Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Travestieten, niet alleen bedriegers maar ook bandieten

Ik zou niet kunnen uitleggen waarom juist, maar nu herinner ik mij opeens een andere episode, toen ik mezelf pas mijn eerste digitale camera had aangeschaft.

Overwegend dat het beschikbare vlees in uw eigen slagerij, zoals ge zelf beseft, zelden het malste is, besloot ik mijn digitale camera in mijn auto, onder mijn zetel, te bewaren, erop rekenend ooit eens (heimelijk) opwindende foto's te kunnen op de kop tikken van uiterst vrouwelijke, liefst naakte, wezens. Zoals ik elke avond gewoon was, rond den elven, reed ik naar de "Flamingo", toen mijn recentste stamcafé, juist vóór het strand, een drietal km weg, om daar mijn dagelijkse porties bier en caipirinha, zonder spijt noch wroeging, in te zwelgen, terwijl ik dan serieus over de zin van het leven pieker, een videotape van de verlopen dag op het scherm, aan de binnenkant van mijn voorhoofd, laat afspelen en beslis wat ik ’s anderendaags helemaal NIET zou uitrichten. Ietwat dromerig had ik vergeten de twee ramen, aan beide zeiden van de wagen, dicht te draaien. Toen ik langzaam stopte aan een verkeerslicht, werd de auto opeens omringd door vijf travestieten, waarschijnlijk tussen de zestien en de twintig jaar. Ik had niet prompt vast gesteld dat het allemaal travestieten waren, want op zijn minst twee ervan leken uiterst meisjesachtig. Microrokjes, hoge hielen, weinig make-up, slank en simpel. Het knapste, een lichtbruintje, kwam gezellig dichtbij leunen en wilde meteen weten of ik uit was op een programmetje. Met één oog op het rood licht en het ander op haar(?) uitpuilende borsten (wat redelijk gemakkelijk is, in mijn geval), bedankte ik haar glimlachend, het belovend aanbod. Vooraleer het licht op groen sprong echter, gebeurde, onverwachts, de overval. De viezerik aan mijn rechterkant, aan wie ik mijn blik nog niet eerder had verspild, stak zijn (haar?) hoofd door het venster, greep onmiddellijk de sleutelbos op het startcontact, draaide de motor af en wierp ze, de sleutels, op de straat. Daarna wipte ze vlug de auto in terwijl twee andere het veiligheidsslot van de achterdeuren open rukten en ook binnen tuimelden. En daar zat ik, geklemd in mijn eigen wagen. De knapste “bicha” aan mijn linkerkant bleef buiten staan en belette mij, haar gewicht tegen de deur aanleunend, de auto te ontvluchten. Ik geraakte niet in paniek, alhoewel als gijzelaar omvormt. Het vijfde, onnatuurlijk, schepsel bleef enkele meters verder van de auto verwijderd de toestand over schouwen. De mensen, in de voorbij passerende wagens (het licht was al op groen gesprongen), veronderstelden, waarschijnlijk, dat ik druk bezig was de prijs te onderhandelen met die vogelschrik aan mijn linkerkant en dat de andere passagiers, moeilijk te onderscheiden, kennissen of vrienden waren. Ik legde onmiddellijk mijn linkerhand op mijn volgepropte hemdzak waar ik mijn geld, documenten en zaktelefoon in bewaard had, gereed om ze, niet zonder strijd, prijs te geven . Maar ze werden ineens allemaal razend kwaad. Het geld (let op: ze zeiden niet: UW geld, want het ging in alle geval toch vlug van eigenaar veranderen), het geld, rap, rap... Ik stamelde, goed, goed, oké, oké, ik zal het geld overhandigen, maar alléén HET geld. Ik kon, met enkele vingers van mijn rechterhand, tussen de vingers van mijn linkerhand door, wat bankbiljetjes uit het zakske peuteren, maar dat bleek niet genoeg te zijn. Ze begonnen alle drie op een schelle toon te gillen en te schreeuwen, terwijl ze nerveus de auto onderzochten, onder de zetels en in de verschillende bergplaatsen en ik, daar zat ik, stevig mijn zak vastklemmend. De hemdzak bedoel ik. Ze werden ongeduldig door mijn weerstand, maar aangezien ik geen wapens had kunnen onderscheiden, besloot ik het niet gemakkelijk te maken. Het duurde echter niet lang vooraleer ze naar andere methoden beslisten over te schakelen. De “viado” die buiten stond, begon op het dak te bonzen en schreeuwde alsmaar luider: “betaal mijn programma, betaal mijn programma” en ik had nog geen enkel programma ontvangen! Dat was de volledige waarheid! De “boiola” die zich aan mijn rechterkant bevond, begon ook te tieren, ah! , eh? . Ah! Eh? Ik weet precies hoe ik ne man moet aanpakken! Hij (ze) draaide zich naar mij om en greep beslist naar mijn klootzak. Ongelukkig genoeg, voor hem (haar), zat hij tussen mijn benen geklemd en kon ze amper mijn volledig inéén geschrompelde tuitje lokaliseren, dat ongevoelig was, relatief gesproken, aan nepen en knepen. Ik mompelde binnensmonds, daar kunt ge lang aan trekken, het doet geen beetje pijn en integendeel, let op voor het "cumshot". Ze keek oplettend naar de uitdrukking van mijn aangezicht om zich ervan te overtuigen dat ik een pijnlijke smoes aan het trekken was, maar ik was nog altijd bezig mijn andere zak, mijn hemdzak, te beschermen. Toen begon ze razend op mijn borst te bonken. Geld, het geld, méér geld...!!! Het geld is op, goddomme. Ziede da niet? Ik heb geen geld niemeer! En wat kunde met mijn documenten doen? Niet'n! Ziede da thans nie? 'k Hebbekik alleen nog de GSM en mijn documenten. Ondertussen hadden ze de camera, onder mijn zetel, nog altijd niet ontdekt en ik dacht: dat zal hier niet goed aflopen; ik moet uit de auto. Dit is het moment. Hun aandacht ogenblikkelijk verstrooiend en in een vlugge onmogelijk te vermijden beweging, duwde ik met alle geweld, met mijn goede schouder, mijn deur open en in één, twee, drie stond ik buiten, náást dat schoonste wrak, dat mijn hemd niet los wilde laten. Bon, maar nu is het effekes iets anders; nu heb ik mijn vuisten vrij. Terwijl ik me van haar af schudde, scheurde ze mijn hemd, van boven naar onder, zodat ik op een bedelaar begon te gelijken. Ik gaf haar een duw en ze bleef op afstand, maar de anderen hadden intussen ook de auto verlaten en daar stond ik, weeral omringd. Toch niet door alle vijf, want één ervan was nooit dichterbij getreden. De vierde, meende ik gezien te hebben, in een flits, onder mijn zetel reikend en dan weg rennend. Dus er bleven er eigenlijk maar drie ne meer over en ik begon me moreel vóór te bereiden op een taaie strijd. Door al het geweld en mijn gescheurd hemd waren de documenten en de telefoon op de straat gevallen. Ik dacht, als iemand zich bukt om iets op te rapen zal ze zien: een schop in het aangezicht. Het mens dat aan mijn rechterkant had gezeten kwam recht op mij af, van achter de auto om. Ze maakte een beweging om terug op mijn borst te stampen en daar ging hij, mijn vuist, vanuit mijn rechterschouder, de slechte, die achteraf weer een week pijn heeft gedaan, recht op haar kin af. Ze strompelde achteruit en viel struikelend over de koffer van de auto neer. Ze bleek meteen genezen te zijn. Maar die andere nog niet, want ze viel opnieuw aan. Vanuit mijn linkerkant. Met een ferme duw struikelde ze ook verschillende passen terug. Ondertussen was er een taxi gestopt en de chauffeur bleef vanachter zijn stuur, grinnikend, toekijken. Waarschijnlijk was hij aan het uitmaken wie er wie aan het overvallen was. Terwijl zij schreeuwden dat ik hun "programma" niet had betaald, riep ik hem toe dat ze mij aan het bestelen waren. Ik voelde dat er van diene kant gene hulp te verwachten was. Een andere taxi stopte wat verder en daar bevonden zich, meende ik in het gewoel te onderscheiden, buiten de chauffeur, nog drie grote negers, in. Ik besloot: beter weg wezen, die drie komen waarschijnlijk hun “vriendinnetjes” een handje geven. Ik greep mijn documenten op de grond, de GSM en begon naar mijn sleutels te zoeken. Laat hem niet vluchten, schreeuwde één ervan. Maar ik had het al beslist, ’t is nu, of ‘t is nooit. Ik vond alleen maar de sleutel van de auto terug. De twee andere, de sleutels van mijn voor– en achterdeur, thuis, waren niet te bespeuren, maar dat was het belangrijkste niet. Toen ik de auto terug in wipte, maakten ze aanstalten, weliswaar met minder overtuiging, ook hetzelfde te doen. Maar blijkbaar had mijn weerstand en de omvang van mijn bi- en triceps, die ze nu pas echt in overweging hadden kunnen nemen, hen verrast. Ik besloot een grote borst op te zetten, vies te kijken en tierde: probeer niet eh! Ik ben van de geheime politie...

Bon, ik weet in alle geval dat ik er in geslaagd ben er vanonder te muizen. Het eerste wat ik deed was onder de zetel tasten. Niets. De smeerlappen. Nog ne keer. Niets. De smeerlappen. Ik haat travestieten. Ik besloot niets áán te geven bij de politie. Het zou mij alleen maar in een belachelijke situatie brengen. Ze zouden zich krom lachen terwijl ik het verhaal vertelde. Dus, beter niets. Enkele verkeerslichten verder heeft die tweede taxi mij ingehaald. De drie negers grijnsden me aan. Één ervan stak zijn arm uit het venster en smeet één van mijn kredietkaarten op de grond. Hei, ge hebt dat dáár verloren!! Ongerust stapte ik uit de auto en scharrelde ze op. Een andere auto stopte ook op dat ogenblik, juist tussen ons in, maar toen de chauffeur mijn gescheurd hemd zag, schakelde hij zijn versnellingsbak op "achteruit" en verwijderde hij zich vlug. Hij dacht waarschijnlijk dat ik zojuist overvallen was geweest door die drie negers. Wat een flater, man. Maar ge weet nooit. 't Was allemaal zo rap gebeurd..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Antes que os Americanos te chamam de "Crap"

In een ander, Braziliaans, forum, enkele dagen later, verscheen de commentaar van een Jood (allez, dat veronderstel ik hé, als ge leest wat hij schreef), uitweidend over hoeveel hij wel de Amerikanen in het algemeen en Busha in het bijzonder, bewonderde, door hun voortdurende en onvermoeibare inzet alle bevolkingen in de wereld te willen bevrijden, zonder enige interesse anders dan de wens hen gelukkig te maken, zoals zijzelf al zijn en daarvoor alle nodige daden aan het treffen waren, zoals bepaalde landen áán te vallen en te bezetten, ruzie te veroorzaken en te bevorderen tussen en in bijna alle oosterse, maar ook veel westerse landen, bepaalde (n) mensen te doen vermoorden of te laten folteren en ook te achtervolgen, te vermijden dat andere landen beschikken over dezelfde moderne wapens die zij zelf allang gebruiken, hen in compensatie, niet toelatend met stenen te werpen naar hun speciaal daarvoor gepantserde tanks, wat hen ook het recht verzekerd terug te mogen schieten, zonder wroeging, met duizenden canons en missels, alhoewel het doelwit kleiner is dan éém meter vijftig, enfin, oorlogen ná streefden om de vrede te kunnen bewaren... en dat was tenslotte zijn intelligente conclusie.

Enkele lijnen verder verscheen de volgende commentaar van een lezer, blijkbaar niet akkoord met die waanzin. De tekst is in het Portugees maar kan vertaald worden op algemene aanvraag:

“Realmente você tem toda a razão, meu filho. Desde pequeno aprendi que todos os americanos, ou vamos arredondar para baixo, noventa e cinco por cento, são heróis natos. Sanguinários moderados mas loiros bonitos, de olhos azuis, bundas achatadas mas peitos inflados, com um amor inconfundível para com os latinos, que chamam carinhosamente e com ternura de "empregadas sujas"...

Lembra-se da época dos Índios? Graças a Deus, conseguirem nos livrar destes estupradores de moças e comedores de crianças. Em seguida vieram os Mexicanos, todos ladrões gordos e bêbados e igualmente estupradores de moças e comedores de crianças durante suas horas de siesta. Não demorou e lá vierem os Alemães e os Japoneses, não sem coincidência estupradores inveterados de moças e comedores de crianças, estes “Sem Deus”. Quem não se lembra dos Coreanos e dos Vietnamitas, sem sombra de duvida estupradores por excelência de moças e comedores de crianças gordinhas. E os comunistas Soviéticas então? Nossa Senhora, estupradores de moças e comedores de crianças gordas e até mesmo magras, provado por A mais B. Sem falar nos Iranianos e seus Khomeneinis e Ayatollah's estúpidos, principalmente aquele Ahmadinejad, os Iraquianos em geral e aquele Hussein em particular, os Libaneses com Kadhafie, os Eslocavos e Milosowisz's, sem esquecer os Bósnios, os Afghanistanos com seus Talibans (principalmente o Bin, aquele safado), os Palestinos com seu velho Arafat, Castro em Cuba, Noriega em Panama, Chávez com sua Venezuela, Correa com Equador, Ortega em Nicarágua, Morales em Bolívia, Pyiungpong com seu Correia Do Norte, agora Putin na Rússia, sem falar nos Marcianos e as guerras nas estrelas, todos os terroristas nacionais, internacionais e entrestrelares, todos vencidos pelos brabos norte-americanos, loiros bonitos mas bronzeados, de olhos azuis, bundas achatadas mas peitos inflados, atrás dos comandos dos seus aviões supersônicos, fumando cigarros tipo "Hollywood" num canto da boca destorcido pelo ódio profundo, sem medo de serem acometidas por baixos sentimentos de ternura e compaixão, alem da garrafinha de Coca Cola no alcance da mão, ambos portanto com o verdadeiro gosto da vitória, podendo contar com seus arsenais infinitos de bombas tele-guiadas e mísseis inteligentes, uns maiores e mais potentes do que os outros, mas todos capazes de matar centenas de pessoas de uma só vez, tudo com precisão cirúrgica e um sorriso impiedoso, vinte quilômetros acima do chão, onde nenhum tiro de revolver trinta e oito e muito menos qualquer tipo de pedra lhes ameaça, verdadeiros heróis portanto, que somente em poucos casos excepcionais, muito menos do que oitenta por cento, erram o alvo, principalmente em se tratando de festas de casamento, matando algumas criancinhas e as suas estúpidas mãezinhas, que estão sempre no lugar errado, na hora errada, mas de qualquer modo sempre pessoas de origem duvidosa e sem motivo mesmo para viver e o que cientificamente é denominado de "efeito colateral", para não deixar baixar o nível da conversa, salvando assim não só o seu próprio pais, mas o mundo todo, não pelo dinheiro e poder, é claro, mas pelo ideal que perseguem, desde pequenos, sob a liderança de certos bêbados, alucinados pelo poder onipotente, enquanto convencem, sem precisar de muito esforço, alem da grana, lideres de outras nações, subdesenvolvidos ainda e longe dali, onde se ainda vive na idade da pedra, em aceitar jogar diversos cargas de bombas, alem da própria mãe de todas as bombas, cujos prazo de validade já estão praticamente esgotados, na cabeço dos seus conterrâneos, enquanto estes, estarrecidos e sem entender nada, com os olhos fixamente dirigidos aos céus e pescoços entortados, procuram enxergar os seus salvadores, porque entendem que realmente não pertençam a super-raça do Jesus, claramente mais branco do que OMO, enquanto apertam os cintos, sem saber de que aquele trilhão de dólares que os seus lideres conseguirem economizar, mandando os mais velhos, feios e doentes um pouco mais cedo para os seus túmulos (nunca mais do que trinta por cento da população), sob a forma de juros, calculados sobre o valor total da ajuda humanitária que mandarem anteriormente, para evitar que compram maquinetas velhas e ultrapassadas dos concorrentes comunistas e cobrados através da Internet, o que não resolve o problema da divida propriamente dita, sem falar do valor original do empréstimo, que acertarão mais tarde, principalmente se deixarem aparecer cabeças duvidosas...

Você tem razão, meu filho. Vá para lá e não esquece de esconder que você é Brasileiro. Diz que você é quase Americano já, antes que te chamam de Crap....”

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Bucha do Canhão - Enkele jaren geleden

Nog wat verder zeverend, ik herinner mij nu een episode die zich heeft afgespeeld in één van die duizenden internet forums, enkele weinige jaren geleden.

Op een zeker ogenblik verschijnt er op het scherm een simpel verzoek vanwege een daar toevallig aangestrande Amerikaanse soldaat, op oorlogsverlof in Eng(ge)land. Of er iemand wist wáár juist in Londen hij een goeie "handjob" zou kunnen verkrijgen. Iemand van de aanwezigen, zonder blikken noch blozen en ook zonder aarzelen, reageerde dat Blér, alle zondagen, na de mis, "free handjobs" ronddeelde aan Amerikaanse soldaten, achter de muur van The St. Patrick's Cathedral... acchhh, dienen goeie mens... zo'ne harde strijder, diene duts van diene Bléééérr.

In datzelfde forum dook er nog een andere vraag op vanwege, waarschijnlijk, diezelfde soldaat, blijkbaar verslaafd aan “handjobs”. Hij wilde weten wat juist de uitdrukking “mutual master(?)bation” betekende (hij was, blijkbaar, ook gebuisd in zijn vijfde studiejaar) en een verklarende uitleg werd door een heldere en attente geest verstrekt, er zelfs een toepasselijk voorbeeld voor aanwendend:

"Iedereen weet hoe graag, onze goede oude "Busha", zijn aanwezigheid op een ter dood veroordeelde’s terechtstelling, op prijs stelt en waar hij, zonder daar veel ceremonie van te maken, andere officiële compromissen voor opzij schuift. Terwijl Blér toen juist weeral eens aanwezig was in de VSA, om nogmaals de hartstochtelijke verdediging van de aanval op Irak op zijn schouders te nemen, had Busha toevallig op hetzelfde moment een uitnodiging ontvangen van de gouverneur van Texas om daar nog één van de geplande executies bij te wonen en Busha voelde zich verplicht Blér méé te vragen. Eens gearriveerd plaatsten de twee grote leiders zich op een stoel, speciaal voor hen gereserveerd, juist vóór het venster van het kot waar ze aandachtig het voorbereidend gedoe aan het gade slaan waren. Busha begon direct aan zijn broekgleuf te prutsen om zijne piemel daar in een gepaste houding te friemelen, vooraleer zijn "emotie" onvermijdbaar werd. Blér had dat, scheef loerend, opgemerkt en als zijn beste vriendje, besloot hij hetzelfde te doen, vol van verwachting, want in Engeland had hij zo een spektakel zelf nooit kunnen waarderen. Bezorgd vroeg hij aan Busha of er iets aan het haperen was met de rits van zijn broekgleuf, want Busha bleef zich daar maar voortdurend scharten, terwijl hij met zijn gat rond bleef wrijven op de stoel, ongeduldig dat hij was, op den duur toch nog het belangrijkste part te missen. Zonder er zich twee keer over te bedenken boog Blér zich over de schoot van Busha heen en begon ook verwoed aan zijn rits te trekken, met de bedoeling te helpen, tot ze opeens open flitste en de kromme piemel van Busha omhoog schoot. Blér wilde absoluut geen schandaal veroorzaken en begon pogingen aan te wenden die duivelse “prick” terug in de broek te wringen, maar Busha had dat niet zó verstaan en ook hij wendde zijn hand naar het kruis van Blér (zonder de ernstige blik van zijn doelwit áf te wenden), die verrast, terug achteruit deinzend, in zijn stoel plofte. Intussen was de veroordeelde te voorschijn getreden en na wat gefoefel en gemompel werd hij verplicht zijn plaats op de troon, ín te nemen. Dat deed Busha nog verwoeder aan de piemel van Blér sleuren, die hij ondertussen ook te voorschijn had weten te peuteren en vanaf dat ogenblik aan wilde hij van geen reden meer weten, terwijl Blér ook verbijsterd staarde naar het rood oplopend en hevig zwetend aangezicht van de veroordeelde. Toen eindelijk de vonken te voorschijn spetterden in de executiezaal, konden beiden, Busha en Blér, de spetterende stralen van hun eigen penissen ook niet meer onderdrukken, waarna ze zich dan, volledig voldaan en nadat de chef van de beulen beleefd het gordijntje had toe getrokken, terug lieten zakken in hun stoelen, hopend dat de andere overheden, achter hen, niets in de gaten hadden gekregen, elk bezig met hun eigen doen en laten.

Dát, zich wendend naar de Amerikaanse soldaat, wordt “Mutual Masturbation” genoemd, verklaarde hij."

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

A.

Toch had ik met D., onze eertijds gezellige Tante, voordien, een goede verhouding gekoesterd. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelfs een beetje gefascineerd naar haar ruime boezem, genoeg om zes kinderen te voeden, gluurde, iedere keer ze voorover boog, 's morgens, om mij koffie in te schenken.

Wie me echter meer bekoorde, daar in Laarne, was mijn nichtje A. die ik, wanneer mogelijk, vertederde met mijn aandacht. Vooral gedurende onze tienerjaren waren we redelijk intiem geraakt in onze onderlinge gedachte-uitwisselingen over onze respectieve ouders, ik met mijn (nog altijd) praktisch ontembaar temperament en zij omgekeerd, met een stil en appreciërend karakter. Terwijl ik, nog altijd, mezelf verstruikel over mijn eigen woorden, die eruit vliegen zoals een mitrailleur, waaraan geen rem aan te koppelen is, zelfs niet terwijl ik aan het schrijven ben, ondervind zij moeilijkheden verschillende opeenvolgende zinnen, zonder haperen, te formuleren en uit te drukken wat ze, binnenin, echt voelt. Ze is absoluut niet traag van geest, maar langzaam in haar uitdrukkingen, wat vooral Nonkel Marcel op stang jaagde. Mijn vakanties daar en mijn goed gedrag bevorderden een vriendelijke en zelfs medeplichtige sfeer en haar moeder deinsde er niet voor terug mij met A. (toen nog onschuldig), in hetzelfde bed, slaap te leggen. Ze werd zodanig gewoon aan mijn gezelschap dat ze eens, op een morgen, toen ik in de badkamer mijn tanden aan het poetsen was, de deur open zwierde en amper met een slipje en een bustehouder gekleed, binnen gleed en in de badkuip stappend, haar bh, zonder aarzelen, af begon te knopen. Ik stond er ietwat verbaasd op te kijken, op haar borsten bedoel ik, want ze waren groter dan ik verwacht had en uiterst blank, maar toen ze dat opmerkte knoopte ze er haar handdoek omheen, zonder echter veel schaamte te verraden en begon haar haar te wassen. Een stevig paar borsten had mijn nichtje, net zoals haar moeder.

Ze nodigde me geregeld uit te gaan tennissen, na het werk, of te gaan dansen, tot laat in de nacht. Daarvoor leende mijn nonkel ons zijn nieuwe luxueuze Japanse wagen uit, zonder er twee keer over ná te denken, wat hij zelfs niet deed met zijn eigen zoon. We reden dan traag weg om te bewijzen dat hij niets moest vrezen en na verschillende uren samen dóór gebracht te hebben in één of meerdere “dancings”, zetten we ons, op de terugkeer, wanneer haar ouders al lang aan het slapen waren, aan de eettafel neer, waar we, gedurende meerdere kwartieren, bleven uitklappen en onze (vooral haar) persoonlijke problemen ontleedden. Een waarlijke, vriendschappelijke, verhouding en nooit zijn we de grenzen overschreden, alhoewel we samen verschillende plezierreizen hebben ondernomen.

Eens, naar Rumbeke, met mijn moto, een Belgische FN, gefabriceerd gedurende de tweede wereldoorlog, uitgerust met een vierhonderd kubieke centimeter grote cilinder en één zadel dat groot genoeg was voor twee, wat haar verplichtte haar private delen dicht tegen mij op te schuiven, terwijl ook haar priemende borsten tegen mijn rug aandrukten. Ze stak, zonder meer, haar blote handen in mijn broekzakken om zich tegen de ijskoude wind en de regen te verdedigen en ik kreeg er zelfs een rilling van, door mijn ruggengraat, maar ze heeft hem niet aan geraakt. Een andere keer, liftend, zijn we de kust gaan opzoeken, wat ons verplichtte, na urenlang gedanst en rond gewandeld te hebben in de vele nachtclubs in de Langestraat, op het strand van Oostende te gaan slapen, in de motregen, in één enkele, dubbele, slaapzak (vandaag zou ik, waarschijnlijk, zo heilig niet meer durven zijn). Een vrije tijd. Zonder druk. Zonder eisen.

Één keer, toen we thuis arriveerden, na samen de benen uit ons lichaam te hebben gedanst, vroeg ze mij vlakaf waarom ik zoveel aandacht schonk aan “het geklap van de andere mensen”. Toen heb ik dat niet goed verstaan (of willen verstaan?), maar nu klinkt het een beetje als een verwijt, net alsof ik niet ver genoeg was gegaan, in haar oordeel. Dat spijt me, want ik had wel graag eens haar borsten onder de handen gehad, groot voor haar leeftijd....

Haar broer G., mijn neef dus, integendeel, heeft zich weinig met ons gemengd en meer dan ene keer heb ik ruzies met zijn vader moeten bijleggen. Hij was alles behalve een sympathieke jongen. Een beetje te zelfzeker eigenlijk, zonder daarvoor over de nodige eigenschappen te beschikken. Toch kwamen we redelijk goed overeen en samen hebben we zijn toekomstige (ex) vrouw leren kennen in Wetteren. Ze leek er verschrikkelijk heet uit, de manier waarop ze zichzelf gedroeg gedurende het dansen en terwijl we wat praat aan het verkopen waren. Ze drong er op aan, vooral als we met ze’n drieën waren, in hun woonkamer, ons haar ontblootte borsten (vanaf de andere kant van de tafel) te laten zien en de manier waarop ze hen, in een toen pas in de mode geraakt plastieken, doorzichtbaar, velletje, hoog naar boven gericht kon houden. Dan zou ze, dicht tegen ons aangeplakt, met één van ons dansen, want ze had toen nog niet beslist of ze G. eigenlijk wel beminde, of niet. Hij met zijn (haar) toekomstige erfenis. Hij is er dan toch mee getrouwd en een jaar later van gescheiden. Een scheiding die zelfs door de katholieke kerk is goedgekeurd geworden. Ze bleek, na dat eerste jaar en na een medisch onderzoek te hebben ondergaan, nog altijd maagd te zijn. Haar voorkeur (of de zijne?) ging blijkbaar naar het stoomkanaal, vanachteren, of, wie weet, zong ze uiterst graag aan de microfoon, van voren...

Tegenwoordig zou men zo iemand, een geweldige "cock-teaser" noemen.

Die tijd werd ook gekenmerkt door mijn eerste volledige staat van dronkenschap, toen ik bier met rode wijn had gemengd in een dansclub, de “Pigalle”, vermoed ik, in Lochristie, waar Nonkel M. ons naar toe had gevoerd om ’t één of ’t ander te vieren. Ik herinner me dat ik een WC-kot heb bezet en daar gedurende een uur lang heb getracht bij mezelf te geraken. Zittend op de WC-bril om te pis-schen en te kakken en op-staand om te braken. Tot ik er buikpijn van kreeg.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Nonkel Marcel

In feite wilde ik, een paar post's terug, verder in gaan op mijn vakantie periodes in Laarne, gedurende mijn jeugdjaren, maar andere anekdotes lieten het mij niet toe. Nu echter ben ik bereid en voel ik me verplicht er enkele, of beter, meerdere, lijnen aan te besteden, omdat ik daar, zonder de minste twijfel, de beste dagen van mijn leven heb door gebracht, zonder angst, zonder druk, zonder nerveusheid en zonder zware verplichtingen. Vooral Nonkel Marcel, de jongste broer van mijn moeder, was het type van mens dat mij aantrok. Hij straalde me rust, vriendschap en bescherming uit, alhoewel hijzelf erg dynamisch was. Hij had benul van de juiste verhouding tussen de plichten en de rechten; werk, ontspanning, slaap en verantwoordelijkheid. Hij herhaalde voortdurend dat er in het leven tijd was voor alles: een tijd om rustig te slapen (snorkend of niet), een tijd om hard te werken (in de grond scharten is een heilig werk), een tijd om zich goed te ontspannen (drinken, dansen en leute maken, zoals vele van de schilderijen, van onze voorouders, "De West-Vlaamse Schilders", zoals Pieter Bruegel, zo goed wisten te verbeelden) en ook een tijd om de toekomst te plannen (essentieel). Hij kon zo goed lachen als schreeuwen, maar had een duidelijke voorkeur voor het eerste. Een positief denkende mens die hier en daar een duw gaf om de karre in de juiste richting voort te stuwen. Als bloemist, met een vooruitstrevend zicht op de markt, de binnenlandse zowel als de buitenlandse, zonder evenwel hogere studies te hebben kunnen beëindigen, van vroeg af aan verplicht de verantwoordelijkheid op zijn stevige schouders te nemen, was hij een mens die de vrijheid echt heeft ná gestreefd.

Toch heeft hij zijn laatste dagen, gevangen in een oude-pekes-huis, tweehonderd meter van zijn bloemisterij, waarvan hij amper de hoge schouw van de stookolieketel kon onderscheiden, verborgen dat ze zich bevond achter een bocht in de weg, door moeten brengen, na van een hersenbloeding het slachtoffer te zijn geweest, die hem de linkse kant van zijn lichaam heeft verlamd. Niets echter dat hem niet zou toelaten nog vele jaren zijn ogen te laten rusten op zijn verwezenlijkte eigendom. Zijn vrouw echter, onze tante (ze hadden één dochter, ons nichtje Annie, die een post op zichzelf verdient en één zoon, George, die ergens verre weg, in Thailand, zijn toekomst aan het opbouwen is), heeft het hem, met duidelijke wreedaardigheid (gewoonweg omdat hij, zoals het past, er een hete minnares op ná hield) geweigerd zijn bloemen, zijn planten, zijn serren en vooral zijn “vinkskes” terug te zien. Ze verbood het hem, ronduit en definitief, zijn huis, zelfs maar te bezoeken.

Ik, voor de tweede of de derde keer in mijn leven, heb mezelf een lafaard gevoeld toen ik hem opzocht in zijn kamertje, in zijn rolstoel en hij me, vóór zijn vrouw, schreiend bekende háár gijzelaar te zijn, onbekwaam dat hij was zichzelf, alléén, naar zijn verleden te slepen. Ik, toen op een kort bezoek vanuit Brazilië, heb hem NIET in mijn armen opgepakt en hem er NIET naar toe gedragen. Ik heb NIETS gedaan tenware, ook schreiend, zijn handen en wangen gekust, als ware ik zijn Judas. Hij is enkele weken later gestorven, 't schijnt van een longontsteking. Deze heeft hij bewust opgepikt, aan zijn open venster, in de ijskoude wind, terwijl hij urenlang in de richting van zijn bloemisterij staarde. God vergeve het haar...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Amor de Deus

In België nog, vooraleer ik definitief vertrokken ben naar nieuwe oorden, was ik in kennis geraakt met een uiterst lief, braaf en kuis meisje, gezegend met een godsdienstige naam (die ik hier, voor veiligheidsredenen, niet zal vermelden) en waarmee ik toen, gedurende verschillende maanden, aan het vrijen was geweest. Een rustigere verhouding, vergeleken met die van een voorafgaand meisje, op wie ik stapelgek verliefd was, met name Doris en die geen barst om mijn gevoelens gaf, reden van onze korte maar vurige liefde en die ik, na onze breuk, nooit ne meer terug heb gezien (in één van mijn volgende post's zal ik daar langer over uitweiden). Ik weet niet of die kalmere en evenwichtigere omgang met dat meisje, niet een zekere dosis van wraak bevatte ten opzichte van het vrouwelijk geslacht, in het algemeen, vanwege mijn toen nog gekwetste ego, maar nu besef ik dat ik me beter en liever zou moeten gedragen hebben, vooral ook in overweging genomen de manier waarop ik haar hoop heb ontnomen, eenmaal in Rio De Janeiro, waar ik al een ander lief had veroverd, terwijl zij, nog altijd, wekelijks, mijn moeder opzocht in Rumbeke, om daar vers nieuws over mij te verkrijgen. Vergeef me.

Ze was de dochter van de politie commissaris in Roeselare, die onmiddellijk had ontdekt dat ik een “Van Leuven” was en me, daardoor, niet helemaal vertrouwde. Ik begreep niet goed waarom eigenlijk, alhoewel ik veronderstelde dat hij mijn papa kende. Maar die werd toen openbaar gewaardeerd door zijn “gentlemen's” gedrag ten opzichte van alle kennissen en collega’s, waaronder vooral hun vrouwen, van alle leeftijden, die hij teder en zonder de minste aarzeling, onder hun rok, op hun verslenste billen pletste, daarvoor speciaal zijn "onnozel" handje aanwendend. Iemand "aframmelen" deed hij alleen maar thuis, met zijn eigen kinderen. Tenware en dat kon ik niet te weten komen, hij andere register’s bezat op het politiekantoor. In alle geval, ik had verschillende keren opgemerkt dat haar vader ons gewoonweg spioneerde, gedurende onze uitstappen, meestal in Roeselare zelf, in bepaalde café’s, waar er afzonderlijke hokjes bestonden voor koppels die er op uit waren een stukje te vrijen, elkaar zoenend opwrijvend, gedreven door de liefde en wie weet, ook wel een beetje door de lust. Op één van die gelegenheden heb ik zijn hoofd verschillende keren zien opduiken door praktisch alle vensters van het café (waarschijnlijk zoekend naar de beste hoek), terwijl hij naar ons, geniepig, aan het loeren was. Ik heb niet kunnen uitmaken of hij dat deed om zijn dochter binnen de grenzen van de beschaafdheid te houden, of anders, aan de drang van "voyeurisme" voldeed. Beseffend dat het buiten fel aan het vriezen was, heb ik de ophitsing een half uur langer onderhouden dan ik eigenlijk had gepland en toen we eindelijk naar buiten slipten zag ik tersluiks dat, terwijl hij zich achter een dunne verkeerspaal trachtte te verschuilen, er zich ijs had gevormd in zijn wijde neusgaten. Maar hij is me anders nooit persoonlijk komen lastig vallen. Ik veronderstel echter wel dat zij, zijn enige dochter, veel goede raad heeft moeten aanhoren van haar vader, bij hen thuis, over mij en over mijn familie.

Ach, wat een naam allemaal niet kan veroorzaken in een leven...

Geschreven door Rudo om 15:44 Reageer op dit bericht Stuur door

Gassen en winden

Op mijn aankomst in Recife, terug kerend van Rio, waar ik de verkoop van mijn huis daar wettelijk had voltooid, toen ik aanstalten maakte de gang tussen de twee rijen zetels af te schuiven, gereed om het vliegtuig te verlaten, kreeg ik opeens in de gaten dat het slap pakske eten dat ik een uurtje ervoor nog gulzig had ín gezwolgen, intussen al op zijn finale bestemming was aangeschoven, alleen maar verhinderd door een "aircushion" dat dringend tegen de uitlaatklep aan het stuwen was. Ik maakte wanhopige pogingen de poort vast te klemmen, mijn spieren daar, hard aanspannend, maar de rij mensen zat strak vast, dicht tegen elkaar aan geperst en de tijd ging voorbij en de druk nam niet af en ik was verplicht mezelf wat te plooien, met mijn handen op mijn buik geperst, om de kramp enigszins te verminderen, maar het was niet gemakkelijk en het zweet begon mij uit te breken..

Ik had opgemerkt dat enkele mensen waren blijven zitten, sommigen om de reis verder voort te zetten en anderen, om de opgestapelde rij mensen te vermijden. Toevallig bevond één van hen zich op mijn heuphoogte, geduldig vooruit starend. De rij vorderde niet, ik kon geen betere plaats opzoeken, ik kon geen uitvluchten vinden en de druk werd groter dan de weerstand en daar ging hij .... "bbbbr rruuuooooeehhhhh", recht in zijn brede neusgaten. Hij reageerde onmiddellijk met een luide "bbbbbhhhhaaaaaaaaaaaggghhh", deed verwoedde pogingen recht te kruipen maar dat kon ook niet, want zijn hoofd bonste luid tegen het bagagerek boven hem en neer plofte hij, terug in de zetel, in de onmiddellijke omgeving van de stank. Ik zag hem verwoed zijn neus toe knijpen, zonder duidelijk opmerkbaar resultaat. Ik keerde mezelf wat om, mompelde een flauw excuus, zoals: "ele escapuliu", wat letterlijk vertaald wil zeggen: "hij is ontsnapt"... en duwde verward in de lenden van de man vóór mij, hem ongeduldig aanzettend de plaats onmiddellijk te verlaten, want de stank daar was onuitstaanbaar....

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Even geduld: eigenaardige wetenschappelijke vaststelling

Het zweet van de vrouwen stinkt naar ajuin. Dat van de mannen, naar kaas.

"O suor das mulheres tem cheiro de cebola e o dos homens, de queijo, segundo uma pesquisa realizada pela Firmenich, uma empresa de aromas e sabores baseada na Suíça, segundo reportagem da revista "New Scientist". O estudo, cujos resultados foram publicados pela revista especializada "Chemical Senses", coletou amostras de suor das axilas de 49 homens e mulheres caucasianos, depois de uma sessão na sauna após 15 minutos de pedaladas, ao longo de três anos. O objetivo era examinar duas substâncias químicas - um composto sulfúrico e um ácido graxo, ambos sem cheiro - já identificados como tendo papel importante no mau cheiro humano, para esclarecer até que ponto eles têm influência sobre aromas característicos de homens e mulheres. Foi pedido aos voluntários que não usassem desodorante no dia anterior ou no dia da coleta das amostras. As coletas foram feitas sempre no inverno. A equipe de cientistas depois analisou o suor dos voluntários e concluiu que o suor das mulheres continha altos níveis do composto que contém enxofre - 5 miligramas por mililitro em comparação a 0,5 mg por ml nos homens. Bactérias: Quando os cientistas misturaram a substância com bactérias comumente encontradas nas axilas, em laboratório, as bactérias a transformaram em sulfidrila - um odor de axilas já conhecido e associado ao cheiro de cebola ou de grapefruit (toranja). "Quanto mais acrescentávamos o composto sulfúrico, mais intenso ficava o mau cheiro", explicou Christian Starkenmann, que liderou a pesquisa. Já se sabia que o suor das axilas se torna ruim quando as substâncias químicas secretadas se misturam às bactérias encontradas no corpo. No caso dos homens, o suor apresentava níveis relativamente altos do ácido graxo, que lembra o cheiro de queijo quando exposto aos mesmos tipos de bactérias. Segundo avaliadores independentes, o cheiro do suor feminino é pior que o do suor masculino. A idéia dos cientistas agora é desenvolver novos ingredientes para desodorantes que combatam esses cheiros. "Poderíamos fazer inibidores que neutralizassem os precursores (os compostos químicos secretados), ou bloquear as enzimas bacterianas que fazem a conversão", disse Starkenmann. Alguns especialistas ouvidos pela NewScientist, no entanto, questionam a noção de que o sexo seja fator determinante, argumentando que os padrões encontrados nos voluntários suíços podem não ser aplicáveis a outras populações, com dietas diferentes e outras heranças genéticas."

Toch verkies ik de oksels van de meiskes....háháhá..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Bicharada

Onverantwoordelijkheid is geen exclusieve karaktertrek van alle Van Leuvens, laat staan alle Rumbekenaars. Hier heb ik er honderden ontmoet, de ene meer dan de andere. Één ervan was een zekere meneer Ernesto Oliveira, een Braziliaan afkomstig vanuit het zuiden van het land en politiek gezien uiterst rechts, die eerst als directeur van een krant "Zero Hora" in Porto Alegre, had gewerkt en later uitgenodigd aan de andere kant van de balkon plaats te gaan nemen, als directeur van de grootste drukpersfabriek in de VSA (Rockwell/Goss). Feit is dat hij, gedurende een middagmaal in onze firma, tussen vier van onze belangrijkste directeurs, zijn zorgvuldig gelaboreerd plan heeft uiteen gezet, alle arme mensen van Rio De Janeiro uit te roeien door het virus van de AIDS te verspreiden in de honderden “favela’s” (slopwijken) daar. Hij voelde absoluut geen sympathie voor minder begunstigde mensen en om duidelijk te maken dat hij van ander hout was gesneden (“diferenciado” in plaats van “diferente”) wendde hij termen aan die door de gewone stervelingen weinig of niet verstaanbaar worden, zoals ocharme zijn moeder, die hij beleefd zijn “genitora” (de vrouw die hem gebaard had) heette (zie eerdere referentie).

Op een zekere dag hadden we afgesproken hem op te halen aan het hotel waar hij logeerde in Recife en in plaats van prompt naar beneden te komen vroeg hij me, door de interne telefoon, hem op te zoeken in zijn kamer, terwijl hij net een verfrissend bad aan het pakken was. En daar ging Rudo, die nooit graag van zo’n enge situaties gehouden heeft. Ik had reeds gehoord over zijn talrijke orgie’s, gedurende verschillende reizen in het buitenland, waar klanten zich zonder scrupules vermengden met leveranciers, terwijl de hoeren, vooraf gecontracteerd in overdreven veelheden, zich van de ene naar de andere slaapkamer begaven en men op den duur niet wist of dat "arse" daar, dat overgebleven was, van een hoer was, van een klant of van een leverancier en er gelegenheden waren dat het op den duur een strijd werd tussen onnozele mannen die met duidelijk gebruikte slipjes en onderbroeken (getuige daarvan waren de gele plekken van voren en de bruine remstrepen, langs achter), die over hun hoofden waren geschoven, kamer in kamer uit renden, met de bedoeling de eigenaar(es) ervan te lokaliseren, onafhankelijk van de andere klanten van het hotel, die verstomd in de gangen bleven ronddwalen en veronderstelden dat ze met een hoop zotten te doen hadden. Kopers en verkopers, die normalerwijze al een "vijs tekort hebben", van jongs af aan, krijgen er door de jaren heen ook nog een “tique nervoso” bij en die werden dan uitbundig nagebootst, gebruikt en misbruikt door alle aanwezigen, tot het hotelbestuur dreigde er de politie bij te halen, want het klimaat was duidelijk alle grenzen van het toelaatbare aan het overschrijden en was men al aan het dreigen in de deuropeningen en zelfs onder de trapholten, rechtstaand, tot de daad (poepen) over te gaan. Dat allemaal als inleiding om te vermelden dat hij mij in zijn kamer had geroepen om daar de zaken vooraf te bespreken en een gemeenschappelijke houding te bepalen, vooraleer onze wederzijdse klant te bezoeken. En waarlijk, daar kwam hij onmiddellijk aan, met een kleine handdoek rond zijn hoofd gewikkeld, maar verder bloot, uit zijn stortbad wippend, zonder te verbergen dat hij met een halve erectie te kampen had, waarschijnlijk veroorzaakt door het beseffen dat er een andere man op zijn bed zat en wie hij, zogezegd onschuldig, voorbij passeerde, om in de andere hoek van de kamer, af te wachten of hij zou eten, of zowel gegeten zou worden. Ik had al veel gegeten en ben nooit gegeten geworden, dank zij God en dank u voor ‘t éés, meneer. Daarmee deed ik alsof ik niets vreemds had opgemerkt en verwittigde ik hem dat het hoog tijd was ons compromis met de klant te vervullen. Ik weet niet of hij ontgoocheld was, maar later ben ik te weten gekomen dat hij een mes is dat aan beide zijden snijdt. Volgens zijn logica moest een echte man zoveel eten als hij gegeten zou moeten worden. Elk met zijn mening natuurlijk, maar de mijne is verschillend. Diene vuile potter met zijn slap, pezig, gat...

Of zou het zijn dat ik zelf de verkeerde indruk aan het verstrekken ben? Jaren vroeger, terwijl ik nog in Oostende studeerde, liftte ik, om wat magere centjes te besparen, ne keer of twee per maand, naar Gent (wachtend aan de oprit van de autostrade, een beetje buiten het centrum), om daar met mijn vriendinnen (zie verder) de bloemen buiten te zetten, in de toen wereldberoemde "Kuiperskaai". Eens werd ik vriendelijk mee genomen door een Franstalige man (waarschijnlijk een zieke Brusselaar), die me gedurende de eerste kilometers uitvroeg over dit en over dat, tot hij mij ineens en zonder inleiding, maar naar de engelse taal overslaand, uitnodigde: “would you like to sleep with me?” Allez, allez, dat was even onverwachts, hé. Ik begreep niet goed waarom hij dacht dat ik met hem zou willen slapen, maar ik heb daar geen enkele belangstelling voor getoond en heb hem gevraagd mij af te zetten aan de eerst volgende afrit. Hij heeft me echter, zwijgend, toch tot in Gent gevoerd, waar ik, schijnbaar kalm maar inwendig verward, uit de auto ben gestapt, zonder hem zelfs een beleefd “tot ziens” te wensen, want dat was zeker de bedoeling niet. Van de andere kant, mijn tante Georgine (die maagd is gestorven) had me al verschillende keren, blozend, beweerd dat ik zo'n schone benen had (iemand die mijne moraal heeft opgepept, mag ook niet vergeten worden) en daarom heb ik het niet meer geriskeerd en heb ik, de volgende keren, met een lange broek uitgerust, de trein naar Gent verkozen.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van de zolder naar de kelder

Van de zolder naar de kelder was het maar een sprongske, maar dáár was het voor andere redens. Het was de plaats bij uitstek om er enkele uren, alleen, in te moeten verblijven, ná de voorafgaande rammeling onschuldig(?), maar toch zonder schreien, in gecasseerd te hebben, vanwege onze felle papa Fons, die weeral eens zichzelf niet meester had kunnen worden ("meester" was hij alleen maar in de Broederschool, voor de andere kinderen) en waar ik dan, inwendig vloekend, mijn wonden zat áf te lekken.

Dat was eigenlijk toch nog beter dan in de hoek van de woonkamer, op mijn knieën en met de handen naar boven, gezonden te worden, terwijl hij, onze kloeke meester, in zijn comfortabele zetel, de "Weekbode" aan het doorbladeren was, er aandachtig op lettend of mijn handen niet geleidelijk naar beneden aan het zakken waren en me dat, af en toe, schreeuwend herinnerde: "arm'n op!!", maar dat was, op zijn beurt, toch nog beter dan het vuil kolenkot in de kelder. Stikdonker daar en met de absolute zekerheid dat het enge kotje stropvol zat met grote, vleesetende spinnen, muizen en zelfs hongerige ratten, deden mijn kin onwillekeurig bibberen en vooral mijn tanden klapperen, van de angst, op het moment dat het piepklein deurtje achter mij op de grendel werd gelegd. Ze konden mij niet mis lopen; die beesten, bedoel ik. Tieren deed hij ten andere ook terwijl ik stotterend en stutterend probeerde uit te leggen waarom ik zo weinig punten had verdiend in mijn klasboek, zelden boven de "vijf", om precies te zijn en hij me dan woedend "remm'n" toe schreeuwde, wat de inleiding betekende voor een nieuw pak slaag (met zijn consequente "hand'n nere"), of, terwijl ik daarna, mezelf weg slepend, struikelde over 't één of 't ander voorwerp, hij me, nároepend, beval: "voet'n opheff'n, dommerik!!".

(Ach Rudo, ge zijt gij u toch al wel van verre aan het slepen, hé?)

Dat doet me er aan denken dat ik oprechte liefde koesterde voor alles wat door de andere kinderen als nutteloos werd bestempeld en minachtend opzij geschoven. Het begon, zoals eerder al vermeld, met lege Bic's, gebroken vulpennen, vuile prentjes, versleten marbels, gescheurde seks boekjes; passeerde langs lege plastieken balletjes en eindigde met kapotte TV toestellen, die enorm veel plaats innamen in de woonkamer, maar dan was Nonkel Fonske al andere muziek aan het zingen.

Vooral mijn simpele "balletjes" veroorzaakten, scheen het, nijd bij mijn broer G., die ze zelf niet begeerde, maar ze ook niet duldde in mijn handen (hier, in Brazilië, bestaat daar een treffende uitdrukking voor: "ele não fode, mas ele também não deixa ninguêm fuder", wat kort vertaald wil zeggen: "hijzelf vogelt niet, maar hij laat ook niemand anders vogelen"). Eens was ik mezelf bezig aan het houden met een klein, door iedereen verlaten, praktisch leeg gelopen, plastieken balletje, toen het plotseling op de grond viel en in zijn nabijheid terecht kwam. Hij raapte het lenig op, zocht geduldig naar een geschikt naaldje in de zich nabij bevindende naaidoos van Mama en deed net alsof hij er een nieuw, wat groter, gaatje in zou boren. Daar hebt ge geen moed voor, dreigde ik. Toch wel, antwoordde hij. Na alles nog ne keer goed overwogen en de risico's aanvaard, te hebben, besloot hij de daad bij het woord te voegen en daar ging het, mijn geliefd balletje, zo plat als een ineengeslagen ei. Om compleet te zijn voel ik mij verplicht er hier aan toe te voegen dat ik hem dan naar de gang heb mee gesleurd en hem daar getoond heeft wie juist van ons tweeën de oudste was, zonder spijt noch wroeging. Ik heb toen ook zijn kin niet in geslagen omdat ik vreesde dat hij voor de rest van zijn leven "kinloos" zou gebleven zijn. Soms vraag ik me echter af of dat wel de juiste beslissing is geweest, want hij is nog altijd dezelfde, diene, compleet onverantwoordelijke, puber...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten