‘Ook een soldatenhart is niet van steen’…
Zo klonk het refrein van een tophit in de jaren 50.
Archief
hypocriete lessen
reacties op leterme in de standaard
vlinders


uit Een stuk of wat
vlinders
hij weet niet wat hij aan moet
met dit wezen
zij loopt zijn kamer in
haar lichaam een korf vlinders
ze licht het deksel op
volgt een verhaal van vleugels
en huid is maar om op te schrijven
huid is alleen een uitvlucht
voor trillen dat niet stil wil zijn
dit is geluk, zegt ze, het laat zich kennen
als raaskallen, drukte van insecten
met tevelen in één zwerm
zoals haar ogen hem bekruipen
hun kuifje schuiven tot hij huivert
hij weet niet meer
hoe hij het heeft
zoals zij hem heeft: lief
en wat hij van haar houdt
van haar overhoudt: licht
als soortelijk gewicht van woorden
nog onafscheid


uit Een stuk of wat
nog onafscheid
’s avonds ben je d’r, lig ik samen
met een zacht verleden
daar komen tranen van
en zaad soms
het is een steen die mij laat stromen
overdag vergeet ik veel
dan rol ik als een kei
en jij een helling
die ik gezwind ontwijk, wind gelijk
tegen het donker loop ik leeg
een kalkbel zonder ei
zonder eigen want geen ander
die mij eigen is – ergernis, heilige mis –
’s avonds lig je d’r, ben ik samen-
gevat als een verhaal in te weinig woorden
als een steen in te moe metaal
als breken dat jij onherstelbaar hebt begrepen
geweld eindigt waar respect begint, een poging tot antwoord aan Yves Leterme
Hoewel ik nooit een marxist ben geweest, ben ik overtuigd van de marxistische idee dat de economie de onderbouw is van het geestelijk leven. Vooral vanuit de EU wordt ons het dogma door de strot geduwd dat iedere economische activiteit en dienstverlening onderworpen moet zijn aan de wetten van de ‘vrije’ markt, aan het concurrentiemodel. Wanneer wij het voortdurend ingepeperd krijgen dat de andere in de eerste plaats een concurrent of een rivaal is, dan worden de spontane neigingen tot samenwerking en empathie de kop ingedrukt. Het gaat dan om ‘ik of jij’ en niet meer om ‘jij en ik’.
Ten tweede is er de robotisering van de arbeid ter wille van de verhoogde productiviteit. Het beeld is al zo vaak gebruikt: men kan een citroen maar één keer uitpersen, daarna is hij leeg.
De cultus van prestatie en productiviteit begint al in de jeugd, op school, in de sport, in nagenoeg elke sector komt het erop aan de beste te willen zijn en vaak ten koste van de andere(n). Het resultaat is een overmaat aan stress en ontevredenheid want ‘the sky is the limit’, er zal wel altijd iemand meer hebben of beter presteren dan jij en wie geen genoegen schept in het eigen leven, kan moeilijk omgaan met het schijnbaar betere lot van de anderen.
Ten derde zijn er de gedragsvormen en ‘waarden’ die verspreid worden door de populaire cultuur. Je kan er toch niet naast kijken dat het merendeel van de films in de bioscoop, op tv en in de videotheken van Amerikaanse makelij is met de typische Hollywoodkenmerken van oppervlakkige sensatie, gewelddadigheid, vals sentiment en ‘the American Dream’: succes wordt uitgedrukt in weelde en wordt bereikt door sterke individuen die hun tegenstanders uit de weg ruimen, hetzij in een rechtszaak, hetzij met wapens. In de dialogen zijn de meest frequente woorden: ‘fuck you’ en ‘fucking’. De teksten van heel wat songs (vooral de Engelstalige maar zeker niet alleen de Amerikaanse) zijn nihilistisch of cynisch en agressief. Allerlei ‘games’ stellen het geweld voor als een leuk tijdverdrijf: een personage schopt, slaat, beschiet een ander louter voor de fun – agressie is geestig, aan agressie beleef je plezier.
Het gaat om een totaalbeeld dat keer op keer wordt versterkt, niet om een sporadisch bekijken van een spannend avontuur.
De overwaardering van bezit en materieel succes heeft als bijwerking dat wie niet mee kan in deze ‘rat race’, zich uitgesloten voelt en zonder meer uitgesloten wordt: pas wanneer je zelf in de schulden zit, ondervind je dat er van respect voor jouw persoon niet veel meer overblijft.
Ten vierde, en ik zal het blijven herhalen: het dagelijkse bombardement met negatieve berichten in de tv-journaals en in populistische kranten heeft wel degelijk invloed op het onbehagen bij de bevolking: vertrouwen in de mens en in de toekomst bouw je niet op daar het publiek voortdurend te confronteren met het meest weerzinwekkende waartoe de mens in staat is, terwijl je tegelijkertijd allerlei kansen laat liggen om ook het positieve aan bod te laten komen. De getuigenissen van twee schooldirecteurs (in De Zevende Dag) die hun leerlingen aansporen tot sociaal engagement, waren zelfs voor onze minister van onderwijs een aangename verrassing en dat waren ze zeker voor de meeste kijkers.
We leven in een onzekere wereld, dagelijks vangen we signalen op die overkomen als een bedreiging. Deze latente en soms manifeste angst maakt mensen kregelig, onverdraagzaam, lichtontvlambaar en agressief.
Het klinkt als pastoorstaal, maar wie geen respect krijgt, zal er ook geen geven: wat men nooit of onvoldoende gekregen heeft, kan men niet teruggeven. Respect voor mensen, jongeren en volwassenen, betekent in de eerste plaats geen onredelijke eisen stellen en een minimum aan veiligheid en geborgenheid aanbieden. Een maatschappij die in alle aspecten van het leven, haast op elk moment, gedomineerd wordt door het competitiemodel en de prestatiecultus zal hierin steeds tekort schieten. Wat we nodig hebben is het gratuite gebaar, de inzet zonder eigenbelang tenzij de voldoening van het geven, de activiteit die men verricht omdat men het graag doet zonder er noodzakelijkerwijze enig profijt uit te halen of omdat ze het samenleven aangenamer, fraaier en comfortabeler maakt: een deur open houden is minder grappig dan die deur in het gezicht van een volgende te laten slaan, maar wanneer je zelf de volgende bent dan denk je daar anders over.
Ik twijfel eraan of een intentieverklaring iets vermag tegenover de machten die de economie en de cultuur domineren, maar men kan Remco Campert indachtig zijn: ‘verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden.’ Een voorbijganger groeten maakt de straat al wat minder koud.
.
koningsgraf


koningsgraf
bleven ze rijden en paren
de koningen, mogols, begraven
met paarden en vrouwen
beeld je in: een courtisane
een nimf die siddert
de slagader in haar hals
de priester met gouden sikkel
het hoongelach van een god
stel je voor: de weelde
van kever en bacterie, weefsels
ontrafeld, ontraadseld
tot molecule, atoom
soms uit rotsholten en kloven
komen poppen te voorschijn
omwikkeld met riemen en snoeren
hun nek gedraaid alsof ze een stoet
een voorbijgaan aanschouwen
poppen die verpulveren
in het licht - een penseel
schuiert omzichtig de schedel
van favoriete en lievelingsdier:
een kaak hinnikt nog alsof het
zijn meester uit de verte herkent
je was een kind in een tuin
verwonderd om de rode
kleibol, hoe die knikkerde
als een koning, dobbelde
als een god, verwonderd
om die bol en het botje
van een mol of veldmuis
om de walm van verderf
en hoe zoet die wel was
mysterieuze mystiek
Een mystiek aangelegde collega citeert met instemming een oosterse wijsheid: ‘stilte is de grootste openbaring.’ Doordenkend kan men stellen: het mooiste gedicht is een leeg blad, een modernistische monochroom is een sterker schilderij dan het meest virtuoze van Rubens of Picasso. En verder: de geprefereerde toekomst voor de mens is het verdwijnen van onze soort.
Het dwepen met oosterse wijsheden is wellicht begonnen met de ontdekking van de voortreffelijke Perzische dichter Omar Khayyám aan het einde van de negentiende eeuw. Onder meer dankzij Herman Hesse is een halve eeuw later de belangstelling gewekt voor het boeddhisme, in het bijzonder het Zen-boeddhisme dat in de jaren 1950-60 een echte rage werd. Niet alleen de hippies, iedereen die de westerse beschaving onbevredigend vond, moest naar Katmandoe en las in extase raadselachtige spreuken zoals: ‘stel je het klappen voor van één hand…’
De boodschap van de verlichte prins Siddharta, met als kerngedachte: ‘begeerte is pijn’, was voor velen een bevestiging, een bewijs van hun diepste overtuiging. Zij verwierpen terecht de westerse consumptiemaatschappij met haar eenzijdige nadruk op bezit en streven: onthechting was ‘opeens’ het ware, hoewel dat al 2000 jaren eerder net zo helder verkondigd werd door de profeet uit Nazareth.
Het zwakke punt is echter dat een consequente zenhouding tegelijk een eindpunt is: wie niet meer streeft, presteert uiteraard niets meer – boeddhistische monnikken zijn niet voor niets bedelmonnikken dwz er moeten altijd anderen zijn die voor hen het voedsel verbouwen en de geiten melken of de waterputten aanleggen. Laten we ernstig zijn: momenten van stilstand en bezinning zijn noodzakelijk om zichzelf niet voorbij te rennen, het mateloze van de westerse prestatiecultus en bezitsdrang is ziekelijk en ziekmakend. Maar niet de leegte kan ons vullen, wel een zorgvuldig gekozen inhoud, meestal met moeite verworven, soms geschonken door de genade van het ogenblik. ‘Je moet je hoofd leeg maken,’ manen de oosters geïnspireerde wijzen je aan: hoe doe je dat en hoelang kan je die toestand aanhouden eer je leeghoofdig en dwaas wordt? Leven is ritme, vonden de denkers van het tijdschrift Van Nu en Straks (rond 1895): een gezonde geest is lenig, verandert van vorm zoals water in verschillende vaten en glazen, maar het blijft water. Je kan vergaren om los te laten: je behoudt wat je voldoening schenkt en het overige laat je aan de veelvraten die geen onderscheid maken. Mystiek is pas geloofwaardig als die met diepe wortels in het leven staat.
sprokkels
1.
Mondigheid houdt meer in dan 'je mondje roeren'.
2.
Een schrale taal leidt tot een schraal wereldbeeld.
3.
Wie geen spijkers met koppen slaat die slaat een mal figuur.
4.
Geen helder denken zonder een heldere taal.
5.
Wantrouw duistere geesten: wie het niet duidelijk en nauwkeurig kan zeggen, heeft nog niet goed genoeg nagedacht.
6.
Taal kan een blikopener of een blikbegrenzer zijn.
7.
Toegeeflijk onderwijs maakt gemakzuchtige leerlingen en later onbekwame volwassenen.
8.
Ook in de taal moet je dat ene plekje zien te vinden waar het echt deugd doet.
match box


uit Een stuk of wat
match box
dat hij in haar paste
zoals een duivel in een doosje
een kogel in een dode
een vogel in een ei
eens hij in haar paste
een gezicht in een masker
en een keutel in een hol
en een klepel in een klok
zoals rook in een schoorsteen
zoals een steen in een nier
zoals crème in een praline
zoals een doosje in een strik
of hij in haar paste
en of en nog
als maar zo pas

