Naar de inhoud

't clijn Paradijs

Internet-Magazine over familie- en jeugdverhalen, columns, kunst, en cultuur.
seniorennet.beseniorennet.be

Nona het meisje van de kleuterschool

Nona het Indische meisje van de kleuterschool
Na eerst op een fröbelschool op de Bree te hebben gezeten, omdat die midden in de stad en dus dicht bij ons huis op de Vlasmarkt lag, moest nu een nieuwe kleuterschool worden gevonden. Opnieuw vlak bij huis, maar dan wel in de buurt van de Havendijk. Verspreid over de stad bestonden veel kleuterscholen, de geboortegolf van direct na de oorlog was groot, en naverwant de behoefte naar opvang van peuters. Het werd een schooltje in de Singelstraat. Een school was het niet echt, weer bleek het een groot herenhuis te zijn, precies zo'n huis als bij de eerste mislukte poging mij onder re brengen op de bewaarschool van de Vlasmarkt. Weer een huis met een grote zware voordeur en twee kamers waar de kinderen bezig werden gehouden. Ook hier was een tuin achter het gebouw met uitzicht op een open plek. Ditmaal kwam het uit op de Pijpstraat.

Met groot plezier ging ik er nooit naartoe. Helaas, protest had geen effect, ik had me over te geven aan de macht van mijn moeder. "Het is goed voor je, wanneer je met andere kinderen kunt spelen," vertelde ze me troostend, nadat ik narrig had gereageerd op het onplezierige vooruitzicht weer met vreemde kinderen te moeten spelen. "Het zal wel," dacht ik, ze was ook blij dat ik haar niet meer voor de voeten liep.

Een lief vriendinnetje........
Ik nam mijn moeders raad ter harte en vond een vriendinnetje. Een aardig Indisch meisje, dat stil en verlegen bij mij aan het tafeltje knutselde met papier en gluton. Wanneer ze hulp nodig had mocht ik haar helpen. Tussen haar en mij ontstond iets wat op verbondenheid leek. Ze was niet zo blij, ze leek verdriet te heben, ze sprak ook niet veel, wat meelij bij mij opwekte. Ik wilde daarom een beetje voor haar zorgen en beschermen.

Waarom ze niet vrolijk was bleek later, toen ik haar vroeg met mij mee naar huis te lopen. Ze woonde in de Breestraat, het was mijn richting uit. Bij de deur vroeg ze of ik een glaasje limonade wilde drinken. Hoe kon ik dat weigeren? Achter haar aan liep ik de kale trap op en kwam in een bijna lege kamer terecht. Daar zaten haar vader en moeder, Indische mensen, hoogzomer in winterse kleding gestoken, ook zij spraken niet veel. Ze keken voortdurend naar mij; het bleke blanke jongentje in korte broek met knokkige knietjes, afgezakte gebreide sokken tot half op de enkels, een uilebrilletje scheef op de neus. Ik werd zenuwachtig van de stilte, maar bleef beleefd "Dank u wel" zeggen bij alles wat ik toegeschoven kreeg. Het grote glas limonade zonder prik, de koekjes en een schuimpje toe.

Geen geurende hibiscus........
Nog steeds werd niet veel gesproken. Nieuwsgierig keek ik om mij heen. De kamer zag er armoedig uit. Twee oude fauteuils, een triplex theekist met een dun kleedje er overheen als salontafel. Een kale vloer, een kleine eettafel met een paar eenvoudige stoelen, in de hoek stond een breed bed, geschikt voor drie personen. Voor de ramen hingen lappen stof die gordijnen moesten voorstellen.
Hier moesten ze het mee doen. Geen bungalow met waranda meer, geen grote tuin waar palmbomen wuiven, en in de flamboyants felkleurige sangihe's verleidelijk zingen, of geurende hibiscus de zwoele avonden vullen. Het uitzicht op de dessa is vervangen door Hollandse gevels aan de overkant van de straat. De zomeravonden zijn hier fris of winderig, hier zingen brutale meeuwen niet verleidelijk.
De stilte in de kamer bleef aanhouden, tot ik het beter vond dat ik ging vertrekken. Van het meisje kreeg ik een lief kusje. Blozend en verlegen ben ik de trap afgedaald en stil naar huis gelopen. Nog verschillende keren heb ik haar hand-in-hand thuis gebracht. Ik kon haar niet in de steek laten.

Vele jaren later........
Vele jaren later, het was misschien wel 25 jaar, zat ik in het artiestencafé LollyPop in Maastricht. Een beeldschone Indische jonge vrouw kwam binnen, ze nam plaats naast mij aan het buffet, stil, verlegen en teruggetrokken. Moeizaam was een praatje met haar aan te knopen. Er moet verdriet in haar schuil gaan, dat was duidelijk zichtbaar. Wat daar de oorzaak van was gaf ze niet prijs. Mijn gevoel gaf aan, haar daar niet op aan te spreken, ze zou die ongevraagde aandacht vast niet op prijs stellen. De afstandelijkheid die ze uitstraalde gaf daar voldoende blijk van.

Daar en tegen bracht ze beroering bij me teweeg, ze betoverde me en tegelijk zag ik een overgevoeligheid bij haar voor het onverwachte, waardoor twijfel bij me opkwam. Zou ik haar wel kunnen bereiken, zou ze mij toestaan een woord met haar te wisselen? Waarom was ze anders naast mij komen zitten? Waarom had ze mij uitgekozen voor een mogelijk contact? Waarom voelde ik me zo aangetrokken tot haar? Getroffen door haar etherische verschijning vroeg ik verlegen of ik haar iets te drinken mocht aanbieden. "Geen alcohol, doe mij liefst een softdrink," antwoordde ze bescheiden.

Nona is haar naam......
Na enige tijd kwam toch een gesprek over haar jeugd. Ze was opgegroeid in Middelburg, daar naar de kleuterschool gegaan en later een studie gevolgd in Den Bosch. Ik voelde dat hier een bijzondere samenloop van omstandigheden op handen was. Ook ik vertelde over mijn jeugd in Middelburg. Ook over het verlegen Indische meisje van de kleuterschool in de Singelstraat, het lieve meisje dat mij meenam naar haar ouders, van wie in een glaasje limonade kreeg aangeboden.

Ze reageerde niet op mijn verhaal. Dit moest hetzelfde meisje zijn, ik wist het bijna zeker. Er bleken zoveel aanknopingspunten in haar verhaal, het kon niet uitblijven dat Nona, zoals ze zich had voorgesteld, hetzelfde meisje wel moést zijn. Ze ontkende in alle toonaarden. Toch zag ik in haar ogen een vleug van herkenning. Het gesprek verliep daarna ongemakkelijk, het stokte zelfs. Ik durfde niet verder te vragen, ze begon weer in zichzelf te keren. Het duurde niet lang meer eer dat Nona vertrok, even stil en gesloten zoals ze was gekomen.

Onder de indruk van haar beschaafde schoonheid bleef ik in een lichte verwarring achter. Ik had Nona nog zoveel willen vragen. het zou er nooit meer van komen, de kans op een tweede toevallige ontmoeting moest als zeer gering worden beschouwd. Was zij nu wel, of niet dat lieve meisje van de kleuterschool, of heeft mijn geheugen mij met een mooiere voorspiegeling van het verleden bedrogen? Het fata morgana van helaas onbetrouwbare herinneringen.

Uit de Verhalenbundel 't clijn Paradijs ©2011 Albert Prins

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door aprins2 om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Hebben we een familiewapen?

Hebben we een familiewapen?
Zodra iemand in de familie op zoek gaat naar verre verwanten in de familiegeschiedenis, ontstaat een vreemd soort nieuwsgierigheid. Openlijk wordt daar zelden over gesproken, maar stiekem wordt gehoopt op roemrijke verhalen. Zou ergens in Frankrijk nog een chateau aan de familie toebehoren? Of is een voorvader in de middeleeuwen in de adelstand verheven, en zijn we zonder het te weten misschien wel een graaf of jonkheer, want er zijn een paar ooms en tantes die zich wel héél deftig gedragen, om niet te zeggen dat ze capsones ten toon spreiden.

Voor ruïnes, gespuis en piraten heeft de familie geen belangstelling. Maar van Franse afkomst moeten we wel zijn, want opa kon bij tijd en wijle een driftig mannetje zijn, wat hij aan zijn Frans bloed toeschreef. en zo had hij nog wel een paar andere latijnse eigenaardigheden. Zoals zijn werklust ook niet van dien aard was, dat je hem van tomeloze ambities kon verdenken. Maar is dit wel een reden om van zijn Franse afkomst te zijn? Zijn naam Klercq moest daar het bewijs van zijn, vond hij. We hebben het laten onderzoeken.....

Klercq zo oud als het Latijns
Is Klercq dan wel of geen Franse naam? Nee....en toch een beetje weer wel waar. In de Franse taal komt het gebruik van de letter "K" zelden voor, wel in het Bretagne. In de Bretoens-Keltische taal komt "klercq" inderdaad voor, zelfs in het het Frankisch en Oud-Nederlands. Henri VIII liet al in 1544 melding maken van een klercq in zijn protocollen. En in 1785 wordt in Hollandse archieven verwezen naar een klercq ter secretarie.

Klercq blijkt daarmee een beroepsnaam te zijn, net zo gewoon als Molenaer, Dijkgraaf of Paerdecooper. Niets Frans aan de naam Klercq zou je zeggen, hoewel de uitgang 'cq' toch exotisch lijkt en veel familieleden in fysiek opzicht het stoere evenbeeld zijn van de Bretoense bevolking. Zou het dan toch waar zijn? Opa's familie Klercq blijkt onomstotelijk uit de streek van West-Brabant in Nederland afkomstig te zijn. Daar is niets Frans aan.....

Graaf Klercq, hij bestaat echt.....
Maar toch, hij bestaat echt! Graaf Klercq duikt op tijdens het interbellum rond 1926 in Parijs. De schatrijke graaf leeft een flamboyant kleurrijk bestaan  op Mont Martre. Zijn vriendenkring is van een bedenkelijk allooi, doordat hij zich inlaat met de Parijse Apaches. Grote risico's  neemt hij met gokken bij de paardenraces, maar wordt daar nog rijker van. Met al zijn voorspoed en welgesteldheid, dat er ook voor zorgt dat zijn vrienden hem afperssen slaat het noodlot toch toe. Terwijl hij zijn jachtgeweer schoonmaakt, schiet hij zichzelf per ongeluk naar de eeuwige jachtvelden. Zijn ontroostbare weduwe blijft wenend achter, zijn afpersers zijn onthutst, omdat ze de macht over de graaf verliezen. Zo beschrijft Patrick Pecherot zijn literair hoofdpersoon in Les Brouillards de la Butte. Dus Klercq is weldegelijk ook een Franse naam.

Haagsche chic.......
Toen een tante met aangeboren gevoel voor "Haagse chic" lucht kreeg van de familiegeschiedenis, vroeg ze heel voorspelbaar; "Hebben we een familiewapen?" Ze kreeg van mij te horen; "Ja tante Louise, er bestaat een familiewapen."  Waarop ze gretig vroeg; "Mag ik daar dan een voorbeeld van hebben? Dan kan ik daar een mooi borduurseltje van maken." Haar hebberigheid was van een misplaatse pronkzucht. Ze wilde zich beter voordoen tegenover haar vriendinnen in het persionado paradijs van Benidorm. Ik moest haar teleurstellen; "Het familiewapen behoort toe aan een andere tak van de familie, wij mogen het niet voeren." 

Een bittere deceptie overviel haar zichtbaar. "Troost u tante, ik wil wel een wapen voor u ontwerpen. Wat vindt u van een mandje apart met sleutels op een kwadrantschild met rondom eiken lovers en een casque d'or, dat verwijst naar opa's occupatie als mandenmaker." Ze was helemaal onder de indruk van mijn antwoord en zeer verrukt van het idee.
"Het vraagt wel tijd, tante." Ik moet er nog steeds aan beginnen, er knaagt verzet in mij.

Uit de verhalenbundel; 't clijn Paradijs © 2011 Albert Prins 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door aprins2 om 00:00 Reageer op dit bericht

De Zep-sof

Het drama van Miniatuur Walcheren
Politieke bestuurdes met zelfverheffende ambities zijn van het soort waar argwaan tegen gekoesterd moet worden. Ze lijden aan het Icarus-syndroom zonder het zelf te beseffen. Hoog zweven, hard vallen. Geen diagnose weerhoudt hen van ontstuitbare dadendrang, met in hun gevolg geronselde vazallen. Doof en blind voor deskundig advies slepen ze de kritieklozen met zich mee naar heilloze doelen.

Minatuur Walcheren.......
Door en voor de Middelburgse gemeenschap is in de jaren '50 een initiatief tot stand gekomen, waaruit Miniatuur Walcheren is ontstaan. Belangenloos is door menige burger in hun vrije tijd een replica gebouwd van een meer en minder markant Walchers monument in mini-formaat.
Ik kan me opa Mulder uit de Vlissingsestraat nog zo voor de geest halen, die ijverig en trots het Stadhuis van Veere nabouwde. Hij was ervan overtuigd zich in te zetten voor een goed doel. Zelf heb ik in de jaren '60 nog succes geoogst met een Zeeuwse Maand in Limburg, waar een aantal mini-monumenten tentoongesteld zijn.

Bijna 55 jaar hebben honderduizenden bezoekers genoten van een met zorg en liefde gecultiveerde mini-wereld. Naast Madurodam was Miniatuur Walcheren de enige veelgeprezen evenknie. Tot het zonodig in commerciële handen moest overgaan en het daardoor een speelbal werd tussen politiek en zakelijke belangen.
Nog angstwekkender werd de toekomst voor dit Middelburgs kleinood, toen de politiek haar woest ambieuze plannen voor een nieuw theater presenteerde. Is nog steeds niets geleerd van hetzelfde plan aan de Noordstraat? Het debacle heeft geleid tot een eeuwig durende waterput. Is dan niet bekend dat het Molenwater niet voor niets haar naam ontleent aan water? Een plek waar vroeger schepen lagen. Gaat hier opnieuw een groot gat gegraven worden, met gevolg dat weer een onrendabele waterput ontstaat? Moet Miniatuur Walcheren hiervoor wijken?

Alles naar de ZEP...........
De politiek heeft beslist. Miniatuur Walcheren is verkwanseld. Je kunt nu wandelen door een zieltogend leeggeroofd parkje. De mini-Lange Jan is verhuisd naar een met succes ontworpen armzalige pretattractie, dat haar doel volkomen voorbij schiet. Het mini-symbool van Middelburg staat nu gratis en voor niets te kijk achter een Heras-hekwerk, aan een jachtige invalsweg. Klungelig op halve oorspronkelijke omvang, zonder veel verbeelding, samengeperst tegen een speeltuin met een tweede handse zwaarwichtige reus uit het Land van Ooit, die gemeenlijk neerkijkt op het restant van een ooit glorieuze toeristische trekpleister. Niets kan meer worden toegevoegd aan dit marginale Mini Mundi op MacDonald-formaat. De ruimte ontbreekt voor aantrekkelijke expansie. De sof laat niet lang meer op zich wachten.

Was dan niemand op het idee gekomen dat Park Toorenvliet een veel betere locatie zou zijn. Dat Miniatuur Walcheren daar en welkome aanvulling kon betekenen, waar tal van voordelen te behalen waren? Hoewel behoud op de oude locatie net zo rendabel was. Wie hier ook heeft besloten, gebrek aan visie is overtuigend aangetoond.
Zelfs de echte Lange Jan van het Abdij is in commerciële exploitatie gegeven. Hoe ver kun je gaan met de modieuze gril, gemeenschapsgoederen aan de z.g. vrije markt over te dragen?

Burgers sta op en laat u horen. Stem uw visieloze bestuurders naar huis. Ze luisteren niet naar u. Ze zijn uw stem niet waard.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door aprins2 om 00:00 Reageer op dit bericht

The English Lady

De koningin van Engeland........
Opa's verkooptalent was niet van dien aard, dat hij daar een carrière van wenste te maken. Betje, zijn vrouw, had hem zelfs verboden nog in de winkel te komen, nadat hij de kleine Corrie, die rustig lag te slapen, haar uit de wieg haalde, de kleine meid in een paardenvoermand deponeerde, en de wieg aan een klant had verkocht.

Zijn vrouw was woest toen ze thuis kwam en het arme kind hevig schreeuwend aantrof. Theeuwes dacht er goed aan te hebben gedaan, toen de klant geen keuze kon maken uit de enige wieg in de winkel. "k 'Eb d'r nog één," schoot hem te binnen. De klant vond de wieg helemaal naar haar zin, dus was die snel verkocht. En nog voor een lagere prijs ook, want het was een tweede handse en Theeuwes wist niet goed wat hij er voor moest vragen, want er zat geen prijskaartje aan.

Na dit incident vertrouwde Betje haar man de verkoop niet meer toe, daarom moest hij voortaan haar hulp inroepen. Betje kon beter met mensen omgaan en had daar het nodige geduld voor. Theeuwes vond het allang goed, het gelamenteer met klanten beviel hem niet bijster.

Het geduld van Betje.......
Dat geduld kwam Betje op een dag tekort, toen een chique dame in de winkel stond te dralen en alle mandjes en spullen aan het betasten was. Daar was opoe voor als eerst niet van gediend, want ze wilde zelf de artikelen aanprijzen en orde bewaren in het arrangement. Bovendien sprak de dame een vreemde taal die dit en dat als "Wonderfull, beautyfull and everything is sóó nice," betitelde. ook wees ze herhaaldelijk met bewondering naar de fraaie klederdracht van Betje, en probeerde haar gouden strikken zelfs aan te raken. Van zoveel opdringerigheid was opoe al helemaal niet gediend. Ze deinsde lichtelijke terug en gaf er universeel blijk van; "Blief van mien krulle af."

De dame in kwestie zag in de donkere ogen van opoe geen reden zich in te houden. Ze bleef doorkletsen in haar vreemde taal. Betje die niet getalenteerd was in buitenlandse spraken, de kennis van lokale dialecten vond ze voldoende om de buitenlui te bedienen, begon zich flink te ergeren toe de dame nog meer wilde weten, waar ze geen antwoord op kon geven. Wilde deze mevrouw nu wel iets kopen, of was ze alleen maar een kijkster? Het dralen werd haar te machtig, de opdringerigeheid te grotig. Met een wegwuivend gebaar maakte Betje een einde aan de voorstelling "Uh, uh, gao jie maor naor joe eige land 'oor. Ik kan joe nie verstaon. hé," verkondigde ze in onversneden Middelburgs.

De koningin uit de winkel gezet.....
De dame begreep dat het uit was met de pret en de conversatie. Ze droop bedeesd af. Later bleek het de koningin van Engeland te zijn geweest, die om de hoek bij antiekhandel Bal inkopen had gedaan. Waarna ze rustig een wandelingetje maakte in de omgeving. Ze genoot van haar incognito. De onbekendheid van haar status bracht haar tot normale burgelijk proporties, waar ze heimelijk zo op gesteld was. Maar daar nu ook onverwacht naar behandeld werd.

Het moet een curieuze ontmoeting zijn geweest tussen de Middelburgse Elisabeth Klercq en haar Engelse naamgenoot Elisabeth Bowes-Lyon, echtgenote van de stotterende King George VI, koningin van Engeland en de laatste keizerin van India. Met haar spreekwoordelijk gevoel voor humor zal te thuis vast het voorval smakelijk hebben verteld.

Uit de verhalenbundel 't clijn Paradijs © 2010 Albert Prins 

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door aprins2 om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 't clijn Paradijs

↑ Terug naar de berichten