Naar de inhoud

.

akke.beakke.be

Archief

Het leven zoals het is: Ubud

Het regenseizoen was aangebroken en we werden in de vroege ochtend gewekt door een bulderende donderslag en daarna een tropische stortbui. Gezellig slapen is dat en het geeft bovendien groene rijstvelden en mooie wolkenluchten.

 

We zijn bestolen! Er staan flink wat kokospalmen in onze tuin. Sommigen dragen jonge kokosnoten ofte kelapa muda. Van die jonge kokosnoten wordt eerst een kapje afgeslagen met een hakmes zodat je de klappermelk kan drinken. Daarna wordt de kokosnoot verder opengemaakt en wordt het kapje omgetoverd tot een lepeltje waarmee je het jonge vruchtvlees uit de noot kan schrapen. Saar had daar wel zin in en vroeg aan Komang, de tuinman of hij in de boom wilde klimmen om er een kokosnoot uit te halen.

Hij bleek dat niet te kunnen wat hem op een meewarig lachje van Willy trakteerde. In Allang kunnen alle jongens dat namelijk. Komang dus naar de buren om de hulp in te roepen van zijn vriend die daar tuinman is. Die bleek dat wel te kunnen. Kost: 10.000 Rupiah. Voor die prijs haalde hij dan wel al de noten uit de boom. Hoewel de vraagprijs €0.77 is en zo'n boom een metertje of tien hoog, vond Willy dat schandalig duur. Bovendien kan je kelapa muda maar één dag bewaren en hadden we geen zin om elk 5 kokosnoten te eten. De deal ging dus niet door. Saar's oog viel toen op de kleine bananenplantage die achter de muur is ontstaan, op het stuk grond waar we voor onszelf gaan bouwen. Ze vroeg aan Komang of hij een tros rijpe bananen wilde gaan halen. Dat bleek onmogelijk. De rijpe trossen waren meegenomen door onbekenden, gestolen dus. Het zou gebeurd zijn voor wij in de villa aankwamen. Potverdorie! En dan maar offertjes brengen en ceremonies bijwonen. Telkens ik vanaf nu een trotse Balinese zal zien lopen met een stapel offers op haar hoofd zal ik aan onze bananen moeten denken. Potverdorie nog 's an toe zeg!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door koetjing om 08:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Offertjes = Banten

We betalen 200.000 Rupiah per maand voor de offertjes die twee maal per dag gelegd worden op verschillende plaatsen in het huis. Foto links : het altaartje in de huistempel. Onderaan van links naar rechts: de altaartjes in de hal, de keuken en de balé bij het zwembad. De offertjes zijn kleine gevlochten schaaltjes met daarin bloemen, rijst, wierookstokjes enz. Ze worden neergezet op belangrijke plaatsen; zowel in huis als buiten. De goden worden zo bedankt of om bescherming gevraagd. De kwade geesten worden op die manier geweerd. 
Om die kwade geesten buiten te houden is elke eigendom ook ommuurd. Normaal maken de vrouwen die offertjes zelf. Omdat veel vrouwen ook werken, zijn er gespecialiseerde thuiswerksters die, op bestelling, de offertjes maken en ze aan huis leveren. Elke ochtend wordt er een plastic tasje bezorgd. Made is verantwoordelijk voor de offerceremonie. Ze draagt dan een gekleurde sjaal rond het middel en spreekt een gebedje uit telkens ze een pakketje ergens neerlegt. Tijdens het bidden zwaait ze, elegant  met een bloemblaadje dat ze tussen wijs en middelvinger klemt. Ter afsluiting spreekt ze een gebed uit, geknield voor de huistempel, de gevouwen handen bij het voorhoofd. De godsdienst is hier alomtegenwoordig. Gisteren, op terugweg van de Carrefour (voor de Nederlandse lezers: een enorm grootwarenhuis), vroeg de taxichauffeur: "Do you have plan for the day after tomorrow?". Ik vroeg hem "...waarom overmorgen en niet morgen?", "Tomorrow I don't work" zei hij "I have ceremony." We hoorden al verhalen over mensen die maar een halve maand werken, de andere helft gaat op aan ceremonies allerhande.  
Het is ook geen uitzondering dat het loon van twee maanden moet afgestaan worden als bijdrage voor een crematieceremonie. Voor westerlingen een ver-van-mijn-bed-show, hier een dagelijkse realiteit.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door koetjing om 11:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Willy en Carrefour

pura mascetiVandaag is Willy, Saar's nicht, aangekomen in Bali. Als het proefverblijf haar bevalt, wordt ze onze inwonende huishoudster zodra we naar Ubud verhuizen.
We haalden haar af in Denpasar Airport waarna het linea recta naar Carrefour ging. Er moest een basisvoorraad worden ingeslagen van zowat alles wat je je maar kan voorstellen.Op een bepaald moment liepen we alle drie met een gevulde kar rond. Voor Saar is dit waarschijnlijk een leuk uitstapje. Mij doe je echt geen plezier met dit soort dingen. En dan druk ik me zacht uit. Kortom een dag zonder veel geschiedenis.
Bij aankomst wilde ik me vrijgevig tonen door, bovenop de afgesproken 350.000 Rupiah voor 10 uur, een supplement te betalen van 30.000 omdat we wat later dan 19:00 thuis aankwamen en nog eens 10.000 omdat de chauffeur een aantal keer parkeergeld had moeten betalen. De beste man was echter helemaal niet blij met mijn voorstel en eiste 55 dollar. Ik hield voet bij stuk waarop hij nodig iemand moest bellen. Dat gaf me de tijd om de brochure op te snorren aan de hand waarvan Saar had geboekt.
Toen hij die brochure onder ogen kreeg was de zaak snel duidelijk. Het bleek de versie in Bahasa Indonesia voor Balinezen te zijn die Saar op de luchthaven had meegenomen. Voor toeristen bestaat er een Engelstalige versie met andere prijzen.
$55 is namelijk 506.000 Rupiah.
Hij was zonder morren akkoord met de afgesproken prijs. Foto: Pura Gunung Sari, de tempel naast ons huis.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door koetjing om 10:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Aankomst in Villa Sabandari

Masceti tempel in Jalan Pura Gunung Sari, onze buren dus

Na een ochtend van buikkrampen was Saar rond de middag in staat te douchen en waren we even later klaar om te vertrekken naar Villa Sabandari. Omstreeks 14:00 arriveerden we bij Jalan Gura Gunung Sari 4.
We hadden nog geen middageten gehad dus stuurde Saar onze pembantu Made (spreek uit Madé, of wat dacht je?) erop uit om pisang goreng (gebakken banaan) te gaan kopen.
Ze mocht ook gelijk boodschappen doen voor het avondeten en het ontbijt.
De menukeuze werd aan haar overgelaten.
Saar boekte intussen een auto met chauffeur ; Willy komt aan in Denpasar om 10:15 en daarna wil Saar gaan shoppen. We hebben de auto voor 10 uur ter beschikking, van 9:00-19:00 en betalen, inclusief benzine 350.000 Rupiah of €27. Moeilijk voor te stellen inderdaad.

We hebben twee tempels als buren.
De tempel waarop we uitkijken, aan de overkant van de sawah, ligt er niet al te verzorgd bij.
Te oordelen naar de aanwezige offertjes is hij echter nog wel in gebruik.
Ik zag er de clash van de culturen in beeld: twee drakenkoppen, elk in zijn eigen colaflesje: bizar.
De tempel was verlaten maar echt wel wat spooky.
Made heeft als dinnersurprise gekozen voor ... Nasi Goreng en lekker zoete watermeloen als dessert.
Intussen is al het personeel naar huis. Enkel de security man blijft tot morgen 8:00 op post.
We hebben zowat alle lampen in huis en tuin aan en er klinkt een zacht, loungie muziekje doorspekt met de geluiden van de tropen: de gekko's, de cicaden, de krekels en andere, mysterieuze klanken en kreten.
Dit wordt onze eerste nacht in het nieuwe huis.
De security guard, Duvel en de goden uit twee tempels waken over ons.
Er kan ons niks gebeuren.
Toch?
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door koetjing om 15:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Meeting in Sayan

We logeren in ons laatste hotel, 'Villa Sanggingan', in Ubud. Daarna kunnen we eindelijk naar 'Villa Sabandari' en is het afgelopen met betaalde logies. Het einde van de Ramadan legt het openbaar leven hier gedurende een week lam. Er wordt daarom veel gereisd en de hotels die we contacteerden waren volgeboekt. Joost van Grieken, onze architect, kende 'Villa Sanggingan' en reserveerde er voor ons een eenvoudige kamer met 'Valley view' en zicht op Mount Agung, een voor de Balinezen heilige vulkaan. 350.000 Rupiah, breakfast en taxes inbegrepen. Dat is omgerekend €27 per nacht voor een twee persoonskamer met AC. Een goeie deal dus.

 

De Nederlandse schilder Arie Smit logeert hier al 15 jaar. Het is dan ook vlak bij het Neka Museum waar een speciaal paviljoen aan hem is gewijd. Ons hotel is van dezelfde eigenaar als het museum. Iets verderop ligt 'Mozaïc' één van de beste restaurants van Indonesië. Een diner met aangepaste wijnen kost er ongeveer een miljoen Rupiah (€77), 'Hof van Cleve'-prijzen voor Indonesïe! Joost stuurde zijn auto met chauffeur om ons naar zijn huis in Sayan te brengen, een paar kilometer van het hotel. Hij huurt er al 10 jaar een Balinees huis waaraan hij natuurlijk de nodige veranderingen heeft aangebracht. Het huis heeft een adembenemend zicht op de vallei en de rivier en is volgestouwd met antiek en Indonesishe kunst.

uitzicht vanaf terras Joost

huis van Joost in Sayan

We werden vergast op een lekkere lunch en Joost en ik kraakten er een flesje Australische Chardonnay bij. Nadien volgde een bespreking van de herwerkte plannen. Joost heeft duidelijk niet stilgezeten tijdens onze reis naar Ambon.
Hij toonde ons 2 ontwerpen: het eerste ontwerp was er één met 2 aparte 'torentjes' waarin op het gelijkvloers en op de eerste verdieping een slaapkamer met badkamer zou worden ondergebracht en tevens een terras/balkon, en waar de trap zich in het huisje zou bevinden. Het achterste 'torentje' met zicht op de sawah zou toegankelijk worden vanaf 'Villa Sabandari'; het voorste 'torentje' vanaf ons perceel.
Het tweede ontwerp was een compacter geheel met aan beide zijden 2 slaapkamers op elke verdieping, en daartussen de badkamers met een plat dak. Boven de slaapkamers komt een Balinees puntdak wat het geheel luchtiger zal maken. Bij dit ontwerp ga je naar de verdieping via een buitentrap.
Om ruimte te besparen kiezen we voor de tweede optie met verdieping op het terrein van Villa Sabandari. De kamers op de verdieping zijn voor de betalende gasten. Onze eigen logés slapen op het gelijkvloers, met toegang via onze privétuin. Ons huis wordt volledig gelijkvloers (met het oog op 'later'). Zit- en eetkamer worden ondergebracht in één ruimte. Het zwembad wordt kleiner om ruimte voor een grotere tuin te winnen. Op verzoek van Saar maken we het zwembad overal 130cm diep. Er komt ook een pierebadje voor eventuele kleinkinderen of kleine familieleden en kleine vriendjes. Willy, Saar's achternicht uit Allang, zal voor ons komen werken als persoonlijke huishoudster. We vroegen haar of ze een douche wilde in haar woongedeelte. "Toch liever een mandibak", zei ze "dat zal me herinneren aan thuis". Ze ging wel akkoord met een modern toilet in plaats van de franse uitvoering.
Rudy vertelde ons dat onze pembantu en de tuinman al elke dag zijn komen werken sinds het sollicitatiegesprek en dat ze een goede indruk geven. Hoe we ons vervoersprobleem zullen aanpakken is nog niet duidelijk. Vooralsnog zien we het niet zitten om hier zelf te rijden. Auto's, vrachtwagens, bussen en bromfietsen krioelen door elkaar zonder respect voor verkeersregels. Inhalen kan zowel langs links als rechts. De grootste auto heeft, in de praktijk, voorrang. We hoorden ook dat als een buitenlander bij een ongeval betrokken is, hij altijd in fout schijnt te zijn. Waarschijnlijk is een auto kopen en een chauffeur in dienst nemen de goedkoopste en meest practische oplossing.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door koetjing om 12:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Gestrand in Ujung Pandang

Willy was om 6 uur stiekem vertrokken naar Ambon. Haar broer Bert, die ook in Latuhulat had overnacht, deed vaag over het waarom van haar vertrek. Saar vermoedde dat ze was gaan koken en zou terugkomen met een lunch. Dat was inderdaad zo.
Na het afrekenen vertrokken we naar de luchthaven met de auto van Bu Jonkie, een Toyota Avanza. Njong Pai belde op tijdens de rit om te laten weten dat hij er niet zou zijn om ons uit te zwaaien omdat het regende in Allang.
In Ambon Pattimura Airport hadden we nog tijd voor een snelle lunch (nasi goreng, spiegelei, komkommer en kroepoek). Willy leende ongegeneerd alle bestek en borden bij de coffeeshop waar we ons hadden geïnstalleerd. Om de kerk toch enigszins in het midden te houden bestelden we dan maar 4-maal thee.
Bij het afscheid zei Willy "Oom, don't be angry". De Engelse vertaling van "Jangan mara", wat ze hier altijd zeggen als je op reis vertrekt. Waarom ze dat zeggen weet ik niet; bij een volgende gelegenheid zal ik dat eens checken.
In de vertrekhal was de omroeper haast niet te horen en we moesten zelf informeren bij medereizigers of we wel goed zaten. Met een vertraging van meer dan een half uur vertrok het Lion Air vliegtuig uit Ambon naar Ujung Pandang waar we dan ook met vertraging toekwamen. De koffer moest afgehaald worden en we dienden opnieuw in the checken bij Garuda voor de vlucht naar Denpasar.
We kwamen aan de counter van Garuda om 17:12 terwijl de vlucht gepland stond voor 17:30 Het meisje achter de balie bekeek onze tickets en zei, wat twijfelend, dat de Gate gesloten was. Ik legde uit dat we met vertraging uit Ambon waren gekomen met een Lion Air toestel en dat we beslist nog meekonden als ze een beetje op wilde schieten.
Een ander kreng kwam zich met de zaak bemoeien. Ik voelde onmiddellijk dat ze bezig waren tijd te rekken om de zaak op die manier naar de bliksem te helpen. Geen enkel argument hielp en we werden doorverwezen naar het bureau van Garuda. Na de hele zaak nog een keer te hebben uitgelegd liet de verantwoordelijke weten dat dit niet de zaak van Garuda was, maar van Lion Air.
Wij, stilaan op kookpunt, naar het bureau van Lion Air.
Daar kregen we allerhande, halfzachte argumenten te horen:

- het reisbureau was verantwoordelijk want ze hadden maar een uur voorzien tussen de twee vluchten
- wij hadden zelf het cabinepersoneel moeten verwittigen zodat die tijdens de vlucht Garuda had kunnen bellen
- één van ons twee had alvast moeten inchecken zonder de bagage
- er worden geen passagiers omgeroepen ingeval de bagage niet is ingecheckt
- er is geen link tussen de computers van Lion Air en Garuda

Na veel aandringen kregen we iemand van de staff te spreken die met de directie de zaak ging bekijken. Resultaat: nul komma nul. Geen enkele compensatie. Bij Garuda boekten ze ons op de vlucht naar Denpasar van de volgende dag om 16:45. Dit echter niet zonder een toeslag aan te rekenen van 420.000 Rupiah omdat er alleen nog plaats was in een hogere klasse. Ze boekten wel voor ons een hotelkamer en zorgden dat we werden afgehaald op de luchthaven.

Moe en nog boos kwamen aan in het Transithotel, ongeveer 10 minuten van de luchthaven. Kost van een VIP-room: 160.000 Rupiah, inclusief ontbijt en airporttransfer. €12,30 dat viel dus mee! De VIP room viel iets minder mee... Het rook er muf, de lakens en de kussenslopen waren vies, er was geen raam, de WC spoelde niet door, geen toiletpapier en geen warm water.

Ik troostte mezelf met de gedachte aan een frisse pint, wat eten en vroeg slapen. Saar bestelde miesoep en water. Ik nog maar eens nasi goreng en een Bintang besar (grote fles lokaal bier). Er werd een mannetje op uit gestuurd om het bier te gaan kopen want dat hadden ze niet in het hotel. Die kwam na een kwartier terug met de melding dat er geen bier te koop was door de Ramadan en dat het hier een moslimland was. Mijn stemming, die al niet bijster goed was, zakte nog een aantal punten. Ik zei "Ik ben hier wel de gast hoor en ik ben geen moslim. Ontvangen jullie op deze manier jullie gasten?" De beste man putte zich uit in verontschuldigingen, gaf het geld terug en verdween. Appelsap dan maar. Potverdorie nog eens aan toe zeg!

Nu ja, slapen zou wel soelaas brengen. In de andere kamers werd TV gekeken met de deur open zodat je gratis kon meegenieten van de gillende stemmetjes van de stripfiguren en de gevarieerde vibraties van uit allerlei lichaamsopeningen ontsnappende gassen. Saar bleef zo lang mogelijk in de lobby, of wat daarvoor moest doorgaan, om te kunnen roken en omdat ze de geur in de kamer niet kon uitstaan.

Om een uur of 6 werd ik wakker door een vrouw die, het leek wel vlak naast mijn oor, riep "Joop! Joop! bangung! harus pulang" (Joop, Joop, opstaan, we moeten naar huis). Ik draaide me boos om en probeerde opnieuw te slapen. Je kon immers ontbijten tot 9 uur. Even later: luid geklop op de deur. Na wat geschreeuw van onze kant hield het op maar ging door op de andere deuren in de gang. We waren serieus in de aap gelogeerd in dat f**king Transit Hotel!

Omdat ik toch niet meer kon slapen besloot ik dan maar op te staan en te 'douchen". Dat wil zeggen, koud water in een plastic emmer laten lopen en met een schepje over je heen gooien. In was daar net mee bezig toen er weer op de deur werd geklopt. Ik dacht "En nu is het ù$§:-( genoeg geweest!!" en trok de deur open, resten tandpasta rond mijn mond en op de borst en gekleed zoals men meestal is bij het douchen. Eén van de hotelbedienden stond voor de deur met een dienblad waarop: twee koppen thee en 4 broodjes, verpakt in plastic: ons ontbijt. Toen de man mij zag, begon het dienblad synchroon met mij te beven. Het zal wel niet van woede geweest zijn. Saar riep kwaad in het Maleis "we eten straks beneden!". Naar de grond kijkend droop de arme man af. Het waren vriendelijke mensen die hun best deden jammer genoeg "Wrong place and time".

We ontvluchtten het hotel rond negen uur en reden naar de luchthaven waar we om 9:15 toekwamen. Een telefoontje naar het reisbureau in Denpasar leerde dat we niets konden claimen en geen klacht konden indienen. Dit is Indonesia. Onze vlucht is om 16:45, nog maar zeven uurtjes wachten.

"We make people fly"!!!??? "We make people cry" zou toepasselijker zijn in hun geval.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door koetjing om 11:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Het begin van het einde?

Het beklimmen van de trap naar het huis van Njong Pai was moeilijk. Vooral voor de ademhaling dan. En voor de zweetklieren. Al bij al viel het voor de benen en de rug nog mee.

Het afdalen was andere koek en dat had ik niet verwacht.

Voor we het huis van Bu Minggus bereikten, voelde ik een raar gevoel in mijn linkerbeen. Of er geen kracht meer inzat. De korte pauze tijdens het bezoekje aan de weduwe van Bu Minggus loste het probleem niet op. Het werd alleen maar erger en ik moest me met m'n linkerhand vasthouden aan het muurtje, aan de zijkant van de trap. In m'n rechterhand een wandelstok.

Ver voor mij zag ik Saar, Willy en nog een aantal mensen. Niemand keek om.

Njong Pai bleef in mijn buurt en werd ongerust. Ik ook.

Eindelijk beneden liet ik aan Saar weten dat ik een verlamd gevoel had in mijn linkerbeen.

Er was een auto besteld die ons terug zou brengen naar Latuhalat. We stopten eerst bij het graf van Bu Minggus en daarna bij dat van Oma Tua.

De graven liggen vlak naast de weg. Oma Tua's graf ziet er onverzorgd uit. Een opschietende bananenboom heeft zich door het dakje van gevlochten gras geboord dat boven het graf is gemaakt.

Het uit- en in de auto stappen kostte me veel moeite.

We namen afscheid van Njong Pai en reden door naar Ambon om daar wat te eten. De chauffeur raadde restaurant 'Barcelona' aan. Hij stopte aan de overkant van de straat.

Ik werd ondersteund om de straat over te steken. Door wie weet ik niet. Ik was teveel met mezelf bezig en met een krampachtige poging om met dat half verlamde linkerbeen het restaurant te halen.

Bij het opstappen van de stoep lag ik plots op de grond.

Mijn rechterbeen had het ook begeven en de helpers konden me niet tegenhouden.

Er werd gegild en gesleurd om me weer overeind te krijgen. Dat lukte op één of andere manier en ik werd naar een stoel gesleept/gedragen, half strompelend.

Het was of iemand een schakelaar had overgehaald. Het ene moment stond ik nog, zei het niet erg stevig, en een tel later lag ik tegen de vlakte.

Het duurde even voor ik me realiseerde dat dit mogelijk de eerste stap geweest was in het aangekondigde verlammingsproces.

Een specialist van het Universitair Ziekenhuis in Gent heeft me in juni 2006 al laten weten dat de problemen met mijn ruggenwervels vroeg of laat kunnen/zullen leiden tot verlamming door het afknellen van het ruggenmerg tussen de lumbaalwervels L2 en L3.

"Zou dit het begin van het einde zijn?" vroeg ik aan Saar.

Ik hoopte op een relativerende opmerking maar ze keek me bedrukt aan en zei dat ze dit beangstigend vond.

We bestelden enkel te drinken en reden daarna door naar Latuhalat.

Het was donker in de auto. Niemand heeft die paar tranen gezien.

Bij het uitstappen zakte ik weer in elkaar, ditmaal nog in de auto.

Het duurde maar even. Met behulp van een aantal sterke armen werd ik naar de kamer gebracht en op bed gelegd.

De anderen gingen eten in een hotel in Amahusu. Ik bleef achter met mijn gedachten.

Misschien was ik alleen maar onvoorbereid en zonder conditie aan de afdaling begonnen en was het louter een spierprobleem? Vermoeidheid?

Met die gedachte raakte ik in slaap.

De volgende ochtend ging het lopen redelijk.

Een paar dagen later leek het of deze episode nooit had plaatsgehad.

Ik houd het op vermoeidheid; daar valt mee te leven.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door koetjing om 09:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Welkom!

We starten een klein hotelletje in Ubud, Bali, Indonesië. Hoe we daartoe kwamen en hoe het zich ontwikkelde wordt in deze blog beschreven.
Daarnaast ook wat anekdotes en verhaaltjes over de alledaagse belevenissen ter plekke.
Het meeste recente bericht staat steeds boveneen. Wilt u alles in chronologische volgorde lezen, dan begint u best bij het oudste bericht. Veel leesplezier!

Bookmark and Share
Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door koetjing om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Allang

bemo naar allangAllang is het geboortedorp van de ouders van Saar en er wonen nog flink wat dichte en minder dichte verwanten.

Je wordt al snel 'oom' genoemd door wildvreemde mensen. Daarom is het allemaal soms wat verwarrend.

Willy Sipahelut, een achternicht van Saar, kwam ons afhalen in Latuhalat zodat we niet zelf moesten zoeken welke bemo (een klein busje) we best namen. Het werd een groene bemo met nummer 18 tot Ambon Terminal en dan een wat groter, erg lawaaierig busje tot in Allang. Kost van dit transport: verwaarloosbaar, terwijl het toch circa honderd kilometer is. Het is echter het vervoer van de lokale bevolking en die kunnen zich geen duur transport veroorloven.

Je moet er dan wel de 'couleur local' bijnemen.

Harde banken, propvol mensen, veel motorlawaai en uitlaatgassen, afgeleefde vering, traditionele airco (= alleraampjes open), onderweg stoppen om vis te kopen, claxoneren voor alles wat op de weg loopt, afremmen voor spelende kinderen, honden, hanen, runderen enz., diepe putten in de weg, in eerste versnelling een berg op ratelen tegen 15km/uur, medepassagiers die gewoon buiten de auto aan het bagagerek hangen, of het de gewoonste zaak van de wereld is, en zo verder.

In Allang aangekomen wachtte een andere beproeving: de berg op klimmen tot het huis van Njong Pai, Saar's neef en de vader van Willy.
Het eerste gedeelte bestaat uit een brede trap met hoge treden. Die trap wordt smaller en smaller en de laatste honderd meter is er geen trap meer, maar stap je van steen tot steen naar boven.
Gelukkig had ik uit het hotel een paraplu
bemo naar allang
meegenomen als steun bij het klimmen.
Saar besloot beneden aan de trap nog een sigaretje te roken zodat ik de kans kreeg een voorsprong op te bouwen. Het zou een schande geweest zijn na de twee vrouwen boven aan te komen.
Na een dertigtal treden liep het zweet me al van de rug en zuchtte en pufte ik als een oververhitte stoomlocomotief. Iedereen groet je dan ook nog eens vriendelijk en bekijkt je aandachtig. Je bent tenslotte wit en die kleur zie je niet zo vaak in Allang.
Na ongeveer een derde van de klim knoopten twee mannen een gesprek aan, wat me de gelegenheid gaf om, zonder al teveel gezichtsverlies, een pauze in te lassen.
Nauwelijks was ik terug vertrokken, nu op smalle trapjes tussen de huizen, of een vrouw riep, ergens achter mij "Bapak mau ke mana?" wat zoveel betekent als "Waar wil meneer naartoe?" Ze hing half uit het raam, gekleed in een nachtjapon. Of daar leek het toch op. Mijn beperkte kennis van het Maleis was gelukkig groot genoeg om haar te begrijpen en ik antwoordde dat ik naar Saar's neef op weg was. Ze riep iets wat ik niet begreep en kwam wat later achter me aan gehold. Het bleek een vrouw van in de zeventig, graatmager, in een soort nachtkleed en met nog bijzonder weinig tanden in de mond. Ze begon me uitgebreid van alles te vertellen waarvan ik het meeste niet verstond. Behalve dan "pelan, pelan!" wat "traag, traag" betekent. Hoewel ze waarschijnlijk zo traag klom als ze kon, liep ze zo van me weg.
Na een aantal keer op me te hebben gewacht hield ze het voor bekeken en snelde me vooruit. Later bleek dat ze naar het huis van Njong Pai was gelopen om mijn komst aan te kondigen.
Ze had daar drieduizend (sic) keer moeten roepen voor er iemand kwam.
Bijna boven kwamen de tante en Njong Pai me tegemoet. Ik was op dat moment meer dood dan levend, volledig doorweekt en vermoeider dan ik de laatste jaren ben geweest. Bij nader inzien was dat niet zo verwonderlijk gezien ik door mijn rugproblemen de laatste tijd vooral zittend heb doorgebracht, met als gevolg een conditie beneden alle peil en een kilootje of vijftien overgewicht.
Ik was net terug op adem gekomen toen Saar en Willy het laatste klimmetje aanvatten. Kon ik toch mooi, met een rustige ademhaling vragen: "Waar bleven jullie nou eigenlijk?"
We moesten onze natte kleren uittrekken, mandiën (met behulp van een kommetje warm water uit een teiltje over je heen gieten tot je weer lekker schoon bent), en dan een sarong aantrekken.
Het was intussen al vrij laat op de middag en we zagen het echt niet zitten om nog terug te reizen naar Latuhalat. Er werd een tandenborstel gekocht, wat extra rijst gekookt en we bleven gewoon slapen in het huisje 'on top of the world'.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door koetjing om 11:17 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Reis naar Ambon

Opstaan om zes uur, uitchecken uit Puri Santrian, taxi om zeven uur en rond kwart voor acht waren we in de luchthaven van Denpasar.

We vlogen eerst met Garuda, de nationale luchtvaartmaatschappij, naar Ujung Pandang, dat nu officieel Makassar heet. Niemand schijnt echter die naam te gebruiken. Een Boeing 737, netjes, een klein ontbijtje en een rustige vlucht. Omdat we van airline veranderden voor de aansluitende vlucht naar Ambon, moesten we de bagage opnieuw inchecken in Ujung Pandang.

De maatschappij heette 'Lion Air'.

"Vast een zusterfirma van 'Ryan Air' met een Chinese eigenaar" grapte ik tegen Saar.

Had ik beter niet gedaan.

De passagiers voor andere vluchten werden keurig geïnformeerd dat "... passengers for flight GA752 with destination Manado are requested to board at Gate number 15" of iets dergelijks. Bij Gate 14, onze Gate, begon een man in uniform rond boarding-time gewoon keihard te roepen "AMBON!!!, AMBON!!" en iedereen stoof naar de deur.

We voelden aan dat het bij 'Lion Air' iets anders zou toegaan dan bij Garuda. Het opschrift op de de stoelen scheen mijn eerder vermoeden in verband met de eigenaar van de luchtvaartmaatschappij te bevestigen. Onwillekeurig kwam ook een opgestoken middelvinger in gedachten.
Toen Saar dan ook nog voor haar drankje moest betalen, wisten we zeker dat we op een low-budget carrier zaten.
Ze weigerde halsstarrig naar het toilet te gaan omdat er "wel een WC-madame zou zitten!", zei ze.
De stoelen en de veiligheidsgordels hadden ook betere tijden gekend. In de Indonesische versie van "Life vest under your seat" was een lijntje toegevoegd dat een boete vaststelde van 10 miljoen Rupiah voor het ontvreemden van de zwemvest. Wie steelt er in godsnaam een zwemvest?
In plaats van een k*tszakje vond ik dan ook nog een foldertje met schietgebeden voor een veilige landing in Islam-, Protestantse-, Katholieke-, Hindoe-, en Boedhistische versie.
Ondanks al deze slechte voortekenen landden we zonder problemen op 'Pattimura', de luchthaven van Ambon.
Onze koffer was zelfs mee en we werden aangesproken door een man die vroeg of we Saartje en Dirk waren. Het bleek de chauffeur die geregeld was door het 'Maluku Divers Resort', een hotelletje in Latuhalat waar we een kamer hadden gereserveerd. Hij bood aan met onze paspoorten naar de politie te gaan maar kwam na een paar minuten terug met de melding dat de politie naar huis was. Geen controle dus. Wij waren illegalen in de Propinsi Maluku Selatan.

In geen tijd zaten we in zijn airconditioned auto en reden richting Latuhalat, een ritje van 65 kilometer rond de baai van Ambon, dat een uur zou duren. Ambon leek ons erg veranderd sinds ons vorige bezoek in 1996. Veel meer bromfietsen en becaks en nog hectischer verkeer. Veel uitgebrande en verlaten huizen of kerken en moskeeën die werden 'gerenoveerd' zoals onze chauffeur het noemde. Het leek er eerder op dat ze van de grond af terug waren opgebouwd. Allemaal herinneringen aan de bloedige onlusten van een aantal jaar geleden.
De taxi heeft ons $25 gekost, wat wij duur vonden. Een bemo, een klein busje dat de lokale bevolking gebruikt, zou ons van Latuhalat naar Ambon ongeveer $0.75 kosten. Je hebt dan wel geen airco en zit opeengepakt tussen medepassagiers, bagage en dieren met keiharde muziek op de achtergrond. Maar who cares. We zijn tenslotte met (werk)vakantie. Morgen wordt het dus bemo tot Ambon en daarna een busje naar Allang.

'Sapannend' zou Opa Sabandar gezegd hebben.      
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door koetjing om 11:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van .

↑ Terug naar de berichten