Naar de inhoud

boek onder lava

verzwegen berichten
seniorennet.beseniorennet.be

man/vrouw van het jaar

Wie heeft zo’n geheugen dat hij/zij kan zeggen: dit was de man/vrouw van het jaar?

Wat weeg je af: het grootste lijden, de meest intense lust? Verkies je de vluchtelingen van Darfoer boven de even naamloze uiteengereten lichamen in de Gazastrook, in en rondom Bagdad? Denk je eerst aan de hoertjes van Ipswich, de maanbleke zwartwerkers van de voortvluchtige lust, aan de kindhoertjes in Kenia en Bangkok waar we zelf misschien heen zouden gaan mocht viagra niet zo omslachtig zijn. Hoe ijdel moet je zijn om je naam te plaatsen bij een naamloze, bij een befaamde of gevreesde, vraagt men aan de zee: wat was de golfslag van het jaar?
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 09:33 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

demonen

demonen

 

noem ze maar,  spreek ze aan

noem je demonen bij hun naam:

het eerste glas, de laatste nimf

de blauwe en de zwarte engel die

gestadig wisselen van plaats

 

vergeet de goden niet die slapen

in je schaduw, de hogere die hun

onderkomen vonden in de gaten

van de hemel, de jonge die dansen

om de kring van je leeslamp,

de slapeloze die sluipen door de

regen, hoor ze duizelen tegen je raam

 

noem ze bij hun verboden naam

laat ze sluimeren in je zetel, schrijven

met je kroontjespen, zwierige tekens

die rijmen op nacht en nevel,  resoneren

in de droom van een dier dat snikt

 

noem ze, hou ze lenig als een naam

eer ze langzaam met water en

blaadjes, met geborrel alsof

een dwaalgast al is aangekomen

en gorgelt vóór het spreken

noem hem, heet haar welkom

laat hen wonen in een naam

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 08:57 Reageer op dit bericht

morgen en mist

morgen en mist

 

nevel, nog week en wazig, een woord

zonder kracht en toch: hij kleeft

als een schimmel aan je ogen, zijn

kille poten zoeken in je vlees

 

je verstuift wat bladeren, zand hangt

aan je zolen als een herinnering

er is het zwijgen, een bange vogel

een ritseling die wil samen zijn

 

de bomen dragen hun koude zweet

lijken zwarter dan hun voorbije

schaduw, een tak breekt als een

bot, een keten in een kerker

 

denk er de honger bij, het deksel

dat niet meer wordt opgelicht,

de stappen steeds holler daarboven

 

nevel en de wereld verwijdert zich

je loopt alleen met een schijn

van leegte, weet dat nu bloedwarme

wezens beluisteren hoe de bladeren

schuiven aan je voet, het zand dat

grijpt nog als een dode hand

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 00:00 Reageer op dit bericht

to a White Ladies’ man…

- … known as Marcus Cumberlege –

 

I went through your fine manifesto

and we were walking on the

pavements of Bruges, those blurred

 

eyes of mine ‘like a long legged fly

upon the water’ dancing about

a long legged dame , you smiling

 

almost like Amida, one  who

has seen it before and knows

how smiles return with their tide

 

things had to be done, the small

ones, people were to be answered

neighbours and strangers and

who could tell the difference

 

we crossed our bridge of silence

when swans of memory came

swimming by and beyond the shore

of language lived some unknown

beauty waiting to awake

 

your manifesto says: don’t take

the serious too seriously, listen

how the pavement shouts hello

to faces that are about to fly


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 15:38 Reageer op dit bericht

voldaan

voldaan

 

voldoening als het is volbracht

het schokken van haar lichaam

zoals een gehangene naschokt

stil hangt nog alleen bewogen

door een felle luchtverplaatsing

 

de geluiden uit neus en mond

méér wil je niet horen dan deze

goedkeuring van je bestaan

 

vaardig ben je geweest met

onbeholpen delen: hoe bot

zijn vingers als men naar

het schone grijpt, het weefsel

van glans dat een huid bekleedt

en er niet is dan in de blik

 

voldaan schuift adem in

adem alsof de teksten

van twee striphelden

worden ingeruild en luister

maar wat zij verzwijgt nu

met jouw stem, de klankloze

 

haar lichaam ligt weer als

een veld en de zaaier loopt

met zijn ogen over de voren

ziet de halmen al, hoort de

leeuwerik boven het ruisen
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door staf de wilde om 14:03 Reageer op dit bericht

holebi's en Bodifée

homo's, albino's en Gerard Bodifée (zie De Standaard  en Canvas in de voorbije dagen)
 
Deze week wordt alweer gedebatteerd over het al dan niet 'normaal' zijn van homoseksualiteit naar aanleiding van de mijns inziens terecht toegekende homofobieprijs aan het orakel Gerard Bodifée. In De Standaard  van donderdag 21 december voerde ene filosoof genoemde Jan Klüssendorf  een typisch  neodarwinistisch discours op:  waarde wordt volgens hem uiteindelijk bepaald door genetische nuttigheid en homoseksualiteit is genetisch niet nuttig en moet daarom als een 'afwijking in de neutrale wetenschappelijke betekenis van die term' worden beschouwd.
Laten we dit toepassen op de kunst. Oscar Wilde schreef het al: 'The artist is the creator of beautiful things. All art is quite useless.' Welk genetisch voordeel heeft men aan het schrijven van poëzie, moet architectuur méér doen dan ons beschutten tegen vocht en kou of overdadige zon? Poëzie en esthetisch verantwoorde architectuur zijn dus 'een afwijking in de wetenschappelijke zin'.
Kunnen we in onze beschaving niet een heel rijtje van activiteiten of waarden opsommen die geen enkel genetisch voordeel opleveren?
 
Wat Gerard Bodifée betreft: vergelijk zijn aanwezigheid in de media met die van Rik Torfs. Die wordt steevast opgevoerd met het epitheton 'kerkjurist' zoals Jef Vermassen met de titel 'strafpleiter'. Dat is tenminste duidelijk: Bodifée in om het even welk debat opvoeren met 'wetenschapper' achter zijn naam wekt de indruk dat hij ter zake bevoegd is en hij is zeker geen antropoloog en nog minder een seksuoloog.
Naar mijn mening zou het beter zijn over homoseksualiteit te spreken  met de term 'variant'; wat Klüssendorf voorstelt: 'afwijking in de neutrale wetenschappelijke zin' vraagt altijd om verduidelijking en meestal onthoudt men alleen het eerste woord.
Waaraan ik denk als ik dit debat volg (en ik ben maar een dichter), zijn mijn leerlingen van het secundair onderwijs: het is zo al moeilijk genoeg voor een puber of adolescent om tot de vaststelling te moeten komen dat men 'anders' is, wanneer dan nog de opvatting wordt verspreid dat men 'afwijkt van de norm' dan wordt de zelfaanvaarding nog meer belast. Hebben de debaters al even gedacht aan al de pesterijen waaraan jonge holebi's zijn blootgesteld? Wat voor zin heeft het dat onze minister van welzijn campagnes op touw zet om depressies en zelfdodingen bij jongeren te voorkomen wanneer een uiterst gevoelig deel van de jeugd verder wordt gestigmatiseerd? Ook een zogenaamde 'wetenschapper' heeft een maatschappelijke en pedagogische verantwoordelijkheid.
 
 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 10:03 Reageer op dit bericht

Saeftinghe

Saeftinghe

 

de klok in de toren nog

schuin in haar schommeling

het slib over het dorp

 

je waadt door de kreken

zoekt naar asters op de

schorren, verliest een schoen

wanneer opeens de vloed

door de slikken spoelt

 

je hoort de toren onder

de zuigende muil, de klok

die schommelen zal droom

na droom en jij op zoek

 

alsof een gezicht verdween

uit een spiegel, je ziet het

blanke been, de kaken

gesperd: hoe lagen ze

 

toen de golven kwamen

de klok in de toren

klepte als een vogel

in een slagnet, welk geluid

maakt een dorp onder

je slorpende stap

 

welk geluid uit een huis

onder asfalt, van een speelplein

onder een snelweg, naar welke

stem keer je terug en elke stap

een echo, elke lettergreep

 

wat een gelui

wat voor geluid


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 13:23 Reageer op dit bericht

Singhet ende weset vro

 

‘De harmoniums dreunden onder het biologielokaal,’ schrijf je in een reactie op een artikel in De Standaard. Daarin wordt een muziekspektakel besproken gebaseerd op een boekje dat jij ergens bewaart naast je oude blokfluit.

Zowel op de vrt als in deze ‘kwaliteitskrant’ wordt het gedramatiseerde recital aangekondigd als een ode aan de samenzang, vrolijk en onbekommerd.

Voor jou staat deze verzameling Vlaamse liedjes symbool voor zeven jaren Bisschoppelijke Normaalschool in Sint-Niklaas. Dat was in de ‘golden sixties’, de era van verruiming van de geesten toen  in Parijs op de muren werd  gespoten: ‘de verbeelding aan de macht’ en ‘verboden te verbieden’.

De Normaalschool was precies het tegendeel, zij leverde een degelijke intellectuele vorming en tegelijk een dressuur in de ultramontaanse bekrompenheid. De samensteller van het liedboekje, Ignace de Sutter, was er een merkwaardig buitenbeentje. Hij kwebbelde en kwijlde, de leerlingen op de eerste rij kwamen nooit droog achter hun oren de klas uit, droog in hun gezicht evenmin. Het ging  over zijn vrienden van boven de Moerdijk, Jan Wit, een dominee en dichter van kerkliederen met wie de Sutter dacht een oecumenische voorhoede te vormen. Vriendschap met een ‘ketter’ beschouwde hij als een roekeloos avontuur en over zijn ontmoetingen met Jan Wit en Guillaume van der Graft en anderen vertelde hij alsof het ging om een vervolgverhaal van Winnetou en Old Shatterhand. Op het einde van het jaar hadden we amper vier kantjes vol gekrabbeld in ons kleine notitieboekje, meestal zaten we welwillend te luisteren en lachten, schaterden soms. Dan haalde hij een immense witte zakdoek uit zijn wijde mouw en veegde zijn afhangende onderlip af met een gebaar alsof hij heel de wereld wou zegenen. Hij leerde ons samen zingen en blokfluit spelen. We mochten zelfs een hitparade samenstellen: ‘Zingt Jubilate voor de Heer, vogels en vissen, licht en water’ plaatsten wij op nummer één.

Eén keer legde hij een langspeler op:  een enkele beweging uit Mozarts Kleine Nachtmuziek, en één keer dook de superintelligente priesterleraar godsdienst op om een recital tenorblokfluiten ten beste te geven met de Sutter als begeleider op de piano: Corelli, de zonen van Bach. Jij keek rond en zag de open mond van je vrienden, je zag de glans van de honger die eindelijk iets kreeg voorgeschoteld waar we zolang op hadden gewacht.

Zingen deden we in de maandelijkse mis en de internen iedere morgen in de viering van zeven uur. Eén keer was jij daar misdienaar en één keer gebeds- en zangleider. Je ziet nog altijd de blonde atletische voetballer van Nevele die aan de overkant van het altaar met de belletjes zwaait en je weet niet  of dat een teken is om te knielen of om  op te staan, je ziet het gezicht van de celebrant, onze zeer eerwaarde heer directeur, aan wie je vraagt – wijzend op de kannetjes met wijn en water -: ‘ik zal deze ook maar meenemen, zeker?’ De priester staat met de armen wijd geheven en wil aan het Sanctus of een ander lofgebed beginnen, hij kijkt alsof er plots een naakte heidense priesteres voor hem staat. Je ziet de kapel van op de kansel, de subregent Napoleon met zijn rode biet van een kop: zelfs die geheime agent van recht en orde kan zijn proesten niet voor zich houden wanneer jij alweer  een liedje opgeeft dat reeds gezongen is.

 

Dat was de Normaalschool: een dril vergelijkbaar met een kazerne waar ‘elitetroepen’ worden opgeleid, de negatie van openheid, ruimte voor creativiteit en eigen persoonlijkheid. In de grote hal onderaan de trap hing een gigantische collage: ‘de Normaalschool zendt zijn zonen uit’. Het was een wereldkaart met de namen van afgestudeerden die door een papieren navelstreng werden verbonden met een land ‘in de missies’. De oudste broer van je vriend Raoul stond daar eerst ook bij, later niet meer toen deze priesterarbeider al te duidelijk de linkse kant opging en koos voor zijn eigen versie van de bevrijdingstheologie door met een Boliviaanse te trouwen.

Na je tweede kandidatuur Germaanse ging je op een vrijdagnamiddag je jongste broer ophalen die daar toen in het eerste en voor hem laatste jaar zat. Je moest je aanmelden bij het secretariaat waar de bonenstaak van een subregent, Van Impe , lid van de katholieke filmliga die zo graag uitpakte met al de blote borsten die hij weer eens had moeten bekijken, bijna achterover viel toen hij je studieresultaten hoorde: ‘zie je wel, we hadden er nog meer moeten achter zitten.’

Je dacht aan al de keren dat hij in de studiezaal achter je kwam staan en het onkruid in je nek probeerde te wieden omdat je weer niet stil kon blijven, aan al de speelplaats- en refter-

reglementen die je had moeten overschrijven, aan die ene keer dat je had geweigerd en voor straf op woensdagnamiddag moest achterblijven en mee op wandel met de internen alsof dat een straf betekende: je zag  de volkstuintjes en dreven rondom Sint-Niklaas die je anders wellicht nooit had gezien.

‘Het is vandaag niet gemakkelijk om leraar Nederlands te zijn,’ ging Van Impe verder, ‘behalve als je Paul de Wispelaere heet, natuurlijk, en er iedere keer sperma uit je pen komt…’

Het beeld springt over naar een van je lievelingsleraars, de priestergodsdienstleraar van Hecke, die in het derde jaar tijdens de ‘goede week’ een petieterig boekje mee bracht waarin volgens hem de wetenschappelijke beschrijving stond van het lijden van ons heer. Hij las voor hoe de doornenkroon met een stok in Jezus’ voorhoofd werd geslagen en plots keek hij ons een voor een aan: ‘en zeggen dat wij voor een paar seconden van genot opnieuw met die stok op die doornen slaan en onze lieve heer zo’n pijn doen…’

Je ziet nog altijd al die zwijgende gezichten van veertienjarige jongens, sommige blozend, andere met een sfinxachtige glimlach, allemaal grondig vertrouwd met de stok. Op wie zijn deze woorden afgeketst zoals alle morele oordelen afketsten op gepantserde geesten, bij wie hebben ze een kras op de ziel nagelaten die nooit genas?

 

Wat de Normaalschool teweeg kon brengen heb je vorig jaar vastgesteld toen je na ongeveer 35 jaar je vroegere mentor nog eens opzocht in Antwerpen, de voorbeeldige onderwijzer in het blo: ooit was deze drie jaar oudere man jouw goeroe en nu hoorde je een benepen buur van ‘nieuwe Belgen’ die geen kranten meer las, geen boeken en op je kritische opmerkingen reageerde met: ‘gij kunt dus geen gezag aanvaarden…’

Daar ging het om in de jaren zestig in onze school die rondom een vierkantige speelplaats stond als een hoge gevangenis: volgzaam, braaf en gehoorzaam zijn. Van de wereld niet meer weten dan nodig om op zondag de gelovigen te leiden bij hun samenzang. In het laatste jaar vroeg onze leraar Nederlands een paar namen te noemen van ministers: welgeteld één van ons kon twee namen opsommen, de anderen zaten onder hun bank van schaamte.

 

Zo kom je terug bij Ignace de Sutter, bij een scène die je verwonderde én schokte. Uit de kweekschool van Torhout was een Vlaamsgezinde interne overgekomen die op een dag de muziekklas binnen kwam met een geelzwarte leeuwensticker op zijn boekentas: ‘ik ben Vlaming en daar ben ik fier op’ – iets van die strekking. De Sutter had het eerst niet in de gaten en stond zijn gewone nummertje  te kwijlen, opeens hield hij op, stormde  langs jou heen naar de Torhoutse inwijkeling en schopte zijn boekentas in de richting van de deur, bleef briesen, speeksel spuwen en schoppen tot de jongen met al zijn hebben en houden buiten was. Hoe kon dit nu: een priester en componist wiens mooiste lied op de IJzerbedevaart en tijdens het Zangfeest in het Antwerpse sportpaleis werd  uitgegalmd door duizenden flaminganten?

Je hoort in je hoofd de volmaakte eerste strofe van zijn vriend Anton van Wilderode, alom bekend als voortreffelijk en hooggestemd dichter, minder geweten is dat deze ‘schone ziel’ jarenlang de broederband met het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime bepleitte: ‘lied van mijn land ik zal u altijd horen uit alle dalen der herinnering…’

Het voorval gebeurde in exact hetzelfde jaar dat Vlaamse studenten betoogden voor ‘Leuven Vlaams’? Je kijkt opnieuw op  tegen die benige zenuwpees van een Van Impe, we bevinden ons op de speelplaats naast de rij paardenkastanjes. Een aantal leerlingen zijn door de achterpoort verdwenen, er is een demonstratie in de stad. ‘Hou dat crapuul tegen,’ schreeuwde onze opzichter, maar wie moest het doen als hij het zelf niet deed? Jij bleef waar je was, betogen lag  nog niet in je aard, dat zou je later wel inhalen, zoals je zoveel zou moeten inhalen. Gelukkig voor hen waren de ontsnapten  zo talrijk dat een sanctie niet uitvoerbaar bleek. Van je goeroe, die toen reeds les gaf in de aanpalende modelschool, hoorde jij dat in hun lerarenkamer een intense discussie woedde tussen voor- en tegenstanders van de Belgische bisschoppen die zich tegen de splitsing van de Leuvens universiteit hadden verzet. In een herderlijk schrijven dat in heel Vlaanderen van op de preekstoel werd voorgelezen als een ordonnantie. Onder de collega’s van je goeroe voerde een zekere Bombeke het hoogste woord: hij werd vijftien jaren later een van de kopstukken van de lokale Vlaams Blokafdeling.

 

Die modelschool werd geleid door een pioenrode dwerg, hij schold je uit omdat je tijdens het gebed vóór je proefles godsdienst stond te bidden met de benen enigszins gespreid: ‘moeten de kinderen  (uitsluitend jongens) daaraan een voorbeeld nemen?’ Op het einde van de week stond jij je goeroe op te wachten, hij bleef onvindbaar. Je ging kijken op de kleinere speelplaats van  de immerblozende  kobold. Zijn nieuwste leerkracht was de plavuizen aan het vegen zoals rekruten bij het leger de wc-potten moeten ontsmetten. In die tijd was hij nog zo zelfbewust dat hij na één jaar ander werk zocht en vond. Onderdanigheid, het woord

onder-wijzer had daar volgens de doctrine en methodiek van de kweekschool alles mee te maken: we werden verondersteld een wegwijzer te worden onder de grotere vinger van Rome.

Maar je moet ze zoveel nageven: de lessen scherpten je geest aan op een vertraagde, wat sluimerende manier zoals ertsen verdichten in  de geheime lagen van de aarde. Ironisch genoeg was het juist dankzij de briljante cursus van de doctor in de exegese van wie je in de laatste twee jaren godsdienst en psychologie en sociologie kreeg, dat je geleidelijk aan weg groeide van de kerk en haar bedienaren, en later van het geloof. De enige lessen waarin het tot een voorzichtige gedachtewisseling kon komen, werden gegeven door priesters: pedagogie, methodiek en godsdienst. Jij voerde steeds het woord en vaak zag je het celibataire hoofd goedgunstig knikken omdat je een klasgenoot had afgetroefd met orthodoxe spitsvondigheden.

Kortom, je ervaringen met deze burcht van katholieke kleinburgerlijkheid leveren een dubbel inzicht op: de creatieve en kritische geest gaat uiteindelijk toch zijn eigen gang, maar de sfeer van morele en existentiële verstikking, de overbelasting van het geweten, raak je nooit kwijt. 

Zeker wat de seksuele moraal betreft, mag men gewagen van  mentale verminking in de zielen die er ontvankelijk voor waren – een verminking die op het psychologische niveau heeft gedaan wat in andere culturen wordt uitgevoerd met glasscherven en keukenmessen.

De meeste individuele leerkrachten kan je vergeven, de school als bolwerk van frustratie nooit.

En aan de Sutter kan je onmogelijk terugdenken zonder al de kansen te overwegen die dat kleine  kwijlende mannetje met zijn uitpuilende buik heeft gemist: een leraar die niet doet waarvoor hij betaald krijgt, moet je veroordelen voor ‘schuldig verzuim’.

 

 


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 11:36 Reageer op dit bericht

kies maar uit

 

kies een drager voor je woorden:

het zand, de lucht, het glas, de huid

 

een vers dat weigert een vers te zijn

een rijm dat kringelt en al dansend

verdwijnt: tekenen als een gaas

voor ogen dat ze mooier maakt

hun blik niet hindert – een cijfer-

 

gedicht dat gewaagt van gruwel

de feiten aangeeft zoals een zucht

uit een naburige kamer het bezoek

van de opkoper van knoken en adem

 

woorden in het zand, een raadsel

als oordeel, lettergrepen in hun

luchtballet: een lezer vergaapt

zich aan het efemere van hun dans

 

soms het diafane, verklaringen

van glas dat breekt wanneer het

gaasdoek scheurt: wie alles

uitspreekt zal de oren verdoven

zoals de aanblik verblindt, alleen

het verhulde kan de aanbidding

verdragen, de gunst van nabijheid

 

blijft de huid waarop de jaren

schrijven, het laatste wat zelfs

een oog verzwijgt: een woord

heb je nodig met de aarzeling

van braille, het tederste, zoals

een overlevende namen meedraagt

uit de kamer van de zucht


 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door staf de wilde om 13:22 Reageer op dit bericht

 

Naar een nakende Palestijnse burgeroorlog?

 

Volgens het artikel van Oscar Garschagen in DS van dinsdag 19 dec staan de Palestijnen nu voor de keuze: ‘ballots or bullets’.

De oorzaak van de dreiging is bekend: de boycot door Israël en de internationale gemeenschap van de Hamasregering. Hier is op zich een goeie reden voor: Hamas weigert het bestaan van Israël te erkennen.

Toch is deze sanctie om twee redenen willekeurig en hypocriet. Ten eerste werd en wordt Fatah door zowat elke commentator corrupt genoemd en de regering van deze partij werd wel gesteund. Ten tweede kan Israël zich ongeveer alles veroorloven zonder een voelbare sanctie. Bij de recente invasie in Libanon werden ongeveer 1200 burgers vermoord en gigantische vernielingen aangericht. Dit leverde alleen verbale verontwaardiging op vanwege de disproportionaliteit en de gevolgen worden onder meer door Europa opgeruimd – bijvoorbeeld de clusterbommen door Belgische specialisten – zonder dat daarvoor een factuur wordt doorgeschoven naar de dader.

Ik ben ook een Europeaan en besef ten volle de last van onze historische schuld vanwege eeuwen en eeuwen van jodenvervolging, een last die op onze nek drukt zodat we alleen met gebogen hoofd naar Israël kunnen kijken. Maar hebben we niet net zo goed de plicht een onderscheid te maken tussen het politieke niveau en het humanitaire? Volgens alle getuigen levert de huidige boycot een humanitaire ramp op in de Palestijnse gebieden en toch wordt de hardvochtige maatregel in stand gehouden: zou het hier niet in essentie om mededogen, empathie met een lijdende bevolking moeten gaan? Is het radicalisme van politieke principes niet ook een vorm van fundamentalisme als men ziet wat de gevolgen ervan zijn in de gezondheidszorg en het onderwijs, in het dagelijks leven van mensen die zelf niets anders willen dan in vrede en zelfrespect samenleven? Wat was de keuze van het Palestijnse volk: een corrupt regime of een beweging van basissolidariteit die weigert de tegenpartij te erkennen en het geweld af te zweren, een keuze tussen de pest en de cholera dus. Een boycot kan efficiënt zijn zoals ten tijde van de Apartheid is bewezen, maar als men ziet dat de weerloze burger ervan het slachtoffer is en het fanatisme eerder in de hand wordt gewerkt dan gemilderd, dan is een boycot volkomen contraproductief en zelfs immoreel.
 
 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 10:59 Reageer op dit bericht

vrt en vpro op een zondagavond in december

Op een (misschien niet zo) willekeurige zondagavond zond de VPRO in het programma Wintergasten een interview uit met Wadah Khanfar, de algemene directeur van Al-Jazeera; de vrt koos op Canvas in het praatprogramma Nooitgedacht voor een gesprek met Urbanus.

Kan het verschil in niveau symbolischer worden uitgedrukt? De ene zender stelt iemand voor die het wereldnieuws mee bepaalt, onze openbare omroep presenteert onze grootste dorpskomiek. En met alle waardering voor diens komisch talent (en dankbaarheid want de man heeft mij vaak onbekommerd doen schateren), maar als hij zich openbaart als filosoof dan horen we ‘een bange blanke man’ wiens levensvisie cirkelt rondom zijn ‘konijnenkotelaar’ en een jachtgeweer om eventuele inbrekers en kinderrovers af te schrikken. Het gaat dan niet om het cliché van ‘politiek correct’, maar om het niveau van argumentatie dat vrijwel nooit het anekdotische en subjectieve overstijgt. Het decor van Thurm &Taxis mag dan de illusie wekken van diepgang: dieper dan de illusie wordt niet gegraven. Op zich was dit een revelerend gesprek, het bewees dat BV’s niet noodzakelijk uitblinken door een hoog soortelijk gewicht. Maar heeft Vlaanderen echt niets beters te bieden in een programma dat werd aangekondigd als een poging tot reflectie en bezinning?

Moet de vrt zich tot de VPRO verhouden als de kerktoren tot een platform van universele communicatie?
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 14:39 Reageer op dit bericht

ivoorwoord bij Van Toen en Thuis

 

‘Solange etwas ist, ist es nicht das, was es gewesen sein wird. Wenn etwas vorbei ist, ist man nicht mehr der, dem es passierte’ (Martin  Walser in Ein springender Brunnen)

 

‘Die Erinnerung liebt das Versteckspiel der Kinder. Sie verkriecht sich. Zum Schönreden neigt sie und schmückt gerne, oft ohne Not.’ (Günter Grass in Beim Häuten der Zwiebel)

 

‘Zal zij de oppervlakte van mijn bewustzijn bereiken, deze herinnering, dat ogenblik van vroeger, dat aangetrokken door een identiek moment, van zo ver weg is gekomen om alles in mij levend te maken, in beweging te brengen  en weer naar boven (…)’ (Marcel Proust in 

De Kant van Swann)

 

Dit boek is subjectieve geschiedenis. Het evoceert een dorp in de jaren ’50 en ’60 – zijn mensen, feiten en dingen , zijn natuur – zonder een historische waarheid te claimen in de wetenschappelijke betekenis van die term. Het gaat om de waarheid die we dromen, die zich opdringt aan de herinnering in een onbewaakt moment.

Wat is waar: het gestamel van de verliefde, de kreet van pijn, of de klinische analyse van de bloedspiegel en de toestand der organen? Literatuur voegt toe, wetenschap neemt weg. Wat ze delen is de gebeurtenis,  de ervaring verschilt. De lenzen van een microscoop vormen één oog, de facetten van het insectenoog beantwoorden meer aan de waarneming van de schrijver. En de gesloten ogen van de sjamaan in zijn roes: ‘a poet’s eye in its fine frenzy rolling’ (Shakespeare)

 

Dit boek is uiteindelijk groepswerk geworden: minstens zes lectoren deden eraan mee, een lay-outman, een sponsor, een cultureel centrum, een woordacademie. De vijver rimpelt: vanwege een steen, een rat, een bootje of een naakte zwemmer in de nacht? Een luister- en fluisterboek  met de stem van riet en uilen, een schater- en klaterboek met de plons van reiger en waterhoen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 09:53 Reageer op dit bericht

Bij een  zoveelste oproep van Marc Hullebus …

 

…omtrent de controverse tussen ‘kennisgericht’ en ‘vaardigheidsonderwijs’: wat is hier nog meer aan toe te voegen? De essentie allicht, elke methode moet ergens toe leiden wat betekent dat je dat ergens omschrijft: zonder het formuleren van doelstellingen kan je een methodiek niet evalueren. Naar de mening van deze oud-leraar moet het onderwijs, in het bijzonder het lager en het middelbaar, gericht zijn op de totaliteit van de mens in de totaliteit van het leven.

 

Het gaat om Zelfrealisatie in de opvatting van Carl Gustav Jung: wat in de mens in potentie aanwezig is, moet door de opvoeding worden geoptimaliseerd – uiteraard gaat het dan niet om misdadige impulsen, maar om de vermogens en talenten die het waard zijn ontwikkeld te worden. Dit laatste verschuift de problematiek naar het niveau van de levensbeschouwing: er moet een ‘grootste gemene deler’ worden gevonden, een gemeenschappelijkheid in het mens- en maatschappijideaal waaraan alle opvoeders kunnen meewerken. Dit mensideaal is veelzijdig. Het omvat niet alleen de homo faber of economicus, ook de homo ludens en atleticus, de homo creator en viator, religiosus en politicus – dit laatste zowel in de strikte zin van bezig zijn met politiek als in de ruimere van maatschappelijke betrokkenheid. En bij al deze 'homo's' uiteraard ook en essentieel de homo sapiens sapiens voor wie het een bron van vreugde is om iets te kennen en te kunnen, en voor wie het een motivatie of minstens toch een aangename ervaring oplevert dat anderen over een onderwerp meer weten of een vaardigheid beter beheersen.
De term ‘competenties’ van de huidige minister van onderwijs is goed gevonden en best bruikbaar. Het onderwijs moet dus inzetten op de ontwikkeling van al deze potenties of competenties. Leerlingen moeten de kennis en de vaardigheden worden bijgebracht die zij nodig hebben om een job te kunnen vinden en correct uitvoeren, maar ook culturele en creatieve competenties, sociale en politieke, recreatieve en sportieve, religieuze of spirituele,  filosofische. De opvoeding moet iets als een kompas zijn en een rugzak bij de zoektocht naar zingeving en verantwoording.

Onderwijs kan daarom nooit technisch en vrijblijvend zijn: altijd worden waarden en streefdoelen meegegeven. Een leerkracht en opvoeder is een gids die minstens moet kunnen zeggen welke wegen vruchteloos en gevaarlijk zijn en in welke richting er verder kan worden gezocht, wat het tegendeel inhoudt van indoctrinatie en hersenspoeling: een gids is niet de slavendrijver van een ’chain gang’. Hij is bereid te zeggen dat hij het ook even niet meer weet maar op goede gronden (en op welke gronden) vermoedt en vertrouwt dat de weg van  beschaving en  humanisering eerder de ene loop zal nemen dan de andere.

De leerlingen spellingregels bijbrengen zal in deze begeleiding allicht van pas komen, maar het is duidelijk dat in het geheel van de doelstelling de spelling maar peanuts is, gebeuzel waardoor de gedrevenheid – want oprecht onderwijs is een passie - wordt opgepeuzeld indien de visie niet ruimer reikt.

Er is een kerkliedje uit de jaren 60 - de ongelovigen nemen het voor lief of vervangen het door de internationale -: ‘wij zijn samen onderweg, allelujah, allelujah’. Fundamenteler en juister kan deze ouwe jongen het niet formuleren: elk paradigma in dit syntagma is correct en op zijn plaats. Wij samen, onderweg en een frase zoals ‘allelujah’ wat een juichkreet is: zonder optimisme of hoop-ondanks-alles kan men niet aan opvoeding doen. De ren van lemmingen naar de afgrond is letterlijk geen school-voorbeeld. Een opvoeder kan zoals eerder gezegd zijn twijfels uitspreken maar als hij niet gelooft in de noodzaak van zijn project is zijn plaats misschien onder de decadente kunstenaars maar niet in het onderwijs.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 13:57 Reageer op dit bericht

ode aan Béjart

 

hij zag Matisse, een Griekse vaas:

silhouetten van rook die kronkelt

gelijk een klimroos om een zuil
jong en gonzend als honingdolle

bijen, hun honger naar leven

was een wals van Brel, minuten

 

dan Ravel, een hand, een arm

die opklimt naar de hemel, een knik

in de hals van de slang wanneer

de fakir zijn fluiten breekt, herneemt

met hobo’s, breekt, herneemt

met saxofoon en hoorn

 

een heupbeen wrikt zoals een ooglid

knippert, aan elleboog en voet

trillen de vinnen in hun trance

van paring – de kring wankelt,

schokt, schuift om de ronde

tafel als over een bodem

onder water, het offer vlucht op

haar rolband van angst (en toch,
wie plooit niet voor je naam,
o Maja Plissetskaja): dit is

 

de aarde die zich aanbiedt

aan haar schaduw, de behuizing

van goden die toezien met

welbehagen, wachten op de

trom, het teken van meedoen,

deelnemen aan de brokken

de hypnose wordt verscheurd

 

dit is de offerande van de aarde

al wat vloeit en stolt en vloeit –

hij zag silhouetten in slierten

van nevel, gaf een lichaam

aan geesten, aan hun

lichaam een feest

 

dit is de dans, de viering

van verrijzen en verdwijnen

de lenige nevel die de aarde

verwikkelt in de kringloop

van dromen en zaad

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 15:22 Reageer op dit bericht

aanvulling bij Béjart

Een dansvoorstelling is eigenlijk niet bevredigend te registreren, noch op video noch op film. Daardoor is de dans bij uitstek een efemere kunst: zij is er en dan weer niet. Zo staat de dans symbool voor zoniet alle dan toch de meeste kunst en voor zoniet alle menselijke levens dan toch voor de meeste: wij zijn er en dan weer niet.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 15:12 Reageer op dit bericht

(enkele voorbeelden uit de nieuwe bundel Van Toen en Thuis)

Jefke Kadijs

 

een zwartharig mannetje in een  melkwitte koets

de lakverf vrolijk: een Delftsblauwe molen,

een  vorstelijk baldakijn - het heertje stroef,

een scheiding middenin zijn schedel, hij keek

alsof hij vroeg: ben jij wel braaf geweest, verdien

jij wel een toeter en een bol

 

wij hielden van zijn paard op hoge poten

het paste bij het koninklijke van zijn boudoir

maar Jefke, boven de houten wielen, neen,

hij viel ons zwaar: een schoolmeester

met een stugge kop die zijn buurjongens

ijskreem verkocht alsof hij strafwerk uitdeelde

 

we liepen liever over de weide

van Pol, diepten het paadje uit

naar de Buntstraat waar in het

piepkleine winkeltje van de Mik

naast een neerhof je roomijs kon

proeven zacht als boerenboter, als

borstjes die nog verboden waren

 

toch was Jefke met die Brylcrème in zijn platte

haar een wondere vogel, zijn koperen

fluitje bootste de jubel van een merel na

volgens Fons van ‘de Congo’ de klingse vader

van Miss Katta,  de zwoele diva van de Blauwe Zaal,

kon hij schuifelen als een lijster, een nachtegaal

 

niet één van onze bende kende dat verhaal

wij miskenden Jefke Kadijs, het ijzig

mijnheertje in zijn houten paleis

tot op een dag het donkere paard

een wonder meebracht: zijn dochter

die we eerder nooit zagen

al woonden ze vlak om de hoek

 

ravenzwart zoals haar vader, bleek

haar huid zoals je verwachten kon

van een prinses die jaren was

opgesloten in een crypte

onder een toren

 

we liepen niet meer om roomijs

over de weide van boer Pol

we schoven aan bij het romig, schuchter

meisje voor een toeter en een bol


de vrouwen van de straat

 

de straat was arm maar proper

de vrouwen werkten niet

ze waren bezig

 

nog vóór het licht werd

- na de zomer - om de kachel

op te poken, het pompwater te koken

voor de koffie

 

daarna werd een man gewekt

en gingen zij weer slapen

daarna een zoon en later nóg een kind

zij bleven op bij het derde kraaien

 

want de dagen wachtten niet,

de scharrelkippen met hun zoele klachten,

de wasdraad na het kloppen en het roeren

met een bleke bezemsteel: het schuim

en blauwsel in een zinken tobbe

dan een strijkbout die in de oven stond

van de Leuvense stoof

 

want ze waren proper

je kon eten van hun vloer

van de plavuizen buiten

na het schuren van de koer op vrijdag

 

terwijl ze dachten aan een plankje,

een boeman van papier

in de winkel van het straatje,

een donker rijhuis waar je niet eens

je kont kon draaien

 

bleef er over van de markt

op zaterdag? dat moest wel,

alleen bij ziekte

ging je over de schreef -

het negertje knikte


 

en ze zongen soms

bij het keren van het koertje, het zemen

van de ramen wanneer Bob Benny galmde

tussen het ruisen

van het bakelieten bakje

 

ze lachten soms

om de piepstem van Will Ferdy,

ze lachten en hun ogen traanden –

ze dipten hun vingers in een porseleinen

of tinnen vaatje, herschikten het gewijde takje

en sloegen een kruis

 

en ’s zomers zaten ze in de vroege avond

samen voor de kapel op de hoek

waar kaarsjes brandden, een beeldje glom

van een moeder, een huisvrouw, een Eva

die ze nooit zouden evenaren

in vlijt

in deemoed

in kuisheid van gemoed

in heiligheid

 

want zij werkten niet

ze waren bezig, vulden hun tijd


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 14:54 Reageer op dit bericht

over prinsen en pausen

Het recente fraudeschandaal omtrent de villa van prins Laurent toont nog maar eens aan dat een koningshuis een fossiel is dat thuishoort in het Ancien Régime en niet in een moderne democratie. Het wordt in stand gehouden door wat de psychologie noemt regressie: de massa weigert volwassen te worden en hangt vast aan of keert terug naar het infantiele stadium dat het leven niet aankan zonder een moeder- of vaderfiguur. Het zelfde psychologische proces verklaart de blijvende populariteit van het pausdom, vooral in minder ontwikkelde landen maar ook bij ons. Tot je verrassing hoorde je indertijd een vrouw van 35-40 op een pauselijke encycliek die de anti-conceptiva verbood, reageren met: ‘nu weten tenminste waaraan ons te houden.’

Het gaat steeds om hetzelfde: de angst voor de vrijheid omdat die verantwoordelijkheid impliceert. De vrije volwassen mens moet zelf zijn morele keuzes verantwoorden en kan zich niet verschuilen achter een gezagsargument. Vrijheid in de morele zin van het woord is voor velen geen geschenk maar een last die zij niet wensen of vermogen te dragen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 00:00 Reageer op dit bericht

 

het was een elfde, de echte

 

het was een elfde van september

dat de vleermuis uitvloog, nevelblauw

zijn vlerken, een weerhaak van een muil

 

het was een elfde van september

en geen nacht in de Andes wordt kouder

als zijn ogen, de hyena daarin,

het loensen van een honds verraad

 

het was een elfde van september

en hij verhuisde naar het galmgat van woorden

zoals Patria, Libertad en Villa Grimaldi, wie

hoort nog zijn koorknapengeluid in het souterrain

van de taal, het geblaf van een horde krekels

 

het was een elfde van september

toen zijn gebroed onder de huid kroop

van ons geheugen terwijl de steden als spinnen

uitliepen in het duister, de horizont

veegden uit onze hoofden

 

het was een elfde van september

en de vleermuis vulde zijn spelonken

lichamen tuimelden spoorloos

uit het omhulsel van hun naam

 

een elfde van september was het

en men zag zijn kaken malen alsof

hij de angst herkauwde, de kreten

proefde in de vloed van zijn speeksel

 

het was een elfde van september

en hij beet de snaren van de gitaar

de matrassen van hun bed, hij kraste

gelijk een schreeuw in een kelder

zijn ketsende roepnaam op de nacht

de echo van Washington,  trawanten

en wie was heer en wie de meester

 

het was een elfde van september

de echte, en de vleermuis vloog uit

alsof een sein hem wekte, een engel

met bazuin joeg namen op als

insecten – de vleermuis hapte toe

met die weerhaak van een muil

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 12:15 Reageer op dit bericht

thuiskomst

 

toen ben je thuisgekomen

in die verpauperde buurt tussen

de Turken van Gent: al hadden ze

geen werk, soms, ze bleven bezig,

maakten een woning van een krot -

de jaren negentig in een vergeten wijk

werden de jaren vijftig in een dorp

 

de mannen kuierden ’s zomers schouder

aan schouder door hun autoloze straat,

de vrouwen op de stoep, op de dorpel

van hun gangetje babbelden, sloegen

gade als Hamse komméren

 

de kinderen speelden in het park

alsof het een weiland was, een bos,

de hondjes van de Gentse dames

gingen door voor wilde beesten

 

meisjes waren sprookjesdieren

met wijde ogen van agaat, een streepje

huid rondom de navel en meer wanneer

ze gebogen schoven over een zadel -

de jongens trapten een bal, deden druk

en protserig in de droom van hormonen,

even verlegen als  luidruchtig

 

de vaders wandelden zoals duinen

schuiven: je hoorde ze pas toen

alles zweeg, toen de nacht met

gelige ogen over het straatje hing

 

de milde uren waren aangebroken

voor verhalen van een verneveld

verleden, je deed mee je schoenen

uit, trippelde op je tenen over

de hoge polen van tapijten, hoorde

 

dat helden en verliefden om hetzelfde

strijden in alle streken: enig, eenzaam,

schoon en schuw als sprookjesdieren,

driftige dwazen die eden en zwaarden breken

 

je voelde je weer thuis met een

taalvaardige Turk als vader

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 07:36 Reageer op dit bericht

Meer van boek onder lava

↑ Terug naar de berichten