Grootouders

Zo lief en liever nog,al waren ze onze eigen kinderen,
zijn de kinders van onze kinderen.
Bloed van van ons bloed dat blijft zinderen.
Aan de boom die groeit;in zijn jongste twijgen.
Ze gaan en komen,dartelen door het huis,
brengen kleine vreugden,kleine smarten mee.
Hun jonge leven stormt en bruist,
woelig als het rijzen van de zee.
Zo spoelt ons huis weer vol jong gerucht,
van blije kreten,klinkend tegen oude muren.
Ach kinderen lief ,geniet van al de uren.
Ze zijn als schimmen,Ze zijn een korte zucht!
Irene
Marijke





































