Naar de inhoud

Verboden verhalen

akke.beakke.be

Kerstmis magie

  

Gelukkig glimlachend stond hij daar : de sneeuwman.

Zoals gebruikelijk in deze periode droeg hij zijn mooie zwarte hoed met een glanzende rode band versierd. Een stevige rode wortel stond vast ingepland op de plaats waar bij de mens de neus zijn voorgevel versiert.

Ietwat koolstof was properkes in het sneeuwhoofd op de plaats van de ogen ingewreven en bedekt met bruine kastanje. De leukerd die hem had afgewerkt had de mond  met lippenstift aangebracht. Zijn traditionele eeuwenoude toverborstel stond naast de rechtervoet stevig in de grond geduwen en rustte tegen zijn arm.

De sneeuwman straalde. Eindelijk nog eens een periode van vrede.

Sneeuwvlokjes kwamen traag zwevend uit de lucht gevallen en vleiden zich zachtjes op de witte grond, en natuurlijk ook op hun vriend de Sneeuwman.

De sfeer was volmaakt. Nou, bijna dan toch.

Drie jongeren kwamen luid diskuterend in de richting van onze kindervriend. “Kijk !” riep een van hen in een voor de sneeuwman moeilijk verstaanbare taal, “Wat is me dat voor iets ? Welke idioot maakte zo’n wangedrocht ?”

De sneeuwman fronste beledigd zijn lichtjes zwarte wenkbrauwen.

Welke onnozelaars durfden zoiets te zeggen ?

Zonder het minste respekt schopte een der vandalen tegen de buik en sneeuw spatte in alle richtingen uiteen. Ze vonden dat grappig. Een tweede schopte eveneens en uit de rug van de sneeuwman verdween een stuk. Maar er was niemand om hem te helpen. En korte tijd later lag hij kapot geschopt ter aarde.

Lachend en vloekend gingen de jonge schurken verder.

De sneeuwman lag snikkend op de bevroren grond en weende. Hoe dom kunnen sommige mensen toch zijn. Een brave weerloze sneeuwman lachend kapot schoppen en er nog fier op zijn ook.

Hoog boven de wolken had de Sneeuwgod het tafereel gade geslagen en keek zwaar verbolgen naar beneden, knarsend met zijn bevroren sneeuwtanden. In zijn funktie was het zijn plicht om tijdens de eindejaarsperiode Gerechtigheid te doen zegevieren en Vrede te promoten, en dat was hij zinnens ook.

Met de Sneeuwgod wordt niet gelachen, behalve de laatste dagen van een aards jaar en met goede bedoelingen. En dat was hier nu precies niet het geval.

Met zijn door zes rendieren getrokken slede gleed hij - rood van woede – naar beneden en stopte op enkele honderden meter van een spoorweg, die er rustig en vreedzaam bij lag, onwetend van wat komen zou.

In de verte werd het zacht gefluit van een sneeuwtrein hoorbaar. De drie zagen het rijtuig heel kleintjes afkomen, het voorste deel geheel met witte verse sneeuw bedekt. Hun spottend gelach bracht hen tot op de besneeuwde rails en lachend zagen ze dat raar ding nader komen.

Wetend dat hij zijn trein nooit op tijd tot staan zou kunnen brengen begon de machinist als bezeten aan de stoomfluit te trekken.

Maar hoe harder hij het alarm liet blazen hoe harder de drie jongeren begonnen te lachen. Wat kon zo’n toestel van sneeuw hen deren ?

 

Bij het ochtendgloren stond de sneeuwman geheel als nieuw in de opgaande zon te glunderen. De aan flarden gereten spotters lagen in stukken en brokken in één grote vuilniszak bijeen gevaagd.

De sneeuwtrein zette fluitend zijn weg verder.

Hoe vind je dit bericht? 70 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

10.000 meter onder zee

 

Iemand fronste de wenkbrauwen.

Wat deed in hemelsnaam een met een zware kernbom geladen onderzeeboot op tienduizend meter diepte ?

Het grijze vaartuig gleed langzaam en geluidloos door het donkergroene water en een aantal rare en zeldzame vissen maakten ietwat angstig plaats. Met de regelmaat van een klok verlieten luchtbellen het tuig en stegen traagjes naar het zeeoppervlak.   Enkele diepzeevissen zwommen bellen achterna en hapten er speels in. Andere verwijderden zich. Aan deze bellen was fijntjes te ruiken dat het tuig een kernbom vervoerde. Wat was er verdorie gaande ? De onderzeeër zette koers naar de kust van zijn land van herkomst ….

Wat had dat te betekenen ?

Iemand fronste de wenkbrauwen nog dieper.

Was het weer een “false flag” zoals zo vaak gebeurde ? Waren die onnozelaars weer bezig met de wereld kapot te maken ?

“Wacht maar !” grinnikte iemand onhoorbaar, en naderde het tuig nog langzamer en geluidlozer dan hetzelf.

Een zware klop ging door het oorlogstuig heen en het werd ruw tegen de zeebodem gedrukt. En op die diepte kan je nu precies niet uitstappen. Er ontstond paniek aan boord. De techniek had de totale tijd voor de bom zou ontploffen op 48 uur gezet en daarvan waren er al 36 verstreken. Met alle mogelijke middelen werd geprobeerd weer vaart te maken, maar tevergeefs. Er kwam geen centimeter beweging in.

Hoe het er de volgende 12 uren aan toe ging zal ik niet beschrijven. De aangestormde Duivels maakten zich rustig grinnikend klaar om de bemanning mee te nemen. Hun kapitein op kop. En exact 720 minuten later deed het door de mens ingestelde technisch ontploffingssysteem het werk waarvoor het moest dienen. De Dood zaaien.

Na enkele minuutjes kwamen vissen toezwemmen en deden zich te goed aan de nog overblijvende stukjes vers zij het dan ook aangebrand vlees.

Met een krachtige ruk werd de grote drietand uit het zand getrokken. Die hoefde de duikboot nu niet meer klem te zetten. Die was immers aan flarden gereten.

Neptunus glimlachte genoegzaam en zette rustig zijn weg verder.

Hoe vind je dit bericht? 65 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Hij voelde zich goed

 

Hij voelde zich goed. Deze namiddag had hij voor de lol een jonge vrouw aangerand en haar dan lachend de keel overgesneden. Wat was het leven toch mooi. Morgen zou hij een vers bruidje van acht gaan afhalen. Hij verheugde zich bij de vooruitzichten. Leuk toch.

Glimlachend bewonderde hij zichzelf in de spiegel en kamde zijn zwarte glanzende haren. Zijn donkere ogen blonken en het leek net of er in de pupillen een vuurrood vuurtje brandde.

 

Hij bleef opeens onbeweeglijk staan en meende een geluid waar te nemen. Maar hoe zeer hij zijn oren ook splitste, hij hoorde niets meer dan het geluid van de stilte. Tja, dan kan gebeuren hé.

 

Hij streelde ijdel zijn gekrulde borstharen en dito zware zwarte snor.

Hij schrok toen hij ineens blijkbaar dan toch iets hoorde.

Vliegensvlug draaide hij zich om en trok tegelijkertijd tijd zijn dolk.

Maar er was niets te zien.

 

Hij begon zich nu toch wat onbehaaglijk te voelen. Hij voelde een aanwezigheid maar hij zag niemand. Wat gebeurde er toch ?

Hij trok zijn hemd aan en ging tot aan het raam. Maar behalve de mensen op straat was alles normaal. Raar toch.

Hij draaide zich terug naar binnen en bleef als aan de grond genageld staan. Hij kende die jonge vrouw. Amper een uurtje of twee geleden had hij haar vermoord. Maar dat kon toch niet.

 

“Wat die jij verdomme hier ?” vroeg hij met schorre stem.

De vrouw antwoorde niet maar trok langzaam haar sjaal van haar hoofd. Op haar keel was de open vleeswonde klaar en duidelijk te zien en haar gescheurde kledij was tot op haar benen met donker gestold bloed besmeurd.

“Ga weg beveel ik je ! Verlaat onmiddellijk mijn woning !”

Maar de jonge vrouw antwoordde niet.

Heel langzaam haalde ze een lang vlijmscherp mes te voorschijn.

“Wat denkt ge dat ge gaat doen ?” probeerde de man te schreeuwen, maar meer dan wat krassend geluid kwam niet uit zijn mond.

Traag deed ze enkele stappen tot ze oog in oog met haar moordenaar stond, bijna neus tegen neus.

De man wou gillen, maar niets kwam over zijn lippen. Lijkbleek keek hij zijn slachtoffer in de ogen. Heel langzaam hief ze haar mes omhoog zonder ook maar enig geluid te maken. Ze plantte de punt van haar wapen op de keel van haar beul.

Het gelaat van de man werd doodsbleek. Hij probeerde te smeken maar niet het minste geluid verliet zijn mond. Tergend langzaam duwde ze het wapen dieper …. en dieper …. en dieper ….

 

De politie vond het maar een rare zaak en keek stilzwijgend toe hoe de wetsdokter zijn werk deed.

 

Hoe kan een vent als een boom in zijn eigen huis nu in hemelsnaam van angst sterven ?

Hoe vind je dit bericht? 62 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

De weg naar de Hel

 

De weg naar de Hel is lang en eenzaam.

Zuchtend en kreunend sleepte ze haar lelijk vet lichaam traag en log over de

slecht geplaveide in rood gehulde weg, nu en dan pijnlijk een voet omslaand.

Haar versleten kleren absorbeerden zo goed als niets meer. Her haren

waren vet van vervuiling en in plaats van de heerlijke geuren van door haar

minnaar geschonken dure parfums verspreidde ze nu zweetachtige stank.

Bang en trillend vervolgde ze zo goed mogelijk de bijna oneindige weg,

angstig uitkijkend naar duivels die zich achter hagen en bomen verschuilden

om dan ineens luid tierend tevoorschijn te komen om met hun zwarte zweep

als razend hun vers vee af te ranselen. Tja, deze weg afleggen was niet zo’n

pretje als met een luxueuze wagen erop uit gaan en op zonnige terrasjes

cava te gaan drinken, samen met enige bordjes lekkere versnaperingen natuurlijk.

Of om te proberen hun echtgenoot te vermoorden om te kunnen

erven en maandelijks een niet te versmaden weduwenpensioen op te strijken.

Moeizaam bewoog ze zich voort, aangepord door het gehuil van andere

reizigers die, alhoewel reeds zowat kapot geslagen, nòg meer zweepslagen

te verwerken kregen. Huilend en wenend sleepte ze zich verder, gevolgd door

een tweetal grijnzende duivels, hun bebloed materiaal klaar voor gebruik.

Nog slechts bijna dode maar nog rillende karkassen lagen langs de kant

van de weg, stil en eerbiedig smekend om alstublief te mogen sterven.

Maar duivels kennen geen genade. En terecht.

 

Wie naar de Hel gaat moet maar weten dat hij er per slot om gevraagd heeft.

Die moeten maar aanvaarden wat hen te wachten staat.

Sed lex dura lex. Zo zij het.

 

Hoe vind je dit bericht? 57 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

De wind huilde

 

De koude wind huilde. Ja …. ook tot in de schoorstenen die hier

en daar op de daken van de schaarse boerderijen verschenen.

Struiken bewogen woest van ene naar gene zijde en brachten

samen met de takken van de bomen een angstwekkend geluid

voort. Een dik konijntje kroop nog snel in zijn pijp en van een

mol was nog juist het tipje van zijn staart te zien.

Het water dat de beek vulde spatte wild over de rand en het

er langs lopende bospad was kletsnat.

Donder maakte schrikwekkende geluiden en de bliksem deed

zelfs de stier in de nabij gelegen boerderijstalling angstig ineen

krimpen. De koeien durfden niet meer te loeien, alleen paarden

waagden zich aan een zenuwachtig gehinnik.

 

De Weergoden waren kwaad. Amper een uurtje geleden had

een gefrustreerd onverlaat voor de lol enkele kleine konijntjes

neergeschoten en dan doodgestampt. Zo maar. Volgens zijn

soort dienen personen zoals hij baas over de wereld te zijn en

moesten alle dieren te verdwijnen, liefst door middel van

hagel of messen. En liefst op een zo pijnlijk mogelijke manier.

 

De man die zichzelf ‘de boze jager’ noemde grinnikte. Hij nam

zijn geweer en keek zorgvuldig of het wel geladen was. Toen

stond hij op en kleedde zich dik en warm. Laarzen en een

lederen hoed vervolledigde zijn uitrusting uiteraard met een

lading reservekogels. Hij stapte naar buiten en trok met een

klap de voordeur dicht. Zijn hoed tot op de oren getrokken en

zijn wapen in aanslag begaf hij zich het beboste gedeelte van

het landschap in. Daar zaten nu immers de dieren verscholen.

 

Het laatste wat hij nog hoorde was een stem die riep

: “Ik heb hem Lowie ! En ik denk dat het een everzwijn moet

zijn. ’t Lijkt me nogal ne grote ! Da wordt smullen zeg !”

Toen sloot hij voor altijd de ogen en werd het weer stil in

het bos.

 

De Weergoden glimlachten.

Hoe vind je dit bericht? 61 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Verboden verhalen

↑ Terug naar de berichten