Maandag 16 augustus 2010
Poëzie
Nr 31
De herfst blaast op den hoorn
en 't wierookt in het hout.
De vruchten gloren.
De stilten weven gobelijnen van gouddraad over 't woud,
met reëen die verbaast verschijnen uit varens en frambozenhout
en sierlijk weer verdwijnen, de schoonheid droomt van boom tot boom.
Toch alle schoonheid zal verdwijnen,
Want alle schoonheid is slechts droom
maar Gij zijt eeuwigheid.
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijd
en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de lucht,nu komt de wintertijd.
Ik hoor u door mijn hart en door de ziele zuchten.
Ik ben bereid.
De herfst blaast op den hoorn
en 't wierookt in het hout.
De vruchten gloren.
De stilten weven gobelijnen van gouddraad over 't woud,
met reëen die verbaast verschijnen uit varens en frambozenhout
en sierlijk weer verdwijnen, de schoonheid droomt van boom tot boom.
Toch alle schoonheid zal verdwijnen,
Want alle schoonheid is slechts droom
maar Gij zijt eeuwigheid.
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijd
en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de lucht,nu komt de wintertijd.
Ik hoor u door mijn hart en door de ziele zuchten.
Ik ben bereid.
Geschreven door Tony Verbeeck om 14:58
Reageer op dit bericht





