Maandag 20 maart 2006
geen beroep


Geen Beroep
Een huisvrouw lieve mensen
Is spil van haar gezin
Ze is als eerste wakker, en slaapt als laatste in
En is ze eens afwezig, dan jammert heel de troep
Want niemand kan haar missen
Toch heeft ze geen beroep
Ze tovert met haar centjes, ze brengt de kindjes groot
Droogt tranen en snuit neusjes
Is net een duizend poot
Als iedereen de griep heeft verpleegd zij heel de troep
Loop zelf van koorts te bibberen…….
Toch heeft ze geen beroep
Maar…z’is de troost der kleinen, en vaders grootste schat
Het aanrecht is haar altaar, de pan haar wierookvat
Zij is in’t drukke leven, het rustpunt voor haar troep
Haar wapenschild is “ Liefde “
God zegene haar beroep
Is spil van haar gezin
Ze is als eerste wakker, en slaapt als laatste in
En is ze eens afwezig, dan jammert heel de troep
Want niemand kan haar missen
Toch heeft ze geen beroep
Ze tovert met haar centjes, ze brengt de kindjes groot
Droogt tranen en snuit neusjes
Is net een duizend poot
Als iedereen de griep heeft verpleegd zij heel de troep
Loop zelf van koorts te bibberen…….
Toch heeft ze geen beroep
Maar…z’is de troost der kleinen, en vaders grootste schat
Het aanrecht is haar altaar, de pan haar wierookvat
Zij is in’t drukke leven, het rustpunt voor haar troep
Haar wapenschild is “ Liefde “
God zegene haar beroep





















