Naar de inhoud

Verboden verhalen

seniorennet.beseniorennet.be

De wind huilde

 

De koude wind huilde. Ja …. ook tot in de schoorstenen die hier

en daar op de daken van de schaarse boerderijen verschenen.

Struiken bewogen woest van ene naar gene zijde en brachten

samen met de takken van de bomen een angstwekkend geluid

voort. Een dik konijntje kroop nog snel in zijn pijp en van een

mol was nog juist het tipje van zijn staart te zien.

Het water dat de beek vulde spatte wild over de rand en het

er langs lopende bospad was kletsnat.

Donder maakte schrikwekkende geluiden en de bliksem deed

zelfs de stier in de nabij gelegen boerderijstalling angstig ineen

krimpen. De koeien durfden niet meer te loeien, alleen paarden

waagden zich aan een zenuwachtig gehinnik.

 

De Weergoden waren kwaad. Amper een uurtje geleden had

een gefrustreerd onverlaat voor de lol enkele kleine konijntjes

neergeschoten en dan doodgestampt. Zo maar. Volgens zijn

soort dienen personen zoals hij baas over de wereld te zijn en

moesten alle dieren te verdwijnen, liefst door middel van

hagel of messen. En liefst op een zo pijnlijk mogelijke manier.

 

De man die zichzelf ‘de boze jager’ noemde grinnikte. Hij nam

zijn geweer en keek zorgvuldig of het wel geladen was. Toen

stond hij op en kleedde zich dik en warm. Laarzen en een

lederen hoed vervolledigde zijn uitrusting uiteraard met een

lading reservekogels. Hij stapte naar buiten en trok met een

klap de voordeur dicht. Zijn hoed tot op de oren getrokken en

zijn wapen in aanslag begaf hij zich het beboste gedeelte van

het landschap in. Daar zaten nu immers de dieren verscholen.

 

Het laatste wat hij nog hoorde was een stem die riep

: “Ik heb hem Lowie ! En ik denk dat het een everzwijn moet

zijn. ’t Lijkt me nogal ne grote ! Da wordt smullen zeg !”

Toen sloot hij voor altijd de ogen en werd het weer stil in

het bos.

 

De Weergoden glimlachten.

Hoe vind je dit bericht? 61 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

De weg naar de Hel

 

De weg naar de Hel is lang en eenzaam.

Zuchtend en kreunend sleepte ze haar lelijk vet lichaam traag en log over de

slecht geplaveide in rood gehulde weg, nu en dan pijnlijk een voet omslaand.

Haar versleten kleren absorbeerden zo goed als niets meer. Her haren

waren vet van vervuiling en in plaats van de heerlijke geuren van door haar

minnaar geschonken dure parfums verspreidde ze nu zweetachtige stank.

Bang en trillend vervolgde ze zo goed mogelijk de bijna oneindige weg,

angstig uitkijkend naar duivels die zich achter hagen en bomen verschuilden

om dan ineens luid tierend tevoorschijn te komen om met hun zwarte zweep

als razend hun vers vee af te ranselen. Tja, deze weg afleggen was niet zo’n

pretje als met een luxueuze wagen erop uit gaan en op zonnige terrasjes

cava te gaan drinken, samen met enige bordjes lekkere versnaperingen natuurlijk.

Of om te proberen hun echtgenoot te vermoorden om te kunnen

erven en maandelijks een niet te versmaden weduwenpensioen op te strijken.

Moeizaam bewoog ze zich voort, aangepord door het gehuil van andere

reizigers die, alhoewel reeds zowat kapot geslagen, nòg meer zweepslagen

te verwerken kregen. Huilend en wenend sleepte ze zich verder, gevolgd door

een tweetal grijnzende duivels, hun bebloed materiaal klaar voor gebruik.

Nog slechts bijna dode maar nog rillende karkassen lagen langs de kant

van de weg, stil en eerbiedig smekend om alstublief te mogen sterven.

Maar duivels kennen geen genade. En terecht.

 

Wie naar de Hel gaat moet maar weten dat hij er per slot om gevraagd heeft.

Die moeten maar aanvaarden wat hen te wachten staat.

Sed lex dura lex. Zo zij het.

 

Hoe vind je dit bericht? 57 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Hij voelde zich goed

 

Hij voelde zich goed. Deze namiddag had hij voor de lol een jonge vrouw aangerand en haar dan lachend de keel overgesneden. Wat was het leven toch mooi. Morgen zou hij een vers bruidje van acht gaan afhalen. Hij verheugde zich bij de vooruitzichten. Leuk toch.

Glimlachend bewonderde hij zichzelf in de spiegel en kamde zijn zwarte glanzende haren. Zijn donkere ogen blonken en het leek net of er in de pupillen een vuurrood vuurtje brandde.

 

Hij bleef opeens onbeweeglijk staan en meende een geluid waar te nemen. Maar hoe zeer hij zijn oren ook splitste, hij hoorde niets meer dan het geluid van de stilte. Tja, dan kan gebeuren hé.

 

Hij streelde ijdel zijn gekrulde borstharen en dito zware zwarte snor.

Hij schrok toen hij ineens blijkbaar dan toch iets hoorde.

Vliegensvlug draaide hij zich om en trok tegelijkertijd tijd zijn dolk.

Maar er was niets te zien.

 

Hij begon zich nu toch wat onbehaaglijk te voelen. Hij voelde een aanwezigheid maar hij zag niemand. Wat gebeurde er toch ?

Hij trok zijn hemd aan en ging tot aan het raam. Maar behalve de mensen op straat was alles normaal. Raar toch.

Hij draaide zich terug naar binnen en bleef als aan de grond genageld staan. Hij kende die jonge vrouw. Amper een uurtje of twee geleden had hij haar vermoord. Maar dat kon toch niet.

 

“Wat die jij verdomme hier ?” vroeg hij met schorre stem.

De vrouw antwoorde niet maar trok langzaam haar sjaal van haar hoofd. Op haar keel was de open vleeswonde klaar en duidelijk te zien en haar gescheurde kledij was tot op haar benen met donker gestold bloed besmeurd.

“Ga weg beveel ik je ! Verlaat onmiddellijk mijn woning !”

Maar de jonge vrouw antwoordde niet.

Heel langzaam haalde ze een lang vlijmscherp mes te voorschijn.

“Wat denkt ge dat ge gaat doen ?” probeerde de man te schreeuwen, maar meer dan wat krassend geluid kwam niet uit zijn mond.

Traag deed ze enkele stappen tot ze oog in oog met haar moordenaar stond, bijna neus tegen neus.

De man wou gillen, maar niets kwam over zijn lippen. Lijkbleek keek hij zijn slachtoffer in de ogen. Heel langzaam hief ze haar mes omhoog zonder ook maar enig geluid te maken. Ze plantte de punt van haar wapen op de keel van haar beul.

Het gelaat van de man werd doodsbleek. Hij probeerde te smeken maar niet het minste geluid verliet zijn mond. Tergend langzaam duwde ze het wapen dieper …. en dieper …. en dieper ….

 

De politie vond het maar een rare zaak en keek stilzwijgend toe hoe de wetsdokter zijn werk deed.

 

Hoe kan een vent als een boom in zijn eigen huis nu in hemelsnaam van angst sterven ?

Hoe vind je dit bericht? 62 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

10.000 meter onder zee

 

Iemand fronste de wenkbrauwen.

Wat deed in hemelsnaam een met een zware kernbom geladen onderzeeboot op tienduizend meter diepte ?

Het grijze vaartuig gleed langzaam en geluidloos door het donkergroene water en een aantal rare en zeldzame vissen maakten ietwat angstig plaats. Met de regelmaat van een klok verlieten luchtbellen het tuig en stegen traagjes naar het zeeoppervlak.   Enkele diepzeevissen zwommen bellen achterna en hapten er speels in. Andere verwijderden zich. Aan deze bellen was fijntjes te ruiken dat het tuig een kernbom vervoerde. Wat was er verdorie gaande ? De onderzeeër zette koers naar de kust van zijn land van herkomst ….

Wat had dat te betekenen ?

Iemand fronste de wenkbrauwen nog dieper.

Was het weer een “false flag” zoals zo vaak gebeurde ? Waren die onnozelaars weer bezig met de wereld kapot te maken ?

“Wacht maar !” grinnikte iemand onhoorbaar, en naderde het tuig nog langzamer en geluidlozer dan hetzelf.

Een zware klop ging door het oorlogstuig heen en het werd ruw tegen de zeebodem gedrukt. En op die diepte kan je nu precies niet uitstappen. Er ontstond paniek aan boord. De techniek had de totale tijd voor de bom zou ontploffen op 48 uur gezet en daarvan waren er al 36 verstreken. Met alle mogelijke middelen werd geprobeerd weer vaart te maken, maar tevergeefs. Er kwam geen centimeter beweging in.

Hoe het er de volgende 12 uren aan toe ging zal ik niet beschrijven. De aangestormde Duivels maakten zich rustig grinnikend klaar om de bemanning mee te nemen. Hun kapitein op kop. En exact 720 minuten later deed het door de mens ingestelde technisch ontploffingssysteem het werk waarvoor het moest dienen. De Dood zaaien.

Na enkele minuutjes kwamen vissen toezwemmen en deden zich te goed aan de nog overblijvende stukjes vers zij het dan ook aangebrand vlees.

Met een krachtige ruk werd de grote drietand uit het zand getrokken. Die hoefde de duikboot nu niet meer klem te zetten. Die was immers aan flarden gereten.

Neptunus glimlachte genoegzaam en zette rustig zijn weg verder.

Hoe vind je dit bericht? 65 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Kerstmis magie

  

Gelukkig glimlachend stond hij daar : de sneeuwman.

Zoals gebruikelijk in deze periode droeg hij zijn mooie zwarte hoed met een glanzende rode band versierd. Een stevige rode wortel stond vast ingepland op de plaats waar bij de mens de neus zijn voorgevel versiert.

Ietwat koolstof was properkes in het sneeuwhoofd op de plaats van de ogen ingewreven en bedekt met bruine kastanje. De leukerd die hem had afgewerkt had de mond  met lippenstift aangebracht. Zijn traditionele eeuwenoude toverborstel stond naast de rechtervoet stevig in de grond geduwen en rustte tegen zijn arm.

De sneeuwman straalde. Eindelijk nog eens een periode van vrede.

Sneeuwvlokjes kwamen traag zwevend uit de lucht gevallen en vleiden zich zachtjes op de witte grond, en natuurlijk ook op hun vriend de Sneeuwman.

De sfeer was volmaakt. Nou, bijna dan toch.

Drie jongeren kwamen luid diskuterend in de richting van onze kindervriend. “Kijk !” riep een van hen in een voor de sneeuwman moeilijk verstaanbare taal, “Wat is me dat voor iets ? Welke idioot maakte zo’n wangedrocht ?”

De sneeuwman fronste beledigd zijn lichtjes zwarte wenkbrauwen.

Welke onnozelaars durfden zoiets te zeggen ?

Zonder het minste respekt schopte een der vandalen tegen de buik en sneeuw spatte in alle richtingen uiteen. Ze vonden dat grappig. Een tweede schopte eveneens en uit de rug van de sneeuwman verdween een stuk. Maar er was niemand om hem te helpen. En korte tijd later lag hij kapot geschopt ter aarde.

Lachend en vloekend gingen de jonge schurken verder.

De sneeuwman lag snikkend op de bevroren grond en weende. Hoe dom kunnen sommige mensen toch zijn. Een brave weerloze sneeuwman lachend kapot schoppen en er nog fier op zijn ook.

Hoog boven de wolken had de Sneeuwgod het tafereel gade geslagen en keek zwaar verbolgen naar beneden, knarsend met zijn bevroren sneeuwtanden. In zijn funktie was het zijn plicht om tijdens de eindejaarsperiode Gerechtigheid te doen zegevieren en Vrede te promoten, en dat was hij zinnens ook.

Met de Sneeuwgod wordt niet gelachen, behalve de laatste dagen van een aards jaar en met goede bedoelingen. En dat was hier nu precies niet het geval.

Met zijn door zes rendieren getrokken slede gleed hij - rood van woede – naar beneden en stopte op enkele honderden meter van een spoorweg, die er rustig en vreedzaam bij lag, onwetend van wat komen zou.

In de verte werd het zacht gefluit van een sneeuwtrein hoorbaar. De drie zagen het rijtuig heel kleintjes afkomen, het voorste deel geheel met witte verse sneeuw bedekt. Hun spottend gelach bracht hen tot op de besneeuwde rails en lachend zagen ze dat raar ding nader komen.

Wetend dat hij zijn trein nooit op tijd tot staan zou kunnen brengen begon de machinist als bezeten aan de stoomfluit te trekken.

Maar hoe harder hij het alarm liet blazen hoe harder de drie jongeren begonnen te lachen. Wat kon zo’n toestel van sneeuw hen deren ?

 

Bij het ochtendgloren stond de sneeuwman geheel als nieuw in de opgaande zon te glunderen. De aan flarden gereten spotters lagen in stukken en brokken in één grote vuilniszak bijeen gevaagd.

De sneeuwtrein zette fluitend zijn weg verder.

Hoe vind je dit bericht? 70 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Waar gebeurd

    

 

Dit is een waargebeurd verhaal. Niets spectaculairs. Maar toch leuk

genoeg om op te schrijven. Hier komt het :

Het gevangenisalarm schreeuwt luidkeels, want enige uren geleden

zijn veertien gedetineerden, netjes als werklui verkleed, met water

gevulde emmers, borstels en dweilen inbegrepen, via een onbewaakt

achterdeurtje gaan lopen. 

En, net zoals in de ronde van Frankrijk, is er weer geen enkele belg bij.

De gevangenisdirekteur trekt zich aan de weinige haren die zijn kale

schedel nog te tonen heeft. Zijn gezwollen volgevreten buik schudt

van woede tot grote hilariteit van de inwoners van zijn tehuis.

Machteloos proberen enkele zijner medewerkers de pers op afstand

te houden. Maar tevergeefs. Hij wordt zowat bedolven onder rake

vragen en men ziet duidelijk dat zijn twee korte beentjes moeite

krijgen om zijn corpus nog ordelijk te dragen.

Tja, vandaag wordt het echt geen personeelsfeest zoals vrijwel elke

vrijdagavond.

En uiteraard wordt er naar getuigen op zoek gegaan. 

De grote Manitou van de instelling ziet een tegen een muur leunende

oude man die lichtjes glimlacht. 

“Gij !” roept de grote baas. “Meekomen!” in de overtuiging dat de

grijsaard makkelijk aan het praten zal gaan.

“Meekomen ! Naar mijn kantoor. En snel !“

“Ik zag dat jij zag wat er daarnet gebeurde. Vertel !” snauwt hij de

bejaarde gevangene toe”.

“Wat doet u dat denken meneer de direkteur?”, spreekt de ouderling.

“Bek dicht !” sprak de grote baas, “en vertel !”

“Oh, voor een fles lekkere wijn doe ik wel wat hoor !”

De direkteur gaat ietwat aarzelend in een kast en plaats een château

‘weet-ik-veel’ op zijn bureautafel.

De man bekijkt het etiket en zegt zachtjes :

“Ik zei wel : een lekkere wijn, meneer de direkteur.”

“Wat wil je dan ?” snauwt die.

“Oh meneer de direkteur …. met een Cariñena Gran Reserva ben

ik al heel tevreden hoor.”

“Ne Carinjeena wa ??”

“Ne Gran Reserva meneer …. “

“Ben je mij voor de gek aan het houden, ouwe zak ?”

“Oh neen meneer, maar als dat niet gaat word ik graag terug naar

mijn cel gebracht.”

“Wacht ! Dat komt wel in orde ‘”

Onmiddellijk geeft de direkteur zijn administratief personeel opdracht

alle winkels in de stad te telefoneren en naar die wijn op zoek te gaan.

Na héél vele telefoontjes komt een der bediende bijna buiten adem bij

de grote baas en vertelt dat hij nog één fles van de gevraagde wijn

gevonden heeft.

Die grijnst en beveelt : “Onmiddellijk gaan halen ! En breek ze niet !

Een goed half uurtje later staat de wijn op de tafel.

“En …. ?” hijgt de direkteur, “is dat de wijn die je wil ?”

“Ja, meneer de direkteur, dat is hij.”

“Maar om zeker te zijn moet ik die natuurlijk proeven nietwaar.

U als man van de wereld weet hoe dat gaat.”

Ongeduldig neemt de direkteur een kurkentrekker uit een zijner

bureelschuiven en ontkurkt de wijnfles. Zachtjes houdt de oude man

de flessenhals tegen zijn gespierde neusgaten en, de ogen gesloten,

snuift hij de heerlijke geuren van de zachte drank naar binnen.

De direkteur wordt ongeduldig en wil weten wat hij daar nu voor

in de plaats krijgt.

“Geduld meneer,” zegt de bejaarde man, “Je mag echte wijn nooit

forceren. Geeft u mij eens een glas alstublieft, een met een voet,

zoals die glazen waar u en uw bezoekers mogen uit drinken.”

Met bijna knarsende tanden voldoet de man aan het verzoek en

schenkt zijn gevangene zuinig een half glas Cariñena uit. Deze

ruikt met gesloten ogen aan de wijn en kreunt zachtjes van

genoegen. Gelukzalig kijkend ledigt hij het glas.

“En …. ?” Vraagt de direkteur nu in gespannen verwachting.

“Wat krijg ik nu daarvoor ?”

“Niet zo snel meneer de direkteur. Goede wijn is zoals een vrouw.

Daar moet je geduldig mee zijn. Giet me heel langzaam nog maar

een glas uit.”

Tja …. En nog een …. En nog een …. ….

Na enige tijd is de fles leeg. De oude man is nog aan het nagenieten.

Het geduld van de direkteur is nu wel op.

“Wel ??” schreeuwt hij !!” Wat krijg ik nu daarvoor ??”

De oude man stelt zich traagjes recht, kijkt de gevangenisdirekteur

glimlachend recht in de ogen, en zegt :

 

“Daarvoor krijgt u van mij mijn allermooiste glimlach, meneer.”

en verlaat gelukzalig grijnzend het bureel.

 

Hoe vind je dit bericht? 74 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:59 1 reactie Reageer op dit bericht

Kerstland

   

Hij woont in een land dat nog niet door in burger geklede soldaten wordt bezet. Nog niet.

Het is er te koud. En de vrouwen en meisjes lopen er bovendien dik ingeduffeld. Pech dus.

Petroleum is er ook niet te vinden. Dubbele pech dus. Maar niet voor de inwoners. Die worden voorlopig ongemoeid gelaten en zijn nog enige tijd relatief veilig.

Daar toont de Kerstman, in een nederig de grootste tijd van het jaar bijna helemaal ingesneeuwd huisje. Ooit bracht ik in dat prachtig dorpje eens een paar dagen door.

Ik verbleef er in het klein maar gezellig hotel-restaurant De Bevroren Snor.

Als je daar met je slede de parking afglijdt en je draait rechtsaf dan passeer je

de schoenwinkel De Sneeuwlaars. Je glijdt er zachtjes voorbij tearoom De Warme Ijskoffie en ietwat verder aan de overzijde zie je de kledingzaak De Sneeuwvlok met ernaast de snackbar De Verkrampte Spaghetti. Juist voor het dierenhotel De Poolbeer draai je terug rechtsaf, de Glijbaan op, en je komt voorbij de Eskimo Club. Dan schuif je rond het pleintje en kom je aan het dichtgevroren openluchtzwembad De Heetzakken. En op een gespierde harpoengooi daarvandaan woont de Kerstman in een lage bungalow met veel kerstbomen in zijn tuin, allemaal prachtig versierd met de mooiste bollen die je ooit zag, in alle kleuren, vormen én verlicht. Op zijn parking staat meestal een schitterende slee, wel zonder rendieren, want die staan in een warme stal.

Ik nam vele foto’s maar vanwege de kou zijn die helaas allemaal kapot gevroren. Maar de mooie herinneringen zullen nooit vergaan.

Uiteindelijk toch één plekje op aarde waar nog Vrede heerst.

Hoe vind je dit bericht? 72 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 14:39 Reageer op dit bericht

Terug naar huis

  

Aan een gesappig tempo reed het wagentje door de vallende

duisternis. De man die het autootje bestuurde neuriede zacht

een populair liedje. Zijn vrouw die naast hem zat bekeek hem

schuin, want zijn repertorium was nogal beperkt en hij was

nu reeds sinds hun vertrek van bij tante Zulma aan hetzelfde

refrein bezig. Maar goed, over een twintigtal minuutjes zijn

we thuis, dacht ze.

 

Zo’n honderdtal meter verder stond aan de rechterzijde van

de baan iemand te liften, zo te zien een man. Hij was gekleed

met een donkere regenjas en een dito hoed. Een fijne regen

was beginnen vallen en het werd koud. De lifter had zijn

kraag hoog opgetrokken. Maar een onbekende meenemen

leek hen nu toch te gevaarlijk. Ze besloten dus om niet

stoppen en reden vlotjes door.

 

Aan de lifter gekomen keek ze ietwat medelijdend in diens

richting. De schok die ze kreeg deed haar bleek worden.

Het hoofd van die lifter was een doodshoofd. “Sneller !!”

gilde ze, “Sneller verdomme !!”. Haar man keek niet in haar

richting maar had dit rare hoofd ook gezien, en in een mum

van tijd ging de snelheidsmeter van zeventig naar honderd.

Pas na meerdere kilometers vertraagde hij de snelheid en

ging de meter terug naar zeventig per uur. Verward keken

ze mekaar aan. Hadden ze zich vergist en meenden ze

alleen maar een doodshoofd gezien te hebben ? Nou, Joost

zal het weten. Ietwat van de emotie bekomen tuften ze

verder. Traag verslonden ze kilometer na kilometer.

 

Het scheelde niet veel of de bestuurder reed bijna iemand

aan. De persoon was donker gekleed en stond bijna op de

rand van de baan. Een fikse stoot op de rem belette hun

wagentje de nogal roekeloze figuur omver te rijden. Door

dit maneuver was de snelheid tot tegen de 20 per uur

gedaald. De vrouw uitte een luide gil en haar echtgenoot

werd bleek. Want wat ze onder de hoed van de lifter zagen

was terug het doodshoofd. Ruw en brutaal duwde de man

het gaspedaal in en langzaam trok het autootje terug op.

 

Wat was er in hemelsnaam nu toch gaande? Zoiets kan

toch niet …. ? Ze droomden toch niet ?

 

Pas toen hun voertuig uiteindelijk hun straat in reed

kwamen ze beiden een beetje tot rust. Met een ruk stond

hun auto stil. Beiden slaakten ze tegelijkertijd een hevige

en lange zucht. Waarschijnlijk had hun verbeelding hen

parten gespeeld. Dronken waren ze nochtans niet.

Zeker niet na een bezoek aan tante Zulma.

Nog zuchtend stapten ze beiden uit en na wat zenuwachtig

gepruts met de sleutel stapten ze binnen. Een borrel

hadden ze alle twee inderdaad wel nodig. Na hun jas

op de kapstok gegooid te hebben betraden ze het salon.

De vrouw ontstak de kristallen luster en onmiddellijk

baadde de plaats in een zee van zacht licht. Een knip aan

de cv-speler en Chopin vulde de ruimte.

 

Iemand zat in de brede lederen zetel. Langzaam draaide

hij het hoofd. Onder de rand van zijn donkere hoed werd

een grijnzend doodshoofd zichtbaar.

Hoe vind je dit bericht? 51 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:58 Reageer op dit bericht

Apokalypso

 

Massa’s vuur in alle mogelijke vormen, het enige wat op aarde nog

licht verspreidt. Alles zal vernietigd worden, ook die aardse ruimte-

tuigen waarmede zelfbenoemde Illuminati vruchteloos zullen

pogen deze planeet te ontvluchten. Er zal geen uitweg zijn, behalve

jouw karkas te verlaten. Het worden feestdagen voor de uitbaters

van de Hel. Eindelijk zullen hun boordevol met kokende olie gevulde

zwembaden tot aan de rand met de grootste schatrijke misdadigers

gevuld worden. Is dat niet heerlijk ?

De zeeën zullen grotendeels verdampen en het oppervlak van wat

eens ‘de aarde’ genoemd werd zal door de hitte vloeibaar worden.

Alle rijkdom zal vernietigd worden en de machtigen der aarde

zullen samen met de dieren kreveren, tot groot jolijt van de door

hen gedegenereerde mens.

 

Spijt komt zoals altijd te laat. Dat de veroorzakers van de eindtijd

een gruwelijk einde zullen kennen is maar een bittere troost.

 

Gedenk wat begin mei 1945 ene Dk Joseph Goebbels tot de

sekretaresse van Adolf Hitler zei toen ze hem vroeg waarom hij

de bewoners van Berlijn belette de stad te ontvluchten.

 

“Het volk gaf ons volmacht. We hebben verloren.

     Het zal samen met ons ten onder gaan.”

Hoe vind je dit bericht? 51 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:05 Reageer op dit bericht

Brood

  

“Braaf jouw melk drinken hoor jongen ! Nu ge vijf jaar gaat

worden moet ge dat heel alleen kunnen. Mama gaat nu brood

halen voor ons ontbijt.”

“En boterkoeken mama ?”

“Neen jongen. Brood. Dat is gezonder.”

“Ja mama.”

Enkele minuten later komt moeder terug binnen en legt een

brood op de keukentafel.

“Wat is dat mama ?”” Dat is een turks brood jongen. En

begin nu maar al te eten. Ik zal al een stuk afsnijden, ik

telefoneer nog even en dat kom ik mee ontbijten.” “Ja mama.”

De moeder is amper de keuken uit en de kleine jongen laat

zich van zijn stoel glijden. Mama denkt toch niet dat hij van

’s morgens vroeg hesp, worst en konfituur gaat eten zeker.

Resoluut opent hij de kelderdeur en zoekt de pot choko die

die moeder daar verstopt. Das rap gedaan.

 

Maar het afgesneden stuk brood ziet de kust schoon en valt

de gekookte hesp aan. Die verweert zich natuurlijk en beiden

rollen over het tafelblad.

De pot konfituur kijkt het van eenzelfde kleur gemaakte

politiek blad aan en vraagt : Wat moeten we doen ?

“Ik niks!” antwoordt het krantje. “Jij moet je daar in mengen.

Niet ik. Ik moet advies geven. Trouwens, mijn bladen zouden

kunnen vuil worden. Meng jij er maar mee.”

De varkensworst kan de ongelijke strijd niet meer aanzien

en laat zich op het brood vallen. Het gevecht wordt zo hevig

dat allen van de tafel rollen en op de vloer terecht komen.

 

Op dat moment komen de hond en de kat de keuken binnen.

De eerste neemt de worst voorzichtig tussen zijn tanden,

de kat ontfermt zich over de hesp. Het jongetje komt de

keuken binnen en ziet de hond en de kat met hun buit weg-

vluchten. Nog met de handdoek over haar natte hoofdharen

komt nu ook moeder binnen en ziet het stuk brood bewegings-

loos op de grond liggen.

 

“Mama!” vraagt het jongetje, de choko nog op de lippen,

“waarom lusten dieren geen turks brood ?”

Hoe vind je dit bericht? 59 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:58 Reageer op dit bericht

Meer van Verboden verhalen

↑ Terug naar de berichten