De uil zat in de olmen


liedjes van splietje en tekeningen van splietje
De uil zat in de olmen

Een lieve kleine kleuter

Jongens kom, ze zijn aan 't heien

Er schommelt een wiegje

Er schommelt een wiegje in 't bloeiende hout
een wiegje met bloemengordijntjes
dat hebben twee vogeltjes samen gebouwd
en zie eens hoe keurig en fijntjes
als 't windeke speelt
de looverkes streelt
dan schommelt het tedere wiegelijn mee,
als 'n scheepje op d'deinende zee
In 't schommelend wiegje is 't wonder geschied
uit d' eitjes zijn jongen geboren
nu zingt in verrukking het gaaike z'n lied
een liedeke zoet om te horen
hoe 't jubelt door 't hout
hoe 't schatert door 't woud
en moedertje dekt ze van het luist'ren niet moe
met koest'rende vleugeltjes toe
Hela gij bloempjes
Wind

Ik heb een mooi bloemenmand
Herder laat je schaapjes gaan
'k Moet dwalen

Groen is gras

Ik zou zo graag een ketting rijgen

Vinger in de hoed
Zitten, m'n Japie

Op de grote stille heide

Op de grote, stille heide
Bloeien bloempjes lief en teer
Pralend in de zonnestralen
Als een bloemhof heinde en veer
En, tevree met karig loon
Roept de herder: O, hoe schoon
Hoe schoon is mijn heide!
Hoe schoon is mijn heide, mijn heide!
Op de grote, stille heide
Rust het al bij maneschijn
Als de schaapjes en de bloemen
Vredig ingesluimerd zijn
En, terugziend op zijn pad
Juicht de herder: Welk een schat!
Hoe rijk is mijn heide!
Hoe rijk is mijn heide, mijn heide!
Toen opa eens uit de kamer was

De bulletjes van mijn buurman
Een veldmuis vond in 't beukenbos

Een aardig klein wit poesje

Maantje tuurt, maantje gluurt

Zieke beer
