Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Muziekbos


Muziekbos
er woonde, volgens een
waardig schrijver, een trotse
vrouw die mannen bedwong
als schuimende paarden
oudere wandelaars zagen er
nimfen verspringen van
hyacint naar hyacint
blauwkousjes geloofden
dat geen wind er huilde
maar een roedel weer-
wolven: een sprong in
de nek van een slapeloze
die het dwaallicht volgde
van de maan – de schrijver
droomde daar een hut
te bouwen, een kapel in
een kathedraal van beuken
hij hoorde daar het gekletter
van de getouwen niet, de kruinen
verdreven de rook van
schoorsteen en fabriek
bos van muziek bij een zieke stad
bos met kloven van schaduw
en licht, blauwe bloemen alsof
een geliefde er ligt opgebaard
terwijl nimfen de citer en harp
bespelen van narcis en hyacint:
bos waar de droom begint
vrienden


jubileum in een voorjaar, een toespraak
wat zijn vrienden
zal ik zeggen dat het minnaars zijn
met wie je nooit zal slapen
dat ze zeldzaam zijn
als stenen waar een vis
van een verdwenen soort in zwemt
zal ik zingen met mijn valse stem
dat ze trouw zijn
en eens een vriend, altijd een vriend
ook al drijven op je vel
de levervlekken van het verre zwijgen
want zo zijn onze wegen
bezaaid met landmijnen :
‘zet mij aan land,
heb het land aan mij’
daarom dat we vaak branden
met onze schepen
maar op een dag als deze
vlak voor de heer verrezen is
die net zo goed een dame kon zijn
een slet mooi en geil en onvolprezen
nu spreken we het uit
er is geen verdict dat afsluit
geen slotsom
vrienden berekenen niet
en daar gaat het om
Pasternak
Pasternak
waren zijn verzen
een vingeroefening
voor die ene grote worp?
zeker, niets komt uit
het niets en het woord
verwekt meer woorden
een hoofd moet jaren
dragen eer het open
gaat, en zie: het maakt
een wereld nieuw, een rode
zon op sneeuw en berken
wolven huilen om een huis
een geliefde golft zoals
de zeeën ruisen, een meeuw
snikt in haar mond
wie vat met vingers
deze kanteling, deze
draaikolk: elke drop
een enkeling, de tijd
een trechter die verzwelgt
hij deed er jaren over
vers na vers, geen beeld
volstond, tot die ene zuil
van woorden waarin ze
alle staan gebeiteld: man
en vrouw en moordenaars
een rode zon, een zilverberk
een kraai, een balalaika:
een boek als een venster
in een toren terwijl
de toren implodeert
gidsland
Wat is er toch aan de hand met onze noorderlijke buren? Ooit keek progressief en links Vlaanderen met ontzag en afgunst op naar de Nederlandse tolerantie en vrijmoedigheid. Sedert de triomfantelijke opkomst van Pim Fortuin lijkt het deksel van een beerput gelicht en komen allerlei geurtjes naar boven die herinneringen oproepen aan de donkerste bladzijden uit onze gemeenschappelijke geschiedenis.
De laatste jaren is het bon ton geworden om uit de meest tegenovergestelde hoeken uitspraken te doen die het imago van het vroegere gidsland aan scherven slaan.
Een jaar of twee geleden was er een Nederlandse imam die homo's 'nog erger dan varkens' noemde, vandaag is er de geblondeerde Geert Wilders - voorzitter van een partij die zich nota bene Partij Voor de Vrijheid noemt - die oproept om de koran uit de handel te halen: in zijn ogen is dit boek het 'Mein Kampf' van het 'islamofascisme'.
En bij ons was er een Congolese student die 'Kuifje in Afrika' wil verbieden.
Het doet denken aan de profetische zin van de Duitse dichter Heine:
'Daar waar boeken worden verbrand, zullen weldra mensen worden verbrand.'
Is onze West-Europese beschaving, met Nederland als ontaard gidsland, op de terugweg naar de jaren 1930? Moeten we vrezen voor een charismatische leider die al dit fanatisme oppikt, de media naar zijn hand zet en opnieuw een vendel- en knuppelzwaaiende beweging op gang trekt?
Gelukkig klinken de tegenstemmen talrijk en krachtig, zowel in Nederland als bij ons. Maar in elk geval bewijzen de ongeleide projectielen van het extremisme dat een tolerante samenleving altijd op haar hoede moet blijven: de verdraagzame democratie is juist door haar verdraagzaamheid en openheid zeer kwetsbaar. En zij kan deze superieure eigenschappen alleen bewaren door ze te verdedigen met de middelen van de rechtsstaat: door opvoeden tot weerbaarheid tegen het fanatisme, en door repressie wanneer de grens van de gewelddadigheid of de oproepen daartoe wordt overschreden. Het betoog van Wilders en dat van die imam komen aardig in de buurt: zij zijn de haatzaaiers die de geesten vergiftigen en indirect geweldplegingen kunnen veroorzaken.
Orpheus


Orpheus
neem afscheid van de meisjes
de ingelegde doosjes van jade
jaspis en ivoor, gooi de glazen
sleutel in het water
vergeet de bergplaats, de brieven
de boodschappen in de brieven
die vergeefs werden begrepen
neem afscheid van de ogen van jade
obsidiaan, de wouden en de vrolijke
dieren in die wouden
waar je vingers lagen als dood hout
laat de huiden van onyx en ivoor
aan de tover en tongval van goden
die lood maken van goud
neem afscheid volg de sporen
die lopen door je schedel
zoals de schreven van een lepel
over de wanden van een cel
bespeel je nutteloze woorden
zoals een rietfluit, een vedel
er komen verlegen dieren op af
die verrukt zijn met een treurig lied
lieve doden verlaten hun graf
neuriën mee en meer
verlangen ze niet
vacature
- God bless Inch’Allah -
PVBA
wenst aan te werven:
almachtige (m)
vloeiend Arabisch en Amerikaans
ervaren in het zegenen
van kruisraket en zelfmoordgordel
bedreven in het bespelen
van hoogmoed hebzucht en angst
in het wissen van geheugen
bekwaam tot het inblazen
van list en leugen
deugen in het beramen
van kwelling en verdriet
men biedt:
een soepele werktijd
verloven van eeuwen
en overuren vergoed
met duizendmaal
duizend maagden
ongeschoren of geëpileerd
door vlammen van wraakzucht
of wellust verteerd
en extra legaal
naar keuze
een holte van leuzen
een steen
zwart van gedoofde ogen
en glinsterend van geween
een kruis
in het hout van splinter en stormram
in het onverwoestbaar weefsel van het dwangbuis
kandidaten wenden zich
tot de Heer van de Vliegen
met vermelding:
‘Endlösung endlich’
god zijn is geen easy job
geen wonder dat ze vacant is
onderwijzers
Tot ongeveer 1967 was het evident dat de toekomstige onderwijzers uit het aso kwamen. De toenmalige Normaalscholen splitsten immers een zesde jaar humaniora in tweeën en koppelden hieraan een pedagogisch-didactische vorming.
Tenslotte heeft Lesaffer gelijk als hij stelt dat het onderwijs een te stug systeem is dat enthousiaste en creatieve mensen afschrikt of het werken bemoeilijkt en bijgevolg ontmoedigt. Het dirigisme en de regelgeving zijn de laatste jaren alleen maar erger geworden. Enthousiasme is een vorm van liefde en in de opera 'Carmen' wordt gezongen dat die zich niet laat kooien: zonder soepelheid en voldoende vrijheid maak je de gedrevenheid kapot.
magdala


Maria van Magdala
niet de krampen aan dat kruis
maar de nagels van je tranen
de geseling van je haar
was de verlossing
wanneer ik opsteeg
moest het jouw omhelzing zijn
die openbrak als een ei
na ons en zonder ons
heeft men mij god genoemd
om moord en roof
te vermommen te tooien
met een reden
maar wanneer ik wederkeer
zal het een ronddolen zijn
huilend als een hongerend beest
tot ik de holte vind
waar ik warm
en als helder water werd
van jouw oneindigheid
aan deelbare lippen
en, voorwaar, ik ben god geweest
telkens ik te beven lag
geschokt
door de openbaring van jouw adem
dat buikspreken
waarmee jij mijn huid tekende
tot een heilig boek
wie kan in mij geloven
en loochenen
hoe ik alleen genezen kon
met de zalven van jouw klieren
dat ik sinds jou met jou
alleen verkondigen kon
en als een razende moest tieren
dit bliksemend inzicht:
het enige wonder van de zonde
EO
De Nederlandse EO-zender meent het recht te hebben om natuurdocumentaires zo te verknippen dat elke verwijzing naar de evolutietheorie wegvalt. Vanwege zijn grote ledenaantal is deze zender intussen de grootste geworden in Nederland en misschien de invloedrijkste. De leden manifesteren zich als creationisten die het scheppingsverhaal uit het boek Genesis zeer letterlijk interpreteren.
Hoe is het te verklaren dat vandaag niemand meer gelooft in de mythologie van Grieken en Romeinen, maar wel nog in de joods-christelijke?
Voor een deel zal dit wel te maken hebben met de indoctrinatie in het gezin en op school: heel wat kinderen worden gehersenspoeld met dit gedachtegoed.
Maar wellicht is er een diepere oorzaak.
We leven in een wereld van versnelde transitie: globalisering, migratie, delokalisatie, klimaatdreiging, oorlog en terrorisme verschijnen dagelijks op de buis of in de krant.
Kortom, de wereld en zeker de nabije of verdere toekomst wordt als uiterst bedreigend ervaren.
Dit zou kunnen verklaren waarom men zich zo krampachtig houdt aan de oude zekerheden.
Bij ons in Europa heeft het godsdienstig fanatisme met zijn godsdienstoorlogen, joden- en ketterverbrandingen een hoogte- of dieptepunt bereikt sedert 1492: een nieuwe wereld ging wijd open en de geesten sloten zich af, gingen hermetisch dicht.
Het gaat om een psychologische variant van de dominotheorie: als ik één stukje van mijn geloof laat vallen dan tuimelen al mijn zekerheden als een kaartenhuisje of rijtje dominostenen in elkaar.
Vandaar de intellectuele verkramping: men schuwt alle informatie die het vertrouwen in het eigen verklaringsmodel zou kunnen aantasten.
Op zich is dit enkel betreurenswaardig voor de betrokkenen zelf en voor hun kinderen die ofwel ooit de schok van de ontdekking zullen meemaken en dan in crisis kunnen geraken ofwel jonge zeloten zullen worden.
Maar dit wereldvreemde kan voor iedereen een bedreiging vormen wanneer het maatschappelijke en politieke macht krijgt. Dit zien we nu reeds in de VS waar de kliek rond Bush duidelijk onder invloed staat van christelijke fundamentalisten. Dit vertaalt zich dan in het stopzetten van hulpprogramma's ter bestrijding van aids, maar erger nog is de mythologische terminologie van 'het rijk (of de as) van het kwaad' , een taalgebruik dat herinneringen oproept aan de kruistochten en de aanhang inderdaad voorbereidt om gewapenderhand tot een nieuwe kruistocht over te gaan.
Wat, paradoxaal genoeg, opvalt aan dit fundamentalisme is zijn uitgesproken 'vertikalisme': men streeft een zuiverheid na in de leer en in de relatie tot de godheid, maar met het 'horizontalisme' van naastenleifde en sociale rechtvaardigheid houdt men zich nauwelijks bezig. Tenzij dan in de stijl van moeder Theresa: men predikt de aanvaarding van het lijden, dat gezien wordt als de wil van God, en veel meer dan stervensbegeleiding heeft men niet te bieden.
Veel belangrijker en gevaarlijker dan de dwaasheid van de intellecutele afscherming of verkramping en de censuur zijn deze politieke implicaties.
Omdat censuur de eerste steen kan zijn die een lawine aan het rollen brengt, is waakzaamheid geboden en kan men niet lacherig doen over wat de EO-zendelingen uitspoken.
Het verwerpen van de wetenschap loopt als een stinkend spoor doorheen de geschiedenis van het godsdienstig fanatisme.
Czeslaw Milosz
Om mijn eigen geheugen wat op te frissen volgen nu enige sprokkels uit dit zeer lezenswaardige boek van de Poolse Nobelprijswinnaar van 1980: door de 'l' in zijn namen moet eigenlijk een streepje maar dat zit niet op mijn klavier.
In het Pools is de titel eigenlijk 'geboortegrond Europa': Milosz is diplomaat geweest in de VS en ziet een duidelijk verschil tussen de Europese, in het bijzonder de Midden-Europese cultuur en de Amerikaanse. Dit boek is een vermenging van autobiografie en filosofie en politiek-historisch essay. Daarom is hij te vergelijken met György Konrad. Afgezien van Harry Mulisch, die net als Konrad van joods-Hongaarse afkomst is, ken ik geen Nederlandstalige auteur die een gelijkaardige ambitie heeft.
1.
Herinneringen: dat deel van ons leven waarover we zonder blozen kunnen spreken.
Dit aforisme van Ambrose Bierce moet voldoende zijn om de liefhebbers van openhartigheid te ontmoedigen. (...) Pretendeert men de onbereikbare waarheid te vertellen, dan liegt men, omdat men gebeurtenissen die ons in een ongunstig licht stellen, verzwijgtµ.
2.
Als men de geschiedenis niet levend kan maken door iets wat voor ons persoonlijk leeft dan zal zij altijd min of meer abstract blijven en bestaan uit conflicten van anonieme machten en schema's. (...) Misschien betekent elk vernietigd familiearchief, elk verbrand gildeboek, elke nieuwe stap op de weg naar de vergetelheid wel een consolidering van de classificaties en de ideeën ten koste van de werkelijkheid.
3.
Er is in wezen niets dat meer anti-burgerlijk is dan bepaalde delen van de intelligentsia die ongevoelig voor geld zijn.
4.
In de burgerlijke maatschappij is er nog steeds één eilandje waar armoede geen schande is als deze vervangen wordt door een titel, dat wil zeggen: roem.
5.
Eén kei kan beslissend zijn voor de richting waarin de lawine van iemands lot zal rollen.
6.
Papieren zijn uiteindelijk verzinsels van ambtenaren die het leven van de mensen vergiftigen en je moet je niet al te nauwkeurig aan zulke voorschriften houden.
7.
Daar waar het onmogelijk is vast te stellen wat nationaal is en wat religieus, wordt de religie een sociale kracht van conservatieve en conformistische aard.
8.
Alleen discipline is in staat koelbloedig begane misdaden te rechtvaardigen.
9.
Als ooggetuige van volkerenmoord en tegelijk niet in het bezit van de luxe van de onschuld ben ik geneigd mezelf en anderen daarvoor aan te klagen. In wezen is het echter niet gemakkelijk een oordeel te vellen, als het gaat om gevallen waar de hulp aan de slachtoffers van de terreur voor de helper de doodstraf kan betekenen.
10.
Hoe primitiever het verstand, des te meer genot put het uit de gelegenheid de versnipperende veelheid terug te brengen onder een gemeenschappelijke noemer.
island


island in the sun – Harry Belafonte
geelgroen als limoenen,
de catalpa, een brede
lichtvlek in de tuin
de kroezelkop van een
schietwilg danst een trage
reggae, je verdenkt hem
ernstig van gebruik
deinend als een dobber
golft een kwikstaart op de
stilte, een zweefbel gekibbel
van mezen om een kever,
een aardworm, een korst
loog, een lauwe mensenlucht
een buurvrouw hangt
de was op, je tuimelt
van je eiland zoals
een noot uit een boom
een publiek van populieren
spreekt met dertigduizend
doekjes zijn ongenoegen uit
oude molen


H.
ze woonde bij de Oude Molen
en rookte als een schoorsteen
het doodt de kiemen in je keel,
zei de hese leerling-verpleegster
haar stem een staccato hobo,
soms een trombone con sordino,
haar lach klom hoger:
een klarinet in de nacht
je zat die laatste avond
bij een schone die meer beloofde
voor de duur van een verdwazing
zij wuifde uit haar verte
een rookpluim aan een schoorsteen
haar lichaam een dadelpalm,
een abrikoos haar kontje,
haar mond een maantje
ananas: haar enige zoen
een cocktail in omsuikerd glas
ze woonde bij de Oude Molen
jij rookt nu als een schoorsteen
je hoort een koperen posthoorn
kleeft een zegel op een zending
naar een ver gezicht, een meisjes-
naam, verder niets dan: Oude Molen
joden
de nieuwe joden
- een ode aan de Dienst Vreemdelingenzaken -
over de oceaan
ze voeren in schepen
de schepen droegen
een mooie naam:
er moest een aankomst
zijn, over de oceaan
zoals ze zwierven
vroeger door een woestijn
naar een beloofde Jordaan
over de oceaan
alle havens gesloten
terug in Hamburg
een open trein
over de zee zo blauw
zo blauw: sloepen,
een lekkende schuit
ze varen, spoelen aan
over de zee zo blauw
zo blauw: de Guardia,
carabinieri, honden
en boeien over de zee
een vliegtuig staat
klaar, terug in Dakar
in Freetown, hun
Goudkust: de open
riool, hun land
opengebroken als
een koortsige mond
over de oceaan
over het mediterrane
territoriale: de civiele
terreur van een gesloten
haven, een gesloten deur
Angelica
het oog van Darwin
Het motief van de boze stiefmoeder verklaaart hij vanuit de noodzaak de eigen genen te beschermen.
De evolutionaire psychologie is vooral sedert de publicatie van 'De zelfzuchtige genen' van Richard Dawkins een rage geworden: het menselijk gedrag wordt bepaald door zijn genetica. In dit boek suggereert Dawkins zelfs dat de genen over een eigen wil zouden beschikken die beslist over het gedrag. De mens zelf zou niet meer zijn dan een 'survival kit' voor de genen, hun apparaat voor overleving.
Het artikel geeft het voorbeeld van Cosette in 'Les Misérables', maar wat zegt deze geschiedenis: een ongehuwde moeder, verleid door een losbandige student, moet uit armoede haar kind achterlaten en wordt uitgebuit door een herbergier, de gewezen laffe soldaat Thénardier, die bezeten is door hebzucht. Dit zijn sociale en morele categorieën: Victor Hugo draait zich om in zijn graf als men die probeert te verschonen met de genetica als excuus.


angel de sangre y miedo
Angelica,
je zal wel geen engel zijn
engelen hebben geen donkere
huid, geen kastanje haren
engelen zijn romig
als boter van eigen bodem
blond als schuimend bier
engelen hebben geen moeder
die bloedt en krijst
en weerstand biedt
je zal wel geen engel zijn
geen etherisch wezen
vrij van angst en vlees
en geen dier met een ring
in het oor waar de wet
een nummer op schreef
je moeder heeft die naam
bedacht om je verbeelding
vleugels te geven, om je
te laten geloven dat er
een overkant bestaat,
voorbij oceaan en bergen
waar je welkom zou zijn
een land van bier en boter
waar engelen zingen in koor,
muziek maken in verlichte zalen
van verbeelding, in eeuwenoude
kathedralen van geloof
je dwaze moeder dacht
dat zo’n land bestond
je zal wel geen engel zijn
geen engel vertoeft zoals
pluimvee achter draad


Ingmar Bergman
Gisterenavond deelde het tv-journaal mee dat Ingmar Bergman is overleden, een van de absolute genieën van de zevende kunst.
Het kwam aan alsof een EO-kijker plots hoorde omroepen: ‘God is dood.’
Vandaag lees ik reacties en getuigenissen in twee kranten en herinneringen komen naar boven.
Mijn initiatie in de film als kunstvorm begon in de smalle, afbuigende Ankerstraat van Sint-Niklaas – de naam van de bioscoop ben ik vergeten. Ik voel nog altijd de ontgoocheling toen de voorstelling van ‘Vangeli secondo Matteo’ van Pier Paolo Pasolini werd afgebroken omdat de leerlingen van de vakschool te veel kabaal maakten. Naast mij zat mijn boezemvriend, de latere professor in de ontwikkelingspsychologie Paul van Geert, die reeds op 16-jarige leeftijd schilderde in de stijl van Marc Chagall en mij wees op de Fra Angelico-achtige cadrages in de openingssequenties: film kon schilderkunst zijn. En drama, muziek en literatuur: alles in één vorm.
Ik zag voor de eerste keer ‘Het Zevende Zegel’. Later zou ik als leraar mijn eigen leerlingen ervan proberen te overtuigen dat dit sombere, akelige meesterwerk de perfecte achtergrond leverde om het opgelegde ‘Elckerlyc’ beter te leren begrijpen.
Uiteraard was mijn fascinatie voorde film al eerder ontstaan, dankzij de Hamse Jamba: het jongenspatronaat Johannes Baptist waar op zondagnamiddag na het gebed van onze geliefde onderpastoor Moras, die later een romanschrijver onder schuilnaam bleek te zijn en er met een vrouw vandoor ging, Amerikaanse westerns zoals ‘Rio Bravo’ en ‘Fort Apache’ en oorlogsfilms werden vertoond. Steevast voorafgegaan door een voorfilm met Roy Rogers de zingende cowboy in het wit op zijn zilveren schimmel. Om ‘de Dikke en de Dunne’ niet te vergeten en die ene afschuwelijke zondag dat mijn broertje en ik te veel snoep hadden gekocht zodat we geen geld meer over hadden om de toegang te betalen en ‘Laurel en Hardy bij het Vreemdelingenlegioen’ misten. We voelden ons als Adam en Eva die door de engel met het vlammende zwaard uit de Tuin van Eden werden verjaagd. We keken naar een godsvruchtige prent over het leven van de heilige Theresa van Avila, naar de even vrome ‘Brood en Wijn’ in het Italiaans over een jongetje dat jong stierf en van bij het altaar recht naar de hemel opsteeg. Ook de Vlaamse film ‘De goede moordenaar’ komt in mijn geheugen weer naar boven: het begin van enige sympathie voor veroordeelden en van een principieel wantrouwen tegenover het gerecht en een instinctieve afkeer van de arrogantie en wreedheid van een vonnis.
Isdit interpretatie achteraf of is het toch waar dat jouw meest fundamentele overtuigingen al onbewust vorm krijgen bij je eerste ervaringen, zelfs op zo jonge leeftijd: minder dan tien?
Het sterkste beeld van al komt uit een spionageverhaal met ijzingwekkende folterscènes en een ondervrager die plots zijn gezicht uittrekt en het rubberen masker blijkt te dragen van een vriend van de ondervraagde. Wellicht is die schok verantwoordelijkheid voor mijn levenslange voorliefde voor maskers en voor de theorie van Jung over persona en schaduw: hoeveel maskers moet je van een mens verwijderen eer je zijn ware gezicht te zien krijgt?
In die middelbareschooltijd, midden de jaren 1960, zond de BRT geregeld artistieke films uit: de Italiaanse neorealisten, Fellini, Buñuel, Tsjechische en Russische producties en verscheidene werken van Bergman. Dat gebeurde na 22 uur: iedereen ging slapen, alleen ik bleef in onze woonkeuken met haar veranda en Leuvense stoof zitten en voelde het gevecht van de gloeiende kachel met de ijzige helft van de ruimte onder het glas. Vader kwam dan van zijn avondploeg en rolde zijn eerste shag met zijn onveranderlijke vraag: ‘Wat is het opschrift van die film?’ Meestal reageerde ik nors omdat hij toch niets had aan die titel, vond ik, maar verder zweeg hij en tot op vandaag vraag ik me af waaraan hij dacht, wat hij toen voelde.
Op de Bisschoppelijke Normaalschool werd Bergman door een retraitepredikant aangeprezen als een christelijke cineast, tegenover de heidense en verfoeilijke Buñuel. De priester beweerde: als Bergman een verkrachting toont laat hij aanvoelen hoe erg dat is, de Spanjaard legt de nadruk op het plezier.
Ik zag twee keer ‘De Maagdenbron’, een soort Middeleeuwse legende over een adellijk meisje dat van haar paard wordt geroepen door bedelaars die haar uiteindelijk verkrachten en vermoorden bij een bron in het bos. Deze struikrovers zagen er inderdaad afschuwwekkend uit, maar dit maakte de opwinding bij de puber er niet minder om. Later zag ik – als ik me niet vergis – in ‘Viridiana’ van de Spaanse grootmeester eveneens een verkrachting en de smerigheid leek me niet geringer: juist door de burgerlijke schijnheiligheid en listige omwegen van de dader vond ik deze versie minstens even weerzinwekkend – en gezien de schoonheid van de actrice (Cathérine Deneuve?) net zo prikkelend, wat iets zegt over de ‘economie van de driften’ zoals Freud dat noemt.
Na mijn diplomering als katholiek onderwijzer begon ik op zaterdag naar Antwerpen te trekken: een fietstocht van ruim 30 kilometer heen, en 30 terug in het donker met een ronkende dynamo. In die tijd kon je een vrijwel nieuwe fiets ongeketend achterlaten bij de ingang van de Kleine Tunnel: ’s nachts vond je hem onaangeroerd terug.
In een van de kleinere bioscopen ging ik helemaal op in de sublieme portretfotografie van Sven Nykvist in ‘Persona’, ik hijgde mee met een Griekse film over incest die zich afspeelde in spelonken, de personages halfnaakt, halfgekleed in pelsen. Ik genoot van ‘Electra’ van de Griek Michael Cacoyannis: voor het eerst maakte ik het mee dat de koren uit de meer dan tweeduizend jaar oude toneelstukken nog steeds konden overrompelen met hun statige zwarte gewaden en hun onheilspellende dictie.
Ik ga geen opsomming geven van al de films die ik van Ingmar Bergman heb gezien: nagenoeg alles wat er ooit in België is vertoond. Beelden bleven me bij, symbolische en dramatische: een mot die tegen een venster tokkelt wanneer een man en een vrouw een langdurig gesprek voeren in een afgelegen hut (in ‘Een Passie’); de bloedrode sterfkamer in ‘Kreten en Gefluister’ en vooral Liv Ullman voor een hoge wandspiegel in deze film: hoe een bezoeker – een dokter? – haar verplicht naar haar eigen gezicht te kijken, naar de geschiedenis van haar groeven en rimpels en al de geheimen die daardoor worden verraden.
Meer dan wat ook is dit de les van de grote Zweed: leer naar jezelf kijken, jij zelf bent het grootste raadsel. Hoe meer je over jezelf te weten komt, hoe beter je de anderen zal begrijpen.
Deze zelfbeschouwing is bij Bergman meedogenloos: eerst gaat het om die genadeloze blik van een onverzoenlijke calvinistische God (zoals in De Avondmaalgasten’), in latere films zit deze God in de mens zelf, in zijn partner of in zijn eigen tegenstem of slagschaduw.
Bergman is inderdaad een ‘christelijke’ kunstenaar maar wat hij toont geeft de leiders en predikanten van het christendom geen enkele reden tot trots: in Bergman zien we een mens worstelen met wanhoop om een zwijgende God, worstelen met het wurgende zondebesef, worstelen met het onvermogen tot nabijheid en communicatie.
Dit portret is eenzijdig: er is ook een vrolijke Ingmar Bergman – denk aan zijn schitterende verfilming van Mozarts ‘Toverfluit’ – maar dit is de Bergman die in die woelige jaren 60 tot begin jaren 70 op mij een overdonderende indruk heeft gemaakt. Voor mij staat deze sombere Zweed op de uitzonderlijke hoogte van Homeros, Shakespeare, Freud en Montaigne – om maar deze namen te noemen die specifiek voor mij zo’n betekenis hebben gehad en nog hebben: iedereen kan zijn eigen lijstje samenstellen. Het gaat hier om meer dan bewondering: dit is een verhaal van erkentelijkheid, een tribuut aan een grotere geest die mijn kleinere geest geopend heeft. Vanaf je zestiende ‘geïnfecteerd’ zijn met Bergman, maakt je immuun voor alle rotzooi die in de daaropvolgende jaren is aangeprezen als geniale kunst. 31 juli07
gewetensvorming
De vorige tekst - over India en de namaakmedicijnen - besloot nogal gemakkelijk met de term 'gewetensvorming' als het doorslaggevende middel om tot een beter gedrag te komen.
Maar wat is dat precies, een geweten?
Het morele besef, een juist inzicht in goed en kwaad, voldoet niet. Dit wordt aangereikt door de meeste godsdiensten en filosofische tradities.
In het katholicisme is 'de stem van het geweten' zelfs gelijk aan 'de stem van God'. Een uitwerking van het concept dat de mens in God leeft zoals God in de mens.
Maar daarmee schieten we niet op: de ene gelovige hoort duidelijk wat anders dan de andere. Gisteren zagen we op tv nog een reportage over de jeugdkampen van de Amerikaanse NRA (National Rifle Association) waar zeer jonge kinderen leren omgaan met vuurwapens en een dankgebed uitspreken omdat zij in een land mogen leven waar zij vrij wapens mogen bezitten en gebruiken. Het schizofrene en krankzinnige aan deze beweging is dat zij zich beroepen op een God die heeft gezegd: 'Wie met het zwaard omgaat, zal door het zwaard vergaan.'
Een tweede element is de empathie: het vermogen om zich te verplaatsen in de andere, in het bijzonder in de lijdende mens. Psychopaten bezitten dit vermogen niet: het lijden van de anderen laat hen onverschillig terwijl het minste ongemak dat zij zelf ondervinden hen razend kan maken - denk aan Dutroux.
Maar ook dit vermogen volstaat niet: heel wat mensen worden aangegrepen door de miserie maar doen er niets aan behalve het hoofd schudden of zelfs tranen wegpinken.
Het derde en noodzakelijke element is dus de aanvaarding van de eigen verantwoordelijkheid: de impuls om iets aan het lijden of het onrecht te willen doen en dan ook in actie schieten, iedereen 'naar godsvrucht en vermogen' dat wil zeggen: op zijn eigen manier.
Niet iedereen is een pater Damiaan of Mahatma Gandhi: wat men in concreto doet moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Zoals iedereen geconfronteerd wordt met de vraag of hij/zij wel voldoende doet.
Deze vraag kan een kwelling worden als men ze onverbiddelijk stelt: men kan immers nooit genoeg ondernemen, het lijden is zo immens dat men het nooit helemaal kan wegnemen.
Men moet dus bewegen tussen het nietsdoen en de absolute overgave.
Het laatste is gereserveerd voor de heiligen onder ons - voor zover die bestaan en als mens te genieten zijn - , het eerste is moreel verwerpelijk.
Daartussen is er het mededogen: met de anderen en met zichzelf.
Mededogen met zichzelf betekent de aanvaarding van het feit dat men niet volmaakt kan zijn: 'Wees volmaakt zoals uw Vader die in de hemelen is' moet men begrijpen als een hyperbool, de overdrijving van een dichter die oproept tot het maximale om een minimum te verkrijgen.
Samengevat: moreel inzicht, empathie en aanvaarding van de eigen (mede-)verantwoordelijkheid bepalen het gewetensvol gedrag.
'Wer immer strebend sich bemüht' (wat in Faust op Mefisto slaat) onderneemt alleszins meer dan niets, hoeveel meer hangt af van je persoonlijk vermogen, mentaal en fysiek.
reiger
blauwe reiger
reiger, liaan
al wat lang en lenig
en statig is: ze veegt
je de schedel en dekmantel
uit, je wereld van oorlog,
verloochening, krimpt in
één mededogenblik
lang en lenig
een blauwe reiger
en jij een voorn,
een bliek die smeekt:
hap dan toch, stoot
je snavel in het water
een liaan, een klimtouw
dat uit de hemel valt
en een stem beveelt:
klauter, vlerk zonder
vleugels, stijg van de aarde
en haar bezwaartekracht
statig begaat ze de zomer
in een beschaduwde straat
en jij wordt ontijdig ijs
waarin ze achten, verwachten
snijdt, lidtekens van oneindigheid

