De sector werd door vijf bataljons verdedigd aan 2 compagnies van 4 pelotons elk , d.w.z 200 mannen per compagnie . Een groepering van mitrailleurs met een gemiddelde van 1 tot 3 brigades en de beide bataljons van ‘ Carabiniers- cyclistes ‘. Een groepering van patrouillers; een groepering van seiners (12 per regiment, d.w.z 72 man voor D.C. ) De sector werd in twee sectoren verdeeld aan k.6/100 van de Spoorweg. De noordelijke subsector met Grote Wacht van Reigersvliet(2) werd aan de ruiters (Cavalerie) bedeeld ; de zuidelijke sector met Grote-Wacht Oud-stuyvekenskerke (1), was aan die van de Carabiniers-Wielrenners. De ruiters werden om de 24 dagen vervangen. Op 6 maart 1918 was er 1 compagnie 5
de Lansiers aan G.G. Noord (Kapt.-Com. Brennet) en 1 compagnie van 4
de Lansiers aan de Spoorweg (Kapt.-Com Mortier). ; aan de Grand Garde Sud of Grote Wacht nr. 1 lag de 2
de compagnie II- Carabiniers-cyclistes (Kapt.-Com. Groetaerts) en aan de spoorweg lag de 3
de compagnie II-Carabiniers-cyc. (Kapt. Lambrechts). Major de tranchée P.C. ,bevond zich bij kilometer 6/350 van de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide, was Major Burnell (4
de Lansiers)
Géneral de tranchée ,bevond zich bij de hoeve Van Acker (1400 m ten westen van het gehucht Rousdamme), was Général-Major Baron Buffin, commandant van de 1ste Cavaleriebrigade.
De pikettroepen werden gevormd door een bataljon Jagers te paard (Major Jones 1ste Jagers) en de 1ste compagnie II-bat. Carabiniers-cyc
De troepen met half rust (maar vertrekkensklaar) werden gevormd door een bataillon Gidsen en 1ste Bataljon Carabiniers-cyclisten. De nacht 5 maart op 6 maart was zeer kalm. De verkenners die zoals gebruikelijk hadden gewerkt, hadden niets abnormaal opgemerkt hoogstens wat geruis uit de richting van Kloosterhoek ..................................................