Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

VANDAAG jaren terug 18 juli 1925 mein kampf

18 juli 1925 Mein Kampf (Nederlands: Mijn strijd), in Nederland uitgegeven als Mijn kamp, is het boek van Adolf Hitler dat zijn ideeën over Duitsland, ras en politiek bevat. Het eerste deel is door hemzelf grotendeels tijdens zijn gevangenschap in 1924 in de gevangenis van Landsberg am Lech gedicteerd en is met het oog op publicatie nog bewerkt door Rudolf Hess (destijds Hitlers secretaris), door medestanders, waaronder de tijdelijk gevluchte Ernst Hanfstaengl en medegedetineerden. Minder bekend is de grote en directe invloed van dr. Karl Haushofer, een befaamde Duitse geopoliticus. Ook enkele denkbeelden van Henry Ford zijn letterlijk vermeld. Na Hitlers mislukte staatsgreep, de Bierkellerputsch, met de NSDAP in München in 1923, werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, uit te zitten in de vesting Landsberg aan de Lech. De NSDAP werd verboden. Van zijn straf zat hij bijna tien maanden uit; hij kwam op 20 december 1924 weer vrij. Tijdens zijn gevangenschap, dankzij de familie Wagner in alle comfort, schreef hij met behulp van medeveroordeelde oppasser en chauffeur Rudolf Hess zijn boek Mein Kampf. Het eerste deel, getiteld Eine Abrechnung (Een afrekening), werd in juli 1925 gepubliceerd; het tweede deel, Die national-sozialistische Bewegung, in 1926. De oorspronkelijke titel was: Vier en een half jaar strijd tegen leugens, domheid en lafheid (Viereinhalb Jahre Kampf gegen Lüge, Dummheit und Feigheit). Hitler verdedigde in zijn boek de Dolkstootlegende, het vermeende complot tussen de Novemberverbrecher (communisten, Joden, pacifisten en andere "landverraders"), die in zijn ogen Duitsland de onverdiende nederlaag bezorgd hadden tijdens de Novemberrevolutie in 1918. De Joden zouden het Duitse herstel ook frustreren door middel van "Die große Lüge". Hitler wilde dit alsnog rechtzetten met een hervatting van de strijd (dat werd de Tweede Wereldoorlog) om alsnog de Grote Oorlog te winnen en de schuldigen van dit verraad te vernietigen. Hitler ageert in het boek tegen het Verdrag van Versailles. Door dit verdrag had de Duitse bevolking erg te lijden volgens Hitler. Ook zette hij zijn theorieën uiteen over de superioriteit van wat hij "het Germaanse ras" noemde. Prominent aanwezig in Mein Kampf zijn Hitlers gewelddadige antisemitismeen zijn redeneringen op de grens van het obsessionele. Zo beweert hij , dat de internationale taal Esperanto een onderdeel van een joods complot is. Onverbloemd is ook zijn ondersteuning van het Duits-nationalistisch idee van Drang nach Osten: de noodzaak om ten oosten van Duitsland Lebensraum (leefruimte) te vergaren, en dan met name in Rusland. Hitler schrijft over zijn jeugd en merkt op dat zijn ouders geen antisemieten waren. Hij doet het voorkomen alsof hij altijd al een groot-Duits denkende Duitse Oostenrijker is geweest die niets van het veeltalige en door veel volkeren bewoonde Keizerrijk Oostenrijk moest hebben. Zijn loyaliteit zou nooit bij zijn geboorteland maar steeds bij Duitsland hebben gelegen. Van de schimmige periode tussen zijn schoolafsluiting en de Eerste Wereldoorlog maakt Hitler een "studietijd". Dat deze bestond uit het lezen van kranten in koffiehuizen verzwijgt Hitler. In deze periode is ook Hitlers ontwaken als antisemiet te plaatsen. Hitler komt met een verhaal over Joodse jongens die erop uit zijn Arische meisjes te bezwangeren. Achtergrond zou hun geperverteerde "Joodse natuur" zijn die alles wat waardevol is wil besmeuren. De levendige beschrijving van een Joodse jongeman die "begerig naar een blond meisje kijkt" doet een seksuele frustratie van Hitler vermoeden. Over de Joden komt Hitler verder met de gebruikelijke vooroordelen; zij zouden onder andere onmuzikaal zijn en tegelijk het muziekleven beheersen, ze zijn ongeschikt voor de landbouw, kunnen niet marcheren en niet vechten. Joden parasiteren, zo stelt Hitler, op andere volkeren. Aan de grote prestaties van Joodse wetenschappers, kunstenaars en zakenlieden besteedt Hitler geen aandacht, ze komen hem in zijn betoog niet te pas. Hitler besteedt veel aandacht aan obscure theorieën over de oorsprong van de rassen en laat de eerste Joden samen met de Romeinse legioenen in Germanië verschijnen. Het voor Hitler onvermijdbare resultaat was dat de Joden handel gingen drijven en de eerlijke Germanen, die tegen de Joodse handelsgeest niet waren opgewassen, benadeelden.
Hitler geeft een uitgebreide en op machtsdenken gebaseerde analyse van de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. Daarin is de later zo succesvolle politicus en staatsman al te herkennen. Van de oorzaken van de Duitse nederlaag heeft Hitler daarentegen niets begrepen, hij kan de reusachtige oorlog alleen vanuit het perspectief van de onderofficier beschouwen. Dat Duitsland moreel en economisch was geruïneerd is hem ontgaan. Hij lag in november 1918 tijdelijk blind in een lazaret en kon niet begrijpen dat Duitsland verslagen was alvorens er ook maar één vijand een voet op Duitse bodem had gezet. Hitler omarmt hier de "dolkstootlegende". De periode vlak na de Duitse nederlaag wordt door Hitler wel beschreven, maar waarheidsgetrouw is hij daar niet. Zijn bemoeienis met de linkse Münchense Radenrepubliekworden niet genoemd. Hij beschrijft zijn kennismaking met de splinterpartij NSDAP en de opbouw van die partij die weinig geld of leden en slechts één typemachine bezat. De verslagen van de politieke avonden in Münchense bierhallen zijn zeer levendig geschreven. Hitler beschrijft hoe hij en de zijnen aanvankelijk in het rumoer en de vechtpartijen ondergingen maar dat zij gaandeweg meer publiek en meer aanhang verwierven. Hij ontdekt, in zijn eigen woorden, een redenaar en een politicus te zijn. Hierna is het boek grotendeels gevuld met moeilijk leesbare beschrijvingen van een na te streven partijorganisatie.
Tot de verkiezingen in 1930 werden er in Duitsland 23.000 exemplaren van het eerste deel van Mein Kampf verkocht, en 13.000 van het tweede. Het boek werd uitgegeven door uitgever Eher (EherVerlag), eigendom van de NSDAP. Eén exemplaar kostte RM 12. Daarvan ontving Hitler 10 procent. [1] De inkomsten uit de auteursrechten op zijn boek vormden de hoofdmoot van Hitlers inkomen. Hij kon er reeds in 1924, vanuit de gevangenis, een RM 20.000 kostende Mercedes 11/40 van kopen. Op jaarbasis was Hitler nu verzekerd van een inkomen van rond de RM 15.000 (gerekend naar huidige maatstaven ongeveer € 60.000); bijna net zoveel als de Rijkskanselier van Duitsland verdiende. Vanaf 1930 sprong de verkoop omhoog ten gevolge van het verkiezingssucces van de nazi's. In 1930 verdrievoudigde Hitlers inkomen, naar RM 48.472. In 1932 was dat al RM 64.639. In 1933 had Hitler een belastingschuld van RM 405.500 uit de royalty's op de verkoop van 240.000 exemplaren van Mein Kampf. Zijn totaalinkomen bedroeg dat jaar 1,2 miljoen RM. Daarna deed Hitler overigens geen belastingaangifte of -betalingen meer en in 1934 werd zijn belastingschuld kwijtgescholden. In 1939 waren al 5,45 miljoen exemplaren uitgegeven en in 1943 10 miljoen (zie kader boven). Deze hoge oplage werd onder meer bereikt doordat bij elk huwelijk een exemplaar aan de echtelieden cadeau werd gedaan. Gemeenten waren verplicht het boek aan te schaffen. Van het boek bestaan vijftien luxe-uitgaven. Hitler gaf deze cadeau aan onder andere Arthur SeyssInquart.[ In maart 2012 werd Mein Kampf uitgegeven in Albanië. Volgens de uitgever wordt het boek gepubliceerd als "een waarschuwing aan toekomstige generaties". Het Ministerie van Cultuur noemde de uitgave onwettig omdat ze aanzet tot haat en omdat de uitgave een schending is van het auteursrecht. De rechtbank in München verbood op 8 maart 2012 het Duitse tijdschrift Zeitungszeugen, dat kranten uit de nazitijd afdrukt met commentaar van deskundigen, om in een bijlage uittreksels uit Mein Kampf te publiceren.[ Die waren afkomstig van de Britse uitgever Peter McGee. Volgens de rechtbank schenden de uittreksels het auteursrecht van de Duitse deelstaat Beieren. De uittreksels betroffen drie delen van zestien pagina's, vergezeld van een kritisch commentaar. In januari 2012 hield de rechtbank de publicatie ook al tegen. Mein Kampf is populair in de Arabische wereld en andere islamitische landen als Turkije, Bangladesh [] en Afghanistan.[ ] Ook in India wordt het boek in zeer grote aantallen verkocht. [7] In 2005 werd het boek na een herdruk een bestseller in Turkije. Alleen al in de eerste drie maanden van dat jaar werden 50.000 exemplaren verkocht. Volgens een woordvoerder van een Turkse uitgeverij heeft de populariteit van het boek te maken met een opkomend nationalisme en anti-semitisme in het land. Hieraan zouden onder andere haat jegens de Verenigde Staten om de bezetting van Irak en het
huidige beleid van Israël ten grondslag liggen.[] Al in 1957 was er de nodige ophef over het feit dat Egyptische officieren in het bezit bleken van een exemplaar van Mein Kampf.[ In 2016 verscheen een uitgave met veel kritische kanttekeningen[] (zie ook onder).
Hitler en de uitgeverij van Mein Kampf hebben veel geld verdiend aan het in een miljoenenoplage verkochte boek. Hitler bezat de auteursrechten en de Duitse staat schreef voor dat ieder paar dat huwde een exemplaar van Mein Kampf als geschenk kreeg.[11] Na de oorlog eiste de deelstaat Beieren het auteursrecht van Mein Kampf op. Omdat Hitler zijn laatste officiële woonplaats in München had zegt de deelstaat de erfgenaam te zijn (ondanks het bestaan van familieleden). De Beierse regering, om precies te zijn het ministerie van financiën, verzet zich tegen illegale drukken (ook in andere landen, maar met minder succes). Het boek zelf is dus niet verboden en oude exemplaren kunnen tweedehands worden verhandeld. Het is in bezit van veel bibliotheken; al wordt de toegang meestal beperkt. In 2016, zeventig jaar na de dood van de auteur, is de originele Duitse versie van Mein Kampf auteursrechtenvrij geworden. De Beierse regering besloot daarom in april 2012[12] om voor die tijd een wetenschappelijk-kritische uitgave te laten uitbrengen om rechtsradicalen voor te zijn (zie ook boven). Immers bestaat er al lang een documentatie van Hitlers redevoeringen en artikelen (Hitler. Reden, Schriften, Anordnungen). Er zullen een schooluitgave (selectie met wetenschappelijke commentaren) en een populaire uitgave (eveneens voorzien van kanttekeningen) verschijnen. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn geen beperkingen op de verkoop en handel van dit boek, omdat de auteursrechten vóór 1939 aan uitgevers in die landen verkocht werden (in het geval van de Verenigde Staten aan uitgeverij Houghton Mifflin, in het geval van het Verenigd Koninkrijk aan uitgeverij Random House) en dus niet in het bezit van de Duitse deelstaat Beieren zijn. In 1999 meldde het Simon Wiesenthal Centrum dat belangrijke internet-boekhandelaren, zoals Amazon.com en Barnes & Noble, Mein Kampf verkopen aan klanten in Duitsland. Na een openbaar protest gingen beide bedrijven akkoord om die verkoop te stoppen. Inmiddels is het boek op internet te vinden in zowel de originele Duitse versie als in een Engelse vertaling, in PDF- en EPUB-formaat, gratis te downloaden
Op 6 december 1939 verscheen Mijn kamp, de Nederlandse vertaling van de NSB'er Steven Barends, bij uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer. In zes drukken werd de totale oplage circa 150 000 stuks. [13] Als Nederlandse titel overwoog uitgever George Kettmann eerst nog Mijn strijd, wat een duidelijker vertaling is. Toch koos hij destijds voor het woord 'kamp', omdat de klank ervan al bij voorbaat elke twijfel uitsloot of men wel met hét boek van de Duitse Führer te maken had, aldus Kettmann. In Duitsland en Nederland is het bezitten en het uitlenen (door bibliotheken) van het boek niet verboden. Dit geldt ook voor de Nederlandse vertaling Mijn kamp uit 1939, maar de Nederlandse Staat meent er het auteursrecht op te hebben en heeft in 1974 op grond daarvan de handel in een herdruk van het boek verboden. In november 1997 stelde D66 Kamervragen over (on)mogelijkheden van een herdruk; Willem Huberts stelde in een analyse op de opiniepagina in NRC Handelsblad[14] dat niet de Nederlandse Staat het auteursrecht bezit, maar de erfgenamen van het echtpaar Kettmann, dat de uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer bezat, waaraan vertaler Steven Barends op 16 november 1943 zijn auteursrechten afstond. De door Huberts verdedigde stelling is echter tegengesproken door prof. mr. H. Cohen Jehoram (hoogleraar Recht van de intellectuele eigendom, media- en informatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam)[15] en mr. A.IJ.A. Looijen (jurist te 's-Gravenhage).[16] De Nederlandse regering deelde in 1997, in antwoord op de gestelde Kamervragen, mee dat het ten verkoop aanbieden van Mein Kampf verboden is en dat slechts een wetenschappelijk verantwoorde heruitgave niet strafbaar zou kunnen zijn.[17] De minister van Justitie
beriep zich daarbij op een oordeel van de Hoge Raad van 12 mei 1987.[18] In deze benadering is het niet relevant waar de auteursrechten berusten, maar wordt de strafbaarheid van de handeling getoetst. In september 2007 liet de Nederlandse minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, Ronald Plasterk, weten dat wat hem betreft Hitlers boek vrij verkrijgbaar zou moeten zijn. Een krappe Kamermeerderheid (83 van de 150 zetels) bleek het niet met hem eens te zijn.[19] Deze citaten komen uit de eerder genoemde vertaling van Barends (met verwijzing naar het boekdeel en het hoofdstuk). Nationalisme: ein Volk I-11. Dit grote ideaal is: een Germaanse Duitse Staat.
Socialisme I-8. De strijd tegen het internationale grootkapitaal is het allerbelangrijkste programpunt geworden in de strijd die het Duitse volk voert voor zijn economische onafhankelijkheid. II-2. Dit principe zal eens tot uitdrukking komen in een verstandige beperking van het verschil in salariëring.
corporatisme II-12. De vakbonden zijn vooral noodzakelijk als bouwstenen voor het toekomstige economische parlement of eventueel van de corporaties.
Centralisme: ein Reich II-10. De nationaalsocialistische leer is niet de dienares van de particuliere belangen der verschillende bondsstaten.
Absolutisme: ein Führer I-12. Raden en besturen hebben alleen te werken, niet te stemmen of te kiezen. Alleen de algemene leider der partij wordt gekozen. II-4. De volkse staat kent alleen raadgevende lichamen, welke de gekozen leider terzijde staan,… het beginsel dat de absolute verantwoordelijkheid en het absolute gezag onvoorwaardelijk samengaan.
Vitalisme I-12. Alleen de held is daartoe uitverkozen.
Sociaal darwinisme I-11. De strijd om het dagelijks brood vernietigt alles wat zwak en ziekelijk en minder vastberaden is, terwijl de strijd van de mannetjes om het wijfje alleen aan het allergezondste exemplaar het recht op voortplanting, of althans op voortplantingsmogelijkheden, geeft.
Religieus radicalisme I-2. Daarom is het mijn overtuiging, dat ik werk in de geest van de almachtige Schepper: Want door mij te verweren tegen de Jood strijd ik voor het werk van de Heer.
Antiparlementarisme I-3. Doordat het parlementaire meerderheidsprincipe de autoriteit van de persoon verwerpt, zondigt het tegen het aristocratische grondbeginsel der natuur.
Racisme en antisemitisme I-2. Ik was van half-overtuigd wereldburger tot fanatiek anti-semiet geworden.
Militarisme I-5. Ik schaam mij ook heden niet om te zeggen dat ik ten prooi aan een overweldigende geestdrift op mijn knieën ben gevallen. (bij het uitbreken van de Wereldoorlog in 1914)
Anti-marxisme I-2. En duidelijk zag ik de onvermijdelijke gevolgen voor mij, waartoe deze leer der onverdraagzaamheid moest leiden.
Duits revanchisme II-14. Wanneer wij Engeland niet als bondgenoot mogen aanvaarden, omdat het onze koloniën roofde, Italië niet, omdat het Zuid-Tirol bezit, en Polen en Tsjecho-Slowakije uit den aard der zaak al evenmin, dan blijft er, wanneer wij Frankrijk buiten beschouwing laten —dat ons, tussen haakjes, ook nog ElzasLotharingen ontstal— geen enkel land in Europa over.
Met al deze "ismen" vertolkte Hitler een deel van de toenmalige tijdgeest. Opvallend is wel het onwaarschijnlijke extremisme en fanatisme dat hij tentoon spreidt: I-2. Indien tegenover de sociaaldemocratie een leer gesteld wordt van een even grote onverzoenlijkheid, dan zal de laatste overwinnen. De terreur (van de sociaaldemocratie) zal altijd met succes bekroond worden, wanneer ze niet een even grote terreur tegenover zich vindt. I-3. Als de strijd slechts tegen één vijand wordt gevoerd, versterkt dit het geloof aan het eigen recht en verhoogt de verbittering tegen degene, die dat recht aantast. I-12. Dat betekent dus, dat men een volk niet “nationaal” kan maken in de zin zoals onze huidige bourgeoisie “nationaal” verstaat, maar wel nationalistisch, met de gehele woeste oerkracht, welke aan het extremisme eigen is. I-4. Wenste men in Europa uitbreiding van grondgebied, dan kon dit in ’t algemeen alleen ten koste van Rusland plaats hebben. II-12. Dat betekent dat de beweging anti-parlementair is, en dat haar deelnamen aan een parlement geen ander doel mag hebben, dan om deze inrichting op te ruimen. II-14. Daarentegen moeten wij, nationaalsocialisten, onverbiddelijk vasthouden aan ons doel op het gebied der buitenlandse politiek, n.l. om ervoor te zorgen dat het Duitse volk op aarde de hoeveelheid grondgebied krijgt, waarop het recht heeft. II-9. Overigens ben ik van mening, … dat er eens een Duitse Rijksrechtbank bijeen moet komen, en vele tienduizenden van de lieden, die het verraad in november 1918 en alles wat daarbij hoort hebben georganiseerd, … te vonnissen en terecht te stellen.
De racistische uitspraken zijn te talrijk om te citeren. Men kan dus eigenlijk niet zeggen dat men niet geweten heeft wat Hitlers ware bedoelingen waren nadat men Mein Kampfgelezen had. Achteraf gezien volgde Hitler nauwkeurig zijn vooraf geplande 'routekaart' zoals dat in dit niets verhullende boek beschreven staat. In elk geval werd het boek vóór Hitlers benoeming tot Rijkskanselier weinig gelezen, en daarna was het te laat. Volgens veel deskundigen waren veel Duitsers het in hun hart eens met Hitlers denkbeelden of namen ze deze niet serieus met de gedachte dat de soep niet zo heet zou worden gegeten als ze werd opgediend. Dit is volgens sommige historici wellicht een verklaring voor de snelle opmars van de NSDAP in het Duitse parlement. Hitler bleek achteraf wel degelijk serieus te zijn in de doorvoering van zijn denkbeelden.



2163503-81529ac3641f7d7d95faae086aaee05b.JPG

2163503-730d6f17758dc2731258682b2ee3c31a.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 08:50 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 18 juli 1976 van impe

18 juli 1976 Lucien Van Impe, bijnaam de Kleine van Mere (Mere, deelgemeente van Erpe-Mere, 20 oktober 1946) is een voormalig Belgisch beroepswielrenner . Hij is de laatste Belg die de Ronde van Frankrijk won. Van Impe was beroepswielrenner van 1969 tot 1987. Hij blonk vooral uit in meerdaagse wedstrijden zoals de Ronde van Frankrijk, die hij in 1976 wist te winnen. Ook stond hij eenmaal als tweede en driemaal als derde op het podium. Vijftien maal kwam hij aan de start en telkens haalde hij de finish in Parijs. Hij is hiermee recordhouder voor België. Van Impe was bovenal een vermaard klimmer, die met zijn 8 eindoverwinningen in de bergklassementen van 2 van de 3 Grote Rondes de beste van zijn generatie en een der besten uit de geschiedenis genoemd kan worden. Hij werd tweemaal eerste in het bergklassement van de Ronde van Italië, en zes keer eerste in het bergklassement van de Tour de France, Het laatste aantal deelt hij met Federico Bahamontes. Het record is hij in 2004 kwijtgeraakt aan Richard Virenque, die dat jaar voor de zevende maal eerste werd in het bergklassement van de Ronde van Frankrijk. In 1975 maakte hij voor de eerste keer kans op de eindoverwinning maar werd hij derde na Bernard Thévenet en Eddy Merckx, die een legendarisch duel uitvochten. Zowel in 1975 als in 1977 verloor hij de Tour van Thévenet, die later toegaf zichzelf voor beide overwinningen gedopeerd te hebben. In 1976 vocht hij met Joop Zoetemelk diverse keren een duel uit in de bergen. Op Alpe d'Huez won de laatste, maar in de Pyreneeën, op de flanken van de Pla d'Adet, stelde Van Impe zijn zege veilig. In 1977 startte Lucien Van Impe als een der favorieten in de Tour. Hij kwam ten val door een aanrijding met een auto waardoor hij de tour verloor. De omstandigheden van dat incident waren op zijn zachtst gezegd erg verdacht. Van Impe was goed op weg om de eindzege in de Tour binnen te halen en hij reed op dat moment als geletruidrager ook op kop in de wedstrijd. Toevallig was er geen enkele camera aanwezig en ook zijn ploegwagen was minutenlang nergens te bekennen. Het leidde in elk geval tot een breuk met zijn toenmalige ploegleider (Henry Anglade). Nadien heeft Van Impe altijd volgehouden dat de Fransman zich door de Franse organisatie had laten omkopen om mee te werken aan dit opzet zodat Bernard Thévenet de gele trui kon behalen. Na drie mindere jaren, waarin hij op zijn retour leek, kwam hij in 1981 terug met een tweede plaats in het eindklassement in de Tour en een eerste plek in het bergklassement. Hij reed daarna nog enkele seizoenen in Italiaanse dienst en wist in de Ronde van Italië nog twee keer beslag te leggen op het bergklassement. Eendagswedstrijden waren zijn stiel niet, derhalve verraste hij in 1983 door Belgisch wegkampioen te worden. Hij werd na zijn actieve loopbaan ploegleider. Eerst bij het Zweeds-Belgische Unibet.com , tegenwoordig (2010) bij de Professionele continentale wielerploeg Accent.Jobs-Willems Veranda's (wielerploeg)/2012.



2163501-e893505ee1aaa2917fd656160e188df3.JPG

2163501-be3fcbf7971af8767c6611a7dac61010.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 08:45 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 18 juli 1918 prince de lignac

18 juli 1918 Abraham (Bram) van Leeuwen, ook bekend als Prince de Lignac en Hertog van Soveria Simeri, (Rotterdam, 18 juli 1918 - Málaga, 27 mei 2001) was een succesvolle Nederlandse zakenman en multimiljonair. Van Leeuwen groeide onder armoedige omstandigheden op in Rotterdam. De vernedering dat hij als een van de twee arme kinderen op school zijn boeken moest lenen en kaften, heeft een grote indruk op hem gemaakt. Deze ervaring was de voedingsbodem van zijn levenswens om rijk en succesvol te worden. Hij vergaarde zijn fortuin door zijn zeer winstgevende internationale groep bedrijven (waaronder onderwijsinstelling Nederlands Talen Instituut en Lekturama) op het juiste moment te verkopen aan het Vendex-concern van Anton Dreesmann. Na de HBS ging hij de journalistiek in, eerst bij het Delfts Volksdagblad, later bij het Dagblad van Rotterdam. Aan die journalistieke loopbaan kwam een einde in 1941, toen hij een hoger beroep zaak tegen de weigering hem op te nemen in het Beroepsregister van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten verloor. Vanwege zijn Joodse achtergrond (Joodse vader) werd hem het recht om werkzaam te zijn in de journalistiek geweigerd.[ In de decennia na de Tweede Wereldoorlog was homoseksualiteit op privégebied maar zeker ook op zakelijk gebied nog een groot taboe. Abraham van Leeuwen was een van de zeer weinige captains of industry die er openlijk voor uitkwam dat hij homoseksueel was. Van Leeuwen gaf aan dat de tegenstand die hij ondervond vanuit het, veelal homofobe, bedrijfsleven, hem sterkte om succesvoller te zijn dan zijn belagers, hetgeen hem uiteindelijk gelukte. Hij stond bekend als een excentriekeling en was de laatste decennia van zijn leven (1980-2001) vooral beroemd door zijn jetset-leven in het zuiden van Spanje en aan boord van zijn jacht. Hij was eigenaar van een 60 meter lang jacht (de New Horizon L.) van werf Royal van Lent (Feadship), waarvan zelfs de luchtroosters van goud waren. De gasten gebruikten o.a. gouden tandenborstels. Aan het einde van de cruise kregen ze de tandenborstel als cadeau mee. Het personeel aan boord bestond uit jongemannen uit Zuidoost-Azië. Op een vraag waarom hij exclusief deze jongens in dienst nam antwoordde van Leeuwen dat zij de beste zijn om te dienen.[ Van Leeuwen overleed in mei 2001 op 82-jarige leeftijd in Zuid-Spanje, na een kort ziekbed. Zijn vermogen dat werd geschat op € 219 miljoen, ging voor een klein deel (€ 35 miljoen plus zijn superjacht New Horizon L (verkocht voor € 12 miljoen) naar zijn partner Hans Verver. Het overgrote deel (€ 110 miljoen) werd aan de door Van Leeuwen opgerichte Van Leeuwen Van Lignac Stichting geschonken.



2163500-67d8936ade7ae61e9b400710a2f3f8b9.JPG

2163500-8fe9666c16fa9971a50fe43974d55a6c.JPG

2163500-7c196571e76e1d9889db76027b2781f3.JPG
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door rami om 08:43 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 17 juli spencer davis

17 juli 1939 Spencer David Nelson Davies (Bon-y-maen nabij Swansea 17 juli 1939) is een Welshe zanger en gitarist, voornamelijk bekend als naamgever van de gelijknamige band. Naast zang en gitaar speelt hij ook piano en mondharmonica. Davis begint met muziek als hij zes jaar oud is. Als hij zestien is, verhuist hij naar Londen en werkt als ambtenaar bij de Britse Post. Gedurende die tijd begint hij te sparen voor een eigen gitaar, want hij is onder de indruk van de muziek van Big Bill Broonzy, Huddy Ledbetter, Davey Graham, John Martyn, Alexis Korner en Long John Baldry. Op een gegeven moment heeft dankzij een beurs voor een studie geld genoeg voor de aanschaf van een gitaar. Zijn motto daarbij; met boeken verdien je geen geld voor een gitaar, andersom wel. Hij had toen al als straatmuzikant overal en nergens gespeeld en zelfs wat muziek opgenomen (van Buddy Holly). Hij komt weer terug in Birmingham en komt in aanraking met dan nog Christine Perfect met wie hij het clubcircuit afgaat. Hij komt samen met Pete York terecht in de Excelsior Jazz Band, samen eindigen ze kort daarop in The Spencer Davis Group. Na het vertrek van de gebroertjes Winwood sukkelt die band nog een beetje verder, wordt in 1973 weer opgericht en vindt zijn eind in 1974. Davis musiceert dan nog binnen de marge; speelt dan weer hier en dan weer daar, maar bijna altijd met Pete York samen. Hij neemt ook soloalbums op. In 1994 volgt een kleine reünie. Ook in 2002 is er een reünie in Manchester



2163296-1e27add3bffdfbd041476aa3b1e4c160.JPG

2163296-7c4a420240e6902d000d941d8609a0eb.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 08:56 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 17 juli 1954 merkel

17 juli 1954 Angela Dorothea Merkel, geboren als Kasner, (Hamburg, 17 juli 1954) is sinds 22 november 2005 bondskanselier van Duitsland. Ze is de eerste vrouwelijke regeringsleider van het land en ook de eerste vrouwelijke partijleider van de christendemocratische CDU.
Merkel is de dochter van de lutherse dominee Horst Kasner, wiens vader uit Polen afkomstig was, en zijn vrouw Herlind Kasner-Jentzsch. Het gezin verhuisde in het najaar van 1954 van Hamburg naar het Brandenburgse Quitzow in de DDR, waar de vader de leiding van een protestantse LuthersEvangelische gemeente overnam. In 1957 verhuisde het gezin definitief naar het stadje Templin waar vader medeverantwoordelijk was voor de ontwikkeling van een interkerkelijk opleidingscentrum. Kasner was er betrokken bij de Pastorale Raad van de Evangelisch-Lutherse Kerk, die nauw samenwerkte met de SED-autoriteiten. Daardoor genoot het gezin Kasner onder andere het privilege vrij te kunnen reizen naar 'niet-socialistische' landen, o.a. naar de VS en Italië. Het gezin kon ook moeiteloos pakjes ontvangen van familie uit het westen en later zou Angela toegeven dat ze nooit 'DDR-kleren' heeft gedragen. Bovendien beschikte vader Kasner over een dienstwagen en een privévoertuig. Angela's moeder, Herlind Kasner-Jentsch, mocht van de SED-overheid echter geen lerares worden. Op die manier kon ze zich ten volle wijden aan de opvoeding van haar drie kinderen. In 1961 werd Angela leerlinge aan de 'Polytechnische Oberschule' in Templin. Haar medeleerlingen en haar leerkrachten beschrijven haar als eerder onopvallend, maar toch sociaal goed geïntegreerd. Hoewel ze niet beschouwd werd als 'Streber', deed ze het uitstekend op school met heel goede resultaten voor talen (o.a. voor Russisch), wiskunde en natuurwetenschappen. Met haar klas nam ze niet deel aan de in de DDR gebruikelijke wijding van de jeugd; in mei 1970 werd ze wel aanvaard als lid van de Lutheraanse kerk ('die Konfirmation'). Tijdens haar schooltijd was ze lid van verkennersorganisatie Ernst Thälmann en later van de FDJ (Freie Deutsche Jugend). In 1973 legde ze het eindexamen af aan de 'Erweiterte Oberschule' te Templin. Al tijdens haar schooltijd had Angela besloten natuurkunde te gaan studeren. Door te kiezen voor de exacte wetenschappen wist ze zich grotendeels te onttrekken aan een te uitgesproken maatschappelijk engagement. In 1973 begon ze die studie aan de toenmalige Karl-Marx-Universität in Leipzig. In 1977 huwde Angela Kasner haar medestudent in de fysica, Ulrich Merkel; hoewel het huwelijk in 1982 ontbonden werd, heeft Angela de naam van haar eerste man behouden. Nadat ze haar scriptie(Magisterarbeit) in juni 1978 met de vermelding 'zeer goed' had voltooid en haar een betrekking aan de technische hogeschool Ilmenau was geweigerd, vertrok Angela met haar man naar Oost-Berlijn. Ze deed promotieonderzoek aan het 'Zentralinstitut für physikalische Chemie' (ZIPC) van de Academie der Wetenschappen van de DDR in Berlijn-Adlershof. Ze kreeg in 1986 de doctorstitel met een proefschrift over quantum chemie, waarna ze tot 1990 als onderzoeker aan hetzelfde instituut werkzaam bleef en verschillende papers publiceerde [1]. Eveneens van 1978 tot 1990 was zij secretaris van Cultuur van de FDJ. In deze functie was zij verantwoordelijk voor Agitprop ('agitatie en propaganda') en maakte bovendien scholingsreizen naar de Sovjet-Unie. In 1978 weigerde ze actief voor de Stasi te werken, volgens andere informatie zou zij echter "IM (Informeller Mitarbeiter) Erika" zijn. In haar Stasi-dossier zijn haar DDR-kritische houding en haar sympathie voor het Poolse Solidarność opgenomen. Bekend is ook dat ze bevriend is geweest met de schrijver Rainer Kunze, die kritisch stond tegenover het regime, en dat ze o.a. werken van Rudolph Bahro, Andrei Sacharov en Alexander Soltsjenitsyn, alle drie bekende dissidenten, heeft gelezen. In de jaren 80 woonde Merkel enige malen in een kraakpand in Berlijn[2]. In december 1998 huwde zij de Berlijnse hoogleraar scheikunde Joachim Sauer. Angela Merkel heeft geen kinderen; Sauer heeft twee volwassen kinderen.
Eind 1989 werd Angela Merkel zelf politiek actief: zij trad toe tot de DDRburgerbeweging Demokratischer Aufbruch (DA) die in augustus 1990 in de OostDuitse CDU opgenomen werd. Nog voor de Duitse hereniging werd zij vice-woordvoerder van de laatste Oost-Duitse regering onder CDU-lid en DDR-minister-president Lothar de Maizière.
Bij de eerste Bondsdagverkiezingen voor het gehele Duitsland van december 1990 werd Angela Merkel via een direct mandaat van Stralsund-Rügen in de Duitse Bondsdag gekozen. Dit meest noordoostelijke district zal zij steeds blijven vertegenwoordigen. Direct haalde bondskanselier Helmut Kohl (CDU) haar in januari 1991 als minister voor Vrouwen- en Jeugdzaken in zijn kabinet. Al snel oogstte ze veel respect voor haar dossier- en vakkennis. Een pre zal ook zijn geweest dat ze in één persoon Oost-Duits, vrouw, protestants en jong was. Snel kreeg ze het etiket 'Kohls Mädchen', dat tot eind 1999 aan haar bleef kleven. Na de verkiezingen van 1994 volgde ze Klaus Töpfer op als minister voor Milieu, Natuurbescherming en Reactorveiligheid. In december 1991 werd ze ook tot een van de vicevoorzitters van de CDU verkozen. Van juni 1993 tot mei 2000 was zij eveneens CDU-voorzitter van de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren.
De Bondsdagverkiezingen van 1998 gingen voor de CDU verloren. In november 1998 schoof partijvoorzitter Wolfgang SchäubleMerkel als secretaris-generaal van de CDU naar voren. Tijdens het schandaal dat de CDU trof inzake illegale partijfinanciering in de periode 1999-2002 distantieerde zij zich vroeg van haar beschermer Kohl. Op 22 december 1999 schreef ze in de Frankfurter Allgemeine Zeitung een open brief aan de eigen partij. Daarin stelde ze dat aan de, voor haar en voor de partij, "mooie tijd" met Kohl wegens zijn onduidelijke rol in het schandaal een einde gekomen is. Toen ook Wolfgang Schäuble in opspraak kwam en als partijvoorzitter terugtrad werd ze op 10 april 2000 met 96 procent van de stemmen tot nieuwe partijvoorzitter gekozen. Enige onrust ontstond voor de verkiezingen van 2002, toen de CSU Edmund Stoiber als kanselierskandidaat naar voren schoof, nog voor de CDU zich op een eigen kandidaat vastgelegd had. Merkel wist dat ze binnen de partij nog niet voldoende steun had om het intern tegen Stoiber op te nemen en ook in de peilingen deed Stoiber het beter dan zij. Na een gemeenschappelijk ontbijt in Wolfratshausen ging zij met Stoibers kandidatuur akkoord. Nadat de rood-groene coalitie de verkiezingen krap won, manoeuvreerde Merkel Friedrich Merz uit de functie van fractievoorzitter en veroverde zo de politieke macht die nodig was om bij de volgende verkiezingen de kanselierskandidaat van de Union te worden. De opeenvolgende overwinningen van de CDU bij verkiezingen in verschillende deelstaten versterkten haar positie aanzienlijk. De meerderheid van de deelstaten kwam in handen van de Union, waardoor deze alle wetten waarover in de Bondsraad moet worden gestemd kon beïnvloeden of blokkeren. Verder werd haar persoonlijke kandidaat voor het ambt van bondspresident Horst Köhler in het voorjaar 2004 door de Bondsvergadering verkozen. Op 22 mei 2005 verloor de SPD de deelstaatverkiezingen in Noordrijn-Westfalen. Onmiddellijk na deze harde klap kondigde Gerhard Schröder nieuwe verkiezingen voor de Bondsdag aan. Op 30 mei droeg de CDU Merkel officieel als kanselierskandidaat voor. Als eerste vrouwelijke kanselierskandidaat in de geschiedenis, nam ze het bij de verkiezingen van september 2005 op tegen de zittende coalitie van SPD en Bündnis 90/Die Grünen met Schröder als kanselierskandidaat.
Op 10 oktober 2005 werd bekendgemaakt dat Angela Merkel, als de coalitiebesprekingen met de SPD zouden slagen, de nieuwe bondskanselier van Duitsland zou worden. Op 11 november werden de onderhandelingen tussen Union en SPD met de ondertekening van de coalitieovereenkomst afgesloten, waarmee Duitsland pas voor de tweede keer in de geschiedenis een 'grote coalitie' kreeg. Op 22 november werd Merkel door de bondsdag tot kanselier verkozen, als
eerste vrouw in de geschiedenis van Duitsland. Zij volgde Gerhard Schröder op. Het kabinet-Merkel I regeerde tot 27 oktober 2009. De Bondsdagverkiezingen van 2009 vielen voor kanselier Merkel goed uit. Hoewel haar eigen partij iets verloor, won de FDP zo veel zetels dat Merkel een CDU/CSU-FDP-coalitie kon vormen, die zij al in 2005 prefereerde. Het kabinet-Merkel II werd geïnstalleerd op 28 oktober 2009. Als leider van de grootste economie in Europa speelde Merkel een belangrijke rol binnen de Europese Unie bij de bestrijding van de kredietcrisis. In december 2012 werd Merkel met een overweldigende meerderheid herkozen als partijvoorzitter van de CDU. Ze kreeg 97,94 procent van de stemmen, het hoogste stemmenpercentage sinds ze in 2000 partijleider werd. Tijdens het congres noemde Merkel haar regering met de liberale FDP 'de succesvolste regering sinds de Duitse hereniging.' "Wij hebben Duitsland uit de kredietcrisis geleid en Duitsland staat er nu beter voor," verklaarde ze. Op 22 september 2013 nam Merkel namens de CDU/CSU wederom deel aan de Bondsdagverkiezingen. Haar partij behaalde meer dan 41 procent van de stemmen en werd daarmee opnieuw de grootste partij. Haar coalitiepartner FDP verloor echter zodanig, dat de zittende coalitie geen meerderheid behield. Merkel moest daarop, net als in haar eerste termijn als kanselier, weer in zee met de SPD. Eind november 2013 werd er een regeerakkoord bereikt, dat vervolgens op congressen van zowel het CDU als de SPD werd goedgekeurd. Op 17 december 2013 werd het nieuwe kabinet geïnstalleerd en begon Merkel aan haar derde termijn. Ook bij de Bondsdagverkiezingen van 24 september 2017 trok Merkel namens de CDU/CSU de lijst. Haar partij behaalde net geen 33 procent van de stemmen, een verlies van 8 procent maar bleef wel opnieuw de grootste partij. De regeringsonderhandelingen, waar de SPD eerst weigerde terug mee aan tafel te zitten, verliepen erg moeizaam. Uiteindelijk mondden de verschillende pogingen toch uit in een nieuwe GroKo, een Duitse grote coalitie. Pas in februari 2018 werd er een regeerakkoord bereikt, dat vervolgens ter goedkeuring aan de leden van zowel het CDU, de CSU als de SPD werd voorgelegd. Op 14 maart 2018 werd het nieuwe kabinet-Merkel geïnstalleerd en begon Merkel aan haar vierde termijn. De relatie tussen de EU en de Verenigde Staten kreeg op 23 oktober 2013 een deuk toen bleek dat Merkels mobiele telefoon jarenlang is afgetapt door de NSA.[ Binnen de CDU/CSU behoort de protestantse, Oost-Duitse vrouw tot de rechtervleugel van de Union. In februari 2003 steunde zij het Amerikaans-Britse ingrijpen in Irak. Merkel is een tegenstander van Turkse toetreding tot de Europese Unie, maar biedt dat land namens haar partij een geprivilegieerd partnerschap aan. Tijdens het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie, de eerste helft van 2007, verklaarde zij zich voorstander van verdere ontwikkeling van de eerder in referenda gesneuvelde Europese Grondwet. Merkel ontving in 2006 de Orde van Verdienste van de Republiek Italië, het Grootkruis van de Koninklijke Noorse Orde van Verdienste in 2007, in 2008 Grootkruisen van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland en de Peruviaanse Orde van de Zon, het Grootkruis van de Orde van de Infant Dom Henrique in 2009, de Orde van de Stara Planina in 2010, uit handen van president Obama de Presidential Medal of Freedom in 2011 en het Grote Gouden Ereteken van Verdienste voor de Republiek Oostenrijkin 2015. Ze was laureate van de Internationale Karelsprijs Aken in 2008, van de Duitse Mediaprijs in 2009 en van de Freedom Medal in de reeks van de Four Freedoms Award in 2016. Ze werd Doctor honoris causa van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem in 2007, van de Universiteit Leipzig in 2008, van The New School en de Universiteit van Bern in 2009 en van de Babeș-Bolyaiuniversiteit in 2010. De Radboud Universiteit Nijmegen eerde haar in 2013, de Comenius Universiteit Bratislava in 2014, de Universiteit van Szeged in 2015 en de Universiteit van Nanking in 2016. ²Merkel ontving een gezamenlijk eredoctoraat van de UGent en de KU Leuven in 2017. Beide universiteiten waardeerden haar diplomatieke en politieke inspanningen om de politieke
sterkte van Europa uit te bouwen, en de waarden te verdedigen die ons continent toelaten om in verscheidenheid toch eenheid te vinden.[ Vanwege hun innige samenwerking werden Angela Merkel en toenmalig president van Frankrijk Nicolas Sarkozy in 2011 en 2012 in de media als Merkozy aangeduid. Het Amerikaanse tijdschrift Forbes noemde haar enige tijd de invloedrijkste vrouw van de wereld.[5] In 2016 was ze volgens dit blad de machtigste persoon van Europa, de machtigste vrouw ter wereld en na respectievelijk Vladimir Poetin en Donald Trump de machtigste persoon ter wereld.



2163293-0258fa1bd5c1d805b84637eea4ccac8a.JPG

2163293-91a8664df043ebd0747958447335e487.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 08:55 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten