Naar de inhoud

De Heilige Drievuldigheid.

Triptiek van anoniem meester der Vlaamse Primitieven
seniorennet.beseniorennet.be
Inlichtingen over dit kunstwerk blijven steeds welkom, via email (marcel.andries1@gmail.com).

Archief

Smakelijk !!!

Lang geleden toen onze triptiek geschilderd werd (eind 15de eeuw) was brood voor iedereen het voedsel bij uitstek. Een dagloner moest het merendeel van zijn dagelijkse calorieën opdoen uit roggebrood. De burger at brood van al of niet gebuilde tarwe, ook van masteluin (mengsel van rogge en tarwe). Alleen het fijnere brood was met biergist bereid; andere soorten moesten het met zuurdesem stellen. In vele gezinnen bakte men zelf, maar bijvoorbeeld in Leuven ging men meer brood kopen bij de bakker of bij de boeren op de weekmarkt. De broodjes waren eerder klein en hun gewicht varieerde in functie van de graanprijs.

HBAji0.jpg

Op de feesttafels van de welgestelden verscheen ook meer verfijnd gebak: gele eiertaarten, witte kaastaarten en soms rijst- of amandeltaarten. Peperkoek was blijkbaar een meer verspreide lekkernij, die speciaal op kermissen te verkrijgen was en die op de feestdagen aan de gelovigen na de communie uitgedeeld werd.
Op de tafel van de gegoeden verscheen nogal wat vlees en vis.
Velen kweekten zelf varkens en schapen, uitzonderlijk geiten en bij de grotere huizen trof men wel eens koestallen aan.
Vers vlees was echter vrij duur en de meesten moesten het stellen met het in november ingezouten vlees van eigen slachting of gekocht bij beenhouwers in de stad.
In feite waren alleen de rijkeren vleeseters terwijl het menu van de arbeiders meestal vegetarisch was en het vlees dat deze laatsten soms wel eens onder de tand kregen was dan in hoofdzaak afkomstig van zelfgekweekte varkens of schapen of van kramen op de markten waar vlees werd verkocht dat bedorven was en afkomstig van zieke slachtdieren.
De burger kocht zijn vers of gezouten rund-, lams- en varkensvlees van de vleeshouwers in de vleeshalle in de stad. Er werd zelfs gebraden en gekookt vlees te koop gesteld.
Voor de feestschotels beschikte men over braadvarkentjes en vleespasteien, vaak opgediend in een deegomhulsel. Pensen schenen ook voor de gewone man een bereikbare lekkernij geweest te zijn. Een bijzonder Leuvens gerecht waren hersenen en choesels (de alvleesklier van het rund). Opvallend is ook dat vele varkens, gekweekt in de eikebossen van Henegouwen en in kudde naar de Brabantse markten gedreven, bijzonder magere beestjes moeten geweest zijn. Daarom was vet spek een luxeartikel dat uitsluitend gebruikt werd voor het larderen van wild.
Allerlei wildsoorten en gevogelte vulden de keuze op de feesttafels van de rijken aan. Vermelden wij hieronder de kapoenen (vetgemeste gesneden hanen), parelhoenders, duiven, fazanten, sneppen, pluvieren en zelfs zwanen en pauwen. Pas in de zestiende eeuw zal de kalkoen vanuit Amerika op de Europese tafels belanden.
De gewone man kon wel wat kippen en konijnen kweken, en het stond in Brabant iedereen vrij op klein wild en vogels te jagen met netten, strikken en lijm.
Het wel bijzondere hoge vleesverbruik der burgerij is des te frappanter daar door de strenge vastenvoorschriften van de Kerk het aantal vleesloze dagen vrij hoog lag. Vele vleeshouwers verkochten daarom ook vis. In de stadsgrachten en de soms kunstmatig aangelegde vijvers rond Leuven werd intensief vis gekweekt, ook de rivieren waren nog rijk aan vis.
Paling, karpers en snoeken, eventueel verwerkt tot pasteien, waren hoofdzakelijk een lekkernij voor de hogere klasse. De groenvis of zoetwatervis was op verre na niet voldoende voor de stedelijke behoeften. Het trage vervoer bracht ook met zich mee dat de aangevoerde “verse” zeevis vaak geen goede geur had, deze werd dan ook hoofdzakelijk ingezouten verkocht. Kabeljauw, schol, tong en zalm waren vooral voor de gegoeden bestemd en men kon ook nog abberdaan, stokvis en steur kopen. De dagelijkse vis was de haring, vers, gezouten of gedroogd. Hij werd zelfs, evenals mosselen, langs de straat vrij verkocht. De haring werd slechts uitzonderlijk gebakken; normaal werd hij gekookt opgediend met een sausje van azijn en look.
Onder het vastenverbod vielen ook de zuivelproducten. In perioden van hongersnood werd hiervoor wel dispensatie verleend. Eieren waren in de handel vrij duur, maar de hogere klassen verbruikten er grote hoeveelheden van, niet alleen als eierkoeken, maar eveneens in de bereiding van allerlei gerechten. Tevens moet het melkverbruik bij hen vrij hoog gelegen hebben in de vorm van melksoep en pappen. Een echte “boter”-ham was daarentegen ook bij hen zeldzamer. Wanneer men boter at, was het als een soort toespijs net als kaas.
Bij het bereiden en braden van gerechten gebruikte men uit raapzaad geperste olie en soms liesmout.
In de late middeleeuwen was de keuze aan groenten uiterst beperkt. Aardappelen ontbraken natuurlijk volledig. De potagie ( petuis in het Leuvens dialect) moest de grote honger stillen.
Het was een soort van stamppot van erwten, eventueel bonen, waarin op niet-vastendagen bij de gegoeden ook wat liesvet was gemengd. Naargelang het seizoen werden er ook wortelen, prei, kolen, rapen, rapen- en bietenbladeren, enz. aan toegevoegd. Op de betere tafels werden ook wel slagerechten opgediend; echte sla, gekookte rode biet, raapstelen, jonge gebleekte hopscheuten werden gegeten met olie en azijn.

(uit “Dirk Bouts en zijn tijd” – tentoonstelling 1975)

Stuur door

Je was 11 dat jaar ...

Onze triptiek was weliswaar voor onbepaalde tijd weg, maar daarom niet minder in de belangstelling. En dat is een goede zaak, zo vinden we. Daarom hieronder een ontboezeming van een geïnteresseerde Bergenaar, graag ter lezing aangeboden aan iedereen. Voor de goede verstaander: het is de triptiek - het drieluik - zélf, die hier tot de schrijver spreekt!

"Je was 11 dat jaar ...
en ik zo veel ouder. Honderden keren heb ik je dicht bij mij gezien toen je misdienaar was.
Ik hoorde je met het belletje rinkelen tijdens de Consecratie in de dagelijkse mis van 7.00 uur, 's zondags in de Hoogmis en het Lof, en met de ratel zwaaien tijdens de Vastenperiode. Ik was bij je Plechtige Communie, je huwelijksmis, de dopen van je kinderen, de begrafenissen van je ouders. Ik heb meerdere pastoors gekend, was aanwezig in alle vieringen van catechese, Huppeltjes, 13 plus, en andere, zag vele koppels huwen, kinderen gedoopt worden en mensen afscheid nemen van deze wereld. Ik zag en hoorde Chiro, BJB, Boeren- en Boerinnenbond, KLJ, Scouts, KWB, Ziekenzorg, fanfare,zangkoren, concerten, het sjaloomorkest en ik genoot van de prachtige zang en muziek. Ik heb de koster gekend, hoog boven aan het orgel, lectoren, de kuisploeg, de klusjesman en mensen die de kerk met bloemen versierden.
Zovelen heb ik er gekend, doch wie kent mij ? 
Je was 11 dat jaar...
toen men mij 52 jaar geleden heeft opgehangen aan de zuidelijke kant van het koor.
Soms zag ik mensen aarzelend naar mij kijken en af en toe kwamen er mensen langs, zoals die van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium tijdens de maand december 2005, die mij dan onderzoekend begluurden
alsof ik een mysterie was.
Toch moet ik zeggen, onbekend is onbemind, en spijtig genoeg heeft men mij de voorbije jaren gewoon laten hangen, niet zoals men zegt in alle weer en wind, doch wel onderhevig aan koude, warmte, droogte, vocht en stof, en zoals jullie heb ikzelf niet de mogelijkheid mij hier tegen te beschermen.
Dat was dan ook mijn enig verzoek en met de middelen van heden kon dat niet zo moeilijk zijn.
Ik ben in onderzoek geweest in een instelling voor kunstwerken waar men mij dan ook terug opgelapt heeft. Wie ik ben, van wie ik ben, van waar ik kom, dat laat ik aan jullie om met de huidige technieken het raadsel van mijn bestaan op te lossen."

Stuur door

MukWVK.jpg

 ... en jij zoveel ouder ...

Onze triptiek bleef de gemoederen bezig houden, wat op zich een verheugende zaak mag heten. Wat in het vat zit, verzuurt immers niet en dat mensen zich zorgen om iets maken, is een teken dat ze er serieus mee bezig zijn. Wij laten andermaal een Bergenaar aan het woord, iemand die - op zijn zachtst gezegd - de microbe van de triptiek serieus te pakken heeft. Andermaal weet hij een tipje van de sluier op te lichten, dit keer door zelf het woord te richten tot de triptiek. hopelijk komt eens de dag, dat de volle waarheid aan het licht zal komen. U wordt op de hoogte gehouden!


Ik was 11 en jij zoveel ouder...
52 jaar is het geleden dat ik je leerde kennen, daar boven aan de zuidkant van het koor, doch van waar kom jij, wie heeft jou geschapen … ? Deze en nog zoveel andere vragen heb je bij mij doen rijzen ! Vele antwoorden werden al verondersteld, doch twijfels zijn blijven bestaan en toen ik je, op 12 januari 2006, voorzichtig in eigen handen heb mogen dragen, samen met nog andere om jouw bezorgde Bergenaars, heb je mij, misschien met een welbepaalde bedoeling, besmet met een nieuwsgierige zoekmicrobe die mij heeft aangezet een antwoord te vinden op al die onbeantwoorde vragen rondom jou.
We hebben je toen naar Brussel, naar het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium gebracht. Ik weet en ben zeker dat je in goede handen bent. Ik weet nu ook dat je meer dan 500 jaar oud bent, dat je tot op heden beschouwd wordt als behorende tot de “Anonieme Vlaamse Primitieven” uit de buurt van Dieric Bouts, met invloeden van Rogier Van der Weyden en dat er meerdere meesters aan jou hebben gewerkt (misschien ook de “Meester met het zicht van Sint-Goedele”?). Dat je tot ongeveer 1896 in de Sint-Lambertuskapel te Lelle verbleef, dat je in het Museum voor Schone Kunsten bent geweest, terug in Berg in de doopkapel bent beland, verstopt was voor de Duitsers tijdens de tweede wereldoorlog in de kelders van het Museum voor Oude Kunst te Brussel, dat er tussen de jaren 1935 en 1956 een heen en weer schrijven is geweest tussen pastoor Jules Depauw en de Kommissie van Landschappen en Monumenten, het Ministerie van Onderwijs en andere, om je definitief terug als eigendom in Berg te krijgen en dat dit ook gelukt is, nu 52 jaar geleden.
Vragen die ik mij echter stel zijn o.a.: 
Sinds wanneer verbleef je in de Sint-Lambertuskapel te Lelle ?
Van waar die uitzonderlijke afbeelding van de Heilige Geest onder menselijke gedaante en niet als een duif ? Van waar die verminkte (uitgewiste / afgeraspte) afbeelding van een heilige (Joannes de Doper ?) op het linker zijpaneel ?
Waarom hingen de zijpanelen in de kapel te Lelle rond 1830 met de afbeelding van de schenkers naar achter (onzichtbaar) en wisten zelfs vele mensen niet dat je bestaat uit 5 schilderijen ?
Spijtig genoeg weet ik dat jij mij niet zal antwoorden en misschien is daarom mijn zoekmicrobe vanzelf in gang geschoten. Veel heb ik al gevonden, doch nog niet genoeg. Maar het is allemaal zo interessant geworden dat ik misschien nog niet onmiddellijk op alles een antwoord wil vinden. Ik heb veel kunnen lezen, uren gesleten op internet (genealogie), testamenten uit de 16de eeuw uitgepluisd, boeken van de Kerkfabriek doorgenomen, gesnuffeld in oude documenten van de parochie, in de rijksarchieven, doch nog steeds niets over jou. Er is echter nog veel te bekijken in allerlei archieven en vinden we niets vandaag, dan vinden we het morgen wel. En ik ben je dankbaar, Triptiek van de Heilige Drievuldigheid, dat ik door jou nu al zoveel meer weet dan voordien.
Ik heb al de families die sinds de 12de eeuw tot eind 19de eeuw op het kasteel van Lelle gewoond hebben of eigenaar waren, leren kennen, met neven en nichten, nonkels en tantes. Ik heb gelezen in de uitgaven van de Kerkfabriek ergens in de 18de eeuw dat mijnheer pastoor aan de schaliedekkers of de timmerlieden dikwijls vele pinten en potten bier moest betalen toen zij het dak van de kerk kwamen herstellen en ik vond dat zij die schaliën toch niet zo heel vast legden want die vlogen regelmatig van het dak. Ook las ik dat een bepaalde hertog van Brabant zijn eerste echtgenote slechts 11 jaar was toen zij huwden en al stierf toen zij 27 was. Dat hij nog 2 keer huwde en in totaal vader was van 25 kinderen. Vele kinderen stierven voor ze 3 jaar werden en slechts weinig mensen haalden de 50. Dank zij jou weet ik nu al veel van wat jij te weten kwam tijdens je 500 levensjaren. Ik hoop dat ik ooit het raadsel aangaande je bestaan zal kunnen oplossen en dat je, terug op je plaats rechts van het hoogkoor, mag omringd worden door mensen die eeuwig zorg voor je zullen dragen.

Stuur door

Waar is de triptiek ?

Rustig stond zij daar, de Sint-Lambertuskapel te Lelle, de vroegere thuis van ons drieluik, gelukkig vereeuwigd op foto.
En trots wachtte zij, onze Sint-Servatiuskerk, bovenop de dorpsheuvel, op de terugkomst van de triptiek. Zij zijn onafscheidelijk geworden.
De kerk heeft zich zelfs laten opfrissen. Vele mensen hebben hun beste beentje voorgezet om het binnenin aangenaam en rustig te maken, er werd geverfd, gepoetst, geschrobd en geboend.
Het altaar, de doopvont en de stoelen werden herplaatst, de toren volledig van stof en duiven… ontdaan. Zelfs het door weinigen gekend keldertje werd van de oude verwarmingsinstallatie ontlast. De plaasteren beelden werden niet teruggeplaatst, doch zullen voor de toekomst niet vergeten worden!
En toch ontbrak er iets. Waar was onze triptiek? 
Zoals wij al weten uit de vorige artikels bevond zij zich in goede handen, in het KIK te Brussel, ter studie, wachtend op een beslissing tot een behandeling ter conservatie of restauratie. Maar wat weten wij nu al over ons kunstwerk? Nog niet veel, er is nog een lange weg van opzoekingen te gaan. Wat wij wel weten is dat het behoort tot de Vlaamse Primitieven, tussen de jaren 1450 en 1500, dat de voorstellingen “Geseling van Jezus” en “Kruisafname” toegeschreven werden aan “De Meester van het Gezicht op Sint-Goedele” (Brussel) en het middenpaneel en de voorstellingen van de schenkers afkomstig zouden kunnen zijn uit de groep Dieric Bouts (Leuven) of Rogier van der Weyden (Brussel) of later. De zijpanelen waren oorspronkelijk omgekeerd aan het middenpaneel bevestigd, met de schenkers zichtbaar bij gesloten triptiek.
Van de opdrachtgevers van dit kunstwerk werd tot heden nog geen spoor gevonden en wordt verder gezocht. 
Mocht iemand in het bezit zijn van nog niet gepubliceerde foto’s of documenten in verband met of van de kapel of het kasteel van Lelle, dan zouden wij die graag eens willen bekijken. Inlichtingen zijn altijd welkom
.

Stuur door

InjH0A.jpg

Oktober 2006

Laten wij nu de triptiek even zelf aan het woord.

Bijna 9 maanden ben ik nu in het KIK (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium). Vol blijde verwachting dat men mij zal kunnen restaureren zoals ik was op het eind van de 15de eeuw, geschilderd door echte meesters der Vlaamse Primitieven. Het is hier goed in het KIK, warm en gezond, doch ik mis het geschuifel van kerkstoelen, het gekuch van mensen, de zang van het koor, de muziek van het Sjaloomorkest, de liedjes van kinderen, de klank van het orgel, de klokken die luiden, de geur van uitgedoofde kaarsen, de stem van lectoren, van mijnheer pastoor en nog zoveel meer… Vele voor mij onbekende gezichten zijn mij al onderzoekend, vragend, vol van verbazing en bewondering komen bekijken, doch ik miste de mensen van Berg, ik was de wanhoop nabij. Was men mij vergeten, was ik een last geworden of wilde men mij niet meer? Toch niet, want 2 maanden geleden zijn zij gekomen, zij waren met 7, op de 7de dag van de 7de maand. Ik herkende ze allemaal, en de misdienaar van 11 toen, nu 52 jaar geleden, was er ook bij. Zij kwamen luisteren naar de 3 vrouwelijke specialisten van het KIK over mijn erbarmelijke toestand en wat er kan gedaan worden om mij zoals zij dat noemen te restaureren of te conserveren. Moeilijke woorden werden gebruikt zoals fixatie van losse verfschilfers, verwijdering van de cosmoloid laag, vullen van lacunes, lijmen van barsten, egaliseren van de glans, behandeling van de polychromie van de lijst en nog zo veel meer. Het zou zelfs mogelijk zijn het jaar te kennen waarin de boom werd gekapt van waaruit de planken zijn vervaardigd waarop de verf werd aangebracht, en dat noemt men dan dendrochronologie. Met een radiografisch onderzoek zou men zelfs de figuren kunnen zien die door de schilder(s) werden getekend vooraleer zij aan het schilderen begonnen. Over mijn afkomst, de schilder(s) die mij maakte(n) en de milde schenkers die mij toen, nu ongeveer 500 jaar geleden, betaalden, werden slechts enkele woorden gewisseld. Zoals ik het begreep is mijn bestaan nog steeds een raadsel, zelf kan ik mijn geheim niet prijs geven, doch ik weet dat enkele mensen ijverig aan het zoeken zijn in boeken, archieven, zelfs op internet om dit op te lossen. Ik stelde ook vast dat 1 van de Bergse bezoekers zei: “Ik wist het schilderij in de kerk wel hangen aan de zuidermuur van het koor, doch ik heb het nooit bekeken en ik wist zelfs niet dat het tot de Vlaamse Primitieven behoorde…” waarop een andere bezoeker zei: “Mij hebben zelfs meerdere personen gevraagd, na het lezen van de artikels in het parochieblad, waar het schilderij hing in de kerk …”.
Onbekend is onbemind en ik hoop dat men mij deze keer niet weer, zoals in 1957, aan diezelfde muur gaat hangen zonder conservatie of restauratie en dat misschien iemand in 2057 zal moeten vaststellen dat ik een werk ben van een meester der Vlaamse Primitieven om dan weer te proberen mij te laten restaureren om mij dan uit een, wie weet, nog erbarmelijkere staat te redden als cultureel erfgoed voor de toekomst.

Een belangrijk iemand uit Kampenhout zei het volgende: “De triptiek is een waardevol kunstwerk dat niet mag verloren gaan, het behoort tot het kunstpatrimonium van onze gemeente !”.

Stuur door

fBrjPQ.jpg

December 2006

Op 12 december 2006 was het 11 maanden geleden dat enkele bezorgde Bergenaars onze “triptiek” naar Brussel (KIK) verhuisden.


Ondertussen was, op aanraden van de “Monumentenwacht van Vlaams-Brabant” en  na studie door de mensen van het KIK, en voornamelijk om verdere aftakeling (afschilferen en dof worden van de verf, houtworm, gaatjes tussen de planken,…) te vermijden, besloten om de triptiek volledig te laten restaureren. Dit zou een werk van lange adem worden en betekende dat het drieluik ten vroegste terug in onze kerk zou zijn begin juni 2009. 
 

Misschien dachten sommigen toen: “Waarom zo’n oud gewrocht herstellen ?”
 
De restauratie was nodig om een “meesterwerk” van één der Vlaamse Primitieven te bewaren. Het werd geschilderd meer dan 500 jaar geleden en een vergelijking met onze huidige samenleving maakt misschien de betekenis van deze werken duidelijk. Ons leven heeft nu voornamelijk een verbaal karakter. De media, het woord, de mondelinge of geschreven uiteenzetting geniet een bevoorrechte plaats. Het bezit van een kunstwerk wordt dikwijls als een luxe beschouwd. Het valt moeilijk de rol en de betekenis van het beeld in lang vervlogen eeuwen te achterhalen. De waarde van de visuele voorstelling kan echter niet hoog genoeg worden geschat. Onze middeleeuwse voorouders waren dan ook bijzonder gevoelig voor al wat was uitgebeeld op wanden, in glasramen of op wandtapijten, gebeeldhouwd of geschilderd. Bijna alle werken der Vlaamse Primitieven hadden een religieuze betekenis. Verscheidene taferelen waren bedoeld als altaarstukken en bezitten aldus een liturgische functie. In de taferelen die werden uitgebeeld wordt de essentie van een gebeuren gekristalliseerd tot een “begrip”. Zo is bv. een met doorn gekroonde Christus niet bedoeld als een aan het passieverhaal gebonden Ecce Homo (“Zie de mens !” – woorden van Pontius Pilatus bij de voorstelling van Christus aan de joodse menigte), doch als een Christus die door Zijn lijden de verlossing heeft bewerkt en als dusdanig boven tijd en ruimte verheven wordt. Dit komt voort uit de mystiek, uit behoefte tot medeleven en mede-lijden, om te komen tot groeien in liefde. Vele schilderwerken waren indertijd dikwijls opgesteld op een altaar, waarbij op het ogenblik van de zegening van het brood, de Christus op het schilderij en de priester voor het altaar met dezelfde gebaren tegenover elkaar stonden, als in een spiegelbeeld.

Stuur door

aW10Yk.jpg

Januari 2007

In het KIK te Brussel was de eerste fase van de restauratie van de triptiek gestart. Het middenpaneel lag plat op een tafel voor studie en behandeling van de achterzijde. Door een specialist houtconservatie werden metingen uitgevoerd, samen met een verantwoordelijke voor dendrochronologie. Dit is een dateringsmethode waarmee aan de hand van jaarringen (in bomen) de ouderdom van de verschillende houten planken van de panelen kan bepaald worden, dus ook wanneer de boom gehakt werd en ongeveer in welk jaar de triptiek werd geschilderd. Na deze metingen, zou het nog een tijdje duren vooraleer alle meetgegevens verwerkt werden en het resultaat gekend was. De mensen van het KIK zouden echter niet nalaten ons hiervan op de hoogte te houden en hopelijk zou dit onze opzoekingen naar de schilder(s) en de schenkers vergemakkelijken. Infrarood foto’s, waarbij de ondertekening op een witte plamuurlaag op de panelen zichtbaar wordt, werden eveneens al genomen. Deze bewerkingen maakten deel uit van de eerste fase van de restauratie. De volledige behandeling bestond uit drie fasen en zou pas beëindigd zijn begin juni 2009.

 
Zoals wij het oude koffiemolentje, de oude pendule, het koperen kandelaartje van onze grootouders koesteren, zo wensen wij ook deze waardevolle triptiek van eind 15de eeuw, van een meester der Vlaamse Primitieven, te bewaren.
Daarom werd beslist tot restauratie van dit cultureel erfgoed.
 

Stuur door

Maart 2007 / Caravaggio

Terwijl men in het KIK te Brussel druk bezig was met de restauratie van onze triptiek en daar wij nog niet over harde bewijzen beschikten over de herkomst (de opzoekingen gingen verder) wilden wij ook eens de aandacht vestigen op een schilderij links in het hoogkoor van onze kerk:

De Graflegging van Christus”. Jonger dan de triptiek, doch niet minder belangrijk. Het is een kopie van een werk van de beroemde Italiaanse meester Michelangelo Merisi da Caravaggio geschilderd in de jaren 1603-1604, dat zich in de Pinacotheek van het Vaticaan bevindt. 
               

ASf1Zj.jpg
qq74qo.jpg
cjNMXw.jpg

Origineel Vaticaan                                          kopie in Kerk te Berg                                Kopie Rubens Ottawa       

Van onze alom gekende grootmeester Pieter Pauwel Rubens, die tijdens zijn Italiaanse periode goed bevriend was met Caravaggio, bevindt er zich een kopie van hetzelfde werk (met enige kleine verschillen – zie foto’s) in de Nationale Galerij te Ottawa (Canada).

Hoe de kopie in de kerk te Berg terecht kwam is opnieuw een raadsel. Komt ze, zoals sommigen beweren, ook uit de Sint-Lambertuskapel van Lelle, is het een anonieme schenking, van wie, wie is de schilder, wanneer ? Allemaal vragen waarop wij heden ook geen antwoord weten.

Weet je soms meer ? GSM: 0474/480632 of e-mail: maran@marandri.be.

 

Stuur door

Eind 1ste fase:

De eerste fase van de restauratie loopt langzaam ten einde. Nog twee fasen te gaan.

Tijdens de voorbije maanden werden infrarood foto’s genomen, een structurele behandeling van de dragers (hout afkomstig van aan de BaltischeZee), een dendrochronologisch onderzoek van de drie luiken (ouderdomsbepaling) en een radiografisch onderzoek beëindigd.

De resultaten van deze onderzoeken zullen ons kortelings medegedeeld worden.

Verder was er een behandeling tegen insectenaantasting (houtworm), reiniging en desinfectie van de achterzijde van het centrale paneel. Verwijdering en vervanging van de dwarslatten aan de achterzijde van het middenpaneel omdat zij voor veel spanning zorgden in de drager.

Aanpassing van de spanning aan de lijsten. Verbreding van de luiken. Lijmen van barsten en verstevigen van de voegen. Aanbrengen van beschermlaag aan de achterzijde middenpaneel en een waslaag op de lijsten ter protectie.

Zoals men kan vaststellen werd in deze fase nog niet veel met verf gewerkt. Dit zal pas gebeuren in de tweede en derde fase waarover later meer.

Zeer belangrijk in de behandeling van ons drieluik zijn de onderzoeksmethoden gebruikt door het KIK. Zo kan met het dendrochronologisch onderzoek de vroegst mogelijke kapdatum van de houten panelen worden vastgesteld. Microscopisch onderzoek en chemische analyse kunnen informatie leveren over de samenstelling van de verflaag. Digitale fotografie maakt het mogelijk om zelfs de kleinste kwaststreken in oogleden of vingernagels muurgroot te projecteren. Maar de grootste verrassingen komen aan het licht dankzij röntgen, infrarood en ook ultraviolet. Dergelijke stralingen maken de ondertekening zichtbaar en soms stelt men vast dat zich onder het kunstwerk nog een vroeger schilderwerk bevindt.

Misschien zal onze triptiek door deze onderzoeken toch nog enkele van haar geheimen prijsgeven, laat ons hopen !


GkkCTW.jpg

Toch zijn schilderijen van de allerhoogste kwaliteit in essentie materiële objecten: verf op een doek of plank. Ook de allerbeste schilder had vuile handen na zijn werk.


Stuur door

ZTgGIw.jpg
GKYwb6.jpg

Ze is terug ... op foto ...

Ze is terug in de kerk, al is het dan op foto’s !

Deze kan je rustig gaan bekijken en een foldertje meenemen met een woordje uitleg.

Het echte kunstwerk zal pas na een volledige restauratie terug zijn begin juni 2009.

Stuur door

Meer van De Heilige Drievuldigheid.

↑ Terug naar de berichten