Naar de inhoud

vermiworld

een kritische kijk op onze 'beschaving' (?)
seniorennet.beseniorennet.be
homo homini lupus of 'l'enfer c'est les autres'

De ghetto's van Brussel

Zelfs parlementsleden van GROEN! zien eindelijk de bomen door het 'multiculterele' bos! Als schuldbekentenis kan dit tellen. Intussen dragen ze wel een verpletterende verantwoordelijkheid. En nu maar hopen dat we hun puinhopen nog kunnen opruimen. Stuur dit naar elke zelfverklaarde multicuralist door! De getto's van Brussel De Standaard woensdag 30 september 2009 Auteur: Lukas van der Taelen, Vlaams parlementslid GROEN! De getto's van Brussel MOETEN WE BANG ZIJN OM ONZE WAARDEN OP TE DRINGEN? LUCKAS VANDER TAELEN is het beu naast een getto te leven waar allochtone jongeren hem behandelen alsof hij op hun privéterrein loopt. 'Waarom durven wij niet opkomen voor wat eigenlijk essentieel is: respect voor de wetten en de waarden van het land waarin wij leven?' Ik woon vlakbij een buurt in Vorst, van de Merodestraat tot het Zuidstation, die je zelfs met de meest multiculturele vooringenomenheid niet anders dan als een getto kunt omschrijven. Mijn dochter heeft het al lang opgegeven om in die wijk te gaan. Daarvoor is ze net iets te vaak uitgescholden voor veel onfraais. Ik fiets er elke dag door en beleef steeds een ander avontuur. Dubbelgeparkeerde auto's, bestuurders die een kruispunt blokkeren om met elkaar te praten, rondhangende jongeren die je bekijken alsof je op hun privédomein komt. Probeer vooral niets te zeggen als je weer eens bijna omver gereden wordt: de laatste keer dat ik dit toch deed, werd ik de huid vol gescholden door een omstaander van geen zestien jaar, die zijn beledigende tirade afsloot met een boodschap die ik niet vertaal: 'Nique ta mère.' Dat was minder erg dan de vorige keer, toen een andere jonge Maghrebijnse chauffeur zich door mijn gedrag beledigd voelde: ik had het aangedurfd mijn voorrang te nemen. Zijn eer was dusdanig gekrenkt dat hij dit blijkbaar enkel kon rechtzetten door me in het gezicht te spuwen... Dus vooral: zwijgen. Want als je probeert duidelijk te maken dat 70 km per uur veel te snel is in een zone 30, dan heb je meteen recht op een confrontatie met het eergevoel van een jonge nieuwe Belg die het niet kan hebben dat iemand hem ook maar iets verbiedt en die bereid is je daarom in elkaar te rammen. Twintig jaar geleden was ik ervan overtuigd dat de jonge nieuwe Belgen snel geassimileerd zouden worden. Maar nu is in Brussel een generatie van rebels without a causeopgegroeid die zich altijd verongelijkt en te kort gedaan voelt. Nooit voor iets verantwoordelijk, het is altijd de fout van iemand anders: van de overheid, van de racistische Belgen. En ook binnen hun eigen families blijven de jonge Maghrebijnse mannen onaantastbaar. Toen de politie in Molenbeek een jongen oppakte, organiseerde de vader meteen een betoging omdat zijn zoon 'nog geen appel zou stelen.' De inspanningen van de overheid in de probleemwijken hebben ervoor gezorgd dat de jongeren de noodzaak niet voelen die te verlaten, toonde een ULB-studie vorig jaar aan. Zo creëer je de bekrompenheid van een dorp in de grote stad. Een dochter van Marokkaanse vrienden heeft een Belgisch vriendje. Met hem gaat ze nooit uit in de wijk, omdat ze meteen wordt nageroepen. Want bijna al de jonge allochtonen mogen dan wel de Belgische nationaliteit hebben, enige identificatie met dit land hebben zij niet. Integendeel: 'Belge' is een scheldwoord... Jonge vrouwen alleen zie je overigens bijna nooit in de wijk. En zeker niet in de cafés: daar worden ze zelfs niet gedoogd. Toen een medewerkster van de gemeente er een koffie vroeg, werd haar snel duidelijk gemaakt dat ze er niet moest op rekenen om bediend te worden. Als ik de Merode-wijk binnenfiets, dan weet ik dat ik tot ver voorbij het Zuidstation niet één vrouw op een caféterras zal zien. En dan heb ik het nog niet over de dubbele seksuele moraal die van jonge allochtone vrouwen nog steeds verwacht dat ze tijdens de huwelijksnacht hun maagdelijkheid bewijzen, ook al weet iedereen dat Brusselse hospitalen met een eenvoudige ingreep maagdenvliezen herstellen... Een gerenommeerd Frans-Marokkaanse kunstenaar stelde tot vorige week een merkwaardige installatie tentoon in Brussel: een reeks bidtapijtjes met schoenen. De kunstgalerij kreeg onmiddellijk dreigtelefoons, het glas voor het kunstwerk werd bespuugd en beschadigd. De commotie kwam er omdat er bij één bidtapijtje rode vrouwenhakken te zien waren. De kunstenaar wou op die manier 'de plaats van de vrouw in de Islam' aankaarten. Maar dat kan al niet meer in Brussel: na een paar dagen werd het kunstwerk verwijderd. Misschien moeten we ons eens afvragen hoe het komt dat we aanvaard hebben dat principes als de vrijheid van de kunstenaar en gelijke rechten voor man en vrouw niet voor iedereen gelden in dit land. Waarom durven wij niet opkomen voor wat eigenlijk essentieel is: respect voor de wetten en de waarden van het land waarin wij leven? Een hoofddoekenverbod is geen oplossing. Maar misschien moeten we toch eens nadenken over hoe we op een assertieve manier kunnen duidelijk maken dat wij durven verdedigen wat wij belangrijk vinden. Het is de verdienste van links geweest om meer aandacht te vragen voor discriminatie en sociale achterstand. Het probleem ligt jammer genoeg dieper: we zijn bang geweest om onze waarden op te dringen aan allochtonen. Die waarden zijn mij echter te dierbaar om ze verloren te laten gaan. LUCKAS VANDER TAELEN Vlaams Parlementslid voor Groen!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door vermi om 18:12 Reageer op dit bericht

Curator gevraagd voor Molenbeek

Bart Eeckhout, chef politiek van De Morgen en inwoner van de Maritiemwijk in Molenbeek, schrijft een brandbrief aan zijn burgemeester Philippe Moureaux (PS). De burgervader van Molenbeek mag zich even onaantastbaar wanen als de schoffies die sommige straten van zijn gemeente onveilig maken. Om de verderfelijke spiraal te doorbreken in gemeenten die er niet in slagen zichzelf democratisch te verversen, zijn ingrijpender maatregelen nodig We moeten niet te toegeeflijk zijn voor de jonge dealertjes en straatschoffies die een paar weken geleden een oorlogje met de politie voerden in de straten van Molenbeek. Maar de echte verantwoordelijkheid voor het gevoel van straffeloosheid bij steeds weer nieuwe en jongere groepjes allochtonen, schrijft Molenbekenaar Bart Eeckhout, ligt wel degelijk bij de politieke bestuurders die de potentiële no-gozones in het hart van hun gemeente al jarenlang opgegeven schijnen te hebben. Het is weer rustig in Molenbeek. Die rust is, helaas, bedrieglijk. Het is kalm omdat rellen nu eenmaal niet kunnen blijven duren, omdat de nervositeit bij het einde van de ramadan wat weggezakt is en omdat de lange, warme zomer van verveling eindelijk plaats heeft gemaakt voor koeler herfstweer. Klinkt banaal, maar praat met gelijk welke straathoekwerker of jeugdbegeleider in de buurt en hij zal je zeggen dat er ten gronde niets veranderd is. Bij het minste of geringste incident kan de stop zo weer van de gasfles schieten. Het punt is niet dat je in twee weken tijd structurele oplossingen mag verwachten, het punt is dat het hier al decennialang zo gaat. Zeggen dat er in de straten van Molenbeek (alweer) een generatie jongeren opgroeit voor galg en rad, is dan ook allang niet moedig of taboedoorbrekend meer. Verstandige mensen, van links en rechts, waarschuwen daar al jaren voor. Als die jongeren zich met een gevoel van straffeloosheid op straat begeven, is dat omdat de lokale bewindsvoerders hen allang opgegeven hebben. Correctie: de bewindvoerder, enkelvoud. Sint-Jans-Molenbeek zit immers al een kleine twintig jaar in de greep van Phillipe Moureaux (PS). Dat is het ware taboe: de occasionele gewelduitbarstingen en de voortschrijdende verloedering in het hart van Molenbeek vormen de stilaan zeer zware prijs die deze gemeente moet betalen voor de machtsconcentratie van zijn burgemeester. Zo bekeken vanaf de Kanaalzijde, de kant van de gemeente die u als pendelaar of Brussel-bezoeker wellicht het beste kent, lijkt Molenbeek nochtans aan de beterhand te zijn. Het ene na het andere appartementsgebouw wordt er omgetoverd tot een chic loftcomplex, die de buurt het patina van een dockside geeft. De snel verkopende lofts hebben evenwel een hoog potemkingehalte. Net zoals de door Russische generaal opgetrokken nephuizen, zijn de blitse gevels aan de waterkant slechts façades die een droefnis van kapotte straten verhullen. Loop door de Kanaalwijk met zijn cynische straatnamen als Welvaartstraat en Toekomststraat en het stedelijk verval komt zo op je af. Dat die wijk letterlijk in de schaduw van het Molenbeekse gemeentehuis ligt, maakt de realiteit enkel nog meer sinister. De pas heraangelegde Kanaalzone zelf is een belachelijk pijnlijke mislukte kans om de buurt te herwaarderen. Pijnlijk omdat de opfrisbeurt, ooit aangekondigd als het Brusselse antwoord op de Parijse rive gauche, na al het politieke gekonkel uiteindelijk grotendeels beperkt is gebleven tot een aanleg van parkeerplaatsen. Belachelijk omdat het nieuwe trottoir er in twee soorten stoepstenen is neergelegd, die niet eens op elkaar aansluiten, en nu al voor nieuwe lelijke en hinderlijke gaten in het voetpad zorgen. En dit is het verhaal van die hele zogenaamde Maritiemwijk, de buurt die sinds twee weken in heel het land bekendstaat als de 'oorlogszone' waar politie en jongeren vechten om hun territorium. Neem om het even welke straat in de wijk om en rond de beruchte Ribaucourtstraat, en je valt er letterlijk over de kaduke trottoirs, gaten in het wegdek, opgehoopt straatvuil of hondenpoep. De metrohaltes Ribaucourt en Zwarte Vijvers zijn sinds jaar en dag zwarte verzamelpunten van criminaliteit, maar op een efficiënt plan van aanpak blijft het wachten. Waarom zouden jongeren een buurt respecteren die zo zichtbaar door haar eigen gemeentebestuur verwaarloosd en aan haar lot overgelaten is? Dat is des te jammerlijker omdat de gemeente zo haar eigen ondergang in de hand werkt. Jonge en enigszins kapitaalkrachtige gezinnen die in Molenbeek neerstrijken op zoek naar een betaalbare woning lopen vaak even snel weer weg. Ze slaan heus niet op de vlucht voor jeugdbendes maar des te meer voor de tergend banale overlast van kapotte stoeptegels. Politiek verantwoordelijk voor die voortschrijdende ellende is Philippe Moureaux, burgemeester sinds 1992 en allround sterke man van de PS in de hoofdstad. Hem schijnt het allemaal niet te deren, te oordelen naar zijn gespierde verklaringen. Bij de recente regeringsonderhandelingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd - eindelijk - afgesproken om ook in de hoofdstad een activeringsbeleid voor jonge werkzoekenden op poten te zetten. Met een dramatische jeugdwerkloosheid van om en bij de 35 procent (en in sommige wijken pieken tot 45 procent) lijkt dat geen moment te vroeg te komen. Toch bestond Moureaux het om openlijk te blijven twijfelen aan het nut van een doorgedreven aanpak van dit probleem. Het lijkt wel alsof sommige Brusselse PS-bewindsvoerders tevreden zullen zijn als de jongerenwerkloosheid naar de 100 procent gaat. Ideologische verblinding en met name de weigering om jongeren krachtig te begeleiden naar een job zijn een verklaring voor de beschamende werkloosheidscijfers in het gewest, de toestand van het Franstalige onderwijs in de hoofdstad is er een andere. Nog altijd slaagt dat onderwijs er onvoldoende in jonge mensen klaar te stomen voor een baan in de meertalige metropool die Brussel is. Opnieuw is de verantwoordelijkheid van de politici van de generatie van Philippe Moureaux of Charles Picqué verpletterend. Het ergste aan de PS in Brussel is helaas dat haar enige democratisch realistische alternatief de MR is, en die partij is zo mogelijk nog meer doordesemd van politieke onwil en onbekwaamheid. Gelukkig, zo denkt men dan, leven we in een democratie. Falende bewindslui kunnen bij elke stembusgang om rekenschap gevraagd worden en desnoods weggestemd worden. In Molenbeek (en wellicht in nog wel wat andere gelijkaardige gemeenten) wordt de politieke loyauteit van een deel van de bevolking evenwel afgekocht met overheidsjobs, uitkeringen of sociale woningen. Zo weet de liste du bourgmestre van Moureaux zich telkens weer verzekerd van een comfortabele meerderheid. Cliëntelisme heet dat, maar met wat meer moed zou je het ook afwending van overheidsmiddelen kunnen noemen. Bij gemeenteraadsverkiezingen in deze gemeente tref je in de rijen kiezers her en der oudere en nagenoeg ongeletterde allochtone burgers aan met in de vuist een briefje gekneld met daarop enkel de naam van de zittende burgemeester geschreven, opdat ze vooral niet zouden vergeten op wie ze moeten stemmen. Zo ging het in de negentiende eeuw, zo gaat het vandaag nog altijd in Sint-Jans-Molenbeek. Dat alles maakt dat de burgervader van Molenbeek zich even onaantastbaar mag wanen als de schoffies die sommige straten van zijn gemeente onveilig maken. Om de verderfelijke spiraal te doorbreken in gemeenten die er niet in slagen zichzelf democratisch te verversen, zijn ingrijpender maatregelen nodig. Eigenlijk zou een hogere overheid dit soort falende gemeenten onder curatele moeten plaatsen. Dat klinkt als nonsens, maar zou zelfs perfect mogelijk zijn, als Brussel eindelijk echt een Hoofdstedelijk Gewest zou worden en bevoegdheden zou overnemen die de gemeenten overduidelijk niet aankunnen. En kijk, in het Brusselse regeerakkoord wordt er voor het eerst voorzichtig een aanzet gegeven voor een dergelijke interne staatshervorming. Niettemin is er nog altijd weinig reden tot feestvreugde. Het zullen op het eind van de dag immers de politieke sterkhouders in de hoofdstad zijn die beslissen over de herverdeling van die bevoegdheden, en dat zijn vaak de burgemeesters zelf. Het zal dus van de goodwill van Philippe Moureaux afhangen of de burgemeester van Molenbeek in de toekomst minder machtig wordt. Je hoeft geen pessimist te zijn om daar een beetje wanhopig van te worden. 01/10/09 08u06
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door vermi om 18:10 Reageer op dit bericht

Nog een staalje Belgische Justitie

Hoe de Belgische justitie het gezag van de politie ondermijnt
 

Op 17 juni 2007 besluiten de Bosniërs  Enver S. en Retik S. een VW Jetta te stelen. Tijdens hun rit ter hoogte van Borgerhout stuiten ze op een WODCA-controle van de politie. De beide criminelen besluiten om het hazepad te kiezen en geven plankgas, de ring op richting Gent. De politie - waarvan één inspecteur ei zo na dood gereden - gaat in de achtervolging en kan na een wilde race het voertuig klemrijden in de Leo Bosschaertstraat in Hoboken. Toen de beide dieven wilden uitstappen maakte één van hen een gebaar, waardoor de agent dacht dat hij naar een wapen greep. Op zich niet zo ongebruikelijk in die Oost-Europese criminele middens. Eén van de aanwezige politie-inspecteurs loste toen een schot met zijn dienstwapen. Er werd niemand gewond. Beide daders werden opgepakt en aangehouden. Puik politiewerk zou je dan denken. In plaats van felicitaties kwam even later de koude douche.
De beide criminelen zaten drie maanden in voorhechtenis. Hun zaak kwam in september voor de rechtbank van eerste aanleg. Wat bleek ? Het parket heeft de zaak gesplitst. De diefstal van de auto en de gewapende weerspanningheid (het negeren van een controle en het gebruik van de auto als een wapen tegen de politie) worden als één zaak behandeld en het 'schietincident' als een afzonderlijke zaak. Tot zover nog te begrijpen, alhoewel... Toen de zaak voor de raadkamer kwam werd het helemaal te gek.
De raadkamer stuurde de beide daders naar de rechter voor diefstal met braak en gewapende weerspannigheid, doch het parket stelt in haar vordering 'gewapende diefstal'. Gevolg : de politie kan zich niet eens burgerlijke partij stellen !? De 2 Bosnische criminelen krijgen 8 maanden met uitstel en krijgen bovendien hun borgsom (elk 5000 euro) netjes terugbetaald. Voila, dank u Belgische justitie ! Niemand stelde zich vragen over hoe het komt dat 'arme Bosnische asielzoekers' zomaar 10.000 euro borg op tafel kunnen smijten.
Maar het verhaal is nog niet ten einde. De dag van de achtervolging werden de twee politiemensen voorgeleid voor de onderzoeksrechter, waar ze naar het schijnt als echte criminelen werden behandeld. Het zogenaamde schietincident is nog in onderzoek en wat blijkt nu : de Bosnische criminelen stellen zich nu burgerlijke partij tegen de politie die op hen geschoten heeft.
De wereld op zijn kop !
 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
om 13:58 Reageer op dit bericht

Het Gerecht in dit apeland ...

Curriculum Vitae van de moordenaars van politieagente Kitty !

29 feiten, 4 veroordelingen

Galip Kurum

Geboren op 19 mei 1978 in Charleroi, heeft de Turkse nationaliteit, woont in Charleroi.

Maakt op zijn 20ste kennis met de gevangenis en wordt tussen februari 1998 en december 2006 verscheidene keren opgepakt in het kader van drugsdossiers en gewapende overvallen.

Zwaarste feit: samen met Cheikhni en twee andere medeplichtigen overvalt hij op 7april 1999 De Post van Lodelinsart (buit: minder dan 250euro).

In 2004 loopt hij samen met Cheikhni tegen de lamp voor een zwendel in luxewagens.

Veroordelingen: zes maanden voor drugshandel in 2001, zes jaar voor de postoverval in 2002, zeven maanden voor drugshandel in 2003, twee jaar voor vereniging van misdadigers in 2004.

Vrijgelaten op 13 december 2006.

31 feiten, 5 veroordelingen

Noureddine Cheikhni

Geboren op 15mei 1977 in Charleroi, heeft de Marokkaanse nationaliteit, woont in Châtelet.

Maakt op zijn 19de kennis met de gevangenis en wordt tussen juli 1996 en mei 2001 verscheidene keren opgepakt, voornamelijk voor het plegen van diefstallen met geweld of braak, verboden wapendracht en heling.

Zwaarste feit: een overval op De Post in Lodelinsart in 1999 in het gezelschap van Galip Kurum.

Veroordelingen: zes maanden met uitstel voor diefstal in 1998, vier maanden met uitstel voor heling in 2001, zes jaar voor de overval in Lodelinsart in 2002, 18 maanden voor vereniging van misdadigers in 2004.

Vrijgelaten op 4 september 2006.

Cheikhni, Galip en Kurum zouden gisteravond zijn overgebracht naar de gevangenis van Brugge. (me, yb)

42 feiten, 3 veroordelingen

Hassan Iasir

Geboren op 12december 1976 in Auvelais, heeft de Marokkaanse nationaliteit en woont in Jemeppe-sur-Sambre.

Maakt op zijn 20ste kennis met de gevangenis en wordt tussen eind 1996 en maart 2007 verscheidene keren opgepakt voor diefstallen met geweld (gewapende overvallen) en heling, oplichting en witwassing.

Zwaarste feit: een gewapende overval met drie medeplichtigen op een bank in het Waals-Brabantse Chastre. De bende neemt er een gijzelaar mee. Iasir is op dat ogenblik voorwaardelijk vrij voor een straf van vijf jaar voor andere overvallen.

Veroordelingen: vijf jaar voor diefstallen met geweld in 1998, drie maanden voor schriftvervalsing in 1999, 200werkuren voor kleine feiten in 2006.

Vrijgelaten op 20november 2007.

Vragen wij ons dan niet af wat degenen die nu nog wel vastzitten op hun kerfstok hebben? Hoeveel % van de veroordeelden in van vreemde origine.

Of zijn we echt een stelletje racisten die deze sukkelaars geen kansen geeft ?

Leg dit maar eens uit aan de ouders van Kitty ! De justitie in dit ongelooflijk apeland : l’ Afrique du Nord …

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door vermi om 14:07 Reageer op dit bericht

Niet meer thuis in eigen land ... dank zij de lafheid van de overheid !

:oops:   Pour ne pas heurter les musulmans qui entrent au palais de justice, les
boules et guirlandes ont été enlevées
 
BRUXELLES Ce qui s'est passé hier après midi, au palais de justice de
Bruxelles, est tout simplement inimaginable. Doublement incroyable même.
Mais qu'est-ce qui est le plus choquant ? Que cette année, les employés qui
se trouvent à l'accueil derrière leur bureau ont été priés d'enlever les
décorations de Noël qui s'y trouvaient ? Ou que ces mêmes employés ont été
appelés d'urgence dans le bureau de leur direction suite à notre présence ?
Suite à nos questions, disons plutôt.
 
Le sujet qui fâchait hier, au palais de justice, était donc Noël. Noël et
ses guirlandes, Noël et ses boules, Noël et ses lumières... Comme chaque
année, les deux bureaux situés dans l'entrée du palais avaient été
soigneusement décorés. "C'était très beau et je tiens à le préciser, il n'y
avait pas de crèche ou de croix de Jésus. Rien que des décorations de Noël",
nous explique-t-on.
 
Mais pour la nouvelle responsable des huissiers qui est en fonction depuis
un an, c'était déjà trop. "On nous a demandé de tout enlever pour ne pas
choquer une partie de la population qui entre dans le palais. On devait
rester neutre pour les musulmans." Il reste juste un minuscule sapin...
 
Bien évidemment, nous avons voulu en savoir plus. Nous nous sommes rendus au
palais. Nous ne nous attendions pas à un tel accueil. Panique est le seul
mot à utiliser. "On ne peut pas vous parler de ça. Nous risquons notre
place."
 
Gentiment, on nous a fait comprendre que nous devions nous rendre chez la
greffière en chef. La visite fut courte. Entre deux portes, la responsable
nous signifie qu'elle n'a rien à nous dire et qu'elle n'a pas à justifier
cette réaction. Retour à la case départ, l'accueil. Sitôt en bas, le
téléphone des employés sonne : la sanction est tombée. Leur chef voulait les
voir illico presto. La sanction redoutée était devenue réalité !
 
"En tant qu'avocat, je suis profondément choqué lorsque j'ai appris le motif
de l'enlèvement des décorations de Noël"; nous dit Bernard Tieleman, qui les
avait vues la veille. "Mais où va-t-on, si on tolère ça ? C'est tout
simplement un scandale. On ne peut pas ne pas réagir. Il y a des limites.
Va-t-on enlever le sapin de la Grand-Place ?"
 
Au parquet, dans le bâtiment situé en face du palais, c'est aussi la
stupeur. "Quoi, pas de sapin ? M'enfin, ici c'est moi qui l'ai décoré", nous
explique l'employé à l'accueil, Atif, qui précise lui-même qu'il est
marocain...

Demoulin
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door vermi om 13:24 Reageer op dit bericht

The American Dream (or Horror ?)

Thrown To The Assassins

| Print |

 

By David Case

They cheered the U.S. invasion; they offered to help, signed on as translators, risked everything they had to work for the United States. But when they had to run for their lives, America slammed the door.

 

03/22/07 "Mother Jones" -- -- On the day the American tanks rolled into Baghdad, Abather Abdul Hussein and his wife, Balqes Abdel Mohammed, threw flowers. Literally. After a lifetime of turmoil and tyranny, the couple fervently believed the invasion would bring peace. Abather joined U.S. "democratization" efforts, such as a project to create a governing council for his neighborhood, and he occasionally ended up in the good-news Iraq stories that still seemed plausible in those days; one U.S. paper ran a five-column photo of him perched on a classroom chair surrounded by American soldiers, with a story about the "new Iraq."

These days, Abather and his young family are among the hundreds of thousands of Iraqis who have fled in fear for their lives. After months spent dodging insurgents who had targeted them for supporting the Americans, he and Balqes are relieved to have escaped—and bitter, like thousands of fellow refugees, that the superpower for which they risked their lives has abandoned them.

A short man who bundles his shattered body in layers against the desert's winter chill, the 34-year-old Abather is polite and relaxed, with an easy smile. An engaging conversationalist even in broken English, he loves to talk about Baghdad, his infant daughter, and his wife, an outspoken woman several years his senior, whom he calls a genius. "When we met she was a professor at Baghdad University," he boasts. "I was her student. When she walked into a room, hundreds of people would stand to pay her respect." Considering that his life savings will run out in two months, that he can't work legally in Jordan, and that he could be deported at any moment, Abather is remarkably stoic, though the anxiety leaks out in tics. He chain-smokes cheap Craven A cigarettes, crushing the charred filters in an overflowing ashtray; when Balqes complains, he sheepishly offers that "smoking is my only work." It's not quite true—his one other job during the past 18 months has been recounting his nightmare, over and over again, to border guards, embassy workers, and aid agencies. In December, he reluctantly told it to me, pulling documents from a worn leather folder to corroborate the details.

The story began after the ouster of Saddam, when Abather and Balqes, like many Iraqis, launched a de-Baathification program of their own. Their target was the dean who had been Balqes' boss at Baghdad University (and who, as Abather tells it, had forced her out when she resisted joining the Baath Party). Balqes wanted her job back; one day Abather confronted the dean, and tempers flared. American soldiers broke up the brawl, bound Abather's wrists with a zip tie, and interrogated him. He explained Balqes' gripe and what the loss of her job had meant for their family, including their 3-year-old son and Balqes' 14-year-old son from a previous marriage (her first husband had been killed in the Iran-Iraq War). Though he held a master's degree in engineering, Abather hadn't been able to get a job in the doldrums of sanctions-era Iraq, so he was scraping together a living repairing watches, his wife and children crammed into his father's small home.

"The soldiers were very understanding," Abather recalls. "I was impressed." They offered the family an apartment in a place called Iraqi Village, a compound near the Baghdad airport where Saddam had housed orphans he was grooming to become fedayeen loyalists. In return, the couple translated for the Americans, and eventually the Washington National Guard's 1st Battalion 303rd Armored Regiment hired Balqes as an interpreter, at $15 per day. Abather ended up leading a U.S. Army-contracted security squad with a monthly salary of $130. Learning that he was an engineer, soldiers later gave him lucrative reconstruction assignments. He started an engineering firm and worked with contractors such as ABB and Kellogg, Brown and Root; in one heady year, Abather's contracts would mushroom from a few thousand dollars to an $862,000 electrification project (later canceled because he couldn't procure the needed equipment).

Abather and Balqes glow with wonder when they speak of those days, of earning a good living and having their own home for the first time. Most of all, Abather enjoyed hanging out with the Americans. He seems to remember every soldier he ever met: Captain Philips and Sergeant Buchard gave his children toys, a soccer ball, and school stationery; Lieutenant Glenn Allen got so close to the family they called him "Uncle Allen." (Allen confirmed Abather's story in emails to me, calling him and Balqes "very helpful individuals" who "risked their lives by meeting with us.") It was as if they had suddenly found themselves citizens of the 51st state.

And so, in October 2004, when Abather got his first death threat, he thought it was a joke. It was handwritten, tucked under the windshield wiper of his car inside Iraqi Village, a gated community with American checkpoints at both its entrances; how, Abather wondered, could an insurgent even have gotten in? The note read:

Abather,

Leave your work with the Americans. Otherwise you will be killed by jihadis because you are a traitor.

Jihad Army

Then the killings began. Lieutenant Allen had once given Abather a photo depicting two American soldiers with five of their Iraqi friends. Three of the Iraqis were assassinated in short order. Abather began to notice cars following him, and a few times shots were fired at his car. The anonymous notes grew increasingly menacing. Eventually, Iraqi Village felt so dangerous that Abather and Balqes moved the family back to his father's house. A death threat arrived there almost immediately. Still Abather continued working with the Americans.

One day in August 2005, Abather was driving Balqes, six months pregnant with their second child, to a doctor's appointment. At an intersection, he noticed a gold car parked by the road; suddenly the two men in it leveled guns at him. "This is the end," Abather thought, and then a U.S. patrol appeared and the assailants vanished into traffic. Within days, Abather and Balqes had sold off their belongings and fled to Amman. Their troubles had only just begun.

The U.S. Embassy in Amman is an attractive, Arabian-style fortress, heavily guarded machine-gunners in Ford pickups. It sits high on a hillside, and the view is so phenomenal that you can imagine your gaze reaching all the way to the Iraqi border, some 200 miles away.

In the foreground, Amman's rolling mosaic of pale, boxy limestone buildings shimmers against the azure sky. At its edges, in dank apartments on outlying hillsides, lives a substantial portion of Baghdad's educated middle class. Almost all fled in a panic, after getting death threats or seeing loved ones murdered; many were targeted by insurgents or jihadis because they supported, or worked for, the Americans.

Of Iraq's 27 million prewar population, about 1 in 8—some 3.4 million people—have left their homes since the invasion, according to the United Nations High Commission for Refugees (unhcr), and more than half of those have ended up abroad. Refugees International labels this the world's fastest-growing humanitarian crisis. Yet the Bush administration has refused to so much as acknowledge the refugees' plight, let alone help them get to safety or even provide basic humanitarian aid.

In the past, notes Bill Frelick, refugee policy director at Human Rights Watch, the United States has often aided those persecuted for supporting it; since the Vietnam War, 1 million Vietnamese refugees have been resettled in the United States, including tens of thousands of South Vietnamese army veterans. But the Bush administration "has abdicated that obligation," says Frelick. "The people who have fled are the ones the administration was relying on to build democracy in Iraq; it would rather ignore them than acknowledge that its initiative has failed."

It was in Jordan that Abather and Balqes discovered the limitations of their friendship with the United States. Lieutenant "Uncle" Allen had emailed the embassy in Amman to explain that the family feared for their lives; he'd even offered to sponsor their relocation "to the safety of the United States." An unsigned email from the embassy commended Allen—"I know that your Iraqi friends appreciate your friendship"—but noted that U.S. visas are "quite difficult" for Iraqis to get. Since 9/11, Middle Easterners in general, and Iraqis in particular, have faced enormous hurdles getting admitted to the United States; until 2005, the Bush administration maintained a total freeze on Iraqis that shut out current refugees as well as hundreds of people who had fled Saddam Hussein's regime years earlier.

The email nonetheless provided instructions on getting a tourist visa, and Abather and Balqes quickly filed their application along with the $200 fee—almost two months' rent. Several months later they were notified that they could visit the United States for up to three months, but that they could not bring their children. They then made repeated visits to the unhcr to apply for official refugee status.

As it has with almost 99 percent of the Iraqis who have come through its office in Amman, the agency turned them down.

Abather and Balqes set their sights on a visa to Australia, a major destination for Iraqi refugees, and even hired an Iraqi lawyer there. They waited for months. Their savings dwindled; then their baby fell ill, and the emergency surgery, for an intestinal obstruction, cost $2,100 in cash.

In early June 2006, Abather got a rejection letter from Australia. Around the same time, word came that his father had died of a heart attack. So he went back to Iraq to bury his father, help his mother find a place to live, and buy state-subsidized medicine for his daughter. But when he returned to the Jordanian border less than a week later, he was told he couldn't reenter the country: Having recently suffered two terrorist attacks, Jordan had enacted a ban on entry for Iraqi men aged 17 to 35.

For two days Abather stood on the highway at the border post, beseeching successive shifts of immigration officials. Finally, a guard promised to send the medicine to his family in Amman if he would just go away. Once again Abather headed back to Baghdad. Driving in Baghdad a few days later, he noticed a bmw—the Iraqi gangster's vehicle of choice—in his rearview mirror, closing in. The car forced him off the road; armed men blindfolded him and knocked him unconscious. When he woke up, he was in a tiny room, handcuffed to a chair. Masked men came and went, videotaping as they cursed him as a traitor. They whipped him with a steel cable; six months later, his back was still etched by deep, evenly spaced grooves. "We've been searching for you for a year," his captors told him. Abather recognized the voice of one man, an acquaintance from Iraqi Village who had seemed to befriend the Americans. "I'm sorry your father passed away," the man said. Soon, a bearded imam sentenced Abather to decapitation for collaborating with the United States. Abather barely heard the proceedings. "I was thinking the whole time about my little daughter in Amman." He was told he could save himself by spying on the Americans, but he refused. On the eighth day, the men asked if there was anything he wanted before he died; then they put him on the floor in the back of the bmw and sped off.

Suddenly, Abather heard gunshots. The men shouted. The car crashed, and everything went black. He woke up in a hospital bed 60 miles from Baghdad; Iraqi forces had attacked the bmw and pulled him from the burning wreck. He had a compound fracture in his leg and severe burns all over his body, but the nurses urged him to leave: His captors would be looking for him. His brother—who had received a ransom note from the kidnappers, complete with a photo of Abather bound and gagged—brought him back to Baghdad, where doctors fused a piece of plastic onto his shin and grafted skin from his thighs over his wounds. A few weeks later, he was back at the Jordanian border, and this time the guards took pity. The family hadn't told Balqes of the kidnapping. But when she saw her disfigured husband, she says, "I knew right away what happened."

On a crisp, clear day this past December, clutching a sheaf of papers documenting Abather and Balqes' ordeal—contracts, soldiers' recommendations, death threats, a missing-person report—I headed to American Citizen Services at the U.S. Embassy in Amman. Abather and Balqes had made several pilgrimages there; they were convinced that if only they could speak to an American, Abather's charred and mangled flesh would make their case, but they had never gotten past the Jordanian security guards.

Outside the embassy, I joined a chatty, eclectic crowd of Americans: a retired hippie turned English teacher from Vermont; a woman with a New York accent who struggled through the narrow eye-slit in her black veil to keep track of her hyperactive daughter; a white-bearded man in a Santa hat, who said he was picking up his passport before returning to the North Pole. I wondered whether any of us would risk our lives for the United States as Abather and Balqes had. To get past the compound's first wall, we navigated a metal detector, a body frisk, and an X-ray machine; after crossing a 30-foot no man's land we repeated the process at the second wall. Then we waited to be called.

The United States admits more refugees than any country in the world, but in 2006, only 202 Iraqis were allowed in, and most of them had fled persecution under Saddam before the war. This year, millions of Iraqis, Tibetans, Sri Lankans, and Afghans must compete for a mere 5,500 refugee slots Congress has allocated for the Middle East and South Asia. The Iraqis are in line behind their compatriots who have been waiting in Jordan since the late 1990s.

Like other Western representatives, U.S. officials here refer displaced people to the unhcr, which is charged with determining whether someone is a real refugee, and if so, with finding him a safe place to go. Except that, as Amman unhcr head Robert Breen told me, a 1998 agreement with Jordan forbids the agency from classifying anyone as a refugee whom it can't get out of the country within six months—an impossibility in the post-9/11 world. (A country of about 6 million, Jordan has long had the world's highest refugee population per capita, hosting more than a million Palestinians who fled Israel in 1948 and were supposed to stay only a short time.) Of the 21,000 Iraqi asylum seekers the office has registered since the U.S. invasion, only 291 have been granted refugee status; meanwhile the line outside the unhcr's gates gets longer every week, and the wait for an interview stands at five months.

To care for all of the region's displaced Iraqis, the agency had a total budget of $22 million in 2006—less than $7 a person, which must cover not only the Kafkaesque registration programs but also basic survival aid to refugees trapped in desert camps or squatting in abandoned buildings. Recognizing the potential for "severe humanitarian suffering," the Iraq Study Group in December recommended that "the United States take the lead" in funding the UNHCR's Iraq program; currently it donates no more than a quarter of the budget. Direct U.S. aid to the refugees consists of a tiny grant to the Catholic relief organization Caritas (see "How to Help," page 68).

At the embassy, I recounted Abather and Balqes' ordeal at Window 3, then at Window 1—the setup was similar to visitation in a high-security prison. Then, at Window 4, I told the story again to the consul general, who stood behind the bulletproof glass wearing a telephone headset. I was expecting to hear that "the United States is doing its best to help," but there was only silence as the consul's eyes welled up. (An Amman-based aid worker later told me that American diplomats are so distraught by the policies they are charged with representing that "it just takes a few gin and tonics and they'll break down.") Finally, the consul said, "We hear stories like this all the time. We have enormous empathy for the Iraqis who've suffered after working with the Americans, but there's really nothing the embassy can do for them." She handed me a document outlining Congress' sole concession to people like Abather and Balqes: visas for up to 50 military translators from Iraq or Afghanistan each year. "But don't get their hopes up," she added quickly; there were thousands with the same story. "This is something Congress really needs to address," she said as we parted.

The administration certainly doesn't seem inclined to take the initiative. Philip A. Frayne, an embassy spokesman in Amman, told me that "there are no reliable figures" on how many people have fled Iraq, and that in any case, it was Saddam who drove out "a large percentage" of them. Likewise, in its 2006 annual refugee report to Congress, the State Department focused mainly on those Saddam-era exiles, and blithely intoned, "It is hoped that significant numbers of Iraqi refugees will soon be able to return home, although the security situation will remain an important consideration." The report ignored the fact that, according to a survey by the nonprofit U.S. Committee for Refugees, 644,500 new refugees entered Jordan and Syria in 2005 alone. And 2006 will likely be worse.

As much as a quarter of greater Amman's population is now Iraqi, and the crowds have exacerbated the city's severe water shortage. Prices have skyrocketed. Until recently Iraqi children couldn't attend Jordanian schools, and their parents cannot legally work; easily identified by their dialect, Iraqis are discriminated against and terrified of deportation. Some refugees never go outside. Jordanian government spokesman Nasser S. Judeh told me that his country, a staunch U.S. ally and aid recipient, "certainly needs help, and has held discussions with U.S. diplomats" about this issue. Incidentally, Human Rights Watch has also called upon the Gulf Arab states to pitch in; Saudi Arabia's response so far has been to plan construction of a 560-mile wall along its border with Iraq.

Before i left Jordan, Abather invited me to visit his family and a physician friend from Baghdad who shares their two-room basement apartment. On the Al Zawraa TV channel from Baghdad, we watched U.S. Army vehicles disappear behind roadside bomb blasts as a man sang, "Let's go kill the Americans!" The channel's endless stream of anti-American propaganda perplexed Abather and his friends: "Why does the United States allow this?" they inquired.

When images of dead children supposedly killed by the Americans hit the screen, Abather's friend switched to a channel on which voluptuous Arab women danced in an un-Islamic way. Balqes served Iraqi coffee, and to keep the baby from playing with the colorful cups, Abather suspended her from an elastic swing above our heads. She giggled as he bounced her by her tiny foot. "This is her prison," he joked.

 

 

Six months after the kidnapping, he still hadn't gotten the surgery he needed to heal his burned flesh; if the wounds become infected, he could die. Abather rarely complained. "God is testing us," he said. "But we will get through it." He looked at the girl bouncing from the ceiling and smiled. "I have a daughter, and I'm very happy." Balqes was more fearful—twice in the past month, suspicious men had shown up at the apartment. Iraq, she worried, had already caught up with them.

How to Help

Very few organizations are working on getting aid to Iraqi refugees, and of those that are, many are too small or too beleaguered to accept individual donations; the Iraqi Red Crescent, for example, has suffered bombings and mass kidnappings, yet its volunteers continue to deliver aid to displaced families inside Iraq. One of the larger relief organizations working with the refugees is the Catholic group Caritas, whose caseworkers I shadowed while in Amman. Bucking the image of the Land Rover-driving aid worker, they made their rounds in an aging gray Honda, its roof eaten through by rust. They visited Iraqi doctors, engineers, and executives desperate for food, heat, or blankets to fend off the desert winter; one family told the crew they had just sold their stove to buy food. Caritas helps a few thousand families a year, but "the demand far outstrips the money available to us," says Magy Mahrous, who oversees the project. You can make a contribution at:

International Catholic Migration Commission
Citibank USA
153 East 53rd Street, 16th floor
New York, NY 10043
Account # 10100491, ABA # 21000089, Swift Code CITIUS33
To ensure that the money reaches the Iraqi program, write "Iraq-icmc" on your check.

Link to this page: http://www.ichblog.eu/text/content/view/980/1/

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door vermi om 13:40 Reageer op dit bericht

tips voor goedkopere vakantie

Zo ga je goedkoper op vakantie

Hoe vroeger je aan de vakantieplanning begint, hoe interessanter de prijzen en hoe ruimer de keuze. Vergelijken tussen touroperators kan behoorlijk interessant zijn, zelfs voor identiek hetzelfde hotel of appartement.

Ben je niet echt avontuurlijk aangelegd en boek je daarom liever een pakketreis bij een touroperator? Daar is niks mis mee. Maar ook dan loont het de moeite om een beetje te vergelijken en te zoeken. Niet alleen naar de goedkoopste aanbieder, maar ook naar de beste periode om te vertrekken. Boek je vroeg, of neem je het risico te wachten op een last minute-aanbieding? Met een paar uur reken- en puzzelwerk vooraf, kan je al snel genoeg besparen om je tijdens je vakantie een extra etentje of een paar exotische cocktails te veroorloven. Op de prijs van eenzelfde kamer in eenzelfde hotel kan je 100 tot 200 euro besparen, als je tijdig de prijzen vergelijkt, bijvoorbeeld via de websites van vier grote touroperators Sunjets, Neckermann, Jetair en Thomas Cook.



Prijsvergelijking: Opvallend is dat Sunjets en Neckermann systematisch goedkoper zijn dan Jetair en Thomas Cook. De twee eerste touroperators zijn dan ook rechtstreekse verkopers: je kan bij hen alleen een reis bestellen via het internet, een call center of, in het geval van Neckermann, de eigen reiswinkels. Jetair en Thomas Cook verkopen hun reizen alleen via reisbureaus.

Bij een rechtstreekse verkoper ben je niet altijd goedkoper af, want nogal wat reisbureaus bieden klanten gratis vervoer naar en van de luchthaven. Als je dat zelf moet organiseren, kan je dat flink wat geld kosten.



Vroeg boeken Versus last minute: Veel touroperators geven interessante vroegboekkortingen. Wie zo lang mogelijk wacht om te boeken in de hoop te kunnen profiteren van een interessante last minute-aanbieding, kan bedrogen uitkomen. Het aanbod van last minutes is beperkt, en dus alleen geschikt voor wie niet te kieskeurig is over de bestemming van de vakantie.

Wanneer vertrek je?: Als je wat kan schuiven met je vertrekdatum, loont het de moeite om de prijzen op verschillende vertrekdata te vergelijken, ook als je alleen maar met vakantie kan gaan in juli of augustus. Ben je niet gebonden aan schoolvakanties, dan is het goedkoper om buiten het hoogseizoen te gaan. Maar ook dan loont vergelijken: september kan duurder zijn dan juni. Nog een laatste tip: vertrekken op vrijdag of maandag is vaak goedkoper dan op zaterdag of zondag. Het loont zeker de moeite te checken of het mogelijk is je vakantie een dagje eerder of een dagje later te beginnen.

Annulatieverzekering: Boek je bij Jetair of Thomas Cook, dan zit er een standaard-annulatieverzekering in de prijs van je reis. Maar dat is een vrij beperkte verzekering: bij annulatie wordt er tot hoogstens 625 euro terugbetaald. Ook bij Neckermann en Sunjets rekenden we een annulatieverzekering mee, maar die biedt een uitgebreidere waarborg dan de standaardverzekeringen van Jetair en Thomas Cook. Hou bij prijsvergelijkingen hier dus ook rekening mee. Bepaal eerst welke verzekeringen je wil, en ga dan pas aan het vergelijken.

Maaltijden: Jetair en Sunjets bieden je (meestal) de mogelijkheid om af te zien van maaltijden tijdens je vlucht. Dan bespaar je met twee 32 euro heen en terug als je niet eet of een snack in je handbagage stopt.

Documenten: Bij Sunjets krijg je 5 euro korting extra wanneer je ermee instemt je reisdocumenten alleen online te ontvangen.

Touroperator of niet?: De Belgische touroperators vertegenwoordigen maar een kleine dertig procent van de reismarkt in ons land. Dat is minder dan in veel andere Europese landen. De Belg is met andere woorden, ook op vakantiegebied, een doe-het-zelver: hij boekt zijn vakantieverblijf graag rechtstreeks bij de verhuurder, en organiseert zelf zijn transport. Voor een citytrip loont het echter meestal wel de moeite om je hotel te boeken via een touroperator in plaats van rechtstreeks bij het hotel. Zeker in de zomervakantie kan je koopjes doen door een citytrip te boeken bij een touroperator.

 Karin De Ruyter en Luc Coppens05/02/2007

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door vermi om 17:19 Reageer op dit bericht

Verandering van klimaat bevestigd.

VN-klimaatpanel waarschuwt voor nooit geziene temperatuurstijging

Tegen het einde van de 21ste eeuw dreigt er voor de aarde een opwarming van het klimaat 'zonder voorgaande' met 1,1 tot mogelijk zelfs 6,4 graden Celsius. Zo waarschuwt het klimaatpanel (IPCC) van de Verenigde Naties in zijn vierde rapport dat vrijdag in Parijs werd voorgesteld.

(belga) - Al de sedert jaren waargenomen opwarming van het klimaatsysteem is volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zonder voorgaande. Elf van de afgelopen twaalf jaar behoren tot de twaalf warmste sedert het begin van de weerwaarnemingen in de helft van de 19e eeuw, aldus het rapport.

Volgens de deskundigen is het ook duidelijk dat de opwarming van de aarde grotendeels door de mens veroorzaakt is. Natuurlijke factoren spelen een volledig ondergeschikte rol.

Het onder andere op circa 400 computersimulaties gebaseerde rapport stelt zes temperatuurscenario's voor. In het beste geval is tegen 2100 met een opwarming van 1,1 tot 2,9 graden Celsius te rekenen, in het slechtste geval met een temperatuurstijging van 2,4 tot 6,4 graden. De stijging van het zeewaterpeil bedraagt tegen 2100 in het beste scenario 18 tot 38 centimeter, in het slechtste 26 tot 59 centimeter.

De volgende twee decennia zal de temperatuur volgens het IPCC om de tien jaar met 0,2 graden stijgen. Zelfs als de concentratie van broeikasgassen in het jaar 2000 op het toenmalige peil was bevroren, zou er toch nog een temperatuurtoename van 0,1 graden Celsius per decennium te verwachten zijn.

De wetenschappelijke kennis over de invloed van de mens op het klimaat is momenteel beter dan ooit voorheen, verklaarden de circa 2500 IPCC-experts. Dat het de menselijke activiteit sedert 1750 is, die de opwarming veroorzaakt, stellen zij nu "met zeer grote waarschijlijkheid". Tussen 1850 - het begin van het optekenen van weerwaarnemingen - en het jaar 2005 is de temperatuur met 0,76 graden gestegen.

In het vierde IPCC-verslag sedert 1990 staat voorts dat de stijging van het peil van de zee versnelt. Van 1961 tot 2003 is er gemiddeld 1,8 millimeter per jaar bijgekomen. Tussen 1993 en 2003 steeg het zeewaterniveau gemiddeld zelfs met 3,1 millimeter per jaar.

Op lange termijn zijn talrijke veranderingen te verwachten als droogte, zware neerslag, hittegolven en krachtige tropische cyclonen.

FORUM: Laat uw mening achter of lees de reacties

Lees hier het volledige klimaatrapport van de VN

12:36 - 02/02/2007
Copyright © Tijd.be

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door vermi om 13:16 Reageer op dit bericht

Brussels Airlines en Flightcare.

Brussels Airlines verlengt samenwerking met Flightcare

Brussels Airlines verlengt de samenwerking met Flightcare, een bedrijf dat diensten op de begane grond levert in luchthavens. Dat meldt de luchtvaartmaatschappij.

Vanaf 25 maart zal Flightcare op Brussels Airport de passagiersafhandeling verzorgen van alle reizigers van Brussels Airlines die voor het b.light-tarief kiezen. Dat is een formule die zich resoluut richt tot de toerist die op zoek is naar de goedkoopste prijs. Voor de passagiersafhandeling van de lange- en middenlangeafstandsvluchten zorgen werknemers van Brussels Airlines. Dat geldt ook voor wie kiest voor de b.flex-formule. Die mikt op de veeleisende zakenreiziger die meer flexibiliteit wil.

Brussels Airlines zal meer investeren in gronddiensten zoals check-in, bagage en boarding omdat die een cruciale rol spelen in de stiptheid en de klantvriendelijkheid van een luchtvaartmaatschappij. (belga)

 

Eigen commentaar op dit artikel :

Flightcare is een dienstenverlenende maatschappij die oa de laatste vijf jaar de vluchten van SN Brussels Airlines heeft verzorgd. Flightcare is eigenlijk de voortzetting van de activiteiten van SABENA GROUNDHANDLING met voornamelijk (ervaren) werknemers van SABENA. Zij handelen nog een dertigtal andere maatschappijen af, met als toppers oa Lufthansa en Delta Airlines.

Ik kan het deze keer echt niet laten om wat commentaar te geven op dit artikel, dat eigenlijk in korte woorden vertelt dat Flightcare met zijn ervaren ex Sabena werknemers wordt gedegradeerd tot het afhandelen van de 'niet belangrijke passagiers'.

De andere speler in het verhaal zijn de ex werknemers van fusiemaatschappij  VIRGIN EXPRESS die niets anders hebben gedaan dan point tot point bestemmingen, zonder overbooking en zonder transit passagiers. Deze mensen (let wel, geen verwijt !) worden nu ingezet om de CORE business van BrusselsAirlines, Africa en de High Yield passagiers te verzorgen.  Tientallen onervaren ExVirginmedewerkers moeten nu worden opgeleid om misschien binnen vijf jaar de ervaring van het 'oudere' Flightcare personeel te kunnen evenaren. Ik verduidelijk even : Brussels Airlines heeft voor het moment GEEN check in agenten, VIRGIN EXPRESS had die wel, en Flightcare ook uiteraard.

Het is dan ook ongelooflijk dat een jonge maatschappij zoals Brussels Airlines zich kan permitteren wat de grote maatschappijen (winstgevende) afstoten wegens 'te duur' :  de eigen check in en passagiersafhandeling. Deze diensten worden wereldwijd door bedrijven zoals 'Flightcare' afgehandeld aan een 'globale prijs', die ALTIJD goedkoper is dan eigen personeel op te leiden EN AAN TE WERVEN :  de flexibiliteit naar andere taken alléén is hier al een factor die Flightcare toelaat goedkoper te werken.

Maar goed, blijkbaar is de heksenjacht op SABENA personeel (lees : jaloezie) nog niet ten einde en blijven die mensen 'klappen' ontvangen. Vijf jaar geleden heeft het personeel van Flightcare zich in tien stukken verdeeld om de jonge maatschappij SN Brussels te laten doorstarten en gedurende vijf jaar hebben zij dan ook geprofiteerd van de know how van dat  personeel om terug een stevige reputatie op te bouwen. Als ik het goed voor heb, zijn ze de laatste jaren niet uit de 'top twee' in Europa ( punctualiteit) weg te denken geweest : deze resultaten werden voor het grootste gedeelte bewerkstelligd door Flightcare.

Ik wil in elk geval het vliegend cabinepersoneel en sommige commerciele medewerkers van SN Brussels Airlines bedanken voor de woorden van steun en dank die wij al gekregen hebben. Wij hebben jaren samengewerkt op de Afrikabestemmingen en hadden een hechte band gekweekt. Daar komt nu ook een einde aan.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door vermi om 16:40 Reageer op dit bericht

Meer van vermiworld

↑ Terug naar de berichten