Naar de inhoud

schizofreen

Thriller, seriemoord West Vlaanderen
akke.beakke.be

Categorie: politietriller

Hoofdstuk 4: Hoe stroopt men het vel van een wilde kat?

Hoe stroopt men het vel van een wilde kat?

 

Het was 12.57u toen Debruin de afdeling binnen slenterde. Behalve zijn twee vaste speurders inspecteur Koen Debrouwer en hoofdinspecteur Tuur Wendels zaten Jules Goddard van de forensische, diens rechterhand Filip Goethals de computer whizzkid en de grote baas al op hem te wachten. Ook Merel Verhaege was er in een burgerkloffie. Een erg strakke blauwe jeans en een bijpassend strak pastelgroen truitje. Met haar haar in een paardenstraatje zag er er jonger uit dan dat ze in uniform had geleken, bijna studentikoos. Debruin stapte de conferentieruimte binnen, ging zijn jasje en sjaal netjes aan een kapstok en terwijl hij nog met zijn rug naar zijn toehoorders stond vroeg hij:

“Wat is het verschil tussen een psycholoog en een psychiater?”

Merel wilde al gaan antwoorden maar een handgebaar van de hoofdcommissaris maakte dat ze al snel haar mond weer dicht deed. Blijkbaar was dit een onderdeel van dit soort vergaderingen en bedoeld als een soort retorische vraag die Debruin zelf zou gaan beantwoorden. Die liep naar de wand achter de stoel die voor hem gereserveerd was en bleef voor een groot whiteboard staan alsof hij les wilde gaan geven. Uit een map die hij in zijn handen had haalde hij een A4 formaat foto van hun slachtoffer en bevestigde dat met een harde knal precies bovenaan het midden van het bord. De foto had hij zodanig bijgewerkt dat het groteske ontbrak. Hij draaide zich om en zei:

“Een psychiater gaat in een donkere kamer opzoek naar een zwarte kat. Een psycholoog gaat in een donkere kamer op zoek naar een zwarte kat die er misschien niet is.”

Dit was op zijn zachts gezegd niet het antwoord dat Merel had willen geven. Ze was dan ook blij dat de baas haar had tegen gehouden. Intussen sprak Debruin veder:

“Het is op zijn minst twee van ons opgevallen dat het lichaam, of beter de toestand waarin het lichaam werd aangetroffen, deed denken aan de slachtoffers van een Amerikaanse seriemoordenaar The Boston Strangler. Een lichaam geposeerd om te schokken en een strik netjes rond de hals geknoopt. Daar waar de originele slachtoffers van The Strangler waren gewurgd met een kledingstuk of een stuk textiel uit de woning van het slachtoffer werd ons meisje met de blote hand gewurgd.”

Debruin wees naar de foto op het bord:

“En hier komt mijn vraag weer op de proppen. Hebben we te maken met een doorsnee huis-tuin-en-keuken moord? Een moord uit passie dewelke achteraf zo in scène is gezet om ons te doen denken aan het werk van een seriemoordenaar? Met andere woorden de psycholoog uit mijn originele vraag. De moorden en de signatuur van The Boston Strangler zijn intussen zowat cultureel erfgoed geworden. Er zijn honderden zo niet duizenden websites aan deze moorden gewijd. Er zijn honderden boeken over geschreven. Van wetenschappelijk tot looney-tunes fictie. Films, series, documentaires waarin de moorden aan bod komen zijn er ook bij de vleet. Ik moet toegeven dat ikzelf daar ook aan heb bijgedragen. Ik geef minstens vier lezingen per jaar waarin The Boston Strangler aan bod komt op de verschillende politiescholen. Ik ben medeauteur van een aantal wetenschappelijke artikels en één boek in samenwerking met professor Brussel. Als dit een zogenaamde copycat zou zijn dan zou een klassiek politieonderzoek duidelijkheid moeten brengen. Aan de andere kant als dit niet in scène is gezet om ons op het verkeerde been te zetten. Als dit zo is om ons precies te laten zien wie of wat hij is, met welk beestje hebben we dan te maken. Hebben we te maken met een strikte copycat die dweept met The Strangler? Of hebben we te maken met iets wat potentieel veel erger kan blijken te zijn? Een moordenaar die ons zonet zijn visitekaartje heeft afgegeven en ons heeft uitgenodigd om te komen spelen?”

Het bleef even stil nadat Debruin was uitgesproken. Iedereen in de bubbel realiseerde zich maar al te goed wat hij had gezegd. Het was uiteindelijk de hoofdcommissaris die het woord nam. Aan wat hij te zeggen had merkte Merel meteen dat ook deze man niet te onderschatten was en hij geen hoofdcommissaris geworden was omdat hij zo goed het verkeer kon regelen:

“In het eerste geval moeten we ons niet al te veel extra vragen te stellen. De vragen die we bij een normaal onderzoek stellen zullen wel automatisch beantwoord worden naarmate het onderzoek vordert. In het tweede geval dringt er zich toch direct één vraag op. Is het toeval dat we haar om het zo te noemen aan de achterdeur van jouw huis vonden Alexander? Of is het een niet te misverstane boodschap voor jou, voor ons als geheel? Ik bedoel maar, als flikken in België gevraagd wordt een lijstje te maken van collega’s die een expert zijn op het gebied van seriemoord, dan zit jouw naam gegarandeerd in ieder van die lijstjes, in de top drie, zo niet helemaal bovenaan. Moet ons slachtoffer op een of andere verknipte manier een cadeautje voor jou voorstellen van een van de pot gerukte fan? Is dit zijn manier van communiceren?”

Debruin richtte zijn blik met zijn heldergroene ogen op zijn baas.

“Ik zou er mezelf gemakkelijk van af kunnen maken en zeggen dat ik geen idee heb op het moment. Maar we weten allemaal hoe ik over toevalligheden denk. Op dit moment is het zoals ik iedere lezing start…”

Hij werd onderbroken en in koor werd er rond de tafel gesproken inclusief Merel:

“Assumption in the mother of all fuck ups…”

Hij moest glimlachen en zei:

“Zie je heren, Merel is pas sinds een paar uur bij ons en ze legt jullie nu al het vuur aan de schenen. Als je niet oppast wordt ze al snel de slimste van de klas en dan krijgen jullie allemaal geen koekjes meer van mama Debruin.”

Hij begon rustig een sigaret te rollen en zei half hardop denkend:

“Om eerlijk te zijn heb ik op dit moment nog geen flauw idee. Mogelijk zijn we al veel te ver aan het denken en wordt het over een paar uur duidelijk dat we hier met niets anders te doen hebben dan met een passiemoord. Aan de andere kant…”

Opeens stak Merel haar hand op alsof ze het woord wilde vragen.

“Merel, we zitten niet meer op school je hoeft dus je hand niet op te steken als je iets te zeggen hebt.”

Met zijn ondeugend jongenslachje zei hij:

“Het is al een tijdje geleden dat ik nog eens meester heb gespeeld. Dus wat is er?”

Weer kreeg ze een lichte blos. Het feit dat de rest van het team zacht zat te gniffelen om de niet zo verscholen insinuatie van Debruin droegen er ook niet toe bij:

“Hebben we ooit al met zo’n moordenaar te maken gehad in België? Ik weet dat het in de VS schering en inslag is maar hier. En ik bedoelde voor beidde scenario’s.”

“Door de jaren heen zijn er tientallen moorden geweest waarbij de moordenaar heeft geprobeerd de moord op iets anders te laten lijken dan wat er in werkelijkheid speelde. Bijvoorbeeld; echtgenote duwt manlief van de trap en verklaard dat manlief onwel werd net voor hij viel. Gelukkig voor ons vallen de meesten van die moordenaars vrij snel door de mand. Ze komen er snel achter dat CSI dan toch niet zo’n goede schooltelevisie was. Een gebrek aan sofisticatie waardoor de forensische of de dokter een stok in de wielen kan steken. Zoals in het geval dat ik net schetste vertelt één beeld van een scan meer dan vrouwlief ons wil doen geloven. Of een verhaal of een alibi dat niet helemaal klopt waardoor de moordenaar bij ons door de mand valt. Of simpelweg iemand een tijdje laten sudderen voor het eigenlijke verhoor. Je moest eens weten hoeveel en hoe snel bepaalde moordenaars door de knieën gaan als ze een uurtje of twee in het doosje hebben gezeten, wachtend op hun advocaat waarna ze klaar waren om uitgeperst te worden als een grapefruit. Maar bij mij weten hebben we nog niet één moordenaar gehad die heeft geprobeerd om zijn daad op die van een overbekende seriemoordenaar te laten lijken. En we hebben ook nog nooit echt met een echte copycat te maken gehad.”

Tuur Wendels vroeg:

“Ook die pipo niet in Mons die zijn slachtoffers in stukken hakte?”

“Nee, ik ben nog steeds overtuigd dat mijn profiel dat ik toen heb opgesteld helemaal klopt. Heb het al gezegd, lijken in stukken hakken lijkt iets typisch Amerikaans te zijn op enkele uitzonderingen na. Die uitzonderingen zijn dan meestal het versnijden van het lijk vanuit een praktisch oogpunt. Zoals die paar prostituees die jaren geleden uit het water werden gevist in een reiskoffer. Amsterdam is te dicht bevolkt om met een lijk te lopen zuilen. Dus in stukjes snijden, trolley of twee kopen en in de grachten dumpen. Voor die kerel in Mons was het zijn signatuur alsmede de plaatsen waar hij de lichaamsdelen achterliet: De slachthuislaan… Zijn slachtoffers waren van het moment dat ze in zijn handen vielen zijn eigendom waar hij mee kon doen en laten wat hij wilde. Hen in stukken hakken was zijn manier om hen te beroven van iedere menselijkheid. Ze te veranderen van iemand in een iets, zijn persoonlijk speelgoed. Zoals gezegd, zijn ziekelijke signatuur was de lichaamsdelen achterlaten in straten of op plaatsen met een naam die zijn gevoel voor sarcasme streelde. We zitten in Mons met een HQ van de Amerikanen die bij de SHAPE horen. Ik twijfel er net aan dat onze UNSUB een Amerikaan is en is al lang weer uit het land is verdwenen omdat die kerels vrij snel routeren. Die vogel is gevlogen en dat dossier zal helaas stof blijven verzamelen en de slachtoffers zullen nooit gerechtigheid krijgen. Althans niet in dit leven. Want VICAP is hier helaas geen oplossing.”

Het was de jonge Debrouwer die plots sprak:

“Hoe weten we dat zeker chef? Heeft u dat al opgezocht?”

Debruin keek de inspecteur strak aan en die wenste opeens dat hij op zijn tong had gebeten. Natuurlijk wist de chef dat en natuurlijk moest de chef dat niet opzoeken. De man had zowat een fotografisch geheugen voor alles wat met seriemisdaad te maken had. Hij had een jaar in de VS gezeten op de beroemde FBI academie van Quantico om een doorgedreven opleiding te volgen bij hun profilers afdeling. Alle dossiers in België waarvan men vermoede dat het wel eens een seriemisdaad zou kunnen zijn landen vroeg of laat op zijn bureau. Debruin zei dan ook met een scheef lachje:

“Nee Koentje, zie ik ben dat vergeten dus ik ben ook maar een mens. Maar dat is dan het perfecte klusje voor jou terwijl Merel me naar Dekeyser brengt. En vergeet niet om een mooi rapportje te maken voor onze onderzoeksrechter als je niet wil dat ze je weer onder je reet trapt. Als ik net beter zou weten zou ik denken dat dit haar nieuwe hobby aan het worden is en dat het jouw bevat as ze het doet. Als we terug zijn van het AZ kunnen Merel en jij ook nog even rommelen in de Europese databank en maak Merel gelijk wegwijs met VICAP. Gebruik misschien as parameters Mons zoals ik zonet zei en eens ze wegwijs is geef dan de nieuwe parameters in.”

Merel had al vaker gehoord van VICAP en spitste haar oren. De beroemde databank van het FBI en daar zou ze straks in mogen gaan graven.

“Hoe ga je dit aanpakken Alex?”

Vroeg de directeur zacht als teken dat zijn aanwezigheid in deze meeting ten einde liep.

“Net als iedere andere moord baas tot het tegendeel bewezen is als is het maar om de gerechtelijke papierenmolen te vriend te houden.”

“Okay succes, je houdt me op de hoogte?”

“Zelfde tijd, zelfde plek.”

Debruin keek de baas na toen die de afdeling afliep.

“Jules, ik neem aan dat we intussen geen beestachtig geluk hebben gehad en dat de vingerafdrukken van ons meisje in de databank zit?”

Het hoofd van de forensische schudde zijn hoofd:

“Nee, zoveel geluk hebben we helaas niet.”

Debruin keek Filip Goethals aan en vroeg:

“Wat met Elise?”

De jonge computer whizzkid vermeed de blik van Alexander. Zijn blik vestigde zich op Debruins lippen. De commissaris kende de uiterlijke kenmerken van autisme maar al te goed. De jongeman had er in lichte mate mee te kampen. Hij functioneerde in de maatschappij tot op zekere hoogte maar voelde zich veel meer op zijn gemak tussen zijn computers dan onder de mensen.

“Wat met Mevrouw Verhaege chef?”

Goethals had blijkbaar problemen om over Elise te praten in de aanwezigheid van de nieuwe kracht. Alex zei zacht:

“Merel is een volwaardig lid van het team Filpke. Ze weet dat alles wat hier gezegd wordt vertrouwelijk is. Merel gaat heus niet direct de krant bellen en Elise aan de grote klok hangen.”

De jongeman knikte naarstig. Draaide zich daarna naar Merel en richtte zijn blik op haar lippen:

“Elise is een computer of beter gezegd een reeks servers ergens diep onder de grond in Limburg. Ze is een cadeautje van de NSA en ik heb een beetje met haar programma mogen spelen. Het komt erop neer dat Elise een hoop info heeft die verband houdt met identiteitskaarten, rijbewijzen en pasporten. Ook de foto’s die daar opstaan. Elise haar databank is in twee delen opgedeeld. Het eerste deel zijn identiteitsbewijzen die in België zijn uitgereikt. Iets wat normaal is want ieder min of meer geïndustrialiseerd land heeft zo’n databank. Een van haar denkmantels is dan ook dat ze de ultieme back-up voor het geval Brussel bijvoorbeeld zou platbranden. Het tweede deel beslaat de identiteitscontroles op onder meer de luchthavens, de havens waar passagiersschepen aanmeren en politiewagens met bepaalde terminals aan boord. De machientjes bij de douane bijvoorbeeld waarmee een eerste vluchtige controle wordt gedaan of een paspoort wel echt is iets meer dan dat. Het zijn gesofisticeerde scanners. Ieder paspoort dat erin gaat voor controle eindigt in Elise. Het probleem is dat ze nu al over dik dertig miljoen foto’s beschikt van mensen die op een of ander moment België zijn binnen gekomen. Elise kan maximum honderdduizend analyses per uur aan. Ik heb een foto van het gezicht van ons slachtoffer ingevoerd maar het kan uren duren voor Elise haar hele databank heeft doorgewerkt, op volle snelheid zo’n tweeëndertig uur. Als er nog diensten zijn die tegelijkertijd van haar gebruik willen maken vertraagt de verwerkingssnelheid aanzienlijk. En dat is als ze via een luchthaven ons land is binnen gekomen of gebruik heeft gemaakt van bijvoorbeeld de dienst bevolking. Zo niet…”

Merel overdacht de informatie die ze zonet had gekregen bliksemsnel en zei:

“Is dit wel legaal? Ik bedoel wat met de wet op de privacy en zo?”

Debruin antwoordde:

“Elise heeft een apart statuut, ze staat daarboven.”

“Hoe kan iets boven de wet staan?”

“Als het kernkabinet samenkomt, de premier en de ministers van justitie, defensie, binnenlandse zaken en buitenlandse zaken, dan kunnen ze samen beslissen om iets staatsgeheim te maken. Elise is officieel onofficieel onder gebracht bij defensie en kreeg de stempel topgeheim. Daarmee is ze onttrokken aan al te veel toezicht of parlementairs die te nieuwsgierig zijn voor hun eigen goed.”

Flipke ging verder:

“Elise is een cadeautje van de NSA. Geloof me ze kan kan heel wat meer dan gewoon wat fotokes archiveren. Daarom dat ze zo wordt afgeschermd.”

“Als ze een cadeau is van de NSA bestaat het risico dan niet dat Big Brother toegang heeft tot haar vanop afstand. Dat ze daar in Amerika alles weten wat Elise weet.”

Er verscheen een kwajongensachtig lachje om de mond van de computernerd en een twinkel in zijn ogen:

“Ja, das zeker da. Elise is een Trojan maar dan in hardware vorm. Maar wat de meeste mensen niet lijken te beseffen is dat een trojaansvirus geen éénrichtingsverkeer is. Diegene die zo’n virus heeft gecreëerd kan in jouw computer rondsnuffelen en daar zijn ding doen. Maar voor tegelijkertijd kan dat virus tegen hem gebruikt worden omdat er door de communicatie tussen de twee computers ook bij hem een poort openstaat. Wij zijn hiervan op de hoogte. De NSA is hiervan op de hoogte. Maar dat is een oud spionage-spelletje. Ik weet dat jij weet dat ik weet dat jij weet. Als ik jou iets geef wat mij toelaat mijn job te doen maar waarvan ik weet dat jij er ook gebruik van kunt maken om bij mij naar binnen te kijken ben ik dan bereid jou die toegang te geven? Ben ik uiteindelijk beter af door jou de hardware te geven en oogluikend toe te staan dat jij een beetje bij mij kunt komen rommelen? Voor de Amerikanen is het veel belangrijker te weten wie allemaal België binnenkomt aangezien we helaas nog steeds een dorvoerhavenzijn voor mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks pet terrorisme, wapenhandel of de cartels te maken hebben.”

Met een knipoog voegde Goethals eraan toe:

“Zoveel schokkende geheimen zijn er trouwens niet te vinden bij de NSA. Niet de ware moordenaar van president Kennedy en ook niets over de UFO in Roswell.”

Het was Debruin die een einde maakte aan het gesprek tussen de whizzkid en Merel:

“Jullie kunnen in je eigen tijd filosoferen over spionnen en samenzweringstheorieën. Wat we weten is dat ons meisje tussen middernacht en twee uur is gestorven. Dit is de kust. Hoewel het pas maart is komen ieder weekend duizenden jonge mensen naar de kust om te feesten of een beetje uit te waaien. We weten niet of het een studente is maar ze voldoet in ieder geval aan die leeftijdsgroep. Het is in onze maatschappij al lang geen scha en schande meer als een jonge meid de hele nacht op stap gaat of spontaan ergens blijft overnachten waardoor papa en mama niet direct alarm slaan. Koen, ik verwacht er voorlopig niet te veel van maar ik wil dat je de cel vermiste personen en child focus contacteert. Misschien ziet ons slachtoffer er iets ouder uit dan ze is of hebben overbezorgde ouders er al aan de bel getrokken. Daarna wil ik een overzicht van alle gesprekken en meldingen die tussen tien uur gisteravond en zes uur deze morgen op de centrale zijn binnen gekomen. Zoek naar meldingen over huislijk geweld of gewoon oproepen van mensen die iets vreemds meenden te hebben gezien en waarvoor we een auto ter plekke hebben gestuurd. Daar kunnen we dan even mee gaan filteren op stalkers of andere perverts.”

Debruin viste nog maar eens een energiedrankje uit een koelkastje die dicht bij hem in de buurt stond. Schijnbaar had hij ervoor gezorgd dat er op strategische lekken altijd z’n koelkastje bij hem in de buurt stond.

“Tot het tegendeel is bewezen wil ik dat we deze zaak behandelen alsof we weten dat de PD in scène is gezet om een anders doorsnee passiemoord te proberen te maskeren. De Sherlock Holmes methode mijn beste Watsons. Als we alles schrappen wat onmogelijk is zal uiteindelijk dat overblijven wat er gebeurd is hoe onmogelijk dat ook mag lijken. Wurging is een heel persoonlijke vorm van moorden. Je kijkt als het ware in de ogen van je slachtoffer terwijl langzaam het licht in hun ziel uitgaat. Het spreekt over vuur, passie, liefde en haat. Tuur, om zeker te zijn, ook al is het maar om onze onderzoeksrechter geen zure oprispingen te bezorgen wil ik dat je de verklaringen van onze drie originele getuigen nog eens doorneemt met een luizenkam. En graaf ook eens voorzichtig in hun achtergrond. Als ze facebook hebben wat voor zaken worden erop gepost of wat posten ze er zelf op.”

Alexander dronk zijn blikje leeg, drukte het plat en kieperde het in het daarvoor voorziene vuilnisbakje.

“Jules, is er van jullie kant al iets meer te zeggen?”

“Nee, niet veel tenzij je zoekt naar een zandkorrel in een woestijn. We hebben dus bloemen gevonden in de buurt van haar hoofd. Rozen meer bepaald maar van een soort zoals er dertien in een dozijn zijn. De meeste bloemenwinkels hebben die wel. Helaas zijn ze ook te vinden in van die goedkope boeketjes die je in de supermarkt of bij een benzinestation vindt. De strik is niet doorsnee. Honderd percent natuurlijke zijde met een stickertje van Coco Chanel. Aan de ene kant goed nieuws aan de andere kant minder goed aangezien de stof vintage is. Volgens één van mijn vrouwelijke teamleden eind jaren zestig begin jaren zeventig. Ze heeft straks een afspraak met een Chanel expert om te zien of we extra informatie kunnen inwinnen. Ook het haarlint is niet nieuw. Ook pure zijde maar het is met de hand geweven. Het is oud, mogelijk zelfs zeer oud.”

Alex luisterde zeer aandachtig naar wat Goddard allemaal te vertellen had. Naarmate de opsomming vorderde van wat ze wisten en van wat ze veeleer niet wisten kon hij zich steeds meer in diens woorden vinden. Het leek alsof hun dader zijn zandkorrel in een woestijn had verborgen. Hij zei:

“Hij is zo voorzichtig met alle andere sporen en toch laat hij zo’n stickertje achter. Ik wil indien enigszins mogelijk een exact jaar waarin dat ding is gemaakt. Het zou me niets verbazen as dit één van zijn verborgen puzzelstukjes is.”

De techneut knikte en vervolgde:

“Voor het fysieke moet je bij Dekeyser zijn Alex. Maar wat ik je kan vertellen op het eerste zicht is dat er niets onder de nagels leek te zitten en dat ze ook geen zichtbare verwondingen had. Geen afwerende maar ook geen aanvallende. We zijn zoals gebruikelijk met een fijne kam door de PD gegaan zonder veel resultaat. Wat we hebben zet ik wel in ons eerste rapportje dat tegen zes uur op je bureau zal liggen. Op dit moment heb ik er nog vier mannetjes rondlopen die alles in de buurt tot op honderd meter onder de loep nemen en verzamelen. Behalve wat zwerfvuil verwacht ik er eerlijk gezegd niet veel van. Deze kerel lijkt me veel te slim om zijn paske te verliezen in de buurt van het lichaam.”

Debruin liep naar de kapstok en greep zijn jasje en sjaal. Nors zei hij tegen niemand in het bijzonder:

“We moeten dat arme kind zo snel mogelijk haar naam terug geven!”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Sandro Romanov om 19:19 Reageer op dit bericht

Hoofdstuk 5: Tot de dood ons scheidt…

Tot de dood ons scheidt…

 

Hij had enkele uren heel diep geslapen zonder vervelende intensieve dromen. Hij had zelfs niets genomen uit zijn rijke verzameling legale of illegale drugs en medicijnen. Aan zijn beddengoed was te zien dat hij niet al te veel had liggen woelen. Hij sliep altijd heerlijk en werd met een warm buikgevoel wakker nadat hij een moord had gepleegd. Hij wist al jaren dat hij ervoor moest waken niet te zeer naar dat knusse gevoel te gaan verlangen. Twee of drie keer per jaar was genoeg om zijn zucht te temperen. In begin was het bijna misgelopen, dreigde hij verslaafd te worden. Het moorden volgde zich te snel op en begon uit de hand te lopen. En wat doet een zichzelf respecterende verslaafde die doorheeft dat hij een probleem heeft? Juist die gaat naar de AA. Het liegen ging hem gemakkelijk af. Al wat hij moest doen was zijn drang naar moorden projecteren op een zogenaamde drang naar een fles sterke drank. Hij had het uiteindelijk een geslaagd sociaal experiment gevonden. Na zes maanden was hij gestopt naar die vergaderingen te gaan. Ze hadden ook echt geholpen. Hij had zijn verslaving om te moorden in de hand.

 

Hij stond volledig naakt voor het grote raam dat uitzicht gaf op een naar het Zuiden gerichte tuin. De lentezon deed haar best en het was aangenaam warm achter het glas. Geen mens die hem zo kon zien. De woning was niet alleen gekozen voor het comfort. Privacy was de grootste drijfveer geweest bij zijn keuze en die grensde aan het extreme wat mogelijk was in een dichtbevolkt gebied als Vlaanderen. Dat de esthetiek van het huis en de tuin hem aanspraak was mooi meegenomen. Het voornaamste was dat hij gespaard bleef van pottenkijkers. Hij had in het verleden, volgens hemzelf, veel ergere dingen toegelaten en tijdelijk aanvaard om naar de buitenwereld toe volkomen normaal te lijken. Twee ex-vrouwen konden daarvan getuigen hoewel hij veel liever van hun hoofden een staande lamp had gemaakt. Als dit spel zou verlopen zoals het gepland dan was het nog steeds niet te laat om lampenmaker te worden. “Disposible teens” in de knalharde versie van Manson knalde door de speakers het huis in.

“Belachelijke randdebielen!”

Klonk het streng in zijn hoofd.

“Waar halen die zogenaamde experts het vandaan? Ze moeten kunnen verklaren waarom sommigen moorden maar kunnen zich voor geen millimeter inleven in een moordenaar. En die die dan toch een blik is gegund op dat heerlijk duistere wereldbeeld trekken bang hun staart in.”

Hoe vaak had hij al niet gehoord of gelezen dat muziek als dat van Manson, Metalica of Judas Priest mee aan de basis zou liggen van moorddadige neigingen of hadden bijgedragen aan de motieven van moordenaars. Misschien was dit ergens van toepassing op voordien toch al labiele geesten of tieners die nog geen complex zelfbeeld hebben. Maar zeker niet op mensen van zijn kaliber. Killers als Edmund Kemper, of The Iceman, op kunstenaars, de de meesters van de dood. Op hen had Manson evenveel invloed als Bach of Chopin. Hij hoorde de zachte stem van Hannibal Lecter in zijn hoofd. De dokter legde uit waarom alle psychiaters idioten waren.

“Hun pogingen om in het hoofd van een seriemoordenaar te kruipen is niet meer waart dan de klungelende pogingen van een geile puber om onder het rokje van zijn eerste vriendinnetje te graaien. Als ze er al in slagen dan zijn ze net als die puber stomverbaasd en hebben geen idee wat te doen. De meesten pissen zowat in hun broek als hun studieobject hen opeens laat meegenieten van zijn wereld.”

De man strekte zich nog eens goed uit waarbij iedere spier in zijn getrainde lichaam zich opspande. Hij had een indrukwekkende zwart witte tattoo die zijn hele rug in beslag nam. Vanop de schouders, net onder de boord van de hemden die hij in publiek altijd droeg, tot net boven zijn billen. Het was de vierde ruiter van de Apocalyps, de Dood op zijn paard. Hij had het kunstwerk in Japan laten zetten. Door een echte meester die vooral leden van de Japanse maffia, de Yakuza tot zijn klantenkring rekende. Niet met zo’n modern tattoo-toestel met elektrische naalden. Nee, zijn inkt was aangebracht op de eeuwenoude manier. Met tot naalden geslepen bamboestokjes. Het zetten van de inkt had op bepaalde momenten zo verschrikkelijk veel pijn gedaan dat hij met momenten tussen bewustzijn en onbewust zijn leek te zweven. Zeven urenlange sessies verspreid over zeven dagen. Lange uren gevuld met pijn die sensueel, erotisch en zo bevrijdend leek te zijn dat hij met momenten euforisch was. Hij had het gevoel dat dokter Lecter in hem was komen wonen naarmate de tattoo vorderde.

 

 Hij was niet van plan geweest te moorden in Japan. Zinloze moorden zitten niet in de Japanse cultuur. Dat is iets Westers, barbaarser. Een zinloze lustmoord op een hoertje zou onnodig de aandacht van de politie hebben getrokken en daar had hij echt geen behoefte aan. Daarbij kwam dat de sessies te veel van hem eisten. Dat hij daarom niet zeker was of hij wel helder genoeg zou zijn om al zijn sporen te wissen. Dokter Lecter stond er echter op dat hij liet zien hoe hij normaal moordde en deed hem zelf een manier aan de hand waardoor er geen haan naar het slachtoffer zou kraaien. Hij wees hem op waar hij zich bevond, omringd door Yakuza en geld opent deuren. Een lid van de Yakuza waarmee hij een paar keer naar één van die zogenaamde herenclubs was geweest had dokter Lecters wens in vervulling laten gaan. De Yakuza had hem simpelweg een jong Chinees meisje van het platteland verkocht. Met haar kon hij doen en laten wat hij wilde want ze was nu immers zijn eigendom. Voor een paar duizend dollar extra kreeg hij een gegarandeerd maagdje en die zou na afloop netjes weggehaald worden. Haar slipje had hij gehouden als trofee maar dat waren dan ook de enige trofee ’s die hij hield. Daarom ook dat profilers die al zo lang achter zijn alter ego aanliepen over een aantal van zijn moorden heen keken. Zijn slachtoffers beperkten zich niet tot jonge meisjes en jonge vrouwen. Ja van hen hield hij een trofee bij. Maar hij had ook al jongens en mannen vermoord en geen trofee meegenomen. Daarom viel zijn alter ego onmiddellijk buiten de boot. De profilers hadden het als een vaststaand feit aangenomen dat zijn slachtoffers vrouwelijk waren en dat hij altijd een trofee meenam. Hij had op diverse manier gedood wat nog meer bijdroeg aan de algemene verwarring van de profilers. Grof geweld, een mes, een pistool, een basebalknuppel. Zelfs een industriële gehaktmolen had hij ooit eens gebruikt. Gewoon voor de lol om het effect ervan te zien. Hij had het slachtoffer er levend ingedaan met de voeten eerst zodat die kon zien dat zijn voeten en onderbenen vermalen werden. Met een infuus, behoorlijk wat pijnmedicatie en een goed aangebracht tourniquet was hij erin geslaagd om de man tot driemaal toe getuige te laten zijn dat een deel van zijn lichaam simpelweg verdween. Een opmerkelijk geslaagd experiment vond hij zelf. In Japan was hij echter zelf ook onder de indruk geraakt. Hij was getuige geweest van een socio-cultureel annex economisch verschijnsel. Als er ergens een teveel van is zakt de prijs in elkaar omdat er meer aanbod is dan vraag. Dat was ook zo het geval voor arme jonge meisjes en jongens die op het Chinese platteland stonden te drummen om via een container als smokkelwaar het land uitgebracht te worden. Hun leven in de ogen van de Yakuza was dan ook niet veel waard en ze werden al lang niet meer gezien als mensen. Misschien als beesten een klein stapje boven een ding. Hij had dokter Lecter laten zien hoe hij het meisje brutaal verkrachte en behandelde alvorens haar te wurgen. Op het afgesproken tijdstip waren ze haar lichaam komen ophalen als een uiterst efficiënte vuilnisafhaaldienst. Heel even had hij zich afgevraagd hoeveel jongens en meisjes er op die manier in één van de grote vuilverbrandingsovens waren verdwenen. Heel even had hij overwogen om daarom in Tokio te blijven wonen. Hij was rijk genoeg om wanneer hij er nood aanhad van de diensten van de Yakuza gebruik te maken. Het was echter de dokter, die tegen de zesde dag van het pijnlijke proces, zijn stem had gevonden die dat plan van tafel veegde. Hij had duidelijk gemaakt dat op die manier moorden geen kunst was omdat niemand van zijn werk kon genieten. Maar de dokter wilde ook reizen naar al die plekken die Tom Harris aan hem had verbonden in zijn boeken. Nu hij van de pagina’s was bevrijd wilde hij de grote kunst zien, horen, voelen en proeven. Ze waren op een soort van wereldtournee gegaan. Hij gaf de dokter wat de dokter wilde via zijn eigen lichaam. De dokter gaf hem wat hij wilde. Hij ging in therapie bij de dokter. In zijn hoofd lag hij op de sofa van dokter Lecter en biechtte al zijn donkerste geheimen op. Hij huilde vaak omdat het voor het eerst was dat hij met een ander kon praten over de demonen die in hem huisden. Avonden lang deden ze niets anders dan praten en van elkaars gezelschap genieten. Hij was de dokter dankbaar omdat hij stap per stap helemaal werd bevrijd van alle maatschappelijke regels, wetten en taboes. Dokter Lecter was hem dankbaar omdat hij hem uit de gevangenis had bevrijd die de boeken en films toch wel bleken te zijn. Samen hadden ze gemoord, gekookt en plannen gemaakt voor een ultiem meesterwerk. Lecter had hem dingen laten zien, laten voelen, laten ruiken, laten smaken tijdens het moorden. Hem op een Goddelijke manier van inspiratie voorzien om kunst te gaan creëren. En daar had hij afgelopen nacht een begin mee gemaakt. Nooit zou iets nog zijn zoals het voorheen was.

 

Hij draaide zich met een ruk om en liep naar een antieken schrijftafel. Hij had die vrij centraal opgesteld in de woonkamer. Antiek was niet zo zijn ding. Het was bedoeld als cadeautje voor de dokter. Hij nam een sigaret dun sigaartje, stak die op en inhaleerde diep. Op de schrijftafel stond een pakje die hij zorgvuldig had ingepakt net voor hij een paar uur ging slapen. Door het idee dat het slipje van zijn laatste slachtoffer in het pakje zat begon de film van wat hij nog maar luttele uren voordien had gedaan zich opnieuw af te spelen in zijn hoofd. Hij zag opnieuw iedere centimeter van haar mooie jonge lijf. Hij kon opnieuw haar warmte voelen, haar zweet ruiken. Zijn penis werd opnieuw hard toen hij in gedachten opnieuw bij haar binnendrong. Maar zijn opwinding kwam vooral van het moment dat hij de blik in haar ogen had zien veranderen. Van extase het ene moment naar pure naakte angst het volgende. Het moment van het besef dat hij geen genoegen zou nemen met het lichaam dat ze hem had gegeven. Hij had haar langzaam gewurgd terwijl ze onder zijn lichaam vastgepind lag. Langzaam had hij het leven uit haar zien wegvloeien tot opeens het licht helemaal uitging.

“Er is geen grotere extase”

Dacht hij:

“Dan klaarkomen op het moment dat het licht voorgoed uitgaat. Het moment waarop ik tegelijkertijd gever en nemer ben van leven.”

Hij schudde de beelden van zich af. Hij had eerst andere zaken te doen. Belangrijk werk. Hadden ze er goed aan gedaan om commissaris Debruin nu al bij hun kunstwerk te betrekken? Natuurlijk want Debruin had iets wat hij en Lecter om uiteenlopende redenen wilden hebben. Natuurlijk zou de voldoening exponentieel stijgen naarmate het kunstwerk vorderde. Maar hij wist iets wat de dokter niet wist. Hij wist proefondervindelijk hoe gevaarlijk Debruin kon zijn. Dat er achter die meestal zachte groene ogen de killerblik van een bloedhond schuilging. Dat eens Debruin een prooi had geroken hij nooit of te nimmer zou afgeven. Als ze met Debruin wilden spelen dan moest dat langzaam stap voor stap en lang van tevoren bedacht zijn. Het was niet simpelweg hun vrijheid die op het spel stond. Hij was niet bang om de rest van zijn leven in een cel door te brengen. Hij had de dokter als gezelschap. Hij had in zijn leven genoeg gedaan om jarenlang in zijn hoofd te kunnen reizen, zwerven en steeds opnieuw te moorden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Sandro Romanov om 13:02 Reageer op dit bericht

Hoofdstuk 6: All the kings’ horses and all the kings’ men…

All the kings’ horses and all the kings’ men…

 

Merel Verhaege moest flink doostappen om Debruin bij te kunnen benen. Hij stapte resoluut door de doolhof aan gangen die het AZ in Veurne rijk is. Er deden grapjes de ronde dat er studenten waren verdwaald in het ziekenhuis die de aanwijzingen niet goed hadden gevolgd en dat er sindsdien nooit meer iets van hen was vernomen. Mentaal moest ze nog even bekomen en haar lichaam snakte ernaar om de grote hoeveelheid adrenaline die ze had aangemaakt te kunnen verwerken. Het was een schok geweest voor haar toen ze samen met Debruin in de ondergrondse garage voor de privéwagens van de politieofficieren was gestapt. Ze was geschrokken toen ze zijn auto zag en kreeg een schok toen hij haar een bakje toegooide met de woorden:

“Jij rijdt.”

Ze was als aan de grond genageld blijven staan met haar mond veel te ver open om damesachtig te kunnen zijn. Met onverholen plezier zei hij:

“Wat is er? Vergeten hoe je moet rijden?”

“Dat, dat is een Lamborghini en ik kan niet eens zeggen dewelke dus dit is zeker geen normale…”

“Nee, je hebt gelijkt het een een Veneno uit 2013 maar het heeft vier wielen en een stuur dus…wat is het probleem?”

Half stotterend herhaalde ze zichzelf:

“Dat is een Lamborghini…”

“Jeeez, dank je wel Sherlock voor dat stukje onschatbare informatie. Als je er nu gaat inzitten zul je merken dat ze ook pedalen heeft. Chop Chop we hebben een afspraak.”

“Nee…”

Antwoordde ze vlug en nogal sullig:

“Je begrijpt het niet. Dat is een speciale uitvoering. Ik zou al niet durven rijden met een normale uitvoering laat staan dit. Daar kan ik niet mee rijden!”

“Hoezo niet? Heb je daar tegenwoordig een speciaal rijdbewijs voor nodig?”

Vroeg Debruin speels.

“Ik wed dat dit ding meer kost dan een villa in Knokke, daar durf ik niet mee rijden.”

Ze hoorde Debruin voor het eerst echt lachen. Het was een kwajongenslachje dat van diep uit zijn buik kwam. Het soort lach waar je niet kwaad om kon worden ook al was je even het onderwerp van het gelach. De man begon iets met haar te doen. Niet onaangenaam vond ze, verre van, maar o zo ongepast.

“Kom op Verhaege. Dirty Fat Louise gaat niet bijten. Ze is misschien iets duurder dan andere auto’s maar het is en blijft een auto.”

Met die woorden stapte Debruin aan de passagierskant in en trok zijn portier met een dikke plof dicht.

“Van een understatement gesproken, iets duurder!!!”

Dacht ze:

“Dat ding moet dik boven het miljoen kosten. Goeie God!”

Merel reed met een oude tweedehands Golf meer kon ze zich niet veroorloven. Haar ouders hadden nooit een nieuwe auto met een dikke motor onder de kap kunnen kopen. Zelf schrok ze soms nog van de kracht die sommige politieauto’s hadden, vooral de speciale volvo’s. Maar wat hadden die? 250 misschien 300 PK of zo? Dit zwarte monster dat recht uit de Hel leek te zijn ontsnapt leek meer PK in zijn verf te verbergen dan de auto’s die ze kende onder de kap.

“Dit komt niet goed!”

Flitste het door haar hoofd terwijl ze het portier opende en in de speciale kuipzetel achter het stuur plaatsnam:

“Straks plooi ik dit ding rond een lantaarnpaal!”

Haar hand beefde toen ze op de startknop drukte en toen het beest brullend tot leven kwam was ze bijna terug uit de auto gesprongen. Debruin moest het gemerkt hebben. Ze voelde plots zijn krachtige rechterhand op haar linkerhand:

“Ademen Merel, vergeet geen adem te halen. Net als in de dojo, adem gecontroleerd, vertraag je ademhaling en je hartslag gaat vanzelf ook omlaag en doe dan pas iets. Dit is maar een stuk koolstofvezel op wielen. Een auto net als die waarmee je vanmorgen op pad was. Zet eerst je zetel goed.”

Met zijn zacht stem warme stem legde hij haar uit welke knopjes ze moest gebruiken om alles geregeld te krijgen zodat zij zich het comfortabelst zou voelen.

“Je wilt niet te rechtop zitten in een auto als deze Merel. Je wilt een beetje achteroverleunen. Relax als je rijdt, laat haar het werk doen en geniet van de rit.”

Hij had zich naar haar toegedraaid om zijn uitleg te doen. Zijn stem zo dicht tegen haar oor had een ontspannend effect, ze voelde haar oren warm worden.

“Je schakelt als in een racewagen. Links en rechts van het stuur zit een hendeltje. Je hoeft niet hard te drukken. Een zacht tikje met je vingertippen is genoeg. Rechts versnelling hoger, links versnelling lager. Alle hulpjes zijn ingeschakeld dit wordt het een zacht ritje zonder dat Louise met haar dikke kont gaat schudden. Grootste verschil met je eigen auto, hier heb je zeven versnellingen. Al betwijfel ik als we naar Veurne moeten dat je haar ooit in haar zevende gaat krijgen. Mij is het nog niet gelukt. Moeten we naar Brugge, naar de onderzoeksrechter en je krijgt haar onderweg wel in zevende dan krijg je van mij een fles champagne.”

Terwijl hij die laatste zin uitsprak zag ze een kleine glimlach om zijn mondhoeken en pretlichtjes in zijn ogen. Weer dat kwajongens trekje. Ze voelde zich lichtjes geïrriteerd en wist niet precies waardoor. Was het haar nieuwe baas die zijn auto als iets vrouwelijks zag en de auto zelfs een naam had gegeven? Of kwam het door haarzelf omdat zijn kwajongenskantje en zijn diepe groene ogen iets met haar deden. Op weg naar het ziekenhuis had ze de kracht van de motor keer op keer gevoeld toen ze het gaspedaal indrukte. De auto deed haar denken aan een briesende volbloed, eentje recht uit de Hel, die klaar was om er vandoor te gaan als je de teugels zou vieren. Iedere keer hoorde ze de vier uitlaten tot leven komen en voelde ze de kracht in haar rug en onderbuik. Als ze eerlijk was had ze het ook iets lager gevoeld. Toen ze op het lange brede stuk weg tussen Koksijde en Veurne, voorbij de luchtmachtbasis, een flinke trap op het gas kon geven ging er een wereld voor haar open. Even dacht ze dat ze een van de piloten was in een van de gevechtsvliegtuigen die hier vroeger gestationeerd waren. Er leek geen einde te komen aan de acceleratie van de Veneno. Heel even flitste het beeld van een champagnefles door haar hoofd maar tot haar verbazing was ze nog maar net naar vijfde geschakeld, zat al heel ver boven de snelheidslimiet en moest ze onmiddellijk weer beginnen afremmen. Haar ogen sperden zich open, er liep een koude rilling door haar heen en de haartjes over haar hele lijf gingen overeind staan, toen ze terugschakelde om op de motor te remmen. De uitlaten gromden niet langer. Ze waren schreeuwend en gierend tot leven gekomen. Ze zag een lachje om zijn mond toen hij zei:

“O, had ik je niet verteld dat Louise mooi kan zingen?”

“Ik durf te wedden dat er uit ieder van die vier uitlaten een dikke vlam schoot toen ik dat deed!”

Antwoordde ze vol enthousiasme waarop hij simpelweg zei:

“Yep.”

 

Nadat ze het monster had geparkeerd waar Debruin haar wees stond ze stijf van de adrenaline en was ze verliefd op Louise. Ze wilde niets anders dan Louise berijden, harder en harder te gaan. Ze schrok van zichzelf door die gedachte met weer een dosis adrenaline tot gevolg. Haar mond was gortdroog terwijl ze naast hem liep in de lange gangen. Ze zag een stel drankautomaten staan in een hoek en riep bijna:

“STOP!”

Debruin keek haar vragend aan toen ze vlug een muntstuk in de automaat duwde en in ruil een blikje colalight kreeg.

“Problemen met de suikerspiegel?”

Informeerde hij lichtjes bezorgd. Ze schudde naarstig van nee, nam een paar flinke teugen en antwoordde:

“Adrenaline! Iets te veel ervan en je krijgt een gortdroge mond.”

Ze nam nog twee grote slokken:

“Okay, we kunnen.”

Debruin draaide zich om en begon verder te lopen.

“Waarom vrouwelijk?”

Vroeg ze plots.

“Pardon?”

“De Lambo, waarom is het een meid?”

Er verscheen een Duivels lachje om zijn mond:

“Louise is geen meisje. Een cliotje of een Fordje Ka, dat kunnen meisjes zijn. Ken je dat liedje van AC-DC whole lot of Rosie, ik bedoel de tekst?”

Merel kon zich voor de geest halen dat het nummer over een nogal seksueel vrijpostige vrouw met een Rubensmodel ging. Ze knikte.

“Wel Louise is het vierwielig equivalent van Rosie. Louise is een vrouw met een dikke kont, ze zal je verleiden met haar vormen, je mag in haar en ze zal je tot extase brengen met haar 12 cilinders en 750PK maar als je niet voorzichtig bent gaat ze zo je hart en lijf breken. Ze is Dirty Fat Louise. Tenminste zo stel ik me haar graag voor. Hehehe…”

Merel wist dat hij bijna veertig was maar ze had net gezien en gehoord dat er nog een klein stout jochie in hem woonde. Dat een deel van zijn jeugdige fantasie op één of andere manier het volwassen worden en zijn soms verschrikkelijke baan had overleefd. En weer was er dat zeker niet onaangename maar o zo ongepaste gevoel. De laatste tientallen meters gang legden ze af in stilte. Debruin hield voor haar de deur open en ze stapten de wereld van de patholoog binnen. Door een dubbele glazen deur zagen ze hem in operatiekledij in de snijkamer staan. Naast de deur was er een intercom en Debruin duwde op het spreekknopje:

“Hé doc, met of zonder carnavalspak?”

Dekeyser draaide zich naar hen om en deed teken dat ze zo konden doorlopen. Debruin duwde op een grote rode knop en de dubbele glazen deur gleed geruisloos open. Dokter Dekeyser deed zijn mondkapje omlaag en zei in wat zou moeten doorgaan voor een Gents accent maar niet eens in bij in de buurt daarvan kwam:

“Hier zie, meneer en madam van de policie.”

Even speels antwoordde Debruin:

“Ja meneer doctoor, tis ne tweedekker.”

“Zou je me niet even voorstellen aan de dame?”

Debruin knikte en zei formeel:

“Professor Dokter François Dekeyser dit is inspecteur Merel Verhaeghe. Merel loopt proef op onze afdeling. Merel dit is onze wetsdokter, heel erg geleerd gelet op zijn titel en toch vrij dom. Onze professor koos er jaren geleden voor om in Veurne huisarts te worden en daarnaast dienst te doen als onze wetsdokter.”

Dekeyser deed drie stappen in haar richting, stak zijn hand uit en vroeg:

“Heb je geen goed lijkende zus die medicijnen studeert?”

“Nee, prof, dat was ikzelf die hier kwam helpen als vrijwilliger.”

Dekeyser pakte Merels hand en pompte die een paar keer energiek op en neer:

“Wat is er gebeurd meisje? Ik herinner me dat je heel wat talent hebt. Ik had nog een deftige patholoog van je kunnen maken die hier de boel kon overnemen als mijn madam het genoeg zou vinden.”

Ze glimlachte naar hem. Dekeyser was zo’n figuur waar je jezelf niet anders dan beter kon voelen als je in zijn buurt kwam.

“Ik studeer nog steeds prof. Niet meer om in lichamen te snijden maar om in hun hoofd te wroeten. Ik heb eerst criminologie gedaan en nu intussen tweedejaars forensische psychologie.”

Dekeyser zuchtte diep:

“En nog geen klein beetje van de kudde afgedwaald ook.”

“Forensische psychologie mag dan wel vrij nieuw zijn professor maar het is echt. Er zijn ook momenten geweest dat jouw voorgangers geen dokters waren maar kunstenaars zoals Leonardo. We hebben meer geleerd van het menselijke lichaam via zijn lijkenschennis en geëtst in zijn aantekeningen dan van feitelijke geneesheren. Alles moet ergens beginnen.”

De dokter kreeg een brede glimlach om de mond draaide zich naar Debruin en zei streng:

“Zorg jij er nu maar voor dat deze blijft Alexander!”

Daarna stapte naar de roestvrijetafel waarop duidelijk een lichaam lag onder een groen laken. Ze had het hem vroeger vaker zien doen maar weer viel het haar op hoe zacht en respectvol hij omging met een lichaam op één van zijn tafels. Methodisch, bijna op een militaire manier vouwde hij het laken op en ontblote zo hun slachtoffer van deze morgen.

“Iemand een boekje om notities te maken?”

Merel stak even kort de elektronische tablet die ze daarvoor had gekregen van Debruin in de hoogte en pakte de stift.

“Goed laat ons beginnen met de statistieken. Je slachtoffer is een blanke jonge vrouw van één-meterzesenzestig en weegt vijfenvijftig kilo. Ze is iets jonger dan wat we op de PD dachten. Kiezen maar ook een foto van de schedel wijzen uit dat ze minstens achttien was maar zeker nog geen eenentwintig. Eerder dichter bij de achttien of negentien. Alex, ze is veel te jong om hier te liggen jong.”

Dekeyser wees op de twee donkere verkleuringen in de hals van het slachtoffer.

“Doodsoorzaak is verstikking als het gevolg van het dichtknijpen van de luchtpijp. Bloeddoorlopen ogen van de vele gebarsten adertjes wijst erop dat het niet snel is gebeurd. De schoft die dit heeft gedaan heeft zijn tijd genomen en hij wist wat hij deed. Zijn twee duimen lagen precies op de juiste plek en hij moest niet eens hard knijpen. Dit is geen geval van een woede-uitbarsting. In dat soort gevallen, in dat soort passiemoorden zien we veel meer trauma. Een kapot gedrukt strottenhoofd, een kapot geknepen luchtpijp. Volgens de X-Ray en de scanner is bij haar nog alles intact. Zijn duimen hebben er gewoon voor gezorgd dat ze geen zuurstof meer kreeg. Onder deze twee in het oog springende bloeduitstortingen zitten er nog een paar die nauwelijks zichtbaar zijn ter hoogte van de ader en de halsslagader.”

Merel floot zachtjes, kwam dichterbij staan en nam een sterke loep waarna ze de hals van het slachtoffer bekeek.

“Die vent weet precies wat hij doet.”

Ze ging weer helemaal rechtstaan en zei tegen Debruin:

“Misschien een specifiek element dat we in het systeem kunnen invoeren. Misschien komt er een andere zaak of verkrachtingszaak bovendrijven waar dit element ook in speelde.”

“Moordzaken mag je vergeten.”

Zei Debruin kort. Merel had niet verwacht dat hij dit zo snel zou negeren en was klaar om haar zaak te verdedigen toen ze zei:

“Maar chef, een moordenaar met deze laat ons zeggen finesse, het zou bijna onmogelijk moeten zijn dat dit zijn eerste verkrachting of zelfs moord is. Deze kerel is geoefend, dus…”

Debruin knikte instemmend en antwoordde:

“Ik zei niet dat je het niet moet doen. Ik zei enkel dat er geen moordzaak zal komen bovendrijven. Het is inderdaad mogelijk dat er iets naar boven gaat komen dat hiermee overeen zou kunnen komen. Hoewel ik die kans steeds kleiner zie worden.”

Hij keek Merel strak aan en verklaarde:

“In 1996 werd Marc Dutroux opgepakt nadat hij veel te lang zijn gang kon blijven gaan. Er zijn levens verloren gegaan omdat de verschillende politiediensten in België een piswedstrijd met elkaar hielden. Gooi daar dan nog bovenop dat er drie districten en dus drie verschillende onderzoeksrechters en magistraten in die draaimolen zaten. Het was een soepmixer waar nooit een positief resultaat uit voort kon komen. Dutroux is in 2004 veroordeeld en de enige spijt die ik daaraan heb dat de galg niet meer gebruikt wordt in ons landje. Een beetje te lang touwtje, een beetje langer bengelen dan nodig, oeps…Ik heb net twee data opgesomd Merel. Geef jij me nu eens een jaartal waarop jij denkt dat wij hier in België een volwaardige profilersafdeling hebben?”

Ze dacht even na en zei:

“Okay niets gaat snel in Brussel. Opgepakt in 1996 veroordeeld in 2004. Laat ons zeggen 2001 of 2002.”

“We zijn 2023 Merel, ik ben in 2008 als eerste voor een volwaardige cursus naar Quantico gegaan. Daarna heb ik nog drie jaar meegeholpen om de infrastructuur in Brussel op punt te zetten. Ik kan je verzekeren dat ook al bestaat de afdeling dat die absoluut niet geruisloos of vlekkeloos loopt omdat ook daar onvermijdelijk de politiek is binnengeslopen. Ik was dertien toen Dutroux werd opgepakt en we zijn nog verre van waar we moeten zijn. Brussel heeft dezelfde ziekte als de FBI in Quantico ze kunnen de politiek niet buitensluiten omdat schouder aan schouder staan met politiekers goed is voor de carrière. Ik stond aan de geboortewieg van de Belgische tegenhanger van VICAP. Collega’s door het hele land weten dat ik een gloeiende hekel heb aan politiek en de meeste politici. Daarom dat de meeste dossiers waarbij ze een serial vermoeden nog steeds op mijn bureau land meestal persoonlijk afgeleverd voor een praatje. Dat is papier van Knokke tot Arlon Merel en mijn geheugen voor dossiers is vrij goed. De laatste tien jaar zul je niets in die hoop vinden van iemand die aan deze finesse, zoals je het noemt, doet denken. Tenzij er in de laatste dertig dagen ergens in België een lijk is gevonden die aan dit doet denken maar waarvan het dossier nog niet bij mij is geland.”

Merel begon steeds meer in te zien waarom haar nieuwe baas als de moordexpert werd gezien in België en tot ver buiten de landsgrenzen werd gerespecteerd.

“Zedendelicten, althans die buiten ons gebied, daar heb ik weinig zicht op. Terug op kantoor zou je die parameters moeten ingeven in ons systeem, dat van Europol en VICAP. Ik geef je straks mijn login daarmee krijg je op alles en iedereen voorrang met je zoektocht. O ja, maak de leeftijd van de slachtoffers breder. Zoek van 12 tot 30.”

Heel even liep er een koude rilling over haar rug. Ze mocht er niet aan denken een 12-jarig slachtoffer tegen te komen.”

Dekeyser wachtte geduldig af tot ze de notities had gemaakt waarna hij verder ging met zijn mondeling rapport:

“Ik kan het niet met zekerheid zeggen maar een gecalculeerde gissing zou zijn dat hij haar meerdere het bewustzijn heeft doen verliezen vooraleer haar uiteindelijk te vermoorden.”

Debruin die ongeveer alles wist wat er over drukpunten te weten valt in het menselijke lichaam kreeg een steeds hardere blik in zijn ogen:

“Doc, kun je ongeveer schatten hoelang ze out was?”

“Pfff… Daar vraag je wat. Hoe minder ervaring iemand heeft met drukpunten hoe langer het slachtoffer bewusteloos gaat blijven. Het probleem is dat jullie dader ervaring heeft en weet wat hij doet. Ik zou denken dat ze niet zolang bewusteloos was tussen de verschillende keren in.”

Er schoot een zaak uit West-Vlaanderen van een serieverkrachter door het hoofd van Debruin. Ook die dader had geweten hoe hij met drukpunten moest omgaan. Hij had zijn slachtoffers keer op keer het bewustzijn doen verliezen. De slachtoffers droegen het levenslange trauma met zich mee. Niet alleen waren ze verkracht. De dader had hen keer op keer verteld dat ze zouden gaan sterven. Daar waren de slachtoffers ook overtuigd van geweest iedere keer dat ze het bewustzijn verloren om even later weer bij te komen en zijn tronie te zien. Het was mede dankzij een bereidwillige onderzoeksrechter dat de classificatie verzwaard werd tot meervoudige poging tot moord. Hijzelf had in de rechtbank niet nagelaten om op zijn daderprofiel te wijzen waarin hij duidelijk maakte dat het met voorbedachten rade was en dat de dader en niet van wakker gelegen zou hebben mocht een slachtoffer daadwerkelijk overleden zijn. De dader had niet moeten rekenen op enige mildheid van het hof en had de zwaarst mogelijke straf over zich heen gekregen. Die dader zat nog vast en zou nog jaren vastzitten.

Merel vroeg:

“Is er een specifieke kennis of techniek voor nodig. Ik bedoel bijvoorbeeld beoefenaars van bepaalde gevechtssporten op een bepaald niveau?”

“Tot voor een paar jaar geleden zou ik zeggen ja. Types als Alex hier, gasten uit de special forces en ook onze eigen boutinekes. Maar tegenwoordig ligt al die informatie inclusief demonstratiefilmpjes te grabbel op het internet. In dit ziekenhuis alleen lopen er ongeveer twintig percent van het personeel rond die deze kennis ook hebben.”

“Okay doc ga verder.”

Gromde Debruin.

“Ze heeft geen zichtbare andere verwondingen. Niet in het gezicht, niet aan de armen, niet aan de handen. Geen afweerwonden, zowel defensief als offensief. Alles wijst op een aanval die voor haar uit het niets kwam. Alsof ze helemaal niet heeft zien aankomen wat er op haar afkwam. Aan de zijkanten van haar ogen zijn minuscule sporen van uitgelopen mascara te vinden. Ik denk dat het besef uiteindelijk tot haar doordrong en dat ze huilde.”

Debruin was vlak naast het lichaam gaan staan en keek neer op het gezicht dat vredig leek te slapen. Hij liet het nieuws dat ze op het einde van haar jonge leven had gehuild op zich inwerken. Niemand verdiende het om zo moederziel alleen te sterven. Als een wild dier gromde hij:

“Als we deze vinden en hij ademt verkeerd dan is hij de volgende op je tafel Pierken, dat zweer ik!”

Dokter Dekeyser die Alexander maar al te goed kende wist dat deze net geen loze belofte had gemaakt. De commissaris vroeg:

“Sporen van seksueel geweld?”

“Niet de sporen die gangbaar zijn bij verkrachting zoals scheurtjes in de vaginawand. Maar ze was seksueel actief kort voor en misschien zelf op het moment van de moord. Ik heb sporen van zaaddodende zalf, waarschijnlijk van een condoom, in de vagina, in de mond en zelfs anaal. Alles schijnbaar gewillig want zoals gezegd geen enkel spoor van fysiek geweld of dwang.”

Meer tegen zichzelf dan tegen de andere aanwezigen zei Debruin:

“De koelbloedige methodiek sluit een passiemoord uit. Dat ze seksueel betrokken was bij de dader staat vast. Het wijst op een intense seksbelevenis maar de afwezigheid van geweldsporen sluiten dan weer een pure lustmoord uit. Ze kende de dader op een bepaald niveau goed genoeg om met hem het bed te delen. Ze moet vertrouwen hebben gehad in hem want anaal is nu niet iets typisch wat jongere meisjes doen met de eerste de beste one night stand. Maar ze kende hem nog niet lang genoeg omdat er nog een condoom gebruikt werd. Was dat zijn beslissing om geen sporen achter te laten of is ze een soort callgirl?”

Hij wreef zich even in de ogen en het leek alsof de stem van Dekeyser van ver leek te komen.

“Op het moment dat ze seksueel actief werd kan ik misschien zijdelings een antwoord geven Alex maar het is geen mooi plaatje.”

De dokter maakte een hoofdbeweging richting de lichtbak aan de muur, ging erheen en knipte het licht aan.

“Zoals ik zei heb ik een x-Ray gemaakt van haar keel om te zien of er breuken waren.”

Hij wees één van de foto’s aan:

“Geen breuken te zien die met wurging overeen zouden komen. Maar hieronder zie je een deel van haar rechtersleutelbeen dat staat er meestal altijd ongewild mee op. Hier zie je een breuk van hooguit twee of drie jaar oud. Toen ik dat zag heb ik een foto willen nemen van dat sleutelbeen. In totaal driemaal gebroken en telkens geheeld. Niet perfect geheeld dus zonder echte medische tussenkomst. Op die foto stond dan weer een stuk van haar borstkas met een duidelijke breuk op deze vier ribben. Om een heel lang verhaal kort te maken. Ik heb uiteindelijk ieder bot in haar lichaam op X-Ray staan en ik heb haar zelfs door de scanner gehaald. Heb een andere patiënt eruit laten gooien omdat ik het met eigen ogen moest zien en wist dat je hier zou opdagen. Het beeld dat deze troep geeft is er één van een intriest verhaal. De breuken, ontwrichtingen, haarlijnfracturen, ze zijn bijna niet te tellen. Ik durf er een bak Leffe om te verwedden dat er nog moeten zijn van toen ze echt een klein meisje was maar nu nog amper te zien zijn zonder er een extra expert zoals een antropoloog bij te halen.”

Dekeyser wees naar een beeld van de achterkant van de schedel:

“Zonder chronologisch te zijn kan men zeggen dat het hier begon en bij haar enkel eindigt. Of dit is het meest ongelukkige meisje achtervolgt door pech en ongelukken of ze is het product van jarenlange fysieke mishandeling. We hebben deze shit al veel te vaak gezien Alexander, we weten beiden dat als er sprake is van dit soort fysiek geweld het seksuele geweld nooit ver weg is.”

“Dan moeten we iemand van de kinderbescherming hebben, onmiddellijk!”

Zei Merel enthousiast omdat ze een oplossing voor het probleem van de identiteit zag.

“Dat soort verwondingen kunnen moeilijk verborgen voor leraars, schooldokters en dergelijke. Er moet een dossier over haar bestaan!”

“Ik vrees daar een beetje voor. Tenminste onze kinderbescherming niet.”

“Onze kinderbescherming dokter?”

Vroeg Debruin heel nadrukkelijk. Dekeyser knikte:

“Ze heeft werk gehad aan haar gebit en onderkaak. Toen ik dat van dichtbij bekeek viel het me op dat twee vullingen en één kroon vakwerk zijn maar absoluut niet Belgisch, zelfs niet West-Europees. Ik denk Russisch of in één van hun vroegere satellietstaten. Wij gebruiken een volkomen ander product bij vullingen dan die slachters die niet al te veel lijken te hebben geleerd sinds de val van de muur.”

“Hoe zeker is dat?”

Dekeyser haalde zijn schouders op:

“Dat het geen Belgische tandarts was en dat het niet in België is gedaan 100%. De rest niet helemaal. Ik heb dokter Vandemeulebroecke om een consult gevraagd maar denk dat die over een paar uur zal bevestigen wat ik net zei.”

“Wel das perfect dan!”

Gromde Debruin nijdig:

“Als we met die cowboys in de clinch moeten voor informatie over een onbekende blondine van een jaar of achttien dan zijn de patatten nog niet gaar. FUCK!”

“Zal ik verder gaan of heb je een momentje nodig?”

Vroeg de dokter.

“Laat ons verder doen doc, benieuwd wat voor slecht nieuws je nog achter de hand heb.”

“Goed, onder haar nagels is er hoegenaamd niets te vinden. Het lijkt erop alsof je moordenaar haar post mortum een manicure en pedicure heeft gegeven. Ze heeft gaatjes in beidde oorlellen en op een bepaald moment had ze ook een navelpiercing. Haar hele lichaam is gewassen met lavendelzeep en chloor. Waarschijnlijk in bad gedaan om alle DNA sporen van haar te wassen. En ja dat is overal, oraal, vaginaal en anaal, de chloor zit overal.”

“Hoe zwaar was ze ook alweer?”

Het was Merel die antwoordde:

“55”

Debruin bekeek het lichaam van kop tot teen. Ze was zeker geen zo’n graatmager half anorexiamodel als veel te veel tieners tegenwoordig. Nee, ze stak goed in haar vel, was goed geproportioneerd, een beetje gespierd zelfs, waarschijnlijk deed ze aan een of andere sport. Een voorbeeld van een mooi gezond jong lichaam ware het niet dat ze op een koude tafel in een mortuarium lag.”

“Tijdstip va overlijden?”

“Ik blijf bij mijn eerste vaststelling. Ergens na middernacht maar voor twee uur.”

Debruin was zich een beeld aan het vormen van de dader. En als hij diep nadacht wreef hij door zijn blonde haar. Toen hij sprak was het ook meer een denkoefening voor zichzelf dan voor de dokter of Merel. Wel liep er heel snel een rilling over haar rug toen ze met open mond vaststelde hoe verdomd goed hij was in zijn job.

“Dus ergens voor twee uur vermoordt hij haar. Laat ons voor het uiterste gaan twee uur. Hij neemt zijn tijd om haar in bad te doen, zijn DNA van haar te verwijderen en doet hij om niets te vergeten ook haar vinger- en teennagels. Hij is fit genoeg want op haar lichaam zijn er geen sporen te vinden dat hij met het lichaam gezeuld of gesleept zou hebben. Hij is sterk genoeg om 55 kilo doodgewicht te tillen. Iemand die zware arbeid doet? Een sportman? Daarna rijdt hij naar het natuurgebied. De plek het dichtst bij de PD waar een auto kan komen is wat, vijftig meter? Hij haalt het lichaam uit zijn auto, draagt haar vijftig meter en er blijft niets van hem achter op haar lichaam? Geen haartje, geen huidschilfers, niets. Wat droeg hij om dat te voorkomen? Hij stalt haar uit en terwijl hij er toch mee bezig is kleed hij de PD ook nog wat aan. Waarom? Wat is zijn verdomde boodschap, wat probeert hij ons te vertellen? Ons meisje wordt om zeven uur gevonden. Hij is niet dom. Hij heeft de plek van tevoren verkend. Hij heeft verschillende plaatsen verkend, deze was het meest ideale, meest passend bij zijn fantasie. Hij heeft tijd op die plek doorgebracht. Hij weet vanaf welk uur er beweging begint te komen in het domein en wanneer de militairen beginnen aan te komen want die gebruiken die sluipweg om naar de kazerne te komen. Maar wat met een toevalligheid. Wat met een nachtelijke wandelaar die last heeft van insomnia. Wat dan? Had hij het lichaam en de PD gelaten voor wat ze waren en er vandoor gegaan? Nee, zo zit hij niet in elkaar. Hij heeft daar van tevoren rekening mee gehouden. Hij zou zijn werk hebben beschermd, afgewerkt en jij Pierke had nu twee lijken op je tafel liggen. Ons meisje en een onschuldige met een paar gaten in zijn lijf. De onschuldige interesseert hem geen barst en daar zou hij geen tijd aan verspillen. Dus hij heeft een blaffer met een demper. Hij is kil, koudbloedig en slim. Nee, noeste arbeiders kunnen we uitsluiten, pure statistiek. Laat ons zeggen dat hij een uurtje de tijd heeft genomen om haar te wassen en zo. Afhankelijk van hoever hij van de PD woont heeft hij een tijd met een naakt lijkt in zijn kofferbak rondgereden. De nachtploegen zijn happig op oude aftandse auto’s die rondtoeren in het midden van de nacht. Grote kans als ze er zo eentje aan de kant zetten dat ze behoorlijk wat kunnen schrijven. Intoxicatie, papieren niet in orde, geen verzekering, openstaande boetes, drugs. Nee onze gast heeft een onopvallende auto. Geen superdure luxewagen en al zeker geen schroothoop. Iets waar agenten geen tweede blik op werpen. Hij is met alles netjes in orde. Gewoon voor als hij stomtoevallig in een vodka controle terecht zou komen. Hij zit niet dronken achter het stuur dus laten ze hem netjes na het blazen doorrijden met een bobsleutelhangertje. Er is geen reden om de auto van de verzorgde man die keurig met alles in orde is te doorzoeken, zeker niet als hij ook nog een beetje joviaal is.”

Debruin keek op en vroeg:

“Doc, toevallig geen pluisje of zo gevonden wat uit een kofferbak zou kunnen komen?”

“Nop, niets, nada, de nogabollen. De enige sporen op haar lichaam zijn afkomstig van de grond en de begroeiing ter plekke.”

Weer wreef Debruin door zijn blonde lokken:

“Onze man rijdt niet met een vijfdeurs. Te veel risico om via de achteruit iets te kunnen zien in de koffer. Nee, dat soort risico’s wil hij niet lopen, daar is hij te slim te gedisciplineerd voor. Nee, dat soort risico wil hij niet lopen dat zou getuigen van onverschilligheid. Hij wil niet dat er een eind komt aan zijn Helse spel door iets knulligs dat hij over het hoofd heeft gezien. Dus heeft hij een auto met vier deuren en ruime kofferbak. BMW, Mercedes, Volvo. Iets dat aandoet als een leasebak. Hij heeft de koffer bekleed, vermoedelijk dik afdekplastic. Vandaar geen pluisje of smeertje. Ik weet zeker dat die auto in een garage staat en voor niets anders gebruikt wordt. Doc, jij doet toch ook iets met insecten?”

“Entomologie Debruin! En enkel als vrijetijdsbesteding maar ik weet één of twee dingen ja wat die kleine gasten doen. Meer bepaald het gedrag van insecten op een lijk. Onmiskenbaar in gevallen waarbij een lijk langer in open lucht heeft gelegen.”

“We hebben een zachte winter gehad en het is warm genoeg voor de tijd van het jaar. De cavia’s en het konijn zitten al in hun buitenverblijf tijdens de dag. De naaktslakken vieren nachts een feestje met de overblijfselen van de groeten die zijn achtergebleven als we hen naar binnen halen. Geen sporen van naaktslakken of iets dergelijks op haar lichaam?”

“Nee, geen zichtbare activiteit van eender welk insect. Ze heeft er niet lang genoeg gelegen.”

“Merel, heb jij nachtritten gedaan met een echte oude rot, een flik met heel wat jaren op de teller?”

“Ja, in het begin best wel.”

“De afwisseling tussen de nachtdienst en de ochtendploeg is wat, officieel rond zes uur? Wanneer begint de aandacht te verslappen. Wanneer begint de tegenzin om nog controles te doen? Rond vijf uur ongeveer? Heeft onze man weet van deze routines? Om vijf is het nog donker genoeg. Het is zaterdagochtend dus niet veel mensen die al of nog wakker zijn. Ik denk niet dat hij het lichaam van ons meisje daar heeft neergelegd voor vijf uur morgens. Ik denk dat hij heeft gewacht omdat hij precies weet dat om dat tijdstip alles in die buurt volkomen stil is en leeg is.”

Debruin wees naar de grote Y-incisie die het slachtoffer ontsierde van haar schouders naar haar onderbuik.

“En wat met de binnenkant dokter?”

“Niet veel bijzonders. Geen intense verwondingen of interne bloedingen. Hart, lever, nieren, hersenen en longen allemaal in een verwachte goede gezondheid voor een meisje van haar leeftijd. Uit medisch oogpunt een doodzonde. Maar als je je graag aan een strohalm vastklampt dan heb ik er misschien eentje voor je.”

De patholoog wees naar Merels notitieblokje alsof hij wilde duidelijk maken dat ze dat wat hij zou gaan zeggen maar beter kon opschrijven.

“Haar laatste maaltijd of wat daarvoor moest doorgaan was op zijn zachts gezegd heel exclusief.”

Debruin en Verhaege spitsten allebei hun oren toen de dokter het woord exclusief gebruikte. Exclusief betekend dat er sporen achterbleven die ze konden nagaan.

“Hoe exclusief dokter?”

“Exclusief genoeg dat het niet is weggelegd voor werkmensen of arme studenten. Het labo moet de exacte componenten nog achterhalen voor ik jullie misschien aan de merknamen ga kunnen helpen. En ja Alex, ik heb de zweep erop gelegd met een beetje geluk krijg je vandaag nog je rapport of morgen in je mailbox. Ze heeft een hoeveelheid champagne gedronken, op zijn minst vier glazen. Ze heeft stukjes artisanaal brood in haar maag dus geen wit stokbrood van den Aldi. Verder wat ik vermoed echte frois gras, dadels, olijven wat wodka en wat volgens mij echte Iraanse Beluga kaviaar is. Van de soort dat je een maandloon in rook ziet opgaan en je nog niet voldoende hebt om een boterham te smeren. Het slachtoffer rookte, dat was in heel lichte mate te zien aan haar longen. Het was maar heel summier maar volgens mij heeft ze heel erg kort voor haar dood een sigaar gerookt. Niet van die goedkope West-Vlaamse brol. Eerder exclusief Cubaans.”

“Niets in de maag dat zou kunnen doorgaan voor een hoofdgerecht prof?”

Vroeg Merel die aan een restaurant dacht waar ze die exclusieve producten serveerden.

“Ach, ik weet wat je denk inspecteur. Het aantal restaurants dat deze Iraanse kaviaar serveert zijn op één hand te tellen. Nee, het lijkt alsof ze van de amuse geule rechtstreeks naar de borrel met de sigaar is gegaan.”

Merel kon nauwelijks een vloek onderdrukken. Dat betekende dat ze hoogstwaarschijnlijk niet op restaurant was geweest. Dat ze de zaken te eten en te drinken had gekregen van de dader. Debruin stond intussen wel heel erg dicht met zijn hoofd bij de venusheuvel van het slachtoffer. Merel begon zich een beetje ongemakkelijk te voelen door die pose. Het leek bijna alsof hij iets totaal ongepast van plan was met het lijk.

“Merel, kom eens hier.”

Ze deed wat haar gevraagd werd. Ze zag dat Debruin zacht aan de stoppels op zijn kin en zijn wangen van de twee-dagen-baard voelde. Zonder zijn hoofd op te heffen vroeg hij:

“Dokter, is het okay om haar aan te raken?”

“Geen probleem, al het werk is al gedaan je kunt het lichaam niet meer besmetten.”

De vingertippen van Debruin gleden vederlicht van haar knie tot haar dij en daarna rond het kleine beetje schaamhaar dat het slachtoffer had laten staan. Debruin richtte zich op. Aan de blik in zijn ogen kon ze zien dat zijn geest helemaal niet in deze ruimte was. Plots vroeg hij haar op de man af:

“Merel, onthaar jij je benen en je schaamhaar?”

Er schoot een blos op haar wangen en ze wist niet hoe ze daar moest op antwoorden. Maar blijkbaar zocht hij niet echt een antwoord van haar zelf want hij zei:

“Nooit gemerkt als je je scheert, hoe goed en vaak je het ook doet je heel snel opnieuw stoppeltjes voelt zeker als je tegen de richting instrijkt. De meeste vrouwen verkiezen daarom een ladyshave of een speciale crème. Maar ook dat is geen lange termijn oplossing. Om helemaal glad te zijn en een tijdje te blijven moet je eigenlijk waxen. Thuis op je eentje waxen schijnt nogal een gedoe en rommel te geven vandaar dat de dames naar schoonheidssalons gaan. Die hebben de kennis, de producten en de nazorg in huis. Wat de doc net zei over champagne, kaviaar en fois gras geeft me het gevoel dat ons slachtoffer geen onbekende is van geld en luxe.”

Merel nam opnieuw de loep en wierp nu ook een nauwkeurige blik op het lichaam.

“Zeer netjes gedaan, verzorgt, glad. Ze heeft het zeer recent laten waxen. Misschien is er zelfs sprake van een permanente ontharing.”

Ze keek op naar Debruin:

“Met een foto langsgaan bij schoonheidsspecialistes die beidde mogelijkheden aanbieden?”

Hij knikte:

“Het zou niet de zotste plek zijn waar we een zaak hebben opgelost! Als we terug zijn stuur je maar een ploeg op pad maar zorg dat het een gemende ploeg is. De vrouwelijke agent ondervraagt de zaakvoerder en het personeel. De mannelijke agent moet hun non-verbale communicatie in de gaten houden. Vandaag zullen ze niet zoveel meer kunnen doen. Google dus even de adressen van dat soort zaken het dichts in de buurt van het bureau en laat ze daarmee beginnen.”

Debruin draaide zich om naar de patholoog:

“Is er nog iets wat we moeten weten doc?”

“Nee, niet echt. Mijn officiële rapport gaat naar Ester. Jij krijgt een copy en zoals gewoonlijk krijgen jij en Jules ook een kopie van het hele dossier.”

Dekeyser zuchtte diep. Pakte het groene laken dat hij keurig opzij had gelegd en ging aan één kant van de tafel staan aan de voeten van het lichaam. Debruin ging aan de andere kant staan tegenover de dokter. Samen legden ze behoedzaam het laken over het lichaam. Het leek Merel een serene gebeurtenis. Net voor het hoofd toegedekt zou worden greep de dokter een stoffen zakje en zei:

“All the kings’ horses and all the king’s men could not put humpy dumpty back together again. Alexander, dit arme kind was al zwaar beschadigd voor ze vermoord werd. Zorg ervoor dat iemand de rekening gepresenteerd krijgt!”

Uit het zakje haalde hij twee oude muntstukken en legde een munt op ieder oog van het slachtoffer. Merel sloeg het tafereel gade en keek de mannen niet begrijpend aan.

“Oud bijgeloof.”

Zei Debruin:

“Een ziel moet veilig het paradijs kunnen bereiken. De oude Grieken dachten dat er zich tussen onze wereld en de volgende een rivier bevond, de Styx. Om die veilig te kunnen oversteken moest je de veerman betalen of anders bleef je ziel doelloos ronddwalen op de oever. Vandaar het gebruik dat men een overledene twee muntstukken meegaf voor de veerman. François en ik doen dit al enige tijd voor slachtoffers die we niet direct kunnen identificeren. Geen familie om voor hen te zorgen. Dus betalen wij de veerman in de hoop dat hun ziel het paradijs kan betreden.”

Met die woorden bedekte Dekeyser ook het hoofd van het meisje af. Merel was getroffen door het verhaal maar nog meer door het feit dat deze twee mannen die dagdagelijks omgeven werden door de gevolgen van geweld diep vanbinnen nog genoeg gaven om het lot van een voor hen voslagen onbekend meisje.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Sandro Romanov om 11:53 Reageer op dit bericht

Hoofdstuk 7: Een roos is een roos blijft een roos

Een roos is een roos blijft een roos

 

Het was even na vier die middag toen Debruin en zijn nieuwe volgelinge de afdeling binnen stapten. Debruin liep rechtstreeks naar zijn bureau en plofte zonder zijn jasje uit te trekken in zijn bureaustoel. Hij viste een blikje uit zijn koelkast, schoof een cola light naar de stoel waar Merel straks zou plaatsnemen. Na een paar grote slokken nam hij zijn vulpen op en leek er doelloos mee te spelen. Wie hem al langer kende wist dat dit het uiterlijke kenmerk was dat erop wees dat hij diep aan het nadenken was. Zijn twee vaste inspecteurs hadden hun stoel al tot bij zijn bureau gerold en wachtten geduldig op wat zou komen. Merel ging intussen aan de telefoon met de officier van wacht, vertelde dat Debruin een gemengde ploeg nodig had en dat die zich ASAP aan het bureau van Debruin moesten melden. Nadat ze het gesprek had beëindigd ging ze op de stoel zitten waar het blikje cola stond te wachten. Die veerde opeens recht, deed zijn jasje uit, hing het netjes en methodisch op een kapstok. Hij drukte een sneltoets in op zijn telefoon en liet die op speaker staan. Na tweemaal te zijn overgegaan klonk het:

“Forensische met Goddard!”

“Jules jong, Alex hier. Luister eens, op de foto’s van de PD staan daar ergens bankjes op?”

“Een bank?”

“Ja Jules, zo eentje om op te gaan zitten niet zo eentje voor je centen.”

“Ik dacht van niet. De zeehond heeft er wel binnen in de hut en dan is er dat amfitheater meer niet. Ogenblikje ik kijk het nog eens na.”

Iedereen kon duidelijk op de achtergrond het geklik van een computermuis horen. Dertig seconden later:

“Nee, geen bank om te gaan zitten Alex.”

Plots hoorden ze de stem van Flipke:

“Wat zoek je precies, ik zit op google maps. Inderdaad geen bankjes in de directe omgeving maar als men de weg afloopt in de richting van Nieuwpoort kom je aan de jachthaven uit.”

“Ja Flipke dat weet ik ook, ik kom er vaak genoeg.”

“Dan weet je dat er aan de ingang van de parking daar een soort rustplek is met bankjes. Een beetje moderne GSM met een goede camera en je hebt van daaruit een onbelemmerd zicht op de PD zelf. Zeker als je één van die speciaal te krijgen lenzen gebruikt voor bepaalde Gsm’s. Niet op de kijkhut maar op de PD zelf Alex.”

“Heb je toevallig nog iemand ter plekke.”

“Neeje, mijn mannekes zijn een uurtje geleden binnen gekomen.”

Debruin keek naar Merel:

“Bel de centrale. Zeg dat ik een ploeg wil die nu onmiddellijk daarheen rijdt en die rustplek afzet!”

“Jules…”

“Al mee bezig, ik stuur het buske en twee man ter plekke.”

Merel stond op, liep naar het lege bureau waar ze ook haar vorige telefoontje had gevoerd en gaf Debruins orders door terwijl ze met één oor het gesprek met Goddard bleef volgen.

“Nog iets interessants gevonden Jules?”

“Wat zwerfvuil, een dozijn of zo oude blikjes en een hoop sigarettenpeuken. Ik ga er zelf zo nog even vlug een blik op werpen als is het maar als dubbele check. Maar als mijn mensen zeggen dat er niets recent tussen zit dan vertrouw ik daarop. Ik denk niet dat er iets recents genoeg zal tussen zitten wat een dure DNA-analyse zou verantwoorden op dit moment. We hebben ook niets gevonden als dat waar jij nu aan denkt. Geen groeperingen van blikjes die op dezelfde manier zijn ingedrukt, of een stapel peuken van hetzelfde sigarettenmerk op dezelfde plek. Misschien hebben we meer geluk op die rustplek.”

Debruin bromde iets onverstaanbaars. Hij had een gloeiende hekel aan de maandelijkse budgetmeeting waar hij op nadrukkelijk bevel van de baas aan moest deelnemen nadat hij een paar keer zijn kat had gestuurd. De oude was een competente flik van de oude stempel. Iemand die niet onder de indruk was van iemands afkomst of politieke connecties. Alex respecteerde de man enorm en kon altijd op hem rekenen om bliksemafleider te spelen als politiek in het spel kwam. Zoiets gleed van de oude zijn rug af als water van een eend. Zelfs de oude burgemeester, een politieke ouwe krokodil paste ervoor al te veel met de man in de clinch te gaan. Iedereen wist dat zoiets altijd vroeg of laat als een boemerang in je nek terecht kwam. De oude liet Debruin rustig zijn gangetje gaan. Liet oogluikend toe dat deze soms de regeltjes overtrad of er ronduit een loopje mee nam. Maar de baas zou er geen seconde aan twijfelen om Debruin een flinke bolwassing, inclusief administratieve sancties op te leggen als die een direct bevel zou negeren. Die maandelijkse vergadering was politiek gemuggenzift van de bovenste plank vond Debruin. Terwijl hij absoluut niet van plan was om op een belachelijke manier te snoeien in zijn werkingskosten moest hij wel erkennen dat zijn afdeling met momenten een budgettair vraatzuchtig monster was. DNA-onderzoeken zijn dan misschien een alledaagse onderzoeksmethode geworden goedkoop is het nog steeds niet. Tenminste als je van een officieel door de staat erkend medisch lab gebruikt maakt en niet zoals hij wel eens in het verleden had gedaan via de post naar één of ander labo in de States. Die paar honderd euro had hij graag uit eigen zak, of beter papa Debruins zak betaald via één van diens niet traceerbare rekeningen. Geduld was soms niet de beste deugd van commissaris Debruin als hij antwoordden wilde weten.

“Jules, hebben jullie foto’s en filmmateriaal van de kijklustigen bij de afsluiting?”

“Yep, zoals gewoonlijk te bezichtigen op de X-drive.”

Het volgende wat Alex zei was niet alleen voor de oren van Goddard bedoeld:

“Heeft er iemand al de moeite genomen om te kijken of er iets te vinden is van deze morgen op het interweb, YouTube, twitter of wat dan ook dat vandaag als populair moet doorgaan?”

Zijn eigen mensen schudden hun hoofd maar Goddard zei:

“We houden het hier in de gaten Alex. Tot nu toe zijn er geen filmkes of foto’s opgedoken die niet zouden mogen bestaan.”

De techneut van de forensische bedoelde daarmee dat er niets boven water gekomen was dat gelinkt kon worden aan de dader. Of aan een andere getuige dan diegene die de vondst van het lichaam had gemeld. Iemand die om één of andere reden de vondst zelf niet gemeld had maar wel beeldmateriaal had genomen. Toen Merel haar nieuwe baas het internet het interweb had horen noemen moest ze innerlijk een beetje lachen. Ze dacht dat hij zo’n man was die het vertikte met zijn tijd mee te gaan en daarom niet overweg kon met sociale media. Ze werd heel vlug van die illusie verlost.

“Flipke jong, laat eens een spider los. Niet in het deepweb maar het echte darkweb.”

“Waar wil je naar zoeken chef?”

“Recente activiteit, laat ons zeggen vanaf pakweg een maand geleden over The Boston Strangler en/of Albert DeSalvo.”

“Iets specifieks?”

Met een zuur gezicht dacht Alexander een paar seconden na voordat hij antwoord gaf:

“Ja gebrabbel in van die duistere chatrooms, meer specifiek nieuwe afbeeldingen of Avi’s die er zijn gepost. Als het een copycat is dan was hij misschien euforisch genoeg zijn daad op voorhand aan te kondigen bij van die eikels die serials verafgoden.”

“Komt in orde. Ik stuur er een nieuwe spider op af maar afhankelijk van hoe diep die moet kruipen kan het effe gaan duren chef.”

Debruin nam nog twee grote slokken en kieperde zijn lege blikje in het vuilnisbakje.

“Wat denk je van duikers Jules?”

“Heb ik aan gedacht, maar twee dingen. Ten eerste is het voor vandaag te laat, de zon gaat straks al beginnen onder te gaan. Voor die mannen ter plekke zijn, hebben uitgeladen en hun dikke teen in het water hebben gestoken, mogen ze hun boeltje al terug inpakken. Als de dader haar spullen dicht bij de PD in de IJzermonding heeft gesmeten dan kan het maar twee kanten op. Of hij heeft de spullen verzwaard zodat ze zouden zinken en dus zullen die er maandag ook nog zijn. Of hij heeft ze niet verzwaard en dan kunnen ze God weet waar zijn want je weet ook welke stroming er daar staat. We zitten aan het zeetje Alex denk je dat deze klootzak stom genoeg is om zo’n fout te maken? Zoals daarnet gezegd de jachthaven ligt dichtbij, je kunt er kilometers langs de monding wandelen tot in Nieuwpoort Bad en aan de andere kant een stuk strand van bij jou in de buurt daar tot in Oostende. Jij gaat moeten beslissen Alex waar je ze in het water wil hebben en wanneer. Of ik vorder voor morgen een duikploeg of voor maandag.”

Debruin zag zo het gezicht van de Fret voor zich. De oudere grijze commissaris met een aan een fret doen denkend gezicht. De man was verantwoordelijk voor de boekhouding en probeerde uit iedere steen bloed te knijpen. Debruin had een hartstochtelijke hekel aan de man. De krenterige Fret op zijn beurt had een hartstochtelijke hekel aan Debruin omdat die van rijke afkomst was en niet bang was zijn geld te laten rollen. Het was al een paar keer gebeurd dat Debruin de man een factuur had gepresenteerd die zo hoog was dat de Fret een vuurrode kop had gekregen met een dikke pulserende ader aan de rechterslaap. Tijdens budgetmeetings had Alex regelmatig gefantaseerd wat de perfecte manier zou zijn om de Fret uit de weg te ruimen. Hij was tot de conclusie gekomen dat het zou zijn door hem een zo gepeperde rekening onder de neus te schuiven waarna die blauw-paars zou aanlopen en zijn dikke pulserende ader zou knappen. De Fret zou simpelweg morsdood op zijn bureau neervallen en niemand die iets wijzer zou zijn. Heel even kwam hij in de verleiding Goddard een hele duikploeg de hele zondag aan driedubbel tarief het gebied rond de PD te laten afzoeken. Hij zuchtte diep en zei in zichzelf:

“Jammer, de perfecte moord op de Fret zal voor een andere keer zijn.”

In plaats daarvan zei hij hardop als een budgetverantwoordelijk afdelingshoofd:

“Nee, als we er tegen maandagmiddag nog niet achter zijn wie ons slachtoffer is dan sturen we ze zwemmen in het gebied direct rond de PD. Ik denk niet dat die mannen goesting hebben om van Nieuwpoort naar Oostende te zwemmen en dat zou ook heel weinig nut hebben. Jules, jij bent toch goede maten met het hoofd van die opleiding? Bel hem even wil je en vraag of hij samen met de mannen een paar van zijn rekruten het water in wil gooien.”

Jules Goddard lachte:

“Ik geef hem een belleke en stel dan wel een memo op voor de Fret. Kan hij uitpakken met een budgetverantwoordelijke interdepartementale tactische samenwerking of hoe hij het ook gaat noemen. Goed gevonden Alex!”

“Had het liever anders gezien Jules!”

Merel hoorde de twee mannen voor Alex zijn bureau en de twee stemmen aan de andere kant van de lijn in een lach schieten. Blijkbaar was hier een intern grapje aan het werk.

“Hoe zit het met die strik en dat haarlint? Er zou een expert naar komen kijken?”

“Moment, ik kom naar boven want dit moet je met je eigen ogen zien!”

Klik ging de lijn. Goddard had de verbinding zonder boe of ba verbroken. Iets wat hij wel vaker deed als zijn hersens sneller werkten dan zijn mond kon volgen. Debruin kon niets anders dan hetzelfde te doen. Zijn lijn was nog maar net weer vrij toen het toestel begon te piepen. De centrale met de boodschap dat een ploeg het nieuwe zoekgebied rond de rustplaats had afgezet en ter plekke zouden blijven om de mannen van Goddard rugdekking te geven. Deze kwam de afdeling op als een wervelwind met in zijn handen twee plastic zakjes met bewijsmateriaal en in zijn kielzog Filip Goethals die op zijn beurt een mannelijke en vrouwelijke agente in zijn kielzog had. Debruin stak zijn hand op als teken dat de geüniformeerden dichterbij moesten komen. Alex schoof een A4 formaat foto naar Merel toe en bleef er verder stilzwijgend bijzitten. Ze begreep onmiddellijk dat dit zijn manier was van duidelijk maken dat ze vanaf nu maar beter niet alleen orders moest kunnen opvolgen maar ook geven. Merel stond recht en zei tegen de twee:

“Dit is ons slachtoffer van deze morgen. Jullie gaan voor de rest van de dag en maandag niets anders doen dan deze foto laten zien. Waar? In schoonheidssalons. Begin alsjeblief met de luxere tenten. Jij…”

En ze wees naar de vrouwelijke agente:

“Stelt de vragen, zo vriendelijke als het maar kan, zo ontwapenend als je maar zijn kan. We willen weten wie dit is of wat dan ook dat er over ons slachtoffer gezegd kan worden als de naam hen onbekend is.”

 En jij…”

Nu wees ze op de mannelijke agent:

“Kijk zo ongeïnteresseerd als je maar kan, alsof je het één gigantische kloteopdracht en verlies van tijd vindt. Let op het gedrag, de gebruikte woorden, nervositeit, tekens van liegen.”

De twee bekeken eerst eens aandachtig de foto waarna de vrouwelijke agente met een warme glimlach naar Merel knikte en zei:

“Komt in orde inspecteur Verhaege.”

Debruin zei:

“O, Mike als je er eentje ziet die niet helemaal zuiver op de graad is en die begint een beetje te spartelen dan mogen de armbandjes om en mag je ze hier even in het bakske komen zetten voor een babbel begrepen?”

De mannelijke agent knikte alleen maar en bleef vreemd genoeg naar de foto kijken diep in gedachten. Merel vroeg:

“Is er iets Michael?”

De man keek op recht in haar ogen en zei:

“Wat weten jullie over deze meid Merel?”

“Waarom, waar denk je aan?”

“Merel je weet dat ik goed ben met gezichten en nationaliteiten. Ik heb vaak genoeg het spelletje moeten spelen met collega’s en ook een paar keer met jou toen we op patrouille waren te voet.”

“Ja, dat weet ik nog heel erg goed. Het heeft me een paar rondjes gekost voor ik het opgaf. Het is alsof je kan ruiken welke nationaliteit iemand heeft. Wat is er met ons slachtoffer?”

“Rusland, Belarus of Ukraine zelf zou ik zeggen. Honderd meter of zo van de Aldi in Nieuwpoort is er een schoonheidssalon. Russische uitbaatster en een Slavisch clientelle.”

“En toch schieten er nu geen vlammen uit je schoenen…”

“Nop, niet voor maandagmorgen tien uur. Zaterdagmiddag vanaf zestien uur gesloten tot maandag.”

Met zijn kwajongensglimlachje vroeg Alex:

“Is er een reden waarom ik me zorgen moet beginnen maken om jou Mike dat je dit zo goed schijnt te weten?”

Die keek Debruin recht in de ogen en zei al even geamuseerd:

“Nop, niet om mij chef maar om mijn broers bankrekeningnummer. Heeft sinds een klein jaar een nieuwe vriendin. Poolse origine, ze gaat daar eenmaal per maand heen. Laat ons zeggen dat de dame mijn broer op zijn plek weet te zetten en te houden, iets wat die debiel ook nodig heeft. Ik weet die uren omdat ik een paar maand geleden getuige was van een ontploffing omdat broerlief er bijna had voor gezorgd dat ze haar afspraak zou missen.”

“Dus, de meest voor de hand liggende plaats is niet bereikbaar tot maandagmiddag?”

Vroeg Merel. De grote flik keek haar recht in de ogen en zei:

“Ik dacht niet dat ik die woorden gebruikt heb inspecteur Verhaege.”

Hij keek op zijn polshorloge en zei:

“Ik ga straks schoonzusje eens bellen Merel en haar de foto ook laten zien. Twee vliegen in één klap. Wie en wat is die uitbaatster en met geluk wie en wat is jullie slachtoffer. Ik laat het jullie wel weten.”

Met die woorden verdwenen de twee van de afdeling. Toen ze verdwenen waren zei Koen Debrouwere:

“Ik snap niet hoe hij het doet. Hij kijkt naar iemand en kan zeggen die is uit Frankrijk, die uit Duitsland en dat is een Hollander. Maar niet alleen dat ook Aziaten en zelfs van Amerikanen kan hij bijna zeggen uit welke staat ze afkomstig zijn.”

Alexander antwoordde:

“Omdat hij anders kijkt naar mensen dan jullie. Als hij een mens ziet dan ziet hij een totaalpakket. Gezicht, lichaam, klederdracht maar ook hoe iemand zich non-verbaal opstelt. Steek een Amerikaan in lederhozen en je ziet dat het geen Duitser is ook al zegt de Amerikaan geen woord of beweegt hij niet. De non-verbale communicatie verraadt hem onmiddellijk. Omgekeerd is dit natuurlijk ook zo.”

Intussen had Jules een blikje cola uit de ijskast van Debruin gegrepen en een stoel bijgetrokken. Het begon een beetje vol te worden aan het bureau van Debruin maar niemand scheen te denken of te willen denken aan de conferentiekamer. Na een slok genomen te hebben wees hij naar de zakjes:

“Eerst het droge nieuws.”

Zei hij:

“Geen huidschilfers of haren die op het eerste zicht van meer dan één donor afkomstig zijn. Het lab moet daar nog voor 100% uitsluitsel geven maar ik heb niet veel hoop. De afwezigheid van meer dan één donor is zoals jullie wel weten problematisch. Het betekent dat onze dader zijn huiswerk heel grondig heeft gedaan en dat beidde stukken textiel op voorhand zijn behandeld. Dat zwarte stukje textiel dat rond haar hals was geknoopt is afkomstig van Chanel. Het hoort eigenlijk bij een zwarte cocktailjurk uit hun collectie van 1977. Helaas voor ons komt het uit de pret-a-porter lijn en niet uit de exclusieve lijn. Chanel zou er meer dan vierhonderd van hebben verkocht. Een bestseller voor de beterbedeelden in die tijd zeg maar. Waar is het tegenwoordig te vinden? De zolder van moeders en oma’s, als je geluk hebt de betere vintagewinkel. Anders soms een rommelmarkt of online als de mensen niet weten wat ze in hun handen hebben. Dit spul mag dan meer dan veertig jaar oud zijn, het is Chanel en een Chanel vintage in goede conditie die kosten een hoop centjes vandaag. Het haarlint das heel andere koek. Het is zeer hoogwaardig met de hand gewoven zijde en het is zowat vijfhonderd jaar oud misschien ietsje ouder.”

“Wablief!”

Liet Merel zich ontvallen.

“Yep, volgens die textiel expert die we hebben gesproken is dat ding vervaardigd tijdens de renaissance in China of Japan. Zonder verdere labotests kon hij daar geen specifiek antwoord op geven. Ik heb daar even mijn veto tegen gesteld. Als het zo oud is dan is het kwetsbaar en het behoort tot een moordonderzoek dus wil ik het zo zuiver mogelijk houden. Nu ja, in die tijd waren er maar een paar handelaars die toegang hadden en de toestemming hadden om zijde te laten kleuren en weven volgens de kleurenmode in Europa. Enkel de adel en de superrijken konden zich dit soort topkwaliteit veroorloven. Volgens de expert was dit ooit een haarlint, lichtblauw met een zilverkleurige inslag. Je mag eens raden hoe die kleur toen heette?”

Zei Goddard met een glimlach. De grijns op zijn gezicht verdween plotsklaps toen Debruin zonder aarzelen zei:

“Medici-blauw.”

“Zo is er ook geen lol aan chef…”

Zei Goddard wat teleurgesteld en vroeg:

“En hoe weet je dit nu weer?”

Debruin keek hem in de ogen en zei:

“Een plus een is twee.”

Iedereen zat hem niet begrijpend aan te kijken en hij verduidelijkte:

“Je gebruikte de woorden Renaissance, handelaar en superrijk. Die drie woorden samen geven mij maar één mogelijke naam; De Medici. Daarbij komt dat mijn ouders mij als kind een paar keer hebben meegesleurd naar het Galeria Ufici. Daar hangen een aantal portretten van Medici vrouwen die jurken in die kleur dragen of accenten in hun kleding hebben van die kleur.”

Hij haalde zijn schouders op naar Goddard:

“Is blijven hangen op vakantie, kan ik er wat aan doen. Maar goed, als dit spul zo oud is en zo exclusief is dan moeten we er toch achter kunnen komen waar het vandaan komt en wie het heeft gekocht. Ik geloof niet dat onze dader een Medici zal opgegraven hebben om haar haarlint te lenen.”

“De expert heeft toegezegd zich daarin te verdiepen. Hij is er erg op gebrand te weten te komen waar het vandaan komt. Schijnbaar bestaat er een klein wereldje van experts en enthousiaste verzamelaars van historische stoffen. Ik weet het het klinkt vreemd een groepje voornamelijk mannen die opgewonden raken van oude stoffen en dan wil ik niet eens weten in welke zin van het woord dat opgewonden geplaatst moet worden.”

Alexander draaide zich een kwartslag op zijn bureaustoel en keek door het raam. Iedereen was stil tot hij plots mompelde:

“Te gemakkelijk, veel te gemakkelijk…”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Sandro Romanov om 00:00 Reageer op dit bericht

Hoofdstuk 8: Filosofie

Filosofie

 

“Waar denk je aan chef?”

Vroeg Tuur Wendels.

“Aan Gertrude Stein.”

Antwoordde Alexander.

“Daar gaan we weer!”

Sprak Koen terwijl hij zijn handen in de lucht stak alsof hij zich wilde overgeven.

“Koentje jong, ge zult toch dringend een paar boeken moeten beginnen lezen wil je ooit nog eens commissaris worden. Echte boeken Koen, niet de vuil boekskes die je mama onder je matras vond en je papa wil zijn playboys terug…”

Met een geveinsd beledigd gezicht zei Debrouwer:

“Wie zegt dat ik commissaris wil worden als je dat soort gortdroge zooi gelezen moet hebben. Kom chef spuug het eruit. Wie is deze Gertrude en wat heeft ze hier mee te maken? Jou kennende is dat mens al eeuwen dood en kunnen we haar maar moeilijk oppakken als medeplichtige.”

“Ik moest denken aan een zinnetje uit één van haar gedichten. Een roos is een roos blijft een roos.”

Debrouwer keek Debruin aan alsof hij het in Keulen hoorde donderen:

“Ja en? Wat heeft dat met deze zaak te maken?”

Alex keek hem geamuseerd aan. Merel kon gelijk merken dat het een favoriete bezigheid van hem was om Koen een beetje te stoken. Wist zij veel dat ze onmiddellijk in dat stoken betrokken zou worden.

“Niets en alles tegelijkertijd alles.”

Hij keek Merel recht in de ogen. Opnieuw werd ze getroffen door die helgroene kleur.

“Vertel me alsjeblief dat je in je leven meer hebt gelezen en meer zult lezen dan de Tina en de Libelle.”

Met een blos op het gezicht die niemand kon ontgaan antwoordde ze:

“Ja chef, ik heb wel een paar klassiekers gelezen. Ik moet echter eerlijk toegeven dat ik een beetje verward ben. Ik dacht dat dit zinnetje van Shakespeare was.”

Debruin zuchtte diep en zette zich recht:

“Mooi dan kunnen we het filosofische aan het literaire en aan echt politiewerk koppelen in één keer. Een hoop mensen denken dat het zinnetje uit het werk War of the Roses komt van William Shakespeare. Klopt niet, heeft hij nooit geschreven. Dat werk is fictief ja maar gebaseerd op zaken die de mensen uit zijn tijd zouden herkennen zoals The House of York and The House of Lancaster en een machtsstrijd tussen beidde huizen over de kroon. Beidde huizen hebben in de loop van hun lange bestaan van tijd tot tijd wel eens een witte of rode roos gebruikt of zich te identificeren maar een roos heeft nooit deel uitgemaakt van hun wapenschild. Dat was het literaire. Nu het politiewerk; neem nooit iets aan voor waar tenzij je het zelf op één of andere manier als waar kunt bevestigen. Merel je ging uit dat het zinnetje van Shakespeare was en je hebt die referentie nooit gecheckt, je hebt het simpelweg voor waar aangenomen. In onze moderne tijd is één zinnetje superbelangrijk om in je hoofd te hebben en dat is:; Google is mijn beste vriend. En zoals gezegd je bent lang niet de enige. Dit is zoiets geworden dat mensen voor waar houden om de doodsimpele reden dat de basis van Shakespeare zijn werk er zich zo goed voor leent. Nu de filosofie; stel dat deze zin wel van William was wat zou hij er mee kunnen bedoelen? Ik denk dat het zou zijn dat het geen fluit uitmaakt welk van de strijdende partijen wint er altijd een roos op de troon zou eindigen; een roos is een roos blijft een roos. Dus fuck it, fuck die oorlog en fuck die edellieden want het eindverhaal is dat er altijd eentje op die troon gaat zitten die een roos in zijn wapenschild voert.”

Hij wees op Merel en zei:

“Vertaal dat wat ik gezegd heb eens naar onze zaak.”

Ze wist dat dit weer een test was. Dat hij haar testte om te zien wat ze in zich had. Dat hij daarna zou lopen duwen het maximum uit zichzelf te halen. Hij zou niet tevreden zijn als ze minder dan de volle 100% van zichzelf zou geven iedere minuut van iedere dag.

“Wat ik denk wat de chef bedoeld is dat iets in wezen onveranderlijk is. Of een roos is simpelweg een roos, einde verhaal. Of het maakt niet uit hoezeer je een roos op een madeliefje laat lijken onder de camouflage blijft het een roos. Onveranderlijk van eigenheid en karakter.”

“Tien op tien, een kus van de meester en een bank vooruit.”

Zei Jules lachend. Hij keek Alexander even scherp in de ogen en zei cryptisch:

“Verkocht…”

Debruin ging verder:

“Wat ik bedoel Koentje is dat het voor ons onderzoek niet veel uitmaakt of het een lustmoord is of dat de dader een passiemoord op een lustmoord wil doen laten laten. Ik heb gewoon het gevoel dat deze moordenaar met mijn pietje aan het spelen is. Dat hij ons met opzet van hot naar her laat rennen. Dat hij zoveel heeft achtergelaten voor ons dat we moeilijkheden zullen hebben alles uit elkaar te houden. Dat wat belangrijk is te kunnen scheidden van wat met opzet is geplant om ons of te misleiden of tijd te doen verliezen.”

Tuur Wendels schraapte zijn keel. Alex had maar al te vaak dat geschraap gehoord waarna een belangrijk stukje informatie volgde en hij was dan ook onmiddellijk alert.

“En wat had Shakespeare gezegd als geen witte of rode roos op de troon was geëindigd, als we jou filosofie volgen, maar een roze?”

“Pardon?”

Vroeg Debruin.

“Wat als dit geen passiemoord is en ook geen lustmoord in de betekenis die we er doorgaans aan geven?”

“Ga door?”

“Laten we even die kleuren van de rozen rozen aan ons politiewerk koppelen. De rode roos is de passiemoord, wat is een passiemoord volgens ons? Bijvoorbeeld een jaloerse vrouw tikt de schedel in van manlief met een deegroller als die met lippenstift op zijn kraag uit de kroeg komt. De witte roos is de lustmoord. Wat beschouwen wij door de band genomen als een pure lustmoord? Een stalker grijpt het object van zijn verlangen, verkracht en vermoordt haar. Dat zijn de twee pistes waar we nu aan denken. Waarvan we nu proberen te bepalen welke piste we moeten gaan volgen. Maar wat als dit een uit de hand gelopen sessie wurgseks is met wederzijdse instemming, een roze roos met andere woorden.”

Met gesloten ogen dacht Debruin een paar seconden na en zei toen kortaf:

“Vertaal dit naar wat we op de PD zagen!”

Wendels somde kort een aantal punten op:

“Bijna geen geweld op het lichaam enkel daar waar men ze zou mogen verwachten bij wurgseks. Het hoge sofisticatielevel van de dader zou hem evenwichtig genoeg houden na de dood van zijn sekspartner om een PD in scène te zetten. Indien zo, dan is alles wat de PD betreft bedoeld om ons zot te draaien.”

De hersens van Debruin analyseerde dit stukje informatie van Tuur Wendels met de snelheid van een supercomputer. Hij had Tuur een paar jaar voordien in Brussel opgevist en laten overplaatsen naar Middelkerke. Wendels had hem geholpen met het oplossen van een zeer onverkwikkelijke zedenzaak. Tussen pot en pint had die te kennen te geven klaar te zijn om zijn ontslag in te dienen na jaren actief te zijn geweest bij de zedendelicten. Alex vroeg:

“Heb je dat zwarte boekje van je nog?”

“Helaas wel. Op een dag drop ik het wel in onze Koen zijn schoot als ik zeker ben dat hij zijn rits kan dichthouden.”

Debruin stond recht en greep zijn jasje:

“Bel eens wat rond. Of er iemand bekend is met een circuit waar ze dit soort zaakjes doen met jonge Russische meisjes.”

“En wat ga jij doen?”

Vroeg Goddard.

“Ik breng Louise naar huis en duik daarna even in de bieb. Later even kijken of ik een knuffel krijg van Lotte.”

“Als het een goede dag is geef ze dan een knuffel en een kus van ons.”

Zei Debrouwer met een zachte glimlach om zijn mond. Merel had bij de naam Lotte en dat hij een knuffel van haar wilde een klein opstootje van adrenaline gekregen.

“Wie is Lotte?”

Schoot het door haar hoofd:

“Waarom moet het een goede dag zijn om een knuffel te krijgen. Hij is toch niet getrouwd, is toch weduwnaar? Is Lotte zijn vriendin en is ze ziek of zo?”

“Het rapport van Dekeyser zal nu wel beschikbaar zijn. Ik wil dat iedereen het doorleest en eventuele vragen noteert. Merel ik wil twee rapporten van jou. Eentje voor de onderzoeksrechter dat zich beperkt tot de gortdroge vaststellingen die we deden op basis van de bevindingen van Dekeyser. Het tweede rapport is vrij, moet zeker niet formeel zijn. Daar mogen onze gedachten en interpretaties inkomen en dat is de kopie dat naar de X-drive gaat. Heren als Lotte daarmee klaar is lezen. Voor wie zin heeft een boompje op te zetten je weet me te vinden vanaf acht uur. O ja, laat iemand Merel uitleggen waar ze moet zijn.”

Met die woorden was voor Alexander Debruin voorlopig de kous af en beende hij de afdeling af.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Sandro Romanov om 00:00 Reageer op dit bericht

Hoofdstuk 9 Bad to the Bone

Bad tot the Bone

 

Het was twintig voor acht toen ze voor de zware donkere deur van de club stond waar haar nieuwe collega’s hadden gezegd dat ze moest zijn. Een bordje, ongeveer op ooghoogte, melde dat dit een privéclub was. Uitsluitend voor leden, uitdrukkelijk geen gasten. Veel meer privé dan dit kon het niet worden dacht ze. Veraf gelegen van de bewoonde wereld op een honderd meter van de vuurtoren. Vreemd genoeg was er een perfect onderhouden asfaltstrook die naar het gebouw leidde en een riante parking. Er was geen bel of klopper te zien dus duwde ze even tegen een oude door patina bijna zwart geworden bronzen deurknop. De zware deur moest goed onderhouden zijn want die zwaaide met gemak open. Het oude uitzicht en het patina was dus opzet. Ze stond in een soort kleine sluis. Goed verlicht met één lege barkruk waar waarschijnlijk later die avond een portier op zou plaatsnemen. Toen ze via de tweede deur de eigenlijke club binnenstapte was deze absoluut niet wat ze zich had voorgesteld toen Tuur haar wat uitleg had gegeven. Dit was niet het soort privé club met rode pluche en schaars geklede dames waar ze al eens binnen was geweest in functie. Deze zaak had ook al helemaal niets te maken met het soort Engelse gentlemenclubs. Deze zaak had heel veel weg van een oude bruine kroeg maar dan een pak groter en een pak beter verlicht. Er waren nog maar een paar mensen aanwezig en ze kende geen van de gezichten. Uit speakers die ze niet kon zien klonk muziek en ze voelde instinctmatig dat de muziekinstallatie van deze club waarschijnlijk peperduur was. Het waren niet de klanken van een moderne digitale muziekopname. Het waren de vollere meer nostalgische klanken van een ouderwetse opname op vinyl. Blues hoorde ze, waarschijnlijk Muddy Waters maar ze was niet voldoende thuis in oude opnames om zeker te kunnen zijn. Merel ging op een barkruk zitten in het midden van de enorme tapkast waar verder niemand aanzat. Een vijftiger met een wilde grijze baard die zo leek weggelopen te zijn uit een oude film over The Hells Angels slenterde naar haar toe. Met een zwaar Antwerps accent zei hij:

“Zo Mieke, voor wie of wat zal het zijn?”

Ze antwoordde dat ze had afgesproken met Debruin en zijn mannen.

“Voor den baas of niet voor den baas. Toch wil ik je paske zien Mieke. Das hier ne privéclub nie het lokaal van de dansmariekes. Geen paske, geen stoeleke.”

Een beetje beduusd door de man zijn directheid en gebrek aan elementaire beleefdheid viste ze haar portefeuille uit haar handtas en wilde de baard haar identiteitskaart laten zien.

“Neeje kind, nie da paske, uwe ID!”

Toen pas drong het tot haar door waar ze was. Dit was de beruchte club waar heel veel flikken een pint gingen drinken na de uren. De plek waar iedere beginnende agent naar toe wilde. De plek waarvan zij die er wel toegang toe hadden niet over spraken. Hier werden maar een paar nieuwe leden per jaar toegelaten. En deze baardaap noemde Alex de baas? Uit haar achterzak haalde ze het lederen mapje met haar identificatie van de politie en toonde die aan baardmans. Die knikte en zijn volgende vraag sloeg haar helemaal uit het lood:

“Hebt u nen blaffer bij? Zo ja afgeven, geen blaffers in de zaak.”

Ze schudde enkel van nee.

“Goed, daar moet je zijn Mieke en wat kan ik je brengen?”

Ze keek in de richting die de grote hand aanwees en zag een tafel die een beetje verdekt opgesteld leek te zijn. Het irriteerde haar dat het bij de man niet eens opkwam dat ze misschien voorlopig liever bleef zitten waar ze zat.

“Een cola light alsjeblief.”

Hij keek haar aan alsof ze net iets heel erg vies besteld zou hebben. Ze opende haar portefeuille om voor haar drankje te betalen. Baardmans snorte en zei:

“Jij bent nog een groentje. Mieke, als je aan die tafel bent uitgenodigd dan telt je geld hier niet. Steek maar weer weg, ik kom met uwe cola.”

Merel stapte naar de tafel toe en nam onderweg het interieur goed in zich op. Helemaal achterin leek de muur volledig uit glas te bestaan en was er een terras op het zand van de duinen. Overdag kwam het zonlicht dan ook overvloedig hier binnen. Een hoek van de zaak leek voorbehouden aan spelletjes, wat biljarts, oude flipperkasten en vintage videogames. Bijna lijnrecht tegenover de tafel van Debruin was er een klein podium. Een aantal instrumenten en versterkers waren er reeds opgesteld samen met twee metalen palen. Ongetwijfeld voor de sport van het paaldansen. Her en der verspreid hingen grote oude ingelijste posters van jazz en bleusmuzikanten. Voornamelijk van de groten van de Delta-bleus uit de jaren 20, 30 en 40. Ze zag in totaal een tafel of twintig verspreid staan. Nergens goedkope massa productie reclame van drankgiganten. Er ging wel reclame her en der verspreid maar ook die waren vintage en niet uit België afkomstig. Een beetje ongemakkelijk ging ze aan de lege tafel zitten. In het midden stond een bordje met een niets aan de verbeelding over latende boodschap. Clint Eastwood in zijn rol van Dirty Harry met zijn zware magnum en de boodschap “Go ahead punk make my day”. De muur achter de tafel ging vol met foto’s genomen hier in de club, vaak aan deze tafel. Haar ogen werden groot toen ze een aantal figuren op de foto’s herkende. Op een aantal van de oudere foto’s stond een man die veel weg had van Alex met één of andere grootheid der Aarde en ze hadden schijnbaar de tijd van hun leven. Op drie stond de man samen met Alex en één of andere grootheid. Debruin senior bedacht ze zich. Centraal opgehangen een foto waar Debruin schijnbaar veel waarde aan hechte. Hijzelf op het podium, gitaar in de handen, smile van oor tot oor een deuntje aan het spelen met de mannen van ZZ Top. Plots voelde ze onder tafel iets tegen haar benen duwen. Met een ruk bukte zich en keek ze onder het tafelblad recht in de snoet van wat de grootste pitbull moest zijn die ze ooit gezien had. Voor ze het goed en wel besefte kreeg ze een lik van de enorme tong van het beest. Dwars over haar gezicht. Van haar kin tot haar voorhoofd.

“Jezus!”

Ontsnapte er aan haar lippen.

“Nee”

Hoorde ze een vrolijke vrouwenstem zeggen:

“Hij kan niet over water lopen ook al probeert hij het wel iedere keer dat hij op het strand komt. Zijn naam is Maximus.”

Merel kende de stem. Had die al eerder gehoord maar had het nu even te druk om de enthousiaste hond van zich af te houden.

“Max rustig, baasje komt zo. Vooruit bed!”

Klonk het kordaat waarna de pitbull met zichtbare tegenzin inbond en naar zijn mand slenterde. Merel keek op en staarde in het glimlachende gezicht van onderzoeksrechter Ester Verbeek. Ze kon nog maar net voorkomen dat haar mond zover openviel dat haar onderkaak de tafel zou raken. Die paar keer dat ze de onderzoeksrechter had gezien was die altijd in functie geweest. Ze had haar blonde haar altijd in een knotje en droeg altijd een zakelijk aandoend mantelpakje. Merel had haar direct gekwalificeerd als een trutje afkomstig uit een bemiddeld gezin. Op school had ze het als kind uit een arme familie soms zwaar te verduren gekregen door die bekakte meiden. Dochters van geld. Maar zoals de onderzoeksrechter er nu uitzag zou ze haar nooit of te nimmer met die bekakte wannabee’s gekoppeld hebben. De onderzoeksrechter had deze keer haar halflange blonde haren los. Droeg een witte blouse, heel dun van stof, gewaagd, op sommige plaatsen bijna doorzichtig. De bovenste knopjes stonden open zodat er enige inkijk was op wat Merel een fraai gevormde boezem leek. Men kon net een ietsje pietsie van haar witte kanten BH zien. Over de blouse droeg ze een mouwloos zwart lederen vestje. Daaronder had ze een erg strakke zwart lederen broek aan die haar leek te passen als een tweede huid. Kniehoge zwarte rijglaarzen met een stilettohak waar je met gemak iemand mee kon vermoorden. Ze zag eruit als een bikerbabe uit de jaren tachtig maar dan eentje van een miljoen euro. Merel sprong bijna overeind en zei heel plechtig terwijl ze haar hand uitstak:

“Inspecteur Merel Verhaege mevrouw de onderzoeksrechter. Commissaris Debruin heeft me uitgenodigd.”

De glimlach van de vrouw bleef zacht. Ze schudde Merel zacht de hand en zei bijna moederlijk:

“Ga maar op die stoel daar zitten dan vertel ik je wat over deze tafel, de Boem Boem en de etiquette van de tent.”

Ester zelf ging op de stoel zitten rechts van die onder de centrale foto. Merel deed wat haar gevraagd werd en ging op de stoel links ervan zitten. Op dat moment verscheen de barman met een glas witte wijn voor de onderzoeksrechter en het colaatje voor Merel. Met haar frisdrank en in haar alledaagse plunje voelde ze zich net een bakvis tegenover de prachtvrouw die de onderzoeksrechter was. Er dreef een gedachte in haar hoofd die ze ruw terzijde duwde:

“God, dit is een moordwijf!!!”

“Het eerste wat je moet weten als je hier binnen komt Merel is dat er hier geen rangen of standen bestaan. Hier ben ik gewoon Ester. Iedereen hier is Jan, Paul, Piet of Pierke. Hier kun je iedereen als gelijke aanspreken. Niemand kan, mag of zal hier op zijn strepen staan. Hier kun je gewoon een pint drinken schouder aan schouder met de machtigen van het land en geloof me er waait hier nogal wat macht binnen van tijd tot tijd. Dit is altijd al de plek geweest aan de kust waar van oudsher flikken, magistraten, politici en intellectuelen samen komen. Eind jaren tachtig is de originele eigenaar met pensioen gegaan. De gemeente Middelkerke wilde het kopen, tegen de vlakte werkten en een jeugdcentrum neerpoten. Dat was dan zonder Debruin senior gerekend. Die heeft simpelweg heel de boel cash gekocht en er een privé aangelegenheid van gemaakt en de naam veranderd. De Boem Boem naar het liedje van John Lee Hooker.”

Er verschenen pretlichtjes in de ogen van Ester toen ze zei:

“Senior is bij gebrek aan een beter cliché Bad tot the bone maar dan op een heel erg goede manier. Tot hij min of meer zelf met pensioen ging hield hij hier vaak zijn hofhouding om het zo te noemen. Heel wat van de groten der Aarde zijn hier incognito geweest en hebben hier zitten doorzakken met Senior. De man is nu al wat ouder maar als hij hier al eens binnenwaait is het absoluut nog steeds Boem Boem!”

Merel nam een slok van haar cola en vroeg:

“Hoe komen de Debruins zo rijk? Oud geld?”

Ester dacht even na en zei:

“Ja en nee.”

Ze dronk haar glas leeg en stak een hand op:

“Jij ook of hou je het bij cola?”

“Nee, een wijntje is prima.”

Toen de baardaap achter de tapkast naar Ester keek stak ze twee vingers op en hij knikte.

“De Debruins zijn al een paar generaties internationale handelaars in edelmetalen en edelstenen. Oud geld dus ja. Maar het is met senior dat het familiefortuin is ontploft. Een van de originele ontwikkelaars van het internet, zeg maar de uitvinders ervan is een Belg, een kennis van de familie. De originele bedoeling van het interweb zoals ze het eerst noemden was dat het een digitale connectie zou zijn tussen centra van kennis waardoor ze snel en gemakkelijk wetenschappelijke informatie zouden kunnen uitwisselen. Een soort digitaal spinnenweb tussen de computers op verschillende plaatsen. Papa Debruin is geen idioot en die zag onmiddellijk dat dit netwerk zich zou blijven uitbreiden tot dat de wetenschap waarvoor het eigenlijk bedoeld was maar een niche van de gebruikers zouden zijn, dat economie de hoofdmoot ervan zou uitmaken. De rest is geschiedenis. Hij is grootaandeelhouder bij Microsoft en Apple sinds hun oprichting en heeft sindsdien alleen maar stukken aan zijn verzameling toegevoegd. Ik wil niet weten hoe rijk papa Debruin is, echt niet.”

De baard bracht de glazen wijn in stilte en verdween ook weer zonder een woord te spreken.

“En papa Debruin vindt het niet erg dat zijn zoon niet in zijn voetsporen is getreden?”

“Papa en mama hebben maar één kind. Blijkbaar was dat alles wat de natuur hen gunde zoals senior wel eens zegt. Ze zullen het nooit hardop zeggen maar ze aanbidden de grond waarop Alex loopt. Ze hebben erover gewaakt dat hij niet zou opgroeien tot een rotverwende braller. Dat zat echter nooit in hem. Er zit een zekere ernst en een soort melancholie in Alex waardoor hij de wereld en het leven op een ernstige manier niet ernst neemt. Nog voor Alex aan de unief begon had senior zijn buik vol van het internationaal zakendoen en het rondreizen voor zaken. Hij heeft zijn zoon op het hart gedrukt dat hij iets moest gaan doen wat hij leuk vond. Iets waar hij voldoening in vond. Iets waarmee hij iedere dag de wereld net dat ietsje beter kan maken dan de dag daarvoor. Daarna heeft senior allesbehalve zijn aandelen van de hand gedaan en met pensioen gegaan.”

“En voor de chef…”

Ze herinnerde zich de woorden geen rangen of standen en verbeterde zich:

“En voor Alex werd dat dan de politie?”

“Ja, er is ook menselijke afval dat iemand moet opruimen. Alex heeft het verbijsterende vermogen om in het hoofd te kruipen van het grootste en gevaarlijkste menselijke afval. De serie misdadigers en hij is verdomme goed in wat hij doet.”

Sinds die middag brandde er een vraag op de lippen van Merel maar ze durfde hem nog niet te stellen. In plaats daarvan wees ze naar het podium:

“Paaldansen?”

Een kristalheldere lach weerklonk waarna Ester een geamuseerd antwoord gaf:

“Deze plaats is zo’n beetje de speeltuin voor de dames en heren met beroepen die in de spotlichten staan. Waardoor ze dus te allen tijde bekeken worden zelfs al zijn ze op restaurant. Hier kunnen ze wat stoom afblazen. Er worden hier miljoenendeals afgesloten tussen bedrijfsleiders die elkaar in het publiek rauw lusten. Er worden hier bestanden gesloten tussen politici en politieke partijen die anders in de pers geen gelegenheid voorbij laten gaan op elkaar in te hakken. Er zijn hier vredesbestanden gesloten, aan deze tafel, tussen rivaliserende motorbendes. Deze plek is ver verwijderd van de pers en van de meeste journalisten. De journalisten die uitgenodigd werden lid te worden weten wat goed voor hen is en houden hun mond over deze plek. Wat er hier gezegd wordt of gebeurd verlaat deze muren niet. Iedereen die een lidkaart krijgt wordt op een niet mis te verstane manier aan het verstand gebracht dat zijn of haar carrière voorbij is als er loslippig gedaan wordt over de Boem Boem. En omdat iedereen hier vrijelijk zijn gang kan gaan… wel laat ons zeggen dat het er hier soms down and dirty aan toe kan gaan zonder over bepaalde grenzen heen te gaan.”

Ester boog zich een beetje naar Merel toe en zei op een samenzweerders toontje met een vette knipoog:

“Anders moet je op zaterdag maar eens blijven hangen tot de vroege uurtjes. Gegarandeerd dat “you can leave your hat on” van Joe Cocker voorbij komt. Zie maar eens wie er dan op het podium springt…”

Ester nam haar glas en stak het uit richting Merel om te klinken. Toen hun glazen tegen elkaar tikten hoorde ze twee dingen. Aan de toon van de glazen te horen waren die van kristal. En ze hoorde de onderzoeksrechter op een niet verholen sexy manier zeggen:

“Welcome to the jungle baby…”

Opeens verscheen Dekeyser uit het niets aan de tafel:

“Ach de dames zijn er al.”

Klonk het opgewekt en hij liet zich zonder meer op de stoel zakken naast Ester en gaf haar een kus op de wang. Hij keek op zijn polshorloge en fronste zijn voorhoofd:

“Wel, moeten ze eerst braaf de patatjes van moeders opeten? Weten ze nu nog niet dat het leven van een hardwerkende patholoog een dorstig leven is?”

De baard kwam aanlopen. Op een dienblad had hij een ijsemmer met daarin een fles witte wijn, twee nieuwe wijnglazen en voor de dokter een groot glas blonde Leffe. Hij nam het glas aan, nam een grote slok, likte het schuim van zijn bovenlip en zette de toon voor zijn gemoed voor de rest van de avond:

“Hmmmm lekker, zo heb ik drie blondjes aan tafel.”

Hij keek Merel aan en leek haar even te bestuderen:

“Zo kind, vertel ons nu even waarom onze Alex jou heeft opgevist?”

“Wel professor…”

Hij hief zijn hand op en onderbrak haar:

“Hier noemen ze me Pierken.”

“Wel Pierken, als hij het mij verteld beloof ik u dat u de eerste zult zijn die ik bel.”

“Hmmmm, het zal niet voor je mooie blonde kopke en die blauwe kijkers zijn. Daar kijkt hij niet naar als hij iemand opvist. Het is voor wat er in je kopke zit. Welke studies heb je gedaan zei je?”

Het duurde niet lang voor het drietal in een geamuseerd gesprek waren verwikkeld over de zin en soms onzin van het studeren in Leuven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Sandro Romanov om 17:38 Reageer op dit bericht

Meer van schizofreen

↑ Terug naar de berichten