Naar de inhoud

boek onder lava

verzwegen berichten
akke.beakke.be

Archief

hoe ga je om met fanatisme?

Rik Pinxten over het hoofddoekenverbod

 

Het verwondert mij dat antropoloog Rik Pinxten in De Morgen van 26 juni zo weinig empathie vertoont tegenover de godsdienstbeleving.

Hij kan het niet aanvaarden dat gelovigen hun godsdienst belangrijker vinden dan de wetgeving. Nochtans is het zo dat ondanks de legalisering van abortus en euthanasie heel wat gelovigen die ingrepen voor zichzelf niet toestaan en er evenmin aan wensen mee te werken.

Dat is geen probleem zolang zij  hun opvattingen niet opdringen aan de andersdenkenden.

Deze druk komt ook in beeld bij het hoofddoekendebat maar als je daartegen in wil gaan moet je de onderdrukkers aanpakken en niet degenen die eventueel onderdrukt worden.

Pinxten stelt de essentiële vraag: ‘Vinden wij het normaal dat jongeren al vanaf hun zesde geïndoctrineerd worden (...)?’

Dit geldt voor elke vorm van indoctrinatie, ook voor de katholieke en voor de rabiaat vrijzinnige: het gaat bij indoctrinatie altijd om gesloten systemen waarin geen tegenstem of twijfel wordt toegelaten. En precies deze veelstemmigheid zou in het onderwijs moeten worden aangeboden – ook in het katholieke onderwijs.

Pinxten gaat voorbij aan de kern van de zaak: wat is doel en wat is middel?

In zijn ‘Idee’ over het ‘divertissement’ merkt de filosoof Pascal op dat beide wel eens worden verwisseld zodat het middel een doel is geworden.

De doelstelling moet zijn tot een pluralistische en verdraagzame samenleving te komen.

Gedragscodes en kledijvoorschriften kunnen daartoe een middel zijn maar ze zijn nooit een doel op zich. Ik stel gewoon vast dat het hoofddoekenverbod contraproductief werkt wat bewezen wordt door de oproep van de Antwerpse imam om desnoods het onderwijs te verlaten.

Bij mijn weten is deze fanaticus nooit eerder in dit atheneum aanwezig geweest: het  verbod zorgt ervoor dat hij het spontane protest kan recupereren voor een heel wat gevaarlijker betoog.

Ik ben een overtuigd atheïst en worstel telkens weer met de vraag of mijn toegeeflijkheid ten opzichte van de hoofddoek geen verraad aan de principes van de Verlichting betekent.

Ik denk het niet omdat vrijheid  eveneens impliceert dat een individu zich mag onderwerpen aan godsdienstige regels, hoe bizar deze houding voor mijzelf ook mag zijn.

Tolerantie en opvoeden daartoe betekent leren omgaan met het verschil: dit bereik je niet door de verschillen weg te moffelen met een verbod. Zoals je evenmin de ene dwang opheft door een andere in te voeren.

De sterkste krachten in het integratieproces zijn het onderwijs en de tewerkstelling: doe er dan ook alles aan om jonge mensen binnen deze systemen te houden, vermijd de uitsluiting.

Een hoofddoek – of een kledingcode in het algemeen - is te futiel om daarvoor de grote doelstelling te ondermijnen: het gaat om medeburgerschap en participatie aan een maatschappij die voortdurend in verandering is. Een verbodsbepaling heeft meestal als gevolg dat houdingen worden verhard en verstarren of zelfs terugkeren in de tijd wat het tegendeel is van een evolutie naar meer  emancipatie en ruimdenkendheid. Wat in de hoofden zit is belangrijk, niet de haartooi of het hoofddeksel: op het denken heb je geen impact meer als je mensen uitsluit en terugjaagt naar een ‘Igelstellung’, een oninneembare burcht van fanatisme.

De geschiedenis bulkt van de bewijzen: godsdienstig  fanatisme is altijd en overal een zwam die woekert in de duistere sfeer van de onderdrukking.

 

de haan 26 jun. 09

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 07:31 Reageer op dit bericht

sledehonden

sledehond

 

als een span sledehonden

die uithijgen na hun tocht

zo druisen ruig de kruinen

 

 

je wordt er rustig van

je bent nu  zelf een zuiver

dier dat neerligt in de sneeuw

honden janken als ze dromen

 

ondanks de zomer loop je

door een decembernacht

de Bunt is duister, alleen

de sloten glanzen als

brede linten van satijn

 

je draagt een zeildoek

en voor je uit verkent

je herdershond de weg

jij volgt maar, volgt

maar  in blind vertrouwen

 

je zal behouden aankomen

bij de hoge dijk, de Schelde

zal geweldig zijn, met zware

baren op de stenen slaan

alsof het water de kracht

heeft van een drilboor

 

omstandig druisen de kruinen

en jij droomt van glanzen

alsof je  uithijgt in de sneeuw

en een stuurman op de slede

staat, een hand die jou zal leiden

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 17:40 Reageer op dit bericht

Tom Boonen en het imago van de Tour

imago en moraal – nogmaals over Tom Boonen

 

Van ASO en de Franse staatssecretaris voor de Sport mag Tom Boonen niet deelnemen aan de Tour omdat  zijn imago niet strookt met dat van deze hoogmis van de wielrennerij.

Wat is het imago dan van de Tour? Net als bij andere topsportfestijnen staat het geld centraal

en daarom moet er zoveel mogelijk spektakel zijn want dat verhoogt de kijkcijfers en brengt meer reclame-inkomsten op. De Tour is heel wat minder bekommerd om de gezondheid en de veiligheid van de renners – al moet ik toegeven dat inzake onveilige parkoersen de Giro nog erger is. Kortom, de Tour en ASO zelf is niets anders dan big business en dat heeft niets te maken met een hooggestemde moraal.

In het algemeen kan men zich de vraag stellen of om het even welk imago wel iets  van doen kan hebben met moraliteit: imago is altijd een buitenkant en moraal slaat op de binnenkant van een mens. Een politicus kan een voorbeeldig imago hebben maar in de praktijk zo corrupt zijn als de pest.

En wanneer heeft men een schadelijk imago:  geldt deze kwalificatie ook voor atleten die hun vrouw bedriegen of  hun kinderen geregeld een klap verkopen. Zijn de geldbedragen die omgaan in de topsport – in het bijzonder in het topvoetbal en het topwielrennen - bevorderlijk voor het imago? Om nog te zwijgen over de Formule 1:  is het wel fatsoenlijk dat daar zogenaamde pitspoezen bij horen, schaars geklede  schoonheden die een en al seksuele bereidwilligheid uitstralen?

Steeds heeft men het over de voorbeeldfunctie:  is die ook van toepassing op graatmagere mannequins die jonge meisjes eetstoornissen kunnen bezorgen? En wat te zeggen van popsterren en filmvedetten die zich te buiten gaan aan allerlei drugs of er graag een liederlijke levenswandel op na houden: is hun imago van libertijns gedrag geen voer voor al de sensatieblaadjes die zonder hun escapades en excentriciteiten geen reden van bestaan zouden hebben. Anders gezegd: het getuigt van een onaanvaardbare willekeur om aan de ene beroepscategorie wel fatsoensnormen op te leggen en de andere juist  sympathiek te vinden omdat zij dezelfde fatsoensnormen overtreden.

Van atleten worden sportieve prestaties verwacht,  in een faire competitie – dus zonder het gebruik van onbetwistbaar prestatievervalsende middeltjes – maar zij hoeven geen  toonbeelden te zijn van morele deugdzaamheid.

In het concrete geval van de cokesnuivende Boonen moeten we objectief vaststellen dat het gaat om een wetsovertreding – cocaïne is immers een bij wet verboden drug – maar de overtreding kwam enkel aan het licht omdat deze particuliere gebruiker, de sportvedette, systematisch wordt gecontroleerd wat niet gebeurt met al de andere gebruikers.

Dit is een schending van het gelijkheidsbeginsel uit onze grondwet: normen en opsporingsmethodes moeten voor iedereen gelden en op een gelijkaardige manier worden afgedwongen. Atleten zijn ook burgers die dezelfde rechten hebben als iedere andere burger.

Op mijn school had ik het imago van een anarchist en onaangepaste dichter, de brave collega’s gingen  ervan uit dat ik wel een druggebruiker zou zijn. Tegelijk schepten zij graag op over hun drankgebruik onder meer tijdens het personeelsfeest dat steeds eindigde met whisky en cognac waarna ze halfdronken achter het stuur van hun wagen kropen. Toch hadden zij het imago van fatsoenlijke burgers en ik dat van een decadente marginaal – al geef ik toe dat ik zelf met dit imago heb gespeeld: deze pose beviel mij wel omdat ik er  raar maar waar meer pedagogische vrijheid door kreeg.

Besluit: een imago zegt niets over  het morele gehalte van een persoon en elke volwassene heeft een voorbeeldfunctie ongeacht het beroep dat men uitoefent. Een sportvedette hoeft geen pater Damiaan te zijn.

de haan 25 jun. 09

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 07:56 Reageer op dit bericht

een straffe madam

straffe madam

 

neen, moeder was geen straffe

madam, je zag haar wel eens

grienen, ze sprak met zachte stem,

ze gierde als ze werd gekieteld

door vader en haar jongste zonen,

toen was het feest in huis

 

ze deed geen grootsere daden

dan wachten op wat beterschap

wanneer het huis was afbetaald

en haar hoofdpijn verdwenen

 

soms gebaarde ze stiekem

zoals dat reepje chocolade

waarvan vader niet mocht

weten want jij had een zwakke

lever en zij een zwaar figuur

 

je zoekt vergeefs een straf

verhaal  uit de weinige jaren

van haar leven, je geheugen

bewaart alleen maar kleinigheden

die bij een moeder horen

 

zoals  tranen van een machteloze

wanneer vader weer eens toesloeg

op zijn zonen, en grienen als een tiener

om een zo groot verdriet dat er

geen woorden voor bestonden

zoals die fraaie koets op weg

naar het kerkhof met twee jongens

aan boord, verdronken  in een winter

toen de dijken braken en ook

haar zwijgen brak  al was ze

doorgaans daar een meester in:

 

ze kon schrijden door ons huis

stil aanwezig in al wat glansde

van boenwas en loog en in het zoete

van gestoofde pruimen des zondags

bij haar fricandon – zo bleek, gekleed

in schemer zat ze af te wachten tot

vaders  kameraden ophielden met kaarten

haar ogen tranend van hun rook

 

neen, moeder was geen stoere

ze had alleen een  brede schoot

je hoort haar wel nog altijd kijven

toen je een vriendje wou bedriegen

en je ziet haar trotse  blijdschap

toen je een prijsboek won op school

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 10:19 Reageer op dit bericht

hommage aan Karel van Miert

Karel de Koene

- een hommage aan van Miert -

 

een man op een ladder

in een zomerse boomgaard

is geen ander dan die kerel

op een dak in de stad

die de wolken meet

 

doch meer nog peilt hij

de schaduwen geworpen

door die wolken: al het onheil

dat loze beloften aanvoeren,

alle leugens verpakt in fraaie taal

 

fruit ligt eerlijk in je hand

het houdt zich aan de beloofde

zoetigheid als het niet geroofd

wordt door de vogels

 

daarover klaagde hij wel eens

al monkelend om aan te geven

dat hij de gevederde vrienden

ook wat gunde – zijn ware woede

 

betrof die andere vogels die

have en goed verwoesten en daken

doen neerstorten op bewoners:

moeder en kind, grootouders

die al te suf zijn om te vluchten

 

een machtig symbool: in een boomgaard

hield zijn hartslag op, in een oord van

rijpen en gisten, van reiken naar

de schoonste vruchten

 

er was een toonaard in zijn stem

het timbre van een vaste overtuiging

en soms niet meer dan  een moe

en smalend zuchten

 

de dood is ook maar een simpele geest

die verzot  blijft op smakeloze kluchten

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 06:06 Reageer op dit bericht

Karel van Miert

Karel van Miert

 

Kan het lot nog ironischer zijn: je tuiniert en kweekt fruit om je geestelijk evenwicht te bewaren en dan verlies je op een ladder je fysieke evenwicht en breekt je nek.

Mocht de scène beschreven staan in een boek van Reve of Brusselmans, we zouden spreken van een cynische grap.

Voortaan is het dus gedaan met al die schitterende televisiemomenten die zich telkens voltrokken wanneer Karel van Miert nog eens werd geïnterviewd.

Als geen ander bezat hij de gave van de verontwaardiging  die hij bovendien lucide kon verwoorden. Van Miert was een levende remedie tegen de anti-politiek: wanneer hij aan het woord was mocht je beseffen dat het ergens over ging en dat er nog altijd politici zijn die hun vak – zeg maar: roeping - ernstig nemen.

Van Miert was een oprechte anti-militarist en alweer de ironie van het lot wou dat sommigen binnen zijn eigen partij zich schuldig maakten aan louche deals met een wapenleverancier.

Zijn verontwaardiging deed hem  het partijbestuur verlaten met slaande deuren: een kaakslag waarvan de vingerafdrukken nooit helemaal zouden genezen.

Wat van Miert ook ondernam hij deed het met verve en overgave. Ik ging niet altijd akkoord met zijn verdediging van de vrije concurrentie binnen Europa, naar mijn mening stelde hij zich in deze kwestie wat te dogmatisch op: ik  vroeg me vaak af hoe hij het competitiemodel dacht te verzoenen met een sociaal Europa. Maar aan zijn eerlijkheid en moed kon je niet twijfelen: hij wou de consumenten beschermen en ging daarin tot het uiterste, ook als hij daarvoor de strijd moest aanbinden met concerns en multinationals die er niet aan gewend zijn om zoveel weerstanden te ontmoeten.

Met  van Miert verdwijnt een monument uit de socialistische beweging dat nooit een monument wou zijn: hij bleef liever een eenvoudige boerenzoon die niet zo eenvoudig was – boeiende mensen zijn altijd wat dubbelzinnig.

Ongeloof is een kanjer van een cliché om op een doodsbericht te reageren, maar in dit geval vind ik geen beter woord.

de haan 23 jun. 09

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 14:53 Reageer op dit bericht

boerkaverbod, hoofddoekenverbod

waarom de boerka wel en de hoofddoek niet verbieden

 

Twee berichten in dezelfde krant: in Frankrijk wil hyperpresident Sarkozy de boerka weren uit het openbaar leven, en in Antwerpen wil een concentratieschool, een GO-atheneum, vanaf volgend schooljaar de hoofddoek verbieden.

De boerka is om drie redenen onaanvaardbaar: de identificatie van de draagster wordt onmogelijk, er ontstaat een barrière voor een normaal contact en het kledingstuk symboliseert een negatieve seksuele obsessie -  de verplichting gaat er immers van uit dat elk vrouwelijk lichaamsdeel de seksuele lust van de mannen kan opwekken en die lust is  het werk van de Satan. Samengevat: de boerka is bedacht door een zieke geest.

 

De hoofddoek daarentegen is van dezelfde orde als de peiges (pijpenkrullen) en het keppeltje van orthodoxe joden of het christelijk crucifix: het verschil zit in het feit dat de hoofddoek duidelijker zichtbaar als de christelijke symbolen. Een verbod op godsdienstige symbolen kan neutraal worden geformuleerd maar is in de praktijk discriminerend: christenen worden niet gecontroleerd op het dragen van een  onder de kledij verborgen medaillon of kruisje, naast de hoofddoek kan men echter niet kijken.

De vrijzinnige professor Vermeersch heeft reeds geargumenteerd dat hij zich jarenlang heeft ingespannen om kruisbeelden uit de rechtszaal te laten verwijderen en daarom wil hij consequent zijn en ook de hoofddoek laten verdwijnen uit openbare functies. Het onderscheid zit in het feit dat een rechter macht heeft en daarom absoluut neutraal dient te zijn – al zit die neutraliteit meer tussen de oren dan op het hoofd – terwijl een loketbediende geen macht heeft en gemakkelijk te controleren is op haar behoorlijk functioneren.

De scholen kunnen een kledingcode opleggen voor zover die code noodzakelijk is voor het  normale verloop van de lessen: kledingstukken kunnen dus geweigerd worden wanneer die de veiligheid in gevaar brengen (bij het bedienen van machines in het technisch onderwijs) of  onhygiënisch zijn (bij zwemlessen bijvoorbeeld). Maar een  algemeen verbod op de hoofddoek treft de moslima’s dubbel: zij kunnen door de vertegenwoordigers van hun godsdienst (een imam, een vader of oudere broer) onder druk gezet worden om het kledingstuk te dragen terwijl ze omgekeerd door een  zich neutraal noemende instantie juist het verbod krijgen om dat te  doen. Wat moeten ze dan kiezen, in geen van beide gevallen zijn zij vrij. Religieus geïnspireerde dwang moet worden bestreden bij diegenen die de dwang uitoefenen en dat zijn meestal mannen en niet bij de eventuele slachtoffers en dat zijn in deze context altijd vrouwen of meisjes.

Er is een belangrijke reden om de hoofddoek niet te verbieden: het komt erop aan om moslima’s zolang mogelijk bij de les te houden, daar hangt hun integratie in onze samenleving in grote mate van af. Hoe meer moslima’s in onze scholen of op onze arbeidsmarkt hoe beter voor de integratie, niet enkel van de vrouw in kwestie zelf maar ook van haar toekomstig gezin. Een hoofddoekverbod kan daarentegen leiden tot verharding van de standpunten, tot meer godsdienstig fanatisme dus.

Ik pleit met andere woorden voor redelijkheid en doeltreffendheid: men moet voor ogen houden wat men wenst te bereiken op langere termijn. Wie moslims en moslima’s tot volwaardige medeburgers wil zien evolueren moet hen de kans bieden op hun eigenheid en tegelijk hen in contact brengen met onze pluralistische waarden: dit kan alleen als zij worden opgevoed in onze scholen en ook in overheidsfuncties mogen werken.

Men dient zich af te vragen wat werkelijk hindert: de boerka is  zonder enige twijfel een hindernis, de hoofddoek niet. Tenzij men zich ook stoort aan Joodse keppeltjes  en aan de witte boord van een pastoor, maar in dat geval is men zelf een fanaticus.

de haan 23 jun. 09

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 08:20 Reageer op dit bericht

vluchteling of illegaal

vluchteling of illegaal?

 

In De Standaard van maandag 22 juni probeert woordvoerster Katrien Janssens het beleid van haar dienst te verdedigen. Ze hanteert daarbij een bijzonder dubieus uitgangspunt als ze beweert dat in de vluchtelingencentra geen vluchtelingen zitten maar illegalen: wordt een vluchteling opeens iemand anders als hij of zij een ander etiket krijgt opgekleefd?

Niettemin heb ik begrip voor de gewetensnood van de mensen die administratieve beslissingen moeten nemen: voor ngo’s en iedereen die zijn humanisme of evangelisch christendom ernstig neemt zal het nooit goed genoeg zijn.

De waarheid is dat het vluchtelingenprobleem nooit bevredigend zal worden opgelost of zelfs maar verminderd indien de oorzaken niet worden aangepakt: de onveiligheid in de wereld en de schrijnende tegenstellingen tussen rijk en arm, niet enkel tussen de geïndustrialiseerde wereld en de ontwikkelingslanden maar ook binnen die Derde Wereldlanden zelf. De oplossing zal afhangen van politieke beslissingen en de wereldleiders vertonen tot op de dag van vandaag een schandelijke onverschilligheid voor de problematiek.

Het Wereld Sociaal Forum dat in 2001 in het Braziliaanse Porto Alegre samen kwam, als tegenhanger van de G20 die het liefst in mondaine kuuroorden samenkomt, heeft reeds voorgesteld om iedere bewoner van onze planeet een minimuminkomen te bezorgen. Er wordt op aarde voldoende rijkdom gecreëerd om deze ingreep mogelijk te maken, alleen ontbreekt de wil.

Enkele dagen geleden kregen we te lezen en te horen dat het aantal hongerlijders geschat wordt op 1 miljard terwijl onze planeet best in staat is om iedereen te voeden. Het probleem zit telkens in de distributie van het voedsel  en van de welvaart.

Onze Europese landbouw leeft van subsidies en maakt door dumping  de landbouw in de Derde Wereld onrendabel, Amerika doet hetzelfde. De vissers van Afrika halen geen leefbare vangsten binnen omdat de vissersvloten van Japan en andere rijke landen de visgronden leegroven. Wij kopen allerlei producten – onder meer kledij – tegen een spotprijs omdat de arbeiders ergens aan de andere kant van de wereld er schandalig laag voor worden betaald. De prijzenpolitiek van de WTO (wereldhandelorganisatie) is systematisch in het nadeel van de boeren en arbeiders uit de arme landen. Kortom, de heersende economische wereldorde is in wezen  geen orde maar een complete chaos inzake efficiëntie en rechtvaardigheid.

We kunnen niet verwachten dat elke inwoner van de getroffen landen lijdzaam in zijn ellende blijft zitten: de meest dynamische elementen zullen altijd trachten aan hun miserie te ontkomen – dat hebben wij Vlamingen in het verleden ook gedaan. Het is daarom in ons eigen belang dat zij in hun land van oorsprong kansen krijgen om een menswaardig bestaan op te bouwen.  Op termijn moet de doelstelling zijn het asielrecht overbodig te maken door het te vervangen door een recht op een leefbaar inkomen  in een veilig land.

 

 de haan 22 jun. 09

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 11:38 Reageer op dit bericht

verdoken armoede

verdoken armoede

 

In De Morgen van maandag 22 juni klaagt een lezer meer dan terecht over zijn veel te laag pensioen. De verdoken armoede in ons land is een regelrechte schande.

Bart De Wever heeft succes met zijn opmerking dat België de hoogste belastingen heft, de grootste overheidsschuld heeft en de laagste pensioenen uitbetaalt. Voor De Wever is het duidelijk: België is een geld verslindende moloch die maar best zo gauw mogelijk verdwijnt. Maar  De Wever doet niet meer dan het benoemen van de symptomen: wanneer zal eens een objectieve analyse worden gemaakt van het ontstaan van de Belgische overheidsschuld?

Wellicht heeft het onder meer te maken met ‘les grands travaux inutiles’, de nutteloze openbare werken die Douglas De Coninck heeft aangeklaagd in de reportages voor zijn  ‘Grote Blunderboek’.

In de jaren 1970 werd gedemonstreerd tegen de aankoop van F 16-vliegtuigen: hoeveel kapitaal heeft ons land al nodeloos uitgegeven als Natobondgenoot tot meerdere glorie van de Amerikaanse oorlogsindustrie? Een Europese defensie zoals voorgesteld door Guy Verhofstadt zou veel economischer kunnen zijn indien iedere land zich mag specialiseren in de opdrachten waar men goed in is zodat het overlappen van investeringen verdwijnt.

En dan is er de dure en vaak weinig efficiënte bureaucratie in ons land: het afslanken van het overheidsapparaat moet kunnen zonder taboes maar eveneens zonder een anti-etatistisch, anti-Belgicistisch fanatisme. Zoals Obama in de VS heeft gezegd gaat  de discussie niet over meer of minder overheid maar over een doeltreffender, intelligenter overheidsapparaat.

Al meer dan eens is erop gewezen dat de arbeid in ons land te duur is omdat die veel te zwaar wordt belast. Nochtans  nemen de sociale noden onder meer door de vergrijzing alleen maar toe: de globale belastinginkomsten kunnen dus moeilijk worden verminderd, wel  dringt zich een verschuiving op van belastingen op arbeid naar andere bronnen van inkomsten zoals het hoger taxeren van kapitaaltransacties (Tobintaks), vermogens, energie en milieuschade.

Het uitgangspunt is dubbel: de sterkste schouders dienen de zwaarste lasten te dragen en het meest schadelijke moet het strengst worden belast.
In elk geval behoort de strijd tegen de zichtbare en verdoken armoede een absolute prioriteit te zijn voor een regering waarin humanisten en christenen zetelen.

En voor ons, burgers van een welvarend land, zou  het gegeven dat er in onze buurt, in ons dorp of  onze stad mensen wonen die elke maand moeten vechten om te overleven, een onverdraaglijke  gedachte moeten zijn. Een verzorgingsstaat is die naam slechts waardig wanneer zij zorg draagt voor de zwaksten onder ons en daarop moeten wij onze volksvertegenwoordigers en ministers aanspreken.

de haan 22 jun. 09

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 09:19 1 reactie Reageer op dit bericht

lijster

lijster

 

je bent al vroeg uit bed

je wil de lijster horen

lustig geborgen in zijn berk

de junizon beklimt de daken

 

je bent met twee, de anderen

slapen, je luistert in een loge

boven een lege zaal: de lijster

brengt zijn solo, zijn dagelijks

madrigaal en hosanna in den hoge

 

hosanna, lieve lijster, hou

je tonen hoog, verscholen

door het loof van jonge bomen

die jou bijstaan met violen

 

de morgen trilt van tremolo’s

uit  de bladeren van een berk

je hoeft alleen te luisteren

wat aandacht is het halve werk

 

dan de woorden, ze bootsen na,

ballen gezangen samen, een stroeve

strofe moet nu vloeien: doe

de lijster na, het kwelen van

een madrigaal, blijf het uren

spelen, jij, metalen nachtegaal

 

vroeg uit bed mag je de lijster

horen, verscholen in zijn berk:

hij leert jou te verpozen, de tuin

die welft nu als een kerk

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 08:50 Reageer op dit bericht

Meer van boek onder lava

↑ Terug naar de berichten