Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

vandaag jaren terug 15 aug 1969 styn streuvels

15 aug 1969 Stijn Streuvels, pseudoniem voor Franciscus Petrus Maria (Frank) Lateur (Heule, 3 oktober 1871[1] – Ingooigem, 15 augustus 1969 ) was een Vlaams schrijver. Streuvels geldt als een van de belangrijkste vernieuwers uit de Nederlandstalige letteren van zijn tijd. Hij schreef naturalistischeverhalen, geïnspireerd door Émile Zola en de grote Russen van die tijd (vooral Tolstoj). Hij was autodidact en las en sprak meerdere talen, onder andere Frans en Duits. Noors kon hij lezen, maar Russisch kreeg hij nooit onder de knie. Onder andere het werk van Tolstoj vertaalde hij echter toch, aan de hand van Duitse vertalingen. De literatuurkenners zijn het er over eens dat de visionaire sterkte van zijn werk, de onverbiddelijke erkenning van de werkelijkheid, zonder moraliserende commentaar (Albert Westerlinck), de scheppende taalkracht van zijn proza en de universaliteit van de behandelde thema's, zijn werk hebben opgetild boven het particularisme en de streekliteratuur. Uit het archief met nominaties voor de Nobelprijs voor de Literatuur bij de Zweedse Academie blijkt dat Streuvels van 1937 tot en met 1957 dertien keer genomineerd is geweest voor de Nobelprijs.[2] Ook in 1965 was hij genomineerd.[3 Hij werd geboren als derde kind van Kamiel Lateur en Marie-Louise Gezelle, een jongere zus van priester-dichter Guido Gezelle. Vader Lateur was kleermaker en een zwijgzaam man, in tegenstelling tot zijn vrouw die graag en boeiend sprak en vertelde. Nadat Stijn Streuvels school had gelopen bij de zusters in de plaatselijke nonnenschool, stuurden zijn ouders hem in 1883 naar het St.-JanBerchmanspensionaat in Avelgem, waar zijn letterkundige begaafdheid voor het eerst tot uiting kwam.
Van 1886 tot 1887 leerde hij de bakkersstiel in Avelgem, Kortrijk en Heule. In mei 1887 namen Streuvels' ouders te Avelgem de bakkerij van Kamiel Lateurs ongehuwde broers over en verhuisde heel het gezin naar deze gemeente aan de Schelde. Van 1887 tot 1905, op de 20 maanden na (1889-1891) die hij in Brugge doorbracht om zich in het bakkersvak te bekwamen, bleef Streuvels in Avelgem bakken en schrijven. Zijn eerste schetsen en gedichten verschenen in 1895 in De Jonge Vlaming en in Vlaamsch en Vrij. De volgende jaren namen ook de voornaamste tijdschriften, zoals Van Nu en Straks, bijdragen op van zijn hand. In 1899 verscheen zijn eerste verhalenbundel Lenteleven. Veertig jaar lang publiceerde Streuvels ieder jaar minstens één werk. Onder de meest bekende bevinden zich De Vlaschaard (1907), Het leven en de dood in de ast (1926), De teleurgang van de Waterhoek (1927) en Alma met de vlassen haren(1931). Op 19 september 1905 huwde hij met Alida Staelens en ging hij in Ingooigem in zijn pasgebouwde huis Het Lijsternest wonen, waar hij voortaan van zijn pen zou leven. Hij kreeg vier kinderen. Dichtster Jo Gisekin is een kleindochter van Streuvels. In zijn laatste periode hield hij zich voornamelijk bezig met het schrijven van memoires. Hij heeft ruim 60 jaar in het Lijsternest gewoond en overleed er op 15 augustus 1969. Op zijn begrafenis met de wijtewagen, op de 21e daaropvolgend, waren zowat 7000 mensen aanwezig.
Vijfjaarlijkse staatsprijs voor Letterkunde (1905, 1910, 1935) Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (briefwisselend lid in 1907, werkend lid in 1911)
Ridder in de Leopoldsorde (1907) Officier in de Leopoldsorde (1925) Driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza (1927) Commandeur in de Kroonorde (1929) Commandeur in de Leopoldsorde (1935) Rembrandtprijs, Hamburg (1936) Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau (1937) Grootofficier in de Kroonorde (1947) Grootofficier in de Leopoldsorde (1949) Prijs Scriptores Catholici (1950) Grootkruis in de Leopoldsorde (1951) Grootkruis in de Kroonorde (1953) Ridder in de Orde van de Heilige Gregorius de Grote (1955) Ereburger van de stad Kortrijk (1959) Prijs van de Vlaamse provincies (1959) Huldiging door de stad Antwerpen in het Archief en Museum van het Vlaams Cultuurleven (1961) Grootlint in de Leopoldsorde (1961) Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre (1962) Prijs Arthur Merghelynck van de Vlaamse Academie (1964) Streuvels was doctor honoris causa aan de universiteiten van Leuven (1937), Münster (1941) en Pretoria (1964).
Lenteleven (1899) (omvattend: De witte zandweg - In den voorwinter - Kerstavond - Slenteren - Op den dool - Van ongroei - Lente - In de vlage - Een pijpe of geen pijpe - 's Zondags - Een ongeluk - Wit leven - Het einde) Zomerland (1900) (omvattend: Groeikracht - Zomerland - Meimorgen - Het woud) Zonnetij (1900) (omvattend: De oogst - In 't water - Zomerzondag - Avondrust) Doodendans (1901) (omvattend: Doodendans - Jongenstijd (in latere drukken: Kindertijd) - In de wijde wereld - Een speeldag - In de weide - Noorsche liederen - Honden - Doodendans) De oogst (1901) (Uit "Zonnetij") Langs de wegen (1902) Dagen (1902) (omvattend: De kalfkoe - Naar buiten - Sint-Jan - Sint-Josef - Vrede - Verovering) Minnehandel (1903) (omvattend: Joel - Maagdekensminne - Het zomerlief - De wondertijd - Het levensbedrijf - In de wonnegaarde) Soldatenbloed, Een dramatisch bedrijf (toneelstuk) (1904) Dorpsgeheimen I (1904) (omvattend: De lawine - Bertken en de moordenaars alle twaalf (vanaf de tweede druk vervangen door: Een beroerde maandag) - Jantje Verdure (afzonderlijk uitgegeven in 1943)) Dorpsgeheimen II (1904) (omvattend: Kinderzieltje - Martje Maertens en de misdadige grafmaker - Op het kasteel) Open lucht (1905) (omvattend: Zonder dak - Grootmoederken (ook apart uitgegeven in hetzelfde jaar) - Een nieuw hoedje - Het duivelstuig - Jeugd) Stille avonden (1905) (omvattend: Een lustige begraving - Horieneke - Zomerdagen op het vlakke land - Zonneblommen - Ingoyghem) Het uitzicht der dingen (1906) (omvattend: De kwade dagen - De veeprijskamp - De ommegang) Reinaert de Vos (1907) De vlaschaard (1907) Tieghem: het Vlaamse lustoord (1908)
Najaar I (1909) (omvattend: Najaar - De blijde dag) ("Najaar" werd later opgenomen in Najaar II; vanaf dan werd Najaar I "De blijde dag") Najaar II (1909) (omvattend: De bomen - Jacht - De aanslag) (Na opname van "Najaar" werd Najaar II "Najaar") Reinaert de Vos voor de Vierschaar van Koning Nobel de leeuw. (1909) Reinaert de Vos (1910) (Verkorte versie van de uitgave uit 1907) Het kerstekind (1911) Over vrouwe Courtmans (tekst van een lezing) (1911) Het glorierijke licht (1912) Morgenstond (1912) De werkman (1913) (Later opgenomen in "Werkmenschen") De landsche woning in Vlaanderen (1913) (later bewerkt en opgenomen in "Land en leven in Vlaanderen") Een beroerde maandag (1913) (omvattend: Een beroerde maandag (later opgenomen in Dorpsgeheimen I) - De lawine (afkomstig uit Dorpsgeheimen I)) Dorpslucht (1914) (In 1948 in verkorte versie verschenen als "Beroering over het dorp") Mijn rijwiel (1915) (omvattend: Mijn rijwiel - Hoe men schrijver wordt) In oorlogstijd (1915-1916) (omvattend: Augustus 1914 - September 1914 - October 1914 - November 1914 - december 1914-I - december 1914- Slot) De aanslag (1917) (uit "Najaar II") Sint-Jan (1919) (afkomstig uit "Dagen") De bomen (1919) (uit "Najaar II") Genoveva van Brabant (Deel I: 1919, Deel II: 1920) Reinaert de Vos (1921) De blijde dag (1921) (uit "Najaar I") De schone en stichtende historie van Genoveva van Brabant (1921) (kortere versie van het werk uit 1919) Prutske (1922) Grootmoedertje (1922) (toneelversie van "Grootmoederken" uit "Open lucht") Vertelsels van het jaar nul (1922) (kinderverhalen) Land en leven in Vlaanderen (1923) (omvattend: Het uitzicht - De landsche dorpen - De landsche woningen - De landsche bevolking - Dertig jaar later) Herinneringen uit het verleden (1924) (omvattend: Onze streek - Damme - Veurne-Ambacht - Volkslectuur (= bewerkte en uitgebreide versie van "Over vrouwe Courtmans") - Schoonheid - De schoonste deugd - Kinderlectuur - Mijn schooltijd - Het lied van den weemoed - Mijn loopbaan op de planken - Voor den oorlog - Mijn fiets in oorlogstijd - Na den oorlog - Na vijf en twintig jaren) Op de Vlaamsche binnenwateren (1925) (omvattend: 't Haantje - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag) Werkmensen (1926) (omvattend: De werkman (ook afzonderlijk verschenen in 1913) - Kerstmis in niemandsland - Het leven en den dood in den ast) De teleurgang van de waterhoek (1927)[noot 1] De Drie Koningen aan de kust (1927) Kerstwake (1928) Kerstvertelsel (1929) (later verschenen als "De vreemde verteller") Alma met de vlassen haren (1931) Dr. Lauwers schriften (1931) (tekst van een lezing) De rampzalige kaproen (Een middeleeuwse boerenroman) (1933) Proza (1934) (omvattend: "Lente" uit Lenteleven - "De veeprijskamp" uit Het uitzicht der dingen - "Het glorierijke licht") Prutske's vertelselboek (1935) Levensbloesem (1937) De vreemde verteller. Kerstverhaal (1938) (= Kerstvertelsel uit 1929)
Stijn Streuvels' werken (1938) Deel I: Minnehandel - Langs de wegen - Het leven en de dood in de ast Deel II: De vlasschaard - Prutske - Kinderzieltje - Kerstwake Kerstvertellingen (1939) (omvattend: Grootmoederken - Kerstmis in Niemandsland - Kerstvertelsel - Drie Koningen aan de kust - Kerstwake) De terechtstelling van een onschuldige (1940) De maanden (1941) (In Nederland verschenen onder de titel "Een gang door het jaar") Heule (1942) Jantje Verdure (1943) (afkomstig uit "Dorpsgeheimen I") Het leven en de dood in den ast (1944) (afkomstig uit "Werkmenschen") Jeugd (1946) (Uit "Open lucht") Avelghem (1946) Beroering over het dorp (1948) (= "Dorpslucht" uit 1914) Ingooigem (Deel I, 1904-1914) (1951) Verzamelde Werken (1948) Deel I: Lente (uit Lenteleven) - Minnehandel - Werkmenschen Deel II: De vlasschaard - Prutske - Het duivelstuig (uit Openlucht) Volledige Werken Deel I (1950) (omvattend: Lenteleven, Zomerland, Zonnetij) Deel II (1950) (omvattend: (Doodendans, Dagen, Openlucht) Deel III (1951) (omvattend: Dorpsgeheimen I en II, Najaar) Deel IV (1951) (omvattend: Langs de wegen, Het uitzicht der dingen, Het glorierijke licht) Deel V (1952) (omvattend: Minnehandel, Stille avonden) Deel VI (1953) (omvattend: De vlasschaard, De maanden) Deel VII (1953) (omvattend: De blijde dag, Morgenstond, Prutske) Deel VIII (1952) (omvattend: Genoveva van Brabant I en II) Deel IX (1954) (omvattend: Herinneringen, Land en leven in Vlaanderen) Deel X (1954) (omvattend: Kerstvertellingen, Werkmenschen)
Stijn Streuvels & Gustave van de Woestyne, Reinaert de vos, 1911, The Phoebus Foundation Deel XI (1955) (omvattend: Alma met de vlassen haren, Levensbloesem) Deel XII (1955) (omvattend: De teleurgang van de Waterhoek, Beroering over het dorp) Reinaert de Vos (1956) (= versie uit 1907) Ingooigem (Deel II, 1914-1940) (1957) Kroniek van de familie Gezelle (1960) Verhalen (1962) (omvattend: Een speeldag, uit Doodendans - Kinderzieltje, uit Dorpsgeheimen II - Lente, uit Lenteleven - In 't water, uit Zonnetij - Het einde, uit Lenteleven - Avondrust, uit Zonnetij) Stijn Streuvels (1962) (omvattend: Het uitzicht der dingen - Het glorierijke licht) Hugo Verriest (1964) (enkel de inleiding is geschreven door Streuvels) In levende lijve (1966) (Bloemlezing - met bewerking van sommige teksten - uit "Heule", "Avelghem"; "Ingooigem I en II", "Kroniek van de familie Gezelle", "Herinneringen uit het verleden") In den voorwinter (1970) (uit "Lenteleven") Het zinnespel van droom en dood (1971) (toneelversie van "Het leven en de dood in den ast") Volledig Werk Deel I (1971) (omvattend: Lenteleven, Zomerland, Zonnetij, Dodendans, Langs de wegen, Dagen, Minnehandel, Dorpsgeheimen I en II, Soldatenbloed) Deel II (1972) (omvattend: Openlucht, Stille avonden, Het uitzicht der dingen, De vlasschaard, Tieghem, De blijde dag, Najaar, Het glorierijke licht, Morgenstond, In oorlogstijd, Herinneringen) Deel III (1972) (omvattend: Prutske, Land en leven in Vlaanderen, Op de Vlaamse binnenwateren, Werkmensen, De teleurgang van de Waterhoek, Alma met de vlassen haren, Levensbloesem) Deel IV (1973) (omvattend: Kerstvertellingen, De maanden, Beroering over het dorp, Heule, Avelgem, Ingooigem I en II, Kroniek van de familie Gezelle)
Onze streek (1972) (= deel van "Herinneringen uit het verleden" in handschrift facsimile) Tien van Streuvels (1973) (omvattend: De bomen, Jantje Verdure, Het woud, Groeikracht, Meimorgen uit "Zomerland" - In 't water, Avondrust uit "Zonnetij" - Kinderzieltje uit "Dorpsgeheimen II" - Zonnebloemen uit "Stille avonden" - Martje Maertens en de misdadige grafmaker uit "Dorpsgeheimen" II 1e druk") Het einde. Zomerzondag (1978) (tekstuitgave en werkschrift, door J. van Meensel) In oorlogstijd (1979) (met nieuwe teksten aangevulde herdruk van het werk uit 1915-16) Uit lust met de penne (1982) De aanslag (1986) (omvattend: De aanslag - De werkman - Het leven en de dood in de ast) Nulla dies sine linea (uit het dagboek van Stijn Streuvels (1989) Drie werken van Streuvels werden verfilmd: De teleurgang van de waterhoek onder de titel Mira '1971), verfilmd door Fons Rademakers met in de hoofdrollen Willeke van Ammelrooy en Jan Decleir. De brugtaferelen werden opgenomen aan de oude draaibrug op de Durme te Hamme, sindsdien gekend als de Mirabrug.) De vlaschaard onder de titel Wenn die Sonne wieder scheint (1942-1943), Nogmaals De Vlaschaard, (1983) De blijde dag.
Stijn Streuvels hechtte veel belang aan de vormgeving van zijn boeken: typografie, papierkeuze en ook de illustraties. Zo zijn Streuvels' Reinaertbewerkingen geïllustreerd met een reeks tekeningen van de befaamde Vlaamse beeldend kunstenaar Gustave Van de Woestyne. Deze tekeningen zijn voor de eerste maal gebruikt in de Duimpjes-Reinaert (1909) in de reeks Duimpjesuitgaven van Victor De Lille. Als men de herdruk van 1926 en de uitgave van 1933 buiten beschouwing laat is de reeks nog in zes edities gebruikt. Een volledige bespreking van deze reeks prenten is te vinden in: De vos en het Lijsternest Jaarboek II van het Stijn Streuvelsgenootschap (Tielt 1996). Streuvels werkte zeventien jaar samen met de Brugse kunstenaar Jules Fonteyne, die tussen 1910 en 1927 voor hem een tiental boeken van illustraties en soms ook van vignetten voorzag. Daaronder: Het Kerstekind, De schoone en stichtelijke historie van Genoveva van Brabant, Vertelsels van 't jaar nul en De drie koningen aan de kust. Beiden voerden hierover een levendige briefwisseling. Fonteyne tekende ook twee portretten van Streuvels, waarvan een afgedrukt werd in de jubileumuitgave van Lentelevenuit 1924.
André DE RIDDER, Stijn Streuvels. Zijn leven en zijn werk, 1907 Filip DE PILLECYN, Stijn Streuvels en zijn werk, 1932 André DEMEDTS, Stijn Streuvels, in: Streuvelsnummer van Dietsche Warande en Belfort, 1946 André DEMEDTS, Stijn Streuvels, 1955 Raf VAN DER LINDE, Het oeuvre van Streuvels, sociaal document, Leuven, 1958 Antoon COOLEN, Stijn Streuvels, 1961 Jean WEIGERBER, Stijn Streuvels, een sociologische balans, 1970 Albert WESTERLINCK, M. JANSSENS, J. WEISGERBER, e. a., Een eeuw Streuvels, 1971 Luc SCHEPENS, Kroniek van Stijn Streuvels, 1871-1969, 1971 André DEMEDTS, Stijn Streuvels, een terugblik op leven en werk, 1971 Johan ROELSTRAETE, De voorouders van Stijn Streuvels, Familia et Patria, Handzame, 1971. Fernand BONNEURE, Stijn Streuvels, in: Brugge Beschreven. Hoe een stad in teksten verschijnt, Brussel, Elsevier, 1984.
Raf SEYS, Stijn Streuvels, in: Lexicon van West-Vlaamse schrijvers', Torhout, Deel 2, 1985. K. SMITS, Een nieuwe kijk op de jonge Streuvels: de briefwisseling met Emmanuel De Bom en het werk uit de eerste jaren, Kapellen, 1993. Toon BREËS, Frank Lateur, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1997 Ludo SIMONS, Het derde leven van Stijn Streuvels, in: Verhalen voor Vlaanderen, 1997 Tom SINTOBIN, Wie schaft er op de woorden?' Over de beschrijving en het beschrijvende bij Stijn Streuvels , 2002 Kathryn SMITS Een aardig bundeltje brieven. Stijn Streuvels en Emmanuel De Bom. De briefwisseling van de jaren 1900-1914, Pelckmans, Kapellen, 2005 Annelies ANSEEUW, Kunstwerken uit het schrijvershuis 'Het Lijsternest beschreven. Een stand van zaken, in: In de Steigers, 2010, blz. 31-39 Romain John VAN DE MAELE, Stijn Streuvels als vertaler van Vikingverhalen, in: Biekorf, 2016. Laura SCHEVERNELS, Stijn Streuvels en de fono-commercie van Antoon van der Plaetse, in: Zuurvrij nr. 31, 2016. Jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap. Van 1995 tot 2015 zijn twintig afleveringen verschenen van het Jaarboek, gepubliceerd door het Stijn Streuvelsgenootschap, met talrijke artikelen gewijd aan de schrijver en zijn werk, als volgt: Deel I, Een tweede eeuw?, 1995 Deel II, De Vos en het Lijsternest, 1996 Deel III, Zoals ik u schreef, 1997 Deel IV, De huid van Mira, 1998 Deel V, Vrienden en wapenbroeders, 2000 Deel VI, Streuvels en zijn biografen, 2002 Deel VII, Ik was een versnoekte kwâjongen in mijn tijd, 2002 Deel VIII, Kerstwake, 2003 Deel IX, Levensbloesem, 2004 Deel X, Over Prutske van Stijn Streuvels, 2005 Deel XI, Jantje Verdure, 2006 Deel XII, Wie heet er u te slijten?. Over De Vlaschaard van Stijn Streuvels, 2007 Deel XIII, Een wijf is een wijf. Over mannen en vrouwen bij Stijn Streuvels, 2008 Deel XIV, Voor altijd onder de ogen: Streuvels en de beeldende kunsten, 2009 Deel XV, Stijn Streuvels en de Europese literatuur, 2010 Deel XVI, Stijn Streuvels en 'Heule', 2011 Deel XVII, Stijn Streuvels en 'Avelghem', 2012 Deel XVIII, Stijn Streuvels en 'Ingoyghem', 2013 Deel XIX, Stijn Streuvels als vertaler, 2014 Deel XX, Gedurig op den uitkijk. Stijn Streuvels en de Groote Oorlog, 2015 Deel XXI, Toon BREËS, Stijn Streuvels: een kritische en biografische synthese, 2016. Deel XXII, Jan Vindeveughel, peerdeknecht, 2017. Deel XXIII, Nu danst de zomer, 2018. De redactie van de verschillende delen was in handen van: Piet Thomas (delen 1 tot 6) Voor deel 2 ook Rik Van Daele Marcel De Smedt (delen 7 tot 12, 16 tot 23) Marcel De Smedt, Tom Sintobin, Johan De Smet, Hans Vandevoorde, Stijn van Clooster (delen 13 tot 15)
André de Ridder, Filip De Pillecyn en André Demedts waren de eerste en belangrijkste Streuvelsbiografen, bij leven van Streuvels, tussen 1900 en 1970.
Na zijn dood verschenen talrijke bijdragen, zowel afzonderlijke (Albert Westerlinck, Luc Schepens, André Demedts, Ludo Simons enz.) als in de jaarboeken van het Stijn Streuvelsgenootschap, die de weg effenden naar een grondiger kennis van de auteur en zijn werk. Een allesomvattende biografie laat op zich wachten. Wel werd over Streuvels ook geschreven door Hedwig Speliers, die in 1964 een door Streuvels gewaardeerd essay 'Een broertje dood aan Streuvels?' publiceerde in Wij, galspuwers (1964). Hij ging echter vervolgens de pamflettoer op met: Omtrent Streuvels. Het einde van een myte. Een anti-essay (1968). in samenwerking met Georges Adé en Georges Wildemeersch (Universiteit Antwerpen), Afscheid van Streuvels (1971). Die verrekte gelijkhebber (1974). Album Stijn Streuvels, (1984), een fotobiografie. Dag Streuvels: Ik ken den weg alleen (1995). Als een oude Germaanse eik (1999). Met politiek bemoei ik mij niet (2003). Deze werken gaven aanleiding tot felle discussies. Door historici werd aan Speliers verweten geen biografieën maar pamfletten te schrijven, waarin hij, zonder aandacht voor chronologie of voor grondige en kritische informatie, een thesis uitwerkte, waaruit moest blijken dat bij Streuvels een germanofilie aanwezig was die evolueerde tot een fascistische en nazistische aanhankelijkheid. Op de talrijke kritieken die op deze onterechte thesis volgden en de vele vergissingen hierin die werden onderstreept, gaf de auteur geen antwoord.



2169902-96a8032f31a92979a271b31b7ce31cd3.JPG

2169902-654afbf0de75b0d10e9a2bb3f27a08ad.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:27 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 15 aug 1969 woodstock

15 aug 1969 Woodstock (voluit Woodstock Music & Art Fair) was een muziekfestival dat van 15 tot en met 18 augustus 1969 gehouden werd in de Amerikaanse plaats Bethel, op een weiland (240 ha) van de melkveehouder Max Yasgur. Het Woodstockfestival was een hoogtepunt van de tegencultuur van de jaren zestig en van het hippietijdperk. Het festival werd Woodstock genoemd naar de gelijknamige plaats op een kleine 70 km afstand die bekend stond als centrum van de toenmalige hippiecultuur. Het festival had als motto "3 Days of Peace & Music" (Nederlandse vertaling: 'drie dagen van vrede en muziek'). Het geldt als een van de belangrijkste en bekendste evenementen in de geschiedenis van de Amerikaanse hippiecultuur en popmuziek. Rolling Stone noemde het evenement in zijn '50 Moments That Changed the History of Rock and Roll'. Hoewel aanvankelijk 200.000 mensen werden verwacht, [1] lag het uiteindelijke bezoekersaantal ruim boven de 400.000, van wie de meesten geen entreegeld hadden betaald.[2] Hierdoor was het festival eerst niet winstgevend voor de organisatoren, maar dankzij de platenverkoop en inkomsten van de film werd het dat uiteindelijk toch nog. Ondanks het gebruik van alcohol en drugs was er weinig misdaad en geweld op het festival. Er waren echter te weinig voorzieningen getroffen voor het onverwacht grote aantal bezoekers, waardoor de autoriteiten uiteindelijk besloten de noodtoestand over het festivalterrein uit te roepen.[3] Er vielen drie doden: één gerelateerd aan insuline, één doordat een man in slaap was gevallen en door een tractor werd overreden en een andere festivalganger stierf aan een gesprongen blindedarm. Daarnaast werden er op het festival twee baby's geboren en hadden vier vrouwen een miskraam. In 2017 werd de grond tot historisch erfgoed verklaard. Het werd opgenomen in het National register of Historic Places. [4] Artiesten
Artiesten die optraden of op Woodstock waren, alfabetisch gerangschikt:  Joan Baez (m.m.v. Jeffrey Shurtleff)  The Band  Blood, Sweat & Tears  Paul Butterfield Blues Band  Canned Heat  Joe Cocker & The Grease Band  Country Joe and the Fish  Creedence Clearwater Revival  Crosby, Stills, Nash & Young  Grateful Dead  Arlo Guthrie  Tim Hardin  Keef Hartley Band  Richie Havens  Jimi Hendrix  The Incredible String Band  Jefferson Airplane  Janis Joplin  Melanie  Mountain  Quill  Santana  John Sebastian  Sha-Na-Na  Ravi Shankar  Sly & the Family Stone
 Bert Sommer  Swami Satchidananda  Sweetwater  Ten Years After  The Who  Johnny Winter (m.m.v. Edgar Winter)



2169900-7c43d20f8e130d147900104a4c8dc52e.JPG

2169900-9365918f679de6e0d9eb27be85640509.JPG

2169900-8731dc7b3e93f2b8141c13684601fa7d.JPG

2169900-34a7e5e1fc9dc4453208bbf601950296.JPG

2169900-0997505cec94ba3595ebccfadf460775.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:23 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 14 aug 1988 enzo ferrari

14 aug 1988 Enzo Anselmo Ferrari (Modena, 18 februari 1898 – aldaar, 14 augustus 1988) was een Italiaans autobouwer en -coureu In 1923 trad Enzo in het huwelijk met Laura Domenica Garello, 10 september 1900 - 27 februari 1978. Uit dit huwelijk wordt op 19 januari 1932 in Modena, zoon Alfredo (Dino) geboren. Hij overlijdt als gevolg van de ziekte van Duchenne op 30 juni 1956 in Milaan. Tijdens zijn huwelijk heeft hij een relatie met Lina Lardi, hieruit wordt zoon Piero op 22 mei 1945 geboren. Deze is nu vicepresident van Ferrari en heeft nu nog een belang van 10% in de fabriek. Enzo richt later Ferrari op.
Enzo Ferrari begon op 21-jarige leeftijd te racen bij het kleine CMN. Lang bleef hij er niet en in 1920 ging hij bij het raceteam van Alfa Romeo als coureur aan de slag. Na een overwinning op het Saviocircuit in 1923 stelden de ouders van graaf Francesco Baracca hem voor om de afbeelding van een paard op zijn wagen te zetten. Hun zoon vloog in de Eerste Wereldoorlog namelijk met een zwart paard op zijn vliegtuig. Enzo vond het een goed idee, maar het duurde nog tot 1932 voor het logo op een wagen zou verschijnen. De "cavallino rampante", oftewel het steigerende paard, is sindsdien het kenmerk van Ferrari. De gele achtergrond is afkomstig van het wapen van Modena. Voor zijn prestaties ontving Enzo Ferrari in 1927 van Benito Mussolini de titel "Commendatore". Enzo Ferrari was een persoonlijke vriend van Prins Bernhard. Na zijn vele successen als coureur in vooral lokale races richtte Enzo in 1929 in Modena de Scuderia Ferrari (renstal Ferrari) op, een team dat als satelliet renstal van Alfa Romeo fungeerde. Hijzelf besloot met racen als coureur te stoppen in 1932 nadat in januari van dat jaar zijn zoon Alfredo ("Dino") geboren was. Het team kende vele successen met auto's als de Alfa Romeo P3, ontworpen door Vittorio Jano. Met Tazio Nuvolari werden grote successen geboekt. In 1937 werd Scuderia Ferrari opgeheven en Enzo Ferrari werd als raceteamleider bij Alfa Corse in dienst genomen. In 1939 verliet hij Alfa Romeo alweer, na meningsverschillen met Alfa-directeur Ugo Gobbato. Hij begon met het ontwikkelen van zijn eigen wagens onder de naam Auto-Avio Costruzioni omdat hij vanwege juridische redenen vier jaar moest wachten voor hij de naam Ferrari weer mocht gebruiken op wagens. Na de Tweede Wereldoorlog rolde in 1947 de eerste auto onder de merknaam Ferrari uit de (inmiddels naar Maranello verhuisde) fabriek. Sommer won dat jaar met de 12-cilinder Ferrari de eerste naoorlogse Grote Prijs van Turijn. Enzo opende meteen de strijd met de Alfa Romeo's bij het ontstaan van de Formule 1 in 1950, maar het zou nog tot de Britse Grote Prijs in 1951 duren voor de Ferrari's de dominerende Alfa Romeo Alfetta 159 wisten te verslaan. Het verhaal doet de ronde dat Enzo gehuild heeft als een kind op de dag dat hij erin slaagde de Alfa’s eindelijk te verslaan. Toen Alfa Romeo in 1952 stopte met het Grand Prix racing nam het team van Enzo Ferrari de fakkel over en het team met zijn naam zou uitgroeien tot het meest succesvolle team in de geschiedenis van de Formule 1. Met het merk behaalden acht coureurs veertien wereldtitels, achtmaal was de Scuderia Ferrari het sterkst bij de constructeurs. Na de tragische dood van Enzo's zoon Alfredino "Dino" Ferrari. In 1956 besloot Enzo als postuum eerbetoon alle vanaf toen door Ferrari gebouwde V6-motoren de naam Dino mee te geven. Enzo bleef de algemene directeur van Ferrari tot 1971, maar zijn invloed binnen Ferrari is uiteraard nooit verdwenen. Ook bleef Enzo betrokken bij het aannemen van nieuwe coureurs zoals Niki Lauda en Gilles Villeneuve. De Ferrari F40 werd de laatste productiewagen gebouwd onder zijn toezicht. In 2002 werd als eerbetoon het nieuwe topmodel van Ferrari naar hem genoemd, de Ferrari Enzo. De passie van Enzo Ferrari heeft altijd bij het racen gelegen en het bouwen van wagens voor de openbare weg was zeker in het begin eerder een noodzaak om het raceteam te financieren



2169642-7cd289f92e48d140b8830b45d32509e9.JPG

2169642-2b386655dcd204f0b918327faf686b66.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:20 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 14 aug 1980 polen

14 aug 1980 De Volksrepubliek Polen (Pools: Polska Rzeczpospolita Ludowa, PRL) was een communistische staat in Midden-Europa. De Volksrepubliek Polen bestond juridisch van 1952 (toen de Volksrepubliek in haar grondwet onder andere de naam volksrepubliekkreeg) tot 1989 (toen in Polen vrije verkiezingen waren gehouden). De facto bestond de Volksrepubliek Polen echter al vanaf de eerste communistische Poolse regering van Lublin (Polski Komitet Wyzwolenia Narodowego), ingesteld eind augustus 1944 in de bevrijde Poolse stad Lublin (waar het regime tot januari 1945 zetelde) tot 1989. Van 1944 tot 1952 was de officiële naam nog Republiek Polen (Polska Rzeczpospolita). In 1944/1945 verdreef het Rode Leger en het Poolse Volksleger het Duitse leger uit Polen. Polen werd als staat hersteld. De vroegere Poolse staat, de Tweede Poolse Republiek, was door de SovjetUnie en Nazi-Duitsland verdeeld, waarbij de Duitsers een deel hadden geannexeerd en het andere deel, het Gouvernement-Generaal, bezet hielden. Na de bevrijding zou het hele land geografisch 250 km naar het westen worden verplaatst en kreeg het door de Sovjet-Unie een Communistisch regime opgelegd: Polen moest zijn, (veelal door Oekraïners en Wit-Russen bewoonde), oostelijk territorium van de vroegere Tweede Poolse Republiek afstaan aan de Sovjet-Unie en kreeg ter compensatie in het westen de Duitse gebieden Pommeren, Silezië en het zuiden van Oost-Pruisen in bezit, alsmede Danzig. De nieuwe grenzen werden de Oder-Neisse-linie in het westen en de Curzonlinie in het oosten. Net als in noordelijk Oost-Pruisen dat door de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliekgeannexeerd werd en tevens etnisch van Duitsers werd gezuiverd, deporteerden ook de Poolse communistische autoriteiten de Duitsers uit de nieuwe westelijke gebieden van Polen, waarbij zeer vele Duitse burgers om het leven kwamen in dwangarbeids-, internerings- en doorgangskampen. Deze etnische zuiveringen staan onder historici bekend als de Verdrijving, en gelijkaardige zuiveringen kwamen voor in Tsjecho-Slowakije (Sudeten-Duitsers) en socialistisch Joegoslavië (Donau-Zwaben). Een groot deel van de Poolse bevolking beschouwde het opgelegde communistische bewind in Warschau als niet-legitiem, hoewel velen van hen wel passief meewerkten. De vooroorlogse Poolse regering die in 1939 in ballingschap was gegaan na de bezetting van Polen door Duitsland en de Sovjet-Unie, keerde niet terug naar Polen, evenmin als een groot deel van de Poolse soldaten die in West-Europa hadden gevochten. De top van de antinazistische, katholiek-nationale verzetsbeweging in de oorlog, de Armia Krajowa (AK), werd zelfs in de Sovjet-Unie gevangengezet, waar enkelen van hen om het leven kwamen. De Poolse arbeiders zijn meerdere keren in opstand gekomen: in 1956 in Poznan, waarbij 57-78 doden vielen in 1970 in de Poolse kuststeden, waarbij 40 doden vielen in 1980 in Gdańsk De opstand van 1980 was het begin van het einde van de Volksrepubliek Polen. De staking van 1980 werd georganiseerd door Solidarność. Het communistische regime heeft deze beweging niet kunnen uitschakelen en bij de eerste vrije verkiezingen van na de Tweede Wereldoorlog (zie: Poolse verkiezingen 1989) kreeg Solidarność 161 van de 162 vrij verkiesbare zetels in de Sejm. Bij de senaatsverkiezingen van hetzelfde jaar kreeg Solidarność 99 van de 100 zetels. De Volksrepubliek Polen stond onder het bewind van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij, de PZPR. De Sovjet-Unie had echter een grote invloed op de Volksrepubliek. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is Konstantin Rokossovski, een Sovjet-generaal die tussen 1947 en 1956 minister van Defensie in Polen was. Vanaf de oprichting in 1955 tot de opheffing in 1991 was Polen lid van het Warschaupact, waardoor de Poolse strijdkrachten de-facto onder het opperbevel van de Sovjet-Unie stonden.
Volgens de communistische grondwet was het (eenkamer-) parlement, de Sejm, de hoogste autoriteit. In de Sejm waren drie partijen vertegenwoordigd, te weten:
1. De communistische Poolse Verenigde Arbeiderspartij (PZPR), die altijd een meerderheid aan zetels in de Sejm had; 2. De Verenigde Boerenpartij, een partij die zich vooral richtte op de kleine (zelfstandige) boeren en samenwerkte met de PZPR; 3. De Democratische Partij, een liberale partij die eveneens met de PZPR samenwerkte en zich vooral richtte op de (stedelijke) middenklasse. Naast deze 3 partijen hadden ook partijlozen zitting in de Sejm. De meesten van hen behoorden tot de twee katholiekeverenigingen/groeperingen, de Pax-Groep en de Znak-Groep. De Pax-Groep werkte zeer nauw samen met de communisten, en bestond uit zeer linkse en progressieve katholieken, maar werd niet gesteund door het katholiek episcopaat. De links-katholieke Znak-Groep bestond sinds 1976 uit twee subgroepen: een regeringsgetrouwe en de oppositionele democratische. De laatste subgroep verkreeg uiteindelijk de steun van het episcopaat. In 1981 leverde de regeringsgetrouwe subgroep binnen de Znak-Groep de vicepremier. Begin 1981 kondigde generaal en communistisch prominent Wojciech Jaruzelski de staat van beleg en de noodtoestand af, om de interne oppositie te kunnen controleren. De Sejm koos uit haar midden een Staatsraad. De voorzitter van de Staatsraad was de staatspresident van Polen. De voorzitter van de Staatsraad en de premier waren automatisch lid van het Politbureau van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij. De Poolse Verenigde Arbeiderspartij (PZPR) was de werkelijke machtsinstantie in het vroegere communistische Polen. Binnen de PZPR deelde het Politbureau de lakens uit. De secretarisgeneraal van de PZPR was de machtigste persoon binnen de partij en in het land.



2169640-7c7f7616365ae7eba131c447f975f3ca.JPG

2169640-a2bdc9a62f3fde856e89a1a614c51318.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:16 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten