Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Zwaarmoedige bedenkingen

Op een bepaalde dag, in de vroege jaren tachtig, was mijn geduld opeens teneinde geraakt. De toestand van het land was, op alle gebied, rap aan het aftakelen, sociaal, economisch en financieel en ik voelde dat de burgerlijke onrust heel waarschijnlijk nog meerdere jaren zou blijven aanslepen. Het zag er nochtans niet naar uit dat er een revolutie zou uitbreken. De militairen waren waakzaam en onderdrukten met virulent geweld alle sociale bewegingen en rellen. Maar de miserie vergrootte met de dag en werd bijgevolg vergezeld van alle soorten (geneesbare) ziekten, diefstallen, overvallen, martelingen, moorden en verder alles wat enigszins iets met lijden te maken had. ’t Was dagelijkse kost.

Ik geloofde toen al dat Rio de meest violente stad van de wereld was. Geweld gepleegd door mensen van alle sociale niveau’s in het algemeen en door de politie, in het bijzonder. Ook door de militairen die niets anders te doen hadden dan aan hun kloten te scharten. Een mensenleven koste absoluut niets. Het was een waarlijke sneeuwbal en het maakte mij ziek. Weerloos.

Gedurende een weekeinde had ik, na veel piekeren, mijn beslissing genomen. Ik moest weg van dit land. Het had geen zin nemeer. Waarom nu niet? En zo diende ik, de volgende maandagmorgen, mijn ontslag in. Maar zoals de vorige keer werd het terug als een vals alarm van mijnentwege beschouwd. Argumenten van hier, overtuigingen van daar: “het is aangeraden dat ge nog ne keer goed nadenkt”, enzovoort en op den duur hebben ze mij er toch kunnen van overtuigen toch vol te blijven houden.

Hoe dan ook, het land oefende een enorme aantrekkingskracht op mij uit. Ik wist dat ik, in feite, de trein al lang geleden had gemist, dat ik enkele jaren eerder had moeten beslist hebben terug te keren naar mijn moederland. De toestand was onuitstaanbaar, maar zoals ik al eens heb laten blijken, ik was te zwak om met energie te reageren en tenslotte, ik hield van de firma en, van mijn werk.

Diezelfde maand nog ging de algemene manager (van Rio) op pensioen (68 jaar) en de directie weigerde een nieuwe te benoemen, of aan te werven. In zijn plaats werden de vier afdelingsverantwoordelijken uitgenodigd samen het filiaal (van Rio, dus) te beheren. Een invoerverantwoordelijke, een verkoopschef, een kantoorchef en ik (met een uiterst gespecialiseerde afdeling onder mijn rechtstreeks en exlusief toezicht). Het mag er op lijken dat ik een preutse mens ben, maar objectief gezien, als verantwoordelijke voor die speciale afdeling was ik de enige die de drie andere kon vervangen, gezamenlijk of afzonderlijk. De eerste had overigens geen enkele ambitie. De tweede (een Zweed) stond ook al op de (volgende) lijst, gereed om ontslagen te worden en de derde was nu precies ook de meest intelligente van de ploeg niet.

Door een samenloop van omstandigheden (de tweede was, gewaarschuwd, op vervroegd verlof vertrokken en de derde, onverwacht, geopereerd geworden van een maagzweer) werd ik opeens verantwoordelijk voor het gehele filiaal, gedurende de maanden juni en juli. Samen ongeveer 150 mensen en een zakencijfer van rond de driehonderd duizend dollars, maandelijks.

Toevallig was de invoer, op dat ogenblik, door restrictieve maatregelen getroffen vanwege de regering, ook praktisch onmogelijk geworden en dat hielp de zakencijfers te verlammen. De werklozen bedroegen toen 20% van de bevolking en in onze eigen firma waren er, enkele weken eerder, nogmaals twintig mensen ontslagen geworden.

Ik herinnerde mij met spijt dat, toen ik zelf aangeworven was geweest, in 1972, de firma over ongeveer 2000 bedienden beschikte, verspreid over het gehele land. Op dat moment waren er nog 600 over gebleven en ze spraken van dat getal te verminderen tot een kleine 300.

"Small is Beautyful" was de aangewende uitdrukking. Het Braziliaanse mirakel had zich omgevormd tot een "plof, van een lege zak". De inflatie, op dat moment, bereikte ongeveer 300% per jaar.

En om de psychologische druk op mij nog te verergeren kreeg ik, diezelfde maand, een vreemd telefoontje van mijn ex-huisbewaarder (die ik wat eerder had ontslagen). Ik had namelijk, samen met Guido, een huis gekocht aan de kust. Totaal afbetaald en volledig bewoonbaar. Wel, het was letterlijk in brand gestoken geweest. Dat was het besluit van de politie en de brandweermacht. Ik heb het zelfs niet meer willen bezichtigen, zo groot was de ontgoocheling. En zo gaat dan het resultaat van jarenlange inspanning, werk en zweet, in enkele minuten, in de vlammen op. Eerst had ik de helft van mijn bezittingen aan Hilma afgestaan en dan werd part van wat er nog over was gebleven, in brand gestoken. Niemand wist waarom en door wie. En dat zal wel een eeuwig vraagteken blijven.

In het leven moet men bereid (en voorbereid) zijn altijd opnieuw te herbeginnen, nooit op te geven, nooit te plooien, altijd te blijven voort ploegen. Ach Vlaamse boeren...!!

Ik geloof dat ik daar mijn deel wel van gekregen heb.

Terwijl ik dat allemaal aan het schrijven was hoorde ik op de radio een ontroerend muziekske en tussendoor, het gezang van een eenzame vogel, in de buurt. Dat deed er mij aan herinneren hoeveel ik wel aan vogels gehecht ben. Aan planten en aan dieren, in het algemeen. Aan de vrijheid, aan de natuur, aan het simpele, het schone. Daarom zorg ik voor zoveel planten thuis. Ik zou ook wel enkele vogels willen houden hier, maar dat zou niet eerlijk zijn. En een hond, of twee, maar dat mag nog minder, in een appartement..

En dan wendde ik mijn blik naar buiten: een oneindig ver gezicht over de oceaan van voren, maar beseffend dat men omringd is door betonnen gebouwen, vanachteren, waar de natuur praktisch geen kans heeft..

Zo is het nu eenmaal.

Misschien zou ik nog enkele andere kinderen gehad moeten hebben??

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Werner S. en Zoon

De Algemene Manager voor de afdeling “Papier met watermerk” (wat bedoeld dat dat bepaald papier, in rollen of in vellen, uitsluitend gebruikt moet worden voor het drukken van kranten, boeken en magazines, waarvoor er volledige vrijstelling van belastingen bestaat), van onze firma, over het gehele land, maar die in Rio de Janeiro leefde en werkte, was een Joodse Duits (weeral), Werner S., die werkelijk de meest sympathieke mens van de firma NIET was, maar wel behoorde, in compensatie, tot de meest ambetante.

Hij was er in geslaagd voor zijn zoon, die diezelfde karaktertrekken bezat, maar niet zodanig slim was, een tafeltje te veroveren waar hij geautoriseerd werd te verblijven gedurende het grootste part van de dag. Aangezien hij, de zoon dus, zichzelf een beetje zoals een kunstenaar voelde die nog moest ontdekt worden (ik ken een andere, gelijkaardige mens, in België) had hij van de vrije tijd gebruik gemaakt om wat schetsen te zitten maken van logotypes, voor gebruik op enveloppen, briefpapier en dergelijke, zodat hij uiteindelijk toch voor iets diende (hij was al over de dertig).

Het is eigenaardig, maar zowel de vader, als de zoon, waren onbekwaam hartelijk te kunnen lachen. Het maximum dat ze konden produceren, allebei, na veel inspanning, was een min of meer scheve glimlach, maar echt niet besmettelijk.

We besloten daarom, op een zekere noen, een enorm lange, papieren, fel gekleurde, staart aan de broekriem van de zoon te hangen, zodat hij er praktisch de gehele namiddag mee rond heeft gelopen, tot algemeen jolijt van de tientallen collega’s. Eens eraan gevestigd was het moeilijk hem er terug af te knopen en het gevreesde is gebeurd. Op den duur toogde hij het kantoor binnen, nog altijd zonder argwaan, van zijn vader, terwijl wij allemaal al krampen hadden gekregen in onze kaakspieren, van het zodanig lachen.

Het duurde maar enkele seconden vooraleer de vader naar buiten vloog en rechtstreeks op mijn kantoor afbeende, schuimend en wit van de woede.

Eerlijk, ik was de dader niet geweest van deze dagelijkse zonde maar wist wel wie het zou kunnen geweest zijn en hij wilde dat ik persé, als verantwoordelijke van de afdeling, mijn collega verraadde. Ik heb moedig aan zijn verschrikkelijk aanval weerstaan, hij heeft mij uitgedaagd en uitgescholden voor alles wat lelijk was, maar hij heeft geen enkel woord uit mijn mond kunnen trekken, tenzij mijn bod voor verontschuldiging en de dader heeft weeral eens, op het nippertje, kunnen ontsnappen van ontslag, met enkele muilperen erbij.

Een eender voorval is gebeurd met één van onze oudste verkopers, César, die dat ook niet goedkoop heeft ingeslikt. In tegenstelling met de Duitser, was hij wel sympathiek, had het uitzicht van een werkelijke Schipper (naast Mathilde) en was tot diene bepaalde dag erg vriendschappelijk met mij omgegaan. Ongelukkig genoeg is onze verhouding verzuurd met dat voorval en is hij gestorven zonder dat we ooit de vrede hebben hersteld. Spijtig, maar “verrader” ben ik nooit geweest. Beter “medeplichtige” dus, maar alleen maar in de dagelijkse zonden.

De maximum straf, hier in Brazilië, voor zo’n kleine misdaad, is alléén maar twee dagen gevang en een rappe en pijnloze verkrachting door de gevangenisbewaker, die zelfs niet alle dagen goesting heeft en veel spuug gebruikt..

Zou het toch waar zijn dat ik altijd een deugniet ben geweest??

PS: Nog iets in verband met diene (half dwaze) zoon van Strube. Hij had, toen ik eens van plan was geweest mijn eigen firma op te richten in Brazilië (Flamagraph), een logotype ontworpen met diezelfde naam en ik had hem de helft van de afgesproken prijs al overhandigd. Zijn kunstwerk, vertegenwoordigd door de “final art” van het logotype bestemd voor het briefpapier had ik bewaard onder een bundel oude gazetten, boven op mijn bureelkast. Enkele weken daarna schoof ik het plan van mijn eigen firma opzij en vroeg hem af te zien van het logotype bestemd voor mijn toekomstige enveloppen. Hij was duidelijk ontgoocheld met mijn beslissing en wilde van geen akkoord weten. Hij wilde, omdat hij wilde, zijn project voltooien om de andere helft van de afgesproken prijs ook te kunnen incasseren. Ik besloot zijn opinie niet in acht te nemen en weigerde.

Weette gij dat hij geniepig mijn bureel, ‘s avonds laat, helemaal heeft uitgepluisd met de bedoeling het al afgeleverde (en betaalde) originele logotype terug te pakken?

Diene vreemde viado. Ik heb het wel opgemerkt, natuurlijk, maar heb vermeden hem publiek te beschuldigen...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dweilen kost niets

Soms moet een mens de daad bij het woord voegen en tonen uit welk hout men is gesneden. Uitdagingen mogen niet naar huis worden genomen, om er dan slecht van te slapen. Meerdere keren in mijn leven ben ik tekeer gegaan zoals een storm in een glas water, om er geen twijfels over na te laten.

Er bestaan hier veel mensen die beweren dat ze niet met hun handen werken maar wel en uitsluitend met hun hoofd, wat een affront betekend voor mij. In compensatie, mensen die alleen maar hun lichamelijke gaven aanwenden, gebruiken hun hoofd niet om er het beste uit te halen op het gebied van krachtsinspanning, efficiency, tijd en kost. Het ideale dus is alle middelen over welke men beschikt te gebruiken om in het leven vooruit te streven. Dat is precies iets voor mij. Bovendien ben ik ook vrijwilliger voor alles wat in mijn bereik ligt.

Enkele weken geleden nog heb ik de playground van ons gebouw helemaal gedweild en opgekuist. De luie conciërge beweerde dat hij dat niet alleen áán kon en dat we een assistent voor hem moesten aanwerven om deze zware taak te kunnen voltooien. Wat hij bedoelde was dat hij iemand anders nodig had om gedurende langere tijd minder te verwezenlijken. Ne mens moet dat geen twee keren tegen mij zeggen en als een onbetaalde "vrijwilliger" heb ik me als een wervelwind over de porseleinen vloer bewogen. Ik heb hem zelfs verboden nog een hand uit te steken, terwijl hij verbijsterd naar mij stond te staren. Hij had helemaal niet verwacht dat er iemand over zulke enorme energie kon beschikken, diene onnozele dwazerik.

Enkele dagen voordien hadden we beiden nog staan kijken op een kilometer lange rij van mensen die aan het aanschuiven waren bij een hoteldeur waar een firma een tafeltje had gehuurd om enkele weinige mensen te selecteren voor een bepaalde tijdelijke parttime job. Die mensen daar, in die rij, waren zeker bereid alle speelkoeren van alle gebouwen in de buurt in “één-twee-drie” proper te dweilen, op te blinken en er nog op te ademen ook om dan hevig wrijvend de laatst vuiltjes er vanaf te vegen en hij, de conciërge, maar met vuur aan ‘t spelen. 't Is altijd ’t zelfde geweest: wie een job heeft schenkt er geen belang aan en vervloekt zichzelf zo laag in het leven beland te zijn (want uiteraard, niemand wil werken, maar iedereen wil toch een job hebben). Wie over geen werk beschikt is zelfs bereid zijn broek tot over zijn knieën te laten zakken en néér te bukken, om zo zijn gleuf aan te bieden, gereed voor eender welke bijdrage.

Gisteren nog heb ik een kans gegeven aan een jongeman om aan zijn eerste job te beginnen. Hij heeft het maar één dag vol gehouden. Toen hij mij ’s avonds zijne lege portemonnee toonde en ik maar twee reais onderscheidde, bood ik hem bezorgd dertig reais aan, als voorschot op zijn wedde. De volgende morgen is hij niet meer opgedaagd. Hij heeft zijn pas-nog-niet-verdiend geld gaan tonen aan zijn moeder en hij is terug gaan spelen..

Ik moet er hier nog aan toevoegen, om af te sluiten, dat vrijwilligers voor zo’n taken hier niet echt gewaardeerd worden. Terwijl ik aan het dweilen was belde iemand van onze mede-eigenaars mijn vrouw op om haar te waarschuwen dat ik me niet zo erg moest vernederen en stoppen met dweilen. Dat dat mijn status aantastte.

Fuck her, the bloody bitch.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Toeristische informatie over Brazilië

"Beste Nonkel van N.,

Een tijdje geleden heeft N. jou gemaild met de vraag of je een vriendin van haar wat advies kon geven ivm vrijwilligerswerk. Die vriendin was ik.

Ondertussen zijn we enkele maanden verder. Ik heb de kans gekregen om in mijn huidige job te blijven en heb die dan ook met beide handen gegrepen, aangezien ik mijn job doe met hart en ziel. Vele dingen/mensen hebben me tot nu toe in België gehouden en het ziet er niet naar uit dat dit binnenkort zal veranderen. Integendeel.

Toch komen J., mijn vriend, en ik deze zomer naar Brazilië, zij het voor een reisje van een goeie drie weken. We landen in Sao Paulo op 20 juli en keren terug richting België op 13 augustus. We hebben enkel vliegtickets geboekt. De rest zien we wel. We huiveren allebei van het idee drie weken op hotel te zitten, dus net als vorig jaar, is het ook nu de bedoeling rond te trekken.

Je hoort zoveel verschillende dingen over Brazilië, dus ik dacht: waarom vraag ik het niet eens aan iemand die het land ongelooflijk goed kent.

Hoe groot zijn de risico's omtrent veiligheid?

Hoe zit het met malaria en andere ziektes die bescherming vooraf vereisen?

Hoe zit het met de binnenlandse vluchten in Brazilië (qua verbindingen en prijs)?

Drie weken is echter niet lang en Brazilië is gigantisch groot. Wat zou jij ons aanraden om in die drie weken te doen? Ik zou nog ontelbare vragen kunnen bedenken, maar ik weet ook dat jij niet ontelbaar veel tijd hebt om mijn mail te beantwoorden, dus ik zou je al heel dankbaar zijn met een antwoord op bovenstaanden.

Met vriendelijke groeten,

J."

Antwoord:

"Hallo J.,

Ik zal kort trachten te zijn met mijn antwoord. Eerst en vooral, uw vliegtuigtickets voor de binnenlandse vluchten, hier in Brazilië, moet ge vooraf in België bestellen. Daar wil ik geen enkele twijfel over laten. Hier kunnen ze ontzettend duur worden, vooral als ge ze op het laatste ogenblik moet kopen. Apart kunnen ze dan gemakkelijk veel hoger oplopen dan de prijs van de reis naar Brazilië zelf, heen en terug. Ook loopt ge dan dikwijls het risico lange uren op de luchthavens te moeten dóór brengen zonder precies te weten wát te doen (daarom zetten de overheden hier praktisch geen stoelen en zetels in de luchthavens). En een mens die in een luchthaven blijft rond sukkelen loopt gauw in de gaten van de uitbaters van onschuldige (vooral Belgische) toeristen.

Ge moet eens nazien of dat programma nog altijd bestaat, waarmee ge in België een ticket kunt kopen voor vijfhonderd dollars en dat u recht geeft naar vijf hoofdsteden te vliegen, gedurende een bepaald aantal dagen, eens in Brazilië.

Welke vijf hoofdsteden zijn nu belangrijk (dat is de belangrijkste vraag)? Met of zonder emotie?

Met emotie en zonder veel geld, moogt ge Manaus niet verliezen, om langs daar het Amazonas oerwoud binnen te dringen. Liefst met een roeibootje en twee levende kippen om ze onderweg, met lange tanden, óp te vreten. Mijn broer heeft dat gedaan en was er verschrikkelijk tevreden mee. Zijn vriend M. heeft echter een liter "cachaça" moeten binnen gieten om in een hangmat, tussen twee bomen, in slaap te kunnen geraken. Hij had wel gehoopt dat er naakte India's zouden opduiken om zijn eenzaamheid te verslaan, maar dat is niet gebeurd. Wel heeft hij geleden van tientallen muggenbeten en van andere beesten, maar dat was juist de emotie waar hij op zoek naar was. Zonder contact met de buitenwereld, zonder een gezellige WC om de krant te lezen, zonder de telefoon om met Mammie een langdurig praatje te kunnen slaan, airconditioning om het hevig zweten te vermijden en alle verdere comfort.

Een ander doel is het "Pantanal", dat bereikt kan worden door naar de de stad "Campo Grande" of "Guiabá" te vliegen en daar dan de bus te nemen. Daar kunt ge ook dagenlang met een roeibootje rond plonsen, om alligators gade te slaan en foto's van papegaaien en arara's te trekken. Als ge dan op de rand van het bootje gaat zitten om een zeker "pakske" kwijt te geraken, moet ge oppassen dat ge geen doelwit wordt van de "piranha's" (diezelfde naam wordt ook gebruikt om de hoeren te benoemen, in alle hoofdsteden hier). In juli regent het niet veel in het Pantanal, zodat het droger is dan normaal en zo kunt ge ook af en toe eens uw benen uitstrekken. Ge loopt daar wel het risico op andere, verdwaasde, Belgen te stuiten.

Twee andere doelen zouden "Foz de Iguaçu" kunnen zijn, dat juist op de grens ligt van Paraguay en Argentinië (met die prachtige watervallen) en misschien dan ook, om de kuststreek niet te vergeten, Salvador, Natal of Fortaleza.

Recife en Rio zijn de meest vijandige steden, waar alle dagen, in elke stad, meer dan 100 mensen hun goedkoop leven verliezen, waaronder de bandieten het grootste aantal innemen, maar ook veel buitenlandse en binnenlandse toeristen, die hun neus altijd maar weer op de verkeerde plaats, op het verkeerde moment, willen steken. Toch is Rio één van de schoonste plaatsen van de wereld en alhoewel gevaarlijk, mag het niet gemist worden. Probeer echter nooit op het strand te gaan slapen en snuggerer en vriendelijker te zijn dan de "cariocas" (als ge overvallen wordt daar zullen ze u beleefd "tante" noemen - geef mij ne keer rap al uw geld, tante).

Zonder emotie kunt ge beter in Sao Paulo terecht zijn, of zowel in Florianopolis en in Brasilia.

Als ge Fortaleza tussen uw reisplannen foefelt kunt ge daar dichtbij uitgestrekte duinen bezoeken. Vooral in het binnenland van de staten "Maranhão" en "Piaui", met de bus.

Ook "Fernando de Noronha", een bijna nog ongerept eiland, ongeveer 500 km van de kust (vóór Natal), is een voltreffer. Alle vuilnis die ge daar produceert moet ge zelf terug méé brengen. Met de boot (drie dagen, heen en terug) of het vliegtuig.

Een aangepast reisplan zou dus zijn: Sao Paulo, Foz De Iguaçu, Guiaba, Manaus, Fortaleza, Rio, Sao Paulo.

Voor malaria, cholera en andere tropische ziekten moet ge wél óp passen en de nodige inentingen tijdig nemen. De eerste weken voor de buitenlandse toeristen, overal hier in Brazilië, gaan meestal (altijd) gepaard met "slappe afhang". Een extra voorraad WC papier doet nooit geen kwaad.

Voor de rest, breng uw drie ogen mee, doe nooit alsof ge verloren staat, dwing altijd de helft van de prijs af (niet in de supermarkt) van alles wat ze u aanbieden, zeg nooit dat ge een buitenlandse toeriste zijt (verberg uw accent), gebruik zoveel mogelijk uw kredietkaarten, heb geen medelijden met de duizenden bedelaars en de tien-jarige moeders, gebruik goedkope uurwerken, fototoestellen en andere apparaten en vertrouw op niemand (ze zeggen hier dat ge geen vijanden nodig hebt om bedrogen te worden. Enkele goede vrienden volstaan).

Allez, ik voel dat ge al begrijpt dat het een echt avontuur zal worden.

In alle geval, ik sta volledig ter beschikking. Ge moet het maar op tijd zeggen.

Daaag,

Rudo"

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Diário De Noticias

Mijn meest belangrijke professionele ontgoocheling is gebeurd gedurende mijn eerste twee jaren werk, in Rio De Janeiro nog.

Ik had een ietwat kleinere krant bezocht om machines en materiaal aan te bieden en werd gevraagd terug te keren ’s avonds, na de zessen, wanneer de verantwoordelijke mens mij beter en met meer tijd ter beschikking, zou kunnen ontvangen. Het betrof zich om “Diário de Notícias” (nu bestaat die krant niet meer) en werd toen nog gedrukt in typografie, op een oude Marinoni (Italiaanse) drukpers en tientallen Linotype zetmachines, gesmolten lood gebruikend, als "basis materiaal".

De krant was onlangs overgenomen geweest door een Pernambucaanse Volksvertegenwoordiger, Ricardo Fiúza en die verdedigde, met zijn volledige politieke en persoonlijke inzet en overtuiging, de militaire machtsgreep van 1964 en werd door hen, de militairen, vanzelfsprekend ook beschouwd als hun, bijna officiële “stemdrager”.

Ik werd dus, wat later, ontvangen door de pas gecontracteerde Industriële Directeur, Dr. José Do Rego Maciel, broer van Marco Maciel, nog altijd huidige Senator voor de Staat van Pernambuco en ooit eens Vice-president van het land geweest. Aangezien ze beiden weinig of niets van kranten verstonden en daar, zonder schaamte, voor uit kwamen (wat ik altijd geapprecieerd heb), kon die laatste, vooral, best wat van mijn technische kennis gebruik maken om zichzelf dieper in zijn zetel te wringen. Spijtig dat hij me meteen vroeg, alle dagen van de week, terug te keren, maar nooit vroeger dan zes uur ’s avonds, want daarvoor moest hij de dagelijkse problemen van de krant beheren, terwijl hij pas daarna de tijd zou vinden om zich bezig te houden met de toekomstplannen van de onderneming. En die plannen waren absoluut niet piepklein, zo bleek het.

Hun originele bedoeling was nog drie andere kranten in Brazilië over te nemen of in te huldigen, zijnde één in Brasilia (Diário De Brasília), een andere in Vitória en nog één in Recife, de laatste met de naam Diário Do Nordeste (het is er nooit van gekomen en een krant met diezelfde naam is jaren later geschapen geweest, in Fortaleza, door een andere megaondernemer, Edson Queiroz, met succes). De studies groeiden alle dagen in omvang en op den duur begonnen we zelfs middelen te onderhandelen om die vier kranten elektronisch te verbinden, met de bedoeling ze allemaal te drukken in offset en met behulp van moderne phototypesetting machines. Het idee was dat elke krant zijn eigen locale notities zou produceren, maar zich ook zou concentreren op bepaalde onderwerpen van algemene interesse om die dan te verspreiden aan elk van de drie overige kranten, daarvoor zelfs een satelliet aanwendend (let op, we zijn aan het spreken over kranten gelegen in vier verschillende Staten, duizenden kilometers van elkaar weg gelegen en we waren toen nog in de vroege jaren zeventig), zodat die vier onafhankelijke kranten enkele bladzijden gemeen zouden bezitten, zoals de krant van Brasilia, gespecialiseerd in de nationale politiek, de krant van Rio, in financiële onderwerpen, de krant van Recife over het nieuws van het Noordoosten van het land en de krant van Vitória over landbouw en industrie. De negatieve films van die gemeenschappelijke bladzijden zouden dan, met behulp van scanners en exclusieve telefoonlijnen, verzonden worden van de ene naar de andere plaats en daar, rechtstreeks, met aanwending van lasers, in aluminium platen omvormd worden.

Een indrukwekkend en modern industrieel project dus, waar niemand een puntje zou kunnen aan zuigen. In elke vergadering was er iets nieuws te bespreken en te evalueren. Het gehele project sloot dus ook een hele hoop nieuwe machines in, vooral voor de kranten in Rio en in Recife die op de eerste plaatsen werden geschoven in de voorrang van uitvoering. Een waarlijk enorme investering dat toen zeker de tien miljoen dollars, in het algemeen, zou doen overschrijden.

Alle dagen, stipt om zes uur stond ik daar, om mijzelf voor te bereiden op een succesvolle professionele start. En de weken en de maanden vlogen voorbij...

Op den duur vond ik het zelfs aangeraden er de Internationale verkoopsdirecteur van de drukpersfabriek “GOSS” bij te sleuren, want de nummers begonnen behoorlijk op te lopen en ik wilde niet alléén verantwoordelijk zijn voor de toegewezen contractprijzen. Gedurende één van zijn bezoeken was hij zichzelf zodanig aan het opwinden met de op de tafel dansende cijfers en plannen (zonder ooit een concurrent te hebben moeten bestrijden) dat hij zelfs sommige dwaasheden aan de klant begon te verkopen en dingen beloofde die onmogelijk, in de praktijk, te verwezelijken waren. Zijn naam was Harry Andree, waarover ik het vroeger al eens heb gehad, een Duitser die gevangen was genomen geweest door het Amerikaans leger, na de tweede wereldoorlog en niets liever deed dan bruine beren de hals over te snijden, nadat hij ze, vanuit een veilige plaats, omver had geschoten, terwijl hij ze in de ogen keek en die, hoop ik nu, allang aan het verrotten is. Mijn taak bestond erin zijn vleugels wat te knippen om met onze voeten op de grond te blijven steunen, want op het einde zou hij (gelukkig) naar huis terug keren en zou ik, alleen, de gevolgen van zijn valse beloften moeten ondergaan.

Enfin, de grote dag brak aan om de eerste fase van het project af te sluiten. De uiteindelijke cijfers, voor deze fase, met machines voor Recife en Rio, bedroegen over de zes miljoen dollars. Eindelijk kwam de dag naderbij voor de bekroning van praktisch zes maanden sacrificie en zweet.

Alle papieren, onder andere de Ordersheets en Proforma Invoices, alsook tientallen verklarende "drawings" werden zorgvuldig voorbereid en ontvangstbewijzen uitgeschreven en ik nodigde mijn directeur uit mij te vergezellen op die belangrijke gebeurtenis, terwijl hij, op zijn beurt, mij plaats liet nemen in zijn supergezellige en belangrijke auto, een Ford Landau, uitgerust met een acht cilinder motor, die bijna ene liter nafta inslikte om de drie kilometers, vooral als de airconditioning aangelegd was geworden en met zijn deftige chauffeur, van voren.

We waren plechtig ontvangen geweest door Ricardo Fiúza en zijn complete ploeg, onder andere de financiële en de administratieve Directeurs en ook de industriële Directeur, mijn intussen beste vriend geworden José do Rego Maciel, die vertrouwelijk een oogje wenkte, als wilde hij zeggen: eindelijk de beloning voor uw maandenlang achter-uren-werk, terwijl ik, gelukkig met mijn eerste belangrijkste verkoop, diep zuchtte van de bevrediging en alle handen uitbundig werden gedrukt en iedereen, iedereen proficiat wenste voor hun doorzettingskracht, initiatief en ondernemingsvermogen en op hun respectieve ruggen klopten en er zelfs een champagne fles werd geopend en ik gloeiend van de voldoening de papieren onder hun neus wreef en ze plechtig aanzette ze onmiddellijk te ondertekenen en ik, in de sequentie, ook voorzichtig voorstelde, zonder verder uitstel, de eerste afbetaling te realiseren en hij, Dr. Ricardo, ons respectvol de vergulde cheque overhandigde, in de waarde van tien percent, gerekend over zes miljoen dollars en we op den duur beleefd naar buiten geloodst zijn geworden, waar ze ons ontroerd hebben nagewuifd in de vertrekkende slede-wagen en waarna we allemaal gelukkig zijn gaan slapen, die avond, tot ik de volgende morgen, op het werk al en nog altijd niet helemaal nuchter van de emotie, tot de orde ben geroepen geweest door mijn directeur, die mij glimlachend mededeelde dat hij zopas een telefoontje had ontvangen van de secretaresse van Dr. Ricardo, hem beleefd smekend de uitgeschreven cheque toch niet aan de bank voor te leggen, want dat er op die rekening geen kloten van "funds" beschikbaar waren en dat ze besloten hadden van de gehele zaak af te zien, maar dat ze, in alle geval, toch uiterst tevreden waren geweest met mijn oneindige aandacht en mijn tientallen bezoeken en dat ze dat nooit nemeer zouden vergeten; dat ze ondertussen veel geleerd hadden en dat ze, vroeg of laat, die kennis zouden aanwenden voor een eender, project, ergens anders in de wereld, waar er een nieuwe machtsgreep door de militairen voor de boeg lag...

Ik heb naar diene dwaze uitleg staan luisteren, bij manier van spreken natuurlijk, met mijne mond vol tanden en het heeft mij een volle dag en een gehele nacht gekost, om op iets anders te kunnen beginnen denken, daarna.

Die smerige gataflekkers van die verdomde machtsvergrijpers!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Ron Stewart

We hadden een enorme en moderne “doublewidth, offset press” verkocht aan onze uistekende klant “Diário De Pernambuco”, in Recife en de installatie moest voorbereid worden. Aangezien de montage van sommige drukpersen maanden, soms zelfs een jaar lang, in beslag kan nemen, bestaan er, buiten de verscheidene mechanische, elektrische en elektronische “erectors”, algemeen gespecialiseerde coördinators voor deze mensen (field engineers genoemd), die meestal in de fabriek in de VSA vertoeven, maar die ook, somtijds, naar de plaats van installatie gestuurd worden met de bedoeling de nodige maatregelen te treffen eventueel opduikende problemen te analyseren en voor bevredigende oplossingen te zorgen.

Één daarvan was Ron(ald) Stewart. Een goeie en bekwame mens eigenlijk (van Ierse oorsprong), alhoewel nogal Amerikaans gezind en die we direct de nodige aandacht hadden verstrekt, professioneel gezien en waarmee we op den duur zelfs een vriendschappelijke verhouding wisten op te bouwen. Ik wist dat hij geen vast vrouwelijk gezelschap bezat en dat hij al een beetje over de dertig draaide. Zijn vele reizen en een ietwat beschaamd karakter betekenden voor hem hindernissen op liefdesgebied. Ik vermoedde, bijgevolg, dat hij met zijn broek vol goesting zat en besloot wat te helpen.

Mijn vrouw had, enkele weken voordien, toevallig, een nog niet eerder gekende buur ontmoet op het strand voor ons gebouw en vanaf dat moment was het mij onmogelijk geworden dat vervelend vrouwmens terug kwijt te spelen.

’t Was op het strand ’s morgens; samen bij het middagmaal; ’s namiddags in de “shopping” en ’s avonds, in een cafeetje, met een lauw biertje erbij, terwijl ze verleidelijk naar de voorbij passerende mannen knipoogde, want niemand is van steen gemaakt. En alle dagen was het diezelfde muziek.

Ze leefde gescheiden van haar eerste man (wat nooit een goed teken is), had geen enkele (andere) vriendin (wat nog minder, een voordeel vertegenwoordigt), was een valse blonde (had ik vastgesteld aan de kleur van de uitpuilende schaamharen aan de rand van haar spannende bikini (wat een mens zijn wenkbrauwen doet optrekken), had al tientallen verschillende beroepen geprobeerd, maar was op dat moment werkloos (wat nog meer rimpels in uw voorhoofd veroorzaakt) en kon onmogelijk haar eigen tong bedwingen (wat een mens doet betwijfelen of men eigenlijk wel zulke vriendin nodig heeft).

In alle geval ze had mijn vrouw verzekerd dat ze zich wat verwaarloosd bevond in haar seksuele behoeften en dat ze uitdagingen voor uitspattingen van ongetemde lust niet zou afslaan en dat ze zelfs helemaal gereed stond om eender welke buitenlandse dwaas aan de haak te slaan, indien Ligia zo iemand kende.

Ik overwoog (waarom niet?) ”hem” aan “haar” te verkopen (en vice-versa), zodat ze beiden hun lichamelijke achterstand onmiddellijk zouden kunnen voldoen en ik had hem nog verwittigd en er speciaal zijn aandacht op getrokken dat ze, in geen enkel geval, diende om ermee te trouwen en dat het zuiver een kwestie was van er gebruik van te maken zijn verlangende gans in haar overstromend rijp kanaal te versmoren, maar nee, ze hadden niet enkel ene keer gezellig gevogeld, maar ze hadden beslist het gehele weekeinde in zijn tweepersoonsbed, in het vijf sterren hotel, door te brengen, zodat hij er later van klaagde dat zijne piemel helemaal ontveld was geweest vanwege het toegepaste geweld en dat hij nog nooit in zijn leven zoveel keren had gepoept, in één rij.

Niettegenstaande mijn ernstige waarschuwing heeft ze hem, na sentimentele chantage, verplicht haar mee te loodsen naar de VSA, diezelfde reis nog en hun echtelijk geluk heeft maar amper twee weken geduurd, vooraleer hij vast heeft gesteld dat zij de limiet van zijn kredietkaart al had bereikt, zijn telefoonrekening de helling van een steile berg had op gereden, hij de seks waar hij op rekende niet meer kreeg wanneer hij wilde, ze kleren had gekocht, niet alleen voor haarzelf, maar ook voor haar broers, moeder, vader, tantes en nonkels (die in Brazilië ongeduldig achter waren gebleven, maar ook al aanstalten maakten definitief uit te wijken naar dat wonderland, waar diene uil niet wist wat allemaal te doen met zijn eerlijk verdiend geld), niet ingerekend haar eerste man, die ze in de grond van haar hart nog altijd beminde, terwijl ze ook niet had na gelaten ruzie te stoken en te zaaien tussen al zijn jarenlange buren.

Ze heeft dan nog rap voor een kind gezorgd om een levenslang pensioen te garanderen en nu leeft hij zonder vrouw en zonder kind, maar wel met ne hele hoop schulden en met ne hele hoop boze buren en zijn salaris is nu ook aangetast door een rechterlijk besliste “afkorting” van dertig percent.

Hij zweert dat hij niet kwaad is op mij, maar ik ben, integendeel, wel boos op hem, want hij heeft de markt verbrodt en het regent hier nu, bij wijze van spreken, van verstandige meisjes die mijn vrouw voortdurend lastig vallen om te weten of ze nog één van die exemplaren kent!!

PS: hij beweert dat hij al gewend is geraakt aan één van haar broers die daar blijven plakken is en die beloofd heeft, binnen enkele maanden, te verhuizen..

Avé Maria en te weten dat men hier, voor vijftig dollars, zoveel kan vogelen en poepen als men lust heeft en dan nog recht heeft op een voorgerecht, wanneer ze persé willen bewijzen hoe goed ze wel kunnen zingen aan de microfoon...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Statistieken vrijgegeven door de Braziliaanse Overheden

35% van de mannen zijn vroeger wel eens verliefd geraakt op één van hun leraressen.

40% van de mannen weigeren hun vrouw te helpen gedurende de grote kuis, op de vrijdagen.

46% van de vrouwen praktijken de anale seks, zonder tegen te pruttelen, met hun eventuele partners.

56% van de vrouwen slapen, af en toe, naakt.

70% van de vrouwen verkiezen seks in de ochtend.

90% van de vrouwen verlangen te vogelen in de vrije natuur.

99% van de vrouwen durven de seks niet bedrijven in het kantoor waar ze werken.

Conclusie:

Er bestaat een grotere kans, voor ons mannen, anale seks te bedrijven met een vrouw in het bos, 's morgens vroeg, dan vaginale seks, 's avonds laat, in het kantoor.

Moraal van deze statistiek:

Blijf niet werken tot een gat in de nacht, want zo zul je waarschijnlijk nooit iemand heerlijk kunnen poepen!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Fiat 147: de Braziliaanse auto voor Bedienden

Rudolfo de Bresil schrijft over de beginfase in zijn carrière rijdend met een onopvallend autootje dat past bij de standing van bedienden. Later vervangen door een Alfa Romeo, maar ik weet niet welk type, en een Dodge Dart of was het zijn evenbeeld de Plumouth Vaillant? Het schijnt dat die op water rijdt met zijn V8, en zonder water valt hij stil en uitgekookt voor de villa van zijn baas.

Antwoord:

Helaba, sedertdien heb ik mezelf al verschillende nieuwe modellen gekocht hé! Zie beneden de volgorde:

- een supersnelle velô, merk "Caloi", model Caloi 10, uitgerust met een cross-stuur en met tien (weliswaar mechanische) versnellingen, zijnde twee van voren en niet minder dan VIJF vanachteren, maar toch al uitgerust met een snelheidsindicator, nu ongeveer 30 jaar oud en nog altijd in constant gebruik (amper ene keer geverfd);

- een uiterst moderne, ergonmetrische fiets (op een standje dus), merk "Caloi", model Magnetic C-504, met hartslagindicator, inlichtingen over calorieverbruik, aantal kilometers gereden, plus nog andere, nog veel ingewikkelder informatie (buiten mijn begrijpcapaciteit). Uitgerust met de nog originele banden en ketting. Volgens mijn rekening, heb ik er ongeveer (vijf dagen per week/één uur per dag/40 km per uur/35 jaar lang) 360.000 km (gedeeld door twee, om niet te overdrijven) mee áf gereden = 180.000 km, zonder één enkele platte band te hebben gehad (wat overeen komt met meer dan 4 keren de omtrek van de aarde);

- een automatische, elektronische geopereerde loopband, merk "Athletic", model Advanced, met nog meer indicatielichten dan in een Amerikaanse straaljager, die ik alleen maar gebruik op zon-en feestdagen en als ik het beu ben op mijn fiets,

allemaal zelf betaald, met mijn eigen verdiend geld, alhoewel origineel gefinancierd door mijn bezorgde broer D.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De Tijd

Ik denk dat het past hier eens te vermelden dat ik gedurende het jaar 1980 het roken, na een lange periode van verslaving, definitief heb verlaten. Zonder pijp, geen sigaretten en niks van sigaren... absoluut niks. Die beslissing heb ik genomen op een morgen, toen ik wakker werd en mijn keel eigenaardig pijnlijk aanvoelde. Ze was droog en ik ondervond ernstige moeilijkheden in te slikken. Ik verdacht meteen de kanker ervan mij in zijn klauwen gegrepen te hebben en ik heb er onmiddellijk mee gestopt. Zonder daarvoor ooit schuld- of spijtgevoelens, gekoesterd te hebben. Later bleek het dan toch niet zo ernstig geweest te zijn, maar toen was de kogel al door de kerk en heb ik niet meer op mijn beslissing terug willen keren. Gedaan is gedaan en het heeft me zelfs niet oneindig veel moeite gekost. Gedurende ettelijke jaren heb ik het half opgerookte pakske sigaretten, op ooghoogte, in mijn bureau, nog bewaard, om mezelf te bewijzen dat ik aan een zo’n flauwe uitdaging gemakkelijk weerstand kon bieden en geen enkele keer heeft de goesting mij terug beet gepakt. Gelukkig ben ik er definitief vanaf geraakt. Die pest, die nergens voor deugd, tenware mijn gewicht onder de tachtig kilo’s te houden, heb ik overwonnen.

Het was natuurlijk toevallig, maar enkele maanden daarna en toen ik al ongeveer tien jaar bij mijn, nog altijd huidige, firma aan het werken was geweest, heb ik, gedurende een avondmaal in een restaurant in Copacabana, waar het toen al verboden was te roken, een persoonlijke (en geheimzinnige) uitnodiging ontvangen van een directeur van mijn grootste concurrent “Harris Corporation”, van de VSA, om van "ploeg" te veranderen en bekoorde hij mij met een vaste, gegarandeerde, wedde van een aanlokkelijke 50.000,00 dollars per jaar, plus commissies en dekking van alle onkosten, om verantwoordelijk te zijn voor de verkoop van hun drukmachines in Brazilië en later, indien succesvol, in geheel Zuid-Amerika. Deze informatie heb ik dan natuurlijk, wijs, doorgespeeld aan mijn eigen directeurs en ze hebben, in een oogwenk, mijn wedde op hetzelfde peil gebracht. Het is een kwestie geweest van voordeel te halen uit een gegeven toestand. Het zou me nochtans verplicht hebben mijn professionele carrière opnieuw te herbeginnen, veel te reizen en op zijn minst twee keren per jaar de VSA te bezoeken om alle soorten rapporten in te dienen en eerlijk gezegd, dat begon mij toen al te vervelen. Mijn hoofd stond er ook niet naar..

Het leven is altijd een strijd geweest, maar als men de tijd, de tijd geeft om (bijna) alles, zonder veel lawaai en opschudding, op te lossen, dan blijft er eigenlijk (bijna) niets meer op te lossen.

Zonder roken, maar met oneindig veel biertjes, zodat de tijd rapper passeert!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Wroeging

Já, ´t is waar en ik beken het, ik ben altijd min of meer een halve luiaard geweest en daarom, vermoed ik, heb ik een voortdurende neiging mezelf te laten ontspannen en in rust en vrede, met mezelf en met mijn naaste familie, te trachten te leven. Ik zou eigenlijk ook wat meer moeten lezen, of herlezen, vooral die Vlaamse boeken die ik meegebracht heb vanuit België, zoals “De Witte” (is die nog altijd in de mode?), maar ook andere, zoals “Dom Quixote”, die me zo aangenaam, in de tijd, verrast en veroverd hebben, terwijl hopend mijn bloeddruk daardoor, vanzelf en zonder geneesmiddelen, wat te zien dalen.

Ik woon vlak aan het strand maar frequenteer het zelden en toch voel ik, somtijds, behoefte me daar te verwennen gedurende meerdere uren, zoals de bloemen zich naar de zon wenden, om hun leven daaruit te snuiven. Maar dan herinner ik mij de blakende hittestromen, de duizenden verkopers van alles wat min of meer gedragen of versleept kan worden, het vuile zand besmet met de uitwerpselen van kakkerlakken, honden, ratten en zelfs mensen die het strand en het zeewater uitsluitend gebruiken om ne keer goed te pissen en te kakken, alle dagen, zonder daarvoor het dure wc-papier te moeten verspillen, terwijl ook niet vergetend hun stinkende voeten daar ene keer per maand af te wassen, zodat ge er alle soorten huidziekten van opraapt, terwijl de spelende kinderen het zand overal in de wind gooien, niet in overweging genomen de honderden voorbij passerende poepen van alle soorten smaken, modellen en formaten, die ne gezonde mens allemaal niet kan nalaten te bekijken, bewonderen, vergelijken of te keuren en evalueren, waardoor de bijna veroverde rust, in een oogwenk, wordt verslonden door die opflakkerende nieuwsgierigheid en ge, zonder het goed te beseffen ineens in de ogen staart van die alledaagse bedelaar die er gebruik van maakt u nogmaals lastig te vallen, hopend dat ge vandaag wat beter gezind zult zijn, wat absoluut niet overeen komt met de werkelijkheid en ge dan automatisch uw blik afwendt tot hij op die andere figuur rust, ook ongewild, van een afstotelijk, blank, pezig en verslenst wijf dat, met zwaaiende armen, denkt dat ze lichaamsoefeningen aan het uitvoeren is, uitgerust met witte korte sokken en ook met splinternieuwe tennisschoenen, midden in het zand en zich in het krakend zand beweegt, net zoals een soldaat die zopas afgekeurd is geweest van zijn dienst en bovendien uitgerust is met een luie, enorme, Mexicaanse strooihoed, waarvoor ge ook nooit behoefte hebt gevoeld daar belangstelling voor te vertonen, maar aangezien er zodanig veel exemplaren van datzelfde type bestaan, ge er gewoonweg niet naast kunt kijken en ge plotseling beslist rap terug te keren naar uw veilig appartement waar ge weet dat ge daar niet, met de minuut, onrustiger zult worden en ge ernstig overweegt een lange zeereis te ondernemen, vooraleer ge een oude vrek wordt en een ongeneesbare eenzaat, terwijl ge beseft dat ge behoefte hebt aan gekke lachbuien, tot ge er de krampen van krijgt in uw kaken, zoals ge vroeger alle dagen deed, vooral als ge een mens had ontmoet die precies begreep hoe juist een grap te vertellen en wanneer men tot het besluit kwam dat het leven niet zo slecht is als het eruit ziet en het de moeite waard is diene zelfde mens nog ne keer terug op te zoeken om weeral eens goed te kunnen schaterlachen en alle, heersende, ellende te vergeten..

Enfin, ge stelt vast dat de laatste jaren moeilijker zijn geweest dan ooit tevoren (of hebt ge immer diene indruk?). Ze zijn, tenandere, ook nog altijd niet voorbij en ge vreest dat ze nooit nemeer voorbij zullen geraken, maar ge hoopt toch uw eigen karakter aan te kunnen passen, contact te kunnen maken met andere, eerlijke, mensen en misschien zelfs het geluk terug te ontmoeten, kinderen te verwekken, zoals ge vroeger altijd gedroomd had te doen en ze nu steeds maar verder en verder aan de horizon ziet verdwijnen, alsof ge niet hard genoeg hebt getracht, met eender welk vrouwke, mulatje of zelfs zwartje, want misschien zijt ge een beetje te trouw geweest, te veel gehecht geweest aan te weinig personen.

Die behoefte aan meer kinderen en de wroeging die geregeld terug op komt duiken, dat ge, alhoewel hij een buitengewone en excellente ziel is geweest, zelf, uw eigen zoon niet goed genoeg hebt kunnen opvoeden, raad geven en een veilige steun te vertegenwoordigen..

Hij had veel van mijn karakter, mijn gewezen zoon, maar nu vind ik dat hij te weinig keren zijn weekeindes bij mij heeft door gebracht.

Ik herinner mij hoe een bepaalde gebeurtenis mij diep heeft getroffen. Hilma, zijn moeder, had hem voor een paar uur aan mijn zorgen toevertrouwd en ik had hem meegenomen naar een private club waar hij aan het spelen was geweest met enkele andere aanwezige kindjes. Op een zeker moment dook er een kat op. Ik houd niet van katten, maar ik houd nog minder van wreedheid. De andere kinderen liepen dadelijk naar die kat toe met de duidelijke bedoeling ze een schop in haar asshole te verkopen. Hij begon onmiddellijk zelf achter die kinderen te rennen, terwijl zachtjes roepend “laten we de kat alleen maar strelen..”.

Toen voelde ik hoe ontzettend goed hij eigenlijk wel was. Hoe hij niemand, of niets, kwaad wilde doen en ik terstond medelijden met hem kreeg. Hij was te jong nog, toen, om weerstand te kunnen bieden aan slecht gezinde mensen en ik besefte dat hij nog veel zou lijden vooraleer succes te veroveren in zijn intentie de wereld te verbeteren. Daarom ook begreep ik meteen hoeveel hij me wel nodig heeft gehad, een werkelijke steun voor hem betekenend, moed verstrekkend om vol te houden en nooit op te geven..

En daardoor is de wroeging gekomen. Hoe kon ik in enkele weinige ontmoetingen genoeg tijd hebben gevonden dat karakter verder te ontwikkelen en te verzekeren?

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten