Naar de inhoud

'PATATI PATATA

seniorennet.beseniorennet.be

Feel good in TITI's elektronisch kletscafé waar het leven gezien wordt door een Oiljsterse vrouwenbril...en feel je niet good, dan retour à domicile!

Archief

Verzinsels

Wellustelingen....

episode...

100...


Ik vloekte. Haar woorden snoerden mij de keel. Ik dacht aan wat hij mij op de mouw had gespeld. De ellende, de vragen, de twijfels van toen, het meesmuilen van Francis, de verwijten van Pat, de dagelijkse portie getier van Gerda. Alles kwam terug. Zeker het verdriet in de ogen van mijn vrouw, toen ze dacht dat ik …

 

Ik deed haar heel kort mijn verhaal over Serge. Alles wat hij mij en Gerda had wijsgemaakt. Het gezicht van Marianne werd nog witter.

‘En jij geloofde die verzinsels, Max? Die loeder! Ik zweer je op het hoofd van mijn vader, dat ik buiten die ouwe geilaard geen andere man dan jij heb gehad. Jij bent mijn eerste en echte liefde, zoetje. Zoiets voel je toch. Vriendjes bij de vleet, eendagsvliegjes, met een kusje hier een een kneepje daar. Ook een drietal mannen. Voorbijgangers eigenlijk. Etentje en bioscoop. Meer niet. Nooit. Vorig jaar kwam dat stuk ongeluk opnieuw aan de deur.’

 

‘Serge? Hier opnieuw? Wanneer?’

‘Precies weet ik het niet meer. Een poos na je fameuze onthullingen aan je zoon. Vader was juist in bed. Er werd gebeld. Hij stond daar, de monnik in wolvenvel. Hij wou me dringend spreken. Over jou, zijn beste vriend. Ja, hij had ook atheïsten onder zijn kennissen. Jij was er een van. Ik was verkeerd bezig. Ik moest weten dat zijn vriend nooit zijn vrouw in steek zou laten voor mij. Je was immers financieel van haar afhankelijk. Kinderen hoefde ik ook niet te verwachten. Zou Max nooit willen. Zijn zoon was alles voor hem. Er was in zijn leven geen plaats voor anderen, zeker niet voor een bastaardje. Een mooie, jonge vrouw was geschapen door God voor het moederschap. Die vreugde zou ik ontberen door bij jou te blijven. Ik was mijn leven aan het vergooien en eens zou ik daarvoor een hoge prijs betalen. Ik wist toch dat hij over bewijzen beschikte van mijn chantage bij notaris Van der Veecken? Interessant materiaal voor de politie, zei hij, zelfs na jaren. En ja, hij wou me nog een laatste kans geven. Weet je wat die laatste kans was?’

 

Ze schonk zich nog een glas cognac in. Ze nipte niet zoals gewoonlijk. Ze slokte gulzig het vocht naar binnen. Ik trachtte intussen Vloesberghe te bereiken.

‘Max, luister je? Die laatste kans! Twee briefjes van honderd. Voor jou, pak aan, zei hij. Mijn kloten staan opgezwollen van verlangen, ik moet je hebben. Wat hij heeft, wil ik ook. Hier, vooruit op tafel. Ik betaal. Trek je slipje uit en toon je tieten. Wil je dat ik op je buik kwak. Geen probleem. Het is zo voorbij en we spreken er niet meer over. Ik wil Max zijn, sluit je ogen en roep zijn naam.’

‘De smeerlap, dat loeder!’

Marianne snikte klagend:

‘Max, hoe kun je dan nog enig vertrouwen in die vent hebben? Je moet Vloesberghe nu meteen bellen. Laat hem toch aanhouden! Tegen morgen zit hij misschien al ergens in Spanje’ ,besloot ze in radeloze paniek.

‘Je hebt gelijk, ik bel meteen!’


Wordt vervolgd


Reageer op dit bericht

Smeulend vuur in oudere mannen!



Wellustelingen....

episode...

99...


Voor het eerst hoorde ik een andere stem. Een afzijdige, zonderling ijzige stem. Alsuit een grafkelder:

‘Wegens de ziekte van vader, regelde mama al geruime tijd alle financiële zaken. Bij de overname van de bierhandel zou zij de opbrengst beleggen. Vader had alle vertrouwen in haar. Toen zij ons in steek liet, ontdekten wij dat ze het merendeel van de overname had geïnd. Niks had ze belegd. Er bleef amper een half miljoen oude franken over. Vader was radeloos. Hij had wettelijke bijstand nodig. De notaris bezocht ons enkele keren thuis of liet ons ophalen. Een oudere dorpsnotaris. Hij wist alles van onze problemen af. Na mijn studies stelde hij me voor om in zijn kantoor aan de slag te gaan. Elke bron van inkomen was meer dan welgekomen. Vader wou het huis verkopen. Ik wilde dit niet. Dus moest ik geld verdienen. De echtscheiding heeft daarenboven heel lang aangesleept. Eerst wou vader niet. Moeder bleek overal en nergens te wonen. De notaris ontfermde zich echt over ons.

 

Op kantoor speciaal over mij. Hij begeleidde me wanneer hij kon. Wou absoluut dat ik na een tweetal jaren verder zou studeren. Hij zou me helpen. Zelfs een lening toestaan. Zou er met vader over spreken. Eens een degelijke job kon alles geregulariseerd worden. Ik hoefde me echt geen zorgen te maken. Ik was amper twintig, Max, zo onervaren als wat.


De notaris was meer dan een steun voor vader. Ik zat de godganse dag in dat muffig kantoor. Samen met twee ongehuwde zussen. Oude vrijsters, in de ware zin van het woord. Ik was de vreemde eend in de bijt. Ze dulden me niet. Pestten me op alle mogelijke manieren. Lieten me met archiefdozen sleuren van de zolder naar de kelder en omgekeerd. Ik moest zwijgen. Ik had dat karig maandloon meer dan nodig.’

 

‘Toen …begon je een relatie met hem, nietwaar?’ merkte ik droogjes op.

Marianne keek me dof aan. Traanden haar ogen opeens? Haar stem klonk onvaster, als ondergedompeld in pijn:

‘Onderbreek me niet en luister. Een relatie! Hij sprong financieel bij. Ik wou een voorschot op mijn maandloon. Vader lag in Melsbroek. Een korte lening, zonder intrest. Later volgden enkele milde giften. Maar ik compenseerde die met overuren, hoor. Veel overuren. Te veel eigenlijk. Op zo’n avond, toen hij me naar huis voerde, liet hij me verstaan, dat ik makkelijk meer en véél van hem kon krijgen. Zonder overuren. Zelfs met een halve dag betaald verlof per week.  Ik moest me van de twee ouwe taarten niets aantrekken. Hij zou hen wel onder handen nemen. Geen gesleur meer voor mij. Alleen typewerk in zijn werkkamer en telefoon beantwoorden. Een beetje bereidwilligheid dat wenste hij.  Gewoon het saaie leven van een ouder wordende man af en toe opvrolijken. Het smeulend vuur in hem oplaaien. Meer niet.’

 

Marianne zweeg even. Een korte pauze vol pijnvragen voor mij. Haalde daarop diep adem en vervolgde fluisteren, vol schaamte:

‘Ja, ik werd zijn lief, Max. Uit noodzaak. Jij kan dat niet begrijpen.  Heb jij ooit moeten tellen en hertellen om de maand rond te krijgen. Nee, hé. Ik wel. Jij huwde Gerda omwille van haar vermogen. Ik neukte die geilaard om vader de beste zorgen te geven. Geen excuus, hoor. Maar de waarheid.’

‘…je ging met hem bij Céline, ja?’


‘Ze was klant bij hem. Bovendien een schat van een vrouw. Terwijl hij lag te snurken, kleedde ik me aan, ging bij haar koffie drinken en wat praten. Mijn hart uitstorten. Je kent haar toch. Ze heeft me geweldig opgevangen, telkens weer. Door haar discrete tussenkomst kwam ik bij Darcy terecht.’

‘Wat liep er dan mis met die ouwe?’

‘Ik werd misselijk van hem. Hij was zo impotent als wat. Hij wou verhaaltjes horen. Stel je voor! Sneeuwitje die alle kabouters voortdurend over zich heen liet gaan. Of Hansje en Grietje die peperkoek vraten en mekaar bepotelden. Nadien was hij een baby, die moest gezoogd worden. Of ik was de baby en zijn onooglijk ding mijn fopspeen. Gewoonlijk viel hij dan in slaap. Bracht me nadien stijfdeftig thuis, maar kwam vader eerst begroeten.Die hypocriet! Je kent de spreuk van Alana Trump: ‘Don’t get mad, get everything’. Ik wou all of it en werd veeleisend. De ploert zwom immers in het geld.  Als ik dan toch het hoertje moest spelen, oké, haal er dan alles uit, meid, dacht ik. Ik werd wraakzuchtig. Geneerde me voor niets of niemand. Blafte tegen hem op kantoor zodat de twee zussen het allemaal hoorden en hij zou dokken. Ik dreigde zijn vrouw alles te vertellen.Een dwaas, hebzuchtig, maar vooral een radeloos en wanhopig  kind was ik. Toen kreeg ik de job bij Darcy en dumpte hem. Vader kon ditmaal niets aanmerken, want ik verdiende officieel stukken meer met betere kansen, interessanter werk. Je hebt er geen weet van hoe hoog vader opliep met die ouwe knar. In het begin heeft hij enorm veel

 gedaan. Via zijn connecties bezorgde hij ons in een mum van tijd fondsen en faciliteiten, waarop je normaliter drie jaar of  meer moet wachten. Dus eiste ik een miljoen oude franken. En zou pas nadien mijn ontslag indienen. Wat deed dan die brave, rechtgeaarde, zo schijnheilige burgervader? De politie erbij halen met het risico dat ik zijn vuil wasgoed  zou buitenhangen? Nee, hoor. Meneerke ging een biechtvader opzoeken in een naburig dorp. Pastoor Serge, nota bene! Weet je hoe die kwal reageerde? Hij beloofde de notaris met mij te komen praten. Vader lag toen voor de zoveelste keer in Melsbroek. De schoft wist dus  dat ik ’s avonds alleen was. Pastoors brengen altijd mensen tot rede, zei hij. Eerst was hij beleefd, onderdanig op het kruiperige af. Dan dreigde en siste hij dat hij me zou breken.’


Wordt vervolgd


Reageer op dit bericht

Een nieuwe onthulling

Wellustelingen....

episode...

98...


Ik reed naar huis, naar Marianne. Leek een gewicht van honderd kilo te torsen. De schoft zou er toch niet tussenuit knijpen?

 

Instinctief voelde ik dat dit niet zou gebeuren. Vraag me niet waarom, beste lezer. Ik vertrouwde hem. Goed gek? Echt niet, eerder een alles overheersende zekerheid, terwijl mijn hoofd tolde. De hele ontzettende waarheid. Had Gerda mij toch maar een teken gegeven!  

Doodgeslagen! Met een van haar eigen kruisbeelden, nog wel! Om haar geld, om zijn speelschulden. Het was zo absuurd. Wat een schoelje was die zogezegd devote hond toch! Ik had er geen woorden voor.

En jij een idioot, die zo’n uitschot vertrouwt, antwoordde denkduiveltje. Ik wou dat hij morgenvroeg ribbedebie was. Vloesberghe zal je dan meer dan één sigaar laten roken, vriend, en  terecht.

Had ik moeten schieten? Zonder pardon? Hem doorzeven en zien creperen? Zijn verdiende loon dat wel, maar wat met Marianne?

 

 

 

Ik had nauwelijks de sleutel in het slot of ze liep me reeds tegemoet.

‘Venteke, hoe jij eruit ziet?’ riep ze ontdaan.

Die geweldige vrouw van mij en haar bezorgdheid. Seffens zou ik met haar aan tafel zitten, altijd weer een hoogtepunt van de dag. Ondanks de troubles, ondanks Serge, ondanks de gebeurtenissen die me morgen te wachten stonden. Bij haar gleden alle zorgen meteen van mij af.

Ik kreeg mijn kalmte terug. Stak haar de tas met dagboeken toe.

‘Lieveling, nu weet ik alles. Het is Serge. Hij heeft haar…hij heeft nog bekend ook. Onmenselijke, beeestachtige dingen heeft hij gedaan. Het staat hier zwart op wit.’


Ze huiverde. Verbleekte. Kreeg het plots zo ongemakkelijk koud. Stond als radeloos te trillen. Hapte naar lucht. Haar stem sloeg over:

‘Hij was toch haar raadsman, haar vertrouweling, Wat is daar gebeurd, Max?’

‘Ga zitten, liefje. Schenk mij ook een cognac in. Gerda’s dagboeken, lees je beter morgen. Eerst alles laten bezinken. Het is te gruwelijk. ‘

Ik leidde haar naar de woonkamer en begon te vertellen.  Marianne onderbrak me niet. Ik zag haar mooi gezichtje versomberen. Verstrakken. Vergrauwen. Alsof zij meer met Serge worstelde dan ik. Alsof de almaar groeiende afschuw om zijn handelingen haar nog smartelijker doorkerfde dan mij.

Dan in paniek.

‘Neem direct contact met Vloesberghe, Max, nu meteen. Die schoft is tot alles in staat. Wacht niet tot morgen. Bel nu, alstublief?’

‘Seffens. Geen nood. Morgenmiddag wordt hij gearresteerd.’

‘En jij vertrouwt dat stuk ongeluk op zijn woord?’

‘Hij kan geen kanten op. Je had hem moeten zien. Meer dan een slappe vod. Totaal verloren.Het enige wat hij kan doen is zich verhangen en dan nog!

Maar hij doet dat niet.  Die trouw gaat door. Zijn allerlaatste mis.’

Marianne keek me doordringend aan.

‘Max, ik heb ook met die schoft te maken gehad. Ik heb het bewust verzwegen omdat ik je temperament ken.’


Wordt vervolgd


3 reacties Reageer op dit bericht

Zeurende wijven.

Wellustelingen....

episode...

97...


Serge luisterde geduldig, was vol medeleven. Antwoordde niets. Die wijven bleven maar zeuren. Over de liesbreuk van vader, over zijn prostaat dat ze drie jaar geleden hadden moeten laten afpellen. De specialist had hem eerst medicamenten voorgeschreven, maar de ziekenbond kwam daar niet tussen. Dat is toch een schande, meneer, als je ziet hoe er overal met geld wordt gesmeten.

Oeroud had iets vernomen van een school, twaalf jaar geleden nieuw gebouwd en nog niet in gebruik. Of meneer zich dat kon voorstellen! Om te zwijgen van al het geld dat ze aan die vreemdelingen hangen. Dat komt hier toe en wordt geholpen. Dat spreekt geen woord Vlaams, maar kent de juiste weg, nietwaar meneer. Oeroud had gehoord dat in 2011 de uitbetaling van de pensioenen in gevaar zou zijn. Ze sliep er nu al niet meer van.

 

Allemaal de fout van die asielzoekers, maar ook van de mannen met veel te hoge pensioenen. Zoals rechters en hoge pieten op de ministeries, beaamde halfoud. Politiekers, meneer, allemaal potjeslikkers. Beroepsprofiteurs, nietwaar meneer pastoor? Neem de burgemeester en zijn familie. Aangetrouwde nichten en kozijns, allemaal hun postje bij de gemeente, het OCMW of de RVA. Eigen volk eerst, wist stokoud, met of zonder diploma.

 

‘Max’, zei Serge stroef, onzeker, ‘het is beter dat we onze zaak morgen afhandelen. Mijn parochianen moeten geholpen worden, zoals je ziet.’

‘Ik wacht wel!’

‘Morgen is er de huwelijksplechtigheid van Laurien en Sam. Ik heb vanavond nog wat voorbereiding voor de boeg.’

‘Mijn zaak is belangrijker, veel belangrijker!’

De twee vrouwen staarden ons niet begrijpend aan. Halfoud wou weten wanneer de begrafenis feitelijk kon doorgaan. Die meneer daar, moest toch inzien dat het geen zottigheid is om met een lijk in huis te zitten. Het weer kon van de ene op de andere dag omslaan. Of we vader daar al zagen liggen bij tweeëndertig graden hitte! In hun familie ging er niemand in een frigo, die begrafenisonernemer maakt misbruik van de mensen hun verdriet daarom bleven teergeliefde doden bleven  beter tot de laatste minuut in hun eigen huis. Vader zou niets anders willen! 

 

Serge trok me aarzelend wat terzijde. Ging verder op fluistertoon:

‘Luister, Max, ik regel die begrafenisplechtigheid nu liever met Bette en haar dochter. Zo niet roesten ze hier vast. Die twee wijken voor niets en niemand. Laat me alsjeblief ook het sacrament van het huwelijk aan Laurien en haar verloofde toedienen. Zij is mijn buurmeisje. Deze jonge mensen hebben recht op een heuglijke dag. Ze kijken er al zolang naar uit. Mijn misdaad mag dit voor hen en hun familie niet dwarsbomen. Ze komen vanavond de muziekinstallatie testen en de versieringen aanbrengen. Wees gerust, ik ben hier dan ook.  Ik ga niet lopen, Max. Ik vraag alleen de toelating om morgen om elf uur mijn allerlaatste sacrament te mogen toedienen. Indien je Vloesberghe nu haalt, kan dit niet. Doe het niet voor mij, doe het voor die jonge mensen. Mag ik rekenen op je vertrouwen, hoe moeilijk dit ook voor jou is?’

‘Ik sta hier morgen om elf  uur met Vloesberghe of met iemand van de politie. Ik verwittig hen nu reeds.’

Reageer op dit bericht

Leven of Sporten!!??



“Iedereen vraagt zich af wat er met de Belgische topsport moet gebeuren” beweert Hans Vandeweghe in De Morgen.

 

Iedereen, meneer Vandeweghe? Jij allicht,  ik ferm niet. Mio marito zeker niet,. mijn kinderen nog minder, mijn slager helemaal niet, misschien mijn krantenman omwille van de mogelijke tijdelijke meerverkoop aan gazetten. En jij, beste lezer, vraag jij je af wat er in de cenakels van het BOIC en BLOSO feitelijk allemaal gebeurt? Ik lig wakker, nou ja wakker bij wijze van spreken, van andere zaken: de gevoelige verhoging van de voorschotten op verbruik van kraantjeswater- en mijn energiefactuur, de 84 euro toeslag op mijn brandverzekering bijvoorbeeld.

 

Neen, Hans Vandeweghe overdrijft. Typisch voor journalisten, papiervolschrijvers en als iemand dit kan weten, dan Titipoes hier. Natuurlijk zal er stront aan de knikker zijn in onze hogere sportregionen. De Belgische sport is jaren gepolitiseerd, totaal versnipperd en dat is niet van gisteren. Wie politiek zegt, zegt gesjoemel, achterkamergefoefel en vriendjespolitiek.

 

Bij de vraag waarom Nederlanders het zoveel beter doen dan wij op de Spelen, gaf Mart Smeets, het enige juiste antwoord”: “Omdat wij sporten en jullie leven!” Daarmee is alles gezegd. Een waarheid als een koe. En Mart Smeets kan het weten: sportkenner beroepshalve  en lievensgenieter bij uitstek, 125 kg bonhomie achter de micro.

Trouwens mocht mijn kleinzoon later ooit voor de keuze staan topsport of waardevol diploma, dan weet ik nu al in welke richting mijn dochter hem zal pousseren. Voor het leven of op korte termijn? Voor het leven, tiens, met een lichaam zoals dat van zijn grootje dat op leeftijd nog heel wat aankan en niet vol vijzen en opgelapte stukken steekt op zijn vijfendertigste.

 

Hoor ik Wilfried Meert, organisator van de Van Damme Memorial, met een zweem van dédain leuteren over het gebrek aan inzet  en zelfdiscipline bij de jongeren, dan gier ik het uit. Wilfried was namelijk een schoolgenoot van mij en op Titipoes na, de meest houterige en sportongeschikte student op school. Bij mijn weten  en voor zover ik mij nog kan herinneren, heeft hij ooit even gebaltrapt in en rond zijn dorp, is dan onmiddellijk als student nog overgeschakeld op vijf lijnen  lokale sportverslaggeving. Want Wilfried bezat één groot talent, toen al: zijn pen en dat wist hij meer dan aardig te versieren. En ja, met de loop der jaren, mits heel wat vallen en opstaan en doorzettingsvermogen bekwaamde hij zich uiteindelijk toch in een bijzonder sport. Een lichamelijke prestatie zonder dewelke je blijkbaar nooit kan doorstoten tot de hoogste ladder in alle geledingen in onze maatschappij, natuurlijk met uitzondering van de zonen of dochters van… of absolute topbrains: de discipline elleboogstoten.

 

Hoe dan ook: chapeau Wilfried old –Mercurianboy. En voor al onze sportieve deelnemers aan de Spelen, wat hun uitslag ook moge zijn, proficiat. Hebben we weinig medailles, we hebben toch een goed leven!
Nog iets. Sport ja, topsport de pot op!


3 reacties Reageer op dit bericht

Oeroud en halfoud.



Wellustelingen....

episode...

96...


In het portaal stonden wij plots tegenover twee vrouwen. Moeder en dochter zo te zien. Dezelfde haartooi, dezelfde gebogen houding, dezelfde harde mond, dezelfde sloffen aan de voeten en dezelfde vinnige, onderzoekende blikken.

Ze kwamen bij meneer pastoor de begrafenis bespreken. Negen uur was al goed, zei oeroud. Vader zat dood in zijn zetel vanmorgen, vervolledige halfoud. Tweeenzeventig jaar en heel zijn leven hard gewerkt. ’t Was toch te jong. Ze wisten dat er morgen een trouw was in de kerk en in de namiddag een doop. Daarom waren ze nu gekomen. Halfoud moest volgende week geopereerd worden aan haar tenniselleboog. Ze had nog nooit een raket in de hand gehad. Wat een mens toch allemaal krijgt, nietwaar meneer. Veel volk zou er niet komen, maar het moest toch een schone begrafenis zijn. Ja, ze waren al naar het met het briefje van de dokter naar het gemeentehuis geweest. Kort na de middag. Overlijdensbewijzen voor de bank en voor de pensioenkas.

 

Moet meneer pastoor nog andere papieren hebben? Morgen ging halfoud naar de ziekenbond. Ze wist dat ze recht hadden op een rouwpremie. Het was wel niet veel, maar toch iets, nietwaar meneer? Ze vertrouwden de begrafenisondernemer niet helemaal. Wat ze zelf konden, deden ze liever zelf en beter. Als je de prijs ziet van de kisten, meneer. Ze waren er echt niet goed van. Daarom hadden ze eerst in beraad gestaan het lichaam van vader aan de geneeskunde te schenken. Oeroud vreesde voor de praatjes in het dorp. Dus liever niet. Later, als halfoud de elleboog kon bewegen, zouden ze terugkomen om vijf namissen te bespreken. Elke maand een en de goedkoopste. De vroegmissen dus, Gerda’s missen. Een gebed om zeven uur is evengoed als een om elf uur, nietwaar? Of meneer pastoor nog vandaag de sacramenten van de doden kon komen geven?

 

Meneer daar was toch niet de man van die mevrouw uit de villa? Of ze hem al hadden? De moordenaar, meneer. De dag van vandaag gebeurde er toch wel wat. Als halfoud boodschappen moest doen was oeroud altijd ongerust. Vandaar dat ze al hun groenten zelf kweekten. Ze hadden ook kippen en konijnen. Als meneer een konijn moest hebben, hoefde hij maar te spreken. Goed, mals vlees, tja hun dieren werden niet opgejaagd en voor hem aan de helft van de prijs van bij de marchand.



Wordt vervolgd



 

Reageer op dit bericht

Het genadeschot



Wellustelingen....

episode...

94...


‘Max,  ik vind het vreselijk. Verschrikkelijk. Mijn boete zal immens zijn. Is dit nu al. Ik begrijp het nog steeds niet. Ik wou dit niet. Hij alleen wou het, dat duivels monster in mij. Hij heeft Gerda de genadeslag toegebracht. Totale zinsverbijstering en onmiddellijke ontnuchtering… Jij begrijpt dit toch, Max?  Je wou haar toch ook dood, die avond na de reünie, met de wagen. Was er bij jou eveneens een duistere macht die je leidde? Kan de liefde voor een vrouw, een verstandig man tot misdaad aanzetten? Ja, jij hebt het ervaren. Geef toe, Max, alleen God hoort ons…’

‘Bullshit, smeerlap, dit pakt bij mij niet…’

 

Opnieuw zijn vaderlijk zalvende stem, als een in het verweer gedrongen wraakzuchtige die een nieuwe kans ziet:

‘Peccare nemini licet, Max, zondigen staat niemand vrij! Jawel, Max, bij jou pakte het goed uit. Slechts een fractie van een seconde maakt dat jij vrijuit gaat en ik…levenslang zal krijgen. Een fractie van een seconde! Is er echt een verschil tussen jou en mij, Max? Tussen jouw verslaving aan die mooie vrouw en de mijne aan de goktafels? Jouw handen hunkeren naar haar borsten, de mijne naar de speelkaarten. Uitzinnige passie ontspoort altijd. Omne nimium nocet. Elk teveel is schadelijk. Ik zal, biddend in de cel, de zware last van je schuld helpen dragen.’

 

‘Wat!? Je wou met je manoeuvers, mij ten slotte jouw wandaad in de schoenen schuiven. Je hebt Gerda dolgedraaid. Mij overal beklad. Marianne een duister verleden toegeschreven. Geld geïnd in naam van Gerda, terwijl zij opgebaard in je kerk lag. Mij nu nog de les spellen op de koop toe!’

 

Serge reageerde, opeens weer kalm en doortastend. Bij momenten toch nog de gladde aal blijvend in het vangnet van schuld, vrees en herwonnen zelfwaarde:

‘Je stond je vrouw naar het leven, Max. Gerda vertelde me altijd alles. Was je haat zo vreselijk, man? Ik spreek de waarheid. En wat Marianne betreft, vraag het haar. Misschien zie ik het anders. Ben ik verkeerd en is het niet alleen om geld te doen. Ik hoop het voor jou. Zoniet is je moordpoging een maat voor niets geweest.’

‘Vloesberghe moet meteen komen. Sta recht!’

 

Mijn stem beefde. Zou hij iets van onzekerheid in mijn ogen bespeuren?

‘Vooraleer hij komt, weet dat mijn lippen tijdens zijn ondervraging, verzegeld waren over je intenties. Ik heb bewust gezwegen. Ja, Max, zo ben ik ook! Jij blijkbaar niet.’

Hij verschrompelde weer. De kameleon van alle markten thuis. Zijn brede schouders leken te bezwijken onder de verpletterende last van zijn moordbesef. Hij bracht gesmoord, onderdanig stamelend uit:

‘Je hebt gelijk, Max, ik ben een gewetenloze smeerlap, een onwaardige. Mijn schuld is niet meer in te lossen…Geen cel, geen boete, zelfs niet het brandend kastijden in de diepste der hellen kan me nog bevrijden…Moet dit echt, Max, moeten onze daden openbaar gemaakt worden? Denk aan de wantoestanden, vooral in Amerika, de knapenschennis aldaar en het gezichtsverlies dat Rome erdoor lijdt. Denk vooral aan je zoon, Max! Door mijn ziekelijke obsessie ziet hij nog jarenlang het verminkte lichaam van zijn moeder voor ogen. Het allerergste zal hij evenwel luidop vernemen in de rechtbank, als jij gedwongen wordt je dodelijke intenties prijs te geven!’


Wordt vervolgd



Reageer op dit bericht

Serge, de baarlijke duivel!


Wellustelingen....

episode...

93...


Serge verloor plots weer zijn schijnbare kalmte en zelfverzekerdheid. Jammerde opnieuw, haast in een rochelend gesmeek:

‘Max, ik wou het niet…het was een…ongeval, puur ongeval… Je moet me geloven.’

‘Gerda opzettelijk de schedel inslaan is puur ongeval? Waarmee heb je het gedaan? Waarmee en hoe?’

Hij richtte zich moeizaam half op. Zijn natte, uitdrukkingsloze ogen, als doffe stenen naar binnen gedraaid, leken holten geworden. Hij beefde nu van kop tot teen. Gebroken was hij. Mijn waarheid had hem eindelijk hulpeloos op de knieën gekregen.

 

Hij wees, mompelde mat, voorgoed verloren:

‘Daar…op het altaar …die bronzen crucifix. Stond bovenop haar kamer…’

‘Met een kruisbeeld van Gerda!?’

Serge knikte. Grijnsde opnieuw. Of was het duivels geveinsd huilen? Net een waanzinnige. Schokkend. Volkomen los van de realiteit. Een man in nood. Daardoor amoreel. Zonder besef van eigen verlies.

‘Ja, daarmee, Max, met de vlag van God. Zijn standaard. Ze nam me de pentekening van Sint Maarten af. Zeventiendeeuws. Op de Zavel hebben ze daar kopers voor. Kon zeker tweeduizend of nog meer opbrengen. Gerda kwam haar belofte niet na. Ik greep een kruisbeeld en schreeuwde haar toe, in naam van Christus. Ze moest en zou absoluut haar belofte nakomen. God  verdraagt het niet dat je me aan mijn lot overlaat, riep ik.  Hij zal je verdoemen, de demonen keren terug in jou.’

 

Hij lette niet meer op mij. Sprak lispelend voort, nu in trance zelfs:

‘Ze liep de kamer uit. Ik volgde smekend en biddend. Ik was een baarlijke duivel, gilde ze. Ze dacht dat ik haar alleen kwaad wou. Ik had haar bezoedeld, besmet onteerd, geslagen, belogen en vernederd. Ze zou iedereen vertellen wat  haar was aangedaan. Vooral aan jou. We stonden bovenaan de trap. Ze spuwde op mij. Stampvoetend mepte ze daarom zichzelf in het gezicht, met beide handen. Trok zich de haren uit. Hysterisch werd ze. Ik wou haar kalmeren. Toen moet ze gestruikeld zijn…Ze kermde, onderaan de trap, bewoog bijna niet meer. Ik wou helpen, de ambulance bellen.  Ik weet nog altijd niet wat mij toen bezielde...Ze had mij misleid en de crucifix was in de handen van satan…  Het bloed spatte tegen de muur. Ze kermde minder en minder…’

‘Zwijg! Ik bel Vloesberghe.’

Reageer op dit bericht

Problemen, problemen!



Met de P van penarie en potvernondenogaantoe…

 

Vooral de P van pendelaars, pendelbussen, pendelarbeid, pendelbazen, pendellucht, pendelraket, pendelen dus. Heen en weer. Gaan en keren. Klokvast als het moet, flexibel als het even kan vooral als er kleine mannen bij betrokken zijn.

 

Nieuw woord in de reeks : pendelpeuter. Ik spreek eerder van een versleur-uk, een soort C&A kid come & away. De kleintjes worden immers versleurd van hot naar her. Een dag bij tante Nellie, een dag bij Oma Sophie, twee dagen in de minicrèche en een dag bij Omi. Lukt dit een keertje niet dan nemen paps of mams beurtelings een dagje verlof. Tracht als kind dan ergens behoorlijk wortel te schieten in dit systeem!

Komt daarbij dat gewijzigde gezinssamenstellingen, zo’n situaties niet rooskleuriger maken. Om de veertien dagen is er so wie so de wettelijke uitwisseling tussen vaders en moeders. Vakantieperiodes worden soms netjes, soms krijsend ingedeeld. De kinderen, gedomicilieerd bij hun moeder gaan naar hun vader en de kinderen bij de vader gaan bij hun moeder. In mijn straat zie ik merkwaardige toestanden ontstaan: vast inwonende kinderen gaan soms twee tot drie verschillende richtingen uit. Anderen die ik nauwelijks zie dus haast niet ken, komen in hun plaats.

 

Volgens een journalist van De Standaard ziet de agenda van almaar meer kleuters er inderdaad zo uit. Valt dan de minicrèche weg wegens plotse sluiting dan is het hek van de dam. Paniek in alle regionen, want kinderopvang is een noodlijdende sector. Economische rentabiliteit is voor een thuiswerkende onthaalouder een lachertje naar het schijnt. Door het wegvallen van stabiliteit in de georganiseerde kinderopvang zitten vele jonge ouders met de gebakken peren. Voeg daarbij de alleenstaande ouder, zij met bescheiden inkomen, miserie dubbelop!

 

Anderzijds de alles opvangende en steeds bereidwillige (groot)ouders behoren langzaam maar zeker tot het uitstervend ras. Dit ras van grootmoeders wordt grandioos beschreven op het blogje van Bojako. Vaak hilarisch, soms met een traan. Mijn buurvrouw links, Anita, krijgt er dagelijks er vier over de vloer. De oudste is twaalf de jongste pas zes. Buurvrouw rechts heeft er een en eind november komt nummer twee erbij. Kleinzoon is eveneens bij ons geweest van zondag- tot vrijdagavond, acht jaar lang. Dag en nacht. Sedert de verhuis van zijn ouders is er een en ander gewijzigd. Twee tot driemaal per week blijft hij nog overnachten. Maar elke dag komt hij langs, een enkele keer blijft hij slechts vijf minuten. Kusje, hop and away. Meestal duurt het heel wat langer tot zijn mama belt en… van haar oortjes maakt. Half november, bij leven en welzijn, krijgen we er een kleindochter bij. Is er behoefte aan opvang, geen probleem. Het zal wat wennen worden maar mio marito en meme staan opnieuw paraat, if need be, dag en nacht.

 

Probleem is dat de grootouderlichting van de hedendaagse baby en peuter tot de babyboomgeneratie behoort. Oma’s zijn carrièrevrouwen of het soort van vrouwen dat financieel verplicht wordt tot het uiterste in hun loopbaan te gaan. De zorgen om hun latere pensioen, weet je. Komt daarbij dat sommigen vaak één, uitzonderlijk twee failliete huwelijken of relaties achter de rug hebben. Intriestige toestanden met zware repercussies op je banksaldo. Als je dan als vrouw tot je zestigste of nog langer uit werken wenst of moet gaan, dan heb je wel al je deel gehad. Wil je ook eens een keertje ongebonden zijn, vrij ademen want eindelijk verlost van de jarenlange dagelijkse huis-werkplaats-huissleur. Dan wil je reisjes doen in alle rust en vrede, buiten het toeristische seizoen. Dan wil je een concert of workshop meepikken en toetreden tot club waar je voordien nooit de tijd voor had. Experimenteren met de mogelijkheden die je vrouwzijn behaaglijker, voller en rijker maken. Opportuniteiten zat, gewoon de damesmagazines en lifestyle-uitzendingen volgen.

 

Kortom je wil genieten, tijd voor jezelf nemen terwijl het nog kan. Natuurlijk zijn kleinkinderen welkom, gewoonlijk ’s zondagmiddags op de koffie met een stuk taart of een gezamenlijk etentje nu en dan buitenhuis. Opvang kan doch alleen bij hoog, hoogdringendheid, liefst niet té lang. Wel, beste lezer, ik begrijp best die vrouwen en wie ben ik om hen met de vinger te wijzen. Alleen de Bojako’s, de Anita’s, de Agnessen en Lutgardes die ik ken, wij vrouwen zestigplussers, tja zie wij zitten zo niet in mekaar. Mentaliteitswijziging of de beschavingsclash der oma’s? Ik zou het echt niet weten.

 

Zo zat een van mijn jonge buurvrouwen drie weken geleden in zak en as. Het tweede kindje wordt verwacht eind oktober. De driejarige gaat volgende week voor het eerst naar school, die zit dus veilig de ganse dag. De reservatie bij een onthaalmoeder vlakbij werd al van bij de tweede zwangerschapstest vastgelegd, no problem alles kits. Tot de bom in de brievenbus viel: de onthaalmoeder sluit haar boetiek eind dit jaar. Ze kreeg eindelijk een beter betaalde baan in de verzorgingssector plus vakantiegeld, plus twaalfde maand en vooral vaste arbeidsuren. Dat is wat anders dan een hongerloon tussen de 15 en 20 euro per kind met ouders waarvan je nooit met zekerheid weet of ze op tijd hun kroost ophalen.

 

Kortom de zoveelste jonge moeder diep in de rats. En haar ouders dan? Die komen niet in vraag. Ma hangt al een poos aan de fles want want pa zit meestal bij zijn minnares. Haar schoonouders hebben liefst zeven kinderen en met de kleinkinderen zijn ze de tel kwijtgeraakt. Dus gaan we depanneren, Agnes en ik. Zij een dag, ik twee. De ouders kunnen met de vernieuwde wetgeving geruime tijd  wel wat versieren b ij hun werkgever. Een soort gefaseerd “ouderschapsverlof” opnemen, weet ik veel. Ze zitten beiden in overheidsdienst en volgens de ingewonnen informatie moet dat lukken. Als jonge ouders zorgen voor ons pensioen, vinden wij het maar normaal dat wij als thuiszittende “grootjes” een tegenprestatie doen. Enfin, half februari valt pas het verdict. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het hen lukt tegen die tijd een verzekerde, vaste opvang te vinden. Lukt het niet, dan staan wij klaar. Waar een wil is, is een weg en elk kind is dit overwaard.

2 reacties Reageer op dit bericht

Nosce te ipsum!

Wellustelingen....

episode...

92...


Er keerde iets om in mijn binnenste. Even dacht ik terug aan vroeger. Aan het absolute gebrek aan intimiteit tussen Gerda en mij. Nu zag ik haar echter niet zo. Niet als een koele echtgenote, niet eens als iemand met wie ik onder hetzelfde dak had gewoond. Wel als een vrouw-in-het-algemeen, een moeder, een vrouw op leeftijd, zwak, goedgelovig, simplistisch en zo kwetsbaar. Levend in eigen specifieke cocoon, plots doorboord, pijnlijk vleselijk doorboord door een schurftige schoelie van een priester, die naam niet waardig. Voor wie levenslange cel of opsluiting in een psychiatrische instelling nog te mild was. Die tot zijn laatste snik alleen martelende dwangarbeid verdiende, in de galeien geslagen, aangevreten door ongedierte, uitgehongerd, gekastijd.

 

Ik vermande me. Zijn lispelende biechtstem ging verder:

‘Max, geloof me, ik wou het eerst niet… De duivel leek in haar… in mij… in ons gevaren. Ik… ik was me niet meer bewust van mijn handelen…Geloof me, het was geen genot…’

‘Gerda heeft nooit beseft was seksueel genot was’, siste ik hem toe ‘Haar onderlichaam beschouwde ze als een soort relikwie. Ze ontving een man alleen om te kunnen baren. Dat was haar plicht’.

 

Serge trachtte even geforceerd te grijnzen. Voor het eerst leek hij een beetje zelfverzekerder. Hij reageerde heel voorzichting:

‘En toch schonk het haar een bepaalde voldoening. De boete werd voor haar na een tijdje een vorm van bevrediging. Wat ze met jou nooit heeft meegemaakt! Ze zong zelfs. Ze plukte de dag als nooit tevoren. Geef toe, Max, ondanks alles moet je dat toch zijn opgevallen? Nooit bij stilgestaan? Nosce te ipsum! Ken u zelf, man!’

 

Neen, het was mij niet opgevallen. Niets aan Gerda viel me de laatste jaren nog op. Totale apathie, desinteresse tot en met, zelfs van in den beginne. Daardoor was het me nooit gelukt. Hem wel! Mijn onvermogen door de fysieke afkeer voor Gerda wierp die ploert me met wellust voor de voeten. Ik stond heel even perplex, Serge heel even triomferend.

‘Je gaf geen moer om haar. Je ging tot het uiterste, met slechts  één doel voor ogen: haar geld. Een simpele vrouw tot lichamelijke onderwerping brengen en dan aftroggelen!’

‘Best mogelijk…Ik zag nog uitsluitend hoe ze mij uit het slop kon helpen. Voor wat hoort nu eenmaal wat, vandaar… een luttel bedrag, twee à drieduizend euro wou ik. Peanuts voor haar. Maar zij wou niet.’

‘Voor enkele briefjes van duizend pleeg jij een afschuwelijke misdaad. Ze moest je zelfs betalen voor de smeerlapperijen die je haar aandeed!’


Wordt vervolgd


1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van 'PATATI PATATA

↑ Terug naar de berichten