Naar de inhoud

Humor

akke.beakke.be

Berichten van 1 januari 2012 tot 31 december 2012

Lucifer

Lucifer (popgroep)

Lucifer was in de jaren 70 een popgroep met zangeres Margriet Eshuijs en later bekende Nederlander Henny Huisman. In 1975 scoren ze een grote hit met 'House for sale'. Later, als de band minder succes kent, gaat Margriet Eshuijs verder met een solocarrière.

In 1974 ontdekte Frank Jansen bij het legendarische Van Dijk in Loosdrecht een opmerkelijk trio dat bestond uit een fantastische zangeres/organiste, een clowneske drummer en de spreekwoordelijke stoïcijnse bassist. Hun namen waren Margriet Eshuis, Hennie Huisman en Dick Buysman. Er volgde een platenkontrakt en een probleem: want wat is een artiest zonder goed repertoire? Hun eigen werk was nog niet volwassen genoeg. Jansen putte uit zijn relatie met het Californisch songwriters duo Gloria Sklerov/Harry Lloyd - die toen al vele hits voor Sonny & Cher op hun naam hadden staan - en koos uit de demo die zij hem stuurden HOUSE FOR SALE. Met Hans Vermeulen als arrangeur/producent werd dat de doorbraak van Lucifer.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Rud om 17:15 Reageer op dit bericht

Wim De Craene

Wim De Craene

Wim De Craene (Melle, 30 juli 1950 - Gent, 14 september 1990) was een Belgisch zanger en componist, vaak ingedeeld onder kleinkunst, alhoewel hij ook met popmuziek en andere stijlen experimenteerde. Zijn bekendste nummers zijn Rozanne en Tim.

Biografie

Jeugd

Wim De Craene werd geboren in een katholiek gezin met zeven kinderen. Op zestienjarige leeftijd begon hij rond te trekken. Hij studeerde verpleegkunde en toneel, maar brak zijn studies voortijdig af. Met de inkomsten die hij als schoorsteenveger en biertapper verdiende, kocht De Craene zijn eerste gitaar. Eind jaren '60 maakte hij deel uit van de Vlaamse folkgroep Ja en werd zo ontdekt door Miel Cools.

Op achttienjarige leeftijd trok hij naar Amsterdam om dichter bij zijn mentor Ramses Shaffy te kunnen wonen. Shaffy liet hem optreden in het café chantant 'T Cloppertjen" en uit blijk van dank en bewondering noemde De Craene in 1975 zijn eigen zoon Ramses.

Succesperiode

Het jaar 1975 was zijn meest succesvolle jaar als artiest. Tim (van zijn album Alles is nog bij het oude), Rozanne (uit zijn album Brussel) en zijn duet met Della Bosiers, Mensen Van 18, werden hits.

De Craene liet zich voor de onderwerpen van zijn liedjes vooral inspireren door mensen die hij kende. Omdat hij vond dat mensen zich meer aangesproken zouden voelen wanneer hij veel voorkomende voornamen gebruikte, kregen veel van zijn nummers titels als Tim, Marieke, Kristien, Elke, Rikky of Marcellino. Niet al deze nummers gaan over mensen die die naam dragen. Tim gaat bijvoorbeeld over zijn pasgeboren zoon, Ramses, maar omdat die naam minder goed in de melodie paste, gebruikte De Craene de voornaam van de zoon van één van zijn beste vrienden. Rozane werd geschreven voor ex-vriendin Chris Thys[1], nu als actrice vooral gekend in haar rol van de ex-vrouw van Witse.

In 1977 schreef De Craene ook zijn eerste musical, Help, ik win een miljoen.

Minder populair

De Craene werd in de tweede helft van de jaren '70 steeds minder populair. In 1978 organiseerde hij in Wetteren een prestigieus concert om zijn nieuwe album Wim De Craene is ook nooit weg te promoten, maar er kwamen amper 70 mensen op af.

De zanger probeerde later steeds meer onder het stigma "kleinkunst" uit te komen en experimenteerde met andere muzikale stijlen zoals pop, rock, klassiek en disco. Op het album Perte Totale uit 1980 vermengde hij rock, ballads en elektronische muziek. Later in dat decennium liet hij zich ook door new wave inspireren. Helaas waren een groot deel van deze experimenten niet populair en veel ervan worden over het algemeen als mislukkingen gezien. De experimenten die echter wél werkten worden nog altijd gekoesterd door zijn bewonderaars.

Toch voelde De Craene zich miskend. In 1981 scheidde hij ook nog eens van zijn vrouw. Op zoek naar erkenning en succes nam hij tweemaal deel aan de preselectie van het Eurovisiesongfestival, in 1981 met het nummer "Compagnie", en in 1983 met het nummer Kristien. In de tumultueuze finale van 1983, gewonnen door Pas De Deux, werd hij derde.

De hit Breek Uit Jezelf betekende in 1987 eventjes een nieuwe start, maar hij verkocht nadien nog steeds weinig platen. In 1988 schreef hij wel nog zijn tweede musical, Jan de Lichte.

Zelfmoord

In 1990 overleed Decraene. Officieel pleegde hij zelfmoord door een overdosis antidepressiva te slikken. Algemeen wordt aangenomen dat hij niet over een verbroken liefde geraakte.

In 2005 verklaarde zijn zoon Ramses echter tijdens een Humo-interview dat hij altijd al het gevoel had gehad dat zijn vader was vermoord;

"Er is nooit voldoende onderzoek naar gedaan. Wat zeg ik? Er is géén onderzoek naar gedaan. (...) Hij lag op zijn buik, met een deken over zich heen gerold, voor de deur. Zo is hij gevonden. Alsof iemand hem in die deken had gerold." (Humo, 26 juli 2005)

Volgens hem waren er geen details bekend gemaakt over welke antidepressiva zijn vader zou hebben genomen en had hij zelf nooit depressieve gevoelens bij zijn vader waargenomen. Hij had al een nieuwe vriendin en het feit dat hij geen afscheidsbriefje had achtergelaten vond Ramses eveneens onbegrijpelijk. Om het allemaal nog geheimzinniger te maken liep er, toen hij samen met enkele familieleden het pand ontruimde, een onbekende man naar binnen;

"Hij kwam binnen in de kamer waar mijn vader dood werd aangetroffen. We waren er net aan het werk- en hij keek er rond. 't Was alsof hij ons niet zag. Wij hoorden hem zuchten: "Het kan niet...Het kan niet..." Wij waren stomverbaasd. Ineens draaide hij zich om, en hij liep weer de trap af? Ik stond aan de grond genageld., en mijn nonkel (oom) liep hem iets te laat achterna en riep in het trappenhuis: "Meneer, wie bent u?" Maar die man, een soort alternatieveling rende het huis uit, en verdween." (Humo, 26 juli 2005)

Ramses merkte ook op dat zijn vader nooit kerkelijk begraven wou worden, maar op verzoek van de familie en voor de fans gebeurde dit toch. Willem Vermandere was aanwezig en hield een toespraak. Dimitri van Toren, een vriend van De Craene, schreef onder de titel Wim De Craene een prachtig eerbetoon.

Na zijn dood

Wim De Craene kreeg na zijn dood meer erkenning dan tijdens zijn leven. Zijn liedjes worden nog steeds veel gedraaid en nummers als De Kleine Man, Tim, Rozanne, Mensen Van 18 en Breek Uit Jezelf worden vandaag erkend als klassiekers.

In de jaarlijkse eindejaarshitparade 100 Op 1 op Radio 1, waarbij luisteraars hun favoriete Belgische muziek kunnen kiezen, staan Rozanne en Tim al sinds de eerste editie uit 2002 hoog genoteerd. Tim heeft zelfs nog nooit de top 10 verlaten.

Zo is er maar één

In 2007, in het tweede seizoen van het VRT-programma Zo is er maar één, werd Rozanne, gezongen door Andrea Croonenberghs, uitgekozen tot 'mooiste lied over vrouwen'. Het lied won ook met voorsprong de eerste halve finale op 16 maart. In de finale moest Rozanne de overwinning laten aan Ik mis je zo, origineel van Will Tura en in het programma vertolkt door Udo.Na zijn dood

Wim De Craene kreeg na zijn dood meer erkenning dan tijdens zijn leven. Zijn liedjes worden nog steeds veel gedraaid en nummers als De Kleine Man, Tim, Rozane, Mensen Van 18 en Breek Uit Jezelf worden vandaag erkend als klassiekers.

In de jaarlijkse eindejaarshitparade 100 Op 1 op Radio 1, waarbij luisteraars hun favoriete Belgische muziek kunnen kiezen, staan Rozane en Tim al sinds de eerste editie uit 2002 hoog genoteerd. Tim heeft zelfs nog nooit de top 10 verlaten.

In het najaar van 2010 verscheen de verzamel-cd Back to Back, met daarop liedjes van Wim en van Boudewijn de Groot. In december 2010 ontving Wims zoon Ramses de Craene een gouden plaat voor de verkoop van meer dan 10.000 exemplaren.

In 2009 werd Tim wederom uitgekozen tot beste Nederlandstalige nummer in de categorie 'Er Was Eens'. Hiphopartiest Maesland zette het nummer om in een rapnummer en kreeg door zijn originaliteit de Wildcard van Bart Peeters.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Rud om 09:35 Reageer op dit bericht

Hond

2554157200.jpg

Ik droevig........hoe komt ge daar bij!!!!!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Rud om 18:39 Reageer op dit bericht

Richie Sambora (Bon Jovi)

Richie Sambora

Richie Sambora

Richard Stephen (Richie) Sambora werd op 11 juli 1959 geboren in Perth Amboy, New Jersey.
Hij is bekend geworden door de band Bon Jovi, waar hij gitarist, achtergrondzanger en medeschrijver (van liedjes) van is.

Op 15 december 1994 trouwde hij met Heather Locklear. Samen hebben zij een dochter: Ava. In februari 2005 verzocht Locklear om een scheiding wegens te grote meningsverschillen.

Richie Sambora staat bekend om zijn voorliefde voor gitaren. Zo speelt hij een dubbelhals gitaar, een type vergelijkbaar aan de Gibson Double Twelve. Ook speelt hij Fender stratocaster.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Rud om 09:18 1 reactie Reageer op dit bericht

Peter Gabriel,

Peter Gabriel

Peter Gabriel 1978
Peter Gabriel (midden) tijdens een concert in 2004
Peter Gabriel 2008

Peter Brian Gabriel (Woking (Surrey), 13 februari 1950) is een Britse zanger en muzikant. Hij wordt gezien als één van de meest vernieuwende rockartiesten van de laatste decennia.

Een bekende uitspraak van hem is: "My name is Peter Gabriel and primarily I make noises - and ideas".

Genesis periode

Gabriel was samen met Mike Rutherford, Anthony Phillips en Tony Banks oprichter van de symfonische rockband Genesis. Deze band was een fusie van de schoolbands Anon en The Garden Wall, en speelde in eerste instantie covers van onder andere The Yardbirds, Otis Redding en de Rolling Stones. Al snel ontdekten de Genesisleden hun talent om zelf songs te schrijven, en onder productie van Jonathan King brachten zij hun eerste album uit: From Genesis To Revelation. Dit album flopte (misschien mede omdat het op basis van de titel werd gecategoriseerd als religieuze muziek). Bij liveoptredens viel Gabriel op door zijn extravagante kostuums en zijn klagende zang. Na de albums From Genesis To Revelation en Tresspass stapte Anthony Phillips wegens podiumangst uit de band. Gitarist Steve Hackett en drummer Phil Collins werden aangetrokken als vervangers. Met Selling England By The Pound (1973) was Genesis voor het eerst succesvol. Het album bracht de groep haar eerste Engelse hitsingle, "I Know What I Like". Strubbelingen tussen Peter Gabriel en de rest van de groep tijdens de opname van het conceptalbum The Lamb Lies Down On Broadway (1974) leidden uiteindelijk tot het vertrek van Gabriel in 1975.

Peter Gabriel solo

Peter Gabriel's eerste soloalbum werd opgenomen in Toronto in 1976 en werd uitgebracht in februari 1977. De naam van dit album was net als de volgende drie albums eenvoudigweg Peter Gabriel. Al snel kreeg het werk de bijnaam "Car", naar de cover van de lp. Peter Gabriel was niet van plan een andere naam te geven aan zijn albums dan "Peter Gabriel". Het idee hierachter achter was om een merk en een product met een eigen identiteit te creëren. De hoes van het album is een foto van een Lancia auto met regendruppels op de ramen, waar Gabriel door naar buiten staart. De single "Solsbury Hill" werd een hit en groeide uit tot één van de meest gespeelde nummers van Gabriel, zowel op het podium als op de radio. Ook het nummer "Here Comes The Flood" is afkomstig van dit album. Opvallend was dat Gabriel's sologeluid meer toegankelijk, minder zwaar en vooral minder rock was dan men gewend was van zijn Genesis-tijd. Op dit album nam Tony Levin de bass-partijen voor zijn rekening. Op alle volgende albums van Gabriel zou Levin steeds te horen zijn. Ook op de tournees is Levin, tot op de dag van vandaag, steeds aanwezig. Ter promotie van zijn eerste soloalbum maakte Gabriel in 1977 een grote tournee onder de naam "Expect the Unexpected Tour". Voor de fans een verrassende tour, omdat Gabriel niet uitpakte met extravagante kostuums zoals in zijn Genesis-tijd.

Peter Gabriel's tweede album werd in het voorjaar van 1978 opgenomen, onder andere met gitarist Robert Fripp. Deze plaat, ook simpelweg "Peter Gabriel" genaamd, werd bekend als "Scratch". Gabriel's geluid en stijl was veranderd in vergelijking tot het vorige album, en was minder commercieel. Het geluid was veel somberder dan op het eerste album. De track "D.I.Y." werd uitgebracht als single. De cover van "Scratch" is één van Gabriel's meest beroemde covers, bestaande uit een foto van Peter Gabriel, waarbij hij met zijn vingers scheuren aanbrengt in de foto. De opname van "Scratch" was gehaast, wat Gabriel zelf toegaf. Ondanks het ontbreken van commercieel succes werd "Scratch" voor vele fans het favoriete album. In de zomer van 1978 ondernam Gabriel een bescheiden tournee, voor het eerst met een kaalgeschoren hoofd.

Jaren tachtig: Gabriel wordt superster

Met het uitbrengen van zijn derde solo-album in mei 1980 ontwikkelde Gabriel zijn eigen unieke geluid en stijl. "Melt", zoals de plaat bekend is geworden, was Gabriel's eerste nummer één album in Engeland. De officieuze titel "Melt" is een verwijzing naar de afbeelding op de omslag, waarop Gabriel's gezicht wegsmelt. Naast de reguliere bandleden Tony Levin op bass en Jerry Marotta op drums, werkten diverse gastmuzikanten aan dit album mee, waaronder Phil Collins op drums, Kate Bush als achtergrondzangeres en Paul Weller, Robert Fripp, Dave Gregory en David Rhodes op gitaren. Rhodes werd tevens permanent lid van de band van Peter Gabriel, zowel live als in de studio. Diverse nummers op dit album sloegen wereldwijd aan, zoals "Games Without Frontiers", en de klassieker "Biko" over Steve Biko en de apartheid in Zuid-Afrika. Als gevolg van dit album ging Gabriel opnieuw op wereldtournee, de "Tour of China 1984."

In 1980 stond Gabriel aan de wieg van WOMAD, World of Music, Arts & Dance. WOMAD organiseert in jaarlijks terugkerende festivals een samengaan van traditionele en moderne muziek, met inbreng uit alle hoeken van de wereld. Kort daarna richtte Gabriel Real World op, een studio en platenlabel om artiesten uit de hele wereld te promoten. De opnames worden veelal gemaakt in een Europese studio, vaak ook in zijn eigen studio bij het Engelse Bath, met Westerse producers en technici. Gabriel probeert zo om de kloof tussen de werelddelen een stukje kleiner te maken.

Gabriel's vierde soloalbum werd opgenomen tussen 1980 en 1982, en leunde zwaar op de nieuwe technologie van sampling en drums/ritme-machines, inhakend op de toenemende invloed van wereldmuziek. Het platenlabel was ontevreden met het feit dat het album opnieuw Peter Gabriel zou gaan heten, en het dwong Gabriel om het album een naam te geven. In de Verenigde Staten werd het album als "Security" verkocht. De cover is een intrigerend en verontrustend beeld, dat lijkt op een masker of vervormd gezicht, afkomstig uit een aantal video-experimenten van Gabriel. De single "Shock The Monkey" werd een succes en de eerste hit van Gabriel in de Verenigde Staten. In 1982 maakte hij zijn derde wereldtournee als soloartiest: "Playtime Tour 1988". Tijdens deze tournee was zijn gehele gezicht telkens geschminkt.

Zoals elk gerespecteerd artiest bracht Gabriel ook een live album op de markt. Deze registratie van de "Playtime Tour 1988" kreeg de eenvoudige naam Peter Gabriel Plays Live (1983). Het uit zestien nummers bestaande album werd opgenomen tijdens vier shows. Een opvallende close-up van Gabriel's gezicht (dat volledig was geschminkt) - genomen door fotograaf Armando Gallo - werd de albumomslag.

In 1984 schreef Gabriel de soundtrack voor Alan Parker's speelfilm Birdy.

Peter Gabriel bereikte definitief de status van superster in 1986 met zijn vijfde soloalbum So. Het album werd dubbel platina en won meer dan vijftig awards in elke bedenkbare categorie. De eerste single van het album, "Sledgehammer", was een enorm commercieel succes aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Opvallend was de videoclip van "Sledgehammer", door baanbrekende technieken van plasticine stop-motion animatie. De videoclip wordt tot op de dag van vandaag hoog genoteerd in lijstjes van de beste videoclips. Ook de nummers "In Your Eyes", "Don’t Give Up" (een duet met Kate Bush), "Red Rain" en "Big Time" bestormden wereldwijd de hitlijsten. Samen met zijn band maakte Peter Gabriel tussen 1986 en 1989 de grootste tournee in zijn carrière tot dan toe, onder de naam "This Way Up", spelend in uitverkochte stadions over de gehele wereld.

Gabriel is altijd betrokken geweest bij de strijd voor mensenrechten, met name in Zuid-Afrika. Zijn song "Biko" was de eerste popsong ooit over apartheid. In 1988 en 1990 was hij betrokken bij de Nelson Mandela-concerten in het Wembleystadion. De "Human Rights Tour" organiseerde hij in samenwerking met Amnesty International. Aan deze tour namen onder anderen ook Sting, Youssou N'Dour, Tracy Chapman en Bruce Springsteen deel.

Gabriel's zesde album "Passion" kwam uit in 1989. Dit werk vormde de soundtrack voor de film The Last Temptation of Christ van Martin Scorsese. Voor dit album ontving Gabriel een Grammy-award.

Jaren negentig en 2000: succesvolle tournees

Door zijn werk voor WOMAD en Real World, en omdat het privé tegenzat, duurde het even voor de opvolger van So zich aandiende. In 1992 verscheen dan uiteindelijk Us, een veel somberdere plaat dan de voorgangers. "Steam" was de succesvolle single. Hoewel dit album het succes van So niet kon evenaren, werd het toch een commercieel succes. "Secret World" werd de naam voor de grote wereldwijde tournee die Peter Gabriel maakte in 1993 en 1994. Gabriel pakte uit met grote podia en veel show-elementen, wat deed denken aan zijn tijd bij Genesis. De Amerikaanse Paula Cole nam de vrouwelijke zangpartijen voor haar rekening. Voor de dvd-registratie van deze tournee ontving Gabriel opnieuw een Grammy-award. Naast "Steam" zijn ook "Blood Of Eden" en "Secret World" bekende nummers van dit album.

In de jaren na deze succesvolle tournee bleef Gabriel uit de schijnwerpers, tot hij in 2000 de muziek schreef voor de Millenium Dome Show, het grootse spektakel in de Londense Millennium Dome. Dit werk heette OVO. Aan het project werd meegewerkt door onder meer Neneh Cherry, Liz Frazer en tal van muzikanten uit minder voor de hand liggende muziekstromingen. Het resultaat was een bundeling van wereldmuziek, waarbij de beelden even belangrijk waren als de muziek.

In 2002 kwam er opnieuw een album op de markt, met zoals gebruikelijk een eenvoudige titel: Up. De cd was lang van tevoren aangekondigd en langverwacht, maar sloeg alleen aan bij de Gabriel-fans. Het geluid was te somber, te mystiek voor het grote publiek. Ook ging Gabriel weer op wereldtournee onder de naam "Growing Up". Door het succes van deze concertreeks werd in 2004 besloten een nieuwe tournee eraan vast te plakken, onder de naam "Still Growing Up". Tevens werd er in 2004, na Shaking The Tree uit 1990, een nieuwe greatest hits cd op de markt gebracht. Deze dubbel-cd kreeg de naam Hit.

Bob Geldof vroeg Gabriel in 2005 de line-up te verzorgen voor Afrika Calling, het onderdeel van Live8 waarbij artiesten uit Afrika het podium betraden.

In 2006 speelde Gabriel tijdens de live-uitzending van de openingsceremonie van de Olympische Spelen van 2006 in Turijn het nummer "Imagine" van John Lennon.

In de zomer van 2007 toerde Gabriel opnieuw door Europa met een reeks openluchtconcerten, de zogenaamde "Warm Up" tour. Deze concerten waren weer "back to basic", zonder de grote show-elementen van zijn vorige shows. Op 29 juni 2007 gaf hij in het teken hiervan een openlucht concert in het Cultuurpark Westergasfabriek in Amsterdam. Datzelfde jaar stond tevens de reünie van zijn oorspronkelijke band Genesis gepland. Maar onder meer door te drukke werkzaamheden nam Gabriel niet deel aan deze reünie.

Peter Gabriel legt zich de laatste jaren meer en meer toe op multimedia projecten, vaak voor het label Real World. Een recentelijk voorbeeld hiervan was een cd die in 2008 in de winkels verscheen, onder de naam Big Blue Ball. Op dit album werken diverse artiesten samen en brengen gezamenlijk verschillende nummers ten gehore, waarbij Gabriel op drie songs te horen is.

In het voorjaar van 2009 zal Gabriel een tournee door Zuid-Amerika ondernemen. Wanneer Peter Gabriel zijn eerstvolgende echte soloalbum zal uitbrengen (als opvolger van Up) is vooralsnog onbekend.

Op 25 juli 2009, tijdens het WOMAD-festival in Charlton Park, bracht Gabriel twee nummers ten gehore, die op zijn nieuwe album Scratch My Back komen, te weten "The Boy in the Bubble" (cover van Paul Simon) en "Book of Love" (cover van The Magnetic Fields). Met dit laatste nummer was Gabriel in 2004 overigens al te horen in de soundtrack van de speelfilm Shall We Dance?. Gabriels nieuwe album Scratch My Back (als opvolger van Up) kwam uit op 25 januari 2010. Op het album covert Gabriel één nummer van elk van de volgende artiesten: David Bowie, Paul Simon, Elbow, Bon Iver, Talking Heads, Lou Reed, Arcade Fire, Magnetic Fields, Randy Newman, Regina Spektor, Neil Young en Radiohead. Tevens onderneemt Peter Gabriel in 2010, ter promotie van zijn nieuwe werk, een tournee onder de naam "The New Blood Tour". In deze tournee zijn geen gitaren en drums te horen, maar uitsluitend een orkest Op 16 september 2010 gaf Gabriel een concert in Vorst Nationaal en op 17 september een concert in het Gelredome in Arnhem. Scratch my Back is onderdeel van een project, waarbij het de bedoeling is dat iedere artiest Gabriel een wederdienst bewijst door een eigen versie van een nummer uit het repertoire van Gabriel op te nemen. Deze zullen later verschijnen op een album getiteld I'll Scratch Yours. Reeds is bekend dat Radiohead op deze plaat zal verschijnen met het nummer "Wallflower" (uit 1982, afkomstig van Peter Gabriel IV) en Stephin Merritt (de frontman van The Magnetic Fields) met "Not One of Us" (1980, Peter Gabriel III). Paul Simon zal te horen zijn met Gabriel's klassieker "Biko" uit 1980. Elbow op zijn beurt covert "Mercy Street".

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Rud om 18:27 Reageer op dit bericht

Vrijdad de 13de

denasleepvanvrijdagde13.jpg

Een dag als een ander of toch niet!!!!!!!!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Rud om 09:18 Reageer op dit bericht

Zondag

023urp.jpg

 Daar moeten we nog een tijdje op wachten hé !!! ik wens jullie een prachtige Zondag

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Rud om 00:00 Reageer op dit bericht

Dr.Hook

 

Dr. Hook

 

Dr. Hook oorspronkelijk bekend als "Dr. Hook & The Medicine Show" was een pop-country rockband uit Union City (New Jersey).

Geschiedenis

De band is in 1969 opgericht door George Cummings die zijn vrienden - Dennis Locorriere, Ray Sawyer, Billy Francis - uitgenodigd had. De eerste jaren hebben ze rond de oostkust en het middenwesten van de VS gespeeld. Toen ze een keer een naam moesten hebben voor een aanplakbiljet, bedacht Cummings 'Dr. Hook & The Medicine Show: Tonic for the Soul', geïnspireerd op de rondreizende medicijnshows van het oude Westen.

Echter, velen dachten dat Ray Sawyer Dr. Hook was omdat zijn ooglapje (gevolg van een bijna-fataal auto-ongeluk in 1967) associaties opwekte met Kapitein Haak uit Peter Pan.

De eerste twee jaar seelde de band met sessiedrummer Popeye Philips (Flying Burrito Brothers) die wegens muzikale meningsverschillen achtereenvolgens werd vervangen door Joseph Oliver en John Jay David.

In 1970 werd Dr. Hook gevraagd om twee nummers op te nemen voor de film Who Is Harry Kellerman And Why Is He Saying Those Terrible Things About Me ? waarin Dustin Hoffman een singer-songwriter speelde die door een zenuwinzinking werd getroffen. The Last Morning (waarvan een nieuwe versie werd gemaakt voor het tweede album Sloppy Seconds) and Bunky and Lucille waren geschreven door Shel Silverstein (hofleverancier tijdens de eerste jaren, en tevens cartoonist en dichter) en gezongen door Dennis Locorriere. De film, waarin de band ook te zien was, werd in 1971 uitgebracht; het was geen kaskraker maar leverde Dr. Hook wel een platencontract op.

Datzelfde jaar kwam het debuutalbum uit met de wereldhit Sylvia's Mother.

Sloppy Seconds leverde de hit The Cover Of The Rolling Stone op; in dit nummer werd de draak gestoken met het idee dat een muzikant pas succesvol is als hij op de voorkant van het 'toonaangevende' muziekblad Rolling Stone staat. Uiteindelijk kwam Dr. Hook on the cover of the Rolling Stone, weliswaar als karikaturen maar toch. In Engeland werd het nummer door de BBC als sluikreclame opgevat en daarom geboycot totdat er een aangepaste versie kwam onder de titel On the Cover of the Radio Times (weekblad van de BBC)

In 1976 verscheen het album A Little Bit More waarvan de gelijknamige Bobby Gosh-cover een hit werd.

Ondertussen was het disco-tijdperk aangebroken, en ook het country-popgeluid van Dr. Hook raakte erdoor beïnvloed. Pleasure and Pain uit 1978 bevatte de hits Sharing The Night Together en When You're In Love With A Beautiful Woman. Sometimes You Win uit 1979 (waarvan Sexy Eyes en Better Luck Next Time de hitlijsten haalden) ging verder op de ingeslagen weg.

In 1982 werd Baby Makes Her Blue Jeans Talk het laatste grote succes van Dr. Hook. Ray Swayer vertrok in 1983 waarna de rest nog twee jaar doorging met Dennis Locorriere als enige frontman.

Soloprojecten

Ray Sawyer

Sinds 1988 heeft Ray Sawyer de rechten op de groepsnaam. In 1999 verscheen hij in het KRO-showprogramma Het Gevoel Van (1982) om zijn solo-versie van Baby Makes Her Blue Jeans Talk ten gehore te brengen. In de jaren 00 sloot Billy Francis zich (tijdelijk) aan bij Dr. Hook ft. Ray Eye Patch Sawyer.

Dennis Locorriere

Dennis Locorriere verhuisde naar Nashville; hij ging songs schrijven voor anderen en zong ook mee op hun platen. In 1989 toerde hij twee maanden lang met de door Silverstein geschreven one-man-show The Devil and Billy Markham waarna hij een solocarrière begon. De jaren 00 vormden een productieve periode voor the voice of Dr. Hook; drie studio-albums (Out Of The Dark uit 2000, One Of The Lucky Ones uit 2005 en 'Post Cool uit 2010) en een een live-cd/-dvd (resp. Live In Liverpool en Alone With Dennis Locorriere uit 2004). Ook was hij te gast in de uitzending van Top 2000 a Go-Go waarin een item werd gewijd aan het ontstaan van Sylvia's Mother.

In 2007 trad Locorriere op tijdens het herdenkingsconcert voor de twee jaar eerder overleden Traffic-drummer Jim Capaldi en promootte hij de cd/dvd-set Dr. Hook Hits and History met een tournee waarvan een live-registratie werd gemaakt.

Begin 2008 toerde Locorriere als lid van Bill Wyman's Rhythm Kings; (was oorspronkelijk bedoeld voor een paar concerten) waarna hij aan een reeks Alone With...-concerten begon.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Rud om 19:04 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Humor

↑ Terug naar de berichten