Klerkskes Molen 'œTer Geest en Te Zande' gerestaureerd

“Klerskes Molen” langs de Waregemstraat 478 in Deerlijk is een begrip in de regio. Hij werd al op 14.04.1944 erkend als beschermd monument (BS 16 juli 1986) en op 21.04.1993 volgde het aanvullend erkenningsbesluit voor de stoommachine, ketel en maalstoel in de bijgebouwen van de windmolen. De officiële benaming van de stenen molen is "Ter Geest en Te Zande". Die molennaam werd nog gegeven door de heemkundige Leon Defraeye en is samengesteld uit de namen van twee oudere molens. Enerzijds de staakmolen Ter Zande die voor het eerst vermeld werd in 1675 en verdween in 1888, en anderzijds de oliemolen Ter Geest die in 1768 opgericht was.
In de volksmond houden we het bij "Klerkskes molen" genoemd naar de eigenaar Declercq. In de volksmond houden we het bij "Klerkskes molen" genoemd naar de eigenaar Declercq. De huidige stenen windmolen "Ter Geest en Te Zande" dateert van 1888. Boven de ijzeren stelling leest men "gebouwd door ACJL Declercq 1888". Het ging om Aloïs, Camiel, Jules en Lucia Declercq. Het "bevallig draaiende gebouw", zoals de molen in de dichterlijke taal wel eens wordt genoemd, kijkt sierlijk en statig op de Molenhoek neer. Een monument om trots op te zijn. Daarom is de molen sinds 1986 's nachts verlicht.
De molen was vroeger afhankelijk van de aloude heerlijkheid Ter Geest en kent een bewogen voorgeschiedenis. Eertijds stond er een houten staakmolen die in 1800 omwaaide tijdens een hevige orkaan. In 1888 is de molen in brand gevlogen. Het was op Goede Vrijdag. De kinderen Declercq, die sinds het begin van de 19de eeuw eigenaar zijn van de molen, verloren de moed niet en zij bouwden de prachtige stenen windmolen. Aldus dateert de huidige molen "Ter Geest en Te Zande" van 1888. De nieuwe molen werd ingericht als olie- en korenmolen. In 1896 werd een eerste stoommachine geplaatst zodat de molen ook op windstille dagen kon werken. In 1914 werd de stellingmolen met een tweede stoommachine uitgerust.De molen werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd, maar was na de nodige herstellingswerken in 1919 opnieuw maalvaardig. In 1964 en 1980-1981 werd hij gerestaureerd door de molenbouwers Peel uit Gistel. In 2004 werd de maalderij hersteld en dit jaar volgde de windmolen. De molentechnische werken gebeuren door molenmaker Eric Vanleene uit Ath.
De molen is zeer groot en indrukwekkend opgebouwd. Beneden is er een olieslagerij met twee pletwielen die zorgden voor het breken van het lijnzaad. Dan volgt de voorslag in de persen, het breken van de koeken en de naslag in de persen. Uiteindelijk worden de lijnzaadkoeken gebroken tot lijnmeel. Hogerop vinden wij verschillende zolders: voor de opslag van graan, de maalzolder waar de molenaar meest vertoeft en de steenzolder. Als koren- en oliemolen heeft hij drie koppels stenen en een haverpletter. Daarnaast ook twee pletwielen voor het zaad en de koeken. Bij windstilte werden de tuigen aangedreven door een stoomketel of door een elektrische motor.






