Achterlijke communautaire taalproblemen
Ik woon dicht ergens bij Komen en heb daar een vijftal jaren geleden iets meegemaakt wat alle verbeelding tart, iets wat in de Vlaamse rand nù nog steeds geen uitzondering is. Ik hoop dat jullie mijn naam en adres niet gaan vermelden. Zoals elk jaar omstreeks april organiseerde het bedrijf waar ik werk een soort open deur dag. Na de rondleiding worden de bezoekers in groepjes gebracht naar de refter waar ze hun natje en droogje konden nuttigen. Onze baas had daarvoor een Brussels cateringsbedrijf aangetrokken. Helaas sprak hun personeel enkel Frans. Maar dat wist onze baas niet. Hij had wel gevraagd om perfect tweetalige mensen.
De bezoekers waren voor het overgrote deel Vlamingen uit Oost – Vlaanderen en Antwerpen. Natuurlijk begonnen de problemen als de mensen iets wilden bestellen want het personeel van het cateringsbedrijf sprak uitsluitend Frans en weigerden te luisteren naar Vlaams gesproken bestellingen. Al gauw waren er ernstige communicatieproblemen en het cateringspersoneel deed zelfs heel erg bot en snauwend tegen Vlaamssprekenden. Veel bezoekers wilden de zaken niet op spits drijven en besloten dan maar uit arre moede hun bestelling in het Frans te zeggen. Voor onze baas en voor ons was dat de ultieme vernedering. Onze baas heeft nooit onderscheid gemaakt tussen de aanwerving van Franstalig en Vlaams sprekend personeel. Ook op het bedrijf zelf werd door het personeel moeite gedaan om elkaar te begrijpen. Maar omdat het cateringspersoneel geen mallemoer Vlaams kon of liever... niet wilde spreken waren veel van onze franstalige collega’s even bot geworden en weigerden verder onze bezoekers in het Nederlands te begeleiden. Het gevolg was dat vele bezoekers waaronder talrijke nieuwe potentiële klanten van ons bedrijf snel weg waren. We begrepen de houding van onze eigen Franstalige collega’s niet. De volgende dag deden ze alsof er niks gebeurd is en waren ze weer hartelijk en vriendelijk als voordien. Uiteraard heeft onze baas de ergste gevallen eruit gelazerd.
Als overmaat van ramp kreeg onze baas te maken met de Franstalige rode vakbond FGTB die hem in een economische wurggreep hield. Onze baas MOEST toegeven aan hun onredelijke eisen wilde hij niet opgezadeld worden met stakingen en lock – outs. Hij was immers maar een kleine KMO met slechts 80 medewerkers in dienst.
We kunnen hieruit leren dat het Vlaams anno 2005 nog steeds als een minderwaardig knechtentaaltje wordt beschouwd door de Franstaligen. Later vernam ik dat het cateringsbedrijf geleid wordt door een Franstalige Brusselaar die PS – er is. Een jaartje later was ons bedrijf toch over kop gegaan want na de open deur dag voorval is alles achteruit geboerd. Er waren die dag erg veel potentiële nieuwe klanten voor ons bedrijf die begrijpelijk daarna afhaakten. Zelfs talrijke trouwe klanten die op de rampzalige open deur dag werden uitgenodigd hadden genoeg van die belediging en bestelden niets meer bij ons bedrijf. Dit zijn nu wel geen levensbedreigende taaltoestanden zoals in de Brusselse ziekenhuizen maar ik vond het ook even erg omdat door zulke excessen mensen zonder werk raakten, iets waaraan ook de rode vakbond een verpletterende verantwoordelijkheid meedraagt.
Naam en adres bekend bij Reneke 't eL Dee Deeke.







