In het maandblad Tribune van het ACOD, de socialistische vakbond voor het onderwijs en andere overheidsdiensten, staat een ingewikkelde bijdrage over de plannen om leerkrachten ‘gedifferentieerd’ te verlonen, volgens hun schoolopdracht of competenties. Waarom moet men een systeem veranderen dat al bij al redelijk functioneert? De loonsverhogingen volgens anciënniteit hebben het rechtvaardige in zich dat iedereen wel ouder wordt en bijgevolg meer zal verdienen. Het enige bezwaar is de relatief lage verloning van de jonge leerkrachten. Maar een loonstelsel ontwerpen dat verloont volgens prestatie, roept vragen op zoals: welke prestaties zal men gaan meten en zijn deze prestaties wel te meten? Bijvoorbeeld is het denkbaar die wie lesgeeft aan een moeilijke klas meer zou krijgen, maar wat is een moeilijke klas: kan je dat van tevoren vastleggen? Het nadeel van een verschillend loon is de naijver, de afgunst. Nu al wordt er met argusogen nagekeken wie van de collega’s het voordeligste uurrooster heeft gekregen, als daar dan nog voor de ene een hoger en voor de andere een lager loon bij komt, dan valt te vrezen dat er van de collegialiteit – die nu al niet zo fantastisch is - weinig overblijft. Willen de vernieuwers nu werkelijk van heel het leven een competitie maken, moeten wij in iedere situatie onze medemens zien als een rivaal, een concurrent?
In het maandblad Tribune van het ACOD, de socialistische vakbond voor het onderwijs en andere overheidsdiensten, staat een ingewikkelde bijdrage over de plannen om leerkrachten ‘gedifferentieerd’ te verlonen, volgens hun schoolopdracht of competenties. Waarom moet men een systeem veranderen dat al bij al redelijk functioneert? De loonsverhogingen volgens anciënniteit hebben het rechtvaardige in zich dat iedereen wel ouder wordt en bijgevolg meer zal verdienen. Het enige bezwaar is de relatief lage verloning van de jonge leerkrachten. Maar een loonstelsel ontwerpen dat verloont volgens prestatie, roept vragen op zoals: welke prestaties zal men gaan meten en zijn deze prestaties wel te meten? Bijvoorbeeld is het denkbaar die wie lesgeeft aan een moeilijke klas meer zou krijgen, maar wat is een moeilijke klas: kan je dat van tevoren vastleggen? Het nadeel van een verschillend loon is de naijver, de afgunst. Nu al wordt er met argusogen nagekeken wie van de collega’s het voordeligste uurrooster heeft gekregen, als daar dan nog voor de ene een hoger en voor de andere een lager loon bij komt, dan valt te vrezen dat er van de collegialiteit – die nu al niet zo fantastisch is - weinig overblijft. Willen de vernieuwers nu werkelijk van heel het leven een competitie maken, moeten wij in iedere situatie onze medemens zien als een rivaal, een concurrent?
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
shelter from the storm


uit Een stuk of wat
shelter from the storm
nu ik nog met jou dit huis bewoon
in mijn noodverband van zwijgen
nu in jou de etter nog dóórstroomt
die met piepschuim doornen
deze kop ooit kroont
nu jouw geduld de vlooien leest
van mijn verveling
nu jij het ritueel van warme wijn inluidt
dat de adders slapen doet
onder de hete steen van mijn huid
nu jouw vingers jouw vingers
mij vinden in mijn verloren zijn
nu nog kort nog
waak over mij
waak over mij
met je zondonzen buikrand
waak over mij
weldra zal ik uitbreken
wegvloeien
weeïg vliezig in het zand
game over.
In De Morgen van zaterdag noemt Noël Slangen, de spin doctor van de VLD, de pogingen om gewelddadige computergames te verbieden een uiting van ‘massahysterie’. Hij verwijst naar de tijd toen de kinderen met cowboys en indiaantjes speelden. We zouden er de westerns en oorlogsfilms uit de jaren vijftig en zestig kunnen aan toevoegen.
Wat is het verschil: in onze fantasie gingen de gevechten in die tijd om een strijd tussen goed en kwaad, hoe naïef en pertinent vals die voorstellingen ook waren.
De laatste decennia is het geweld in films en, recenter, in games gratuit. Het gebeurt omdat het leuk is iemand in elkaar te timmeren of overhoop te schieten.
Slangen schrijft deze nogal duistere zin: ‘Door de gewenning aan bepaalde beelden schuift de norm op zonder dat de gevoelsintensiteit toeneemt.’ Wat hij met het zinsdeel na ‘zonder’ bedoelt is mij niet duidelijk, het eerste deel van zijn zin echter wel.
Het kan best dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat de voortdurende blootstelling aan gratuit geweld slechts in een beperkt aantal gevallen leidt tot imitatiegedrag of normvervaging. Maar pas dit in analogie toe op cannabis: dit wordt aan minderjarigen verboden onder meer omdat het in een beperkt aantal gevallen verslaving veroorzaakt.
Mocht men alleen die fenomenen verbieden die een epidemie kunnen teweeg brengen, dan moet men ongeveer alles toelaten. Naar mijn aanvoelen is één aanslag in een school al meer dan genoeg. Zou Slangen ook zo’n pleidooi houden mocht het gaan om expliciete porno: is deze tolerantie tegenover extreem en ongemotiveerd geweld de compensatie voor een falend libido of een uiting van bindingsangst en van een onvermogen tot empathie?
nog wat Konrád

nog wat aforismen van Konrád (uit Tuinfeest, uitgegeven bij van Gennep)11.
Een zwerver is ook een zwerver in zijn eigen bed.
12.
Hij is de sterkste, die ook alleen kan zijn, die in mindere mate afhankelijk is van de ander dan de ander van hem.
13.
Als ik wil weten wat voor mensen mijn tijdgenoten zijn, kan ik het beste naar mijzelf kijken.
14.
De macht van de kunst is gelegen in haar vermogen te verleiden.
15.
Literatuur is pas literatuur als de auteur de tekst ook niet helemaal begrijpt.


journey of a magus
- under your pose there is much more pose. larry lapinsky –
misschien omdat ik bidden wou
heb ik uit stollende golven van vrouw
om de holte van de goden uw beeld gemaakt
uw priester ben ik
uw tempel uw offerdier
aanhoor mij bewoon mij versnijd mij
tot mest voor het koren
waar gij des zomers door wandelen zult
misschien omdat ik bidden wou
afsmeken als een genade het spreken
dat opwekt uit het overvolle gebrek
ben ik in uw welvende land
de bevrager van ster en wichelaar
hervind mij hervind mij
ik ben de echo van het vallen uwer schaduw
ik weerspiegel uw adem in scherven van geur
wellicht omdat ik bidden wou
met een naam een god betrappen
die bouwt aan een openbaring
ben ik treurend om uw onbestaan
treurend u voorbijgegaan
Droompje.
Je partner was niet thuis en waar was die thuis dan wel: zonovergoten, ergens in de natuur, zeker niet hier. Plots staat een naakt meisje in de achterdeur. Je tilt haar op, ze is verrassend slank en licht, haar billen geven sponzig mee. Je merkt onder haar rechterborst een dot zwarte haren. Ze fluistert de naam van een haarziekte: je kan de dot met plukjes tegelijk uit rukken. Uit de haarwondjes komen ontelbare fijne witte maden gekropen, een witte krioelende vlek. Met je vlakke hand sla je ze weg zoals men een jas afstoft. Je schiet wakker met de levensechte herinnering aan haar billen en in je mond een smaak om van te kotsen.
Dewinter en co
In Morgen Beter van vrijdagavond heeft Bart Brinckman van De Standaard iets heel treffends gezegd: ‘mijnheer Dewinter, wij konden hier net zo goed niet zitten. U ratelt maar door en antwoordt niet op onze vragen.’
‘Wij’ dat waren vier kritische journalisten: Brinckman, Yves Desmet en het vaste duo Cools en Pauwels.
Konrád
Berettyóújfalu-Boedapest
vind niet te gauw dat hij
monkelend aanvaardt: de jongens
en meisjes van zijn klas
opgestookt in Polen
je volgt de rondgang
van zijn woorden, de tuin
met grafsteentafel, de bergen
rondom, de stad die hij
kent als doolhof en huis
bij slivovitsj en tokayer
beschouwt hij het plein
de bloedplassen decennia
na de tanks, de duiven
vandaag gevoederd
door oude vrouwtjes
namen zijn lichamen
opgedreven naar een kade
verdwenen tussen het ijs
dat kruide in de Donau
vind niet zo gauw dat hij
argeloos de uien pelt, het rode
vlees aansnijdt en mijmert
als een pijprokende opa
loop even mee, over
de plaveien van Boedapest
leg je vinger in de wonden
van de gevels, kom terug
naar het dorp waar hij
op sjabbes de vaders zag
de zonen met krullen en keppel
door het steegje langs
zijn vaders ijzerwinkel
terwijl hij op mussen
schoot, verwonderd
dat je kan missen
aforismen van Konrád
1.
Mijn levensopvatting is besloten in mijn daden, staat geschreven op mijn gelaat.
2.
Het nageslacht heeft geen belangstelling voor de doden, hoogstens voor een paar anekdotes.
3.
Elk moment heeft een veel grotere waarde dan de sporen die het achterlaat.
4.
Ik ben verantwoordelijk, zowel voor mijn zwijgen als voor mijn spreken.
5.
Het is goed dat metafysische perspectieven aardse vindplaatsen hebben.
6.
Als we iemands leven betreden, zouden we dat even omzichtig moeten doen als we de slaapkamer van de kinderen verlaten.
7.
Ik radbraak een paar talen, alleen mijn Hongaars is behoorlijk.
8.
Je steekt je hoofd steeds weer uit een ander raam en elke keer met een ander masker voor.
9.
Als men zich niet ergert aan wat je schrijft, heeft je werk geen betekenis.
10.
Je bent niet wat je wilt zijn, maar wat je kunt opbrengen te zijn.
558.
Wie zich vergist van tegenstander, verliest al bij voorbaat.
559.
We zijn een volk van mopperkonten en als een chef ons vraagt hoe het gaat, zeggen we: prima, met mij gaat het opperbest. Het doet denken aan een jeugdherinnering van LP Boon. Die zat naast zijn grootvader op de stoep en de pastoor kwam langs. De grootvader nam zijn pet af en riep: ‘dag, mijnheer pastoor’.
En toen de zwartrok zich verwijderd had: ‘val dood, klootzak.’film op tv
Zap op een willekeurige avond van zender naar zender: hoeveel films kom je tegen die niet afkomstig zijn uit de USA? Hoe vaak heb je al geschreven dat Europa en andere werelddelen cultureel worden gekoloniseerd en dat de meeste media, de tv-zenders in het bijzonder, kruiperige collaborateurs zijn bij dit kolonisatieproces? Jaarlijks worden honderden boeiende films gedraaid in alle continenten, die onze bevolking de kans zouden kunnen bieden om met andere culturen kennis te maken. Doch neen, onze Vlaamse en Europese zenders kiezen voor de gemakkelijkste en misschien goedkoopste oplossing: zij blijven klant bij de filmstudio’s van Hollywood, bij de producenten van de wansmaak en van de oppervlakkige sensatie.
vrouwelijk


vrouwelijk
waarom kleur je woorden in
met tepel en bil, een vermoeden
van vrouw buiten de lijnen
van een gedicht
weet je, woorden zijn vrouwelijk
nooit mooier dan ave en magnificat
het bezoek van een engel en stilte
na zijn verdwijnen
snij wat rode lippen uit
die proeven van een aardbei
vergeet de keel die twijfelt
zich verslikt, het middenrif
dat dreigt te scheuren
woorden zijn zoals vrouwen
een reisfolder en wie slaapt
in naast het rammelen
van een lift, de stortvloed
en gorgelen in een buis
neem nooit meer aan
dan je toekomt, een lispelen
geur van fruitschil en oude
wijnen in hun kelder
flessen die ooit worden
open gedaan, nu nog niet
een vinger van licht gaat
over het stof, een naam
wordt gepreveld, men kijkt
elkander aan en glimlacht
alsof men al gedronken heeft
karma


karma
zo troosten de eeuwen door
wat rituelen: siddharta,
wie nooit op aarde woonde
die duizelt tuimelt uit de wolken
wie zegt het zalige daalt
als een gouden regen
vergeet uit zandige pijn
de geperste roos
de leer is in het leven
wij scharten in paring en dans
over de ruiten van de hemel
en geen oppassend baasje
geen engel die ons binnenlaat
sjamaan sjacheraar met woorden
de leer is het leven
de verlichting van het verzaken
kan enkel aan bezit
wie de laatste leegte wil omhelzen
moet vervuld zijn tot de rand
Men kan zich afvragen waarom deze jongen zo fors ingaat tegen de dopinghysterie. Naar mijn mening is het volk geestesziek wanneer het zich alleen nog kan opwinden over een probleem als de doping (en er zijn er nog dwazere zoals de prestaties van de Rode Duivels of van Kim Clijsters). Verontwaarding heeft met waarden te maken: welke waarden staan vooraan op het lijstje van onze prioriteiten? Wie schuimvlokken van woede op de lippen krijgt vanwege een zich doperende wielrenner, houdt geen schuim meer over om essentiële schandalen aan te klagen. Wie van de dopingdominees ligt wakker van Afrika, van de kansarmoede in eigen land? Stel je voor dat een fractie van de mediahypes die nu aan de doping worden verspild, zouden gaan naar de strijd voor een veiliger en meer rechtvaardige wereld. Onze politici zouden zich in het nauw gedreven voelen en wel verplicht zijn om dringende maatregelen te treffen. Dan zou de kans bestaan dat de beschaving een pas vooruit maakt. Doping is een drug, niet alleen voor de gebruikers, maar net zo goed voor de consumenten van het mediacircus: de blik wordt vernauwd en alle emoties worden als in een hypnose gericht op dat ene onderwerp – de wezenlijke uitdagingen van onze tijd loopt men onverschillig of moedeloos voorbij
Bertje goes to battle.
Scoutsleider Bert Anciaux wil van Vlaanderen een modelstaat maken inzake dopingbestrijding. Hij denkt aan spijtoptanten en al de moderne opsporingstechnieken. Wellicht gaat hij in de leer bij het Amerikaanse gerechtsapparaat waar zij ervaring hebben in het vogelvrij verklaren van hun eigen burgers. Een kliklijn mag zeker niet ontbreken: verklikken wordt stilaan de opperste nationale deugd, de DDR is alive and kicking made in Flanders.
Een paar bedenkingen.
Ten eerste: zowat twee jaren geleden werd de voetballer Tony Herreman toen spelend voor Charleroi voor drie maanden geschorst wegens te veel cafeïne in zijn body. Voor zover ik weet is cafeïne intussen van de dopinglijst gehaald, maar dit heeft alleszins niet geleid tot enig eerherstel voor de betrokkene. Bovendien: in hoeveel competitieve beroepen bleef men toen (en nu nog altijd ) aan de slag dankzij zwarte koffie; zijn er ooit controles geweest bij politici wanneer die wat ouwere mannetjes en has-been beauties nachtenlang zaten te vergaderen?
Ten tweede: ik heb als student zelf tweemal doping gebruikt, eenmaal op doktersvoorschrift en een andere keer via een student dierengeneeskunde die ‘het spul’ toegeschoven kreeg op medicamentenbeurzen. Zijn er ooit controles geweest bij de studenten, in het bijzonder tijdens de examenperiodes?
Ten derde: iedereen weet dat fotomodellen slikken, snuiven en spuiten om extra slank te blijven. Gebeuren er in dat milieu systematische controles en in ‘the scene’ van popvedetten?
Ik blijf uitgaan van het gelijkheidsbeginsel in onze grondwet en in de Universele Verklaring over de Rechten van de Mens. Aan één bepaalde beroepscategorie normen opleggen kan pas wanneer die normen ook gelden voor gelijkaardige burgers: topsport is een competitief beroep; de politiek, de zakenwereld, de amusementsindustrie zijn dat ook. En gezien de waarde van een diploma op de arbeidsmarkt geldt deze redenering net zo goed voor studenten.
Kortom, zolang dit beginsel niet wordt gerespecteerd, zijn voor dappere Akela Anciaux en soortgenoten drie woorden van toepassing: willekeur, machtsmisbruik en hypocrisie.
Anders gezegd: kan er over doping nog geschreven worden met enige wetenschappelijke afstandelijkheid, met zin voor verhoudingen en met de noodzakelijke zelfkritiek?Nu ontstaat het beeld van de zuiveren versus de corrupten: de zuiveren zijn de dopingdominees à la Michel Wuyts, en bij uitbreiding wij brave burgers allemaal; de corrupten zijn de beroepssporters en de primussen onder de verdorvenen zijn de wielrenners.
Hoe vaak heeft Het Laatste Nieuws al geschreven over de slachtpartijen in Oost-Congo, over de schande van Darfour: aan je prioriteiten herken je de waarde van je moraal.
gedichtendag


gedichtendag 2007
beverig staan hun woorden
als reizigers in een bushokje
te kleumen in de krant
stuif ze niet voorbij
in je coupé of SUV
de dichters hebben hun dag
zoals melaatsen en blinden
zoals een vrouw die tegen
een deur aanloopt en dapper
lacht uit de diepste blauwe ogen
hun woorden slaan de armen
uit, de bus heeft weer vertraging
blijft er een zitje voor ze vrij
een zijwaarts troontje, voorbehouden
aan wie anders valide is, de zwangere
poedels, geschopte moeders van de taal
cultuur op school
how does


how does that spell
deze piëta
zijn naakte dijen op haar schoot
en haar schoot
een open gordijn
deze tombe
een holte in de tijd
en balsem van ontkomen
aan huid en aarde
deze slaap
door veel te korte dromen
en dan vis uit golvende moeder
verrezen verweesd
regensneeuw
meestal weet je het niet
vallen je woorden
door de mand
voor de eenoog van je raam
valt nu een regensneeuw
als razenden slaan de witte
kogels in de grond
blijft een tuin met een pokdalige
huid, een blubber op het voetpad
die onder je zolen slurpt zoals
een zeug van haar trog
blijft wat gauw weer over is
de herinnering aan een
harlekijn die tuimelde
uit zijn draden
meestal weet hij het niet
vullen zijn woorden een korf
die aan een touw boven
de stalvloer hangt, tot
een ondernemende rat over
de dakspanten sluipt, het touw
doorknaagt en het feestmaal
begint – hoe meer je
aan ideeën vergaart
hoe minder je overhoudtTuinfeest
Tuinfeest is uit, het epos van György Konrád. Verwantschap en bevreemding: hoe vaak moet je zinnen aanstrepen die haarscherp formuleren wat je zelf hebt gedacht maar nooit zo helder onder woorden kon brengen. En verbazing om Konrad en andere grote joodse kunstenaars die de Endlösung hebben overleefd en blijven of bleven herhalen in hun werk. Hoe valt zo’n man in slaap die in de loop van een pistool heeft gekeken, die een oom voor zijn voeten zag neervallen met een kogelgat in zijn hoofd? Iemand die achteraf moest vaststellen dat er van de 200 schoolmakkers slechts zeven overbleven. Iemand die de dagelijkse taferelen heeft gezien in Boedapest van joodse mannen, vrouwen en jongeren die naar de Donaukade werden opgedreven en daar met een nekschot afgemaakt. Niet door Duitsers, wel door volks- en dorpsgenoten, door Pijlkruisers, de Hongaarse fascisten. Dit alles in één enkel jaar: honderdduizenden Hongaarse joden die werden afgevoerd naar de gaskamers of stierven op straat. En zovele die de kans hadden te vluchten en dit niet deden: gehoorzaamheid is de meest verfoeilijke deugd. Wie opvoedt tot gehoorzaamheid, bereidt kinderen erop voor om dader of slachtoffer te worden. Leer kinderen neen te zeggen en geef het voorbeeld: zeg zelf luid en duidelijk neen tegen de dwazen, de massamoordenaars die de titel dragen van president, maarschalk of generaal. Haal die blikken bordjes van de muren, de protserige namen die straten en pleinen onteren met hun geschiedenis. Eis een Gandhistraat, een Jaurèsplein, een Frederik van Eeden- en Sigmund Freudlaan: eer de mannen en vrouwen die ijverden voor het voorkomen van een oorlog, niet de schurken die hem zogezegd wonnen.

