Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
De bosrand
Limerick
Ze hadden alleen werk vandoen,
Met een rijf en een schop,
Ver weg van den dop,
Werken ze nu aan planten voor de poen.
Tony
Deze limmerick verscheen in de Gazet van Antwerpen op de gedichtendag 2009.
Het thema was, een limmerick over de actualiteit in de stad Mechelen.
Verwarde wijsheid
niet waar is en alleen een ander kwel.
Maar toch is er steeds die drang,
om een verhaal te vertellen, zelfs een lang.
Hoe kan ik nu de waarheid onderscheiden,
omdat mijn fantasie mezelf zal verblijden.
Of vaak juist niet, en me doet wenen,
omdat de droefheid komt vanuit mijn tenen.
onbegrip alom en altijd ongeloof,
is wat ik ervaar, iedereen potdoof.
Niemand is nog gedient met mijn grandioos idee.
De rechter zegt:"Weg ermee."
Nu zit ik hier, opgesloten en vol pillen.
Het enige wat ik nooit had kunnen willen,
is toch voorgoed voltrokken.
Ik ben wel even flink geschrokken,
Toen die dikke deur achter mij op slot ging.
En ik alleen bleef met mijn herinnering,
aan al die mooie fantasie.
Maar waar ik nooit het nut van inzie,
is dat ik werd opgesloten als een dief,
door een wetsdokter, niet zo lief,
Die zelf het brullen en fantaseren niet kon laten.
Ik hield hem arwanend in de gaten.
Tony
Dit gedicht stond in het tijdschrift "Ups en Downs" van de vlaamse vereniging voor manisch depresieven Jaargang 12 nummer 3
In de wolken
De wegwerpmens
Een nieuwe sollicitant biedt zich aan bij de baas,
Na een gesprekje en wat vragen denkt hij; ik ben aas.
Met mij kan je heel veel geld weten te vangen
en veel zwarte overuren. Ik word rijk! tWas mijn verlangen.
"Na een jaar of twee maak ik je gek" sprak de man,
zodat je met de kennis die je opdoet, niet concureren kan!
Deontologisch gezien kom je dan op de ziekenkas
En zo verdwijn je stilletjes in een sas.
Het liefst van al had ik je in mijn messtoffen gedraaid,
pas zo kan je je helemaal geven, geen mens die ernaar kraait.
Ik kom aleen maar mijn arbeid verkopen was mijn woord,
en mij in messtoffen draaien dat is moord.
En zo werd ik al bijna gek van de schrik.
De baas zei: "met u ben ik in mijn schik."
" 'k laat nog iets weten wanneer de motor start"
Meer dan twee jaar heb ik er gewerkt met een bang hart.
"Je wordt hier een ander mens" was de leuze.
Moet dat echt? heb ik nog een keuze?
O nee, een keuze was niets meer voor mij.
Ik was psychis gebonden en contractueel.
Ik lag aan de "ketting" en de baas zei: "Ik beveel".
Elkaar vernederen was de nieuwe mentaliteit.
'k had het niet geleerd, 'k was van een andere tijd.
Reddeloos werd ik en voor altijd verloren.
Jij bent toch op een tractor geboren!
Daar had ik naast gekeken,
het was één grote list, 'k zou nu wel verbleken.
om een selectie door te voeren op mensen,
stressbestendig of platte pensen!
Ben je een stoere kast
of erfelijk met iets belast?
De baas zal het wel uitmaken,
en je desnoods definitief 'kraken'!
Tony
Dit gedicht verscheen in het tijdschrift "De Spiegel" van de vereniging "Uilenspiegel" jaargang 8 nr 1.
die psychiatrische patienten vertegenwoordigd.
eendjes
Ik
De illusie is allang vervaagd,
Ikzelf ben maar bijeengejaagd
door ervaringen uit het verleden
en daarom ben ik zoals ik ben op heden.
Morgen ga ik weer uiteen
en is een andere ik op de been.
Er komen nieuwe prioriteiten voor de dag
die ik mezelf wil eigen maken met een lach.
Tony
Verschenen in het tijdschrift Sara
De Sara beweging is een vereniging die ijverd voor een betere psychis sociale wereld.
klein hoefblad
Het gedicht
Is een manier, hoe ik het gemakkelijkst kom tot een gedicht.
Voor mij mag elke strofe mooi rijmen.
Dan valt alles beter aan elkaar te lijmen.
Maar een pittig onderwerp vinden.
Dat is het leukste voor de lezende vrienden.
Maar daar slaag ik niet altijd in.
Dus klop ik maar op de kin.
Tony
Kriekeboom
Het is nu dat ik leven moet.
De voorbije regen liet de stromen kolken.
Maar nu zijn de resterende waterdruppels als diamant.
En geven glinsteringen op de bladrand.
De geurige hondsroos bloeid als nooit tevoren.
En kan mij nu wel bekoren,
Om een verwonderende wandeling te maken in het park.
Want gisteren was ik nog een stijve hark.
Het is nù dat ik leven moet.
Die gedachte doet me goed.
Om niet met gisteren en morgen bezig te zijn.
Zo geniet ikvan elk moment en dat is fijn.
Tony
De vlaamse leeuw

Parabels U
Er waren eens twee ijsblokken. Zij hadden een koele relatie.
De ene dacht: waarom komt de andere niet dichter?
Als de andere ontdooit, dan ontdooi ik ook.
Maar aangezien een ijsblok niet uit zichzelf ontdooit, ontdooide geen van beide.
Op een middag, toen de zon eindelijk straalde, ontdekte het ene ijsblok dat het een beetje smelten kon en dat het vervloeide tot water. Ook het andere deed die wonderlijke ontdekking.
Langs beken en rivieren vloeiden ze naar elkaar. Ze werden één water.
En de kinderen lieten er kleine bootjes op varen. De kinderen lachten.
En die vreugde scheen als een zon in het water.
Boom
Als je ervoor openstaat, overlaadt het je met rijkdom.
Parabels T
Er was een man die stenen hieuw uit de rots. Zijn arbeid was zeer zwaar
en hij arbeidde veel, doch zijn loon was gering,
en tevreden was hij niet. Hij zuchte omdat zijn arbeid zwaar was.
En hij riep: och, dat ik rijk ware, om te rusten op een baleh-baleh, met klamboe van rode zijde.
En er kwam een engel uit de hemel die zeide: u zij zoals gij gezegd hebt.
En hij was rijk. En hij ruste op een baleh-baleh, en de klanboe was van rode zijde.
En de koning des lands toog voorbij, met ruiters voor zijn wagen.
En ook achter zijn wagen waren ruiters,
en men hield een gouden pajon boven het hoofd van de koning.
En toen de rijke man dit zag, verdroot het hem dat er geen gouden pajon werd gehouden boven zijn hoofd.
En tevreden was hij niet. Hij zuchtte en riep: Ik wenste koning te zijn.
En er kwam een engel uit de hemel, die zeide: u zij zoals gij gezegd hebt.
En hij was koning.
En voor zijn wagen reden vele ruiters, en ook waren er ruiters achter zijn wagen,
en boven zijn hoofd hield men een gouden pajon.
En de zon scheen met hete stralen en verbrandde het aardrijk, zodat de grasscheut dor werd.
En de koning klaagde dat de zon hem schroeide in het gelaat, en macht boven hem had.
En tevreden was hij niet. Hij zuchte en riep: Ik wenste de zon te zijn.
En er kwam een engel uit de hemel, die zeide: u zij gelijk gij gezegd hebt.
En hij was de zon. Hij zond zijn stralen naar boven en naar beneden, naar de rechterzijde
en naar de linkerzijde en alom.
En hij verschroeide de grasscheut op het aardrijk,
en het gelaat der vorsten die op aarde waren.
En een wolk stelde zich tussen de aarde en hem,
en de stralen van de zon stuitten daarop terug.
En hij werd toornig dat zijner macht weerstaan werd,
en hij klaagde dat de wolk machtig was boven hem.
En tevreden was hij niet. Hij wilde wolk zijn die zo machtig was.
En er kwam een engel uit de hemel die zeide: u zij gelijk gij gezegt hebt.
En hij werd een wolk en plaatste zich tussen de zon en de aarde,
en ving de stralen op zodat het gras groener werd.
En dewolk regende in grote druppen op het aardrijk,
en deed de rivieren zwellen, en banjirs voerden de kudde weg.
En hij verwoestte door veel waters het veld.
En hij viel neer op een rots die niet week.
En hij klaterde in grote stromen, maar de rots week niet.
En hij werd toornig omdat de rots niet wijken wilde,
en omdat de sterkte van zijn stromen ijdel was.
En tevreden was hij niet. Hij riep: aan die rots is macht gegeven boven mij.
Ik wenste die rots te zijn.
En er kwam een engel uit de hemel die zeide: u zij gelijk gij gezegt hebt.
En hij werd rots.
En bewoog niet als de zon scheen en niet als het regende.
En daar kwam een man met een houweel en een puntige beitel
en zware hamer die stenen hieuw uit de rots.
En de rots zeide: wat is dat, dat die man macht heeft boven mij,
en stenen houwt uit mijn schoot?
en tevreden was hij niet. Hij riep: Ik ben zwakker dan deze... ik wens die man te zijn.
Er kwam een engel uit de hemel die zeide: u zij gelijk gij gezegd hebt.
En hij was steenhouwer.
En hij hieuw stenen uit de rots met zware arbeid,
en hij arbeidde zeer zwaar voor weinig loon.
En hij was tevreden.
Potkrysant
parabels S
Wat de mens liefheeft
dat is de mens.
Heeft hij een steen lief
dan is hij een steen.
heeft hij een mens lief
dan is hij een mens.
Heeft hij God lief.......
Nu durf in niet verder te spreken
want als ik zeg: dan is hij God
dan zouden jullie mij kunnen stenigen.
Tuin van de boswachter
maar dankbaar is voor alles wat hem gegeven werd!
Parabels R
Iemand had twee zonen. Toen hij stierf kreeg ieder één helft van zijn land.
Nu was de ene rijk, maar had geen kinderen, de ander had zeven zonen en was arm.
De nacht, na de verdeling, kon de rijke zoon niet slapen.
Mijn vader heeft zich vergist, dacht hij, want ik ben al rijk, maar mijn broer is arm en heeft geen land voor al zijn zeven zonen.
En hij stond op en ging op weg om de grensstenen te verleggen,
nog voor de dageraad.
Ook de arme zoon lag wakker die nacht.
Mijn vader heeft zich vergist, dacht hij, want ik heb wel zeven zonen,
maar mijn broer is kinderloos en eenzaam-en hij stond op
en ging op weg, om de grensstenen te verleggen.
Toen de dag aanbrak, ontmoetten zij elkaar.
Op die plaats ligt het paradijs.

