sprinkhaan

sprinkhaan
Gewoon purperschaaltje Lecidella elaeochroma
Gewoon schildmos Parmelia sulcata
Knopherik Raphanus raphanistrum

Knopherik Raphanus raphanistrum
soms ook Wilde radijs genoemd,hij wordt vaak verward met de herik,maar toch verschillen beide duidelijk van elkaar daar de kelkbladeren van de knopherik tegen de kroonbladeren liggen, waar ze bij de herik wijd open staan.
Staan op vrij droge, matig voedselrijke grond in zandige akkers, langs dijken en in bermen en op omgewerkte grond
X
Gestippeld schildmos Punctelia subrudecta
Vals dooiermos Candelaria concolor

Vals dooiermos Candelaria concolor
Opvallende geelgroene, bladvormige soort op bomen. Individuele thalli zijn 1 tot 2 cm groot en zitten tegen het substraat aangedrukt, maar vloeien meestal samen tot een groter oppervlak.
Komt veel voor op schors van allerlei soorten bomen
X
gele lis Iris pseudacorus
Watermunt mentha aquatica
schaduwstrekspin Tetragnatha montana
knoopkruid Centaurea jacea
Herik Sinapis arvensis

herik Sinapis arvensis
De plant wordt tot 80 cm hoog en heeft stijve haartjes aan de voet van de stengel,De vrucht is een onbehaarde hauw met een kegelsnaveltje dat enigszins kantig is soms ook stijf behaard.
Komt voor op open, vochtige, zeer voedselrijke grond op akkers, vooral op klei, en in bermen van wegen en dijken.
porceleinzwam Oudemansiella mucida synoniem Collybia mucida
Dakloze huiszwam Serpula himantioides
kastanjeboleet Boletus badius

kastanjeboleet Boletus badius
Hoed halfbolvormig tot gewelfd, Ø 4-14 cm, okerbruin tot kastanje- of donker roodzwartbruin
Buisjes crème- tot citroengeel, blauwgroen na beschadiging
De steel is donzig, licht okerbruin tot roodbruin. Vlees wit tot citroengeel, zwak blauwverkleurend bij beschadiging
Bij loofbomen (eik, beuk) en naaldbomen (den, spar, larix) in bossen op voedselarme, zure grond
porceleinzwam Oudemansiella mucida synoniem Collybia mucida
Gewone berkenboleet Leccinum scabrum

Gewone berkenboleet Leccinum scabrum
De hoed van deze boletensoort heeft een doorsnede van 5-10 cm en is half bolvormig tot gewelfd
De steel heeft een lengte van 8-12 cm en een dikte van 2- 3 cm. De steel is bovenaan cilindervormig en verbreedt zich naar onderen toe. Hij is wit met grijsbruine of bruinzwarte vlekjes
Bij berken in loofbossen en gemengde bossen in de duinen en op voedselarme, zure bodem, vaak langs paden en wegranden
XX
Getande Boomkorst - Cerocorticium molare
kleine wintervlinder Operophtera brumata
kleine wintervlinder Operophtera brumata
Paranectria oropensis