Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
terwijl de krieken rotten
terwijl de krieken rotten
De Limburgse krieken raken niet meer verkocht. De overproductie is toe te schrijven aan de concurrentie met Oost-Europa en de druk van de afnemers, met name de Duitse discounters, Aldi en Lidl: die dwingen de scherpste prijzen af en daaraan kan een West-Europese kweker niet voldoen. Een verwerkend Belgisch bedrijf is vanwege de loonkosten zelfs naar Oost-Europa uitgeweken.
Ik weet onvoldoende van economie om mezelf te presenteren als een expert. Van één waarheid ben ik echter overtuigd: alles heeft zijn échte prijs. En daarmee bedoel ik een prijs die alle aspecten van productie en distributie in rekening brengt, in het bijzonder de sociale schade door minimale tewerkstelling, onderbetaling en automatisering en de ecologische schade van het transport die ‘ecologische voetafdruk’ wordt genoemd.
De moeilijkheid is echter deze schade te becijferen en om te zetten in een billijke prijs voor het product.
Het gevolg is echter dat men niet anders kan dan bezwaren aanvoeren tegen de geglobaliseerde wereldeconomie: die zou beter geheroriënteerd worden naar een regionale, wat betekent dat in de eerste plaats vergelijkbare landen met elkaar handel zouden drijven. De regio’s moeten hierbij ruimer worden gedacht dan het nationale of gewestelijke gebied: het gaat erom dat Afrikaanse economieën in Afrika zouden opereren, Oost-Europese in Oost-Europa, Latijns-Amerikaanse in Zuid- en Midden-Amerika etc
Alleen grondstoffen en afgewerkte producten die uitsluitend in ver afgelegen gebieden te vinden zijn, zouden nog in aanmerking mogen komen voor globalisatie en wereldwijd transport. Maar dan moet zoals gezegd de milieuschade door transport volledig in rekening worden gebracht waardoor het onvermijdelijk luxegoederen zullen worden.
Dit laatste klinkt allesbehalve populair: we zijn immers allemaal gefixeerd op koopjes, niet enkel onze distributeurs en bedrijfsleiders, ook wijzelf als consumenten.
Ik vrees dat we pas zullen beseffen wat de uitkomst van deze ‘koopjesjacht’ is wanneer de gevolgen al te duidelijk en onherstelbaar zullen zijn geworden: het transport is in grote mate verantwoordelijk voor de klimaatsverandering en de uitbuiting en onderontwikkeling in de lageloonlanden zorgt voor gewapende conflicten die ook voor ons effecten hebben, in de vorm van vluchtelingen, onveiligheid voor het transport (Somalische kapers) en voor het toerisme (onder meer Bali en Egypte).
Het zijn niet enkel de krieken die rotten: heel onze zogeheten economische wereldorde is rot. Het is meer een chaos dan een orde, en de efficiëntie ervan bedenkelijk als men met efficiëntie bedoelt het creëren van welvaart voor zoveel mogelijk mensen. Bovendien maakt deze economische wanorde de planeet en haar bevolking ziek. De Limburgse krieken zijn dan ook een zeer overtuigend symbool van een systeem dat letterlijk stinkt.
de haan 30 juli ’09
taalvondsten via Taalpost
Ruggespraak
Al onze gerechten worden op oosterse wijzen klaargemaakt.
(menukaart restaurant Den Haag)
Cheney heeft een dochter die lesbisch is en woont al jaren samen met haar vriendin.
(Gay Krant)
Senator vertrekt om kunstmokkel.
(Leeuwarder Courant)
Naaktlopers begluren nieuwe attractie in Zwitserland.
(Het Laatste Nieuws)
Hij heeft zich jarenlang hard gemaakt voor behoud van het zwembad en vocht voor subsidies.
(Dagblad van het Noorden)
Een moderne pier moet Scheveningen een nieuwe toekomst bieden. Wie de zee nadert, moet de kust kunnen zien. Om die blik mogelijk te maken, zal de gemeente Den Haag moeten slopen.
(Nu.nl)
(overgenomen van Taalpost)
terug van de markt
terug van de markt
vrede komt om kleinigheden:
licht beladen keer je weer
van de markt, buurman vond
de temperatuur best aardig,
de bakkersvrouw legde haar
lange vingers in je hand
moeders glimlachen vanuit
de zwoelte van hun wagens:
zo’n man, ja, zo modern,
een langharige die boodschappen
haalt, zo’n muilezelman
taak volbracht, de toekomst
voor een dag verzekerd
tenzij je straks zou stikken
in een graat, in het steentje
van een kers uit Limburg,
vlezig, sappig als dat meisje
aan de Maas, hoe zou ze
hebben geheten
vrede komt als je leert vergeten:
de stroom van de tijd die je om
zou leiden om verdorde landen
te bevloeien, de boeken die je nooit
hebt uitgegeven omdat, nou ja,
er een reden was, een bezwaar
dat zwaarder woog al zou je
zelf niet weten tenzij terzijde
opgemerkt een meester je wou
leren dat je maar beter leeft
onopgemerkt
want zo toch komt de vrede:
wanneer je minder merkt
en de wereld inkrimpt tot wat
wagens in een file, een moeder
die zalig glimlacht alsof ze
voor de glimp van een gedachte
ook een ander leven had
Opel Antwerpen
hoe nobel is het redden van Opel?
Zowel De Standaard als De Morgen besteden in hun editoriaal aandacht aan de mogelijke sluiting van Opel Antwerpen. De opiniemakers nemen in het bijzonder de Duitse regering op de korrel die alleen maar ijvert voor het behoud van tewerkstelling in de Duitse filialen van Opel.
Een eerste vraag is dan of onze eigen regeringen het anders doen wanneer zij met gelijkaardige dossiers worden geconfronteerd. Trouwens, dezelfde commentatoren reageren verbolgen wanneer onze politici zich te weinig inspannen om het voortbestaan van Belgische bedrijven te redden, denk aan Renault Vilvoorde, Ford Genk en VW Vorst.
Het eigenbelang zit nog dieper: onze drie zeehavens - Zeebrugge, Gent en Antwerpen – doen elkaar liever de duvel aan dan samen te werken en hun groeimogelijkheden billijk te verdelen. Zelfs op syndicaal niveau kunnen we alleen maar vaststellen dat de grensoverschrijdende solidariteit ontbreekt. En de nieuwe Vlaamse regering wil er een prioriteit van maken om Vlaanderen nog meer dan vandaag tot een logistiek centrum te laten uitgroeien ongeacht de ecologische gevolgen en de verkeersproblemen.
De commentatoren ergeren zich terecht aan de passiviteit van Europa: de commissie zwijgt over de Duitse overheidssteun en het Europees parlement laat evenmin van zich horen.
Meer essentieel is de vraag of het concurrentiemodel voor een verzekerde welvaart kan zorgen en voor het welzijn van de bevolking.
Ik ben nooit een marxist geweest en heb geen heimwee naar het collectivisme; ik stel alleen maar vast dat er voortdurend conflicten opduiken tussen het belang van privé-ondernemingen, in het bijzonder de multinationale, en hun aandeelhouders en het algemeen belang. Ik meen dan ook dat de diverse overheden – van de Vlaamse tot de Europese – meer regulerend zouden mogen optreden. Een ééngemaakt Europa heeft weinig zin als de ene regio de andere probeert kapot te concurreren. Het marktmodel kan op korte termijn het meest performante zijn, maar vrijwel altijd gaan de voordelen voor de ene ten koste van de nadelen voor de andere. Het profijt van een minderheid betekent vaak schade voor de meerderheid, zeker inzake milieuproblemen en roofbouw op de natuurlijke rijkdommen en op de gezondheid van de arbeiders.
Opel is een leerzame ‘case study’. Professor economie Paul de Grauwe heeft al jaren geleden ervoor gewaarschuwd dat de autoassemblage in België en West-Europa weinig toekomst heeft: de concurrentie met Oost-Europese en Aziatische lageloonlanden is moordend. Opel wordt geroemd om zijn productiviteit, wat een ander woord is voor het uitpersen en opjagen van de arbeiders. Wat impliceert dat het zinloos is om arbeiders tot het uiterste te drijven: uiteindelijk zullen ze de strijd verliezen tegen de robots en tegen de onderbetaalden uit verre landen.
Onze toekomstige welvaart hangt af van innovatie, specialisatie en duurzaam ondernemen. Alle drie vragen ze eerder om samenwerking en overleg dan om een economisch Darwinisme dat even dwaas en schadelijk is als het ineengestorte collectivisme. Het concurrentiemodel lijkt me enkel een waarde te hebben als het gericht is op een hogere kwaliteit en niet zozeer op de verovering van marktaandelen, tenzij men vrede neemt met een wegwerpproductie die vroeg of laat resulteert in overproductie en werkloosheid.
Darwinisme wordt de laatste jaren gebruikt om alles te rechtvaardigen, maar het overleven van de mens heeft minder te maken met een competitie tot ter dood dan met een bereidheid om de arbeid, de lasten en de opbrengsten te verdelen en een gemeenschappelijk doel na te streven. Uit Opel zijn nobele lessen te trekken, of dat zal gebeuren is echter zeer twijfelachtig.
Daarvoor hebben we politici en denkers nodig die zich richten op de langere termijn en op een weidsere horizont.
de haan 27 jul. 09
lezen tegen stress
Lezen is beste middel tegen stress
Ontspannen doe je best met een boek. Zes minuten lezen is al genoeg om je stressniveau te verminderen met 68 procent.
Volgens onderzoek van University of Sussex is lezen de beste manier om snel rustig te worden. Het helpt beter om te ontspannen dan luisteren naar muziek, wandelen of een kopje thee drinken.
De wetenschappers volgden het stressniveau en hartslag van een groep vrijwilligers tijdens verschillende activiteiten. Bij lezen daalde het stressniveau met 68 procent. Luisteren naar muziek zorgde voor een daling van de stress met 61 procent. Een kopje thee drinken verminderde het stressgehalte met 54 procent en een wandeling met 42 procent.
Videospelletjes bleken overigens geen goede manier om te ontspannen. Het stressniveau van de vrijwilligers daalde nog wel met 21 procent, maar hun hartslag bleef onverminderd hoog.
De onderzoekers gaan ervan uit dat lezen zo ontspannend is omdat het veel concentratie vraagt. Doordat je je zo moet concentreren op het lezen, zouden je hart en spieren ontspannen. En daardoor word je vanzelf kalmer.
Lees ook: ontspannen kan je leren
Door: Liselotte Ampe
Bron: GezondheidsNet.nl
de profiteurs van de Gentse Feesten
U drinkt, wij draaien
Onder deze titel publiceert cultuurredactrice Dorien Knockaert een bedenking bij een conflict tussen cafébazen op de Gentse Feesten. Er zijn immers Gentse middenstanders die in de Feesten investeren zodat die gratis kunnen blijven, en andere die weigeren mee te werken maar wel zuipende klanten afsnoepen van de organisatoren. Knockaert komt tot een juiste conclusie – een terugkeer naar de kleinschaligheid - maar met heel dubieuze argumenten.
Als student heb ik de heropstart van de Feesten meegemaakt toen Walter de Buck alleen bij Sint-Jacobs een petieterig podium had laten bouwen. Tijdens een stortbui heb ik nog naast Derroll Adams onder het zeil boven dit podium gestaan: het werd opgeduwd met een bezem omdat er gevaar bestond dat het zou naar beneden komen onder het gewicht van het regenwater. In de loop der jaren zijn de Gentse Feesten een massaspektakel geworden, een kankergezwel van vettige kraampjes en bier serverende terrassen. Dat het artistiek aanbod op hoog niveau is gebleven, kan een wonder worden genoemd want de meeste bezoekers komen enkel om zich laveloos te drinken en om een bad in de massa te nemen. Kortom, van de oorspronkelijke gezelligheid is niets over gebleven: zeker op zonnige dagen voelt men zich in het feestgedruis als een zwetende haring in een ton.
Knockaert vindt het echter dwaas van de organisatoren om hun profiterende collega’s op de korrel te nemen. En over de drankorgels schrijft ze: ‘als je prat gaat op een grenzeloze toegankelijkheid en gratis entertainment, dan is het toch flauw om je beklag te doen wanneer mensen niet genoeg geld uitgeven aan de toog? Om nog te zwijgen van de sneer naar de middenstanders – kun je hen verwijten dat ze munt proberen te slaan uit de Feesten?’
Je vraagt je dan af wie de gratis evenementen dan wel dient te betalen: dat kan alleen de stad doen door nog meer te subsidiëren dan ze nu al doet (Dit jaar: 1.250.000 euro). Wat betekent dat de stad ergens extra inkomsten zal moeten gaan zoeken: bij de middenstanders die nu weigeren mee te betalen aan de organisatie?
Krasser vind ik deze zin: ‘Zelfs wanneer we bij ons volle verstand zijn, laten we ethische overwegingen nauwelijks een rol spelen in ons consumptiegedrag.’
Dit wordt geschreven door een journaliste van een krant die traditioneel christelijk is: wanneer zij gelijk heeft dan ziet de toekomst er somber uit. Of deze wereld ooit een betere plek om te leven wordt voor alle wereldbewoners hangt immers in grote mate af van bewust consumeren: met name van Fair Trade en milieubewust kopen. De omzet van Fair Trade-producten (Max Havelaar, Oxfam en andere) stijgt jaar na jaar. In dezelfde krant kan je lezen dat het aantal wegwerpzakken zodanig gedaald is dat de belasting erop nauwelijks nog wat opbrengt: de burgers hebben in ons land dus duidelijk hun gedrag gewijzigd, ze gebruiken opnieuw meer en meer de ouderwetse boodschappentas of de lichtere herbruikbare tassen van de supermarkten.
In dit artikel van een volle bladzijde over een schijnbaar onbenullig voorval komt met andere woorden een essentieel dilemma tot uiting: zijn we bereid ons consumptiegedrag dermate aan te passen dat we voorrang geven aan eerlijke producten (met uitsluiting van kinderarbeid, uitbuiting en milieuvervuiling) of gedragen we ons als kippen zonder kop die achteraf verontwaardigd zullen reageren wanneer ze met de gevolgen van hun kortzichtigheid worden geconfronteerd (zoals migratie, gewelddadige conflicten in een toeristisch paradijsje, vergiftigd voedsel of speelgoed etc etc)?
Van journalisten bij een zogeheten kwaliteitskrant mag je verwachten dat ze wat grondiger nadenken over de argumenten die zij hanteren. Nogmaals, ik ben zelf nostalgisch genoeg om het verleden van de kleinschalige Gentse Feesten te koesteren, maar tegelijk heb ik een afkeer van parasieten: wie aan de Feesten geld wil verdienen, die moet er ook in investeren.
de haan 27 juli 09
waar zijn de vlinders?


een schaarste aan vlinders
schaars zijn de vlinders, schoon
gevlekte al bloeit dit terras
als een meisjesklas
hommels, ja, die vinden
hun weg, schommelen
op het kobalt van de korenbloem
je vraagt wat de boeren
sproeien, welke vogels
zich voeden met de versufte rups
zelden zien we een vlinder,
soms een enkeling, Schmetterling,
die verdwaalt tot in huis: een vlek
onverstaanbaar als het gemompel
van een dronken zwerver
lastige vliegen, ja, die lopen
over tafel, beklimmen een glas,
een lege beker en meest nog je huid
alsof ze de zoetigheid proeven
van snelstromend meisjesbloed
maar schaarser dan een bericht
van de doden komen de vlinders
je denkt: wat voor vergif verstrooien
de boeren, de dagen zijn mooi
en meer dan een hommel en
de rommel van vliegen zal zich
hier niet vermoeien al bloeien tuin
en terras uitbundig als een meisjesklas
het VRT-journaal
catalogus van catastrofes
Ik weet het: ik val in herhaling. Maar gisterenavond, vrijdag 24 juli, was het weer van je dat: het VRT-journaal zowel op Eén als op Canvas was niet meer dan een catalogus van rampen, criminaliteit en ongevallen. Daarmee zakt de VRT af naar het journalistieke niveau van Het Laatste Nieuws. Iedereen kan vaststellen dat de items worden geselecteerd op hun spektakelwaarde: hoe sensationeler de beelden, hoe langer ze duren.
Ik meen dat we van een openbare omroep meer mogen en moeten eisen. Op een of andere manier moet de openbare omroep aan ‘volksverheffing’ doen, zoals August Vermeylen schreef: ‘More brains’. Een journaal op de VRT zou een overzicht moeten zijn van relevante feiten die je een beeld geven van wat er werkelijk toe doet in de wereld, en aan die feiten moet een duiding worden gekoppeld die het inzicht bevordert.
Dat is de zending van een openbare zender: het creëren van een meerwaarde vergeleken bij de commerciële rotzooi die dagelijks over de bevolking wordt uitgestort. De kijker dient te worden uitgedaagd en aangesproken op zijn intelligentie, zijn sociaal-politieke en culturele belangstelling en zijn gevoeligheid voor morele kwesties.
Tot vervelens toe zal ik blijven hameren op deze opdracht: de dotaties die de VRT ontvangt houden een verplichting in tegenover de gemeenschap en die verplichting impliceert meer dan amusement of het kittelen van de sensatiezucht. De ergste vijand voor de beschaving is de onverschilligheid: collectieve misdadigers als Hitler en consorten zijn enkel denkbaar als de rest van hun land- en tijdgenoten niet in opstand komt tegen hun misdadig programma zodra dit programma zich aankondigt – eens het in werking wordt gebracht is het meestal te laat.
Dat vraagt om democratische en morele waakzaamheid en die waakzaamheid wordt in slaap gesust wanneer de bevolking overvoederd wordt met sensatie en oppervlakkig vermaak.
Het morele bewustzijn moet net als het spierenstelsel worden getraind: wie zijn alertheid verliest voor zaken die er werkelijk toe doen – feiten die neerkomen op een vermijdbaar lijden – die zal niet meer reageren als er beslissende keuzes moeten worden gemaakt.
Democratie en respect voor de mensenrechten zijn nooit definitief verworven goederen: ze moeten dagelijks worden afgedwongen door een kritisch denkende bevolking. En dit kritisch denken moet wakker gehouden worden door de journalistiek: journalisten kunnen beter dan kunstenaars, leerkrachten en filosofen inspelen op de actualiteit, ze zitten letterlijk met hun neus op de feiten gedrukt, feiten die binnenstromen via de moderne communicatiesystemen. Uit deze lavastromen moeten ze een keuze maken die essentieel is, de door hen geselecteerde berichten dienen van die aard te zijn dat de toekomst van onze planeet en (nogmaals) het vermijdbare lijden – wat iets anders is dan de spelingen van het lot die er onvermijdelijk altijd zullen zijn – ervan kunnen afhangen. Daarom wordt de journalistiek terecht de vierde macht in een democratie genoemd: ze heeft een waakhondfunctie en ze verzaakt aan deze opdracht wanneer ze zich overwegend bezig houdt met onbenulligheden of sensatie.
De VRT kan zich niet verschuilen achter het argument dat we nu in juli in een ‘komkommertijd’ zijn aanbeland: voor duizenden mensen in eigen land en voor miljoenen daarbuiten is het allesbehalve een ‘komkommertijd’, er wordt vandaag over hun toekomst beslist. Waar het om gaat is het besef van medeverantwoordelijkheid dat door journalisten moet worden aangescherpt. Niet om de lezers of kijkers een verpletterend schuldgevoel aan te praten, wel om ze het inzicht bij te brengen dat ze het verschil kunnen maken, volgens het inzicht van Remco Campert dat verzet niet begint met grote woorden maar met kleine daden: bescheiden initiatieven die geen geweldige opoffering vragen maar wel een draaglijke emotionele en morele betrokkenheid.
Journalist is de naam van een beroep die men met enige trots op zijn paspoort kan plaatsen, tenminste als men zijn plicht doet. En dat zie ik steeds minder gebeuren in het VRT-journaal.
de haan 25 juli 09
Fabian Cancellara
wielergedicht
neem de simpele dingen:
scheefjes zeilen door
een bocht in de polder,
de namen dragen van
Fabian, Fabian uit Bern
de warmte van water,
een menigte meisjeshanden
die jouw huid beroeren
met oliën uit een Oosters land
hou het eenvoudig, raak
je remmen niet aan, waag het
te scheren langs de rietkraag
en oevers van sloot en kanaal
voel hoe een machtiger arm
je meevoert, een bereidwillige
wind – ach, noem het wat
simpel, zelfs lichtjes idioot:
de alledaagse dromen van
een sufferd over de zestig
hij draagt voor een ochtend
de namen van Fabian en hij
trapt zich onwel, hij hoeft niet
eens een zoen van een schone,
simpel zeilen, het zoeven
horen is al meer dan wel
een duivenmelker in de jaren 50
duivenmelker
met zingende wingen
vlogen de duiven op,
de blauw geschelpte
en de koperhals
vaders ogen werden groter,
ze glansden als een edelsteen
al lag het simpel, minder edel
er was de wedijver met
moeders broer, de huzaar
die nog altijd deed alsof
hij hoog te paard zat
en met peter, de oudste kroeskop
van de familie die een druivenserre
had gebouwd van al zijn schone
prijzen op Bordeaux en Barcelona
je hoorde naar hun jongenstaal
de namen lichten op als die
van gloeiende steden in
het schermpje van de radio
vaders droom kwam uit
op stoofpot met pruimen
of peren, maar een seizoen
lang was hij zacht geweest,
zijn handen warm van
dons en veren – en o de murwe
zoele geur der koten waar de vogels
koerden, de rode kegels waaraan
de kleinste veertjes kleefden
van het broed: een jong
had op je hand gezeten
alsof jijzelf een schepper was
die toezag en zei: zo is het goed
de Ophelia van Millais


Ophelia drijvend, naar Millais
biezen, waterlelies: schilder
de schitterring met nieuwe
namen, waterjuffers trillen
doorzichtig en stijf als prelaten
staat de kattenstaart en luistert
wijl de vijver rimpelt en ruist
zie je, zo teer ligt Ophelia neer,
schoon en verstoten, zie hoe ze
drijft met uitwaaierend haar
ah, het roodkoper om een gezicht
van ivoor, smaragd haar corsage
en van goud het brokaat
iris, narcis, kliskruid, wedijver
van vlinder en bloem: wie is
de mooiste bij de vijver, om wie
zou men zich verdoen nu
in een verre toren een klepel slaat
niet één zo schoon want verstoten
niet één zo stil al ritselt de wind
in rimpels over water en gewaad
een vrede houdt haar ogen gesloten
haar koperhaar waaiert los van het lint
waterjuffers trillen doorzichtig als
de ziel van een meisje dat heeft bemind
liberalen en migratie
liberalen en vreemdelingen
In hun verslagen van het akkoord over de regularisatie van inwijkelingen wijzen de kranten op de blokkerende rol van Karel de Gucht en zijn ‘leerling-tovenaar’ Turtelboom, twee liberale excellenties. De commentatoren gewagen van electorale overwegingen: de liberalen zouden bang geweest zijn om toegevingen te doen onder druk van de rechtse concurrentie vanwege LDD en VB.
Over het VB kunnen we kort te zijn: deze bende predikt al jaren de vreemdelingenhaat en het enige wat een fatsoenlijk politicus kan doen is hen de mond snoeren of negeren.
Maar LDD is net als Open VLD een liberale partij, steunend op het humanisme en gericht op de realisatie van individuele vrijheden. Moeten we uit de halsstarrigheid van deze politici afleiden dat zij enkel aan zichzelf en hun kiezers deze vrijheden wensen toe te kennen?
Bovendien lijkt het erop dat liberalen, als pleitbezorgers van de vrije markt en de vrijhandel, meer rechten voorbehouden aan geld en goederen dan aan mensen. Wat de indruk wekt dat zij in de eerste plaats materialisten zijn. Tevens valt het op dat liberalen wel pleiten voor economische migratie wat betekent dat zij mensen selecteren op hun bruikbaarheid. Dit is een instrumentaliseren van de mens, een Verdinglichung: de mens als nuttig ding en gebruiksvoorwerp.
De inperking van de immigratie is noodzakelijk uit pragmatische overwegingen: ons land en zelfs ons continent zijn te klein om alle probleemgevallen van de wereld op te nemen.
Maar van humanisten en verdedigers van de individuele vrijheden zou je mogen verwachten dat zij dit probleem ruimhartig benaderen, met menselijke warmte en generositeit.
De merkwaardige rigiditeit bij de liberalen doet zich trouwens niet enkel in het asieldossier voor. Enkele jaren geleden pleitten de Vlaamse liberalen voor ‘meer blauw op straat’ en traditioneel staan zij voor een harde aanpak van de criminaliteit. Sommigen vinden zelfs dat burgers het recht moeten krijgen om hun bezittingen met wapengeweld te beveiligen.
Het zijn niet de liberalen die de straathoekwerkers hebben bedacht en evenmin hebben ze al ooit aangedrongen op een betere omkadering van criminelen om ze voor te bereiden op hun re-integratie in de samenleving. Liberalen zweren eerder bij een harde aanpak en daarin staan ze dichter bij de neofascisten van het VB dan bij de ‘softe’ benadering van de Groenen.
Alweer krijg je de indruk dat bezit voorrang heeft op menselijkheid en dat een leuze als ‘de wet is de wet’ belangrijker wordt gevonden dan het empathisch inleven dat tot een beter begrip en een aangepaste sanctie kan leiden.
‘Law and order’ zie ik nochtans moeilijk verzoenbaar met het humanistisch respect voor elk menselijk individu. Respect vraagt om genuanceerde standpunten – wat ten onrechte als ‘softe’ wordt vertaald -: de harde lijn is slechts duidelijk aan de oppervlakte, ze negeert de complexiteit die in elk menselijk gedrag aanwezig is.
Als je christenen onder vuur mag nemen omdat uit hun houding weinig evangelische christelijkheid is af te leiden, dan mag je dat ook doen met het gebrek aan humanisme in de politiek van zich humanistisch noemende liberalen.
de haan 20 jul. 09
over harde tantes en softe venten
vrouwen aan de macht
Eindelijk is het asieldossier gedeblokkeerd: bevredigend is de oplossing niet, maar dat zal geen enkel compromis ooit zijn. Voor de sympathisanten van de vluchtelingen kan een regeling nooit ruimhartig genoeg zijn, voor de xenofoben onder ons is elke toegeving een vorm van landverraad.
In elk geval is een einde gekomen aan een schandelijke vertoning die een cynisch spelletje speelde met duizenden mensenlevens. Opmerkelijk is het feit dat het compromis werd bereikt nadat de twee bevoegde vrouwelijke ministers, Turtelboom en Arena, een stap opzij moesten zetten. Hun koppigheid hield de blokkering in stand.
Dit zou de feministen moeten doen nadenken. Al sedert de jaren 1960 zingen zij: ‘Weg met de bokken, vooruit met de geit.’ Hun credo luidde: vrouwen verdedigen de zachte waarden.
Ik heb dit altijd klinkklare onzin gevonden. Maggie Thatcher, de Iron Lady, heeft op een cynische manier het verzet van de vakbonden gebroken waardoor tienduizenden gezinnen in de armoede terecht kwamen en ze voerde tegen Argentinië een oorlog met enkele rotsblokken als inzet: ongeveer duizend mensen stierven voor de verovering van 3000 schapen, per drie schapen een dode mens. Benazir Bhutto en Indira Gandhi maakten zich schuldig aan corruptie.
Kortom, vrouwen aan de top verschillen in niets van mannen aan de top. De verklaring is simpel: de macht wordt enkel veroverd door machtsmensen om het even of ze vrouw zijn of man. De koninginnen en keizerinnen uit de geschiedenis waren als hun positie werd bedreigd niet zachtzinniger als de koningen en keizers.
Al kan men één bedenking hieraan toevoegen: grootmoedigheid is gemakkelijker op te brengen als men weet dat zijn gezag niet wordt aangetast. Joviaal is afgeleid van ‘Jove’ of Jupiter, de oppergod aan wiens almacht niet werd getwijfeld. Mannen in machtsposities zijn een vanzelfsprekendheid en daarom zijn ze wellicht gemakkelijker tot mildheid geneigd. Vrouwen moeten ‘hun tanden laten zien’ en bewijzen dat ze ‘haar op hun tanden hebben.’
Dat maakt hen wel eens meer tot een mislukte man, maar alleszins minder ‘vrouwelijk’, voor zover we aan beide geslachten de traditionele eigenschappen wensen toe te kennen, met name hardheid versus zachtheid. Turtelboom en Arena zijn harde tantes die geen krimp wilden geven; de mannen die hen zijn opgevolgd, blijken voldoende ‘vrouwelijk’ te zijn om naar elkaar toe te buigen. En buigen is dikwijls een beweging met meer gratie dan de stramme onverzettelijkheid.
de haan 20 jul. 09
Natalia Estemirova
Natalia Estemirova
onbekende, je bent nu wereld-
vermaard: zie, je gezicht in de krant,
een glimlach met bolle wangen
die het meisje bewaart en voorts
de weemoed van Slavische ogen
twee kogels in je hoofd
dat niet wou buigen: je zou
getuigen horen, jouw pen
gaf hen een stem en bestaan
twee kogels op last van
de beulen, de schurken
die jouw land regeren
met hun heimwee naar
tijden van dwingelandij
een vrouw van vijftig
met een meisjeslach
alsof de tederheid
het kwaad kan bezweren
twee kogels in een hoofd
dat niet zou buigen: zelfs
in een schurkenstaat waar
het straffeloze regeert, zelfs
daar moeten burgers bestaan,
vrij om te spreken over
gruwel en geseling - dat dacht je
zo vanzelfsprekend
jouw glimlach in de krant,
die Slavische weemoed
en zoveel vertrouwen
in het geschreven woord
twee kogels doorboorden
meer dan je hoofd: de gaten
staan als rode manen boven
de straffeloze nacht, de gloed
van vuren die de nesten uitroken
van het schurkengebroed, schaam-
rode woorden op het grauw
van een krant die verder bericht
over het beste bier van het land
Westouter, een prentkaart in woorden
Westouter
heuvelland, buitenste binnenland
waar een grens zou lopen maar
we zien ze niet, binnenste
buitenland: we dalen langs
knotwilgen, een kromme colonnade
die banen werpt van schaduw en licht
een trillen alsof de lucht hier huivert
we draaien als een derwisj
chanten de namen van bossen
en paden, verscholen beken –
we buigen naar de kruidige adem
van de aarde, de vrede van
haar golvende buik
restheuvels, rustheuvels
waar een schreve doorheen
snijdt maar niemand voelt
een snee of schram: buiten-
is binnenland en beide zijn
als een omkeerbare jas
die past bij alle seizoenen
we roken onder het dak
waar ooit de koeien stonden
wachtend op een vaardige hand
de geuren zijn nog die van
vroeger, een schoolbank roept
de stofjas van een meester op,
het afraffelen van tafels
restland, rustland: wat voor
geesten bleven hier aanwezig,
de gastvrouw leest luidop
wat de stenen verhalen
wij dalen langs knotwilg
en kamille, beluisteren
sijpelend water en ruiken
de kruiden in de brede adem
van de aarde, haar dromende
schoot die alles wil dragen
ze praat in haar droom en vraagt:
ben jij van vroeger, ben jij van ooit?
Joke Schauvliege
Joke Schauvliege: een ontsierende vlieg op de sierschouw van Kris Peeters?
Het eerste tv-optreden van kersvers minister van cultuur Joke Schauvliege heeft op de opiniebladzijden van de kranten voor nogal wat commotie gezorgd. De jonge moeder demonstreerde een onthutsend gebrek aan kennis van het aan haar toegewezen beleidsdomein.
Ze verklaarde achteraf dat ze eerlijk was geweest. Dat zal wel: een prille moeder die geen tijd heeft om een boek te lezen of een theater te bezoeken heeft blijkbaar wel de nodige tijd om een ministerspost te bekleden. Ze voegde eraan toe dat een minister van cultuur zelf geen kunstenaar dient te zijn om dit departement behoorlijk te beheren.
In essentie roept de aanstelling van Joke Schauvliege op cultuur (nog meer dan die van Pascal Smet op onderwijs) twee vragen op.
Kan een minister zich volkomen verlaten op haar/zijn kabinetsmedewerkers, is het voldoende dat een minister een soort manager is? Je zou het kunnen vergelijken met een bedrijfsleider: Marc Coucke hoeft niet in staat te zijn om al de producten die zijn bedrijf op de markt brengt zelf te fabriceren, maar hij moet in elke geval kunnen evalueren welke producten het waard zijn om op de markt te worden gebracht. Idem dito voor cultuur: een minister hoeft geen schilder of dichter te zijn, maar hij of zij behoort wel te kunnen inschatten welke schilders of dichters ondersteuning verdienen. Wanneer de kabinetards daarover mogen beslissen, dan kan men net zo goed de kabinetschef tot minister bombarderen, dat zou zelfs goedkoper zijn.
Ten tweede heeft Schauvliege zich verontschuldigd door te wijzen op haar tijdsproblemen als jonge moeder. Dit roept vragen op over de emancipatie van de jonge moeders en vaders van deze tijd: moet het ouderschap noodzakelijkerwijze een opoffering zijn, een inlevering inzake levenskwaliteit en zelfontplooiing? Als we ervan uitgaan dat vruchtbaarheid noodzakelijk is voor de overleving van onze maatschappij dan mag het zeker niet zo zijn dat ouders als het ware gestraft worden voor hun keuze. Er is met andere woorden nog heel wat te doen inzake kinderopvang en taakverdeling binnen het gezin. De kernvraag is of een jonge, vruchtbare vrouw het recht heeft om ambities te koesteren buiten het gezinsleven: dit lijkt in onze moderne samenleving een evidentie maar in de praktijk blijkt het niet altijd zo te zijn.
Blijkbaar sluiten carrière en gezinsvorming of vruchtbaarheid elkaar minstens ten dele uit.
In die zin is ‘de zaak’ Schauvliege een ontnuchterend signaal: het is met de emancipatie in ons land nogal pover gesteld en dat zegt ook wel iets over het bestaan van de ‘moderne man’ die blijkbaar nog altijd de huiselijke taken afschuift op zijn vrouw.
de haan 17 juli ’09
vissers bij de Oude Durme


vissers bij de Oude Durme
zie, ik wijs je de wilgenroosjes
waar de vissers zwijgen, trage
mannen, ze volgen de wolken
die om de aarde draaien, een geschiedenis
die dagelijks opnieuw geschiedt
steeds, onstuitbaar moet ik
herhalen, het staren in stilte,
de afgedamde rivier, de oude
dijk die oprijst als een steiger
waaghalzen doken er naar
de diepte, de donkere koelte
toen de zon brandde als
een koperen schotel
en ’s avonds kwamen de futen,
ze dansten hun balts als
een volmaakt ballet -
de waterhoenders snikten
en hikten alsof ze ontroerd
schroomden het zwijgen
te beroeren, de slapende
koeien, schaduwen op
de bult van hun wei
de vissers schroefden hun roede
weer in hun foedraal, ze gaven
voorn en brasem terug aan
hun woning, de paling bleef
zich plooien verward in een fuik
nooit vergeet je die laatste duik
nadat ze allemaal verdwenen:
je zwom naakt als een aal
en een enkele libel zoefde
blauw van oever naar oever, verdween
in de roze droom van wilgenroosjes
neen, nooit laat het je los,
het lage licht dat zilveren steentjes
liet scheren over het water
en zilver sprong op alsof de vissen
kwamen kijken naar een grotere vis
ze hapten naar adem zoals de o
in het woord verwondering
Oude Durme, Oude Schelde
aan de Oude Durme
vrienden, ga en wandel
over de buigzame dijk waar
de jonge notelaars zich bekwamen
in schaduw en de waterlelies dromen
met hun open gezicht
we leven in een walgelijke wereld
waar de beulen heersen, de hogepriesters
van oplichting en leugen
kom daarom naar de rand
van het water, waar de pluisjes
neerdalen uit de populier
zeker, we mogen niet vergeten,
we zullen deze wereld samen
voltooien, wapens omsmeden
zoals een profeet heeft gezegd
zie je, ik heb dit landschap lief,
de uiterwaarden van de aarde
waar je bloed vertraagt en zoete
geuren de koolwitjes bekoren
soms moet je deze wereld
verlaten, je hoofd ontzetten
als een belegerde stad
vrienden, beproef de vrede
als een lastige taak, een opdracht
die ooit zal slagen, morgen
misschien wanneer de bloemen
ons leiden, de patrijzen die
zonder angst met ons de dijk
komen delen: schuchtere dieren
die hun schuwheid verliezen
deze wereld vordert ons op
voor een moeizame tocht;
zie hoe de boten verschijnen,
verdwijnen, hun korte bestaan
van bocht naar bocht
zijn we geen scheepjes beladen
met dromen op weg naar een vrede
die ooit wel zal komen?
doping, eentje om het af te leren
doping, een resumé om het af te leren
Gisteren maakten we een heerlijke fietstocht door mijn geboortestreek in het gezelschap van onder meer een gewezen basketvedette. Het gesprek tijdens de après-vélo kwam uit op de makke Tour en uiteraard de doping. Een vriend stelde de vraag of het gebrek aan spektakel niet te maken had met de opgevoerde controles.
Ik refereerde aan het schitterend debat tussen de drie wielergoden van Steenbergen, van Looy en Merckx dat maandagavond werd heruitgezonden op Canvas plus. De oude van Steenbergen vertelde hoe het eraan toeging in zijn tijd. Ze kregen een doosje met drie pilletjes, het eerste namen ze op 60 km van de meet, het volgende op 40 km, en als ze inzagen dat ze niet meer konden winnen namen ze helemaal niets. Van Looy voegde eraan toe: zie ons hier eens alle drie zitten, wij mogen toch nog altijd gezien worden?
Beide heren van stand: Rik I en II zijn in blakende gezondheid oud geworden, wat zegt dit over hun dopinggebruik?
We moeten eerst een definitie proberen op te stellen om te weten waarover we eigenlijk bezig zijn: doping is voor mij een product dat tegelijk de prestatie verhoogt en schadelijk is voor de gezondheid – beide aspecten moeten aanwezig zijn. En dan is het nog aan de wetenschappers om uit te maken vanaf welke dosis: wie bijvoorbeeld zelf al infiltraties met cortisone heeft gekregen die weet uit ondervinding dat je daar niet direct euforisch van wordt en dat je niet opeens in staat bent om over de kasseien te vliegen. Cortisone is een geneesmiddel, zeer efficiënt in de behandeling van peesontstekingen en pijn, en pas vanaf een bepaalde dosis heeft het de ongewenste effecten: alleen wetenschappers kunnen in hun onpartijdigheid vaststellen waar de grens ligt.
Ten tweede is er de repressie: topatleten moeten nu drie maanden van tevoren hun ‘whereabouts’ meedelen en kunnen elke dag onverwacht gecontroleerd worden van 06 uur ’s morgens tot 22 uur ’s avonds. Laten we aannemen dat doping een vorm van fraude is: er zijn andere vormen van fraude die onze samenleving meer bedreigen, met name de fiscale fraude.
Kan iemand zich inbeelden dat boekhouders, accountants en bedrijfsleiders op een gelijkaardige manier zouden gecontroleerd worden? Of de werklozen of part-timers die potentiële zwartwerkers zijn?
Waarom vallen enkel de topatleten onder een systeem dat in mijn ogen puur fascisme is en een aanslag op de mensenrechten? Ik zie drie oorzaken: atleten zijn weinig georganiseerd en daardoor weinig weerbaar; de dopingschandalen zijn een onderdeel van de massahysterie die de topsport omgeeft; de bestuurders van onze samenlevingen kiezen de sport uit om de bevolking in de waan te brengen dat zij zuiverheid, eerlijkheid en deugdzaamheid ernstig nemen. De samenleving is door en door corrupt, maar de sport moet een toonbeeld van fair play zijn, ze heeft een symbolische waarde en omgekeerd kan je zeggen dat de atleten behandeld worden als zondebokken: in hun persoon wordt het kwaad uitgedreven dat in ons allemaal aanwezig is. Ieder dopingschandaal is daarom een ritueel van zuivering en hypnose: de bevolking neemt dezelfde houding aan als ten tijde van de heksenvervolging; de zondigheid is in iedereen aanwezig maar het is de enkeling die moet boeten.
Het valt niet te verwachten dat dit systeem ten gronde zal veranderen: het bezit een enorm commercieel potentieel, de kijk- en verkoopcijfers gaan de hoogte in telkens een nieuw schandaaltje uitbreekt. En de sportliefhebber is bijzonder tegenstrijdig: hij kankert en foetert op de foefelaars maar nog geen dag later zit hij alweer in spanning voor de buis – zelfs de kermiskoersen trekken nog altijd behoorlijk wat volk. De moralisten verwijzen graag naar de ‘Festinatour’, maar wie nog geen Alzheimer heeft, zal zich herinneren dat ook dat jaar er miljoenen toeschouwers waren langs het parcours en thuis voor de buis. En na zijn dood werd de eerst verguisde Marco Pantani een volksheld in Italië, bijna met het statuut van een patroonheilige.
Kortom de dopingrepressie wordt beheerst door machtsmisbruik, willekeur en schijnheiligheid. En door massahysterie: in de benadering van het fenomeen doping keren we terug naar de Middeleeuwen, we staan ons te vergapen aan een brandstapel met een mengsel van afschuw en bewondering.
Wat ik ooit hoop mee te maken is een nuchtere wetenschappelijke benadering die gevaarlijk gedrag weet te voorkomen en oprecht begaan is met de gezondheid en met de mensenrechten van de atleten. Maar deze zakelijke aanpak zal minder spectaculair en minder commercieel exploitabel zijn dan de huidige hysterie, daarom vrees ik dat de dwaasheid het zal blijven halen.
de haan 15 juli 09

