Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

VANDAAG jaren terug 19 mei

19 mei De Trans-Siberische spoorlijn (Russisch: Транссибирская магистраль, Transsibirskaja magistral), kortweg Transsib (Russisch: Транссиб), is de langste spoorlijn ter wereld en de belangrijkste lijn van Rusland. Deze transcontinentale spoorlijn is 9289 kilometer lang en strekt zich uit van Moskou dwars door Siberië naar Vladivostok. De Russische naam is Transsibirskaja magistral, ofwel 'Trans-Siberische hoofdroute'. De bekendste trein die via deze route rijdt is de Rossija. De eerste spoorlijn in Rusland was de privéspoorweg van tsaar Nicolaas I tussen Sint-Petersburg en zijn buitenverblijf in Tsarskoje Selo. In 1851 kwam de spoorlijn tussen Sint-Petersburg en Moskou gereed. Hierop stelde gouverneur-generaal Nikolaj Moeravjov van Siberië voor om een spoorlijn door Siberië te bouwen, deels over Chinees gebied. Dit werd vanwege de slechte politieke verhoudingen met China afgewezen. Ook de volgende dertig jaar werden vele voorstellen door de Russische autoriteiten afgewezen. In 1870 was de eerste spoorlijn door de Oeral aangelegd en toen Vladivostok in 1872 een belangrijke marinehaven werd, was er de noodzaak voor de bouw van een spoorlijn. Tsaar Alexander III stuurde op 17 maart 1891 een bevel aan zijn zoon, de latere Nicolaas II, die op dat moment op reis was in het oosten. Hij moest beginnen met een spoorlijn door Siberië. In 1891 werd met de bouw begonnen in de buurt van Vladivostok. Vanaf 3 december 1898 tot aan de Oktoberrevolutie van 1917reed de Transsiberië Express van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits op dit traject. In 1901 was de lijn zover gevorderd dat treinen via China Vladivostok konden bereiken. Tot 1905 moesten treinen het Baikalmeer per veerboot oversteken. In 1913 kwam een lijn langs het meer gereed. Het laatste deel van de Transsib-lijn (de Amoerspoorweg) kwam in oktober 1916geheel gereed met de bouw van een brug over de Amoer bij Chabarovsk. Sinds 25 december 2002 is de lijn geheel geëlektrificeerd. De bekendste trein is de Rossija (eigennaam voor 'Rusland'), die om de dag van Moskou naar Vladivostok (treinnummer 2) en terug (treinnummer 1) rijdt. De trein doet zeven dagen over de gehele route. De Rossija wordt vaak abusievelijk Trans-Siberië Expres genoemd. Naast de Rossija zijn er nog diverse andere nachttreinen tussen de steden op de route. Ook de nachttreinen naar Peking via de Trans-Mongolische spoorlijn en de Trans-Mantsjoerische spoorlijn maken op een deel van hun route gebruik van de Transsib. Tussen Omsk en Moskou zijn meerdere routes. De hoofdroute is Moskou, Jaroslavl, Kirov, Jekaterinenburg en Omsk. Rond de grote steden maken ook forensentreinen gebruik van de lijn. Andere treinnamen (dienstregeling 1985[1]) zijn: Baikal: Moskou - Irkutsk Yennsei: Moskou - Krasnoyarsk Altay: Moskou - Omsk (via Kazan) Tomich: Moskou - Tayga - zijlijn naar Tomsk (via Kazan) Vanaf Ulan Ude rijden er treinen verder naar Ulan Bator (Mongolië) en Beijing (China). Vanaf Karimskoya rijden er treinen verder naar Harbin en Shenyang in China. Tevens was er in 1985 een regelmatige verbinding naar Pyongyang in Noord-Korea. In 1985 reden er nog veel treinen exclusief voor buitenlanders gecharterd voor de staatsreisbureau Intourist. De Transsib is vooral belangrijk voor goederentreinen. Een groot deel van het vrachtvervoer in Rusland vindt plaats op de Transsib. Voor Siberië is de lijn een echte levensader; veel plaatsen kwamen pas tot ontwikkeling na aanleg van de spoorlijn.
Zowel de infrastructuur als de treinen worden door diverse spoorwegen geëxploiteerd, die echter allemaal onderdeel zijn van Russische staatsspoorwegen RZD. De lijn begint in het Jaroslavski-station in Moskou. Vanaf hier loopt de lijn via Nizjni Novgorod naar Kirov. Sinds 2001 nemen de meeste treinen, waaronder de Rossija, echter een noordelijkere route via Jaroslavl. Vanaf Kotelnitsj, ten westen van Kirov, rijden de treinen pas weer op de echte Transsib. Daarnaast is er nog een zuidelijke route vertrekkend vanaf Kazanskaja-station in Moskou tot Jekaterinenburg via Kazan. Ook tussen Jekaterinenburg en Omsk zijn er twee routes. Na 1777 kilometer, in de Oeral ten noorden van Jekaterinenburg staat een obelisk die de grens tussen Europa en Azië aangeeft. Het station van Jekaterinenburg heet overigens Sverdlovsk, zoals de stad heette ten tijde van de Sovjet-Unie. Hierna wordt het landschap gedurende lange tijd vlak. De lijn passeert Omsk en Novosibirsk. Bij Tajsjet takt de Baikal-Amoerspoorweg (Bajkalo-Amoerskaja Magistral, BAM) af. De BAM is de tweede trans-Siberische spoorlijn die ten noorden van de Transsib naar Sovjetskaja Gavan aan de Russische oostkust loopt. De Transsib bereikt vervolgens Irkoetsk. In het communistische tijdperk was dat de enige stad waar buitenlanders de reis mochten onderbreken. De stad ligt vlak bij het Baikalmeer. De Transsib vervolgt zijn weg langs de zuidkant van dit meer. Voorbij het Baikalmeer takt bij Oelan-Oede de Trans-Mongolische lijn af, die via de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar naar China loopt. Bij Tsjita takt de TransMantsjoerische spoorlijn naar China af, de spoorlijn die de treinen tot 1913 namen om Vladivostok te bereiken. Vanaf hier blijft de Transsib parallel aan de Chinese grens oostwaarts lopen. Op twee plaatsen zijn er nog aftakkingen naar het noorden, die de Transsib met de BAM verbinden. Bij Chabarovsk maakt de lijn een scherpe draai naar het zuiden om de havenstad Vladivostok te bereiken. Vanaf Vladivostok is het mogelijk verder te reizen naar China of Noord-Korea. In 2007 werd bekend dat er vergevorderde plannen waren om de Transsib door te trekken naar Zuid-Korea.



2147670-3c5adad9a87414b9466f95fde82348b2.JPG

2147670-96d8211db10b932e877baf0074855ac4.JPG

2147670-434608ff891fdeefb8d27bc12d05c06f.JPG

2147670-909d819e7bf8e3d3ef6d80682e7a593a.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 10:16 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 19 mei

19 mei Jacqueline Lee Bouvier (Jackie) Kennedy Onassis, bekend onder vele namen, onder andere Jackie Kennedy, Jackie Onassisen Jackie O., (Southampton (New York), 28 juli 1929 – New York, 19 mei 1994) was de Amerikaanse first lady van 1961 tot aan de dood van haar toenmalige echtgenoot, president John F. Kennedy in 1963. Ze zat naast hem in de auto toen hij werd doodgeschoten. Ze hertrouwde in 1968 met Aristoteles Onassis, een Griekse zakenman. Jacqueline Bouvier werd geboren in het Easthampton Hospital in Easthampton, New York. Ze was de oudste dochter van John Vernou Bouvier III (1891-1957) en Janet Norton Lee (1906-1989). Om hun aanzien te verhogen overdreven beide families over hun afkomst. De Bouviers vertelden dat ze afstamden van de koninklijke Fontaines uit Frankrijk en de Lee's zeiden dat ze van de Virginia Lee's afstamden. Jacqueline was voornamelijk van Ierse, Schotse en Engelse afkomst. Haar laatste Franse voorouder aan vaders kant was Michel Bouvier, haar overgrootvader die naar Philadelphia verhuisde. Ze had één zusje: Caroline Lee, die bekendstond als Lee, geboren in 1933. Haar vader, die de bijnaam "Black Jack" had, was een playboy; het feit dat hij altijd achter de vrouwen aanzat, leidde uiteindelijk tot de scheiding met Janet toen Jackie nog een jong meisje was. Tot ze 12 jaar was, verbleef ze elke zomer op het domein Lasata van haar grootouders in East Hampton waar ze leerde paardrijden op haar favoriete paard Danseuse. Nadat haar ouders officieel gescheiden waren in 1942 en haar moeder hertrouwd was, bleef ze paardrijden op de Hammersmith Farm van de Auchincloss familie. Ze hield van lezen, schilderen, gedichten schrijven en had een goede relatie met haar vader. De relatie met haar moeder was vaak afstandelijk. Opleiding en eerste baan[bewerken] 1935-1942 The Chapin School - New York - kleuterschool en lagere school 1942-1944 Holton Arms School - Bethesda, Maryland - lagere school en eerste jaar middelbaar 1944-1947 Miss Porter's School - Farmington, Connecticut - Middelbaar 1947-1949 Vassar College - Poughkeepsie, New York - College 1949-1950 Universiteit van Grenoble en de Sorbonne - Parijs, Frankrijk - uitwisselingsprogramma 1950-1951 George Washington University - Washington, D.C. – behaalt een graad in de Franse literatuur 1954 Georgetown University- Georgetown, Washington D.C. Amerikaanse geschiedenis Toen Jackie op Vassar College zat, werd ze "Debutante van het jaar" in 1947/48. In 1951 had ze haar eerste baan voor de krant Washington Times-Herald. Haar werk bestond erin vragen te stellen aan mensen die ze ontmoette in Washington. De vragen en amusante antwoorden verschenen dan in de krant. Hierdoor leerde ze senator John F. Kennedy kennen. Jacqueline Kennedy op Hammersmith Farm in Newport, Rhode Island op haar trouwdag in 1953.
In december 1951 was Jackie verloofd met de jonge effectenmakelaar John Husted. Jackie pendelde tussen New York en Washington om John te ontmoeten. In New York verbleef ze in het appartement van haar vader, Black Jack Bouvier, die erg gesteld was op John. In maart 1952 werd de verloving echter verbroken, op advies van haar moeder. Zij vond dat Husted die $17000 per jaar verdiende niet rijk genoeg was hoewel zijn familie in hoog aanzien stond, ze vond hem ook onvolwassen. Jackie ontmoette John Kennedy (bijnaam Jack) voor het eerst op het huwelijk van een gemeenschappelijke vriend in 1948. Drie jaar later kwamen ze weer met elkaar in contact in mei 1951 op een etentje bij Charles en Martha Bartlett thuis. Kennedy vergezelde haar naar de auto, maar ontdekte dat Husted haar opwachtte. In de winter van dat jaar zagen ze elkaar op een evenement in Palm Beach, Florida. Nadat de verloving van Jackie verbroken werd hielden de Bartletts een nieuw etentje op 8 mei 1952 waarop de romance tussen Jack en Jackie ontlook. Ze trouwden op 12 september 1953 in Newport, Rhode Island. Haar bruidsjurk en die van de bruidsmeisjes werd ontworpen door Ann Lowe, een bekende modeontwerpster. De receptie werd op Hammersmith Farm gehouden met ruim 2000 gasten. Na de bruiloft keerden ze na een korte huwelijksreis terug naar Washington. In het begin van hun huwelijk ondervond senator Kennedy erg veel hinder van zijn rug door een oorlogsblessure; hij werd twee keer geopereerd. Terwijl hij herstelde van de operatie moedigde Jackie hem aan om een boek te schrijven, Profiles in Courage dat gaat over senatoren die hun carrières riskeerden om te vechten voor zaken waarin ze geloofden. Het boek kreeg de Pulitzer-prijs voor biografie in 1957. Het huwelijk verliep niet probleemloos, deels door Johns gezondheidsproblemen maar evenzeer door zogeheten verhoudingen - beide werden voor het publiek verborgen gehouden. De eerste vijf jaar van hun huwelijk woonden ze in een huis op de N Street in Georgetown, Washington. Jacqueline spendeerde in deze eerste huwelijksjaren veel van haar tijd en geld aan het herinrichten van het huis en het kopen van kleren. In 1956 werd ze voor het eerst zwanger; het zou een meisje worden dat ze Arabella noemden maar ze kreeg een miskraam. Een jaar later zou ze een dochter krijgen, Caroline. Jacqueline was erg gesteld op haar schoonvader, Joseph P. Kennedy die op zijn beurt ook op zijn schoondochter gesteld was. Hij zag dat zij veel PR-potentie had als vrouw van een politicus. Haar relatie met Rose Kennedy was meer afstandelijk. Ze kon het ook goed vinden met haar zwager Bobby. Ze kon echter niet zo goed omgaan met de competitieve en sportieve eigenschap van de Kennedy clan; ze was stiller en meer gereserveerd. Liever bracht ze de tijd alleen met John door dan met de hele familie erbij. De Kennedy zusters noemden haar "de deb" (debutante) en Jackie was er nooit happig op om mee te doen aan de familiale touch-football wedstrijden. Eén keer brak ze haar been in een honkbalwedstrijd met de familie



2147669-2626a504df5226bb8d5ceb011b78fb67.JPG

2147669-9c699984801c38ea761f11bb4b88bbbf.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 10:14 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 18 mei

18 mei De Franse hogesnelheidstrein haalde een snelheid van 553 kilometer per uur.
Het vorige record voor de TGV dateert van mei 1990. Toen haalde de hogesnelheidstrein een snelheid van 515,3 kilometer per uur. Het nieuwe record werd gevestigd ter hoogte van het dorpje Passavant-en-Agonne, op ongeveer 190 kilometer ten oosten van Parijs. Het bericht stond gisteren in de Franse krant Le Parisien, maar de Franse spoorwegen SNCF hebben het nog niet bevestigd.
De nieuwe rechtstreekse lijn tussen Parijs en Straatsburg wordt als alles volgens plan loopt op 10 juni geopend. De rit tussen de twee steden zal in totaal 140 minuten beslaan.
Het nieuwe record werd gehaald met een speciaal uitgeruste trein, die was samengesteld uit twee locomotieven en drie rijstellen.
De commerciële snelheid van de TGV ligt trouwens een stuk lager dan die recordsnelheden. De TGV spoort momenteel door Frankrijk met topsnelheden van 300 tot 320 kilometer per uur. De Fransen hebben wel plannen om die commerciële snelheid geleidelijk op te trekken naar 360 kilometer per uur om de luchtvaartmaatschappijen nog meer de duvel aan te doen. De snelste gemiddelde snelheid tussen twee stations werd in 2005 opgetekend. De TGV legde toen het traject tussen Lyon en Aix-en-Provence af met een snelheid van 263,3 kilometer per uur.
De TGV is daarmee de snelste conventionele trein. De Japanse magneetzweeftrein Maglev speelt nog in een andere categorie. Die trein haalde in Japan op 2 december 2003 een snelheid van 581 kilometer per uur. Met zo'n magneetzweeftrein gebeurde in september vorig jaar een zwaar ongeluk in Duitsland.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:02 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 18 mei

18 mei Jacqueline Cochran (11 mei 1906 - 9 augustus 1980) was een pionier op het gebied van de Amerikaanse luchtvaart en een van de meest prominente racepiloten van haar generatie. Ze leverde een belangrijke bijdrage aan de vorming van hetvrouwenhulpkorps voor oorlog in oorlogstijd (WAAC) en piloten voor vrouwelijke luchtmacht (WASP). Jacqueline Cochran, geboren Bessie Lee Pittman, in Pensacola , (sommige bronnen wijzen erop dat ze in DeFuniak Springs was geboren) ]in de Florida Panhandle , was de jongste van de vijf kinderen van Mary (Grant) en Ira Pittman, een deskundige millwright die van stad naar stad verhuisde zaagmolens aan het opzetten en herwerken. Hoewel haar familie niet rijk was, was de kinderjaren van Cochran in het kleine Florida vergelijkbaar met die in andere families van die tijd en plaats. In tegenstelling tot sommige verhalen, was er altijd eten op tafel en werd ze niet geadopteerd, zoals ze vaak beweerde. Rond 1920 (ze zou 13 of 14 jaar oud zijn geweest) trouwde Bessie met Robert Cochran en kreeg een zoon, Robert, die op 5- jarige leeftijd in 1925 stierf. Na het einde van het huwelijk behield Bessie de naam Cochran en begon Jacqueline of 'Jackie' als haar voornaam te gebruiken.Cochran werd toen een kapper en kreeg een baan in Pensacola, uiteindelijk slingerend in New York City. Daar gebruikte ze haar uiterlijk en persoonlijkheid om een baan te krijgen in een prestigieuze salon aan Saks Fifth Avenue. Hoewel Cochran haar familie en haar verleden ontkende, bleef ze in contact met hen en voorzag ze in de loop der jaren. Sommige van haar familie verhuisden zelfs naar haar ranch in Californië nadat ze hertrouwd was. Ze kregen echter de opdracht om altijd te zeggen dat ze haar geadopteerde familie waren. Cochran wilde blijkbaar de vroege hoofdstukken van haar leven verbergen voor het publiek en was succesvol tot na haar dood. Pas later ontmoette Cochran Floyd Bostwick Odlum , oprichter van Atlas Corp. en CEO van RKO in Hollywood . Veertien jaar ouder dan zij, stond hij bekend als een van de 10 rijkste mannen ter wereld. Odlum raakte gecharmeerd van Cochran en bood aan haar te helpen bij het opzetten van een cosmeticabedrijf. Nadat een vriend haar een rit in een vliegtuig had aangeboden, begon Cochran begin jaren 30 vlieglessen te nemen op het vliegveld Long Island, Long Island en leerde hij in slechts drie weken een vliegtuig te besturen. Ze soleerde vervolgens en binnen twee jaar verkreeg ze haar commerciële vliegbrevet. Odlum, met wie ze in 1936 na zijn scheiding trouwde, was een slimme financier en slimme marketeer die de waarde van publiciteit voor haar bedrijf inzag. Ze noemde haar lijn van cosmetica Wings to Beauty , en vloog met haar eigen vliegtuig door het land om haar producten te promoten. Jaren later gebruikte Odlum zijn Hollywood-verbindingen om Marilyn Monroe haar lijn lippenstift te laten bevestigen. Bekend door haar vrienden als "Jackie", en met behoud van de naam Cochran, was ze een van de drie vrouwen die deelnam aan de MacRobertson Air Race in 1934. In 1937 was ze de enige vrouw die meedeed aan de Bendix-race en werkte met Amelia Earhartom de race naar vrouwen te openen. Dat jaar stelde ze ook een nieuw nationaal snelheidsrecord voor vrouwen. In 1938 werd ze beschouwd als de beste vrouwelijke piloot in de Verenigde Staten. Ze had de Bendix gewonnen en een nieuw transcontinentaal snelheidsrecord en hoogterecords neergezet. Cochran was de eerste vrouw die een bommenwerper over de Atlantische Oceaan vloog. Ze won vijf Harmon-trofeeën . Ook wel de "Speed Queen" genoemd, op het moment van haar dood, heeft geen enkele piloot meer snelheids-, afstands- of hoogtemeldingen in de luchtvaartgeschiedenis bijgehouden dan Cochran. Voordat de Verenigde Staten zich bij de Tweede Wereldoorlog aansloten, maakte Cochran deel uit van "Wings for Britain", een organisatie die Amerikaanse vliegtuigen naar Groot
Brittannië heeft overgebracht en de eerste vrouw is die een bommenwerper (een Lockheed Hudson V ) over de Atlantische Oceaan vliegt. In Groot-Brittannië bood zij haar diensten aan aan de Royal Air Force .Gedurende een aantal maanden werkte ze voor de British Air Transport Auxiliary (ATA), werven gekwalificeerde vrouwelijke piloten in de Verenigde Staten en bracht hen naar Engeland waar ze zich bij de ATA voegden. Cochran bereikte de rang van Flight Captain in de ATA. In september 1939 schreef Cochran aan Eleanor Roosevelt om het voorstel in te dienen om een divisie voor damesvliegtuigen te starten in de Army Air Forces. Ze was van mening dat gekwalificeerde vrouwelijke piloten al het huishoudelijke, niet-militaire luchtvaartwerk konden doen dat nodig was om meer mannelijke piloten vrij te laten voor gevechten. Ze stelde zich voor dat ze de leiding had over deze vrouwen, met dezelfde status als kolonel Oveta Culp Hobby , die toen de directeur was van het hulpkorps voor vrouwen van het leger (WAAC). (De WAAC kreeg op 1 juli 1943 de volledige militaire status, waardoor ze deel werden van het leger. Tegelijkertijd werd de eenheid omgedoopt tot Women's Army Corps (WAC).) Datzelfde jaar schreef Cochran een brief aan luitenant-kolonel Robert Olds , die op dat moment hielp bij het organiseren van het Air Corps Ferrying Command voor het luchtkorps. (Ferrying Command was oorspronkelijk een koeriers- / vliegtuigdienst, maar evolueerde naar de luchttransportafdeling van de Army Air Forces (VSAF) van de Verenigde Staten als het luchtvervoerscommando ). In de brief suggereerde Cochran dat vrouwelijke piloten worden ingezet om non-combat missies te vliegen voor het nieuwe commando. Begin 1941 vroeg Olds aan Cochran om uit te zoeken hoeveel vrouwelijke piloten er in de Verenigde Staten waren, wat hun vlieguren waren, hun vaardigheden, hun interesse om naar het land te vliegen en persoonlijke informatie over hen. Ze gebruikte gegevens van de Civil Aeronautics Administration om de gegevens te verzamelen. Ondanks piloottekorten was luitenant-generaal Henry H. 'Hap' Arnold de persoon die overtuigd moest worden dat vrouwelijke piloten de oplossing waren voor zijn personeelsproblemen. Arnold, hoofd van het luchtkorps, ging door als commandantgeneraal van de luchtmacht van het leger bij de oprichting in juni 1941. Hij wist dat vrouwen met succes in de ATA in Engeland werden gebruikt, dus stelde Arnold voor dat Cochran een groep gekwalificeerde vrouwelijke piloten zou meenemen naar kijk hoe het met de Britten ging. Hij beloofde haar dat er geen beslissingen zouden worden genomen over vrouwen die naar de USAAF vlogen, totdat ze terugkeerde. Toen Arnold Cochran vroeg om naar Groot-Brittannië te gaan om de ATA te bestuderen, vroeg Cochran 76 van de meest gekwalificeerde vrouwelijke piloten - geïdentificeerd tijdens het onderzoek dat ze eerder had gedaan voor Olds - om mee te gaan naar de ATA. De kwalificaties voor deze vrouwen waren hoog: ten minste 300 uur vliegtijd, maar de meeste vrouwelijke piloten hadden meer dan 1.000 uur. Degenen die in Canada aankwamen, ontdekten dat de uitspoelingsgraad ook hoog was. Een totaal van 25 vrouwen slaagden voor de tests en twee maanden later in maart 1942 gingen ze met Cochran naar Groot-Brittannië om zich bij de ATA aan te sluiten. Terwijl Cochran in september 1942 in Engeland was, keurde generaal Arnold de oprichting van het Women's Auxiliary Ferrying Squadron (WAFS) goed onder leiding van Nancy Harkness Love . De WAFS begon op New Castle Air Base in Wilmington, Delaware, met een groep vrouwelijke piloten wiens doel het was militaire vliegtuigen te vervoeren. Toen hij over de WAFS hoorde, keerde Cochran onmiddellijk terug uit Engeland. Cochran's ervaring in Groot-Brittannië met de ATA overtuigde haar ervan dat vrouwelijke piloten getraind konden worden om veel meer te doen dan veerdiensten. Arnold lobbyde voor
uitgebreide vliegmogelijkheden voor vrouwelijke piloten en bekrachtigde de oprichting van het Women's Flying Training Detachment (WFTD) onder leiding van Cochran. In augustus 1943 fuseerden de WAFS en de WFTD tot de Women Airforce Service Pilots (WASP) met Cochran als regisseur en Nancy Love als hoofd van de divisie ferrying. Als directeur van de WASP begeleidde Cochran de training van honderden vrouwelijke piloten op het voormalige Avenger Field in Sweetwater, Texas van augustus 1943 tot december 1944. Voor haar dienst in de oorlog ontving zij de Distinguished Service Medal (DSM) in 1945. Haar prijs van de DSM werd aangekondigd in een persbericht van het Ministerie van Oorlog gedateerd op 1 maart 1945, waarin stond dat Cochran de eerste vrouwelijke burger was die de DSM ontving. was toen de hoogste non-combat award die werd uitgereikt door de regering van de Verenigde Staten. (In werkelijkheid ontvingen enkele burgervrouwen de DSM echter voor de dienst tijdens de Eerste Wereldoorlog, waaronder Hannah J. Patterson en Anna Howard Shaw van de Raad voor Nationale Defensie , Evangeline Booth van het Leger des Heils en Mary V Andress en Jane A. Delano van het Amerikaanse Rode Kruis .) Aan het einde van de oorlog werd Cochran ingehuurd door een tijdschrift om verslag uit te brengen over wereldwijde naoorlogse gebeurtenissen. In deze rol was ze getuige van de overgave van de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita op de Filippijnen en was toen de eerste niet-Japanse vrouw die Japan na de oorlog binnenging (nodig citaat ) en deelnam aan de processen in Neurenberg in Duitsland. Op 9 september 1948 voegde Cochran zich bij de US Air Force Reserve als luitenantkolonel . Ze werd gepromoveerd tot kolonel in 1969 en ging met pensioen in 1970. ] Ze was, waarschijnlijk, de eerste vrouwelijke piloot in de luchtmacht van de Verenigde Staten. [ nodig citaat ] Tijdens haar carrière in het Reserve van de Luchtmacht, ontving zij drie toekenning van het Distinguished Flying Cross voor diverse verwezenlijkingen vanaf 1947 tot 1964. Na de oorlog begon Cochran met het vliegen met het nieuwe straalvliegtuig en ging door met het instellen van een groot aantal records; meest opvallende, ze werd de eerste vrouwelijke piloot die " supersonisch " ging. In 1952 besloot Cochran, toen 47 jaar oud, om het wereldrecord snelheid voor vrouwen uit te dagen, dat toen in handen was van Jacqueline Auriol . Ze probeerde een F-86 van de Amerikaanse luchtmacht te lenen, maar werd geweigerd. Ze werd voorgesteld aan een Air Vice-Marshal van de RCAF die, met toestemming van de Canadese minister van Defensie, ervoor zorgde dat ze 19200 leende, de enige Saber 3. Canadair stuurde een 16koppig supportteam naar Californië voor de poging. Op 18 mei 1953 stelde mevr. Cochran een nieuw snelheidsrecord van 100 km op 1.050.15 km / h (652.5 mph). Later op 3 juni plaatste ze een nieuw gesloten circuitrecord van 15 km van 1078 km / h (670 mph). Aangemoedigd door de toenmalige majoor Chuck Yeager , met wie Cochran een levenslange vriendschap had, vloog op 18 mei 1953 in Rogers Dry Lake, Californië, Cochran met de Sabre 3 met een gemiddelde snelheid van 652.337 mph. In de loop van deze run werd de Sabre supersonisch en Cochran werd de eerste vrouw die de geluidsbarrière doorbrak. Tussen haar vele prestaties in de geschiedenis, van augustus tot oktober 1961, stelde Cochran als consultant van Northrop Corporation een reeks snelheids-, afstands- en hoogterecords vast tijdens het vliegen met een Northrop T-38A-30-NO Talon supersonische trainer, serienummer 60-0551 . Op de laatste dag van de recordserie stelde
ze twee wereldrecords van de Fédération Aéronautique Internationale (FAI) vast, waarbij ze de T-38 nam naar hoogten van 55.252.625 voet (16.841 meter) in horizontale vlucht en een piekhoogte van 56.072.835 voet (17.091 meter) bereikte . Cochran was ook de eerste vrouw die landde en vertrok van een vliegdekschip , de eerste vrouw die een bommenwerper over de Noord-Atlantische Oceaan (in 1941) piloot en later een straalvliegtuig op een transatlantische vlucht vloog, de eerste piloot die een blinde maakte (instrument) landing , de enige vrouw die ooit president werd van de Fédération Aéronautique Internationale (1958-1961), de eerste vrouw die een vliegtuig met vaste vleugels vloog over de Atlantische Oceaan, de eerste piloot die boven 20.000 voet (6,096 meter) vloog ) met een zuurstofmasker en de eerste vrouw die deelneemt aan de Bendix Transcontinental Race. Ze houdt nog steeds meer afstands- en snelheidsrecords bij dan elke piloot die levend of dood is, man of vrouw. Vanwege haar interesse in alle vormen van luchtvaart vloog Cochran in de vroege jaren zestig met de Goodyear Blimp Captain RW Crosier in Akron, Ohio. In de jaren zestig was Cochran een sponsor van het Mercury 13- programma, een vroege poging om het vermogen van vrouwen om astronauten te zijn te testen. Dertien vrouwelijke piloten hebben dezelfde voorlopige tests doorstaan als de mannelijke astronauten van het Mercury-programma voordat het programma werd geannuleerd. Het was nooit een NASA- initiatief, hoewel het werd geleid door twee leden van de NASA Life Sciences Committee, waarvan één, William Randolph Lovelace II , een goede vriend was van Cochran en haar man. Hoewel Cochran aanvankelijk het programma ondersteunde, was zij later verantwoordelijk voor het uitstellen van verdere testfasen, en brieven van haar aan leden van de Marine en de NASA die hun bezorgdheid uitten over de vraag of het programma correct zou worden uitgevoerd en in overeenstemming met NASA-doelen kan aanzienlijk hebben bijgedragen tot de uiteindelijke annulering van het programma. Het is algemeen aanvaard dat Cochran zich tegen het programma keerde uit bezorgdheid dat zij niet langer de meest prominente vrouwelijke vlieger zou zijn. Op 17 en 18 juli 1962 organiseerde afgevaardigde Victor Anfuso ( R - NY ) openbare hoorzittingen voor een speciale subcommissie van de House Committee on Science and Astronautics [39] om te bepalen of de uitsluiting van vrouwen uit het astronautprogramma discriminerend was, tijdens waarop John Glenn en Scott Carpenter hebben getuigd tegen toelating van vrouwen tot het astronautenprogramma. Cochran zelf debatteerde tegen het brengen van vrouwen in het ruimteprogramma, zeggend dat de tijd van de essentie was, en het vooruitgaan zoals gepland was de enige manier om de Sovjets in de Ruimterace te slaan. (Geen van de vrouwen die de tests hadden gehaald, waren militaire straalvliegers en evenmin hadden ze ingenieursdiploma's, wat de twee fundamentele ervaringskwalificaties waren voor potentiële astronauten.Vrouwen mochten op dat moment geen militaire jet-testpiloten zijn. ze hadden echter allemaal meer vliegervaring dan de mannelijke astronauten.) "De NASA vereiste dat alle astronauten afgestudeerden zijn van militaire jagerproefrouteprogramma's en ingenieursdiploma's hadden. In 1962 konden geen enkele vrouw aan deze vereisten voldoen." Dit beëindigde het Mercury 13programma. Veelbetekenend is dat de hoorzittingen twee jaar voordat de Civil Rights Act van 1964 dit illegaal maakte, de mogelijkheid van discriminatie op grond van geslacht hebbenonderzocht, waardoor deze hoorzittingen een signaal vormden van hoe ideeën over vrouwenrechten doordrongen waren van het politieke discours nog voor ze in de wet waren verankerd.
Cochran en Chuck Yeager worden door president Dwight Eisenhower gepresenteerd met de Harmon International Trophies Een levenslange republikein, Cochran, zou als gevolg van haar betrokkenheid bij de politiek en het leger goede vrienden worden met generaal Dwight Eisenhower . In het begin van 1952 hielpen zij en haar man een grote bijeenkomst bij Madison Square Garden in New York, ter ondersteuning van een presidentiële kandidatuur van Eisenhower. De rally werd gedocumenteerd op film en Cochran vloog hem persoonlijk naar Frankrijk voor een speciale vertoning op het hoofdkantoor van Eisenhower. Haar inspanningen bewezen een belangrijke factor in het overtuigen van Eisenhower om voor President van de Verenigde Staten in 1952 te lopen en zij zou een belangrijke rol spelen in zijn succesvolle campagne. Goede vrienden daarna, Eisenhower bezocht haar en haar man vaak op hun ranch in Californië en schreef zijn memoires daar na zijn vertrek. Politiek ambitieus, Cochran liep voor het Congres in 1956 uit het 29e Congressional District van Californië als de kandidaat van de Republikeinse Partij . Haar naam verscheen gedurende de hele campagne en op de stemming als Jacqueline Cochran-Odlum. Hoewel ze een veld van vijf mannelijke tegenstanders versloeg om de Republikeinse nominatie te winnen, verloor ze bij de algemene verkiezingen een nauwe verkiezing voor de Democratische kandidaat en het eerste Aziatisch-Amerikaanse congreslid Dalip Singh Saund . Saund won met 54.989 stemmen (51.5%) voor Cochran's 51.690 stemmen (48,5%). Haar politieke tegenslag was een van de weinige mislukkingen die ze ooit had meegemaakt en ze heeft nooit een nieuwe poging gedaan. Degenen die Cochran kenden, zeiden dat het verlies haar de rest van haar leven hinderde Cochran staat op de vleugel van haar F-86 en praat met Chuck Yeager en Canadair's hoofdtestpiloot Bill Longhurst Cochran stierf op 9 augustus 1980 in haar huis in Indio, Californië, dat ze met haar man deelde. Ze was een lange tijd resident van de Coachella Valley en ligt begraven op de Coachella Valley Public Cemetery. Ze maakte regelmatig gebruik van Thermal Airport in de loop van haar lange carrière in de luchtvaart. De luchthaven, die de naam Desert Resorts Regional had gekregen, werd ter ere opnieuw benoemd tot Jacqueline Cochran Regional Airport . Cochran's luchtvaartprestaties hebben nooit de aanhoudende aandacht van de media gekregen, die van Amelia Earhart, maar dat kan gedeeltelijk worden toegeschreven aan de fascinatie van het publiek voor degenen die jong sterven op het hoogtepunt van hun carrière. Ook verminderde Cochran's gebruik van de enorme rijkdom van haar echtgenoot de vodden-tot-rijkdom-aard van haar verhaal. Desalniettemin verdient ze een plaats in de gelederen van beroemde vrouwen in de geschiedenis als een van de beste vliegeniers ooit, en een vrouw die haar invloed vaak heeft gebruikt om de zaak van vrouwen in de luchtvaart te bevorderen. Ondanks haar gebrek aan formele scholing, had Cochran een snelle geest en een affiniteit met het bedrijfsleven en haar investering in de cosmetica was lucratief. Later, in 1951, stemde de Kamer van Koophandel in Boston haar als een van de 25 vooraanstaande zakenvrouwen in Amerika. In 1953 en 1954 noemde de Associated Press haar "Woman of the Year in Business".
Gezegend door roem en rijkdom schonk Cochran veel tijd en geld aan liefdadigheidswerken, vooral aan mensen met verarmde achtergronden zoals die van haar.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:00 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 17 mei

17 mei Donna Summer, pseudoniem van LaDonna Adrian Gaines ( Boston, 31 december 1948 – Key West, 17 mei 2012), was een Amerikaans zangeres, songwriter en artieste. Ze was het bekendst van haar discohits uit de jaren 70, die haar de bijnaam "koningin van de disco" opleverden. Als een van de weinige discosterren slaagde ze er ook in om later met andere genres, zoals de r&b, hits te blijven scoren. Summer groeide op in een gezin van zeven kinderen met vrome, christelijke ouders. Ze werd beïnvloed door de Amerikaanse gospelzangeres Mahalia Jackson en zong in haar jeugd in de kerk. Naar eigen zeggen had ze tijdens haar eerste solo een goddelijke openbaring, waarin haar te verstaan werd gegeven haar stem te gebruiken om een ster te worden. Als tiener formeerde ze kleine zanggroepjes, met onder anderen haar zus en een nicht. Gezamenlijk imiteerden ze muziekgroepen als The Supremes en Martha & The Vandellas. Aan het eind van de jaren 60 werd ze beïnvloed door Janis Joplin. Ze staakte haar opleiding en werd leadzanger van een psychedelische-rockgroep, Crow. In 1968 deed ze auditie voor de rol van Sheila in de Broadwaymusical Hair. Ze kreeg de rol niet, maar toen de musical naar Europa ging werd deze haar alsnog aangeboden. Zo vertrok ze naar Duitsland, waar ze tijdens een langdurig verblijf onder meer meezong in de musicals Godspell en Show Boat en zich aansloot bij de Weense Volksopera (de Volksoper Wien). Nadat ze in München was gaan wonen, trouwde Gaines met de Oostenrijkse acteur Helmuth Sommer en nam daarna haar artiestennaam Donna Summer aan, een verengelsing van het Duitse woord Sommer (zomer). In 1971 kwam ze in Nederland met haar eerste solosingle Sally Go Round the Roses, maar haar eerste grote internationale hit scoorde ze in 1974 met The Hostage. Summer tekende daarvoor een albumcontract in Nederland en bleef daarna een graag geziene gast bij AVRO's Toppop. Lady of the Night is de titel van het album uit 1974, met daarop de internationale hit The Hostage en de vooral in Nederland succesvolle single Lady of the Night(eigenlijk een Engelstalige smartlap over een prostituee/escortmeisje). Met deze laatste single brak Donna Summer in Nederland in 1974 door. Het was haar eerste doorbraak als soloartieste, dankzij optredens met de singles Lady of the Night en The Hostage in de in die jaren satirische en vaak controversiële televisieshow Van Oekel's Discohoekvan Dolf Brouwers alias Sjef van Oekel. Bovendien werd Nederland in die tijd als belangrijk trendsettend land gezien voor de popmuziek. Nederland was min of meer de bakermat van haar succes. Haar eerste album werd echter een matig succes. Donna Summer bracht de volgende jaren veel singles uit. In 1975 werd in veel landen Love To Love You Baby uitgebracht. Het nummer sloeg in als een bom. Het orgastische gekreun dat de zangeres in dit nummer ten gehore bracht, was een tijd lang het gesprek van de dag. Het nummer schoot in veel landen naar de eerste plaats in de hitlijsten. In de VS werd het nummer eerst niet uitgebracht, maar wel door enkele radiozenders gedraaid als import uit Europa. Uiteindelijk werd het ook in de Verenigde Staten uitgebracht en ook daar een grote hit. Een aantal radiozenders boycotte de single echter wegens de obscene geluiden. Maar haar naam werd wel gevestigd. Op dezelfde leest als Love to love you baby waren de nummers Could it be magic (1976) en Down deep inside (1977) geschoeid. Het laatste was de titelsong uit de film The Deep met in de
hoofdrollen onder anderen Nick Nolte, geproduceerd door John Barry (die ook onder andere James Bond produceerde). In de jaren daarna bracht Summer meerdere singles uit, die allemaal grote hits werden. Er werd in die periode gezegd dat "alles wat Donna Summer aanraakt, verandert in goud". Ze kreeg in 1975-1976 de officiële titel The Queen of Disco en de officieuze titel The First Lady of Love, de laatste mede vanwege haar vele min of meer erotisch getinte liefdesliedjes in die periode. Ze was een van de weinige discoartiesten die ook veel aandacht aan elpees besteedt. Een greep uit de vele singles die ze uitbracht: Spring Affair en Winter Melody (1976) I Love You I Feel Love en I Remember Yesterday (1977) Heaven Knows MacArthur Park (een discocover van de hit van Richard Harris) Last Dance (1978, uit de discofilm Thank God It's Friday) Hot Stuff, Bad Girls en No More Tears (Enough is Enough) (1979) No more tears (Enough is enough) was een duet samen met Barbra Streisand. Het werd een wereldhit en de eerste platina maxisingle in de Verenigde Staten. Bekend is dat beide diva's zo onder de indruk van de ander waren, dat ze (ondanks eerdere pogingen) het nummer apart hebben ingezongen. De langzame intro is zelfs door de songwriters voor Streisand geschreven, omdat disco toch meer Summer op het lijf geschreven was. Summer heeft in 1978-1979 vier nummer 1-hits op rij weten te scoren in de Billboard Hot 100. Dat was toen een unicum en voor zover bekend is dat nadien door geen enkele andere artiest geëvenaard. Daarna volgde nog eind 1979 de grote hit On the Radio, waarna Summer compleet instortte. De enorme druk van haar grote successen was ondraaglijk geworden en ze kreeg psychische en gezondheidsklachten. Ze keerde terug tot het geloof (christendom) en krabbelde begin jaren 80 weer uit haar diepe dal omhoog. Summer sloeg na dit herstel begin jaren 80 een geheel andere weg in, zowel persoonlijk als artistiek. Dit wellicht omdat ze meer het eigen heft in handen nam wat haar imago en muzikale richting betrof. Dat is ook duidelijk terug te vinden in haar nummers. Er stonden vanaf toen regelmatig nummers op haar albums met invloeden van de gospel. Regelmatig benadrukte ze dat ze haar inspiratie putte uit haar geloof en God. Er ontstond een gerucht[1] dat Summer zich tegen homoseksuelen had uitgelaten, wat nooit echt is bewezen en zelfs publiekelijk door haar is ontkend. Toch blijft dit gerucht regelmatig de kop opsteken. Vermeld dient hier wel te worden dat zij daarna mee heeft gedaan aan vele benefietoptredens en donaties voor homoseksuelen. Haar carrière leefde vervolgens weer wat op, maar zakte midden jaren 80 weer in. Summer was nog steeds verbonden als The Queen of Disco met haar glorieuze discoperiode en kon zich na het einde van de discohype moeilijk daarvan lostrekken. Of waren het haar bewonderaars die Summer als discokoningin bleven zien? Wel is zij de enige superster die de discoperiode blijvend heeft nagelaten. Het nieuwe album The Wanderer in 1980 was een matig succes, en het volgende album, I'm a Rainbow, werd niet uitgebracht in 1981, maar pas in 1996. De reden is dat David Geffen van Geffen Records de plaat niet goed genoeg vond, en hierna Summer combineerde met Quincy Jones. Het was de bedoeling van de producenten dat dat haar
hoogtepunt zou gaan worden in haar carrière. Verder eindigde in die tijd de langdurige samenwerking met Giorgio Moroder en Pete Belotte. Het album dat in 1982 uitkwam heet Donna Summer. Met het nummer State of independence (oorspronkelijk van Vangelis en Jon Anderson) scoorde ze in 1982 een nummer 1-hit in de Top 40. In de Nationale Hitparade kwam het tot de derde plaats. Grote namen die in het achtergrondkoor zitten, zijn onder anderen Michael Jackson, Lionel Richie, Dionne Warwick, Quincy Jones, Stevie Wonder, Christopher Cross en Brenda Russell. Het album verkocht uiteindelijk goed, maar zou niet haar bestverkochte album worden; dat is nog steeds het album Bad Girls uit 1979. Verdere hits van het album uit 1982 zijn Love Is In Control (Finger on the Trigger) en The Woman in Me. In 1983 scoorde ze nog een hit met She Works Hard for the Money. De overige singles uit 1982 en 1983 scoorden nog redelijk. Het album uit 1984 (Cats Without Claws), met onder andere de matig scorende hit Supernatural Love en There Goes My Baby, scoorde ook als album redelijk. Wel kreeg ze een Grammy voor het gospelnummer Forgive Me. Het volgende album uit 1987 (All Systems Go) scoorde zelfs matig, evenals de twee singles daarvan (All Systems Go en Dinner with Gershwin). Steeds meer nam het succes af, tot ze eind jaren 80 ging samenwerken met Stock, Aitken & Waterman. Van dit album komen de grote hits I Don't Wanna Get Hurt, Love's About To Change My Heart en This Time (I Know It's For Real). Het was de bedoeling dat Summer nog een tweede album met Stock, Aitken & Waterman zou opnemen, maar doordat de contracten tussen Summer en SAW niet rondkwamen is dit er niet van gekomen. SAW hadden al wel Happenin' All Over Again geschreven wat de eerste single van het nieuwe album had moeten worden. Toen de plannen met Summer niet doorgingen, werd het nummer aan Lonnie Gordon gegeven die er een grote hit mee had. Halverwege de jaren 90 scoorde Summer een grote hit met een remix van I Feel Love, de rest van de in de jaren 90 uitgebrachte singles verkochten aanzienlijk minder. Een aantal titels daarvan zijn Work that Magic (1991), Melody of Love (Wanna be Loved) (1994), clubremixen van The State of Independence (1996), Carry On en I Will Go With You (1999) en voor de film Pokémon het nummer The Power of One (2001). Ook zong ze voor de Disneyfilm De Klokkenluider van de Notre Dame, uit 1996, de soundtrack Someday en een duet met Liza Minnelli, Does He Love You. De meeste van deze nummers scoorden wereldwijd echter wel hoog in de dancehitlijsten. Met de single Carry On(een hernieuwde samenwerking met Giorgio Moroder) won ze de eerste Grammy in de categorie Dance. In 1994 kwam er een compleet kerstalbum uit, getiteld Christmas Spirit. Dit album oogstte veel gunstige recensies, de verkopen echter waren ook hier niet erg hoog. Verder volgden in de jaren 90 onder meer nog optredens bij Oprah Winfrey en op de Divas III-concerten. Rond de eeuwwisseling bracht ze een cd/dvd uit onder de titel Live & More Encore van een concertregistratie in New York, waarop ze ook een paar nieuwe nummers ten gehore bracht. Verder schilderde ze al vanaf de jaren 80. Hiermee trad ze in de 21e eeuw steeds meer naar buiten. Ook schreef ze begin 21e eeuw nog een boek over haar eigen leven en volgde er een daarop gebaseerde musical, getiteld Ordinary Girl. In de jaren daarna toerde zij nog regelmatig door Amerika en was ze in Europa te zien op Night of the Promsconcerten.
Op 20 mei 2008 verscheen, na een stilte van 17 jaar, weer een compleet nieuw studioalbum, getiteld Crayons. Met drie nummers, I'm A Fire, Fame (The Game) en Stamp Your Feet, haalde ze wederom de nummer 1-positie, ditmaal in Billboards Hot Dance Club Songs. Ze trad op in verschillende programma's. In 2009 maakte ze een grote concerttournee door Amerika met haar nieuwe album en deed ze ook Europa aan (Parijs, Berlijn, Lokeren). Eind 2009 trad ze op bij de uitreikingsceremonie van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo. In augustus 2010 verscheen op iTunes haar nieuwste single, To Paris With Love. Deze single werd eind oktober 2010 nummer 1 in Billboards Hot Dance Club Songs. Hoewel ze bij leven al diverse keren voorgedragen was voor de "Rock and Roll Hall of Fame", zou ze uiteindelijk pas in 2013 (postuum) opgenomen worden. Na een lang gevecht tegen longkanker, die ze beweerde te hebben opgelopen door het inhaleren van giftige deeltjes tijdens de aanslagen op 11 september 2001, overleed Donna Summer op 17 mei 2012 op 63-jarige leeftijd. Ze liet haar man, hun twee dochters, een dochter uit een eerder huwelijk en vier kleinkinderen achter. In Summers carrière kunnen drie fasen worden onderscheiden. In de jaren 70 was zij de sensuele en aantrekkelijke, wat wilde jonge zangeres die veel meisjes tot voorbeeld diende en ook door veel jongens als aantrekkelijke vrouw werd gezien. Het succes werd haar te veel (overigens waardeerde zij het zelf helemaal niet dat ze in die periode min of meer wordt afgeschilderd als seksbom, vooral naar aanleiding van nummers als I Love to Love You Baby, Try Me, I Know We Can Make It, I Feel Love, Deep Down Deep Inside en Hot Stuff). De combinatie van haar sensuele verschijning, haar stem met een hoog en breed bereik en de samenwerking met producenten Pete Bellotte en Giorgio Moroder zorgt voor de rest. Ze werd een ster, een idool. Haar samenwerking met Giorgio Moroder en Pete Bellotte heeft in hoge mate bijgedragen aan de doorbraak van zowel de disco als de latere techno. Met name het nummer I Feel Love (1977) was zijn tijd ver vooruit. Elk nummer op dat betreffende album, I Remember Yesterday, belichaamde de muziekstijl van een decennium uit de 20e eeuw. I Feel Love was het laatste nummer van dit album en moest de jaren 90 belichamen. Achteraf gezien heeft het grote invloed gehad op enkele muziekstijlen uit de jaren 90, met name de techno en house. Het latere album The Wanderer, uit 1980, is samen met het album Bad Girls uit 1979 van invloed geweest op de muziekstijlen van andere grote namen later in de jaren 80, zoals David Bowie, Billy Idol, Whitney Houston, Cyndi Lauper en Madonna. Na de discoperiode, Summers grootste tijd, werden veel van haar liedjes minder onstuimig, deels in de geest van de tijdsperiode van de jaren 80, deels waarschijnlijk vanwege haar eigen rustigere levensfase. Ze bleef wel nog steeds haar eigen liedjes schrijven en verdiende miljoenen aan royalty's van haar oude hits. Haar laatste albums en singles verkopen nog steeds redelijk tot goed. In de jaren 90 scoorde zij echter vrijwel geen grote hits meer. Wel was ze met nieuwe singles in de dancehitlijsten nog steeds succesvol. Grote aantallen worden er echter niet meer verkocht van haar nieuwe album(s) en de verschillende nieuwe singles. Veel van haar nieuwe singles bevatten een groot aantal verschillende remixen van hetzelfde nummer. In 2008, 14 jaar na haar laatste nieuwe album uit 1994, verscheen er weer een
nieuw album, Crayons, waarmee zij een hitrecord vestigde (drie nummers van dit album krijgen een nummer 1-notering in Billboards dancehitlijst) over een periode van meer dan 40 jaar. Met dit laatste album leek ze door te gaan op haar muzikale weg. Ze schreef haar nummers nog steeds grotendeels zelf, in plaats van te rusten of alleen nog maar klassiekers op te nemen. Ze bleek nog steeds grote waardering te krijgen voor haar zang- en schrijftalenten en mocht zich scharen onder de beste vocalisten van haar tijd. Er zijn ruim 187 miljoen albums van Donna Summer verkocht. Ze won Grammy Awards in 1978 (Last Dance), 1979 (Hot Stuff), 1983 (He's a Rebel), 1984 (Forgive me) en 1997 (Carry On). Last Dance ontving een Oscar voor Best Original Song, maar de prijs staat op naam van Paul Jabara, die tekst en muziek schreef. Ze heeft wel een Golden Globenominatie voor Down Deep Inside (1977), naast nog andere onderscheidingen. Ze heeft een eigen ster op de Hollywood Walk of Fame. Summer stond naar verluidt in de jaren 70 in de Sovjet-Unie op een lijst met ongewenste buitenlandse personen vanwege haar volgens de regering van dat land te erotisch getinte nummers. Haar stem uit haar nummers wordt ook nu nog gebruikt door andere producenten, dj's en remixers voor eigen nummers. Een voorbeeld is het Franse duo Cassius met het nummer 1999 (remix, radio edit); hierin is de stem van Summer uit If it Hurts Just a Little van het album Donna Summer uit 1982 gesampled. Summer steunde beginnende artiesten door middel van een door haar opgericht fonds. Verder was ze regelmatig te zien op grote evenementen, zoals de Night of the Proms (in 2005 in Antwerpen, België, en eind 2007 in Rotterdam, Nederland). Summer is de enige artiest die in Amerika met vier dubbelalbums achter elkaar nummer 1 heeft gestaan: Once Upon A Time, Live & More, On the Radio en Bad Girls. Summer heeft als enige zangeres in elk van de laatste vijf decennia (nummer 1-)hits op haar naam staan.[bron?] Naast zangeres was Summer ook songwriter. Ze heeft het grootste deel van haar repertoire zelf (mee)geschreven en ontving hiervoor grote bedragen aan royalty's. Summer heeft driemaal in Van Oekel's Discohoek opgetreden. 1.Eerst met The Hostage (waarbij zij gebruik moest maken van de telefoon op de set, wat tot misverstanden met Van Oekels assistent leidde). Van Oekel zelf liet duidelijk blijken zeer gecharmeerd van Summer te zijn. 2.Daarna met Love to love you, waarbij zij werd lastiggevallen door een telkens fotograferende paparazzo (gespeeld door acteur Cees Schouwenaar), die door Van Oekel werd weggejaagd. 3.Een derde maal was ze te gast met Lady of the Night, waarbij Van Oekel opnieuw om haar heen draaide en haar letterlijk van boven tot onder bekeek. Donna Summer zag er zelf overigens wel de lol van in, ze vertelde naderhand in interviews door Nederlandse journalisten dat zij met veel genegenheid terugdacht aan deze opvallende gastheer. Giorgio Moroder werkte later samen met The Three Degrees. Dat leidt soms tot het misverstand dat Summer eveneens in die formatie gezongen heeft.



2147163-372141cb738847bcf5efb7fcd8e36424.JPG

2147163-f62b1a808d7761333f27aeadd0c23296.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 10:45 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 17 mei

Máxima Zorreguieta (Buenos Aires, Argentinië, 17 mei 1971) is de echtgenote van koning Willem-Alexander der Nederlanden. Máxima draagt sinds haar huwelijk bij Koninklijk Besluit de naam Máxima, Prinses der Nederlanden, Prinses van OranjeNassau, mevrouw van Amsberg. Sinds het koningschap van Willem-Alexander wordt zij aangeduid als 'koningin Máxima der Nederlanden', hetgeen in dit geval een zogenoemde titre de courtoisie is. Máxima is rooms-katholiek, van Argentijnse afkomst en ze bezit de Argentijnse en de Nederlandse nationaliteit. Máxima Zorreguieta werd geboren als het oudste kind van Jorge Zorreguieta en Maria del Carmen Cerruti. De naam 'Máxima' komt van haar overgrootmoeder Máxima Bonorino 1874–1965); een dochter van Máxima González y de Islas en een verwante van generaal Justo José de Urquiza, president van Argentinië (1854–1860). Zij heeft twee broers en een zuster: Martín, Juan en Inés. Daarnaast heeft Máxima drie halfzusters uit een eerder huwelijk van haar vader: Dolores, María en Ángeles. Zij groeide op in een bescheiden appartement in de straat Uriburu, in de wijk Barrio Norte in Buenos Aires. De familie bracht de zomervakanties door in Mar del Plata. Tijdens de wintersportvakanties verbleef het gezin in een eigen vakantiehuisje in Bariloche, een Argentijns vakantieoord. Van haar ouders mocht ze als kind niet televisiekijken. Máxima doorliep de middelbare school het Northlands, een op Britse aristocratische tradities geënt opleidingsinstituut, gelegen in Olivos, een chique buitenwijk van Buenos Aires. Zij ging vervolgens economie studeren aan de Universidad Católica Argentina. Als studente werkte zij in 1989 en 1990 bij Mercado Abierto S.A., waar zij onderzoek verrichtte naar software voor de financiële markten. Van 1992 tot 1995 was zij werkzaam op de verkoopafdeling van Boston Securities S.A. in Buenos Aires. In dezelfde periode gaf zij Engelse les aan kinderen en volwassenen, en wiskundeles aan middelbare scholieren en eerstejaarsstudenten. Na haar studie economie ging zij in New York wonen. Van juli 1996 tot maart 1998 was zij vicepresident Latijns-Amerikaanse Institutionele Verkoop bij de bank HSBC James Capel Inc. Aansluitend was zij tot 1999 bij de bank Dresdner Kleinwort Benson vicepresident afdeling Opkomende Markten. Daarna vervulde zij tot augustus 2000 de functie van vicepresident Institutionele Verkoop bij de Deutsche Bank. In april 1999 ontmoette zij kroonprins Willem-Alexander in de Spaanse stad Sevilla. Met hem bracht zij in augustus dat jaar een vijfdaagse vakantie door in Bariloche. Daar stelde zij hem voor aan haar ouders. In de Nederlandse pers verschenen daarna de eerste speculaties over een liefdesrelatie. Ruim een jaar later verhuisde Máxima naar Brussel, waar zij tot april 2001 bij het EU-kantoor van Deutsche Bank heeft gewerkt. Al snel wisten de Nederlandse media te melden, dat tijdens de militaire junta in Argentinië Máxima's vader staatssecretaris (en minister) van Landbouw (en Veeteelt) was geweest onder president Jorge Videla (1976-1981). De juntaperiode (april 1976 – maart 1983) staat bekend als de Vuile Oorlog, waarbij (vermeende) tegenstanders in gevangenissen geïnterneerd en vaak gemarteld werden. Naar schatting 9.000 tot 30.000 mensen zijn voorgoed verdwenen. In Nederland kwamen protesten tegen een huwelijk met de dochter van een voormalige staatssecretaris van een junta, van wie vermoed werd dat hij ten minste op de hoogte was van de excessen. Een onderzoek, via een geheime opdracht van minister-president Wim Kok aan Michiel Baud, had als conclusie dat Zorreguieta op de hoogte moet zijn geweest van deze gedwongen verdwijningen, maar dat het "praktisch uit te sluiten is" dat
Zorreguieta in de periode van zijn regeringsdeelname "persoonlijk betrokken is geweest bij de repressie of schending van de mensenrechten". Willem-Alexander vertelde tijdens een interview dat hij wist dat zijn schoonvader van ten minste één gedwongen verdwijning op de hoogte was. Deze persoon was volgens Willem-Alexander teruggevonden. In het Nederlandse parlement leek zich een duidelijke meerderheid te vormen die haar vader wilde verbieden aanwezig te zijn op de in Nederland geplande huwelijksdag. De minister van staat en voormalige diplomaat Max van der Stoel wist Jorge Zorreguieta te overtuigen uit eigen beweging af te zien van het bijwonen van de plechtigheden. Uiteindelijk liet ook haar moeder verstek gaan. Koningin Beatrix maakte op 30 maart 2001 de verloving bekend in een rechtstreekse televisie-uitzending. Direct na de bekendmaking las Máxima een verklaring voor, waarin zij afstand nam van het Videla-regime. Onder meer zei zij: "Ik verwerp sinds lang de Videladictatuur, de verdwijningen, de martelingen, de moorden en alle verschrikkelijke feiten uit die tijd. Dat heeft zeker grote littekens op onze maatschappij achtergelaten." Voor haar vader verontschuldigde zij zich: "Over mijn vaders deelname aan die toenmalige regering wil ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik spijt heb dat hij zijn best gedaan heeft voor de landbouw in een verkeerd regime". Tegelijkertijd verdedigde zij hem: "Hij had de beste intenties en ik geloof in hem." In een later gehouden interview noemde Máxima de conclusie van Baud "zijn mening". Op 7 maart 2001 verwees Willem-Alexander tijdens een persontmoeting in New York naar een ingezonden brief in de Argentijnse krant La Nación. Kort daarvoor was de publicatie van een boek over Videla aangekondigd. De schrijvers hadden in de Nederlandse krant NRC Handelsblad aangegeven dat volgens hen de vader van Máxima een coördinerende rol had gespeeld bij het voorbereiden van de staatsgreep die het dictatoriale regime van Videla aan de macht zou brengen. Het boek was gebaseerd op interviews. Willem-Alexander gaf aan dat de interviews nooit hadden plaatsgevonden en verwees naar de brief waarin dat zou staan. Hij suggereerde dat het schrijven afkomstig was uit een betrouwbare bron, hoewel hij tegelijkertijd aangaf niet te weten wie de brief geschreven had. Kort daarna bevestigde hij tegenover de tv-camera's van de NOS dat hij achter zijn woorden stond. Het schrijven bleek afkomstig van Videla, waardoor in Nederland de betrouwbaarheid ontkend werd. Ook bleek Videla niet specifiek te ontkennen dat de vraaggesprekken hadden plaatsgevonden. Hij betwistte slechts dat zijn uitspraken correct waren weergegeven. Dat Videla de brief geschreven had, was duidelijk: zijn naam stond eronder. Tijdens een interview op de dag van de bekendmaking van zijn verloving met opnieuw de Nederlandse pers, vertelde Willem-Alexander dat zijn verwijzing naar de brief “stom” was geweest. Máxima, die naast hem zat en reeds een beetje Nederlands sprak, reageerde tot tweemaal toe met: “Je was een beetje dom”. Met die uitspraak stal ze de harten van het Nederlandse volk. Sindsdien is “een beetje dom” een gevleugelde uitdrukking om aan te geven dat iemand een blunder begaan heeft. Later bleek dat de uitspraak van te voren door Máxima was ingestudeerd op advies van Wim Kuijken, indertijd de hoogste ambtenaar op het ministerie van Algemene Zaken. Op 17 mei 2001 werd Máxima bij Koninklijk Besluit het Nederlanderschap verleend. Met de Nederlandse nationaliteit zou zij door haar huwelijk lid worden van het Koninklijk Huis. Tegelijkertijd behield zij de Argentijnse nationaliteit. De rooms-katholieke Máxima diende om te kunnen trouwen in te stemmen met een protestantse opvoeding van eventuele kinderen.
De Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal aanvaardde op 3 juli 2001 een door de regering ingediende wet tot het verlenen van toestemming aan de Prins van Oranje om met Máxima Zorreguieta in het huwelijk te treden. De Nederlandse bisschoppen spraken hun vreugde uit over de verloving. Kardinaal Simonis merkte op dat de Rooms-Katholieke Kerkliever niet zag dat Máxima toetrad tot de Nederlandse Hervormde Kerk, waar Willem-Alexander indertijd lid van was. Hij reageerde op een opmerking van Máxima dat zij nadacht over een eventuele overgang naar het protestantisme. Máxima besloot vooralsnog om rooms-katholiek te blijven en bisschop Ad van Luyn verleende haar dispensatie van de verplichting om te trouwen volgens de rooms-katholieke voorschriften. Op 2 februari 2002 voltrok de burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, het burgerlijk huwelijk in de Grote Zaal van de Beurs van Berlage te Amsterdam. Het huwelijk werd aansluitend kerkelijk ingezegend in de plaatselijke Nieuwe Kerk door dominee Carel ter Linden, predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk. Máxima droeg die dag een trouwjurk van Valentino en een tiara, waarvan de stersieraden van koningin Emma waren geweest en de basis afkomstig was van de tiara die Beatrix droeg bij haar inhuldiging als koningin. Miljoenen televisiekijkers in binnen- en buitenland volgden de trouwplechtigheid. Máxima huilde bij de Argentijnse tangomuziek van Carel Kraayenhof, die het nummer Adiós Nonino (Dag vadertje) speelde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 10:01 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 17 mei

17 mei 1846 Antoine-Joseph (Adolphe) Sax (Dinant, 6 november 1814 – Parijs, 7 februari 1894) was een Belgische bouwer van muziekinstrumenten. Zijn grootste bekendheid heeft hij te danken aan zijn uitvinding van de saxofoon. Sax was de oudste zoon van Charles-Joseph Sax (1791-1865), instrumentenbouwer en eigenaar van een fabriek voor blaasinstrumenten in Brussel. Vader Sax was tevens hofleverancier voor het Huis van Oranje ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zijn moeder was Marie-Joseph Masson (?-1861 of 1865). Er waren elf kinderen in het gezin, maar slechts vier zouden ouder dan 25 jaar worden. Sax begon zijn muzikale opleiding in 1828 aan de Brusselse Koninklijke Muziekschool. Naast deze algemene opleiding volgde hij ook klarinetlessen; met dat instrument deed hij op 15-jarige leeftijd mee aan een wedstrijd. Zijn eerste experimenten deed hij met de basklarinet: hij ontwikkelde een nieuw 24-kleppensysteem, dat hij demonstreerde op de Brusselse industrietentoonstelling van 1835 en later patenteerde. Daarna werkte Sax aan de plannen voor een reeks nieuwe instrumenten. Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon. Maar aangezien de saxofoonnog niet gepatenteerd was, speelde Sax achter een gordijn, zodat niemand kon zien welk instrument die klanken voortbracht. In België kreeg Sax echter niet de erkenning die hij verwachtte. De jury weigerde hem een eerste prijs toe te kennen omdat Sax volgens hen nog te jong was en hij dan later geen hogere waardering zou kunnen ontvangen. Hij antwoordde duidelijk: “Als zij denken dat ik te jong ben voor de gouden medaille, dan vind ik mezelf te oud voor de zilveren.” Hij ging dan ook elders zijn geluk zoeken. In 1842 vertrok hij naar Parijs, op verzoek van luitenant-generaal graaf De Rumigny. Deze zag in Sax de geschikte persoon om de Franse militaire muziekkapellen van betere instrumenten te voorzien. In 1843 opende Sax in Parijs, in een oude schuur, zijn eerste instrumentenfabriek: "Adolphe Sax & Cie". Zijn productie was op industriële leest geschoeid en op het hoogtepunt van zijn activiteit had hij 200 arbeiders in dienst. Al een jaar later toonde hij een groot aantal vormgegeven en opzienbarende muziekinstrumenten op een grote Industriële Expositie in Parijs. Een aantal ministeriële decreten bezorgden hem achtereenvolgens een monopolie als leverancier van saxofoons aan de Franse militairen. In 1848, na de Franse omwenteling, werd het decreet, dat zijn saxhoorns van een vaste plaats in de militaire bands verzekerde, ingetrokken. Mede als gevolg van dit alles ging zijn bedrijf in 1852 voor de eerste maal failliet. In 1853, na de dood van zeven van zijn kinderen, en als gevolg van financiële problemen, voegde Sax senior zich bij zijn zoon in Parijs. Ook Sax' jongere broer had zich al wat eerder als medewerker bij hem gevoegd. Gelukkig voor hem werd in 1854 onder Napoleon III het decreet opnieuw ingevoerd en, mede dankzij de steun van de keizer zelf, kon Sax zijn bedrijf weer verder opbouwen. In 1858 werd Adolphe Sax op welhaast miraculeuze wijze genezen van kanker, dankzij een zwarte dokter die Indische planten gebruikte. Tijdens de Frans-Duitse oorlog stortte de productie wederom in, deze keer voorgoed. Hierbij werd Sax' persoonlijke instrumentenverzameling, bestaande uit 467 stukken, zelfs openbaar verkocht. Daardoor kwamen zijn enige inkomsten alleen nog uit zijn functie als muzikaal directeur van de Opera, ook omdat inmiddels veel van zijn patenten waren verlopen. Sax overleed begin 1894 op 80-jarige leeftijd in Parijs Hij was nooit bijzonder rijk
geworden. Door de aanhoudende processen liet hij zelfs een berg schulden na, maar hij kreeg wel de erkenning die hem toekwam. Hij werd op Cimetière de Montmartre begraven. Een Bruggeling kreeg de rechten op de naam en bracht in september 2012 een nieuwe saxofoonlijn op de markt onder de merknaam "Adolphe Sax & Cie". Er zouden ook plannen zijn om de teloorgegane Belgische saxofoonindustrie nieuw leven in te blazen.



2147152-ef00dd3ef396d5670e0e0d815297d6e2.JPG

2147152-b7f8a7cfd5d6581965a6a5479d5fa74d.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:59 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 16 mei

James Maury (Jim) Henson (Greenville, 24 september 1936 - New York, 16 mei 1990) was een Amerikaanse poppenspeler, producenten regisseur. Hij werd vooral bekend als de bedenker van de Muppets. Een van zijn eerste en bekendste creaties was Kermit de Kikker. In 1936 werd Jim Henson geboren in Greenville, Mississippi. Samen met zijn toekomstige vrouw Jane Nebel verhuisde hij naar Washington D.C. waar hij in de jaren vijftigpoppenshows verzorgde voor de televisie. Daarin ontwikkelde hij de Muppets. Ook experimenteerde hij met technieken voor poppenspelen op televisie. Door slim gebruik te maken van het bereik van de camera kan de speler buiten beeld de pop manipuleren. De poppen zijn uiteindelijk vervolmaakt door de poppenmaker Don Sahlin. In 1963 verhuisden Henson en zijn vrouw naar New York, waar Frank Oz in dienst van het jonge bedrijf Muppets Inc. kwam. Oz en Henson zouden samen blijven werken. Het spelen van de Muppets werd, vooral in de beginjaren, voornamelijk door hen beiden gedaan. Op 16 mei 1990 stierf Jim Henson in een ziekenhuis in New York aan een sepsis veroorzaakt door een longontsteking. Hij werd 53 jaar oud. Tijdens de herdenkingsdienst in de Saint Paul's Cathedral werd door zo'n vijftig Muppets het lied 'One Voice' ten gehore gebracht, ingezet door Kermit, die ditmaal werd gespeeld door Frank Oz. Daarnaast werd het beroemde 'It's Not Easy Being Green' van Kermit ten gehore gebracht. Na zijn dood werd de leiding van de Jim Henson Company overgenomen door zijn zoon Brianen dochter Lisa. Zijn dochter Cheryl is voorzitter van de Jim Henson Foundation. Vanaf 1955 maakte Henson Sam and Friends, een vijf minuten durend poppenprogramma. Hiervoor kreeg hij in 1958 een Emmy. In dit programma was een oerversie te zien van wat later Kermit de Kikker zou worden. Oorspronkelijk was Kermit een onduidelijk reptielachtig wezen. Pas later kreeg hij de kraag om zijn nek die hem zijn huidige uiterlijk gaf. In de jaren zestig volgde een periode van reclamefilmpjes en gastoptredens in verschillende televisieshows. Tussen 1964 en 1968 maakt Henson een aantal experimentele films. In 1965 werd hij genomineerd voor een Oscar voor Beste Korte Film voor Timepiece. In 1969 produceerde Henson nog een experimentele film genaamd The Cube. Deze werd eenmaal op de televisie vertoond en verdween vervolgens ergens op de planken in de vergetelheid. Inmiddels is het stuk wereldwijd herontdekt, en op het internet is niet alleen de oude zwart-wit versie te zien, maar ook een kleurenversie. In 1969 begon Henson bij PBS het educatieve kinderprogramma Sesame Street. Het programma was erg succesvol. Het loopt nog steeds, werd in 120 landen uitgezonden en kreeg meer prijzen dan welk televisieprogramma dan ook. In twintig landen werd een aangepaste versie van het programma uitgezonden, zoals in Nederland waar het sinds 1976 te zien is onder de naam Sesamstraat. In Sesamstraat is het spel van de Amerikaanse acteurs vervangen door filmclips met Nederlandse (en Vlaamse) spelers, maar de meeste Henson-poppen uit Sesame Street zijn behouden en nagesynchroniseerd: onder meer Bert en Ernie, Koekiemonster, Grover, Elmo en Kermit de Kikker.
In 1976 was The Muppet Show alleen op een commerciële Britse zender te zien. Henson kreeg de show niet aan een Amerikaanse zender verkocht. Uiteindelijk werd, door een mondelinge overeenkomst met de mediamagnaat Lord Grade, de show geproduceerd in Engeland. Al na twee jaar was de show te zien in 106 landen. Iedere week keken wereldwijd 235 miljoen mensen naar de show, die uitgroeide tot één van de succesvolste televisieseries aller tijden. In 1981 kwam er een eind aan de reeks. Daarna volgden er nog wel enkele films. Het programma speelde zich af in een ouderwets variététheater en werd gepresenteerd door Kermit de Kikker. The Muppet Show introduceerde onder andere de personages Miss Piggy, Gonzo, Fozzie Bear en Animal. Het was gericht op een ouder, breder publiek dan Sesamstraat. In 2004 zijn de rechten van de Muppetsverkocht aan The Walt Disney Company. Sindsdien mag Kermit niet meer worden gebruikt in nieuwe Sesamstraat-filmpjes. The Muppet Show liep vijf seizoenen en kende veel spin-offs, waaronder een aantal films: The Muppet Movie (1979), The Great Muppet Caper (1981), The Muppets Take Manhattan (1984), The Muppet Christmas Carol (1992), Muppet Treasure Island (1996) en Muppets From Space (1999). In 1996 werd The Muppet Show nieuw leven ingeblazen en werd een soortgelijke televisieshow geproduceerd onder de titel Muppets Tonight. Jim Henson regisseerde veel voor televisie en waagde zich een enkele keer aan de regie van films. Hij deed The Great Muppet Caper en de fantasyfilms The Dark Crystal(1982) en Labyrinth (1986) met David Bowie in een grote rol. De studio van Henson heeft in de loop der jaren ook veel bijdragen aan filmprojecten van anderen geleverd. Best bekend zijn Yoda uit de Star Wars-cyclus, de poppen in de verfilming van Michael Endes boek The Neverending Story en de dieren in Dr. Dolittle. In 1983 begon Jim Henson een derde succesvolle Muppet-serie: Fraggle Rock. In Nederland is dit kinderprogramma beter bekend als De Freggels. Fraggle Rock is de meest moralistische van Hensons creaties. De wereld van de Freggles is vrolijk en kleurrijk, maar vormt ook een complex systeem van symbiotische relaties tussen verschillende rassen, te weten Freggels, Doeners en Griezels, alsook echte mensen. In deze wereld behandelde Henson op een onderhoudende manier serieuze thema's als vooroordelen, spiritualiteit, identiteit, milieu en sociale conflicten. In 1988 begon Hensons televisieserie The Storyteller, waarin sprookjes en mythen werden herverteld met gebruikmaking van acteurs en poppen. De rol van Storyteller was, wellicht in verband met zijn specifieke stemgeluid, weggelegd voor de Britse acteur John Hurt. In de serie verschenen de bewerkte verhalen van onder andere De ware bruid, Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen en Bontepels. Net als aan film leverde de Henson studio ook bijdragen aan televisieseries van andere producenten, zoals Dinosaurs en Farscape. De studio is eveneens verantwoordelijk voor honderden liedjes die onder meer Sesame Street, The Muppet Show en Fraggle Rock muzikaal omlijstten. Meest bekend zijn de openingsthema's van The Muppet Show en Fraggle Rock en de door Kermit gezongen nummers 'The Rainbow Connection' en 'It's Not Easy Being Green'. Ook erg bekend is 'Mah Na Mah Na', dat overigens niet door de mensen van Henson werd gecomponeerd. Een deel van de liedjes is op verzamelalbums uitgegeven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:15 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 16 mei

Thomas Alva Edison (Milan (Ohio), 11 februari 1847 – West Orange (New Jersey), 18 oktober 1931) was een Amerikaanseuitvinder en oprichter van General Electric Company, die zijn fortuin maakte door uitvindingen op te kopen en de octrooien op zijn eigen naam vast te leggen. Als deze succesvol bleken, perfectioneerde hij ze en nam ze in productie. Edison was lange tijd recordhouder voor het grootste aantal octrooien toegekend aan een persoon (ongeveer 1400). Op 21 oktober 1879 brandde zijn gloeilamp met koolstofvezel voor het eerst. Hij was echter niet de eerste met het idee van een gloeilamp, de gloeilamp werd namelijk bedacht in 1806 door Humphry Davy.] Ten opzichte van de bestaande verlichtingsbronnen in die tijd, zoals olielampen en kaarsen, was het een hele vooruitgang. Hoewel zijn eerste lamp het maar een paar uur uithield, lukte het hem later lampen te maken met een veel langere levensduur. Om zijn uitvinding bekend te maken aan het New Yorkse publiek, bedacht Edison een publiciteitsstunt. Op oudejaarsavond 1879 liet hij rondom Menlo Park tientallen gloeilampen branden als feestversiering. Al snel daarna werd zijn gloeilamp een commercieel succes; in 1881 richtte hij de Edison Lamp Company op en begon de grootschalige serieproductie. Om in ieder huis zijn gloeilamp te laten branden legde Edison tevens de complete elektrotechnische infrastructuur aan. In tegenstelling van wat velen denken was niet Edison de eerste uitvinder van de gloeilamp. Heinrich Göbel – een uit Duitsland afkomstige Amerikaanse immigrant – claimde dat hij in 1854 reeds een gloeilamp had gemaakt. Göbel was echter zijn tijd vooruit en kon door het ontbreken van een economische elektriciteitsbron zijn belangrijke uitvinding niet in de praktijk brengen. Edison pakte het bestaand idee later op, verbeterde het procedé, en maakte er een werkend en bruikbaar product van. Toen hij probeerde zijn uitvinding in het Verenigd Koninkrijk te patenteren bleek dat de Engelsman Joseph Swan – onafhankelijk van Edison – enkele maanden eerder de gloeilamp ook had uitgevonden en gepatenteerd. In eerste instantie probeerde Edison Swan te beschuldigen van plagiaat, maar de Britse justitie verwierp dit.[10] Later legden ze hun juridische geschil bij en richtten ze in 1884 de Edison & Swan United Electric Company op. In 1891 kwam de toen 28-jarige Henry Ford bij Edison Illuminating Company werken. Ford was toen al bezig met het ontwerp van zijn auto, en het was Thomas Edison zelf die Ford, met de vuist op tafel slaande, aanmoedigde om een autofabriek te starten.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:13 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten