Pijlsnel
Vrienden van het Poperings Archief vzw
Pijlsnel
Cursus familiegeschiedenis
Lees
Vrijwilligers gaan funerair
Robert Damiens


Eeuwig vergund
Receptie: bezetting.. en bevrijding
1000Ste bezoeker 2010
Hoogmis in de gasthuiskapel

Omtrent ons stadschild
Het wapen van de stad Poperinge
Dit is het wapen van de vroegere proosdij. Poperinge is namelijk nooit een zelfstandige stad geweest, die onafhankelijke beslissingen kon nemen; ze was een stedelijke heerlijkheid, eigendom van de Sint-Bertijnsabdij van Sint-Omaars. De abt had hier een gevolmachtigd vertegenwoordiger : de proost; en ook al had Poperinge eigen schepenen, het was deze proost die de eindbeslissingen nam. Dat is dan ook de reden waarom de stad pas zeer laat - omstreeks 1650 - een stedelijk zegel kreeg; voordien werden de documenten bekrachtigd met het persoonlijk zegel van de proost of deze van de schepenen. Ter vergelijking : de oudste stadszegels in Vlaanderen duiken op in 1200 (Brugge, Gent, Ieper, Kortrijk, Broekburg, Sint-Winoksbergen, Rijsel, Sint-Omaars); 50 jaar later heeft zowat elke stad van betekenis er een.
Het is de bestuurlijke situatie van Poperinge die in het wapen wordt uitgebeeld : onder het beheer van de kromstaf van de abt. De richting van de krul, de handschoen en de ring worden eigenlijk verondersteld te verwijzen naar de kerkrechtelijke positie van de abt : mag hij de mijter dragen, dat wil zeggen heeft hij de bisschoppelijke bevoegdheid ? Is de krul open naar heraldisch rechts, dan heeft de abt deze bevoegdheid niet, is ze open naar links, dan wel. Op de oudste bekende afbeelding van het Poperingse wapen - eind 15e eeuw - is de krul open naar rechts; nochtans was de eerste bevoegde abt, Guillaume Fillastre (1451-1473), toen reeds gestorven. Pas vanaf het begin van de 17e eeuw wendde men de staf om. Evenzo verscheen de bisschoppelijke handschoen pas in 1557. Dit heeft niets met nonchalance te maken; van belang was het embleem - de hand die de kromstaf houdt - de betekenis die men achter stafrichtingen en andere dergelijke details wenste te zoeken, deed pas lang na het ontstaan van het wapen zelf langzaam zijn intrede, onder invloed van de vele theoretici die vanaf de 16e eeuw in de wapens een hogere symboliek wensten te ontwaren en daar met terugwerkende kracht vele boekwerken aan hebben gewijd. Nogal wat wapens werden daarop volgens die theorieën 'gecorrigeerd'. Men moet dus zeer voorzichtig zijn met de symboliek. Daarom heeft het open of dicht zijn van de handschoen feitelijk geen belang; in elk geval heeft men vanaf 1838 bij de opeenvolgende officiële erkenningen van het wapen geen motivatie hiervoor bijgevoegd.
Op de stadszegels wordt dit wapen af en toe gecombineerd met dat van de Sint-Bertijnsabdij zelf : in keel (rood) een geappelde en geleliede karbonkel van goud, de middelste staf in het hoofd eindigend op een abtsstaf van hetzelfde. Eigenlijk moet daar nog een zoom geblokt van sabel (zwart) en zilver bij. Een karbonkel is nog zo'n voorbeeld van een alledaags iets dat tot heraldisch symbool is uitgegroeid : het is gewoon schildbeslag, in dit geval van koper (vandaar het goud). In het midden van het schild zat een zware knop (de umbo), van waaruit metalen stroken (de stralen) vertrokken om het houten schild bijeen te houden; die stralen werden vaak versierd, en het meest courant was de uitwerking van de uiteinden in een lelievorm (gelelied); een verdikking halverwege leverde de term 'geappeld' op. Toen dit beslag allang verdwenen was en enkel nog als heraldische figuur bestond, werd het ook niet meer begrepen. In de umbo werd een edelsteen (karbonkel) gezien, van waaruit schitterende stralen vertrokken.
Het zegel van het Zwijnland :
Het is niet zo dat aan een bepaalde heerlijkheid noodzakelijk een bepaald wapen verbonden was; het gebeurde natuurlijk wel, maar dan enkel bij de domeinen van de grote geslachten, en daar was het Zwijnland lang niet belangrijk genoeg voor. Gewoonlijk zette men op de schepenzegels van de heerlijkheden het wapen van de man die er op dat moment de heer van was. De Belgische regering heeft vanaf 1830 deze redenering doorgetrokken en gaf aan de gemeentes die een wapen wilden dat van hun laatste heer. Dit verklaart waarom bijvoorbeeld de voormalige gemeente Stavele niet het wapen van de familie Van Stavele voerde, maar wel dat van het huis van Hoorne (eigenlijk van Horn), die er de laatste dorpsheren leverden.





Met de pensioenen geen probleem
Paleografische zwangerschap
VPA - Edities


En druk, drukker, drukst
SAPpig 2010/1

spoedberichtLessen oud schrift vanaf 2 februari 2010
Ook dit jaar organiseren de Vrienden van het Poperings Archief in de leeszaal van het stadsarchief de cursus paleografie. Deze lessen oud schrift maken zowel ervaren als nieuwe lezers wegwijs in de verschillende 17de tot 19de-eeuwse handschriften.
De eerste kennismakingsles is gratis en vindt plaats op dinsdag 2 februari om 20u00 in het stadsarchief. Voor de volledige reeks van 8 lessen betaalt u € 12. Wie daarnaast ook het tijdschrift SAPpig wil krijgen en zo automatisch lid wordt van de Vrienden van het Poperings Archief betaalt € 20.
De data van de overige lessen: 2 maart, 6 april, 4 mei, 1 juni, 7 september, 5 oktober en 9 november.
Vlaggen..
Overgang van 2009 naar 2010Het moet niet altijd de duizendste zijn!
In het stadsarchief is er de laatste tijd
drukke activiteit. De laatste bezoekers van verleden jaar (doodsbrieven
klasseren) en de eerste bezoekers van 2010 gaven de indruk van het ene
in het andere jaar in het archief te blijven zitten.
De oudere vrienden van het stadsarchief herinnerden zich de tijd dat ze een archiefbezetting wilden plannen. Ook zonder die bezetting is het stadsarchief zoals je ziet een place to be geworden:…de woestijntijd voorbij.
De bezoekersaantallen liegen er niet om.
Zelfs de eerste dag van het jaar was het bingo. Hadden de bezoekers het geroken dat er een drankje bij hoorde?
Het wordt niet iedere werkdag zo" aldus de voorzitter van de VPA.
En .. voor herhaling vatbaar?.. ja! (inside information, afspraak 2011)
Doodsbrieven klasseren 2009


We gaan er weer tegenaan: KLASSERE