
Lieve Sint,
Hopelijk bent u mij goed gezind.
Vroeger toen ik klein was, echt nog kind,
Kreeg ik van u alles wat door mij zo werd bemind.
Een pratende pop, met van die plaatjes.
Dan zong ze liedjes uit haar buikje, door van die gaatjes.
Ook altijd wanten en een sjaal.
Elk jaar kregen we die allemaal.
Een bruidspop met jurk en hoed.
Al dertig jaar bewaar ik hem goed.
Ja, ik heb hem nog altijd.
Omdat jeugd sentiment je soms verblijd.
En m'n allereerste radio, spierwit en zo klein.
Ik weet het nog goed, ik was zo blij, het was zo fijn!
Elk jaar kwam er van alles uit die zak.
Onder het genot van chocomelk en boterletter, met z'n allen op ons gemak.
Nu zijn de jaren verstreken en ben ik groot.
Deze keer heb ik maar een wens, al is die nog zo onvervulbaar idioot.
Mag ik nog een maal wat vragen goed heiligman?
Hoewel ik weet dat u mijn wens niet vervullen kan.
Kunt u mij voorzien van betere longen?
Zoals vroeger, die samen met mijn stembanden zo mooi zongen?
Ik zou zo graag zingen zonder buiten adem te moeten hijgen.
Om over de rest nog maar te zwijgen.
Het lijkt me toch zo fijn.
Om eens zonder ademnood te zijn.
Uit volle borst mee te zingen bij de kinderschoen.
Wat zou ik dat nog graag eens willen doen.
Ik dank u voor het lezen van mijn brief.
Al kunt u mijn wens niet vervullen, voor mijn kinderen bent u lief!
Weet dat ik elk jaar aan u denk.
En dat mijn jeugd herinneringen aan u zijn, een onvervangbaar liefdevol geschenk!
