Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Tuitmond

Gedurende de installatie van een drukpers in Belo Horizonte, hoofdstad van de Staat van Minas Gerais, had ik langzamerhand nadere kennis gemaakt met de receptioniste van de krant, een redelijk mager meisje (misschien als een “valse magere” te bestempelen?), van een jaar of twintig, dat zich echt sympathiek en onschuldig gedroeg, zonder vooroordelen of valse indrukken van eender welk type. Een plezant gezelschap dus, praktisch om mee om te gaan, zonder zich te hoeven te storen aan een te stijlvol en eerbiedig gedrag en een vergezellend, respect afdwingend voorkomen, terwijl intussen ook niet te aambetant verlegen of teder om er geen gewaagde grapjes mee te mogen delen.

Het was mij speciaal opgevallen dat haar mond ietwat vooruit gericht gespitst was, net alsof ze misschien van plan was, binnen enkele seconden, een muziekje te fluiten. Iedere man die jaagt op rokken kent dat wel, als het niet is om een beetje te schuifelen, ’t is om zich gereed te maken om aan de microfoon te gaan zingen. Één van mijn vroegere vriendinnen had precies dezelfde lippen gehad en zij was werkelijk een meester in de “zangles” geworden, zodat ik meteen, alleen al van de herinnering, mijn onderbroek voelde aanspannen, zonder meer.

Gedurende onze eerste contacten durfde ik geen lastige vragen stellen, maar we werden alsmaar losser en vrijer in onze opvattingen en uitspraken en op den duur waagde ik me zelfs verder en verder vooruit te buigen, om dieper in haar decolleté te kunnen loeren, waar ze blijkbaar geen gevaar in veronderstelde en me dat dus ook niet verhinderde.

Het duurde bijgevolg geen verschillende weken vooraleer ik besloot op de eigenschappen van haar mond te wijzen, eraan toevoegend dat haar lippen me uiterst sensuele herinneringen veroorzaakten. Ze grijnsde wat, maar ik besloot er niet verder op in te gaan, bewust dat ik was de prooi niet voortijdig af te schrikken. Zij echter, nieuwsgierig zoals alle vrouwen, wilde meteen méér daarover te weten komen en drong aan op welk gebied ik die uitspraak eigenlijk gemaakt had. Haperend vertelde ik haar dat ik eens een meisje had ontmoet dat eendere lippen en mond had bezeten en dat ze zo erg vurig was geweest terwijl we vrijden, zodat ik er, maanden en zelfs jaren daarna, nog over fantaseerde, vooral terwijl ik met mijn vrouw aan het stoeien was. Ze lachte, rood uitslaand, luid en ietwat geforceerd. Nogmaals besloot ik de veer van de wekker niet te ver op te winden, maar tezelfdertijd hopend dat zij de draad niet zou laten vallen en waarlijk, ze viel terug in de val. “Hoezo vurig?”, interpelleerde ze mij belangstellend. Het was mijn beurt rood uit te slaan, vanwege haar aandringen, bewust, een eventueel gevaarlijke richting in te slaan en ik wees haar erop dat ze haar lippen natuurlijkerwijze “tuitte”, wat, op veel mannen een opwindende indruk na laat. Ze sloeg haar ogen zedig naar beneden, maar bleef aandringen: ik versta nog altijd niet wat ge bedoelt? Dat veroorzaakte bij mij onmiddellijk een gevoelen van: ze wil het echt weten, waarom haar nieuwsgierigheid niet bevredigen? En mijn antwoord vloeide er onbewust en zonder opzettelijkheid uit: dat meiske, dat zo een gelijkaardige mond bezat, kon zo oneindig goed pijpen en ik was mij aan het afvragen, voegde ik er ogenblikkelijk aan toe, of alle meisjes met diezelfde uitdrukking en diezelfde lippen allemaal zo even goed zijn in die kunst.

Ze keek me verstomd aan en wist duidelijk niet wat ze dáár moest op antwoorden: bevestigde ze dat ook een uitstekende fellatrix was, dan verraadde ze in een oogwenk wat de meeste vrouwen het liefst zo lang mogelijk verbergen en, in geval ze mijn besluit ontkende, kon ze zowel als een taaie tante doorgaan, de enige ongetrouwde van de familie, die niet alleen niet graag pijpte maar waarschijnlijk ook niet graag vogelde en alle avonden ging slapen met haar lederen onderbroek rond haar billen gespand, zodat zelfs de vlooien er niet in konden kruipen.

Allez, ik heb haar niet verplicht uit één van de twee bestaande alternatieven te kiezen, diezelfde avond nog, maar ik heb duidelijk gevoeld dat ze niet ongevoelig was voor dat bepaald onderwerp en dat ze waarschijnlijk zou verkozen hebben het verder uit te pluizen, te bespreken en uiteen te rafelen, misschien zelfs werkelijk te testen en zich daarin zelfs te oefenen en in praktijk te zetten, maar ongelukkig genoeg, ik voelde dat mijn standbeeld van trouwe man bijna aan het tuimelen was en ik niet bestand zou zijn verdere aanvallen moedig af te weren, zodat ik er daarna misschien spijt zou van kunnen over gehouden hebben, want alles bij alles, het betrof zich niet om een uitspatting van liefde en wel een glimp van pure lust en tussen ’t één en ’t ander verkies ik, nog altijd, het eerste....

Ah, heilige Rudo!!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Bergop is niet altijd moeilijk, bergaf integendeel, somtijds wel

In samenwerking met de gekende drukpersfabriek “Solna”, van Zweden, had onze firma een montagestructuur opgericht in Campinas, een stad in het binnenland van de Staat van São Paulo, met de bedoeling daar een genationaliseerde versie te creëren van hun populairste sheet-fed offset pers, de Solna 125. Dat bepaald model hadden we, tot dan toe, in groot aantal ingevoerd en om de locale financiering te bevoordelen (Finame), wat de verkoop nog meer zou bevorderen en alsook om vrijstelling van belastingen te bekomen, subsidieerde de regering de productie van dat type machines in Brazilië. Niettegenstaande deze belangrijke voordelen werd het gehele project niet zonder risico's beschouwd.

Nochtans de richting "bergop" vloeide uitstekend en geen enkel belangrijk probleem vereiste grote zorg en bekommernis. Integendeel, de productie van dit model, aanvankelijk vast gesteld op één machine per maand werd rap verhoogd naar twee.

Het succes was absoluut verrassend en in een tijdspanne van amper enkele maanden, werd het aantal geproduceerde machines opgedreven van twee naar vier en vervolgens naar acht, machines per maand. En niet alleen de noodzakelijke investering werd vliegensvlug gerecupereerd maar de netto winst begon aanzienlijk te groeien.

De berg was wel naar boven, maar de wind kwam van achteren en Nonkel Fons was daar niet dichtbij om "remmen" te schreeuwen.

Zoals in alle sprookjes, nochtans, begon er iets mis te lopen en de stijgende inflatie kwam om de hoek loeren, de werkloosheid verhoogde zienderogen, de interesten stegen verontrustend en ne hele hoop andere tegenslagen, het grootste part veroorzaakt door maatregelen getroffen door onbekwame, opeenvolgende, regeringen, maakten van de grafische industrie zijn eerste belangrijk slachtoffer. Terwijl we één, twee, vier en acht machines fabriceerden was de winst constant en praktisch evenredig aan het stijgen geweest, niettegenstaande de groeiende investering, niet alleen in digitaal gecommandeerde industriële werktuigmachines, maar ook in het aantal gecontracteerde arbeiders..

Het gevolg was dat de noodzaak ons verplichte de productie geleidelijk af te doen nemen, het aantal gefabriceerde machines van acht naar zes per maand verminderend, terwijl de winst ineens fel begon in te krimpen en zelfs helemaal aan het verdwijnen was. Toen het noodzakelijk werd het aantal geproduceerde machines terug te voeren, eerst naar respectievelijk vier en daarna naar twee machines, begon de fabriek regelrecht in het rood te werken.

Vooraleer de productie terug week naar één enkele machine per maand is ze stil gelegd geweest, iedereen ontslagen en de boel opgedoekt, in minder dan twee maanden tijd.

En dat avontuur was dus ook weeral voorbij. Iedereen die er bij betrokken is geweest heeft nog in zijne zak moeten peuteren om de schulden te delven en nooit nemeer heeft iemand van een drukpersfabriek in Brazilië gesproken. Het land van de eeuwige twijfel, onzekerheid en onstandvastigheid.

De machine in kwestie deugde wel, technisch beschouwd, maar wat er niet deugde was de algemene corruptie en de onbekwame regeringen.

Conclusie: soms kan “bergaf” veel lastiger zijn dan “bergop”...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Links of rechts, eender wat

De algemene afmetingen van het gehele land in overweging genomen is de afstand tussen de hoofdstad Brasilia en Goiânia, hoofdstad van de nabije Staat Gôias, maar een steenworp ver. Ongeveer 200 km.

Zowel met het vliegtuig, vanuit Rio, of met de auto, vanuit Brasília, heb ik dat traject tientallen keren moeten herhalen, vooral om aan onze uitstekende klant “O Popular”, in Goiânia, over de loop van de jaren, verschillende machines te kunnen verkopen. Mijn collega echter, onze vertegenwoordiger in Brasilia, wilde mij persé om zeep helpen. Gevaarlijke chauffeur, deinsde hij er niet voor terug, aan 150 km per uur, zijn radiostation te synchroniseren met zijn rechts hand, terwijl hij zijn ander open hand uit het venster stak om de wind te vangen (??!!). Zo zat ik daar verontwaardigd te reclameren over zijn roekeloosheid, niet alleen zijn eigen leven, maar ook en vooral het mijne, in het gevaar brengend. Tot we, gedurende één van die reizen, een ongeluk voorbij reden, waarschijnlijk amper enkele minuten voordien gebeurd, met verschillende dode en gewonde mensen uitgespreid op de baan. Hij vertraagde de snelheid genoeg om de gehele toestand niet alleen te kunnen overschouwen, maar ook en vooral om geen enkel detail te missen en ik begreep meteen dat hij een levensgevaar voor mij betekende. Mensen die roekeloos zijn en er van overtuigd zijn dat ongelukken alleen maar met de anderen gebeuren, zijn gedoemd datzelfde lot te ondergaan. Op de terugweg, nog altijd aangetast van het gruwelijk gezicht, heb ik hem beleefd gevraagd de 100 km/uur niet te overschrijden, maar hij wilde mij niet horen. Zonder er verder over te zeuren opende ik de deur van de auto en dreigde er meteen uit te springen, zodat hij, met zijn eigen ogen, kon vast stellen dat ik hem niet zou toelaten verder met mijn leven te spelen en inderdaad hij besloot zijn snelheid wat te verminderen. Nochtans, ene keer dat ge er overtuigd van zijt dat ge ne zekere mens niet kunt vertrouwen moet ge nooit hopen dat hij vanzelf zal “genezen” en toen hij verplicht was bij te tanken heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt gewoonweg uit de wagen te stappen en mij met de eerste de beste taxi naar een busstation te laten voeren, waar ik rustig van vervoermiddel ben veranderd, richting Brasilia. Hij heeft me nooit ne meer mijn gat doen toeknijpen van angst, voor zo een simpel motief, maar wel voor iets anders..

...want hij is bekwaam geweest me nog ene keer te pesten. Diezelfde klant, “O Popular”, was zijn vierde machine aan het kopen en we hadden alle handen al gedrukt toen het onderwerp van het gesprek af week naar politiek, in het algemeen. Iedereen begrijpt dat ik, logischerwijze, meer linkser ben dan rechtser, maar dat verklaar ik natuurlijk niet aan iedereen, laat staan aan mijn belangrijke klanten, praktisch allemaal uiterst rechts gezinde mensen en zoals in Goiânia, een streek waar zich enorme boerderijen bevinden, verdedigers van de vrije en goedkope uitbuiting van de arme sukkelaars, waarvan velen nog in de steentijd leven. Het verschil is dat toen, in de slaventijd, de slaven dus, genoeg te eten en een slaapplaats toegewezen kregen om de volgende dag, bergen te kunnen verzetten. Nu echter zijn ze absoluut geen slaven meer, maar in compensatie, hun loon is zo belachelijk laag, terwijl de "gunsten" van gratis eten en slaapgelegenheid ook afgeschaft zijn geworden, zodat ze nu twee opeenvolgende "shift's" aan de berg moeten sleuren om, op zijn minst, toch hun eten en slaapplaats te kunnen betalen. Alhoewel ik nooit bekwaam ben geweest een rechtstreekse vraag daarover, niet op dezelfde toon, onmiddellijk te beantwoorden, moet ik bekennen dat dat geen onderwerpen zijn die men op de tafel gooit, middenin een zaakvereniging..

In alle geval dus, zegt mijn oerdomme collega opeens, zonder enig nut, voordeel of reden, tegen de directeur (José De Oliveira) van de klant, dat ik niet alleen Belg ben (dat wist hij al), maar bovendien, links gezind. Dat wist hij blijkbaar niet en ik heb het ook niet ontkend, want ik heb een stevig karakter, alhoewel de klant meteen zijn spijt uitte met mij ooit zaken te hebben gedaan...

Wat wilt ge, de dommeriken zijn altijd part van ons leven geweest en ik heb alle lopende zaken voltooid en later ben ik er zelfs in geslaagd nog enkele andere machines aan die krant te verkopen, want eerlijker dan ik, bestaat er niet en eerlijke mensen zijn een fortuin waard, vooral, zoals ik al eerder al eens beweerd heb, in het land van de dieven. Ik heb dus op mijn tanden gebeten, heb onze vertegenwoordiger, daarna, toch geen muilpeer verkocht, maar heb hem sedertdien nooit ne meer nodig gehad. Niet als chauffeur en nog minder als raadgever.

(Eigenaardig, maar diene zelfde directeur is twee jaar later ontslagen geweest door de eigenaar van de krant, beschuldigd van corruptie)

Een gelijkaardig voorval is later gebeurd met mijn eigen directeur, nu al rond de negentig, die ook niet bewust was dat ik links gezind was, na dertig jaar samenleving. Maar hij had het me ook nooit rechtstreeks gevraagd.

Feit is dat hij me eens had uitgenodigd voor een middagmaal, tijdens een gepland bezoek aan Rio en toen we een bepaald restaurant binnen stapten, we opeens op enkele oude collega´s botsten die mij direct interpelleerden over hoe het ging met een zekere linkse politicus die ik altijd gewaardeerd heb (Leonel Brizola), maar die algemeen gehaat werd (hij is nu al gestorven) want hoe meer de links gezinde mensen gehaat worden door de rechts gezinde, hoe beter ze staan in mijn opvatting en mijn directeur verstomd stopte en meteen wilde weten of ik dat feit bevestigde, wat ik ogenblikkelijk gedaan heb en hij, mijn directeur, onmiddellijk zijn spijt uitdrukte mij uitgenodigd te hebben voor dat middagmaal (we hebben het zwijgend beëindigd), dat we samen, eerder, al honderd keren eerder hadden genietigd, maar nu maar pas begon te beseffen hoeveel beroepsgeheimen (en ook ne hoop andere geheimen) ik wel wist en dat ik bijgevolg niet aan de kant van de overtreders van de wet sta, maar wel aan de kant van de eerlijke arbeiders, in het algemeen en de politiek achtervolgden in het bijzonder..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Stege mensen

Jaja, van stege mensen kan ik méé spreken. Zowel figuurlijk als lichamelijk.

In het verkeer zijn ze onuitstaanbaar. Ze zijn uiterst traag en voorzichtig aan het stuur en hun reacties worden in seconden uitgedrukt. Ze blijven onverstoorbaar in uwe weg rijden, van den ene kant naar de andere zwenkend, maar weigeren absoluut u voorbij te laten passeren en hinderen u, blijkbaar opzettelijk, tot ge het niet meer vol kunt houden en ge de passage forceert, wanneer de mens in kwestie, juist op dat moment, besluit ook zijn gaspedaal in te drukken en te blijven plakken aan uw zijde, zodat ge het gevaar loopt tegen een van de in de tegenovergestelde richting aankomende wagen te botsen en ge er nerveus van begint te toeteren en uw middelvinger gevaarlijk recht begint op te stijgen en pas dan opmerkt dat het zich om een oud wezen betreft dat, onder andere, niet meer kan vogelen, maar in compensatie, ook niemand anders zal laten vogelen.

Op persoonlijk gebied geraakt een eventueel startend gesprek niet vooruit. Ge vraagt iets en de mens antwoordt niet, zelfs niet ná aandringen. Zelf vragen ze ook niets, maar ze slagen er wel in, soms, uw nieuwsgierigheid op te wekken door, bijvoorbeeld, ineens uw voornaam luid uit te roepen, net alsof ze nu pas herinnerd hebben dat ze u iets dringend willen vragen of zeggen, maar wanneer ge u dan omdraait en geïnteresseerd wilt weten wat er op hun hart ligt, ze dan hun ogen vervolgens naar de horizon toe draaien en ze niet antwoorden, of zowel ze er aan toe voegen: laat maar, ’t is niet belangrijk, ’t is nikske...., zodat ge beseft dat ge zult moeten gaan slapen zonder ooit te weten wat er eigenlijk echt aan de gang was.

Ik persoonlijk vind dat het woord “steeg” zo ongelooflijk raak en perfect een toestand uitdrukt, gelijk weinig andere woorden, wanneer iets niet op rolletjes loopt, blijft haperen, onafhankelijk van hoeveel ge duwt, trekt, sleurt en wringt en het een ton blijkt te wegen en niet vooruit geraakt..

Het woord “steeg”, op zichzelf, is zodanig raak dat het zelfs moeilijk perfect te vertalen is, want het heeft te zien met een mechanische toestand van twee voorwerpen die een gemeenschappelijke contactoppervlakte bezitten die verbroken moet worden om glijding te permitteren en zo een toestand van onwrikbaarheid te overwinnen.

Mijn vrouw is daar absoluut meester in en vele keren vergelijk ik haar, inwendig, met een ezel of een bok, die ineens weigert zich verder te bewegen, in eender welke richting, hoeveel ge er ook op tiert, zweept en sleurt. Er is niets aan te doen, beter dan een uur te wachten, de knop af te draaien en een algemene “reset” te geven...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Jacques, van Gerda; Leo van Lucia..

Vroeg in het begin nog van mijn verblijf in Rio, in de Rua Fonseca Teles (wijk genaamd São Cristovão), waar de firma gevestigd was, heb ik een ander Vlaams koppel ontmoet dat daar enkele jaren later was gearriveerd en waarvan de man, Jacques, een goedmoedige en gewillige West-Vlaming, voor een rechtstreekse concurrent van ons werkte, in dezelfde straat.

Spreek van een gezellig koppel!

Zijn vrouw, Gerda, een schat op alle gebied en typisch West-Vlaams, met dat mals en aangenaam accent en die speciale, verleidelijke manier van doen. Spijtig dat ik onbekwaam ben geweest er ook zo eentje te vinden voor mezelf. Ze hebben daar zelfs hun kinderen “gekocht”, maar zijn later definitief terug gekeerd naar hun vaderland. Ik heb ze daarna nog ene keer opgezocht, in hun huis, dicht bij Brussel, waar hij een betere job heeft gevonden.

Om eerlijk te zijn, naast Leo Schooteman, ik geloof ergens vanuit Oost-Vlaanderen afkomstig, ben ik altijd een schone mens geweest. God zij dank en dank u voor 't éés. Burgerlijk ingenieur in elektronica en waarschijnlijk, tussen de rest van ons, Vlamingen in Rio, was hij de eigenaar van het meest gewaardeerd technisch diploma. Hij was aan het werken voor een multinationale firma gespecialiseerd in de ontwikkeling van elektrische commando panels. Een goede brave jongen, die meer luisterde dan sprak, heeft hij zijn velleke kapot gefuckd in de verschillende gaten van de ervaren Lucia, die hij origineel in een nachtclub heeft ontmoet, in Rio. Lucia had altijd veel speeksel in haar mond en ik denk dat ik weet waarom, maar dat komt hier nu niet te pas. Ze zijn wettelijk getrouwd en zijn gezegend geweest met op zijn minst twee zonen.

Sedert ik verhuisd ben naar Recife heb ik ze nooit ne meer gezien.

Zo heb ik nog enkele andere koppels en vrijgezellen gekend in Rio, onder meer Benny Noens en Set (hij is een Jood, veronderstel ik), Leo (de eeuwige vrijgezel, maar die toch van de meiskes hield, gewoon om gedachten te wisselen), Guido en Cristine (over dat interessant koppel heb ik het al meerdere keren gehad), Eric en Marie (ook van West-Vlaanderen), Patrick (een auto-verwoester die later naar Venezuela is uitgeweken en meteen ook verdwenen uit het gezicht), zonder enkele Zwitsers mee te tellen, waarmee we uitstekend om gingen...

Enfin, we waren niet zodanig alleen, in dit overbevolkt continent.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Brasilia, hoofdstad van Brazilië

Alle reizen naar Brasilia samen geteld, in de loop van dertig jaar, zal ik zeker over de honderd keren op de luchthaven daar geland zijn, indien niet dichter bij de tweehonderd. Samen met onze plaatselijke vertegenwoordiger bezochten we constant niet alleen de kranten, maar ook en vooral de Grafische Afdeling van de Federale Senaat (CEFRAF) en het Federaal Departement bestemd voor het drukken van alle officiële publicaties van de Staat (IN).

Aan beide hebben we over de loop van de jaren tientallen machines verkocht en speciaal over die laatste institutie heb ik het al ne keer eerder gehad. De eerste, vooral, is een nest van slangen en ander kruipend ongedierte, waar er meer directeurs aanwezig zijn dan feitelijke werkmensen, of zoals ze het hier uitdrukken, meer “Chef’s” dan “Indianen”. De ene is voortdurend bezig de ander te trachten te ontwrichten in zijn zetel en “wordt het koekje niet nat gemaakt”, dan is er gene verkoop te vieren. De indrukwekkende belangstelling en interesse om henzelf een “extra” inkomst te garanderen, deed hen meerdere keren onnodige of verkeerde machines aanschaffen. Één ervan vooral, herinner ik mij uitstekend; een zekere Meneer Carlyle, corrupt tot over zijn oren en tot diep in zijn beenderen en die zich, buiten zijn dagelijkse bezigheden (bij manier van spreken), ook nog aanbood om consultant te zijn in andere, gelijkaardige grafische afdelingen, van verschillende Federale Staten, waar hij zijn vierde of vijfde extra wedde samen rakelde. Zijn “chef” was toen de onlangs ontslagen Agaciel Maia, wegens ne hele hoop vastgestelde onregelmatigheden.

Eens dook hij onverwacht op in onze “booth” in een internationale grafische tentoonstelling in São Paulo, nadat de openingsuren van het expositiepaviljoen, voor het publiek, al geëindigd waren en wij onszelf al aan het bedienen waren met een scheut pure whisky (type cowboy). “Scheut” is bij manier van spreken natuurlijk, want ik had er al drie ingeslikt, zonder adem te halen, na ne hele dag lang dwaasheden verkocht te hebben. Hij stevende recht op mij af en vroeg me meteen, zonder blikken noch blozen, maar ook met een fel riekende en ontvlambare adem, waarom hij mijn machine moest verkiezen, boven die andere, die hij zojuist had bezichtigd, in het ontvangstcentrum van onze concurrent, waar ze snakhapjes, bier en ook korte drank opdienden en waar hij de gehele namiddag was blijven plakken, gekkend, brabbelend en ook fluisterend met de verantwoordelijke van hun “koop”- en verkoopdienst, terwijl hij zich neerplofte op een nabije stoel, zodat ze hem later niet zouden kunnen verwijten dat hij me ook niet had opgezocht gedurende die exhibitie. Op dat ogenblik echter was ik niet bereid verdere uitleg te verstrekken aan iemand die toch al verkocht was en die later mijn eigen argumenten zou aanwenden tegen mezelf, terwijl hij alvast begon te kwijlen van de slaap. Ik heb me naast hem neer gezet en heb hem nog een extra dosis whisky in geschonken, tot we samen zongen: we gaan nog niet naar huis, bijlange niet, bijlange niet en we gaan nog niet naar huis, bijlange niet..

De volgende maand hebben ze dus hun nieuwe machine ingevoerd (hij heeft ook zijne nieuwe auto ingehuldigd) en ze staat, die machine bedoel ik, sedertdien praktisch stil want zij was speciaal gefabriceerd geweest en bestemd voor “drukwerk” met grote oplagen en weinig verwisseling van type job, terwijl, wat ze echt nodig hadden, was juist het omgekeerde, een drukpers die gemakkelijk aan te passen was van één job naar de andere maar, in compensatie, kleine oplagen heeft.

Over dat woord “compensatie”, een kleine uiteenzetting:

Een zoontje van acht vraagt aan zijn vader de juiste betekenis van dat woord. Zegt de vader: indien ge je moeder betrapt terwijl ze in mijn bed ligt met een andere man, wat zou ik dan zijn? Ja Papa, dan zou jij een “horendrager” zijn hé, antwoordt het ventje. Juist, zegt Papa; ik zou een horendrager zijn, maar in “compensatie”, dan zou jij de zoon zijn van een hoer...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Bedelaars em gierighaards

Dicht bij ons paperwinkeltje zit er alle dagen een mager madammeke, precies op het kruispunt van twee belangrijke straten. Ze arriveert stipt om acht uur en verlaat haar werk, ook stipt, om zes uur ‘s avonds. Ze zit gehurkt (op haar hielen dus) juist op de hoek, in de schaduw van een verkeerspaal, zodat ze die fijne streep moet volgen, naargelang ze, onopgemerkt, de positie van de zon volgt. Ze bedelt niet, kijkt strak vooruit, spreekt niemand aan en alhoewel ze de voetgangers wel wat aambeteert, vanwege het obstakel dat ze vormt, juist aan die hoek daar, valt ze niemand lastig. Ik heb haar nooit een roste frank gegeven en ik beloof dat ik dat ook nooit zal doen. Ze heeft duidelijk op die tactiek gedacht vooraleer hem, in de praktijk, aan te wenden. Ze verschilt op dat gebied van andere bedelaars die de aandacht willen trekken en als ge toevallig in hun ogen, of zelfs in hun richting, kijkt, dan zijt ge, ogenblikkelijk, hun nieuwste slachtoffer, want ze zijn zoals strontvliegen, ge krijgt ze niet meer weg, hoeveel ge ook schudt, balanceert en moolwiekt.

Men beweert dat, in het leven in het algemeen en in de kunst in het bijzonder, men af en toe eens van tactiek moet veranderen om de criticus overhoop te halen, maar zij zit daar al een paar jaar en ik ben tot het besluit gekomen dat ze niet bekwaam is andere methoden uit te vinden. Ik beweer dat ik haar nooit iets zal geven, zoals ik nooit iets zal geven aan eender wie, omdat ik ook nooit iets heb gekregen, ook van eender wie, omwille van het feit dat ze dat als een “werk” beschouwt, zoals een kip op haar eieren broeit, i.e. er een opzettelijke bedoeling in zit, met name, in dit geval, medelijden te verwekken, of beter nog, op de gevoelens van een mens te spelen, zoals dienen anderen daar, twee hoeken verder, die vooral de toeristen zit te bekoren, terwijl hij zich voort beweegt op een plankske met rolwielekes, zijn plat uitgestrekte handen daarvoor gebruikend, te wijten aan zijn mismaakte benen. Nochtans heb ik hem al verschillende keren gade geslagen terwijl hij ontspannen, met behulp van een krukje, rond springt en zijn fles bier aan het opzuipen is. Een andere keer heeft hij me zelfs zodanig geaambeteerd dat ik beloofd heb nooit gene aalmoes meer aan hem te geven (alhoewel ik er nog nooit ene gegeven had). Feit is dat hij, diene bepaalde avond, onder mijn venster, een uur lang, dronken uiteraard, vloekwoorden heeft zitten tieren, bestemd aan een andere bedelaar die hem aan het plagen was. Iemand heeft er zelfs de politie bij geroepen, maar er was geen doen aan..

Terugkerend naar mijn lieveling’s bedelares, ze zit daar dus gehurkt neer (vanzelfsprekend) en iedereen die passeert in de auto denkt dat hij de kleur van haar onderbroek zal kunnen onderscheiden (ze is niet al te modern gezind vind ik, want ze gebruikt nog altijd een rok tot een beetje onder haar knieën) en nochtans, ik heb ook eens geloerd maar ze sluit haar billen heel goed en men kan absoluut niets zien, zelfs geen beetje schaamhaar, onafhankelijk van de verschillende seconden dat ik geprobeerd heb iets te ontdekken. ’t Zal dus daarom niet zijn dat ze gehurkt zit en wel degelijk om iets te bewijzen wat ik nog niet versta, tenware het is om geen spataders in haar benen te veroorzaken, door recht te blijven staan. Veel andere uitleg kan ik niet vinden, maar in alle geval, het vermurwt me niet en ik blijf ongenaakbaar: aalmoezen, alleen maar aan toevallige, oude, bedelaars die er nooit hun beroep van hebben gemaakt.

Of ik gierig ben? Natuurlijk! Thuis pers ik geregeld twee kleine stukskes gebruikte zeep zodanig tegen elkaar tot ze één middelmatig groot stuk zeep vormen en ik weer weg kan voor een dag of twee. Hetzelfde met mijn tandpasta: de bedelaar die hoopt dat hij er nog een scheutje pasta zal kunnen uitwringen, als hij de lege tube in mijn vuilnisbak ontdekt, zal er wreed moeten aan duwen om er nog ene enkele kubieke millimeter uit te persen, want daar ben ik specialist in geworden. Ik moet ook eerlijk bekennen dat ik uiterst mistevreden word als ik zie hoe mijn vrouw, op zijn minst tien blaadjes Wc-papier gebruikt om haar “poes” droog te deppen, na ne keer heerlijk gewaterd te hebben. Ik heb haar al gevraagd “La Libre Belgique” daarvoor te gebruiken, maar er is daar ook geen doen aan...

"Jamaar, ge drinkt toch veel bier, dagelijks en daar spaart ge ook geen geld mee", zult ge direct beweren. En ik zal antwoorden dat ik altijd eerst vraag, aan de kelner, welk merk van bier, die bepaalde dag, in promotie is. Het beste bier is immers altijd het goedkoopste.

Over bier en promoties gesproken, in mijn stamcafé is er nu een speciaal offer: op de maandagen (segunda-feira) is de “tweede” (segunda) fles bier gratis; op de dinsdagen (terça-feira) is het “derde” bier gratis, enzovoort, tot aan de vrijdag (sexta-feira), wanneer het “zesde” bier gratis is. Ge kunt u voorstellen, mijn strijd, op de vrijdagen, om aan die allerlaatste, “zesde” fles (gratis) bier te geraken...

Om dit hoofdstuk af te sluiten, voel ik mezelf verplicht aan te duiden dat de plaats waar een bedelaar “werkt” (i.e. zijn beroep uitoefent) hier beschouwd wordt als een "commerciële drempel", die onderhandeld en dus, verkocht en gekocht kan worden. Tegenwoordig zijn er geen lege plaatsen meer beschikbaar aan geen enkel kruispunt of verkeerslicht van eender welke belangrijke stad in Brazilië. Somtijds is de geïnteresseerde bedelaar ietwat sterker dan de aanwezige eigenaar en brengt hij het geduld niet op de zaak zorgvuldig te onderhandelen. Enkele goed gericht muilperen, zoals in de kapitalistische gemeenschap de regel is, lost dat onmiddellijk op en heerst de nieuwe eigenaar van dat verse opbrengsteigendom tot er iemand anders opdaagt die nog sterker is.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Onnozelaars!!

Niemand heeft me dat ooit eerder gezegd, of zelfs geïnsinueerd, maar nu, na een leven lang gesleurd te hebben en af en toe, onbewust, beweerd dat bepaalde mensen niet geboren zijn geweest, maar wel gekakt, i.e. uit het verkeerde gat zijn gestoten geworden, schijnt het dat ik eigenlijk niet zo ver van de werkelijkheid ben geweest in deze toevallige constatering. Integendeel, praktisch iedereen heeft eerst kennis gemaakt met de stro.. en de pi.., vooraleer kennis te hebben gemaakt met de vrije lucht en de weelderige natuur.

Dat geheim is waarschijnlijk één van de best verborgen geweest, aller tijden, uitzondering gemaakt, wel te verstaan, voor de geheimen verspreidt door de afgevaardigden van de Katholieke Kerk (de zogenaamde “Católicos, Apostólicos e Romanos”), die er nooit voor terug zijn gedeinsd zodanig veel te liegen dat ze er zelf in beginnen te geloven zijn en wat bevestigt dat een leugen, de waarheid wordt, als hij maar genoeg keren herhaald wordt.

Ik ben het heel toevallig te weten gekomen door een ietwat gecompliceerde mens die geneeskundige boeken verkoopt in zijn winkel en waarschijnlijk, gedurende zijn vrije uren, heeft zitten bladeren in zijn voorraad, vooral om de gepubliceerde foto’s te bestuderen en verbaasd heeft opgemerkt dat vooraleer het hoofd van het kind verschijnt, de opgestapelde str.. vanuit het achterste kanaal gestuwd wordt en de pi.. vanuit het voorste.

Alles bij alles gerekend, is het dus niet te verbazen dat ik "sproetekop" genoemd werd, toen ik nog jong was. Ik vond dat niet erg, vergeleken met "pustekop", waarmee mijn broer gezegend was. Ik heb hem zelf verscheidene keren met die naam (beleefd) aangesproken en heb daar later spijt van gehad, want ik heb er, daarna, ook last van gehad. Van de “pusten”, bedoel ik.

Elke avond ging ik maar pas echt gaan slapen nadat ik een vurig gebed had gericht aan God om mij daarvan te sparen, maar hij was onwrikbaar in zijn besluit en elke dag ontdekte ik, zonder de oude puisten mee te rekenen, drie nieuwe, op mijn aangezicht en rug.

Ik moet eerlijk bekennen dat “Meester Saramago", wilt ge, of wilt ge dat niet, weeral gelijk heeft. God is (en is altijd geweest) een verschrikkelijke en volmaakte luiaard. Het heeft hem een oneindigheid gekost te beslissen de aarde te scheppen in zeven dagen, maar wat heeft hij voordien gedaan?? Niets, absoluut niets!! En sedertdien, wat heeft hij verricht? Niets absoluut niets. Ik ben ervan overtuigd dat hij niet alleen oneindig goed is, oneindig vergevend, oneindig begrijpend en oneindig eender wat, maar hij is ook oneindig lui.., of niet?

Hij is overal aanwezig, maar ziet niets, doet niets, hoort niets, zegt niets en komt nooit tussenbei wanneer onschuldige mensen vermoord worden. Hij is dus ook oneindig ongevoelig, oneindig ongeïnteresseerd en oneindig afwezig, geestelijk gesproken alleszins.

Waarom ben ik niet eerder te weten gekomen dat ik geboren ben tussen verschillende scheten en afval van meerdere oorsprong, door?

Ik ben er praktisch zeker van dat de Paus, de Kardinalen, de Bisschoppen en de Pasters, dat zelf ook nog altijd niet weten, want wie zou de moed gehad hebben hen dat te vertellen? Hun eigen moeders toch niet? Tenzij ze meteen geëxcommuniceerd zouden willen worden.

Heel waarschijnlijk denken ze dat ze oorspronkelijk, met hun dierbaar achterwerk, bedekt, geboren zijn geweest, onder het licht van een volle maan...

Onnozelaars!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Vervolg van de vorige post

Een ander, waar, geval:

Er bestond een oud gebouw op de zeedijk, in de belangrijke en zelfs beroemde wijk “Boa Viagem”, in Recife. Alle appartementen waren bewoond en iedereen was duidelijk gelukkig goedkoop te kunnen blijven leven op zo’n aantrekkelijke en gevaloriseerde plaats. Op een zekere dag besloot één van de bewoners zijn appartement, te wijten aan een abrupt sterfgeval, te verkopen. Niemand wist precies wie het gekocht had en aan welke prijs, maar de koper wendde geen enkele poging aan zich bij de Syndicus aan te melden om zijn part van de gemeenschappelijke onkosten te delgen. De lift was wel wat ouderwets en versleten maar werkte nog degelijk en het elektrisch verbruik, net zoals het verbruik van het water in het gebouw, werd evenredig door alle bewoners verdeeld. Één enkel schuldig appartement was nu precies geen ramp.

Een tweede appartement geraakte, wat later, ook te koop en in een oogwenk werd het, nogmaals, verkocht, zonder dat iemand te weten kwam aan wie juist en in welke omstandigheden. De maanden passeerden en meerdere appartementen geraakten op diezelfde manier verkocht, vooral omdat het onderhoud van het gebouw slechter en slechter begon te worden, de lift vele dagen van de week begon te mankeren en de gebroken lampen niet meer vervangen werden, zodat de gangen en de trap stikdonker vertoefden ’s avonds en heel wat, vooral oudere, mensen zich niet meer naar buiten durfden wagen. De abrupte aftakeling van het gebouw en de omstandigheden van bewoning werden veroorzaakt door de slinkende bijdragen voor de betaling van de gemeenschappelijke onderhoudsonkosten die door minder en minder (verkochte) appartementen betaald werden.

De Syndicus besloot een dringende vergadering van alle, nog resterende, mede-eigenaars te organiseren met de bedoeling de toen nog onbekende koper naar het gerecht te sleuren en hem daar de achterstand, met de nodige boete en interest, te doen betalen. Tot iedereen’s verrassing echter, daagde hij persoonlijk op en bewees meteen dat hij de eigenaar was van de helft (plus één) van de appartementen. Hij stemde onmiddellijk tegen het voorstel van de mede-eigenaars van het gebouw, hem aan te klagen bij de rechtbank en alles bleef gelijk, in het land van de gelijken. De toestand van het gebouw, als rechtstreeks resultaat, verergerde met de dag. De elektriciteit en watertoevoer werd afgesloten door de respectieve maatschappijen en de twee bedienden toonden openbaar en agressief hun teleurstelling en zelfs hun opgekropte haat tegenover de heersende administratie.

Zonder lift, zonder algemene verlichting, zonder water, tientallen lege appartementen en met een voortdurend vloekende conciërge, besloten meer en meer andere ontgoochelde eigenaars hun eigendom te koop te stellen, ogenblikkelijk aangeschaft voor minder dan de helft van de waarde die de eerste verkoper er voor had ingecasseerd vanwege die geheimzinnige mens, die ergens dicht bij “Palestina” geboren bleek te zijn, tot enkel en alleen maar de inwonende syndicus over bleef in dat kil, vochtig, vuil en versleten gebouw, waarvan de voordeur zelfs niet meer gesloten kon worden, terwijl het pijpenstelen regende doorheen de tientallen gebroken dakpannen.

De Syndicus, onbekwaam nog iets te beslissen of te betalen, tenware hij daarvoor zijn eigen geld gebruikte, heeft het nog een jaar lang vol gehouden, terwijl hij hulpeloos moest toezien hoe enkele bedelaars zich in de gangen begonnen te installeren en heeft tenslotte beslist zijn eigen appartement gewoonweg te verlaten, want er bestond gene mens die er ïnteresse in had (tenzij voor het prachtig uitzicht op de zee), zelfs diene vreemde vent niet, die over alle tijd van de wereld scheen te beschikken en er niet voor terug gedeinst zou hebben nog een ander jaar te wachten, indien nodig.

Een jaar later, echter, stond er een enorm, splinternieuw gebouw te pronken, voorzien van achttien verdiepen (één appartement per verdiep), op de grond van het afgestroopt skelet...

Intelligente truc’s, niet?

Daarom zijn wij, gewone stervelingen, zonder intelligente truc's, niet uitgekozen geweest door God om Hem, hier op de aarde, te vertegenwoordigen..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Jodentruc's

Men beweert dat “het water altijd naar de zee loopt”. Juist.

Maar als men wat helpt, loopt het water wat rapper.

Een kleine zelfstandige meneer (het kon Jacques geweest zijn, van de Spanjestraat in Rumbeke, die tomaten kweekte in zijn speciaal aangepaste serren daar), hier in Recife, had een manier uit gevonden om zijn verse tomaten, die hij niet verkocht kon geraken op de markt, in ingeblikte tomatenpuree te omvormen. Maandelijks produceerde hij verschillende honderden blikjes puree en begon kleine kruidenierswinkeltjes in de nabijheid te bezoeken om zijn productie, aan promotionele prijzen, kwijt te geraken. Jaar na jaar groeide zijn zaakje tot hij zelfs verschillende honderden blikjes per dag begon te produceren en zijn naam, en die van zijn puree (Palmeiron) bekend geraakte in de gehele streek en zelfs verder dan de streek. Hij werd verplicht zijn productie op te drijven, een groter aantal mensen aan te werven en om die additionele kosten te kunnen dekken, ook enkele verkopers te contracteren, die meer klanten moesten opzoeken, verder en verder weg.

De eigenaar van een supermarkt, ook van de streek, hoorde links en rechts van dat nieuw fabriekje spreken, dat kampioen aan het worden was in de verkoop van tomatenpuree en besloot hem een bezoek te betalen. Goed ingedrukt, plaatste hij meteen een bestelling, groot genoeg voor die kleine tomaatondernemer om hem daarvoor oprecht te bedanken.

De tijd ging voorbij en de bestellingen vanwege de eigenaar van de supermarkt werden alsmaar groter en groter, terwijl de eigenaar van de tomatenfabriek alsmaar gelukkiger en contenter werd met zijn uitstekende onderneming, zodat hij besloot de fabriek verder uit te breiden.

Op een bepaalde dag kreeg hij nogmaals het persoonlijk bezoek van de eigenaar van de supermarkt (hij bleek oorspronkelijk van de streek van "Palestina" te zijn?) en die stelde hem voor, vanaf de volgende maand, zijn gehele productie uitsluitend aan hem te verkopen. Hij argumenteerde echter, zich tezelfdertijd verontschuldigend, dat dat onmogelijk zou zijn omdat hij tientallen andere, trouwe, klanten had die hij, vond hij, zomaar niet in de steek mocht laten. De eigenaar van de supermarkt, nochtans, drong aan wees hem erop dat, uitsluitend aan hem verkopend, hij verschillende belangrijke voordelen zou bekomen, zoals en onder andere, dat hij al zijn verkopers (lastige mensen, die verkopers) zou kunnen ontslaan als wel als de helft van de mensen in zijn boekhouding, aangezien het werk daar fel zou verminderen en dat hij, bovendien, een excellente betaler was, terwijl de overige klanten somtijds verschillende weken en maanden lieten passeren vooraleer ze de kleur van hun geld lieten zien en dat hij het status zou bereiken van “exclusieve leverancier” van de supermarkt, die alias, verschillende filialen aan het opbouwen was, enzovoort, tot hij zijn weerstand zienderogen zag smelten en besloot toch rapper groter te worden, met verminderde onkosten.

Zo gezegd, zo gedaan en alles verliep uitstekend tot op een zekere dag de algemene gerent van de supermarkt ook een bezoek betaalde aan de tomatenfabriek en de eigenaar mede deelde dat, ongelukkig genoeg, hij deze maand zijn productie niet zou kunnen afnemen omwille van het simpele feit dat ze een andere fabriek hadden gevonden die eendere tomatenpuree, maar goedkoper, kon verstrekken. De eigenaar van de tomatenfabriek werd ontzettend nerveus, reclameerde, liet enkele vloekwoorden ontsnappen en drukte zijn spijt en wroeging uit zijn andere klanten verwaarloosd te hebben, maar er was geen doen aan. Hij bleef met zijn productie op zijn schelf zitten, die maand. Om het nog slechter te maken kreeg hij het bericht dat hij ook niets zou moeten afleveren de maand daarop en volledig ontredderd zocht hij persoonlijk en onderdanig zijn vroegere klanten op met de bedoeling ze terug te veroveren, maar niemand was bereid de oude, maar verslenste, commerciële verhouding te hervatten..

Enkele maanden passeerden en de firma, volledig verdronken in de schulden, werd door de deurwaarder aan geraden zichzelf aan te bieden voor openbare verkoop, wilde hij niet verplicht worden zijn deuren definitief te sluiten.

Op de aangekondigde dag was er maar één geïnteresseerde mens aanwezig, met name de eigenaar van de supermarkt, afkomstig dus, zeker en vast, van de streek van "Palestina". Zonder andere bieders is de fabriek verkocht geweest voor een appel en een ei en heeft “Jacques” beslist definitief op pensioen te gaan..

Wordt vervolgd.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten