PATCHWORK - QUILTEN - NAAIEN

PATCHWORK - QUILTEN - NAAIEN
22. Looddraad.

Bij een wandquilt naai ik bij het afwerken een looddraad voor gordijnen mee in de onderste afwerkingsbies; zo hangt de quilt veel mooier.
21. Naald en draad.

Garen heeft een richting !!
Rijg altijd het uiteinde dat je afknipt in de naald !
20. Hoekstuk/hulpmiddel om te quilten.
Om aan de rand of in een hoek te quilten is dit hulpstuk heel handig !
Van 2 lappen stof en fiberfill maak je een doorgestikte lap, je knipt er een rechte hoek uit: die kan je dan vastspelden aan de rand of hoek van je quilt om zo gemakkelijker te quilten.


19. Map voor blokken.
Om blokken in de maak op te spelden kan je i.p.v. een lap ook een map maken.
Deze map meet 36 x 36 cm, en ik kan er de lapjes van mijn blok opspelden maar ik kan er ook afgewerkte blokken in opbergen.
Misschien iets voor de les ??
18. EQ 6
17. Biesje of binding.
-Eens de quilt mooi op maat gesneden komt er een biesje of binding rond.
Op foto 1 werd er een binding in aparte stukken gemaakt.
Op foto 2 werd er een binding in één stuk gemaakt.
De foto's tonen hoe je een binding in één stuk maakt; zelf doe ik het altijd op die manier omdat de hoekjes zo mooier zijn.
16. Quiltsandwich klaarmaken om af te werken.
Pictures in a Scroll Box
Wanneer de quilt klaar is (top, tussenvulling en achterkant is gequilt) maken we hem klaar om af te werken.
Met lat en snijmes snijden we de randen mooi gelijk (1)(2).
We vouwen de quilt dubbel (3), zowel van boven naar onder als van links naar rechts om te zien of de hoeken mooi overeen liggen en indien nodig snijden we wat bij.
15. Kleine rotary cutter 18 mm.
Een snijmesje van 18 mm is heel handig om lapjes uit te snijden.
Wanneer je met de linkerzijde van de cutter het lijntje volgt heb je precies 0,5 cm naad.
14. Etiket
Naai op elke quilt een etiket met je naam, eventueel adres, naam van de quilt en datum.
Als het een geschenk is kan je er ook opschrijven voor welke gelegenheid je de quilt gemaakt hebt: leuk voor de persoon die het krijgt.
In de handel zijn mooie etiketten te koop maar je kan ook een gewoon lapje stof nemen.
13. Foto's.
12. Strijken.
Wanneer ik aan het patchen ben heb ik naast mij altijd mijn strijkgerief klaar.
Een klein strijkplankje of -matje, een strijkijzertje, een klein verstuivertje met water om lastige plooitjes weg te krijgen.
Het mini strijkijzertje is handig als je kleine stukjes moet strijken, maar ik gebruik nog het meest mijn reisstrijkijzer.
In het stopcontact steek ik eerst een stekker met knop om stroom uit te schakelen, zo moet ik niet telkens mijn strijkijzer uit het stopcontact halen.
Vergeet niet: bij patchwork strijkt men de naadjes naar één kant en niet open, behalve als je repen aan mekaar zet voor binding of biesje.
11. Patchworkbord.
Pictures in a Scroll Box
Dit is wel heel handig.
Niet zo goedkoop -ongeveer 40 euro- maar wel de investering waard.
Snijmatje, vlak met schuurpapier en strijkoppervlak in één.
Een handige knutselaar zou het ook zelf kunnen maken.
10. Boorden aan blok of quilt naaien.
Om boorden aan een blok of patchwork te naaien.
Afgewerkte blok of quilt strijken en meten over het midden van het werk.
Dezelfde afstand meten op de aan te naaien boord en begin en einde aanduiden en vastspelden op het middenstuk (bij lange boorden ook midden aanduiden en vastspelden) en daarna de rest van de boord mooi verdelen en vastspelden en vastnaaien.
9. Mooie naden.
Niet alleen voor appliceren maar ook om lapjes aan mekaar te naaien gebruik ik applicatienaalden (nr 10 of 12)
De steekjes worden veel kleiner en dus ook de naadjes netter.
8. Blokken voorbereiden.
Wanneer ik blokken ga naaien speld ik eerst alle stukjes op een lap stof -een zakdoek of stuk laken, naargelang de grootte van het werkstuk- zo zie je beter in welke volgorde de lapjes aan mekaar moeten genaaid worden en kan je ook geen lapjes verliezen.
7. Mallen op stof leggen.
Bij het rangschikken van de mallen op de stof werk ik zoveel mogelijk over de ganse lengte van de stof, zo hou ik altijd een mooie lap over om eventueel boorden te knippen, als je naar beneden werkt verlies je de lengte van je stof.
Vooral bij driehoeken zorg ik er altijd voor dat de zijde die aan de buitenkant van het blok komt recht van draad loopt, dit om uitrekken te vermijden. Gewoonlijk duid ik dat met een pijltje aan op de mal.
Leg onder de stof een blad fijn schuurpapier, zo beweegt de stof minder als je erop tekent.
6. Mallen.
Op mallen in plastic (of karton) schrijf ik met een stift voor CD's (geeft geen vegen)de naam van de quilt of blok (op elke mal), daarna berg ik ze op in een diepvrieszakje met zipsluiting.
Als je veel in groep werkt kan je ook nog je naam of initialen erop vermelden.
De mallen zullen minder vlug uit zo een zakje glippen dan uit een omslag en als er toch ééntje uitvalt zie je onmiddellijk over welke quilt het gaat.
5. Tijdschriften.

Na vele jaren handwerk heb ik al een hele collectie tijdschriften bij mekaar.
In elk tijdschrift staan wel een paar modelletjes die ik de moeite vind maar staan er ook dingen die ik nooit zal maken.
Op elk tijdschrift plak ik een etiket en noteer er de pagina en titel van het model dat ik wel zie zitten, als ik dan een modelletje zoek moet ik niet alle tijdschriften doorbladeren maar gewoon de etiketjes lezen.
4. Stoffencollectie.
Meet al je lappen stof, noteer de afmetingen op een papiertje en speld dit op het opgevouwen lapje, zo weet je onmiddellijk of je van een bepaalde stof voldoende hebt voor een bepaald projekt.
3 reacties op dit bericht
Op blogronde ben ik hier blijven plakken..
Kamillegeur in mei, brengt de zomer dichterbij.
Bezoekje op dinsdag
Wij komen een bezoekje brengen op dinsdag aan je blog en een beetje bijlezen. Miekemuis schildert liever of maakt liever beeldjes met pretex, maar hndwerkjes zijn zeker even mooi en ontspannend om ze te maken. Groetjes van ons tweetjes en een prettige week verder.
Hallo Vivi! Ben hier efkes blijven hangen, goede trucskes maar niet zo direkt voor mij.....ik haatte vroeger in school het vak "handwerk", was er ook niet zo goed in, hihihi!