Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Een geval van corruptie

Ik was recent overgeheveld geweest van São Paulo naar Rio De Janeiro en werd bijna onmiddellijk voorgesteld aan de Industriële Directeur van de toen genoemde “Departamento de Imprensa Nacional - DIN", dicht bij de haven en volop aan het verhuizen naar Brasilia, waar de nieuwste hoofdstad van het land (vanaf de eerste jaren zestig) was gevestigd geweest. Dit speciaal regeringsdepartement was en is nog altijd, verantwoordelijk voor het drukken van de Officiële Gazet van de Staat, waarin alles wat enigszins verband heeft met de drie "machten" (executieve, rechterlijke en wetgevende), gepubliceerd moet worden vooraleer in voeging gebracht te kunnen worden. De verhuis van de tientallen loodzware machines, die nog in Rio waren achter gebleven, was uiteraard de laatste stap die op voltooiing aan het wachten was. De militaire regering (aan de macht geraakt door de Staatsgreep in 1964), had beslist van de gelegenheid gebruik te maken een nieuwe offset drukmachine in te voeren voor de DIN, die dus rechtstreeks, vanuit de VSA naar Brasilia is opgezonden geweest.

Die bepaalde industriële directeur had een speciale premie opgeëist (tienduizend dollars), om geen spijkers in de wielen te steken.

Voor de verkoop van de tweede machine, ongeveer twintig jaar later, werd de invloed gebruikt van een directeur van de Imprensa Oficial in São Paulo (kennis van D., echtgenote van een Kolonel en toen Algemene Directeur van de hernoemde "Imprensa Nacional - IN"). De verkoopsprijs grensde vijf miljoen dollars en ik weet niet hoeveel juist er los is gepeuterd geweest, vanuit Sao Paulo, maar het was zeker gene aalmoes.

Nog wat later werd er niets verkocht aan de IN, machines en materiaal inbegrepen, zonder een ronde tien percent commissie uit te moeten betalen aan de toen algemene, nieuwe, directeur die er absoluut niet beschaamd voor was dat percent op te eisen, zelfs in de aanwezigheid van zijn eigen subordinaten.

Dat allemaal onder de regering van verschillende militaire, rechts gezinde, Presidenten, uitgerust met schone, blanke, gezichten.

Tegenwoordig zijn we onze derde machine aan het installeren in Brasilia, de eerste onder de regering van de huidige President Lula, centrum-links gezind en alles behalve schoon en blank en we zijn niets gevraagd geweest en we hebben ook niets betaald. De totale verkoopsprijs bedraagt nogmaals vijf miljoen dollars.

De stoet passeert en de honden zijn alsmaar aan het blaffen..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Eigenaardige vaststellingen

Voor uw informatie, Recife en Antwerpen hebben iets gemeen. In beide steden is de Joodse gemeenschap veel groter dan in de andere, gewone, steden. In Antwerpen buiten ze (de Joden) de diamanten uit. In Recife, het grondwater. Allez ze zijn altijd, ergens, iets aan het uitbuiten dat eigenlijk aan iedereen toebehoort...

Hier in het noordoosten van Brazilië in het algemeen en in Recife, in het bijzonder, is de uitbating van het drinkbaar grondwater een indrukwekkende industrie geworden want er is duidelijk een versmachtend gebrek aan zoet water. Iedere poging die gedaan wordt door de plaatselijke of federale regering om dat eeuwenoud probleem op te lossen, zoals ze dat in Israël gedaan hebben bijvoorbeeld, wordt onmiddellijk gekelderd door de afgevaardigden van de "Industrie van de droogte". Tegenwoordig is de federale regering (centrum-links) een artificieel kanaal aan het construeren, verschillende duizenden kilometers lang, dat een groot deel van het noordoosten van het land kruist, met de bedoeling (amper) twee percent van de hoeveelheid water die door de enorme rivier "São Francisco" stroomt en die praktisch het gehele land doorloopt, af te tappen om de landbouw, hier in dit droge part, daarmee te beneficiereen, maar de weerstand is onbegrijpelijk groot (net alsof ze het gegarandeerd inkomen van iemand aan het verwijderen zijn) en er is zelfs een Katholieke Bisschop die daarvoor in hongerstaking is geweest gedurende meer dan twintig dagen, waarschijnlijk benauwd dat hij, door de te verwachten verbetering in de algemene welstand van de arme bevolking, zijn trouwe kudde zou verliezen. Ongelukkig genoeg heeft hij de hongerstaking niet vol gehouden.

Het water voorzien door de stad wordt dus dagelijks gerantsoeneerd wat betekent, bijvoorbeeld, dat we enkel water ontvangen gedurende vierentwintig uur en dan gene enkele druppel water, gedurende tweeënzeventig uur. “Vierentwintig uur” is ook bij manier van spreken natuurlijk, want vooraleer ze de kranen open gedraaid hebben en het water in uw voorraadtanks begint te lopen passeren er op zijn minst twaalf uur want zoals iedereen kan raden ligt precies uw gebouw, ongelukkig genoeg, ook op de laatste plaats van de waterlijding en moet gij eerst wachten tot alle andere gebouwen, vóór u in de omgeving, bediend worden. Af en toe bestaat er zelfs een blanke mens die beleefd gaat gaan vragen aan de bruine mens, die verantwoordelijk is voor het open en toe draaien van de kranen in elke wijk, een beetje extra lang te wachten om te beginnen met zijn werk en niet al te vlug te werk te gaan, waarvoor ze dan een speciaal uitgerekende aalmoes ontvangen, zodat ze, de eigenaars van de duizenden watercamion-tanks, rap nog enkele extra wagens kunnen verkopen...

Nu compleet veranderend van onderwerp (want niemand is daarin erg geïnteresseerd, vermoed ik), ’t is lang geleden dat ik nog eens in Antwerpen gepasseerd ben (de laatste keer was toen ik op weg was naar De Haag, in Holland en mijn broer zelfs de snelheid van zijn auto niet willen verminderen heeft om dat te kunnen bevestigen), maar hier in Recife bestaat er de grootste concentratie van lelijke mensen per vierkante meter van het land, schat ik. Vooral de vrouwen zijn duidelijk afstotelijk. Meestal zijn ze uiterst blank en bleek, hebben ze praktisch geen vlees, maar wel overvloedig vel, met bruine en zwarte plekken erop, veel pezen en uiterst slappe borsten en achterwerken. Niet gesproken van hun kromme benen en vieze toten, bedekt met enorme, ouderwetse en afschuwelijke hoeden, waarmee ze trachten de zonnestralen te vermijden.

Komt ge van z’n leven ooit eens naar Recife, dan zal het u zelf onmiddellijk opvallen hoe veel lelijke mensen er hier eigenlijk wel bestaan. Botst ge toevallig toch op een schone mens, dan moogt ge er op wedden, het is iemand die hier niet geboren is of geen afstammeling van een werkelijke “Recifense”.

Eigenaardig genoeg, maar gedurende mijn honderden reizen naar praktisch alle belangrijke Steden en Staten van het gehele land heb ik kunnen vaststellen dat de schoonste meiskes in Fortaleza (CE) te vinden zijn, of in Vitória (ES), Florianópolis (SC) en ook in Rio (RJ), natuurlijk. In de eerst vermelde steden zijn de meiskes volledig schoon, aangezicht en lichaam, terwijl in Rio, de schoonheid meer gelokaliseerd is in het lichaam en minder in het aangezicht.

In alle geval, ’t is nergens verboden een handdoek te leggen op het wezen van de lelijke vrouwen, terwijl ge uw botten uitviert in hun kanaal...

Geschreven door Rudo om 13:53 Reageer op dit bericht Stuur door

De liefde van een Paster voor zijn wierookmannekes is onvergelijkbaar!

Hier, dicht bij Recife, met name in Arapiraca, heeft de lokale Paster, Monsenhor Luis Barbosa, 83 jaar, bewezen dat de liefde voor zijn wierookmannekes geen grenzen kent.

 http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=oAN2XYuzwNc 

Geschreven door Rudo om 14:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik wed al mijn fiches op de Olympische Spelen in Rio, in 2016

Gleiciane Martins Van Leuven is haar naam. Vergeet het niet!!

Ze traint nu zes dagen per week, in drie verschillende judoclubs en heeft bovendien haar eigen personal trainer..

Ze is nu 14 en ik herinner me niet meer de laatste keer dat ze een wedstrijd verloren heeft.

Geschreven door Rudo om 13:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik haat mannen die ná het sluituur van de winkel, nog bediend willen worden!

Ik had nog maar pas dat papierwinkeltje gekocht, met de bedoeling mezelf een extra inkomen te verzekeren voor mijn latere dagen.

Gedurende de eerste week nog, na een dag sleur, waren we eindelijk aan het sluituur geraakt en stond ik al, samen met mijn vrouw en dochter, op het voetpad, met mijn voeten nog op de drempel en mijn rug naar de straat toegekeerd, gereed om de sleutel om te draaien toen er twee mannen me op de schouder tikten en beleefd wilden weten of ik bereid was een extra serviesje te plegen. Ik haperde ietwat met mijn antwoord en verkoos toch vooraf te weten hoe ingewikkeld dat serviesje wel zou zijn, want ik was niet van plan daarvoor mijn dagelijkse lichaamsoefeningen op te offeren.

Neenee, maak u niet ongerust, ’t is gewoon maar een kwestie van die losse blaadjes hier in een “caderno” te omvormen, maar hij haalde meteen tweehonderd vijftig bladzijden te voorschijn en toen had ik al een voet terug binnen gezet en had ik al beslist de uitdaging te aanvaarden.

Het werk van “encadernação” (sorry, ik heb geen enkel benul van hoe dat woord perfect kan vertaald worden in het AB Vlaams) bestaat erin zorgvuldig een hele reeks gaatjes in die tweehonderd vijftig bladzijden te maken en daar een speciaal, plastieken, spiraaltje door te draaien, zodat alles degelijk aan mekaar blijft behoren en een primitieve boek vormt.

Mijn vrouw begon meteen de gaatjes te boren met een werktuig en een stang daaraan, waar ge hard moet aan trekken om door de stapel papier heen te geraken, maar ze had natuurlijk geen kracht genoeg en ik besloot dat saai werkje over te nemen. Ik zorgde er wel voor niet teveel blaadjes in ene keer te willen “stampen” en wel het juiste werksysteem te volgen, zodat de papieren degelijk op de juiste volgorde en op de juiste kant van de bladzijden geboord zouden worden...

.... en zo ging Rudo verder, bijna fluitend van het genot en van de vaststelling dat ik toch voor iets diende in het leven en dat ik aan het slagen was in mijn nieuwe job van winkeleigenaar en boor maar hier en boor maar daar en stapel de geboorde blaadjes allemaal op mekaar en het was een plezier op te merken hoe rap en proper alles wel verliep, terwijl ik aan mijn dochter en vrouw uitlegde hoeveel ik wel bekwaam was mijn professionele plichten te vervullen, waarop mijn dochter onmiddellijk reageerde van niet, dat het de eerste keer was dat ik zulk een werk pleegde, wat mijn vrouw bevestigde, terwijl de klant op mijn vingers stond te loeren en terwijl zij, mijn vrouw, de stapeltjes geboorde papieren allemaal nauwkeurig op elkaar legde en tot de vaststelling kwam dat er iets verkeerds aan het gebeuren was, want dat de gemaakte gaatjes, ene keer aan de ene kant van de bladzijde en de andere keer aan de andere kant van de bladzijde (de kant van de bladzijdennummers), gemaakt waren geweest, zodat ze elkaar niet meer opeen volgden en men hier moest draaien en daar moest keren om de juiste volgorde te bekomen maar dat zo, de gaatjes niet meer op de zelfde kant van het papier verschenen, terwijl de twee mannen, die ondertussen nog geen enkel woord hadden geuit, blijkbaar bezorgd bleven aanstaren hoe hun belangrijk papier in alle kanten geboord werd en zij zichzelf herinnerden dat ze maar over één enkele originele versie beschikten en ik ook aarzelend het ritme van het boren besloot te verminderen en mijn vrouw nogmaals opperde dat alles verkeerd aan het gaan was en mijn dochter nogmaals beklemtoonde dat ik er niets van wist en er ook niets van verstond en de klant niets bleef zeggen ter zijne verdediging en ik ook niet alias, tot mijn vrouw schuchter aan de twee mannen voorstelde het werk morgen voort te zetten want dat er nog heel wat gaatjes gemaakt moesten worden, van de ene kant en veel andere gaatjes hersteld, van de andere kant en dat de dag er al op zat voor vandaag en dat iedereen doodmoe was en uitgeput van het werk van de voorbije dag en de klant niets zei, maar wel zijn tweehonderd vijftig blaadjes probeerde te organiseren in de juiste volgorde en hij ongerust vast stelde dat er geen volgorde in te krijgen was, tenware ze er akkoord mee gingen de boek in de omgekeerde richting te lezen, zoals in de Oosterse talen, te beginnen met de laatste bladzijde en lezend van rechts naar links in plaats van van links naar rechts en ik een beetje bleek begon te worden van de geleverde inspanning, na praktisch tweehonderd vijftigduizend bladzijden manueel geboord te hebben en ik verstomd gadesloeg hoe niemand mijn werk apprecieerde en zelfs minachtte en hoe ik ook eigenlijk niet goed begreep wat er mis was gegaan, tenslotte had ik alleen maar méér kracht aangewend om meer blaadjes te kunnen stampen in één enkele beweging, in vergelijking met mijn vrouw, maar absoluut niets had veranderd in verband met de werkorde in het algemeen en de manier van werken, in het bijzonder, tot de twee mannen elkaar met een gemengde blik van ontgoocheling, verbazing, vermurwing en bezorgdheid aankeken en met een beweging van gedempte haat alle blaadjes samen froefelden en gewoonweg de winkel uitstapten zonder iets te zeggen en ook niets te betalen voor al het werk dat al gedaan en afgeleverd was geweest en ik beleefd vroeg aan mijn dochter waarom ze mij had verweten en de schuld had toegewezen, want ik beminde haar uit de grond van mijn hart en dat ik toch wel de oudste was van de drie, de meeste ondervinding van het leven had en allang geleden geslaagd was geweest in mijn examens van het vijfde studiejaar, jaar dat ze nu nog maar pas aan het beëindigen is (maar opzettelijk toch vergat te vermelden dat ik onverwachts gebuisd was geweest in mijn vijfde studiejaar in de Broederschool van Roeselare) en dat ik me nog nooit zo beschaamd had gevoeld...

Uit puur protest heb ik ’s anderendaags ’s morgens, de twee helften van mijn boterham niet precies op elkaar gepaard en wel diagonaal, zodat er een ster ontstond van acht kanten en ik die boterham met acht kanten vierkant heb in gezwolgen, gewoon om mij te wreken van de gevaren van die slechte organisatie in mijn saai leven...

Conclusie: ik haat mannen die ná het sluituur van de winkel, nog bediend willen worden!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Eeuwige twijfels

Valt ge het u ook niet op dat die drie paar nieuwe sokken, vijf zakdoeken en drie onderbroeken die ge, als duurbaar geschenk, ontvangen hebt van uw vrouw, respectievelijk voor uw verjaardag van drie, twee en één jaar geleden, intussen spoorloos verdwenen zijn?

Dat er, in de lege lade van uw kleerkast enkel maar twee gescheurde en slappe onderbroeken te vinden zijn, die ge tien jaar geleden ontvangen hebt en die ge eigenlijk nooit hebt willen gebruiken omdat ze niet goed sluiten aan uw bovenbillen en de helft van uw klootzak eruit blijft hangen?

Dat uw vrouw, als ze beslist heeft een nieuw hemd te kopen voor uw verjaardag van dit lopend jaar, thuis gekomen is met een hemd dat op zijn minst twee maten te klein is, of dat ge er durft op zweren dat ge in de schoenen die ge volgend jaar zult krijgen, zult kunnen zwemmen? Dat, enfin, uw eigen vrouw, na dertig jaar getrouwd, nog altijd uw maten niet kent en ge verplicht zijt de verkeerd aangekochte klederen zelf te gaan uitwisselen in de winkel?

Dat het polsuurwerk dat ge geërfd hebt van uw zoon, alhoewel oorspronkelijk duur, altijd een half uur vooruit loopt, maar dat ge het onnodig vindt het te laten herstellen want het heeft een symbolische waarde veel groter dan het juiste uur en de handen van een ander mens op dat uurwerk misschien pech kunnen meebrengen?

Dat de schoenen die ge ook van hem geërfd hebt, acht jaar geleden, nog altijd meegaan, alhoewel er al grote gaten op de zolen zijn verschenen?

Dat uw vrouw altijd beweert dat ze geen gepaste kleren bezit, voor eender welke gelegenheid, maar dat haar kleerkast stropvol hangt en dat ze zelfs driekwart van uw eigen kast in beslag heeft genomen en als ge dan daar naar wijst, ze zegt dat die kleren te groot zijn, of te klein, dat ze uit de mode zijn, of dat ze ze gisteren, verleden week of verleden jaar al eens gebruikt heeft en dat het niet past aan moderne vrouwen kleren meer dan twee keren te gebruiken?

Dat ge vast stelt dat dat bepaald hemd of t-shirt waar ge altijd zo verzot op zijt geweest en plotseling verdwenen was, ge ineens terug ziet, gekleed door haar broer (die ge nooit hebt kunnen verdragen) of door die straatjongen daar en als ge dan vraagt hoe dat kan, ze antwoordt dat het toch versleten goed was en dat ze het niet nodig vond u eerst te raadplegen, vooraleer uw schatten weg te geven?

Dat de mieren beslag hebben genomen van uw eettafel, want dat uw vrouw de tafel zelden grondig reinigt want dat dat iets is wat ze speciaal haat, net zoals ze haat de afwas te doen, kleren te wassen en te strijken?

Dat het eten dat ge alle dagen voorgeschoteld wordt van langs om meer zonder smaak is, zoals droge patatten en een hard gekookt ei, of simpele macaroni, zonder spijzige ingrediënten, omdat ze vergeten heeft die zich aan te schaffen?

Dat het al eeuwen geleden is dat ge nog ne keer uw lievelingsgerecht hebt gezien, laat staan gesmaakt, zoals witloof met hesp en gesmolten kaas met witte saus, soufflé, gevulde tomaten en nog ’t één en ’t ander dat ge al lang geleden vergeten hebt dat het bestaat?

Dat uw vrouw nooit ne meer om vlooien in uw haar heeft gezocht, of bloedzuigers op uw rug, zoals ze vroeger alle dagen deed?

Dat ze nooit ne meer gezegd heeft dat ze u bemint, niettegenstaande het feit dat ge alle dagen, wanneer ge wakker wordt, luid schreeuwt: “darling, you are so beautyfull, today” en wanneer ge thuis komt, na het werk: “Sweetheart, I love you so much”.

Dat ge gisteren nog juist op tijd thuis gekomen zijt, vooraleer het appartement in brand vloog, want ze had de rijst op het gasvuur gezet en was, vervolgens, gaan winkelen en dat ge vermeden hebt ruzie te maken want ze zou anders schouderschokkend beginnen te wenen, bewerend dat ze zoveel tegenslag heeft in haar leven, alhoewel ze alle dagen kaarskes aan steekt en bid zonder stoppen om tegenslagen te vermijden?

Dat ge weeral ne keer moet uitleggen hoe ze, uw vrouw, een e-mail moet verzenden naar haar vriendin, om haar geluk te wensen voor haar verjaardag, alhoewel ge er zeker van zijt dat zij, haar vriendin, nog over geen computer beschikt om electronische boodschappen te kunnen ontvangen, maar dat ze zo wil bewijzen dat ze mee is met haar tijd?

Dat ge vast stelt dat ge nog een kleinere IQ hebt dan uw vrouw, want ge hebt nu nog maar ontdekt, na dertig jaar samen geleefd te hebben, dat haar IQ negatief is....

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Opgepast, een "Chip" is niet altijd een patatteschelleke

We hadden een gloednieuwe offset drukpers verkocht, na een adembenemende strijd, niet alleen tegen onze alom aanwezige concurrenten (die overigens tachtig percent van de keren, over de loop van twintig jaar, de strijd hebben verloren), maar ook met enkele deelnemers van de te nemen beslissing vanwege de directie van de krant "O Globo", in Rio De Janeiro.

De executieve directeur, Francisco Grael, was radicaal tegen "offset", want hij beweerde dat dat proces zich nog niet wáár had gemaakt in de grotere kranten, in die tijd, met het argument dat de aluminium platen, toen beschikbaar, niet toelieten meer dan 100.000 exemplaren van een krantenbladzijde te drukken, terwijl hun circulatie vijfhonderdduizend exemplaren overschreed, vooral op de zondagen, zodat ze verplicht zouden zijn alle dagen meerdere platen van dezelfde bladzijden te moeten branden. Hij beweerde ook, zonder zich daarvoor te schamen dat, in geval van staking van het syndicaat van de drukkers, hijzelf bekwaam was op zijn oude "Hoe" letterpress te kruipen om de dagelijkse circulatie van de krant te verzekeren. Zoals iedereen nu al weet, een typografische pers, speciaal ontwikkeld voor kranten, maakte indertijd gebruik van gegoten lood platen, toen in algemene voeging. Hij was niet helemaal verkeerd nochtans, zoals verder geïllustreerd, maar heeft dan uiteindelijk toch het onderspit moeten delven en zijn foute opinie moeten herkennen.

De eigenaar, Roberto Marinho, onder invloed van Octavio Frias, President van de krant "Folha de São Paulo", die zichzelf, enkele jaren eerder, ook onze offset drukpersen had aangeschaft (we waren toen in 1975), besloot diene verschrikkelijk belangrijke stap dan toch maar te zetten, na veel aarzeling en tegengepruttel van zijn eigen management, vooral nadat diene bepaalde Octavio Frias hem, gedurende een verkenningsbezoek, had gewaarschuwd dat hij "moest stoppen zichzelf te masturberen" en de knoop meteen door moest hakken.

Uiteindelijk dus werden we beloond met een achttien miljoen dollar zaak, drie drukpersen van zes printing units elk, omvattend, of alternatief, twee drukpersen van negen printing units elk, in lijn. Een machine van praktisch zestig meter lang, twaalf meter hoog en drie meter breed, met een statisch gewicht van achthonderd ton (het dubbel, voor wat betreft het dynamisch gewicht).

Ik werd belast met de algemene coördinatie van de installatie van deze pers, in een splinternieuwe building, speciaal daarvoor geconstrueerd, wat me verplichte daar dagelijks aanwezig te zijn. De gehele job heeft langer dan een jaar geduurd en is absoluut succesvol geëindigd, zodanig zelfs dat de klant, enkele jaren later, een nieuwe, gelijkaardige pers aan ons heeft besteld en heeft ingevoerd.

Zoals altijd gebeurd, echter, gedurende de introductie van een nieuw model van een bestaande drukpers, de Rockwell/Goss Metroliner (O Globo en "The New York Times" waren de eerste gebruikers van dit model), zat er een verschrikkelijke "bug" in het elektronisch stuursysteem.

Enkele weinige weken na de officiële inauguratie begon de machine geregeld in panne te geraken, wat na veel onderzoek en analyse bleek te wijten te zijn aan een simpele "chip", die onwillekeurig verbrandde. Nog wat later kwamen de ingenieurs van de fabriek tot het besluit dat die bepaalde chip (er waren twee van die IC's aanwezig in elke "printing unit") uiterst gevoelig was voor korte maar heftige spanningsstoringen (transcienten genoemd) in de elektrische lijn die voorzien werd door de locale energiemaatschappij, die, op dezelfde lijn, ook andere klanten met elektriciteit voorzag. Sommige van die andere klanten, gebruikten wisselstroom motoren die gedurende het af-en aanleggen, transcienten veroorzaakten op de algemene voedingslijn, die op hun beurt onze machine aantastten en als onmiddellijk gevolg het paralyseren van op zijn minst één printing unit bevorderde, meestal in het midden van het drukproces. We werden verplicht, koortsachtig en zonder de vereiste import documenten, die speciale componenten in grote hoeveelheden in te voeren, in overweging genomen het feit dat ze niet beschikbaar waren op de locale markt.

Stel u voor, zo een reusachtige mechanische unit, die fel over de twintigduizend kilo’s weegt, lam gelegd door één enkele elektronische component, "een dwaze chip" zogezegd, van amper enkele grammen en die, in tegenstelling met zijn naamgenoot, helemaal niet verteerbaar is..

De voorlopige hulp kwam vooral vanwege verscheidene vliegtuigpiloten van de luchtmaatschappij "Varig" die alle dagen, vanuit Miami arriveerden, waar ze door de fabriek, in honderdtallen, tersluiks aan hen afgeleverd waren geweest met de opdracht ze in Rio achter te laten.

Op die manier hebben we de tijd veroverd om voor een definitieve oplossing te zorgen, uiteindelijk bekomen door een exclusieve elektrische voeding aan te vragen en te verkrijgen van de locale elektriciteitsmaatschappij, rechtstreeks aan "O Globo".

Ik heb het al verschillende keren herhaald: het leven is een strijd en men moet altijd oppassen, maar als men rijk is en belangrijk, is de strijd ietwat eenvoudiger...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Geschenk van Staf de Wilde

bereid tot afscheid

 

je kan de vrucht van het leven

geen twee keer eten: dit bestaan

behoeft geen nabestaan

 

wie echt geproefd heeft

en gulzig doorgebeten

die verlaat de tafel

in vrede en voldaan

 

neen, voor mij geen zaal

die riekt naar ziekte,

geen zetel waarin ik  scheef

zak en mij bevlek met kwijl

 

ik wil tot de laatste beet

roerig en oproerig zijn

ik wil tot het laatste weten

en in weemoed de pijn

vereren van een jong begeren

 

en dan het afscheid

zoals alleen voltooide vruchten

in hun boomgaard zijn te vinden:

geblutst, zeer zeker, en getekend

zoals alleen  het rijpe sporen draagt

 

de woorden die ik als slot wil spreken

tot de laatste die zal horen: ik behoef

geen nabestaan, ik heb genoeg gevraagd

Geschreven door Rudo om 14:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Blaffende honden bijten niet

Blaffende honden bijten niet. Wie zegt wat hij wil, hoort wat hij niet wil. Die het laatst lacht, lacht het best.

Drie spreekwoorden die dagelijkse kost zijn in het leven van een man die geregeld op café gaat.

Aan het tafeltje recht voor het mijne gaat er alle dagen een oud koppel zitten. We hebben nog nooit één enkel woord gewisseld, laat staan elkaar ooit uitdagend onderzocht, maar ge kent dat wel: zijdelingse blikken zijn onvermijdbaar. Een "oud koppel" is eigenlijk ook bij manier van spreken uitgedrukt, want ik vermoed dat de man nog niet eens dicht bij de zeventig is, alhoewel zijn ouderwetse moustache en zijn grijzend haar er hem wel ouder doen uitzien dan hij in werkelijkheid (waarschijnlijk) is. Zijn vrouw lijkt een beetje jonger en niettegenstaande haar duidelijk geverfde pruik, laten de rimpels en hanenpoten rond haar ogen en strakke mond er geen twijfel over dat ze de vruchtbare periode al lang voorbij is.

Ze zijn voortdurend ernstig, maken nooit plezier en integendeel, terwijl hij blaft legt zij geduldig haar oren in haar nek. Tot hij schijnbaar afkoelt en ze terug op ’t ene of op ’t andere doel of oorzaak aandringt en hij, wakker schietend, nogmaals begint te blaffen.

Hij moet ergens een kolonel van ’t een of ’t ander leger geweest zijn, want de kelner sprak hem eens aan met die titel en 't zal ook daarom zijn dat hij zo uitstekend kan blaffen.

Hij begint heel vroeg te drinken, alle dagen, rond de negen uur in de morgen, zonder gezelschap en in een ander, kleiner en vuiler, cafeetje, daar dichtbij, waar hij zich blijkbaar aan het opwarmen is en waar het bier ietwat goedkoper is voor dat doel, maar eens het uur aanbreekt voor een deftige achternoen, dan spreekt hij af met die vrouw, die zelfs waarschijnlijk zijn eigen vrouw niet is, want wie gaat er nu echt met zijn echte vrouw op café? En zo ontmoeten ze elkaar dus, in die ietwat geraffineerdere plaats, kort na het middaguur en blijven daar ruzie maken en elkaar opstoken en ambeteren tot in een gat in de nacht, zodat hij praktisch niet meer recht kan kruipen om naar de WC te strompelen. Alhoewel zij precies zoveel drinkt als hij, stapt ze met een meer vastberaden pas naar het toilet, waar er waarschijnlijk, na de boodschap, zodanig veel druppels blijven plakken in haar onderbroek (ik durf niet meteen beweren dat het zich om een “onderbroekje” betreft want haar maat passeert, met overschot “GG”), dat zij, de onderbroek dus, moet rieken zoals wijle onze oude beerput in Rumbeke. In dat verband is het interessant op te merken dat een oud wijfje me eens vertrouwelijk heeft ingelicht dat het pisgatje van eender welke afgevaardigde van het vrouwelijk geslacht, eigenaardige geuren verwekt, vooral als het niet, bij gebrek aan stromend water, regelmatig gewassen wordt, maar ze had me dat eigenlijk niet moeten opbiechten want ik had dat zelf ook al eens, uit eigen ondervinding, ondervonden.

In alle geval, ik vermoed dat hij, over de man dus terug nu, iets bezit aan zijn prostaat, want hij stapt niet beslist naar de WC, maar wankelt vooruit, terwijl bezorgd oppassend niet achteruit te tuimelen, stapje na stapje, iets wat eigenlijk maar typisch gebeurt bij veel oudere mensen, tenware het virus van de prostaatziekte zich al heeft ingewerkt in de nabij zijnde beenderen. Wanneer hij vervolgens terug aan zijn tafeltje geraakt, begint zij weeral te zagen en begint hij terug te blaffen, zodat ze haar oren terug in haar nek legt en geduldig wacht tot zijn bui over is en ze dan terug aanvalt, zodat ze elkaar daar blijven pesten tot ze het zelf beu worden en iedere keer de helft van hun bier in de bloempot smijten, die naast hun tafeltje staat en waar de plant al praktisch helemaal verslenst is van verplicht te worden dagelijks mee te drinken..

Ik vraag me dan altijd af of hij niet ineens recht zal staan om haar dringend een muilpeer te verkopen, maar nee, hij blaft alleen maar verder en het is daarom dat ik er nu absoluut zeker van ben: “Blaffende honden bijten niet”. Eerste spreekwoord.

Zijn vrouw(?), blijkbaar ontembaar, weet ook van geen ophouden en blijft van de korte “stiltes” gebruik maken om te zeggen wat ze wil, wat hij dan beantwoordt met enkele goed gemikte verwijten, vermoed ik, want ze valt altijd opeens stil en verliest haar blik in de verte, zodat het volgende spreekwoord hier in aanmerking komt: “Wie zegt wat hij wil, hoort wat hij niet wil”. Tweede spreekwoord.

Intussen blijft de man ook maar blaffen op de kelners die hij op elk moment luidruchtig roept om beter en vlugger bediend te worden en waarbij ze moeten springen als getrainde bokken, wat hem een glimp van een gemeen en geniepig lachje doet produceren, maar wanneer hij, op het einde, de rekening beveelt, hij dan plotseling beseft dat hij, zonder bril en met zijn hoofd vol bier, de hoeveelheid lege bierflessen niet perfect kan onderscheiden en nog minder de vermenigvuldiging uitvoeren, zodat de kelners, op dat moment er nog een schepje bijscheppen, wat hij onbekwaam is na te gaan, of op te merken want dan bevind hij zich met zijn gedachten al verre over Bagdad gepasseerd, terwijl de vrouw hem aan de deurdrempel staat op te wachten, gereed om hem mee te sleuren naar haar bed, wat ze later zal aanwenden om een ruime schadevergoeding (aan haar schede), rechterlijk, op te eisen, zodat ze allemaal wreed lachen, de vrouw en de kelners en ze zich zeker zullen herinneren: “Wie het laatst lacht, lacht het best”. Derde en laatste spreekwoord. Voor vandaag.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten