Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

vandaag jaren terug 2 aug 1834 vrijheidsbeeld

2 aug 1834 Frédéric Bartholdi, Het Vrijheidsbeeld (Engels: Statue of Liberty) is een standbeeld in de New York Bay. Het beeld staat symbool voor de vrijheid, een van de kernwaarden van de Verenigde Staten, en geldt bovendien als een teken van verwelkoming van iedereen: terugkerende Amerikanen, gasten en immigranten. Het 46 meter hoge beeld (93 meter als de sokkel wordt meegerekend) met een gewicht van 225 ton was een geschenk van Frankrijk ter ere van het eeuwfeest van de Onafhankelijkheidsverklaring en ook als teken van vriendschap. Op de plaquette in haar linkerhand staat "JULY IV MDCCLXXVI", de datum (4 juli 1776) van de verklaring in Romeinse cijfers. Op het voetstuk staat het sonnet The new Colossus (1883) van de Joodse dichteres Emma Lazarus, met de bekende regel Give me your tired, your poor, die de Amerikaanse gastvrijheid zou uitdrukken. In de Jardin du Luxembourg in Parijs bevindt zich het originele beeld, dat stamt uit 1870 en door Frédéric Bartholdi, een Frans ontwerper en beeldhouwer, is gebruikt als basis voor de grote zuster in de VS. De moeder van Bartholdi zou model hebben gestaan.[1] De grote variant voor de VS werd voorzien van een staalconstructie, ontworpen door Gustave Eiffel. De volledige naam van het beeld luidt in het Frans La liberté éclairant le monde (de Vrijheid die de wereld verlicht) en in het Engels Liberty Enlightening the World. Oorspronkelijk was het bedoeld als reusachtige vuurtoren aan de noordelijke ingang van het Suezkanaal, maar Egyptehad er geen geld voor. Het beeld werd in juli 1884 voltooid in Frankrijk, en ten geschenke gegeven aan de Verenigde Staten. In juni 1885 arriveerde het beeld in de haven van New York, na een reis over de Atlantische Oceaan te hebben gemaakt aan boord van het Franse fregat Isere. Tijdens deze reis bestond het beeld uit 350 stukken, verdeeld over 214 kratten. In april 1886 was het nieuwe voetstuk klaar. In een tijdsbestek van 4 maanden werd het beeld weer in elkaar gezet.[2] Op 28 oktober 1886 werd het Vrijheidsbeeld ingehuldigd.[3] Het bestaat geheel uit koperen platen die bevestigd zijn aan een geraamte. Maurice Koechlin, een naaste medewerker van Eiffel, kreeg de leiding bij het vervaardigen van de constructie. De sokkel werd van graniet gemaakt, naar een ontwerp van de Amerikaanse architect Richard Morris Hunt.[4] De kroon bestaat uit zeven punten, symbool voor de zeven continenten en zeeën. Op 15 oktober 1924 werd het standbeeld samen met Fort Wood tot National Monument bestempeld. Het Vrijheidsbeeld werd Statue of Liberty National Monument. In 1935 werd heel Bedlou's Island hieraan toegevoegd en omgedoopt tot Liberty Island. Op 11 mei 1965 werd ook Ellis Island aan dit National Monument toegevoegd. Van 1984-1986 is het beeld gerestaureerd, waarbij de toorts met de 24-karaats bladgouden vlam is vervangen. Sinds 1984 staat het Vrijheidsbeeld op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Na de aanslagen op 11 september 2001 is het beeld enige jaren gesloten geweest voor het publiek. In 2003 werd het toen 118 jaar oude monument wederom gerestaureerd, vooral om de veiligheid van de bezoekers te vergroten en het behoud van het beeld te waarborgen. Sinds de zomer van 2004 is het Vrijheidsbeeld weer te bezoeken. Er is een veerverbinding van Battery Park op het zuidpuntje van Manhattan naar Liberty Island, het eiland waarop het Vrijheidsbeeld staat, en naar Ellis Island, waar de aankomsthallen voor immigranten te bezichtigen zijn. Op Onafhankelijkheidsdag (4 juli) 2009 is ook de kroon van het Vrijheidsbeeld, voor het eerst sinds 11 september 2001, weer opengesteld voor het publiek. Een kopie van 11,5 meter hoog bevindt zich in Parijs, op het Île aux Cygnes in de Seine, vlak bij de Eiffeltoren. Dit beeld werd onthuld in 1885. Omdat toen het bronzen beeld nog niet klaar was, werd een gipsen kopie gebruikt. Het definitieve beeld werd in 1889 geplaatst. Hoewel Bartholdi het in de richting van haar zusterbeeld in het westen wilde laten kijken, werd het beeld aanvankelijk naar de Eiffeltoren gericht om te voorkomen dat het met de rug naar het presidentiële paleis, het Élysée, zou komen te staan. Bij de wereldtentoonstelling van 1889 is het beeld uiteindelijk omgedraaid; het is nu
gericht op New York. Afgezien van het verschil in grootte, is het verschil met het beeld in New York dat de Parijse kopie een boek in de hand houdt dat zowel de datum van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring toont (4 juli 1776), als de datum van de Franse Revolutie (14 juli 1789). Een 2,50 meter hoge kopie is in 1913 geplaatst in Saint-Cyr-sur-Mer. Daarnaast bevinden zich kopieën, allemaal op minder dan ware grootte, te Barenti, Colmar (de geboorteplaats van Bartholdi), Lunel, Poitiers en Roybon. In het Franse dorp Châteauneuf-la-Forêt (Haute-Vienne 87130) bekroont een kleine kopie sinds 1922 het plaatselijke Monument aux Morts. Een exacte kopie van de vlam van het Vrijheidsbeeld is te zien nabij de Pont de l'Alma in Parijs. Deze Vrijheidsvlam is jarenlang beplakt met gedachtenissen aan prinses Dianadie bij de Alma-tunnel verongelukte en dezelfde nacht overleed. Hoewel de eerste beplakkingen verwijderd zijn, wordt de Vrijheidsvlam nog steeds als officieus herdenkteken voor prinses Diana beschouwd. Er worden nog regelmatig boodschappen en bloemen bij het monument achtergelaten. Op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, China, werd bij het studentenprotest van 1989 ook een Vrijheidsbeeld opgericht, maar dat werd bij het breken van het protest opgeruimd. In de Verenigde Staten zelf staat een kopie voor het New York-New York Hotel & Casino in Las Vegas, Het Deense Billund herbergt een plastic versie van het beeld. Dit beeld bestaat geheel uit de kleine bouwsteentjes van LEGO en staat in Legoland. Ook in Tokio staat een kopie. In het attractiepark Heide-Park in Duitsland staat tevens een kopie. Het beeld staat midden in een vijver en op de plaquette staat de naam van het park geschreven. In Nederland stond in Assen tijdelijk een versie van het beeld, gemaakt door beeldhouwer Natasja Bennink. Haar interpretatie vertoonde specifiek Drentse kenmerken, zoals een blik bruine bonen in plaats van de fakkel en zes punten op de kroon, die verwezen naar de zes middeleeuwse rechtsdistricten van de provincie. Het standbeeld was van 19 november 2017 tot 27 mei 2018 te zien, toen in het Drents Museum een tentoonstelling liep over het naoorlogs Amerikaans Realisme.



2166908-589112464f664c8c7d87886781d7ab63.JPG

2166908-8d9cdfb2fe667ac78f35b1038ee7f385.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:38 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 2 aug 1940 will tura

2 aug 1940 Will Tura, pseudoniem van ridder Arthur Achiel Albert Blanckaert (Veurne, 2 augustus 1940), is een Belgische zanger, muzikant en liedjesschrijver. Vanwege zijn voortdurende bekendheid wordt hij de 'keizer van het Vlaamse lied' genoemd Tura werd in Veurne als Arthur Blanckaert geboren op 2 augustus 1940. Heel jong leerde hij al mondharmonica, accordeon, pianoen drums spelen. ‘Tuurke Blanckaert, de jodelende cowboy‘ was pas negen wanneer hij de eerste keer werd geboekt. De jonge zanger ontpopte zich als een getalenteerd imitator van Gilbert Bécaud en Nat King Cole. Hij was 15 toen hij een job als gitarist kreeg aangeboden bij Freddy’s Dansorkest. In 1957 tekende Tura een platencontract met de grootste Belgische uitgever van dat ogenblik, Jacques Kluger. Tura's eerste singles zijn vertalingen van Amerikaanse successen zoals Bye bye love, maar Kluger stimuleerde hem om eigen liedjes te componeren. Op 2 augustus 1958, Tura's 18e verjaardag, trad hij voor de eerste keer solo op, onder de naam Will Tura. In juni 1959 deed hij zijn eerste televisieoptreden in het Amerikaans Theater. Begin van de jaren 1960 nam Jean Kluger, zoon van Jacques, de taak van producer over. 40 jaar later is deze nog steeds de producer en uitgever van Tura. Tura scoorde zijn eerste hit in 1962 met Eenzaam zonder jou. De single ging 60.000 keer over de toonbank. 30 jaar later verkoos een opiniepeiling in een Vlaamse krant dit lied als grootste Vlaamse hit aller tijden[1]. Het is nog steeds het lied waarmee hij het meest geïdentificeerd wordt. Vele hits volgden, van kleinkunst en chanson tot vrolijke Nederlandse pop, van "Sinatra-achtige dingen" tot gospel, rock-'n-roll, country en zelfs een streepje rap. Tura componeert zelf het gros van zijn liedjes, die van tekst worden voorzien door Nelly Byl. Enkele composities van hem werden opgenomen door andere artiesten, waarvan er één de top van de hitparade haalde in Duitsland en één de nummer 1-notering in Frankrijk. Ook Marva zong zijn Niemand wil je als je ongelukkig bent de hitparade in. In 1974 liet Tura, als eerste Belgische en Vlaamse artiest, de rocktempel Vorst Nationaal vollopen. Met Hopeloos (uit 1980) scoorde hij in 1981 een eerste hit in Nederlandse Top 40. Hij maakte in 1984 een tribuutalbum aan Elvis Presley, opgenomen in Nashville samen met Elvis' legendarische begeleidingsgroep. In 1992 maakte Tura het West-Vlaamse rapnummer Moa ven toh. Hetzelfde jaar bracht hij zijn eerste Tura in Symfonie, waar hij zong met een symfonieorkest, in Vorst Nationaal. In 1990 brachten verschillende Vlaamse rockartiesten het album Turalura uit, met allemaal covers van Tura's liedjes. Het album kwam er op initiatief van het weekblad Humo, nadat de groep Noordkaap op Humo's Rock Rally het nummer Arme Joe gecoverd had. 15.000 mensen vierden zijn vijftigste verjaardag tijdens een uniek openluchtconcert in Veurne. In 1993 zong Tura het lied Hoop doet leven op de begrafenis van koning Boudewijn. Hij deed dit ook op de uitvaart van koningin Fabiola in 2014. In de kerstperiode van 1999 trad Tura in het kader van zijn Gospel-concerttoer op in 12 Vlaamse kerken. Op de Nekka-Nacht in 2000 was hij de centrale gast. Tura bleef componeren en albums uitbrengen. Zijn concerten trokken na al die jaren nog steeds volle zalen. In 2002 nam Tura in Londen een album op met de London Philharmonic Orchestra. Alle nummers waren door Tura zelf gecomponeerd. In 2005 vierden de Vlaamse media uitgebreid de 65ste verjaardag van Tura, onder andere met de cd Viva Tura. In 2007 vierde Tura zijn vijftigjarige carrière. Hij deed dat met twee symfonische concerten met het Vlaams Radio Orkest in Vorst Nationaal. In 2006 was het album Dank u, Vlaanderen al verschenen, waarop hij een aantal van zijn bekende nummers en andere Vlaamse klassiekers opnieuw opnam met het VRO. In 2008 verscheen de cd-box Will Tura - 100 hits.
In 2009 had Will Tura ongeveer 135 albums uitgebracht[2]. In 2010 werden allerlei initiatieven genomen naar aanleiding van de 70e verjaardag van de zanger. Zijn dochter Sandy Blanckaert publiceerde een biografie en de zanger werd gelauwerd op radio en televisie, onder andere met een aan hem gewijde aflevering van de Canvas-reeks Belpop (uitgezonden op 8 november 2010). Er kwam, opnieuw in samenwerking met het weekblad Humo, ook een cd Turalura 2 uit. Net als in 1990, toen de eerste cd verscheen, werd een reeks nummers van Tura gecoverd door hedendaagse artiesten. Ook deze compilatie bevat een versie van Arme Joe, maar dit keer door "Meuris", de naam waaronder ex-Noordkaapzanger Stijn Meuris tegenwoordig optreedt. De meeste van deze groepen traden ook aan tijdens een Turalura-concert in de Brusselse Ancienne Belgique, waarin Tura als eregast ook meezong. In 2015 gaf Will Tura op zijn 75e verjaardag een groots verjaardagsconcert op de Grote Markt van Veurne. Tura 75 was in een paar dagen uitverkocht. Het werd een live show met Tura's eigen band, aangevuld met het blaas-ensemble The Heavy Horns. De band van Will Tura bestaat uit Steve Willaert, Johnny Sax, Blue Jerry, Alain Verriest, Marc Cortens en Gert Meert.



2166905-f72793a575d6dd89cc1eb8cdcca82926.JPG

2166905-774ff10376f5e2bf5a240933c72e60b0.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:33 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 1 augustus 1951 tonny bolin

1 augustus 1951 Thomas Richard Bolin (1 augustus 1951 - 4 december 1976) was een Amerikaanse gitarist en songwriter die speelde metZephyr (van 1969 tot 1971), James Gang (van 1973 tot 1974) en Deep Purple (van 1975 tot 1976), naast het behouden van een opmerkelijke carrière als soloartiest en sessiemuzikant. Een groot deel van zijn discografie was ofwel niet uitgebracht op het moment van opname, of was niet meer beschikbaar en werd pas na zijn dood door een overdosis op 25-jarige leeftijd opnieuw vrijgegeven. Tommy Bolin werd geboren in Sioux City, Iowa en begon te spelen met een band genaamd The Miserlous voordat hij werd gevraagd om zich bij een andere band genaamd Denny and The Triumphs aan te sluiten, in 1964 op de jonge leeftijd van dertien.De band bestond uit Dave Stokes op lead vocals, Brad Miller op gitaar en zang, Tommy Bolin op lead gitaar, Steve Bridenbaugh op orgel en zang en uiteindelijk Denny Foote op bas en Brad Larvick op drums. Ze speelden een mix van rock en roll, R & B en de pophits van het moment, en toen bassist Denny Foote de band verliet om te worden vervangen door drummer's broer George Larvick Jr, veranderden ze hun naam en werden ze een Patch of Blue. Een album werd uitgebracht in 1999, Patch of Blue Live!van twee concerten uit 1967 in Correctionville, Iowa en in Sioux City. In 1999 werd de band ingewijd in de Iowa Rock & Roll Eregalerij. Tommy verhuisde in zijn late tienerjaren naar Boulder, Colorado en speelde toen in een band genaamd American Standard (met toekomstige songwriting medewerker Jeff Cook) voordat hij bij Ethereal Zephyr kwam, een band die vernoemd was naar een trein die liep tussen Denver en Chicago. Toen platenmaatschappijen geïnteresseerd raakten, werd de naam ingekort tot Zephyr .Deze band omvatte Bolin op leadgitaar, David Givens op bas en Givens 'vrouw Candy Givens op zang. De band was begonnen met het maken van grotere zalen, die open gingen voor meer gevestigde acts zoals Led Zeppelin . Hun tweede album, getiteld Going Back to Colorado , bevatte een nieuwe drummer, Bobby Berge, die van tijd tot tijd in muziekkredieten zou verschijnen in de notities van de albums van de latere projecten van Bolin. In 1972 vormde de 20-jarige Bolin de fusion jazz-rock-bluesband Energy. Hoewel de band tijdens het leven van Bolin nooit een album uitbracht, zijn er postuum post-opnames uitgebracht.
Vastgehouden tussen de muzikale richting die hij wilde nastreven en een bijna lege bankrekening, ontdekte 1973 dat TommyDomenic Troiano , die Joe Walsh had vervangen, in de James Gang had vervangen. Hij nam twee James Gang-platen op: Bangin 1973 en Miami in 1974. Bolin schreef of coschreef op één na alle nummers op deze twee albums. Tussen de twee James Gang-albums speelde Bolin in het soloalbum Spectrum van het Mahavishnuorkestlid Billy Cobham , waaronder Bolin op gitaar, Cobham op drums, Leland Sklar op bas en Jan Hammer (ook van Mahavishnu Orchestra ) op keyboards en synthesizers. Na de Miami- tournee wilde Bolin de James Gang verlaten. Hij ging sessiewerk doen voor verschillende rockbands en ook met een aantal jazzartiesten waaronder het album Mind Transplant van Alphonse Mouzon , dat door All Taylor-recensent Robert Taylor "gemakkelijk een van de beste fusionopnamen aller tijden" werd genoemd. Hij toerde ook met Carmine Appice en The Good Rats .
Begin 1975 was Bolin gastgitarist bij de Canadese band Moxy tijdens de opname van hun debuutalbum, waarop Tommy gitaarsolo's aanbood voor zes nummers. Later dat jaar tekende Bolin met Nemperor- platen om een soloalbum op te nemen. Bolin werd aangemoedigd en gecoached door The Beach Boys om ook zijn eigen vocalen op dit album uit te voeren. Sessiespelers op deze plaat waren David Foster , David Sanborn , Jan Hammer , Stanley Sheldon , Phil Collins en Glenn Hughes (niet genoemd vanwege contractuele redenen). Tijdens de opname van dit album werd hij gecontacteerd door Deep Purple.
Nadat Ritchie Blackmore Deep Purple had verlaten, had de band een vergadering en besprak hij of hij moest ontbinden of een vervanger wilde zoeken en koos voor de laatste optie. David Coverdale had geluisterd naar de Billy Cobham LP Spectrum , waarop Tommy vier gitaristen was. Hij besloot dat hij Tommy in Deep Purple wilde hebben en nodigde hem uit voor een jam. Hij kletste vier uur lang met de band en de baan was van hem. De band verhuisde vervolgens naar München , Duitsland om aan Come Taste the Band te werken . Bolin schreef of co-schreef zeven van de negen nummers van het album, waaronder het instrumentale 'Owed to G', dat een eerbetoon was aan George Gershwin . Come Taste the Band werd uitgebracht in oktober 1975, en er volgden Australische, Amerikaanse en Japanse tours. Bolins soloalbum Teaser werd in november uitgebracht, maar zijn verplichtingen aan Deep Purple betekenden dat hij zijn eigen album niet met een tournee kon ondersteunen. "Een zeer droevig stigma dat Tommy volgde bij deze groepen (James Gang, Deep Purple) was het feit dat hij altijd een vervanger was, het was erg moeilijk voor hem om op het podium te staan en te horen, 'Joe Walsh!' of 'Waar is Ritchie?' Dit is wat hem tijdens de Engelse tournee achtervolgde, was 'Where's Ritchie?' ... je weet wel, opgeschud van het podium. Hij speelde verschrikkelijk, hij was gewoon zo ongelukkig om op deze manier gereageerd te worden. De receptie was ellendig, dus zijn houding was ellendig. "
Terwijl het album Come Taste the Band behoorlijk goed verkocht en Deep Purple geruime tijd nieuw leven inblies, hadden de concerttoernooien veel dieptepunten. Het publiek verwachtte dat Bolin solo's zou spelen die op Blackmore's leken, maar de stijlen van de gitaristen waren heel verschillend. Tommy's problemen met harddrugs en de cocaïneverslaving van collega-bandlid Glenn Hughes leidden ook tot verschillende concerten onder de peilers. [2] Een dergelijk concert in Tokio kwam nadat Tommy was verdwenen en acht uur lang in slaap viel op zijn linkerarm. Tijdens de showtime was hij alleen in staat om eenvoudige akkoorden op een bar-manier te spelen, waarbij toetsenist Jon Lordveel van de gitaarpartijen op het orgel moest spelen. Helaas werd dit concert opgenomen voor een live album genaamd Last Concert in Japan . Ondanks smeekbeden van bandleden om het album niet uit te brengen, kwam het uit in Japan en vond het zijn weg naar het VK en de VS. [3] Een veel betere concertopname door deze Deep Purple-opstelling werd begin 1976 in Long Beach, Californië gemaakt en in 1995 uitgebracht als King Biscuit Flower Hour Presents: Deep Purple in Concert .
Nadat Deep Purple in maart 1976 ontbond, was Bolin vrij om de Tommy Bolin Band te vormen en ging hij op pad terwijl hij plannen maakte voor een tweede soloalbum. De Tommy Bolin Band-band had een roterende cast spelers waaronder Narada Michael Walden , Mark Stein , Norma Jean Bell , Reggie McBride , Jimmy Haslip , Max Carl Gronenthal en uiteindelijk Bolin's jongere broer Johnnie Bolin op drums. Tegen midden 1976 ondertekende CBS Records Bolin en begon hij in september met opnemen van Private Eyes , zijn tweede en laatste soloplaat. Het album werd in september uitgebracht en een ondersteunende tournee volgde.
Bolin's tour voor Private Eyes zou zijn laatste live optreden zijn. Hij opende voor Peter Frampton en Jeff Beck . In zijn laatste optreden opende hij op 3 december 1976 in Miami voor Beck en speelde hij met een vertolking van 'Post Toastee'. Hij poseerde ook voor zijn laatste foto, achter de schermen van Jeff Beck na de show, die in Rolling Stoneverscheen. [4] Het artikel in Rolling Stone verklaarde: "Vlak voor het laatste concert van Bolin zei Jon Marlowe van The Miami News, na een interview met de gitarist: 'Pas op jezelf', waarop Tommy antwoordde: 'Ik heb Ik heb mijn hele leven voor mezelf gezorgd. Maak je geen zorgen om mij, ik zal er nog lang bij zijn. '"(nummer 230, pagina 14). Uren later stierf Bolin aan
een overdosis heroïne en andere stoffen, waaronder alcohol, cocaïne en barbituraten . [5] Hij is begraven op Calvary Cemetery, Sioux City , Iowa. [6]
In 1999 startte Bolin's voormalige Deep Purple-bandlid en goede vriend Glenn Hughes aan een 4-5 stadstributetour in Texas. Bolin's broer, Johnnie (van Black Oak Arkansas ) speelde drums, en Rocky Athas en Craig Erickson ( Cedar Rapids, Iowa ) speelden gitaar toen ze een selectie van Bolin's liedjes uitvoerden. Dean Guitars maakt een Tommy Bolin tribute-gitaar, gebaseerd op een van Tommy's favorieten, die is gemodelleerd als een superstrat , met 3 single-coil pickups en een maple hals / toets. Het heeft een speciale inlay op de 12e fret, evenals een afbeelding gemodelleerd naar zijn album Teaser op het lichaam. In 2008 verscheen een boek getiteld Touched By Magic: het Tommy Bolin-verhaal van de auteur Greg Prato, met geheel nieuwe interviews met voormalige bandleden, familieleden en vrienden van Bolin, die zijn hele levensverhaal heeft verteld. [7] In hetzelfde jaar werd een foto van Bolin gebruikt voor de voorkant van het boek Gettin 'Tighter: Deep Purple '68 -'76 , door auteur Martin Popoff. [8] In 2010 kwamen verschillende bekende artiesten samen om een tribute-album te maken met de titel Mister Bolin's Late Night Revival , een compilatie van 17 niet eerder uitgebrachte nummers die zijn geschreven door de gitaarlegende. De CD bevat werken van HiFi Superstar , Doogie White , Eric Martin , Troy Luccketta , Jeff Pilson , Randy Jackson , Rex Carroll , Rachel Barton , Derek St. Holmes , Kimberley Dahme en The 77s . Een percentage van de opbrengst van dit project komt ten goede aan de Jackson Recovery Centers. [9] Producer Greg Hampton (die eerder aan zulke archivistische Bolin-releases als Whips and Roses werkte) coproduceerde (met Gov't Mule- leider Warren Haynes ) een met sterren bezaaide eerbetoon aan Bolin, Tommy Bolin en Friends: Great Gypsy Soul , die uitgebracht in 2012, met onder meer bijdragen van Brad Whitford , Nels Cline , John Scofield , Myles Kennedy , Derek Trucks , Steve Morse en Peter Frampton .



2166699-69aba9f688face7f4aab6608bfda80b8.JPG

2166699-036a8bb365940ddd25a9b9b1f190d62a.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:59 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 1 augustus 1914 wo I

Duitsland verklaart de oorlog aan Rusland. Nederland kondigt de mobilisatie af van zijn strijdkrachten. Het oostfront in de Eerste Wereldoorlog was het toneel van oorlogshandelingen tussen de Centralen en Rusland. In tegenstelling tot het westfront, dat in een patstelling stond, was het oostfront relatief beweeglijk Ondanks de mobilisatietijd van 42 dagen die het Schlieffenplan aan de Russen toerekende, vielen twee Russische legers reeds in augustus 1914 Oost-Pruisen binnen. De Duitse legers stopten de oprukkende Russen echter af in de Slag om Stalluponen, bij het huidige Nesterov. Tegelijkertijd trokken zij het Oostenrijkse Galicië binnen. Vooral de opmars in Galicië was in het begin succesvol. Na aanvankelijke paniek werden de legers door de nieuwe bevelhebber Paul von Hindenburg en Ludendorff bij Tannenberg en de Mazurische Meren in augustus en september 1914 verslagen. Na deze veldslagen hield het hele tweede Russische leger op te bestaan. Aan het oostfront kwamen ook loopgraven voor, maar deze lagen verder uit elkaar en hadden het karakter van een tijdelijke verdedigingslinie. Er waren gewoon niet genoeg troepen om het 1200 km lange front op deze wijze te bezetten. De Duitsers gebruikten hier voor het eerst gifgas (traangas) tegen de Russen, maar de uitwerking ervan had weinig effect door de lage temperaturen. Na de slag bij Lemberg namen de Russen grote delen van Galicië in. Gedurende de winter 1914/1915 en het voorjaar vochten de Russische en Oostenrijk-Hongaarse legers verschillende slagen uit in de Karpaten. De Duitsers kwamen hierop hun Oostenrijk-Hongaarse bondgenoten te hulp. In het voorjaar van 1915 besloot de Duitse generale staf, omdat het westfront toch muurvast zat, om vier legerkorpsen naar het oostfront over te brengen. Een van die legerkorpsen bestond uit Elzassers en Lotharingers, die de Duitse leiding niet betrouwbaar genoeg achtte om aan het westfront in te zetten. Tegelijkertijd bleek de Russische industriële basis te smal om de troepen van een constante stroom van kleding, voedsel, wapens, munitie, transportmiddelen en andere noodzakelijkheden te voorzien. Een groot offensief van de Centralen leidde tot een doorbraak. Op 5 augustus werd Warschau ingenomen door het 11de legerkorps. De Duitse troepen zetten hierop hun opmars verder. Het grote offensief werd op 7 februari 1915 ingezet bij de Mazoerische Meren in het noorden. Deze aanval werd bekroond met de volledige overgave van het 20ste Russisch legerkorps onder leiding van generaal Boelgakov. Midden 1915 waren de Russen hierdoor uit Polen verdreven. Op 22 juni 1915 viel de stad Lvov in Galicië in de handen van het Duits en Oostenrijks leger na een aanval die op 15 mei 1915 was begonnen. De troepen van generaal Alexander von Linsingen veroverden Brest-Litovsk op 26 augustus 1915.Door deze actie waren de Duitsers weer meester over de situatie aan het oostfront. Het Duitse Tiende Leger veroverde op 18 september 1915 na zware gevechten de stad Vilna. Hierop trokken de Russen zich terug naar Minsk. Deze gebeurtenis raakte bekend als "de grote terugtocht" in Rusland en "de grote opmars" in Duitsland. De Russen organiseerden in 1916 nog het Broesilov-offensief tegen de Oostenrijkers in Galicië. Deze aanval leverde initieel een spectaculair succes, maar opnieuw kwamen de Duitsers de Oostenrijkers te hulp. Roemenië, onder koning Ferdinand I, koos op 17 augustus 1916 de zijde van de geallieerden en verklaarde op 27 augustus 1916 de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije en aan Turkije en drie dagen later aan Bulgarije en Duitsland. Hierop werd op 2 september 1916 Roemenië door Duitsland (vijf divisies onder leiding van generaal von Falkenheyn), Oostenrijk (twee divisies onder leiding van generaal Mackensen), Bulgarije en Turkije binnengevallen. Het Roemeense leger leed de ene nederlaag na de andere en Boekarest werd bezet op 6 december 1916. Het bij Cerna omsingelde Roemeense leger gaf zich dezelfde dag over. Hierdoor konden de Centralen beschikken over de Roemeense olievelden. De Russische offensieven liepen uiteindelijk vast met grote verliezen aan mensenlevens. De Russische oorlogsindustrie breidde zich snel uit, waardoor de uitrusting van de Russische legers zich verbeterde,
maar voedseltekorten in de grote bevolkingscentra leidden tot onrust. Na de uitbraak van de Russische Revolutie in 1917 beloofde de Russische Minister van Buitenlandse Zaken Miljoekov eerst de Geallieerden verder te steunen. Maar hij werd vlug gecontesteerd en moest aftreden. Kerenski, de nieuwe Minister van Oorlog en Marine in de Voorlopige Regering nam op 18 mei 1917 deze beloften terug. Toch lanceerde hij op 1 juli 1917 nog een grootscheeps offensief in Galicië en Volhynië onder het commando van generaal Broesilov. Een aanvankelijk succes tegen de Oostenrijkers draaide echter uit op een zware nederlaag wanneer de Duitsers twee divisies inzetten. De Russen verloren 58.000 man aan doden en gewonden. In veel Russische regimenten werd hierop desertie gepleegd. Generaal Broesilov werd vervangen door generaal Kornilov, die dan op 18 juli 1917 benoemd werd tot stafchef van her Russische leger. Op 21 augustus 1917 begon bij Riga een nieuw Duits offensief op het Russische front. De coup van generaal Kornilov om de Voorlopige Regering af te zetten werd door de bolsjeviki van Petrograd afgeslagen. Hij werd hierna onder arrest geplaatst en op 12 september 1917 vervangen als stafchef door generaal Aleksejev. Op 22 oktober 1917 stemde het eerste Russisch Sovjet-Congres in met een onmiddellijke wapenstilstand. Op 7 november 1917 brak de revolutie tegen de Voorlopige Regering uit in Rusland. Op 26 november 1917 stelde de Russische Raad van Volkscommissarissen opnieuw een wapenstilstand voor aan de Centralen. Een wapenstilstand van vier weken werd ondertekend op 15 december 1917 in Brest-Litovsk, waarbij de vredesonderhandelingen begonnen op 22 december 1917. Op 9 januari 1918 nam Trotski de leiding van deze onderhandelingen aan Russische kant over. Het Brits-Russisch alliantieverdrag van 1907 werd opgezegd op 27 januari 1918 door de Russische Raad van Volkscommissarissen. De Russische legers waren inmiddels uiteengevallen en de Duitsers bezetten zonder slag of stoot Oekraïne. Toen de Centralen in het geheim een vredesverdrag met het ondertussen onafhankelijk Oekraïne afsloten, besloot Trotski deze vredesonderhandelingen met de Duitsers af te breken. Hierop lanceerden de Duitsers een offensief richting Petrograd en werden de Baltische staten bezet. De Russen moesten op 24 februari 1918 een Duits ultimatum aanvaarden en hervatten de vredesonderhandelingen in Brest -Litovsk. Dit leidde tot het Vrede van Brest-Litovsk tussen de Russen (ondertekend door Sokolnikov, die Trotski had vervangen) en de Centralen op 3 maart 1918. De Duitsers kregen hierdoor de beschikking over een keten vazalstaten (Oekraïne, Finland, de Baltische staten en delen van Wit-Rusland) en kregen de handen vrij in het westen. Na de wapenstilstand moesten deze gebieden echter ontruimd worden, en bij het Verdrag van Versailles werd het Verdrag van Brest-Litovsk nietig verklaard. Tevens moest al het Russische en Roemeense in beslag genomen goud worden teruggegeven. De Russische slachtoffers in de Eerste Wereldoorlog zijn moeilijk te schatten, dit komt door de slechte kwaliteit van aanwezige statistieken. Sommige Russische bronnen geven 775.400 oorlogsdoden. Meer recente Russische schattingen gaan uit van 900.000 directe oorlogsslachtoffers en 400.000 doden als gevolg van verwondingen, wat neerkomt op een totaal van 1,3 miljoen fatale slachtoffers. Dit is ongeveer gelijk aan het aantal slachtoffers van Frankrijk en Oostenrijk-Hongarije en een derde minder dan het Duitse Keizerrijk tijdens de oorlog. Cornish geeft een totaal van 2.006.000 militaire doden (700,000 directe doden, 970.000 dood door gevolg van oorlogswonden, 155.000 dood door ziekte en 181.000 dood tijdens krijgsgevangenschap). Hierbij waren de verliezen gelijk aan die van het Britse Rijk, 5% van de mannelijke populatie in de leeftijdsgroep 15 tot 49. Hij zegt dat de burgerslachtoffers 500.000 tot 600.000 beliepen in de eerste 2 jaar, daarna werden die niet meer bijgehouden; een totaal van 1,5 miljoen is niet ondenkbaar, en meer dan 5 miljoen gevangenen, de meerderheid in 1915. Toen de Russen de overgave tekenden waren er 3,9 miljoen krijgsgevangen in Duitse en Oostenrijkse handen. Dit oversteeg het aantal krijgsgevangen van het Britse Rijk, Frankrijk en Duitsland ver (samen 1.3 miljoen). Alleen Oostenrijk-Hongarije kwam in de buurt met 2,2 miljoen krijgsgevangenen



2166697-3ae467345afdeb00be06ac25ebd6ad9d.JPG

2166697-5e91568a45a450417f7b13f044f118b5.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:56 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 1 augustus 1936 yves st laurent

1 augustus 1936 Yves Henri Donat Mathieu Saint Laurent (Oran (Algerije), 1 augustus 1936 - Parijs, 1 juni 2008) was een Franse modeontwerper Yves Saint Laurent was de zoon van Charles Saint Laurent, een Pied-Noir en manager bij een verzekeringsmaatschappij en Lucienne Mathieu. Toen hij zeventien was verliet Saint Laurent het ouderlijk huis om voor de ontwerper Christian Dior te gaan werken. Toen Dior in 1957 stierf, kreeg Saint Laurent op 21-jarige leeftijd de leiding over het toen slecht lopende modehuis Dior. De ontwerpen van Saint Laurent waren zo vernieuwend, dat ze tot grote successen leidden. Zo bijvoorbeeld de trapeziumjurk uit 1958, die ruim viel om de taille in plaats van deze in te snoeren. Saint Laurent gebruikte zowel fel lichte, als donkere kleuren, al ontwierp hij eenmalig ook een collectie waarvan alle kledingstukken zwart waren. Tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog werd Saint Laurent opgeroepen om in het Franse leger te dienen. Na twintig dagen werd hij echter vanwege een zenuwinzinking opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, waar hij onder andere met elektroshocktherapie werd behandeld. Vanwege zijn zenuwinzinking werd Saint Laurent de leiding over het modehuis Dior ontnomen. Samen met zijn partner Pierre Bergé begon hij daarop zijn eigen modehuis, met de later bekend geworden merknaam YSL.
In de jaren zestig en zeventig zette Yves Saint-Laurent trends zoals het broekpak en de "beatnik look" en de puntlaarzen die tot dijhoogte de benen omsloten. Midden jaren zestig ontwierp Saint Laurent een collectie wollen tricotjurken geïnspireerd op het werk van Piet Mondriaan. Deze ogen rechttoe rechtaan met zwarte omlijning, primaire kleuren en hebben een bedachte vlakverdeling. Tot Saint Laurents clientèle behoorden onder meer zijn "muze" Loulou de la Falaise en de actrice Catherine Deneuve. In 1993 werd het modehuis van Yves Saint Laurent voor ongeveer 600 miljoen dollar verkocht aan het farmaceutische bedrijf Sanofi. Zes jaar later werd het merk YSL gekocht door Gucci. Tom Ford kreeg de leiding over de ready-to-wear-collectie, terwijl Saint Laurent de haute couture-collectie ontwierp. In 2002 werd, mede als gevolg van Laurents leeftijd, drugsmisbruik, depressie, alcoholisme, kritiek op de YSL-ontwerpen en problemen met Tom Ford, besloten het couturehuis van YSL te sluiten. Hierna trok Saint Laurent zich meer en meer terug in zijn huis in Marrakesh, Marokko. Yves Saint Laurent overleed op 71-jarige leeftijd. Hij werd begraven in Marrakes L'amour fou : Yves Saint Laurent & Pierre Bergé / prod. par Kristina Larsen, Hugues Charbonneau, Pierre Thoretton ; un film de Pierre Thoretton. - Amsterdam : Homescreen, 2011. - 1 dvd-video (96 min.). : kleur, geluid, breedbeeld Frans en Engels gesproken, Nederlands ondertiteld. - Omslag vermeldt: Film & Fashion. - Videoversie van de film: Frankrijk : Le Films Du Lendemain etc., 2010. - Bevat ook o.a.: Prime item outtakes ; Collecties ; Interviews ; Achter de schermen bij Yves Saint Laurents huizen. INHOUD: Documentaire over modeontwerper Yves Saint Laurent door de ogen van zijn partner Pierre Bergé.
Op 3 oktober 2017 opende in de voormalige studio van Yves Saint Laurent aan de Avenue Marceau 5 een museum, gewijd aan zijn werk. Twee weken later, op 19 oktober 2017, gebeurde hetzelfde in Marakech, in de Jardin Majorelle.
Yves Saint Laurent par Yves Saint Laurent : dessins d'Yves Saint Laurent ; préf. de Bernard-Henri Lévy ; comment. d'Hélène de Turckheim. - Paris : Herscher, 1986. - 221 p. - Uitgave t.g.v. de tentoonstelling Yves Saint Laurent: 28 années de création, Musée des Arts de la Mode, Parijs, 30 mei26 oktober 1986. ISBN 2-7335-0122-4. Duitse uitg. o.d.t.: Yves Saint Laurent von Yves Saint Laurent : Modezeichnungen von Yves Saint Laurent. Tübingen : Wasmuth, 1986. ISBN 3-8030-3033-1 Yves Saint Laurent : forty years of creation / edited by Beatrice Dupire, Hady Sy ; text and interviews by Marie-Jose Lepicard. - New York : International Festival of Fashion Photography, 1998. - 198 p. Engelse en Franse tekst. ISBN 1-88161-698-3 Yves Saint Laurent / ed. by Florence Müller ... et al. ; transl. from the French by Alexandra Keens ... et al. - New York, NY etc. : Abrams, 2010. - 385 p. Uitg. ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Petit Palais in Paris, 11 maart-29 augustus 2010. ISBN 0-8109-9608-1 geb., ISBN 978-0-8109-9608-3 geb. Yves Saint Laurent, visionair / teksten: Florence Müller. ING, Brussel, 2013. 80 p. Tentoonstelling in het ING Cultuurcentrum te Brussel, 30 januari-5 mei 2013.



2166693-071210b2ed8a70ca229c1206da3af45d.JPG

2166693-4c62b0909a232b9baebc597a209a5d17.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:52 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten