bestaat er nog steeds over de geboorteplaats en het geboortejaar van Bing Crosby. De meeste bronnen geven het geboortejaar met 1903 aan, maar op zijn grafsteen staat - op aanwijzing van zijn familie - als geboortejaar het jaartal 1904.
In erkenning voor zijn inzet voor de golfsport werd Crosby 1978 postuum in de World Golf Hall of Fame opgenomen.


The mamas and the Papas
The Mamas and The Papas was een toonaangevende Amerikaanse zanggroep uit het midden van de jaren zestig. Samen met The Beach Boys behoorden ze tot de weinige Amerikanen die succes hadden tijdens de zogenaamde Britse invasie.
John Phillips, Cass Elliot, Denny Doherty en Michelle Phillips formeerden de groep nadat voorgaande pogingen tot het opzetten van een folk-groep hadden gefaald. Ze hadden al direct een reusachtige hit met California Dreamin' , wat nog steeds hun bekendste nummer is.
De naam werd geïnspireerd door een praatprogramma op televisie. Voor het uitbrengen van hun eerste album was de band bekend onder de naam The New Journeymen maar ze zochten een makkelijker in het gehoor liggende naam. Tijdens een brainstorm-sessie zette iemand de televisie aan. In het programma werd een gesprek gevoerd met een Hell's Angel. De eerste zin die ze hoorden was "Now hold on there, Hoss. Some people call our women cheap, but we just call them our Mamas". ("Ho even, Hoss. Sommige mensen betitelen onze vrouwen als 'goedkoop' maar wij noemen ze gewoon 'Mama'"). Cass sprong op en riep uit "Ja! Ik wil een 'Mama' zijn!" Michelle stemde daarmee in en wilde ook een 'Mama' zijn. John en Denny keken elkaar aan en John zei "Papas? Okay, probleem opgelost". De band had haar nieuwe naam.
In interviews geven de bandleden grif toe dat tijdens hun opnamesessies (en eigenlijk ook de rest van hun leven) veel gebruik werd gemaakt van drugs, er was altijd veel marihuana en andere populaire drugs uit die tijd voorhanden. Ze geven zelfs toe dat zij de drugs gebruikten voor de ogen van hun kinderen, die ook vaak bij de opnamesessies aanwezig waren.
Het verhaal van het einde van de band lijkt wel wat op het klassieke Koning Arthur verhaal, vanwege de intriges tussen, en het effect daarvan op, de bandleden. Al lang voor het ontstaan van de band waren John en Michelle getrouwd, toen zij pas zeventien jaar oud was. Vroeg in het bestaan van de band, toen ze nog The Journeymen heetten en Cass er nog niet bij was, begonnen Michelle en Doherty een verhouding. Dit wisten ze lange tijd voor de andere twee bandleden verborgen te houden. Tijdens een reis door Mexico vertelde Denny aan Cass over de verhouding. Cass was woedend omdat ze in stilte verliefd was op Denny. Enige tijd later betrapte John de twee op heterdaad en verliet het huis waar ze samen in woonden.
John kon niet langer samenwonen met Michelle en trok in bij Denny. Beiden heren waren nog steeds verliefd op Michelle en confronteerden haar op een dag met het verzoek om een keuze te maken. Na enige besluiteloosheid koos ze voor John en ging weer met hem samenwonen. Dit hield echter niet lang stand waarna Michelle haar toevlucht zocht in de armen van Gene Clark, lid van de bevriende en concurrerende band The Byrds. Na een concert waarbij Michelle kushandjes blies in de richting van Clark die op de eerste rij zat was de maat voor John Phillips vol. Hij zei dat hij niet langer met Michelle samen kon optreden. Samen met een advocaat stelden ze een verklaring op dat Michelle uit de band werd gezet.
Jill Gibson, een vriendin van hun producer, werd ingehuurd om de plaats van Michelle in te nemen. Gibson was geen zangeres (volgens sommigen was Michelle dat ook niet) maar leerde in enkele weken de nummers goed te vertolken. Haar belangrijkste bijdrage was echter dat ze vooral uiterlijk erg op Michelle leek: lang blond haar, slank, knap gezicht.
Al snel nadat ze weer begonnen op treden bleken de fans niet gelukkig met deze vervanging. Tijdens ieder optreden riepen de fans "Where is Mama Michelle?" en "We want Mama Michelle". Kort daarop werd Michelle weer in de band opgenomen en kon Jill vertrekken.
Alles leek weer bij het oude: John en Michelle waren weer samen en de band was weer aan het werk. Kenny Doherty was echter zwaar aan het drinken geslagen om Michelle maar te vergeten en had het er heel moeilijk mee haar samen met John te zien. De band trad aan als afsluiter van het eerste Monterey Pop Festival maar het optreden was geen succes.
De band probeerde te werken aan een nieuw album (wat ze contractueel verplicht waren) maar vorderden nauwelijks. Om hun creativiteit aan te slingeren maakten ze een trip naar Engeland. Op een feestje aangeboden door hun platenmaatschappij raakte Cass in gesprek met Mick Jagger. John kwam er bij en maakte een grove beledigende opmerking over haar ten overstaan van de aanwezigen. Beledigd en teleurgesteld rende Cass de kamer uit en verliet direct daarop de band. Als lapmiddel bracht de platenmaatschappij daarop een "Greatest Hits" album uit. Cass was contractueel verplicht mee te werken aan het volgende album en werkte dus mee aan The Papas & the Mamas.
Kort daarna, in juli 1968, hield de band op te bestaan.
Cass Elliot begon aan een zeer succesvolle solocarrière en toerde door de U.S. en Europa. Bij het nazien van de contracten besloot de platenmaatschappij dat ze nog een album te goed hadden van de band. Na bijna een jaar uit elkaar geweest te zijn kwamen de bandleden weer samen om hun laatste album"People Like Us (1971) op te nemen.
Mama Cass Elliot stierf tijdens een tournee aan een hartaanval op 29 juli 1974. Papa John Phillips stierf aan een hartstilstand op 18 maart 2001. Papa Denny Doherty overleed op 66-jarige leeftijd op 19 januari 2007 in de Canadese stad Mississauga aan de gevolgen van problemen aan de nieren. [1] Mama Michelle Phillips is als enige nog in leven; zij heeft een succesvolle acteercarrière achter de rug.
De eerste dochter van John, Mackenzie Phillips, had een tiener-rol in de jaren zeventig televisieserie One Day at a Time. De dochter van John en Michelle, Chynna, formeerde de band Wilson Phillips samen met de dochters van Beach Boy Brian Wilson met wie zij al van jongs af aan bevriend was. De derde en laatste dochter van John, Bijou Phillips, is een succesvol actrice.
In 1998 werden The Mamas & the Papas ingevoerd in de Rock & Roll Hall of Fame en in 2000 gebeurde datzelfde voor de Vocal Group Hall of Fame.


Marilyn monroe
Trini LopezTrini Lopez (geboren als Trinidad López III, Dallas (Texas), 15 mei 1937) is een Amerikaans zanger van Mexicaanse afkomst.
Hij had groot succes in 1963 met het lied "If I had a hammer". Het bereikte de eerste plaats in de hitlijsten in vijfentwintig landen, waaronder de Nederlandse Top 40. Het nummer stond op zijn debuutalbum "Trini Lopez Live at PJ's", dat verscheen op Reprise Records, het platenlabel van Frank Sinatra. Ook "La Bamba" van dezelfde lp werd een hit. Latere succesnummers van Lopez waren onder andere "This land is your land", "Kansas City" en "Adalita".
Met minder succes werkte Lopez ook als acteur. Zijn eerste film was "Marriage On The Rocks" (1965), waarin hij optrad naast Sinatra en Dean Martin. De bekendste film waarin hij speelde was "The Dirty Dozen" (1967).
Tegenwoordig treedt Trini Lopez nog steeds op. In 2005 nam hij deel aan een benefietconcert voor de slachtoffers van de Tsunami.
Winter
Blues
The Animals
The Animals was de naam van een Engelse groep, die deel uitmaakte van de Britse beat-explosie van begin jaren zestig.
De blikvanger van The Animals was zanger Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, maar het muzikale genie achter de groep was onmiskenbaar Alan Price. Price vormde in 1961 in Newcastle, samen met bassist Chas Chandler, drummer John Steel en gitarist Hilton Valentine The Alan Price Rhythm and Blues Combo. De leden kenden elkaar van school of uit het kleine jazz- en bluescircuit van Newcastle. Toen een jaar later Eric Burdon er als zanger bijkwam, veranderde men de naam in The Animals. De uitzonderlijke stem van Burdon plaatste hem al snel op de voorgrond.
The Animals beschouwden zichzelf als rhythm and bluesgroep. Hun eerste single, Baby let me take you home, was echter een middle-of-the road popnummer, dat de band nooit live heeft willen spelen. Het nummer kwam op 16 april 1964 uit, maar geraakte in Engeland niet verder dan de 21ste plaats. Twee maanden later volgde hun bewerking van de traditional House of the rising sun en daarmee stootten ze direct door naar de eerste plaats, ook in de Verenigde Staten, waar het nummer echter, zonder medeweten van de band, in een sterk bekorte versie werd uitgebracht. Het nummer viel op door het karakteristieke gitaarintro en door het feit dat het zes minuten duurde, hoewel daar in de VS ruim de helft af ging. De opvolgers I'm crying, het Nina Simone-nummer Don't let me be misunderstood, Boom Boom en Sam Cookes Bring it on home to me deden het iets minder goed, maar de groep had wel haar naam definitief gevestigd. Het succes eiste ook zijn tol. De band werd door het management in een strak schema de weg op gestuurd en toerde door het Verenigd Koninkrijk, de rest van Europa en de Verenigde Staten. Als zanger kwam Burdon steeds meer in het centrum te staan. Muzikale meningsverschillen, maar ook een vliegangst deden Price in de zomer van 1965 besluiten de groep te verlaten. Met zijn nieuwe formatie, 'The Alan Price Set' ging hij een heel andere weg in en scoorde hij grote hits als I Put a Spell on You (1966), het Randy Newman-nummer Simon Smith & His Amazing Dancing Bear (1967) en Don't Stop The Carnival (1968).
Menigeen dacht dat met het vertrek van Price een einde zou aan komen de successen van The Animals. Nadat korte tijd Mickey Gallagher achter de toetsen had plaatsgenomen en Zoot Money werd afgewezen, werd Dave Rowberry het nieuwe lid van de band. Ook met hem bleven de hits komen: We've gotta get out of this place en It's my life stonden wekenlang in de top tien.
In 1966 stapte ook drummer John Steel uit de band. Zijn opvolger werd Barry Jenkins, die bij The Nashville Teens had gedrumd. Het waren de laatste maanden voor the Animals. Tijdens een televisieoptreden in de Verenigde Staten stortten zowel Burdon als Chandler in. In juni 1966 brachten The Animals nog Don't bring me down uit, dat de laatste hit voor de band werd. In september gingen de vijf uiteen. Burdon besloot zijn succes in Amerika uit te buiten en vertrok naar de VS. Zijn nieuwe band, met Jenkins nog steeds op drums, kreeg uit marketingoverwegingen een verwijzing naar the Animals. Aanvankelijk als als Eric Burdon and the Animals, in 1968 als the New Animals. Barry Jenkins bleef de band, waarin ook onder meer John Weider, Danny McCullough en Andy Summers speelden, tot het einde trouw. Burdon ging vanaf 1969 samenwerken met de Amerikaanse band War als Eric Burdon and War. When I was young (juni 1967) was in deze periode een wereldhit en ook de opvolgers Good Times, San Franciscan nights Sky Pilot Monterey en Ring of fire haalden de charts, maar echte knallers kwamen er nooit meer voor Burdon. Hij was onmiskenbaar een fenomenale zanger, maar in zijn eentje miste hij blijkbaar dat "iets" dat hem met The Animals wel in het centrum van de aandacht bracht.
In 1975 kwamen de vijf oorspronkelijke Animals toch weer bijeen om, in de studio's van Chas Chandler, intussen een succesvol manager en produces, een nieuw album op te nemen. Dit Before we were so rudely interrupted kwam pas in 1977 uit en bevatte twaalf nummers die naadloos aansloten bij het geluid dat de groep tien jaar eerder kenmerkte. Hoewel het album door de pers goed werd ontvangen, reageerde het publiek lauw. Dat was anders toen in 1983 het album Ark verscheen, waarop deze zelfde Animals een wat moderner geluid aansloegen. Het nummer The Night was goed voor een bescheiden hitnotering en de band ging, voor het eerst in zeventien jaar, op tournee. Naar aanleiding van die tournee verscheen in 1984 een live-album.
Daarna kwam er niets meer van een reünie. De vijf Animals kregen in 1994 een plaatsje op de Rock 'n Roll Hall of Fame. In de jaren negentig trad Danny McCullough met een band op, die hij the Animals noemde en deze groep bracht zelfs een aantal cd's uit. Op de golven van de nostalgie meeliftend begonnen ook Valentine, Steel en Rowberry weer samen op te treden en deze groep had, met een nieuwe zanger en bassist, de meeste aanspraken op de naam the Animals. Nadat Valentine zich had teruggetrokken, bleven Rowberry en Steel met hun band optreden als Animals and Friends. Intussen had ook Burdon belangstelling voor de oude bandnaam. Hij hernoemde zijn oude begeleidingsband in The Animals en kreeg prompt een conflict met Steel, die zich als rechthebbende op die naam opwierp. De zaak kwam uiteindelijk voor de Engelse rechter, die Steel in 2008 in het gelijk stelde, mede omdat Burdon al in 1967 de bandnaam had laten vallen. In het Verenigd Koninkrijk is Steel momenteel de enige die een band The Animals mag noemen. Burdon toert intussen de wereld rond als Eric Burdon and the Animals en trad in die hoedanigheid in oktober 2009 nog in Paradiso in Amsterdam op.Burdon toert intussen de wereld rond als Eric Burdon and the Animals en treedt in die hoedanigheid in september 2011 in Tivoli op.


Humor
Humor is het vermogen om iets dat grappig, amusant of geestig is aan te voelen, te waarderen of tot uitdrukking te brengen. Humor kan ook een aanduiding zijn van de expressie van iets komisch of grappigs in woord, daad of geschrift. Er bestaan meerdere vormen van humor. Grappen zijn verhalen met een bedoelde humoristische of geestige strekking.
De term humor is, evenals als het woord humeur, afgeleid van het Griekse woord voor vocht of sap (χυμός). De oude Grieken meenden namelijk dat de lichaamssappen het menselijk temperament of stemming regelden. Humor kan ook gezien worden als een eigenschap van het menselijk denken en menselijke emoties. Dit heeft betrekking op het kunnen begrijpen, aanvoelen of zelf bedenken van een bepaalde humoristische boodschap of grap. Wat hierbij een rol kan spelen is de mogelijkheid zichzelf (of de ander) als persoon, de opvattingen (en eventuele gebeurtenissen), zodanig te relativeren, dat men er tegelijkertijd deel van uitmaakt (en de zaak en de betrokken persoon dus serieus neemt), maar tegelijkertijd ook er buiten kan staan (en dus zich afstand kan permitteren tot de zaak en zichzelf, of de betrokken persoon). De double-bind die hierdoor in de hersenen ontstaat, leidt doorgaans tot lachen, al dan niet met tranen. Ook in mensapen kan de lach worden waargenomen, al zijn de wetenschappers het er nog steeds niet over eens of deze hominidae over een zodanig vermogen tot (zelf)bespiegeling beschikken, dat het een vergelijkbaar gevoel voor humor oplevert.
Gevoel voor humor is het vermogen om humor te begrijpen of aan te voelen. Hierbij spelen individuele verschillen een belangrijke rol, zoals verschillen in cultuur, leeftijd, opleidingsniveau en intelligentie. Zo blijken kinderen nogal gevoelig voor slapstick: een typische nogal grove vorm van humor vervat in tekenfilms, cartoons of poppenkast. Satire slaat daarentegen op een meer verfijnde vorm van humor die volwassenen beter begrijpen.
Humor kan in de volgende situaties optreden:
Nederlanders hadden tot de 17de eeuw de reputatie een vrolijk volk te zijn, ze stonden toentertijd bekend om hun grote gevoel voor humor. In reisverhalen van buitenlandse schrijvers die Nederland bezochten, wordt gesproken over feestvierende Hollanders. Iedereen las kluchten en schilders zoals Jan Steen schilderden vrolijke taferelen. De Haagse jurist Aernout van Overbeke was dé humorist van de 17e eeuw, hij trok het land door en trad op op feesten en partijen. De Nederlanders raakten hun gevoel voor humor aan het einde van de 17e eeuw kwijt, met de opkomst van het calvinisme. De kerk vond lachen zondig en zo werden de Nederlanders een somber volk. Pas in de 20ste eeuw kwam de humor weer terug in het publieke leven.
Niet alle soorten humor zijn voor ieder publiek plezierig. Sommige soorten humor wekken pijnlijke reacties op bij bepaalde mensen: wat voor de één grappig is, is voor de ander niet grappig. Humor die grappig is voor het ene soort publiek en juist kwetsend voor ander soort publiek is bijvoorbeeld racistische humor, tenzij er in die racistische humor een ironische ondertoon aanwezig is.
Het bezigen van grove humor kan een effectieve manier zijn om bijvoorbeeld een taboe-onderwerp bespreekbaar te maken maar omdat ironie vaak niet door iedereen als zodanig herkend wordt is het ook een risicovolle stijlfiguur, de kans dat er misverstanden ontstaan is groot.
Bij humor is het vaak zo dat dat bij de mens een bepaalde uitdrukking in het gezicht oproept. Deze uitdrukking varieert van een voorzichtige glimlach waarbij alleen de mondhoeken omhooggetrokken worden tot vervormingen van het gezicht waarbij vrijwel alle spieren in het gezicht een rol spelen. Vooral het gebruik van spieren rond de ogen zijn belangrijk: dankzij de uitdrukking rond de ogen is vaak het onderscheid op te merken tussen een echte, welgemeende (glim)lach, die plezier aanduidt, en een die alleen voor de vorm wordt gedaan, zoals wanneer een foto wordt genomen.
Onderzoek naar de relatie humor en hersenfuncties suggereert dat vooral dat de mediaal prefrontale cortex actief is als mensen naar gesproken grappen luisteren. Dit deel van de hersenen is ook actief bij beloning, en is vermoedelijk vooral betrokken bij het verwerken van de affectieve component van humor. Daarnaast blijken ook de taalgebieden in de temporale kwab actief. Dit deel van de hersenen lijkt vooral verbonden te zijn met de cognitieve kant van humor: dat wil zeggen het begrijpen van de betekenis van taalkundige grappen.
Ook in de literatuur wordt gebruikgemaakt van humor, soms als doel op zich, maar meestal als stijlmidddel om bijvoorbeeld de spanning wat te ontladen of sympathie voor een personage op te wekken. Geestigheid hoort net als intelligentie bij de persoonlijkheid van de schrijver, waardoor het ook in de producten van die schrijver zichtbaar zal worden. Het is dus best mogelijk dat die schrijver zich niet echt bewust is van zijn 'geestigheid'. Willem Elsschot die met Lijmen een van de geestigste boeken uit de Nederlandse literatuur schreef, beschouwde zichzelf geenszins als humoristisch.
Vaak worden sommige vormen van "lol" buiten de definitie van humor gelaten met als argument dat het gelach niet veroorzaakt wordt door ingrijpen in het denkproces. Dat zou dan bijvoorbeeld gelden voor poep- en pieshumor. Die tweedeling is echter moeilijk te maken: er zijn veel tussenvormen en een fysiologisch onderscheid is niet te maken.
Maandag
Gitaren





Mooi
Gitaar
Sint-Niklaas
mopje
Dave dee,Dozy,Beaky,Mick&Tich
Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich bestond uit:
Ze traden sinds 1961 op als groep onder verschillende namen, waarvan de voorlaatste 'Dave Dee and The Bostons' was. In Duitsland (Star Club) en Engeland traden ze op, maar succes bleef vooralsnog uit. Totdat ze in de zomer van 1964 optraden als 'supporting act' van de Honeycombs, die destijds een hit hadden met Have I The Right.
De managers van de Honeycombs, Ken Howard en Alan Blaikley, zagen een optreden van Dave Dee & The Bostons en waren razend enthousiast. Een platencontract werd getekend en Howard & Blaikley gingen de songs componeren. Met hun eerste hit You make it move scoorden ze eind 1965 een bescheiden notering (# 26) in de Britse charts. De periode 1966-1968 werd echter heel succesvol. Hits als Bend it, Save me, Okay, Zabadak, The legend Of Xanadu en Last night in Soho bereikten allemaal de Britse top 10. In de Verenigde Staten kwam de groep weliswaar niet van de grond, maar in Duitsland waren ze op enig moment zelfs populairder dan de Beatles.
In september 1969 verliet Dave Dee de groep en probeerde het met een solo-carrière. Alleen zijn single My woman's man uit 1970 kreeg enige aandacht. In datzelfde jaar scoorden Dozy, Beaky, Mick & Tich (zonder Dave Dee) als DBM&T met Tonight today nog een laatste hit. In 1972 ging de groep uit elkaar.
De band maakte in de jaren tachtig een doorstart als oldies-act en trad nog regelmatig op. Zo zouden zij op 13 december 2008 optreden in het Sportpaleis in Antwerpen. Echter, vlak voor het vertrek op een Londens vliegveld werd Dave Dee onwel en werd direct naar een ziekenhuis vervoerd. De overige bandleden traden wel op en de afwezige Dave Dee kreeg er een staande ovatie.
Dave Dee (65) overleed op 9 januari 2009. Hij was al enkele jaren ziek.


Betty Boop
Gerard de VriesGerard de Vries (Poeldijk, 19 augustus 1933) is een Nederlands zanger en diskjockey.
Gerard de Vries is vooral bekend om zijn Parlando-muziek, waarin hij in de zestiger jaren van de 20e eeuw enkele grote hits scoorde. Bekende hits van hem zijn Het Spel Kaarten uit 1965 en Giddy up go uit 1966. Veel van zijn nummers hebben het leven als vrachtwagenchauffeur als onderwerp. Onder meer Giddy up go en Teddybeer zijn hier voorbeelden van. Vaak zijn deze nummers vertalingen van de populaire Amerikaanse zanger Red Sovine. Opvallend is dat de vertaalde nummers van de Vries niet rijmen, terwijl die van Sovine dat wel doen. De hits over het leven als vrachtwagenchauffeur zijn in de regel verhalend. De nummers van De Vries hebben vaak een moraliserende ondertoon.
Radio Veronica-medewerkers en diskjockeys Ad Bouman, Hans Mondt, Tom Collins, Gerard de Vries en Klaas Vaak namen begin 1970 onder de naam De Binkies de carnavalshit "Met carnaval" op. Het reikt niet verder dan de Tipparade.
Naast zanger was Gerard de Vries diskjockey. Hij presenteerde aanvankelijk bij Radio Veronica onder het pseudoniem Cowboy Gerard en later bij de TROS onder eigen naam. Gerard de Vries baarde opzien door als eerste diskjockey openlijk voor zijn homoseksualiteit uit te komen. In 1972 praatte hij over Les Crane's Engelse tekst heen op diens single "Desiderata". Het werd de B-kant van de in Nederland uitgebrachte single. Op dit moment is Gerard de Vries actief bij de lokale omroep in Wijdemeren, Radio Wijdemeren.
Na zijn carrière als zanger en diskjockey werd Gerard de Vries ondernemer in de paranormale branche.
In 2007 was De Vries kort te zien in het 'datingspektakel' van (de Nederlandse versie van) het televisieprogramma Man bijt hond; hij had gereageerd op een oproep van kandidaat 'Gijs', die een man zocht. De Vries bood Gijs een zelfgeschreven boekje aan met de titel De Nederlandse taal.
Een soldaat moet verantwoording afleggen aan zijn sergeant over het uitspreiden van een spel kaarten in een Franse dorpskerk. Hij overtuigt de sergeant ervan dat de kaarten niet bedoeld zijn voor vermaak, maar dat alle kaarten een betekenis voor hem hebben. De 'drie' staat bijvoorbeeld voor de heilige drie-eenheid, de 'tien' staat voor de tien geboden en de boer staat voor de duivel. Hij concludeert daarom dat zijn spel kaarten veel meer zijn dan een vermaaksmiddel: ze betekenen voor hem 'een bijbel, een almanak en een kerkboek tegelijk'.
Een vrachtwagenchauffeur laat zijn nieuwe truck aan zijn vrouw en zijn zoontje zien. Het kind, dat net kan praten, roept "Giddy up Go!". De chauffeur besluit zijn truck zo te noemen en schildert de naam achterop. Na een lange reis met zijn truck blijkt zijn vrouw verdwenen te zijn, samen met zijn zoontje. De chauffeur rijdt jaren alleen rond, tot hij een vrachtauto ziet rijden die ook 'Giddy up Go' heet. De chauffeur daarvan blijkt zijn verloren zoon te zijn die in de voetsporen van zijn vader was getreden en zijn truck ook 'Giddy up Go' had genoemd.
Een jonge, gehandicapte jongen zoekt contact via de 27MC met vrachtwagenchauffeurs. De 27MC-'bak' heeft hij van zijn vader, die overleden is. Hij voelt zich eenzaam omdat zijn moeder de hele dag moet werken om de kost te verdienen. Uiteindelijk raakt hij aan de praat met een chauffeur, die hem uiteindelijk komt opzoeken met een aantal andere vrachwagenchauffeurs, en zijn droom om ook vrachtwagenchauffeur te worden even waar maakt door hem in hun trucks te laten zitten. Hierdoor heeft de jongen de dag van zijn leven.
Behalve de vertaalde nummers van Sovine schreef De Vries ook zelf nummers, onder meer het nummer Handen waarin hij een opsomming geeft van zowel de positieve als negatieve activiteiten die mensen met hun 'handen' kunnen uitvoeren. Zo kunnen mensen zowel met hun handen 'een kind vasthouden', maar ook 'een pistool of geweer omklemmen'. Hij besluit het nummer dan ook met 'Wij hebben zo erg veel in eigen hand'.
Dit liedje gaat over een jongetje dat alles heeft opgeschreven wat hij die week gedaan heeft en het papiertje aan zijn moeder geeft. In totaal vraagt hij 14 gulden 75. Als zijn moeder dat gelezen heeft, draait zij het papiertje om, schrijft op de achterkant en liet het aan haar zoontje zien. Daarop leest het jongetje dat zijn moeder hem negen maanden bij zich heeft gehouden, hem getroost als hij verdrietig was, de dokter gebeld heeft als hij ziek was, tot zijn zesde heeft voorgelezen, naar hem toe is gekomen als hij bang was en altijd van hem houdt. In totaal vraagt zij niets. Het jongetje schrijft dan weer op de voorkant van het papiertje: alles afbetaald en heeft tranen van ontroering in zijn ogen.
Wim is een vertegenwoordiger die sinds jaren weer eens uit zou gaan met zijn vrouw. Maar die avond kwam er wat tussen. In het café belde hij zijn vrouw en zei hun afspraak af. Kwaad hing zijn vrouw op. Boos bestelde Wim de ene na de andere borrel. Na zijn zestiende borrel, stond Wim op en zei tegen de caféhouder dat hij opstapt. Deze raadde hem aan om een taxi te nemen. Wim deed dit en bestelde een taxi. Onderweg naar huis reed de taxi een vrouw aan; Wim's vrouw! Wim was op slag weer nuchter. Zijn vrouw werd naar het ziekenhuis gebracht en daar bezocht Wim haar de volgende morgen. Als zijn kind hem vraagt hoe dit kon gebeuren, zei Wim: "Als ik mij aan mijn belofte had gehouden, was dit nooit gebeurd."
Gilbert 'OSullivan,deze uitzending dateerd van 37 jaar terug in top off the popsGilbert O'Sullivan (pseudoniem van Raymond O'Sullivan) (Waterford, 1 december 1946) is een Iers zanger en songwriter.
O'Sullivan werd geboren in Ierland. Hij verhuisde in 1960 naar Swindon waar hij geïnteresseerd raakte in muziek. In 1967 tekende hij een vijfjarig platencontract bij CBS Records Eind jaren '60 maakte hij zijn eerste plaatopnamen, maar met weinig succes. Wel namen The Tremeloes enkele nummers van hem op ('You' en 'What can I do?'). In de jaren '70 had hij zelf wereldwijd succes met nummers als
Zijn debuutalbum 'Himself' stond wekenlang aan de top. Zijn populariteit in Japan heeft er in de jaren '90 voor gezorgd dat hij in de muziek kon doorgaan.
Zijn muziek wordt gekenmerkt door soepele melodieën die gekoppeld worden aan een zeer kunstig samengestelde tekst. Zijn bescheidenheid en teruggetrokken leven (wars van 'showbusiness') hebben voorkomen dat hij in de schijnwerpers bleef. O'Sullivan woont anno 2009 op Jersey in de gemeente Saint Mary, maar schrijft nog steeds muziek, maakt nog steeds CD's en treedt nog steeds op.
In 2003 verscheen zijn jazzy-CD 'Piano Foreplay', in juni 2005 gaf hij 13 uitverkochte concerten in Japan en in oktober 2006 verscheen zijn nieuwste album 'A scruff at heart'. Op 26 oktober 2009 stond hij weer in de Royal Albert Hall.
Vermaard zijn O'Sullivans aanvankelijke crisisimage (met bloempotkapsel, streepjesdas en 3/4-broek) en zijn proces tegen de manager die hem beroemd maakte Gordon Mills. Hij won zijn proces en kreeg de rechten terug van zijn sublieme, miljoenenverkopende nummers. In de muziekindustrie is deze uitspraak een precedent geweest voor vele andere artiesten.
Op 26 augustus 2010 verbindt Gilbert zich aan platenmaatschappij Hypertension (waar o.a. ook Gerry Rafferty, Chris DeBurgh, Joan Armatrading, Leo Sayer en Fleetwoord Mac onder contract staan).
Op 31 januari 2011 verscheen zijn nieuwste album 'Gilbertville' (met 14 nieuwe composities en een door Harry Hill voorgedragen gedicht) en in 2011 tourt Gilbert door Engeland, Ierland, Denemarken, Noorwegen, Duitsland en Nederland.
Vermaard zijn O'Sullivans aanvankelijke crisisimage (met bloempotkapsel, streepjesdas en 3/4-broek) en zijn proces tegen de manager die hem beroemd maakte Gordon Mills. Hij won zijn proces en kreeg de rechten terug van zijn sublieme, miljoenenverkopende nummers. In de muziekindustrie is deze uitspraak een precedent geweest voor vele andere artiesten.
Op 26 augustus 2010 verbindt Gilbert zich aan platenmaatschappij Hypertension (waar o.a. ook Gerry Rafferty, Chris DeBurgh, Joan Armatrading, Leo Sayer en Fleetwoord Mac onder contract staan).