Naar de inhoud

Taaldemocratie

Taalkundig-culturele democratie kan slechts gerealiseerd worden door gebruik van een Gemeenschappelijke, Eenvoudige, Neutrale, Tweede (= G.E.N.T.) taal, zoals het Esperanto.
akke.beakke.be

Archief

Verzoekschrift betreffende het onderwijs van het Esperanto: verslag

Vlaams Parlement - Commissie voor Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid

 

http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2001-2002/g1242-1.pdf

 

Een verzoekschrift betreffende onderwijs van het Esperanto ingediend op 22 oktober 2001 door de heer Leo De Cooman werd in de zitting van 11 juni 2002 behandeld met als voorzitter Gilbert Vanleenhove (CD&V) . Verslag uitgebracht door de heren Dirk De Cock en Luc Martens.

 

De voorzitter, Gilbert Vanleenhove (CD&V),verwijzend naar een brief van minister van onderwijs Marleen Van der Poorten (29/01/2002) aan Leo De Cooman:

 

 “Het is mijn persoonlijke mening dat de overheid in dit stadium onmogelijk kan overgaan tot het uitvoeren  van uw wens, precies omdat de groep Esperantogebruikers veel te miniem is en het maatschappelijk draagvlak voor deze taal ontbreekt. Ik kan u alleen maar aanraden te ijveren voor een breder draagvlak en voor meer uitstraling van de taal waarvoor u opkomt. Pas als dat gebeurt, zal waarschijnlijk automatisch een maatschappelijk debat op gang komen waar we dan, als blijkt dat de tijd er rijp voor is, kunnen op ingaan.”

 

De voorzitter, Gilbert Vanleenhove (CD&V), verwijzend naar een brief van toenmalig minister van Onderwijs Luc Van den Bossche als antwoord op een resolutie van mevrouw Cecile Verwimp-Sillis betreffende lessen in Esperanto dat de commissie tijdens de vorige legislatuur besprak en dat toen niet werd aangenomen (Parl. ST., V1. P., 1995-1996, nr. 2):

 

“Vermits er momenteel geen concrete aanwijzingen zijn dat Esperanto ooit de brugtaal zal worden, is het volgens de minister niet aangewezen om Esperanto momenteel als leervak aan te bieden. Onderwijs mag geen proefterrein voor experimenten zijn.”

 

Dirk De Cock (Spirit):

- is van oordeel dat men niet van bovenaf een vak ter studie kan opleggen. Er is daartoe een draagvlak nodig dat aan de basis ontstaat.

- Elke taal is voor hem een deur die je kan openen in het Europese huis. Esperanto is volgens hem echter een kamer waarvan de muren niet zijn bekleed. Hem is ooit nog verteld dat wanneer men een literair werk zou laten vertalen naar het Esperanto en dit werk dan opnieuw door iemand anders zou laten vertalen naar de oorspronkelijke taal men een droge, zakelijke tekst krijgt als resultaat.

 

Kris Van Dijck (N-VA):

- stelt met de minister vast dat er geen draagvlak is voor deze taal. Taal moet men zien als cultuurelement en als communicatiemiddel. Esperanto is uiteraard enkel op het tweede element aangewezen.

- Eo is een verenging van het taalgebruik.

 

Gilbert Van Baelen (Open VLD):

- Taal is een element waarmee men een cultuur leert kennen.

- Stelt vast dat het Esperanto ondertussen al decennialang gepromoot wordt, maar dat het aantal gebruikers niet sterk toeneemt.

 

Julien Librecht (VB):

- gelooft in het gebruiksgemak van het Eo vermits deze taal soepel, genuanceerd en logisch opgebouwd is.

- gelooft ook niet in de mogelijkheid van een kunstmatige taal. Een taal is een levend gegeven en zoekt zijn eigen bedding wat te maken heeft met de ziel van een taal. Dit is niet aanwezig.

- er ligt bij dit verzoekschrift geen wetenschappelijke benadering. Dit is volgens hem noodzakelijk om met kennis van feiten te oordelen over dergelijke verzoekschriften.

- in het leerplichtonderwijs mag er geen sprake zijn van dergelijke experimenten.

 

Frans Ramon (Groen!):

- is van mening dat het grote nadeel van het Esperanto is dat het een kunstmatige taal is. Het argument dat de culturele diversiteit zou bedreigd worden, is volgens hem achterhaald.

 

Hilde Claes (SP.A):

- onderschrijft de argumenten van de minister. Er is immers geen maatschappelijk draagvlak.

- In tijden waarin een internationalisering belangrijk is, moet men het accent leggen op de levende talen.

- kan niet akkoord gaan met de houding van de verzoeker waar die vermeldde dat hij bezorgd is over het feit dat de mensen al maar meer talen moeten kennen. Als dit zo is, dan zou men bovenop ook nog eens een kunstmatige taal moeten bijleren, wat niet consequent zou zijn.

 

Gilbert Vanleenhove (CD&V):

- sluit zich aan bij de sprekers.

- is ook van mening dat het maatschappelijk draagvlak nog te klein is

- wil wel aanstippen dat er in de provincie West-Vlaanderen in bepaalde scholen projecten lopen met Eo die gekaderd worden in projecten mondiale vorming via internet. Op die manier corresponderen deze jongeren met de ganse wereld en leren zij op die manier een stuk van elkaars taal kennen. De kinderen zijn erg enthousiast over deze projecten.

- Enkele maanden terug vond in het Europees Parlement ook de Euroskola plaats. Daarin is ook een specifieke groep actief met Eo waarbij de jongeren op een soepele manier met elkaar contact kunnen leggen.

- Hij beaamt de opmerking uit het verzoekschrift dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat kinderen en volwassenen die eerst Eo hebben aangeleerd, veel makkelijker vakken die betrekking hebben op logisch denken, kunnen leren.

 

Wie een hond wil slaan …

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs. (DS 21/01/08 pag. 19)

Als de minister op taalkundig-communicatief gebied werkelijk gelijke kansen voor iedereen wil, zoals het een socialist betaamt, dan zal hij eerst de lat voor talen lager moeten leggen door het aanbieden van een eenvoudige plantaal, zoals het Esperanto, als eerste vreemde taal. Dit biedt verschillende voordelen, ook voor studenten hoger onderwijs. 1. De structurele eenvoud van een plantaal geeft een beter inzicht in het fenomeen taal en leidt tot betere kennis van de standaardmoedertaal. 2. In verschillende buitenlandse universiteiten (o.a. Duitsland, Hongarije, Rusland) hebben pedagogische experimenten aangetoond dat studie van een plantaal als eerste vreemde taal de leertijd voor volgende talen aanzienlijk verkort. 3. Een plantaal biedt een niet-discriminerende, democratische, economische en fundamentele oplossing voor het internationale communicatieprobleem. Vlaanderen kan hierin een pioniersrol vervullen.

 

Voor diegenen die behoefte aan en/of interesse voor andere talen hebben, kan de minister dan de lat voor talen zo hoog leggen als hij wil. Loont dit alles niet de moeite om eens onbevooroordeeld over na te denken?

 

Bovendien wil ik hier ook herinneren aan de woorden van de minister in de aanloop van de verkiezingen op 12 juni 1994: Ik steun uw voorstel om een objectief onderzoek naar uw voorstel om het Esperanto te gebruiken als brugtaal binnen de Europese Unie.

 

Belofte maakt schuld, ook voor een minister!

 

Dan Van Herpe

Koningin Fabiolalaan 2

2360 Oud-Turnhout

 

014/45.13.29

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 16:36 Reageer op dit bericht

Een vals dilemma (DS 24/01/08, pag. 25

Reactie:

1. Vele studenten hanteren het standaardnederlands als een vreemde, bijna kunstmatige taal, stelt filosoof Abicht. Het standaardnederlands ís een (bijna) kunstmatige taal, want gestandaardiseerd.

 

2. Als je op specifieke geselecteerde plaatsen  Nederlands- of Engelstalige studierichtingen zou aanbieden, zal voor velen de keuze vlug gemaakt zijn in onze door het  anglomania-generalisvirus besmette samenleving. Zeker als dat ook nog eens meer kansen biedt op de (internationale) arbeidsmarkt. Een valse oplossing, zolang het Engels de status geniet van officieuze lingua franca!

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 19:44 Reageer op dit bericht

Nieuwe docenten aan Nederlandse universiteiten moeten verplicht op Engelse les.

Bron: Punt,

http://nieuwsbrief.taalpost.nl/r/tp.plx?2405-751 (28/01/08)


College geven? Eerst op cursus

dinsdag 22 januari 2008

Docenten aan universiteiten moeten voortaan een cursus volgen voordat ze college mogen geven. Na een verplichte scholing krijgen ze de ‘basiskwalificatie onderwijs’, een soort lesbevoegdheid op academisch niveau.
(...)
‘Docenten moeten bijvoorbeeld goed Engels leren spreken wanneer ze een Engelstalige opleiding verzorgen, vindt Noorda: ‘Een docent moet dan echt tweetalig zijn, anders trekt hij het niet. Het is wat anders om een half uurtje een verhaal te houden in het Engels of een jaar lang al je activiteiten met je studenten in die taal te doen.’

http://punt.avans.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=8655&Itemid=34

Mijn reactie:

Het Engels moet terug de status krijgen die het toekomt in het Europese democratische bestel: die van taal NAAST i.p.v. BOVEN de andere, zodat de Engelse moedertaalsprekers ook opnieuw de status krijgen die ze horen te hebben: die van gewone burgers i.p.v. eersterangsburgers. Velen die het Engels niet als moedertaal hebben spenderen jaarlijks, naast veel tijd en energie, miljoenen euro’s (in de Angelsaksische landen!) om die taal op bijna-moedertaalniveau te beheersen, maar komen, wereldwijd, veelal niet eens in aanmerking voor de bestbetaalde banen, want voorbehouden aan de NESsy’s: de native English speakers.

Er is maar één alternatief: invoeren van een gemeenschappelijke, eenvoudige, neutrale, tweede taal, zoals het Esperanto: voor ‘iedereen’ haalbaar, voor iedereen aanvaardbaar. Dit is bovendien realiseerbaar met een minimale investering van tijd, geld en energie en doet geen afbreuk aan de meerwaarde van meertaligheid voor wie daartoe gemotiveerd is op basis van noodzaak en/of interesse. Integendeel: de propedeutische waarde van een plantaal vormt een springplank naar meertaligheid.

 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 21:13 Reageer op dit bericht

Een taal leren in 7 dagen: een mirakel?

De oorspronkelijke tekst: "Язык за семь дней -чудо?" van professor Gennadiy Shilo, rector van de Europese Universiteit JUSTO in Moskou, is te lezen op http://www.vrfo.ru/ed.html
De webstek van de professor: www.ejusto.ru

                                                     ***********************

EEN TAAL IN 7 DAGEN, EEN MIRAKEL?

 

 De praktijk is een criterium voor de juistheid van gelijk welke theorie. Daarom komt het niet zelden voor dat de wetenschap een verklaring geeft voor in de praktijk reeds gebeurde wonderbaarlijke feiten. Die feiten noemt men wel eens mirakels. Maar, zoals men weet, mirakels bestaan niet. Gewoonlijk noemt men mirakel een natuurlijk of sociaal verschijnsel dat tot dan toe niet wetenschappelijk verklaard is.

 

Waarschijnlijk moet men tot het soort mirakels in de sfeer van het sociale (opvoedkundige) handelen het door professor Selten vermelde statistische feit rekenen dat handelt over een studie van een vreemde taal in Duitsland volgens een vierjarenprogramma. In parallelle klassen ‘verliest’ de ene klas 2 jaar om de Internationale Taal Esperanto te studeren en perfekt te beheersen. De resterende 2 jaren slaagt ze erin een andere vreemde taal beter te leren spreken dan de klas die gedurende deze vier jaren enkel de vreemde taal studeerde.

 

Onderzoeken toonden aan dat 94-96% van hen, die men gewoonlijk beschouwt als kenners van vreemde talen, die talen in werkelijkheid niet kennen en slechts op primitief niveau met elkaar kunnen communiceren in een vreemde taal.

 

Een student met gemiddelde begaafdheid kan op 2 jaar tijd Esperanto beter beheersen dan de moedertaal, die hij tot dan toe gedruende 15-20 jaar geleerd heeft. Deze conclusie is geen grap als men bijvoorbeeld overweegt dat in het Russisch niet geweten is wat er het meest voorkomt: de regels of de uitzonderingen erop, terwijl in het Esperanto de grammatica maar 2 bladen beslaat, zonder één uitzondering. Ik heb Esperanto niet zo ijverig en niet zo lang geleerd als Russisch: Esperanto gedurende 4 maanden, Russisch gedurende 64 jaar. Esperanto spreek en schrijf ik foutloos (in die taal lees je alles zoals het geschreven is). In mijn Russische moedertaal kan ik dat nu nog altijd niet. [Hier legt de auteur een aantal problemen van zijn moedertaal uit i.v.m. uitspraak van bepaalde klinkers, schrijven van dubbele medeklinkers en het leggen van de klemtoon]. Ik vraag me gewoon af waarom ik, die geacht wordt een deftige kenner te zijn van het Russisch, dat ik al 65 jaar leer, correcter spreek en schrijf in Esperanto, dat ik destijds in vier maanden geleerd heb.

 

In het informatieboek “De beste abituriënten van de hogescholen van Moskou in 2004″ (p. 37-38) wordt de unieke casus in de Russische pedagogische praktijk beschreven: een groep afgestudeerden van de dagafdeling van de faculteit Rechten van de Europese Universiteit JUSTO legden hun eindexamen af en verdedigden hun eindwerken voor een staatscommissie in 3 talen:  Russisch, Engels en Esperanto. Reeds 9 jaar wordt aan de universiteit, waar  Esperanto een verplicht studievak is, deze taal in 10 dagen bestudeerd en de laatste 2 jaren in 7 dagen van telkens 6 uur studie per dag. Op de achtste dag legt de groep examen af voor een commissie, waarin 3 wetenschappers-Esperantisten zetelen. Het examen bestaat uit 5 delen: 1) het spelen van een toneelstuk: “Een Aanslag”, dat handelt over een economisch-juridisch thema. Dit schouwspel duurt 1 tot 2,5 uur, naargelang van de grootte van de groep; 2) voordragen van gedichten of verhalen, grappen, sketches, anekdoten; 3) koorzang; 4) grammatica; 5) converseren met de examinatoren, niet alleen over alledaagse thema’s, maar ook antwoorden op vragen als: “Wie is de aanklager in een assisenzaak?”, “Welke taken vervult de advocaat?”, Wie is de centrale figuur in het assisenproces?”, “Wat is de rol van de voorzitter in een rechtsgeding”, enz.

 

Sommigen geloven het niet: het is een soort mirakel. Maar elk jaar wordt het examenprocédé vastgelegd op video. Er gebeurt geen mirakel. Het is geweten dat men een  taal beter leert door het declameren van gememoriseerde proza- of poëzieteksten, door liederen te zingen en door reële feiten in spelvorm te brengen. Op de eerste dag wordt de grammatica gestudeerd. Op het einde van die eerste maken de studenten reeds zinnen, die de meerderheid van hen nog niet konden maken na 5-10 jaar studie van een andere taal. En dat ligt niet alleen aan de eenvoudige en logische grammatica - zonder een enkele uitzondering - maar ook aan het feit dat in Esperanto ongeveer 50% van de termen internationaal gebruikte woorden zijn die eender welke middelmatig getalenteerde persoon kent, zoals: profesoro, akto, aktiva, programo, plani, aktuale… Je kent het Esperanto dus al voor de helft, nog voor je het begint te leren. Als je de methodiek gebruikt die in de Europese universiteit JUSTO uitgewerkt werd, heb je geen 2 jaar nodig om Esperanto te leren, zoals in het voorbeeld van Selten in de Duitse praktijk.

 

De zevendaagse cursus Esperanto begint donderdags. Die dag wordt de hele grammatica gegeven. ‘s Vrijdags volgt de praktische toepassing van de grammaticale regels. Dezelfde dag wordt het toneelstuk gelezen, worden de rollen verdeeld en de teksten uitgereikt van de gedichten, liederen, verhalen, enz. Het nieuwe vak vermoeit de studenten niet tijdens deze eerste twee dagen. Meer nog: het enthousiasme omwille van de overtuiging dat ze die taal slechts na 2 dagen relatief gemakkelijk kunnen spreken, stimuleert hen tijdens het komende weekend met plezier de taken van de eerste twee lessen te volbrengen. Vanaf ’s maandags werkt men aan het volgende ritme: 3 uren spreekpraktijk en 3 uren: rollen leren, uitspraakcontrole, werken aan de manier van spreken en aan de basiswelsprekendheid. Dit tot ’s vrijdags. Vanzelfsprekend moeten de studenten thuis een zelfde aantal uren studeren als in de universiteit. De volgende maandag: 3 uren algemene repetitie en examen.

 

De universiteit JUSTO stelde samen met de Russische Esperanto-Unie een lijst op met meer dan 200 Esperantisten (uit de grootste steden van Rusland) met voldoende ervaring in het onderwijzen van Esperanto. Deze personen zijn bereid onbezoldigd een basiscursus van een week te organiseren voor leerkrachten van middelbare en hogescholen volgens de vermelde of een andere methode (die vrij talrijk zijn in Rusland). Na die cursus kunnen de leerkrachten zelf, reeds tegen betaling, aan de slag in middelbare en hogescholen.

 

We merken op dat Esperantisten de enige categorie zijn in de maatschappij, waarvan 100% van de leden minstens 2 talen beheerst. Daarom is hun mening omtrent de oplossing van het taalprobleem voldoende gekwalificeerd en verdient ze ernstige aandacht.

 

Evenmin als de sovjetschool behaalde ook de Russische school voor vreemdetalenonderwijs niet het gewenste resultaat ondanks enorme investering van geld en tijd. Slechts enkele studenten slaagden erin een taal min of meer te beheersen. De aanpak van het onderwijs dient radicaal te veranderen! Hoe? Professor Selten gaf ons het  het voorbeeld: twee talen leren in plaats van één, in dezelfde tijd en voor dezelfde prijs.

 

Toegepast op het Russische systeem van taalonderwijs, waar de staatsnorm de studie van een vreemde taal voorziet gedurende 3 jaar (340 uur), moet het mogelijk zijn 1 jaar te bestemmen voor de studie van Esperanto en de overige twee voor de studie van een vreemde taal.

 

Een ander voorbeeld uit de buitenlandse praktijk van de studie van vreemde talen verdient eveneens aandacht. Vele jaren geleden heeft men in Hongarije Esperanto ingevoerd als een facultatief leervak in de leerprogramma’s van middelbare en hogescholen. Een jaar na het invoeren groeide het aantal studenten van die taal tientallen keren en verbeterde de kennis van de vreemde talen. Vandaag geeft kennis van Esperanto in Hongarije dezelfde voordelen als kennis van eender welke vreemde taal: een salaristoeslag van 15% per taal. Ik kan niet beoordelen hoeveel dit de taalwetenschap bevorderde, maar het lijkt niet te ontkennen dat een zo efficiënte stimulans voor het verwerven van taalkennis bijdraagt tot het feit dat Hongarije vandaag koploper is, wat betreft het aantal Nobelprijswinnaars per aantal inwoners.

 

Wij, Russen, moeten eigenlijk niets uitvinden, maar eenvoudig het goede voorbeeld van anderen volgen en onze benadering van het taalprobleem wijzigen. En als een rijk als Rusland, alle vermelde en niet vermelde argumenten in acht genomen, vrijwillig Esperanto als propedeutisch middel in de leerprogramma’s zou invoeren, dan zal er volgens mij een kettingreactie in de andere landen volgen. En dan zijn we niet ver meer af van het ogenblik dat een eeuwenoude droom van het mensdom om de internationale communicatie op te lossen door een neutrale hulptaal, werkelijkheid wordt. Een rationeler oplossing bestaat vandaag niet in de wereld, en is in de eerstvolgende 50-100 jaar niet te voorzien, als men overweegt dat in de laatste 2000 jaar ongeveer 3000 pogingen ondernomen werden om een algemeen-menselijke hulptaal te ontwerpen en dat daaraan genieën deelgenomen hebben, zoals Descartes, Spinosa, Leibniz, Einstein en vele anderen. Slechts één van de rationeel ontworpen taalprojecten overleefde en functioneert nog met succes: Esperanto.

 

“Wat uitdrukkingsvermogen betreft, komt geen enkele van de nationale talen die ik ken op gelijke hoogte met het Esperanto”, verklaarde de befaamde taalkundige Paul Ariste uit Tartu, die, behalve Esperanto, enkele tientallen talen beheerste.

 

Uit het Russisch naar het Esperanto vertaald door Vladimir Minin

 

http://www.vrfo.ru/ed.html

 

 

Uit het Russisch naar het Esperanto vertaald door Vladimir Minin

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Uitdaging, fait accompli of blessing? (DS 31/01/08, pag.25)

Zeer geachte dames en heren,

 

In : Uitdaging, fait accompli of blessing? (DS 31/01/08, pag.25) pleit u, na Dirk De Cock en Marc Reynebeau, ook voor een betere kennis van het Nederlands en voor meertaligheid. Zonder het belang van zowel het ene als het andere in twijfel te willen trekken, heb ik daar volgende bedenkingen bij.

 

1. Moet men er niet van uitgaan dat het basisprincipe van een democratisch talenbeleid, zowel nationaal als Europees (en waarom niet mondiaal?), zou moeten zijn dat iedere burger de mogelijkheid moet geboden worden zonder taalproblemen te kunnen reizen en verblijven binnen de Europese Unie? Is het dan realistisch ervan uit te gaan dat dit mogelijk is via het nastreven van meertaligheid, gezien:

a. het aantal talen dat in de EU gesproken wordt, en

b. actieve beheersing van een of meerdere talen een enorme investering van tijd, geld en energie vergt en bijgevolg niet voor iedereen, meer nog: enkel voor een minderheid, een elite haalbaar is?

M.a.w.: meertaligheid biedt GEEN uitkomst.

 

2. Het jaar 2008 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties uitgeroepen tot  Internationaal Jaar van de Talen en door de Europese Commissie tot Europees Jaar van de interculturele dialoog. Hoelang nog gaan de beleidsverantwoordelijken en al wie bij het talenonderricht betrokken is, de ogen blijven sluiten voor de reële mogelijkheden van een plantaal, zoals het Esperanto, zowel wat het taalonderricht als wat de internationale communicatieproblematiek betreft ? Enerzijds hebben verschillende pedagogische experimenten aangetoond dat het leren van het Esperanto de leertijd voor andere talen aanzienlijk verkort.( http://www.springboard2languages.org/home.htm ; http://www.vanoostendorp.nl/interlinguistiek/oratie/kunnen.htm  ) Anderzijds verbindt het Esperanto wereldwijd reeds meer dan honderd jaar miljoenen mensen over geografische, taalkundig-culturele, levensbeschouwelijke of welke grenzen dan ook heen. Meer nog: studie van een plantaal leidt ontegensprekelijk tot een beter inzicht in het fenomeen taal en tot een grondiger kennis van de eigen standaardmoedertaal. Moet men dan niet de intellectuele eerlijkheid opbrengen om ook deze optie op een objectieve, wetenschappelijk verantwoorde manier te onderzoeken?

 

3. U stelt: Wij willen dat meertaligheid gebouwd is op een sokkel: een goede kennis en de beheersing van het Nederlands. Die sokkel, zeer geachte dames en heren, verdient een stevig fundament: Esperanto!

 

4. In dit verband raad ik u het artikel aan: Een taal in 7 dagen: een mirakel? van professor Gennadiy Shilo, rector van de Europese Universiteit JUSTO. Dit artikel staat op https://blog.seniorennet.be/taaldemocratie/  (zie de laatste bijdrage op datum: 31 01 08). Ik vertaalde dit uit het Russisch naar het Nederlands via de brugtaal Esperanto.

 

5. Nog in verband met de taalproblematiek raad ik u aan het interview te lezen met de vorige week plots overleden psycholoog Claude Piron, auteur van veel essays en artikels over interlinguïstiek en ex-vertaler bij de UNO en de WGO voor Engels, Chinees, Spaans en Russisch. http://claudepiron.free.fr/articlesenneerlandais/intervjuoabruzzo.htm

 

Mag ik hopen, zeer geachte dames en heren, dat u, zoals het intellectuelen past, zonder vooringenomenheid over deze optie zal willen nadenken?

 
*****************************************

De auteurs van dit artikel zijn leden van de interparlementaire commissie Taalunie:
Mevrouw Ing Yoe Tan (PvdA)
De heer Jan Schinkelshoek (CDA)
Mevrouw Monica Van Kerrebroeck (CD&V)
De heer Bart Caron (Spirit)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Talen leren is belangrijk

1.  http://forums.ec.europa.eu/multilingualism/languages-for-young-people/

2.  http://forums.ec.europa.eu/multilingualism/do-you-experience-problems-in-your-everyday-life-that-are-due-to-language-difficulties/

 

In forum 1: Talen leren is belangrijk vraagt Europees commissaris voor meertaligheid Leonard Orban aan de Europese burger: waarom vindt u het belangrijk om talen te leren? Hierop kwamen 518 reacties, waarvan het merendeel positief is t.o.v het Esperanto. Zijn algemene reactie hierop is te lezen in forum 2. Hierop reageerde ik als volgt.

 

Geachte heer Orban,

 

Dat u het Esperanto zou afschieten, stond bij mij - en  ik vermoed: bij mij niet alleen -  reeds bij voorbaat vast. Ik vroeg mij alleen af wat uw motivatie zou zijn. Enkele voorbeelden.

 

De communautauire wetgeving van de Europese Unie stelt drie voorwaarden aan een taal om als officiële taal te worden erkend. Geen enkele wetgeving is volmaakt, en geen enkele wetgeving is definitief. Ofwel past men die wetgeving aan, ofwel staat men een uitzondering toe. Daar is alleen maar bereidwilligheid voor nodig.

 

De woordenschat van een kunsttaal als Esperanto is nauwelijks beproefd in de sociale en culturele praktijk. Tot deze vaststelling bent u zeker gekomen na een langdurig, objectief en wetenschappelijk verantwoord onderzoek? Of kon u het toch niet laten weer eens in uw glazen bol te kijken? Een kleine zoektocht op het internet volstaat om het tegendeel aan te tonen. Daar is eveneens alleen maar bereidwilligheid voor nodig.

 

De praktische en financiële implicaties van het creëren van hele taalgebieden ex novo in een kunsttaal zijn immens.

- Waren/Zijn de praktische en financiële implicaties van het creëren van een nieuwe munt/ een tolkensysteem niet immens?

- Zijn de praktische en financiële implicaties van de maandelijkse verhuizing van het Europese circus naar Straatsburg eveneens niet immens?

- Hebt u al eens berekend hoeveel u zou kunnen besparen door het invoeren van een neutrale brugtaal in de Europese instellingen? B.v.: Hoeveel minder tolken u zou nodig hebben als iedere tolk naast zijn moedertaal het Esperanto zou kennen?

 

Ik geloof niet in een lingua franca, of dat nu Esperanto of Latijn is … of Engels.

Wat u al dan niet gelooft, geachte heer Orban, is niet relevant. De modale Europese burger heeft recht op de mogelijkheid te reizen en te verblijven in de EU zonder taal- of communicatieproblemen tengevolge van de taalkundige verscheidenheid. Dat zou een prioriteit moeten zijn. De redenen waarom u dat  probleem niet oplost door algemene meertaligheid na te streven, werden talloze keren in uw forum aangehaald. Maar wat baten kaars en bril, als de uil niet zien ’n wil?

 

Ik zal zeker rekening houden met uw ideeën bij de ontwikkeling van mijn nieuwe strategie voor meertaligheid later dit jaar.

De kans dat u dan wél rekening zal houden met de ideeën van de overgrote meerderheid van dit forum (o.a. met de propedeutische mogelijkheden van een plantaal) is nihil! Dat weten wij nu reeds. De deelnemers aan uw volgend forum maken zich best geen illusies.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 13:39 Reageer op dit bericht

Esperantocursussen officieel georganiseerd door universiteiten en hogescholen

‘Samideano’ Germain Pirlot stelde reeds in 1977 een lijst samen van universiteiten en hogescholen waar Esperanto als officieel vak wordt onderwezen. Deze lijst werd op geregelde tijdstippen geactualiseerd. De laatste aanpassing gebeurde in januari 2008.

 

‘Samideano’ Ir. Leo De Cooman vertaalde deze compilatie uit het Esperanto naar het Nederlands.

 

U vindt deze compilatie op:  http://users.telenet.be/griza_leono/Eo_cursussen_univ-en-hs.htm


Meer info over Esperanto: http://esperanto.start.be/   http://nl.lernu.net/

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 12:55 Reageer op dit bericht

Een heilzame uitdaging - Het Maaloufrapport

Het Maaloufrapport


http://nieuwsbrief.taalpost.nl/r/tp.plx?2416-753

 

Een groep van intellectuelen deed op initiatief van de Europese Commissie voorstellen voor de interculturele dialoog. In “Een heilzame uitdaging” willen zij de Europese leiders en onze medeburgers een mogelijke richting  aanduiden om Europa tot een hechter geheel te maken ondanks de taalverscheidenheid.

 

Het rapport stelt dat iedere burger drie talen moet kennen: de identiteitsbepalende taal (IBT), een internationale voertaal (IVT) en een persoonlijke adoptietaal (PAT), m.a.w.: de moedertaal plus twee vreemde talen.

 

Wat de IVT betreft, beseffen ze wel dat de meeste mensen vandaag voor Engels kiezen. Maar anderen kiezen mogelijk voor Frans, Spaans, Portugees, Chinees of nog een andere taal.

 De keuze moet ingegeven zijn door de behoeften van een zo breed mogelijke communicatie.

 

Voor de PAT is de keuze praktisch onbeperk, klinkt het. In hun voorstelling is de PAT geen tweede vreemde taal, maar in zekere zin een tweede moedertaal. De keuze wordt bepaald door persoonlijke motieven.

 

Commentaar.

 

1. Het is niet realistisch van de modale burger te verlangen dat hij drie talen zou beheersen gezien de enorme investering van tijd, geld en energie die reeds nodig is voor de studie van één vreemde taal, laat staan van twee!

 

2. Gesteld dat iedere burger tóch drie talen zou leren, dan nog is dit geen garantie dat hij zonder communicatieproblemen kan reizen en verblijven binnen ‘zijn land’, de EU,  wat toch een conditio sine qua non is.

 

3. Er is een contradictie tussen enerzijds: een IVT naar keuze, en anderzijds: “een zo breed mogelijke communicatie”. Dit laatste kan slechts gerealiseerd worden via één gemeenschappelijke voertaal.

Tenzij dit een geraffineerd plan is om de positie van het Engels als dominante IVT te versterken: wie het Engels niet als IVT kiest, kan immers niet anders dan er zijn PAT van maken gezien het belang van kennis van het Engels in de huidige samenleving.

Wie het Engels wél als IVT kiest, zal bovendien eerder geneigd zijn een ‘grote’ taal (Frans, Spaans, Russisch, Chinees…) tot zijn PAT te maken. Stellen dat dit plan de ‘kleinere’ talen een kans geeft, is hypocriet.

 

4. Reeds meer dan 120 jaar verbindt het Esperanto wereldwijd miljoenen mensen vredevol over taalkundige, culturele, levensbeschouwelijke, aardrijkskundige of welke grenzen dan ook heen. Toch gaat de groep van intellectuelen weer straal voorbij aan deze realiteit. Ze heeft evenmin interesse voor de mogelijkheden van een plantaal, zowel wat betreft de taalonderwijsmethodiek als de internationale communicatieproblematie:

- de propedeutische eigenschappen van een plantaal maken ze tot de ideale springplank naar meertaligheid (op basis van persoonlijke behoeften);

- studie van een plantaal leidt tot een diepere kennis van de eigen moedertaal en

- biedt de meest democratische-economische-fundamentele oplossing voor het internationale communicatieprobleem.

Esperanto is bijgevolg het ideale medium om  de door de groep vooropgestelde doeleinden te bereiken: Europa tot een hechter geheel maken met behoud van de eigen identiteit en de taalkundige/culturele waardigheid.

De groep  beweert nochtans dat zij de netelige vragen in alle openheid en nuchterheid wilde aansnijden…

 

5. Zo is het allerminst ondenkbaar dat er door een en dezelfde leraar onlinecursussen worden gegeven aan over heel Europa verspreide leerlingen, waarbij de leerlingen de mogelijkheid hebben de leraar rechtstreeks via hun scherm vragen te stellen. Technische gesproken is dit vandaag de dag absoluut realiseerbaar en de contacten  tussen de sprekers van (en hier vervang ik “een persoonlijke adoptietaal” door) een Gemeenschappelijke, Eenvoudige, Neutrale, Tweede (GENT) taal zouden daardoor wel eens veel frequenter kunnen worden dan met een traditionele taalles.” (pag 28 van het rapport)

 

Slotbedenking.

Indien de groep van intellectuelen de openheid van geest en de moed zou gehad hebben zich te laten adviseren over de bijdrage van het Esperanto aan de interculturele dialoog en het wederzijdsbegrip tussen de burgers in de Europese Unie, dan zou er meer reden geweest zijn om te spreken van een oplossing die zowel ambiteus als realistisch moest zijn. De ondertitel van het rapport zou dan geweest zijn: Hoe Esperanto Europa tot een hechter geheel kan maken met respect voor de taalkundig-culturele verscheidenheid.

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Taaldemocratie

↑ Terug naar de berichten