Naar de inhoud

WASE GESLACHTEN

akke.beakke.be

Archief

Stamreeks VAN ACKER uit Temse

Volgens J. Smet (1) ontwikkelde zich ten noorden van de Akkerstraat in Temse een hofstede genaamd Ten Ackere. Dient hier de oorsprong van de familienaam VAN ACKER uit Temse gezocht?
Al in 1348 pachtte Clays van den Acker en zijn vrouw Clementine een hoeve te Temse genaamd tfronehof. in 1358 is Francois Ackermans de nieuwe huurder van het Vroonhof. In 1375 betaalde ene Gillis van den Ackere in Temse een rente van 4,5 mudde euenen (haver). Zijn dochter jonkvrouw Beatrijs Ackermans hield in Temse een leen van omtrent een gemet en 50 roeden up den oest coutre.
De familie VAN ACKER uit volgende stamreeks, mogelijk afstammend van Clays van den Acker, had waarschijnlijk als stamvader Gillis van Acker.

I. Gillis van ACKER?
Geb. ca 1540.

II. Jan van ACKER. 
Geb. ca 1565.

III. Gillis van ACKERE.
Geb. ca 1590 en overl. Temse 17.05.1654. Woonde in de Bolderickstraat. 2de huwelijk Temse 27.07.1638 Barbara van POLFLIET, geb. Temse 25.03.1615, fa Joos en Barbara Houmans.

IV. Andries van ACKER.
Geb. Temse 04.12.1643 en er overl. 31.01.1699. Woonde in de Bolderickstraete. 2de huwelijk Temse 08.04.1673 Elisabeth VARENDONCK, geb. ca 1652 en overl. Temse 04.10.1706, fa Jan en Amelberge Smets (in hoofdcijns Sint-Bertinus, Temse 8).

V. Andries van ACKER.
Geb. Temse 17.04.1683 en er overl. 19.01.1766. Huwde Temse 03.02.1711 Joanna Marie van MIGHEM, geb. Temse 05.01.1695 en er overl.10.04.1778, fa Gillis en Maria van Berghe.

VI. Pieter van ACKER.
Geb. Temse 13.03.1713 en er overl. 31.10.1778. Woonde in Schauselhoeck Straete. Huwde Temse 18.01.1756 Maria Theresia van de WALLE, geb. Rupelmonde 12.10.1734, fa udocus en Joanna Maria Nauwelaerts.

VII. Andries van ACKER.
Geb. Temse 15.03.1758 en er overl. 03.09.1808. Arbeider woonachtig in Schauselhoek. Huwde Temse 08.02.1780 Francisca Petronella van KERCKHOVE, geb. Lokeren 08.09.1758 en overl. Gent 02.02.1813, fa Jan en Petronella van Acker.

VIII. Josephus van ACKER.
Geb. Temse 19 germinal j. X (09.04.1802) en overl. Haasdonk 27.09.1883. Woonde als arbeider in het gehucht “de Bank”. 2de huwelijk Haasdonk 04.08.1832 met Joanna Catharina de BORGGRAVE, geb. Haasdonk 7 prairial j. IX (27.05.1801) en er overl. 21.07.1862, dr. Jozef en Maria Judoca Smet.

IX. Aloysius VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 21.06.1843 en er overl. 29.09.1909. Vlasbewerker. Huwde Haasdonk 23.02.1876 Joanna Coleta VERHULST, geb. Haasdonk 04.01.1853 en overl. ca 1914, dr. Pieter Augustinus en Frederica Steenssens.

X. Pieter Frans VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 10.02.1879 en er overl. 30.12.1968. Boerenknecht en arbeider. Huwde Haasdonk 06.02.1907 Marie Rosalie BRIJS, geb. Haasdonk 29.09.1884 en er overl. 04.01.1969, dr. Aloïs en Philomena Achtergael.

XI-a. Albert Louis Aloïs VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 11.12.1922 en overl. Temse 07.10.1991. Huwde Suzanne GEERINCK waarvan 4 kinderen.

XI-b. Raymondus Alfonsus VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 02.04.1927. Huwde Adrienne DE CONINCK waarvan 6 kinderen.

Hoe vind je dit bericht? 45 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:37 4 reacties Reageer op dit bericht

Tielrode vroeger

Tielrode bestond al in de 2de helft van de 9de eeuw. Als Tilroda hing het toen af van de abdij van Lobbes in Henegouwen. Later gekend als Tyrroda (1151), Thilroden (1240), Thielrode (1299), Tihrode (1331), Tilrode , Tilroode (1610) en Tielroo (1515). Tylo + rode betekent een uitgeroeid bos. Of komt de plaatsnaam van het saksische tilian, bebouwen? Dus bebouwing van bosland, dat men heeft kunnen uitroeien. Of van de persoonsnaam Tijl? Of van telo, hoogte aan een rivier? Tielrode was al vroeg bewoond want men vond er herts- rendier- en mammoetresten. Ook een bronzen bijl en keltische munten. Later werd de nederzetting door een heerweg doorsneden, vermoedelijk aangelegd door de toenmalige keltische bevolking, behorend tot de stam der Menapiërs. Mogelijk waren er ook inwoners van friese afkomst. Wellicht vanaf de 5de eeuw vermengden de autochtonen zich met binnenvallende germaanse stammen, vooral Salische Franken.
Door Tielrode lopen 3 beken: de Middelschrijnbeek, de Nederschrijnbeek en de Nederkouterbeek.
Rond 1850 was de gemeente verdeeld in 3 wijken: het Dorp, Hoogenakker en Moortelhoek. Oude plaatsnamen: Spirede, Vijverackere (1359), Appelswoerde (1435), Cloet en Guerartsdal (1516), Noordackere, Pennincdries en Seelkenspore (1528). Hangende Berg, Vette Keuken en Vijverwijk in de 17de eeuw. De Leegen Heirweg werd gekasseid in 1801. Al in 1264 sprak men van het vruchtbare Tielrodebroek. In 1497 was dit broek 260 gemeten groot. In 1682 teisterde een grote overstroming Tielrode: daerbij duizende menschen en beesten jammerlijk verdronken (…) Soo datter vele doode lichamen tot achter in het broek gestroomt waren. Zelfde scenario op 3 maart 1715, toen Tielrodebroek op drie plaatsen werd doorbroken: aan de brouwerij van Pieter Suys, aan de oude sluis, maar het grootste gat ontstond aan de Zeeuwse Polder daer nu de groote krage is; dit gadt was heel quaet om te dycken, want ons broek dat dreef wel vier maenden, soo datter geen hoey dit jaer opgedaen en wiert … Het broek bevatte ook veel turf van een vroeger bestaand woud. Waar de Durme in de Schelde vloeit lag eertijds een klein eiland, gekend als het Luizenbosch, waarop een versterking of kasteel stond en waar tolrecht werd geheven. In 1720 was dit eiland anderhalf gemet groot en betwist tussen ingelanden van Tielrodebroek en het bestuur van Hamme.
Dichtbij de kerk lag het veer over de Durme waarvan de opbrengst de heren van Appelsvoorde toekwam. In 1786 werd het veerhuis openbaar verkocht.
Iets meer over de landbouw in Tielrode. Het dorp had de naam de beste tarwe des gehelen Lands van Waas op te leveren. In het begin van de 19de eeuw lag er in Tielrode nog 2 bunder bos, benevens 114 bunder weiland en 561 bunder zaailand. Op de akkers teelde men naast 60 bunder vlas vooral tarwe, rogge, haver, boekweit en aardappelen. In 1825 telde men 55 landbouwpaarden, 500 hoornbeesten, 115 varkens en 75 schapen. In 1834 ook 71 geiten. In 1846 waren er op 99 boerderijen maar 3 groter dan 20 ha. Toen wonnen de boeren tarwe, spelt, masteluin, rogge, gerst, haver, boekweit, vlas, aardappelen en klaver. Tielrode had ook 3 bierbrouwerijen, 1 olieslagerij, 1 pannenmakerij, 1 graanmaalderij werkend met stoom, 3 windmolens en vele klompmakerijen.
Herbergen in 1779: het Veirhuis, St. Sebastiaen, de Oude Croone, den Doorn, de Caey (3 van die naam) , het Schipken, St. Eloy, het Molleken, de Dry Quackels, het Traweelken, de Capelle, de Rooze en 1 brandewijnhuis zonder benaming.
Een telling van 1408 gaf 64 hofsteden en 250 communicanten. Het aantal communicanten groeide in 1644 aan tot 552, zodat de bevolking minstens verdubbeld was. Rond 1880 waren er 1682 inwoners. De kermis viel op zondag na Petrus en Paulus. Op derde kermisdag was er een paarden- en veemarkt.
Als één der keurdorpen van het Land van Waas behoorde de heerlijkheid van Tielrode aan de graaf van Vlaanderen. Het meiersambt in 1373 afgekocht van de graaf werd o.m. bekleed door Hendrik Reyniers, Jan van Steelant, Adriaen Dullaert (1473), Jacob Dullaert, Pieter Zaman (1516) en Jacob Wauman (1683).
Op Tielrode lagen ook enkele heerlijkheden. Zo Appelsvoorde in de Hofwijk dat o.a. toebehoorde aan Godevaart Braem, later aan Adriaen Dullaert en in de 15de eeuw aan Olivier van Royen, ridder en heer van Paddeschoot. De heerlijkheid ter Megem, soms ook Boodschapsleen genoemd, was in handen van de familie Dullaert. In 1757 bij verkoop beschreven als wesende eene schoone hofstede, haer extenderende met een wel beplante lange dreve, vesiert van groote boomen, visput ende landen daermede gaende … De dingstede of vierschaar van ter Megem lag toentertijd niet ver van de pastorij. Verder wordt nog de heerlijkheid Schuylaerde vernoemd. Er lagen ook enclaves van de heerlijkheden Cauwerburg en ten Boeke, respectievelijk van Temse en Vrasene. Een bekend leen was het Bormtiende tussen Tielrode en Elversele. Wat namen van 19de eeuwse burgervaders: J. De Smet (1801), J.Em. Braeckman (1808), Servaas Roggeman (1851), Pieter Joost Claus(1853) en Nicolaas Vrijdag (1879).
Een paar historische feiten zijn het vermelden waard. Tijdens de godsdiensttroebelen was ene Petrus Was(ius) leraar van de hervormden (1579). In 1646 vielen Fransen en Hollanders het Land van Waas binnen en plunderden Tielrode: soo schoten sy met canon tot in de kercke, die sy seer beschadigden (…) en by nachte haelden sy de vette verken uyt hun kodt; oock wierden alle de innen en het fruit van dit garnizoen vanden Luysenbos gestolen … In 1694/95 berokkenden troepen der verbondenen voor 5370 gulden schade. Op Sint-Hubertusdag 1708 plunderden een 2000 Fransen van het Gents garnizoen een halve nacht lang. Hun kamp lag op Goethems Roomacker, by het Schuttershof.
De Sint-Pieterskerk werd vermoedelijk in de 10de eeuw opgericht. In 1643 nieuwe werken aan het hoogkoor en in 1710 met 2 zijkoren dichtgewelfd. Voorschip van 1672 en middenbeuk van 1713. Later bekroond met een torenspits. Er waren 4 altaren. Het hoofdaltaar en de altaren van de H. Geest, van O.L.Vrouw en van Sint-Pieter. Het laatste van hout, de andere van marmer. Op het hoogaltaar een “Kruisiging van Christus”. Blijkens een 17de eeuws inventaris was de kerk rijk aan zilverwerk en priestergewaden. Destijds hingen er 2 klokken. De kleinste werd in 1646 door de Hollanders in de Durme geworpen. De grootste barstte in 1725. In 1707 kreeg de toren een eerste uurwerk. De oudste grafzerk van 1527 is van Pieter van de Voorde en Amelberghe Gheerte sijn huusvrauwe. Onder de stichtingen: in 1358 een kapelanij; in 1775 een Zaterdags Lof door Jan Frans Vercauteren. Twee broederschappen: de ene van de H. Rozenkrans sinds 1650, de andere van het Allerheiligste sedert 1717.
De Sint-Sebastiaansgilde klimt op tot 1615. Als schutterij vooral vermaard om haar gildemaaltijden die 3 dagen duurden. Een rederijkersgilde werd al in 1721 vermeld. Van oudsher speelden de Tielrodenaars ook kaatsbal. Zo schonk in 1724 de waard uit “De Kroon” een zilveren bal aan de kaatsbalspelers. En last but not least zoals elke Wase parochie had Tielrode ook haar eigen muziekgenootschap, gesticht in 1820 en luisterend naar de weinig originele naam “Sinte-Cecilia”.
Tenslotte enkele verdienstelijke Tielrodenaars. Jan van Thielrode, kroniekschrijver op het einde der 13de eeuw, schreef Chronicon monasterii Sancti Bavonis in Gandavo. Een andere kroniekschrijver Daneel Braem, geb. Tielrode 1685, schreef Khronologische verhaelen van den beginne des tijts tot heden. Albijn Vereecken “letteroefenaar”, gemeenteonderwijzer te Tielrode en er geboren, is o.m. de auteur van Godevaart Braem (1865), een verhaal dat zich in de 15de eeuw afspeelt.
Elke Waaslander kent natuurlijk “De Reus van Tielrode”. Deze reus mat zich met de reus van Hamme aan de hoge muren van de kerk van Tielrode, waar zij beiden een steen konden opleggen.


Bron: zie mijn blog van 14.06.2006.

Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:47 Reageer op dit bericht

STEENSSENS (Nieuwkerken-Haasdonk) in mijn kwartierstaat

Vandaag de loep op het geslacht Steenssens. STEENS(S)ENS en STIENSENS is volgens F. De Brabander een patroniem afgeleid van de germaanse voornaam Staina of Stainhard. Staina betekent “steen”. Steinhard komt van “staina-hardu”. Een tweestammige germaanse naam met ongeveer de betekenis “sterk met het stenen wapen of zeer sterk” (Jerome Smet).
Onderhavig kwartierstaatfragment start met nrs. 26 en 27 (zie ook blog van 1.12.2005 m.b.t. Meersman).

26. VERHULST Pieter August
      Haasdonk 13.03.1819 - Temse 10.12.1899
27. STEENSSENS Frederica
      Haasdonk 29.03.1823 - Temse 02.01.1882



54 en 55. Fredericus Leopoldus STEENSSENS fs Karel Jozef en Amelberga Francisca VERHAEGHEN, geb. Haasdonk 20.05.1787 en er overl. 06.02.1849. Huwde te Haasdonk 15.11.1809 Alexandrina DE MAEIJER fa Dominicus en Isabella Theresia MEERSMAN, geb. Haasdonk 08.02.1785 en er overl. 21.09.1856. Fredericus Leopoldus als conscrit van de klas 1807 vermeld: 1 m 666 en heeft bezwaar als enig kind van een weduwe.
In bevolkingsregister 1823 nr. 81 wonende in de Sandstraete: frederic leopold 35 arbijder - De Maeyer alexandrina 37 vrouw - steensens joseph 9 zone - Pierre Jan 8 zone - Constantinus 5 zone - Jan franciscus 3 zone - Monika 13 dochter -frederica dochter (geb. 29.03.1823) - felix zone (geb. 07.03.1826). In bev.reg. 1829 in Stuurstraat 106/1 steenssens fredericus 1787 - De Maere Alexandrine 1788 - Pieter Johan 1816 - Constantinus 1817 - franciscus 1820 - frederica 1822 - felix 1826 - joseph domestique 1813 (1). Bij hun huwelijk allebei dagloner. Dagloner (1818), winkelier (1849) en wonende zandstraet. In 1845 arbeyders en Alexandrina ongeletterd.

Hun kinderen geboren te Haasdonk:

1. Monica, ged. 23.09.1810 (ss: Dominicus de Maeyer en Amelberga Francisca Verhaegen). Huwde Haasdonk 01.05.1838 Egidius Ferdinandus ROMBAUT, geb. Sint-Niklaas.
2. Maria Constance, geb. 12.04.1812. Overl. Haasdonk 06.06.1814.
3. Josephus, geb. 1813/1814. Arbeider. Huwde Sint-Niklaas 29.04.1840 Fidelia VAN HOVE, geb. Vrasene.
4. Petrus Joannes, geb. 07.11.1815.
5. Constantinus, geb. 1817. Geh. Francisca DE GROOT, geb. Kruibeke.
6. Joannes Franciscus, geb. 1820. Geh. Julia WEYN.
7. Frederica, geb. Haasdonk 29.03.1823 en overl. Temse 02.01.1832. Huwde Haasdonk 19.04.1845 Pieter August VERHULST (Haasdonk 13.03.1819 - Temse 10.12.1899) fs Jan en Emerantiana Windey (nrs. 26 en 27).
8. Felix, geb. 07.03.1826. Geh. Haasdonk 19.10.1853 Rosalie VAN WALLE
(geb. Haasdonk 16.06.1824). Rosalie was naaister en tapster …



nrs. 108 en 109. Carolus Josephus STEENSSENS fs Petrus Egidius en Anna Elisabeth SMET , geb.Haasdonk 01.01.1756 en er overl. Haasdonk 06.06.1790. Gehuwd te Haasdonk 18.01.1785 met Amelberga Francisca VERHAEGHEN fa Petrus Joannes en Anna Catharina van GOETHEM , geb. Haasdonk 28.10.1749 en overl. Haasdonk 20.04.1818. Hij was arbeider, zij arbeidster. In 1796 betaalde de armenkamer van Haasdonk aen amelbergha vehaeghen weduwe van Carel Steensens (...) 30 gulden over een jaer houdenisse ofte alimentatie van haeren sone fredericus
steensens
(2).

Hun kinderen geboren te Haasdonk:

1. Joannes Franciscus, geb. ca 1786. Overl. Haasdonk 20.05.1794 (8 j.).
2. Fredericus Leopoldus, geb. Haasdonk 20.05.1787 en ged. 21ste (ss: Joseph Steensens wonende te Sint-Niklaas en Maria Catharina Verhaeghen wonende in Haasdonk). Overl. Haasdonk 06.02.1849. Gehuwd te Haasdonk 15.11.1809 met Alexandrina De MAEIJER (nrs. 54 en 55).
3. Monica, ged. 18.03.1789 (ss: Joannes Baptiste Verhaeghen wonende te Nieuwkerken en Anna Catharina Steensens). Overl. Haasdonk 28.06.1791.
4. Carolus Josephus, geb. en ged. 10.12.1790 (ss: Joannes Steensens en Livina Verhaeghen). Overl. Haasdonk 19.09.1791.


216 en 217. Pieter Gillis STEENSSENS fs Joannes Baptista en Nicola Amelberga van RAEMDONCK, geb. Nieuwkerken 15.07.1728 en overl. Nieuwkerken 19.10.1781. Huwde 1° te Nieuwkerken 23.04.1754 met Anna Isabella SMET fa Jan Francies en Jacquemijne HULSTHAERT, geb. Nieuwkerken 16.08.1722 en overl. Nieuwkerken 28.10.1767; 2° met Maria Anna HUIJBENS fa Jan en Petronella de BRUIJN.
Pieter Gillis Steenssens betwist begin 1781 samen met Joseph Steenssens en Mathys Meersman (gehuwd met Amelberga Steenssens) de staat van goed dd. ….. voor o.m.: obmissen betreffende de schulden sterfhuis Isabella Steenssens, t.w. over leveringhe van nagelen, over leveringhe van winckel waeren, over arbeidsloon, enz… (3)
Voogden sterfhuis Anna Isabella Smet in 1770: Carel Albertus Smet en Joseph Steenssens. Wezen: Pieter Steenssens 13 j., Carel Joseph 12 j. Joseph 7 j., Anna Catharina 5 j. en Jan Steenssens 3 j. (4) Voogden sterfhuis Maria Anna Huijbens in 1783: Jan Pieter Steenssens en Carolus Josephus Steenssens (5).

(zie ook mijn blog van 29.08.2006 “Huisraad van een 18de eeuwse wever te Nieuwkerken“)

Kinderen uit eerste huwelijk:

1. Joannes Petrus, geb. en ged. Haasdonk 10.01.1755 (of 10.06?) (ss: Joannes Baptista Steenssens en Jacoba Hulsthaert).
2. Carolus Josephus, geb. en ged. Haasdonk 01.01.1756 (ss: Carolus Albertus Smet en Maria Amelberga Steenssens). Overl. Haasdonk 06.06.1790. Huwde te Haasdonk 18.01.1785 (tt:Petrus Franciscus Verhagen en Livina Verhagen) Amelberga Francisca VERHAEGHEN (nrs. 108 en 109).
3. Augustinus, geb. en ged. Haasdonk 24.12.1756 (of 04.12?) (ss: Augustinus Roels en Joanna Catharina Steenssens). Overl. voor 1784.
4. Maria Catharina, geb. en ged. Nieuwkerken 02.01.1758 (ss: Joseph Steenssens en Maria Catharina Andris). Jong gestorven.
5. Maria Catharina, geb. en ged. Nieuwkerken 04.07.1759 (ss: Martinus van Gijsel en Anna Carolina Verdickt). Overl. voor 1784.
6. Joseph, geb. en ged. Nieuwkerken 02.01.1761 (ss: Joseph Wauters en Amelberga van Raemdonck).
7. Anna Catharina, geb. Nieuwkerken 01.11.1762 en 's anderdaags ged. (ss: Jan Frans Hulstaert en Anna Catharina Buerggrave).
8. Joannes, geb. en ged. Nieuwkerken 07.02.1764 (ss: Josephus Steenssens en Maria Catharina Smet).
9. Joannes Franciscus, geb. Nieuwkerken 09.03.1766 en 's anderdaags ged. (ss: Adriaan van Ramdonck en Judoca Hulstaert).
10. Petrus Augustinus, geb. Nieuwkerken 26.10.1767 en 's anderdaags gedoopt (ss: Thomas Vercauteren en Amelberga Smet).

Kinderen uit tweede huwelijk (6):

11. Maria Theresia, geb. Nieuwkerken 08.03.1776.
12. Gabriel, geb. Nieuwkerken 22.04.1777.
13. Joannes Franciscus, geb. Nieuwkerken 04.11.1778.
14. Judoca, geb. ca 1780.
15. Coleta, geb. ca 1783.


432 en 433. Joannes Baptista STEENSENS fs Petrus en Magritta MAES, geb. Nieuwkerken 21.03.1702 en overl. Haasdonk 09.11.1759. Huwde Haasdonk 11.05.1727 Nicola Amelberga van RAEMDONCK fa Joanne en Anna SMET, geb. Haasdonk 18.06.1703 en overl. Haasdonk 11.07.1791. Steenssens Jan Baptist fs Pieter, 50 j., was wever te Haasdonk op 15.05.1750.

Hun kinderen:

1. Pieter Gillis, geb. Nieuwkerken 15.07.1728 en 16de ged. (ss: Egidius Brijs en Anna Steensens). Overl. Nieuwkerken 19.10.1781. Huwde 1° Nieuwkerken 23.04.1754 (tt: Jan Baptista Steensens en Petrus van Goethem) Joanna Isabella SMET (overl. Nieuwkerken 28.10.1767) fa Jan Francies (en Amelberga van Puyvelde) (nrs. 216 en 217); 2° Maria Anna HUYBENS (overl. Haasdonk 08.01.1799) fa Joannes en Petronella de Bruyne.
2. Joannes Franciscus, geb. Haasdonk 14.01.1731 en 15de ged. (ss: Petrus de Winter en Anna Smet). Overl. Haasdonk 19.07.1759 en 21ste begraven.
3. Maria Amelberga, geb. en ged. Haasdonk 16.03.1732 (ss: Adrianus van Ramdonck en Amelberga Steensens). Overl. Haasdonk 16.03.1732 en begraven 08.04.1732 ???
4. Maria Amelberga, geb. Haasdonk 18.05.1733 en 19de ged. (ss: Adrianus van Raemdonck en Amelberga Steensens).
5. Joanna Catharina, geb. en ged. Haasdonk 17.09.1734 (ss: Petrus Smet en Catharina van der Mortel). Overl. Haasdonk 15.01.1795. Huwde te Haasdonk 07.01.1759 Petrus Augustinus GOOSSENS.
6. Anna Theresia, geb. Haasdonk 13.06.1736 en 14de ged. (ss: Petrus Ludovicus Broeckman en Catharina van Gasse). Overl. Haasdonk 22.07.1736.
7. Josephus, geb. Haadsdonk 30.06.1737 en ged. 01.07.1737 (ss: Adrianus Smet en Maria de Maeyer).
8. Bernardus Franciscus, geb. en ged. Haasdonk 20.10.1738 (ss: Petrus Ludovicus Berghman en Catharina van Was). Overl. Haasdonk 01.03.1748 en 2de begraven.
9. Jacobus, geb. en ged. Haasdonk 18.07.1740 (ss: Franciscus Smet en Amelberga Smet).
10. Joannes Baptist, geb. en ged. Haasdonk 17.05.1743 (ss: Carolus Vergauwen en Maria Theresia Steenssens).
11. Barbara Theresia, geb. Haasdonk 23.05.1745 en 24ste ged. (ss: Adrianus Audenaert en Amelberga Duerinck). Overl. Haasdonk 05.12.1746 en 7de begraven.
12. Maria Theresia, geb. Haasdonk 27.04.1747 en 28ste ged. (ss: Petrus Egidius Steenssens en Elisabeth Matthijs).


864 en 865. Pieter STEENSENS fs Petrus en Margareta STAES, geb. Nieuwkerken 19.08.1667 en overl. Nieuwkerken 29.05.1728. Huwde 1° Nieuwkerken 24.04.1689 Margriet MAES fa Jan en Anna VERSTRAETEN (in de hoofdcijns Melsele, O.L.V.-Antwerpen, § 2), geb. Nieuwkerken 27.01.1660 en overl. Nieuwkerken 27.03.1724; 2° Nieuwkerken 22.08.1724 Catharina TALBOOM fa Franciscus en Elisabeth van BOGAERT, geb. ca 1675 en overl. Nieuwkerken 07.03.1755.
Voogden mater ende paterneel bij overlijden van Margriet Maes: Andries de Belie en Adriaen Vermeirvelde. Tijdens eerste huwelijk gekocht van Catharine van Lemberghen: een huis te Nieuwkerken in den Caniverwyck, 55 roeden groot, palende o. de straat, z. Joos Verberckmoes, w. Joos Vercauteren en n. Jan Baptiste Brijs, o.m. belast met eene schellinck tsjaers aan de onderpastorij te Vrasene. Pieter was wever. De staat van goed van 1726 vermeldt: 2 weversgetauwen, 2 ekels, 2 spinnewielen, 12 pont garen, dry paer en half laeckens. Brandhout en gereedschap van de weverije geschat op 3 £ 3 sch. 4 gr. Was hij ook vinkenier? Onder de baten: De vinckerye bestaende in netten getuygh ende voghels met de muyten geraamd op 2 £ gr. Een“gevelden olm ende karselai” werden geschat op 1 £ 8 sch., een verckens hesp op 5 sch., 15 hennen waaronder kuikens op 8 sch. 7 gr. en een half maat bonen met een half maat terwe op 4 sch.gr. De weduwnaar mocht zijn beste cleedt behouden omdat (zijn dochter?) Marie Steenssens bij hem nog in het krijt stond. De begrafeniskosten van Margriet Maes beliepen 1 £ 3 sch. 4 gr. Men vond nog contante penninghen t.b.v 3 £ gr. en de baten overtroffen lichtjes de schulden (7).

Kinderen geboren uit eerste echt te Nieuwkerken:

1. Anneken, geb. en ged. 19.02.1692 (ss: Joos van Bogaert en Anna Verstraeten).
2. Marie Magdeleen, geb. 24.09.1695 en 25ste ged. (ss: Petrus Vael en Magdalene Maes).
3. Amelberghe, geb. 30.08.1697 en 31ste ged. (ss: Petrus Steensens en Amelberga Rotiers).
4. Jan (Baptist), geb. 21.03.1702 en 22ste ged. (ss: Joannes Steensens
en Catharina Steensens). Overl. Haasdonk 09.11.1759. Huwde Haasdonk 11.05.1727 (tt: Petrus Steenssens en Petrus de Winter) Nicola Amelberga van RAEMDONCK (Haasdonk 18.06.1703 - Haasdonk 11.07.1791) fs Joannes en Anna Smets (nrs. 432 en 433).
5. Jacobus, geb. 05.08.1704 en 6de ged. (ss: Jacobus Maes en Catharina Steenssens). Niet vermeld in hoofdcijns. Jong gestorven?


1728 en 1729. Pieter STEENSENS fs Jan en Amelberga VEREECKEN, geb. Nieuwkerken 22.03.1637. Huwde 1° Sint-Niklaas 19.10.1658 Margriete STAES, geb. ca 1632 en overl. Sint-Niklaas 06.06.1676; 2° Nieuwkerken 13.09.1676 Amelberga MAES, overl. Sint-Niklaas 1709.

Kinderen geboren uit eerste bed:

1. Joannes, geb. Sint-Niklaas, 28.08.1659 en 30ste ged. (ss: Egidius Staes en Maria Peertsmans). Overl. Nieuwkerken 28.08.1667 (8 j.).
2. Judocus, geb. Sint-Niklaas 21.011.1661 en 22ste ged. (ss: Judocus Vereecen (?) en Catharina van Dael).
3. Catharina, geb. Sint-Niklaas, 19.10.1663 en 21ste ged. (ss: Petrus Staes en Petronilla Vereecken). Overl. Sint-Niklaas 11.12.1710 (47 j.) als vrouw van Adriaen MEIRVELT.
4. Pieter, geb. Nieuwkerken 19.08.1667 en 21ste ged. (ss: Petrus Steenssens en Maria Buermans (?)). Huwde 1° Nieuwkerken 24.04.1689 (tt: Petrus en Judocus Steenssens) Margriet MAES (Nieuwkerken 27.01.1660 - Nieuwkerken ??.03.1724) fa Jan en Anna Verstraeten (nrs. 864 en 865); 2° Nieuwkerken 22.08.1724 (tt: Jan Steenssens en Joannes Franc. de Loose) Catharina TALBOOM fa Franciscus en Elisabeth van Bogaert.
5. Amelberga, geb. en ged. Nieuwkerken 18.01.1671 (ss: Aegidius van Kerckhoven en Margareta Maes).
6. Maria, geb. en ged. Nieuwkerken 18.01.1671 (ss: Judocus Steenssens en Catharina Talbooms). Overl. Nieuwkerken 25.01.1671 (8 dagen): maria steensens fa Petri fs Jo(ann)is.

Kinderen geboren uit tweede bed te Sint-Niklaas:

7. Maria, geb. 09.02.1678 en 10de ged. (ss: Judocus Maes en Maria de Maer).
8. Joannes, geb. 17.11.1679 (ss: Jacobus Puylaert en Maria Steelants). Jong gestorven?
9. Egidius, geb. 15.07.1681 (ss: Livinus van Essche en Anna de Maer). Jong gestorven?
10. Anna, geb. 23.05.1684 en 24ste ged. (ss: Jacobus Maes en Anna de Weert).
11. Egidius, geb. 28.02.1686 en ged. 01.03 (ss: Josephus de Grave en Catharina Soetens).
12. Joannes, geb. 21.07.1688 en 22ste ged. (ss: Joannes Vercouteren en Anna de Maere). Overl. Sint-Niklaas 11.09.1710 (22 j.).


3456 en 3457. Jan STEENSSENS fs Pieter en Elisabeth de CALUWE, geb. 21.01.1590 en overl. voor 1642. Huwde Nieuwkerken 22.02.1637 Amelberga VEREECKEN, overl. 09.12.1647. Jan van Voorde, tweede man van Amelberga Vereecken is hauder gebleven ten sterfhuijse van wijlent amelberghe vereecken sijn overledene huijsvrauwe midtsgaders pieter van bogaert ende jan daelman wettelijck staende voochden van de drij audste weesen bij de voornoemde amelberghe vercregen van jan steenssens haeren eersten man (8).

Kinderen in het gezin Steenssens-Vereecken geb. te Nieuwkerken:

1. Pieter, geb. 22.03.1637 en 23ste ged. (ss: Franchois Vereecken en Elisabeth de Caluwe). Huwde: 1° Sint-Niklaas 19.10.1658 (tt. Petrus Steensens en Gillis Vereecken (?)) Margriete STAES (geb. ca 1632 - Overl. Sint-Niklaas 06.06.1676); 2° Nieuwkerken 13.09.1676 (tt. Anthonis van Voorde en Jan Debbaut) Amelberga MAES (overl. Sint-Niklaas 1709).
2. Catherine, geb. 26.09.1638 en 27ste ged. (ss: Pieter Papaerts en Cathalyne Baerts).
3. Joannes, geb. 11.02.1640 en 14de ged. (ss: Joos Steensens en Anna sCockx).

Amelberga hertrouwde Nieuwkerken 07.01.1642 (tt: Merten Haegman en Jan de Loose) met Jan van VOORDE.

6912 en 6913. Pieter STEENSEN geb. ca 1565. Huwde Elisabeth de CALUWE, geb. ca 1570.

Hun kinderen te Nieuwkerken:

1. Joannes, geb. 21.01.1590 en overl. voor 1642. Huwde Nieuwkerken 22.02.1637 (tt: Petrus Steenssens en Pieter Papaert) Amelberga VEREECKEN, overl. 09.12.1647.
2. Pieter, geb. 11.08.1592. Huwde 1° Nieuwkerken 20.05.1617 Maria BLOMMAERTS fa Carolus en Maria Vereecken; 2° Elizabeth sCALUWE fa Bartholomeus (? overl. voor 03.11.1651). Uit eerste echt Jan (geb. Vrasene 1618), Pieter (geb. Nieuwk. 1620), Lysbeth (geb. Nieuwk.1622) en gehuwd met Pieter van BOGHAERT, Josyne (geb. Nieuwk. 1625), Cathelijne (geb. Nieuwkerken 1627), Maria (geb. Nieuwk. 1629 en overl. voor 1633), Carolus (geb. Nieuwk. 27.06.1630 en overl. voor 1633), Joos (geb. Nieuwk. 08.09.1631 en overl. voor 1633) en Carolus (geb. Nieuwk.1632/1633) gehuwd met Margriete MAES.
3. Mergriet, geb. 01.01.1595. Overl. Nieuwkerken 27.04.1673. Huwde voor 1615 Pieter PAPAERT (Nieuwkerken 21.03.1591 - Nieuwkerken 19.01.1676) fs Joannes en Elisabeth van Grembergen.
4. Joos, geb. 03.05.1598. Overl. Nieuwkerken 27.03.1671 (72 j.). Huwde 1° Nieuwkerken 22.11.1620 Amelberga van OSSELAER (overl. Nieuwkerken voor 01.10.1640. Staat van Goed met voogden: Mre Charle Gossewijl en Pieter Steenssens); 2° Nieuwkerken 29.07.1642 (tt: Pieter Steensens en Pr Papaert) Amelberghe DAELMANS (Nieuwkerken 04.03.1606 - Nieuwkerken 14.11.1644) fa Pieter en Amelberghe Herman. Staat van Goed met voogden: Pieter van Bogaert en Gillis Daelman. Uit eerste bed: Petrus (geb. Nieuwk. 1621 en overl. Sint-Niklaas 1646), Jan (geb. Vrasene 1623), Gillis (geb. Vrasene 1627 en overl. Nieuwk. 1694), Joos (geb. 1630), Anna (geb. Nieuwk. 1635) en Joos (geb. 1638). Uit 2de bed: Joannes (geb. Nieuwkerken 1644).
5. Elisabeth, geb. 16.11.1600. Overl. Nieuwkerken 24.05.1668 (65 j.).Huwde Nieuwkerken 23.11.1621 Pieter van BOGAERDE, geb. ca 1596 en overl. Nieuwkerken 02.09.1660.
6. Cathalijne, geb. 01.04.1603. Huwde Nieuwkerken 26.04.1622 Gillis van KERCHOVE, waarvan Petrus van Kerchove.
7. Adriaen, geb. 07.08.1605.

Had Pieter Steenssens een zuster Anna (of een dochter Anna), geb. voor 1590? Er werden te Nieuwkerken inderdaad Staten van Goed opgesteld m.b.t. ene Anna Steenssens, overl. voor 1628 en gehuwd 1° voor 1613 met Adriaen de CALUWE (overl. voor 18.07.1622: deelvoogden Jan Papaert en Joos Weyn Prs.); 2° Nieuwkerken 30.08.1622 (tt: Jan Maes en Paesschier Thuenissens) met Gillis MAES fs Michiel.


Noten: (1) RABev, Modern Arch. Haasdonk., nrs. 33 (1823) en 34 (1829). (2) RABev, GOA Haasd. nr. 348, Armenrekening 1796.

(3) RABev, GOA Haasd., nr. 517, los stuk (1781 - 1787). (4) Stadsarchief St.-Niklaas, Sint-Niklaas nr. 1211. (5) id. (6) Doopakten ontbreken in fotocopies Nieuwkerken in RABev. (7) Stadsarch. St.-Niklaas, nr. 1208, f° 138, S.v.G. dd. 18.09.1726 te Nieuwkerken : Sterfhuis Margariete Maes, houder Pieter Steensens fs Petrus en Margareta Staes. (8) Stadsarch. St.-Niklaas, nr. 1203, f° 316, p. 638-640, S.v.G. dd 09.12.1647.
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Haasdonkse armen in 1580 en hun weldoeners

Als voorloper van onze O.C.M.W. zorgde tijdens het ancien régime de Armendisch of H. Geesttaefel voor de armen. In de jaarrekeningen van deze instelling kan men zijn arme voorouders terugvinden. Doorgaans weduwen en wezen. Maar ook hun weldoeners. Begoeden die giften gaven. Of gewoon Jan Modaal, ’t zij boer of werkman, die pachten, cijnzen of allerlei al dan niet erfelijke renten aan de armendis verschuldigd was.
Aan het hoofd stond een Armmeester. We citeren wat namen voor Haasdonk: Jan Claus en Jacob van Bogaert Janszoon (armmeesters in 1570), Jan Dullaert (1573), Pieter van Luegenhaghen (1574), Jacop Perman (1575?), Sebastiaen Giodt (1661), Pieter Thysman (1662), Gillis Volckerick (1700), Philips Govaert (1701), Guilliam Vercauteren (1703), Gillis van Geertsom Adriaenszoon (1704), Michiel Egghe (1705 en 1706) en Michiel Boeye (1707).
Om een idee te krijgen van de inhoud van zo’n jaarbalans slaan we deze van 1580 open(1). Pieter de Jonghe en Jan Vergouwen waren er besorgers ende administratuers .
Onder de ontvangsten vinden we quijtrenten verschuldigd door Michiel van Landeghem en Paesschier Verbochoven.
Pachten, tiendepachten of renten werden betaald door Jan van Gheetsem, Jacob Maesdoncq, Jacob Lysesone, Claeys de Witte, Jan van Perre (pacht een thiendeken), Jan Cappe fs Pieter, Stoffel Abeel, Jan de Rop over Pieter de Rop, Mathys van Vyvere , Symoen van Raemdonck, Digne tsHasen, Andries Vercouteren, Joes Verstraten, Pieter Verstraten over Jacob Bolsen, Jan van Landeghem over Jan Rouwel, Lauwereys van Wolvelaer, Anna Bolsens dwijf Pieter Broecman, Jacob van Broucke aen de plaetse, Jan van Vyvere uit Kruibeke over doors Gillis Verbochaven, Paes Smet over Pieter van Kerbrouck, Jan de Decker, Pieter de Dycke, Jan Seuij, Paes van Goeye de Jonghe, Symoen de Kerf, Niclaes de Maeyer, de weduwe Jacob Bolsen wonende ter Banck, Michiel van Puyenbroeck over Pieter van Puyenbroec, Joeris Vercouteren.
Korentienden waren verschuldigd door Lauwereys Vergouwen en Joeris Vercouteren, welke ook nog 33 schelling in ‘t krijt stond als saldo over den coep van een huysken.
Achterstallige koren- en tarwematen werden vereffend door Jacob Bolcene, de hoors Pauwels van Vijvere, Jan Verbeeck, Symoen Wittoek, Joeris Vercouteren, Jan van Mieghem, Jan de Weert over diene synen broeder, Lauwerys Vergauwen, Jacob Stuer, Jan Haessaert, Paesschier van Bogaert, Jan van Puyenbroeck, Jan de Weert, Inghel Bervoets, de wed. Jan Claus, Joos Claus, Jan Claus, Paesschier van Bogaert over Lijsbette Verelst, Josyn Stuers voor Antonius Brijs, de hoors Jan de Rycke, Pieter de Maeyer over de wed. Jan Doeye, Pieter de Cauwer over Mergriete van Roeyen, Paes(schier) Vereecken , Berbel Stoeps, Cleys de Witte, de hoors Joes Weyn, Jan van Landeghem over syn huysvrou Marie van Velde, Adriaen van Kerbroeck, Gillis Kerbeke, de hoors Gillis de Dycker. Dit lijstje eindigt als volgt: Alle dit cooren is gedeelt den armen van de prochie …
Volgen dan onder de uitgaven de namen van de armen (hier in vetjes) met beschrijving van de leniging hunner noden. De armentafel gaf gewoonlijk opdracht aan een lokale neringdoener of ambachtsman om iets te leveren of uit te voeren. Wat de familiekundige in staat stelt het beroep van sommige voorouders op te sporen.
Griete Hillegheers kreeg o.m. 2 ellen roet laeken. Ze werd ook dat jaar op kosten van de H. Geesttafel begraven.
Lyne Hillegeers ontving huishuur en mondkost.
Jacob van Broucke (bakker?) en Jan Maesdoncq Laureis (brouwer of herbergier?) leverden respectievelijk brood en bier (4) aan Lynken Kerfs toen zij in de gave (2) zat.
Bette Huijghens kreeg een anderhalf maat rogge.
De begrafenis van eenen schamelen man gestorven aan de pest kostte de armmeester 5 sch. 11 gr.
Jan Maesdoncq Mathijs verbleef ook in de gave. Getroffen door pest. Zijn kind werd eveneens van “den armen” ter aarde besteld.
Meester Gabriel (dokter of chirurg) verzorgde het gezin Griete Huijghens.
Willem Bolsen en Clays Vercauteren leverden respectievelijk winkelwaren en bier aan de wed. Frans de Bruyne wier kind ook op rekening van de armenkas werd begraven. Men bezorgde haar ook boter en rentvleesch. Mr Gabriels heeft haar en haar zoon ook behandeld. Joeris Vercouteren leverde het gezin levensmiddelen.
De wed. Joos Hemelrijck werd geholpen nadat haar man in de gave was ghestorven. De H. Geesttafel bekostigde bovendien de begrafenis van haar kind.
Naast andere hulp werd Joes Brielman’s huishuur ook betaald .
Het gezin Gillis Maes ontving hout, bier en koren. Gillis ook Diel genoemd stierf aan de pest in de gave en werd op kosten van de armendis begraven, benevens zijn weduwe en een cleyn kint. Voor een kind van Gillis kocht men drie el stof, een paar schoenen en een el voerlaken.
Bette sMaeyers ontving geld, koren en 2 ½ el stof.
Piet van Gijsele geld, een maat rogge, een spent erten (3), bier en 2 ½ el laken.
Het kind van Catelyne Haecx werd voor een jaar uitbesteed bij Willem Bolsene.
De weduwe en kinderen Andries Couers zaten in de gave.
De kinderen Heyman werden gekleed en onderhouden, één van hen begraven nadat het aan de pest stierf.
Het kind van Jan van Laere werd een jaar uitbesteed bij Berbel Rouwels.Kreeg o.m. geld, 2 maten koren, een elle laeckens om een lyfken te laten maken, 2 ½ ellen roeye pije, een paar houten schoenen en een paar kousens.
Voor de wed. Cleijs Vergouwen in de gave godts, betaalde de armendis hout, een doodskist voor haar aan de pest gestorven man, de grafdelver voor het begraven van drie van clysens kinderen, 3 maten koren en tenslotte bier geleverd door Jan Brys (brouwer of herbergier?).
De wed. Jan Jansens ontving tweemaal 6 ½ maten koren.
Betten Saeghers swaere siecke zijnde kreeg bier, 3 maten koren en andere dienste.
Cleys de Catte ontving toen hij ziek was bier, victualiën (5) en boter.
Lauwereys Vergouwen leverde ook victualiën bij Gitte Sommeleeren tijdens haere siecte.
Het kint jans laere verbleef bij Lauwer Rombaut. De armendis zorgde voor een jaar onderhoudskosten,voor een paar schoenen en een lijfken.
Gillis Eeckelaert verbleef bij Amelken Blaeren. Hij ontving 2 el roeye pije om een rocxken te maken, een lyfken, anderhalve el laken en een paar causens.
De wed. Adriaen Crouwele ontving geld en 6 maten rogge.
Tanneken Smedts victualiën, bier, laken om een rocxken te maken en 3 ½ maten koren.
Joos de Cauwer tijdens zijn siecte 5 maten koren.
Het kind van Jan Vergouwen Bosken verblijvende bij Jacob Weyn ontving anderhalve maat rogge, 2 maten tarwe.
Bauwen Vergauwen ontving 3 ½ maten koren. Na zijn dood werd iemand betaald om zijn graf te delven.
Catelijne Verettinge kreeg een paar schoenen en geld voor een lijfken.
De wed. Willem Brys o.m. 2 ½ maten koren.
Maeye sWolfs werd van hout voorzien tijdens haer kinderbedde.
Mr Willem van Doerinc (de pastoor?) werd betaald voor het maken en copiëren van het testament van Joannes Vegouwen. Het is niet duidelijk of deze laatste echt een arme was.



(1) RABev, GOA Haasdonk nr. 315, bundel jaar 1580. (2) gave of gave godts: godshuis ? (3) spent of spente: inhoudsmaat voor granen, ca 6,75 liter (4) bier voor dagelijks gebruik was algemeen verbreid omdat het brouwsel was gekookt. Wel was het “fluitjesbier“. Gewoon water was een bron van ziektekiemen. (5) victualiën: levensmiddelen, mondkost.
Foto: Detail “Brooduitdeling op het Dorp”. Olieverf van F. Van Leemputten (KMSK Antw.).

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Moeders gedicht

Als kind hoorde ik m’n moeder, geboren in 1905, vaak een gedicht voordragen dat zij wellicht in het begin van de eerste wereldoorlog leerde in de meisjesschool van Haasdonk. Enkele verzen zijn me altijd bijgebleven, zoals “dag oudje, smaakt je pijpje goed, wat rookt die kop mooi door?” En “die kop is niet te koop…. ik kreeg hem van mijn kapitein, die viel bij Waterlo …”
Begin 2002 kreeg ik van een zekere W. Vercraeye uit Groot-Bijgaarden de volledige tekst. Schrijver van het gedicht is Bernard Van Meurs S.J. (1835 - 1915). Volgt hier het onverkorte gedicht dat senioren uit Haasdonk of omgeving misschien nog kennen.

DE PIJPEKOP

“Dag oudje ! Smaakt het pijpje goed ?
Wat rookt die kop mooi door !
‘t Is echte zeeschuim naar het schijnt,
Zeg dan, wat vraagt g’er voor ?”

“Mijnheer, die kop is niet te koop,
Ik kreeg hem als cadeau,
Op ‘t slagveld, van mijn kapitein,
Die viel bij Waterloo.

Dat ging er daar geducht op los.
Van ‘s morgens twalef uur
Tot ‘s avonds, zonder nat of droog,
Toujours maar in het vuur.”

“Vertel mij dat een andere keer.
Toe, geef me uw pijpekop,
Ik bied er een goud tientje voor
Hewel ! stem toe ! … leg op !”

“’k ben maar een arme man, mijnheer,
En heb een klein pensioen;
Toch, deed ge er duizend guldens bij,
Zou ik het nog niet doen.

Ik stond, gelijk ik zei, in ‘t vuur
En naast mijn zij, o God !
Kreeg onze brave kapitein,
Vlak in zijn borst, een schot.

Ik ving hem in mijn armen op,
En droeg ‘t gedrang hem uit,
Verbond zijn wond en zag met vreugd
Zijn stromend bloed gestuit.

Toen gaf hij mij deez’ pijpekop,
En ook zijn beurs vol geld;
Hij drukte mij voor ‘t laatst de hand
En stierf gelijk een held.

De beurs gaf ik het arm gezin,
Wiens huis was afgebrand;
Maar deez’ , mijnheer, mijn pijpekop
Komt in geen vreemde hand.

Sinds jaren reeds bewaar ik hem,
Gelijk een relikwie;
Zo dikwijls ik mijn pijpje rook,
Is ‘t of ik hem nog zie.”

“Schoon, brave man. Hoe heette hij
Die goede kapitein ?”
“Wij noemden hem steeds “beste vaâr”;
Zijn naam was Van der Klein.

Ziet gij in ‘t bos die gevelspits?
Dat slot ? Daar woonde hij.”
“Het was mijn vader, beste vriend,
Dat huis behoort aan mij !

Hebt gij mijn vader bijgestaan
In de ure van zijn dood ?
Kom, brave, ga dan meê met mij
En eet voortaan mijn brood.”

“Is ‘t mogelijk, heer, zijt gij zijn zoon?
En woont gij op zijn erf?
‘k Ga met u meê; de pijpekop
Krijgt gij eens als ik sterf !”

Hoe vind je dit bericht? 27 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Huisraad van een 18de eeuwse wever te Nieuwkerken

Voor het invoeren van het mechanisch weefgetouw en het ontstaan van de industriële weverij, verdiende menig Vlaming zijn brood als huiswever. Zo ook mijn voorvader Pieter Gillis STEENSSENS fs Jan Baptist en Nicola Amelberga van Raemdonck, geb. te Nieuwkerken-Waas op 15.07.1728 en er op 19.10.1781 overleden. Ingevolge dit overlijden legden de voogden op 30.04.1783 een Staat van Goed voor aan de schepenen van Nieuwkerken (1). Aan de hand hiervan komen we te weten hoe het huis van een 18de eeuwse Wase wever was ingericht. Op 100 roeden grond (kaartnr. 134) gelegen in de Wijk Anthonie de Jonghe, langs sHeerenstraete had de overledene vermoedelijk in 1772 een huis gebouwd, volgens het uithangbord HET PANNENHUYS genoemd.

IN DE KEUCKEN telde men op de schouwlijst 5 tinne tailloren, 3 geleyerde borden met 2 schotels, 6 biergelaesen, roomers, een theebus, strijckijsers, 3 ijsere potten, een visspaan en een sopberd …
Ook nog een struwijn, een moor, een koperen lantaarn, wat aardewerk, een schapraai, een emmer, een spoelbak, 4 geleirde schotels, 2 flessen, 8 pinten, een canneken, 10 potten. Opmerkelijk is eene staende orologie, geraamd op 14 gulden. Verder nog 2 geleirde schotels, een lampe, een maelcuypken, een flessche, een tinnen treckpot, een raspe, een spiegelken en een trafter. Aan een lepelbert hingen 12 tinnen lepels.
Het haardgerei bestond uit een potneus, hangel, tanghe, hangijser, ketinge, smoutcan en een marmiet. Gegeten werd aan een taefelken. Dertien stoelen vervolledigden het meubilair.

IN DE CAMER stonden 2 tafels en een koffer. Verder een ledikant, een bed, een paar lakens en een sargie. Zes tinne tailloore, een crucifix met de gelaesen en roomers schatte men op 3 gulden.

IN DEN KELDER noteerde men eene bierschraeve met 2 teilen met melck. Naast een ketel, een botervat, een marmietje, een koekenpan en een saenpot. Een coetsken met de laekens, een caffen bedde, sargie… Een cabas, een ijseren thuijn cuijpken, en een zak met beesteneten.

IN DEN WEVERSTAL stonden 2 weefgetouwen. Samen met 8 cammen, effenaers, wielen, tuijten, scheirmeulen en verder toebehoren geraamd op 20 gulden.
Ook nog 2 spaden, 2 rieken, een schup, een bijl en 2 zakken boekweit. Een maet, repe en eenen winde raamde de schatter op 4 gulden. Het timmergerief bestond uit een zaag, een hamer, 2 beitels en boren. Tenslotte nog een spinnewiel, wat bonen, turf, een zeil, 3 zakken, een trog, een vleeskuip, een beddeken met een drolsargie, wat appelen, planken, vaten en een kruiwagen.
De inventaris vermeldt hier ook een houtmijtje, 15 bijkorven, een caproen (2) en een biecot. Allicht stond dit buiten en niet in de weversstal.

IN DE SCHUERE lag koren, hout, potetten en 75 wissen vlas. Samen geraamd op 32 gulden 16 schelling. Men hield er ook een koe en een varken, respectievelijk geschat op 30 en 16 gulden.

IN HET SWINGELCOT lagen 2 steenen geswingelt vlasch, een swingelbert, ladders, een (werk?)bank en een wan.

De boedelbeschrijving vermeldt eveneens een gouden kruis en ring geraamd op 10 gulden 10 schelling.

Uit zijn eerste huwelijk met Anna Isabella SMET (Nieuwkerken 16.08.1722 - Nieuwkerken 28.10.1767) werden 10 kinderen geboren. Uit zijn tweede huwelijk met Maria Anna HUIJBENS zagen 5 kinderen het levenslicht. Er was dus werk aan de winkel. Zoals vroeger gebruikelijk was bewerkte onze wever nog diverse gronden. Het betrof pachtgronden. O.m. een stuk van 400 roeden, deels gebruikt als rachtinck deels bezaaid met klaver. Op een ander stuk groeiden wortelen en aardappelen. Een derde stuk werd als spurrelandt beschouwd.
Dit alles zonder eigen paard, zodat voor peerdewerck en vervoer diende betaald. Onder de transportkosten: het mennen van boonen … van vlasch … van steenen … van boomen … en vervoer van mest.

De inventaris maakt geen melding van gebruikt garen of vervaardigde stoffen. Misschient had Pieter Gillis Steenssens geruime tijd niet meer gewerkt. Was hij voor zijn dood lange tijd ziek? Onder de schulden: 10 gulden 4 schelling aan de dokter voor gedane visites en 16 schelling aan de chirurgijn.


(1) Stadsarchief Sint-Niklaas, Register 1211, f° 198 r t.m. 202 v. (2) bijenkap gebruikt als bescherming.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:23 Reageer op dit bericht

Bazelse weerbare mannen in 1480 en 1552

In 1480

Martijn BAGHELAERT, Joos van BERCHEM “schepene“, Gheert van BERCHENHOVE, Jan van BERGHE, Colaert, Jacop en Pieter fs Jans BERTRAM, Pieter BERTRAM “schepene“, Pieter, Jan fs Reyns, Jan fs Stevens en Sanders van BOGHAERDE, Joos, Jan fs Jans en Jan fs Pieters van BOSSCHE, Coppijn van der BRAKEN, Franc BRYSINC, Joos BRUYMMAN, Michiel de BUEKEL “meyere”, Jan de BUEKELE, Nychasijs CAPET, Nyclaeus en Jan van CORTEBEKE, Adriaen de COSTERE, Martijn vander COUTEREN, Pieter COUTHALS, Christiaen en Jan van CUELNE, Pieter en Jan van DALE, Jacop DIERICX, Jorijs ENGHELVELT, Jan fs Jans, Jan fs Sanders, Joos, Pieter en Sanders van ESBROUC, Gillis en Jan van GHEERTSEM, Pieter van GHEERTSAM, Jacop HACKE “schepene”, Jan HAGHELSTEEN, Jan en Pieter HASAERT, Jan HERWEYERE, Pieter fs Jan vander HEYEN, Pieter vander HEYEN “schepene”, Gillis, Jan en Thuenijs HOUMAN, Pieter HOUMAN “schepene”, Jan van HOUTE, Pieter JONCMAN, Pieter KEPPÏJNS, Pieter van KERCHOVE, Jan en Thuenijs LEEKELAERT, Gillis en Joos vander LUEGHENHAGHEN, Jan de MAYERE, Jan de MEYERE, Joos van MEYNGHERSVUUT “joncheer”, Michiel “de bastaert”, Gillis MOEN, Gillis MOENS “smeetsknape” en Heynderic MOENS, Gillis MOLENDYC, Adriaen en Jacop van POLFLIET, Boudijn , Gillis fs Pieters, Jan fs Gillis Jan fs Pieters en Pieter van RAEMSDONC, Gillis van RAEMSDONC “schepene” en Jan van RAEMSDONC “Baten sone”, Jan en Meeus RAES, Jan RAYWAERT, Jan van ROODE “schepene”, Pieter van ROODE, Gillis ROOMA N, Cornelis vander SICKELEN, Pieter fs Gillis, Symoen en Thuenys de SMET, Pieter SPECHT, Nyclaeus en Symoen SPRUTE, Heynderic van STEENACKERE, Jan STRAGIERS, Rombout van VELDE, Gillis fs Jans, Gillis fs Symoens, Jan fs Symoens, Joos fs Jans en Pauwels VYD, Heynderic, Pieter en Zanders van VIVERE, Mathijs de VOGHELARE, Gillis VOLKERIC, Jan van VOORDE, Reyn de WALE, Gillis de WITTE, Jacop en Jan ZEGHERS.
In 1552

Joos ABBEEL, Joos fs Paesschiers en Paesschier van ACKERE, Govaert van AELST, Clays en Jacop ALLIJCENSONE, Pieter ALLIJCESONE, Joos en Cornelis BATENS, Gooris van BERGHEM, Merten de BOCQ, Jan van BOGAERDE, Jacop, Joos en Pauwels BOLSELE, Jacop en Jan van BOOME, Gommerijn, Jan en Joos van BOSSCHE, Gillis BOUWENS “Vincentssone”, Frans, Gillis en Simoen BRIJS, Lucas van BRUSSELE, Jan en Joos de BRUYNE, Heyndric de BUYSSCHERE, Anthonis en Jan fs Jans CAPPE, Jan CAPPE “smet”, Christiaen en Joos CAUTHALS, Gillis de COCK, Jan en Joos van COLENNE, Jacop Jans COPPE, Clays DAELMAN, Joos DANCKAERT, Thomas DOEYE, Bertel, Jan en Pieter van ESBROUCK, Gillis van GHEETSEM “schepene” en Pauwels van GHEETSEM, Jan GHOOSSINS, Cool GHOVAERTS, Adriaen,Joos en Paesschier GILLIS, Gillis van GRIECKEN, Jacob HAGELSTEEN, Michiel HAGHELSTEEN, Daneel en Jan van HAVEREN, Jan van HEEDE, Jan HILLEGHEER, Jan de HOOGHE “d’oude”, Jan fs Gillis HOUMAN, Jacop de HUTSERE, Adriaen de HUYCKERE, Gillis HUYGHENS, Jan de JONGHE, Pieter de JONGHE “schepene”, Hubrecht van LANDEGHEM, Jan de LANSHEERE, Anthonis, Joos en Joos fs Michiels LEECKELAERT, Cornelis LEECKELAERT “schepene”, Adriaen van LEPPEVELT, Gillis, Jan en Joos van LOGHENHAGHEN, Jan MAES, Adriaen de MAEYERE, Joos MARIEN, Jan de MAYERE, Joos van MOIRTERE, Bartholomeeus de MOLEERE “meyere”, Joos van MYEGHEM, Frans en Joos van OVERLOOP, Dionys PIERINS, Gillis van POLFLIET, Gillis van PUTTE, Pieter van PUYMBROUC, Joos van RAEMDONC “schepene”, Gillis, Jan fs Pieters, Joos fs Jans, Joos fs Joos en Marc van ROYE, Gillis van ROYE “Michielssone”, Jan fs Gillis van ROYE “schepene”, Pieter fs Gillis VAN ROYE “schepene”, Claus, Gillis, Jan fs Bouwens, Mathijs en Pauwels SMET, Jacop SMET “schepene”, Jan SMET “Heyman”, Joos SMET “aen ‘t Haeuwijc”, Jacop SPRUYT, Jan van STEELANDT “baillu, castelijn wis(sekercke)”, Cornelis van STEENACKERE, Cornelis, Jan, Joos van STRIJDONC, Gillis van STRIJDONCK, Jan STUYER, Pieter THIERENS, Jacop VARENDONCK, Daneel en Jan VERGOUWEN, Gillis, Joos en Lauwereys VERHAGHE, Jan VERHEYDEN, Willem VERNIMMEN, Frans VERSTRAETEN, Adriaen fs Ardts, Adriaen fs Joos, Gillis en Jacop VERSTRATEN, Pieter VIJDT, Pieter VINCKE, Gillis van VOIRDE, Gabriel en Gillis VOLCKERIC, Cornelis de VOLDERE, Jacop de VREEDE, Philips de VRIESE, Claus en Jan van WATERSCHOOT, Gillis van WIJNACKERE, Gillis fs Michiels de WITTE,Gillis de WITTE “in d’Elst”, Adriaen, Joos en Pieter van WOUWE, Gillis van WOUWE “de jonghe” en Jan ZEGHERS.


Bron en info: cfr. mijn blog dd. 05.09.2005.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Nieuwkerken vroeger

Nieuwkerken-Waas dankt haar ontstaan aan de kapel O.L.Vrouw ten Bossche gebouwd op een plaats aangeduid door een miraculeus Mariabeeld. Een oorkonde van 1143 vermeldt deze bidplaats omringd door enkele woningen als de wieg van het latere dorp. In 1294 als zelfstandige parochie afgescheiden van Sint-Niklaas, wordt hetzelfde jaar nog de eerste kerk opgericht. Via Nukercke, Nieukercke, Nieukerken evolueerde de naam tot Nieuwkerken.
In 1635 richtte men een nieuwe kapel op op den hoek des dorppleins, langs de baan Kieldrecht-St. Niklaas. Men kwam er bidden tegen de roos en het bloeden.
Wijken in 1626 genaamd naar (er wonende personen?): Gillis van de Perre-, Joos Baes-, Roeland Heyndrickx-, Jan Vergauwen-, Antoon de Jonghe-, Antoon Brijs- en Pieter Segherswyk. Daarnaast Kerkwyk, Schuttershof, Priesterage, Schuilhoek, Klein en Groot Stoklaar, Kauwerwijk en Geerstmolenberg. In 1879 sprak men van het Dorp, Gijzelstraat, Peperstraat, Turkije, Vrouweneekhoek, Zeveneekhoek, Drie Lindenhoek, Portrugeesche straat, Buitenstraat, Vrasenestraat, Groenstraat, Hospitaal, Kriekelaarstraat, Bautenshoek, Breestraat, Kwakkelhoek, Zoetwater, Grote Baan, Heihoek , Meestersstraat en Uil.
Door de parochie liepen volgende beken: de Gordebeke, Kivietbeek, Speeldenbeek en Uilsbeek.
In 1497 noteerde men al 207 commmunicanten. Het aantal inwoners liep op van 1.368 in 1725, naar 1.772 in 1794, 2.195 in 1824 tot 2.730 in 1877. Onder de 97 getelde hofsteden in 1797 viel ook de grote hoeve ‘t Goede ten Heeke, welke met haar 14 bunders in 1418 eigendom was van Arend Sersanders en later van Philip van Mullem.
Nieuwkerken, in 1626 ca 2.090 gemeten groot en in 1877 ca 730 ha, is vooral een landbouwgemeente. Een telling van 1830 maakt gewag van 72 paarden, 8 veulens, 379 runderen, 179 kalveren, 236 varkens, 295 schapen en 30 geiten. Meest geteelde landbouwproducten zijn tarwe, rogge, gerst, haver, bonen, erwten, boekweit, vlas, aardappelen en klaver. Naast 6 bierbrouwerijen, enkele houtzagerijen en een windmolen, nl. de Gijzelmolen, waren er toen ook veel klompenmakerijen. De klompen uit Nieuwkerken vonden zelfs afzet in Hongarije.
Een vroegere telling, uitgevoerd in 1704, wees al op een sterke concentratie van neringdoeners en ambachtslui: 6 herbergiers, 3 kleermakers, 2 broodbakkers, 2 stoeldraaiers, 2 winkeliers, 1 wagenmaker, 2 hoefsmeden, 1 kuiper, 1 schoenmaker en 1 klompenmaker. Wellicht was er ook een molenaar vermits in 1712 sprake is van de Vossekotmolen.
Nieuwkerken maakte deel uit van de Keure van het Land van Waas en was eigendom van de Graaf van Vlaanderen. Het had geen afzonderlijke vierschaar. Recht werd gesproken door de vierschaar van Sint Niklaas-Nieuwkerken. Van de 7 schepenen kwamen er 4 uit Sint-Niklaas en 3 uit Nieuwkerken. Wel zetelde in Nieuwkerken een meier, gelast met de uitvoering van het schepencollege. Waren o.m. meier te Nieuwkerken: in 1656 Boudewijn de Jonghe, in 1674 Karel van de Voorde, in 1691 Pieter Staes, in 1745 Jan Frans van Daele en in 1790 F. J. Bourguignon. Burgemeesters tijdens de eerste helft van de 19de eeuw: Jacob Jozef Hinck (1800), Thomas Philip van Rossen (1805), Lodewijk van Landeghem (1815), Karel-Emmanuel Theunissens (1831), Frans Bongaerts (1836) en Karel Lodewijk Bocklandt (1842). De parochie zou geen enkele heerlijkheid of grafelijk leen hebben gekend. Waren er oude hoven? De huidige kaart vermeldt een Schaliënhof en een Wallenhof.
De tienden behoorden aan de bisschop, ‘t kapittel van Doornik, de abdij van Baudelo en de pastoor van de parochie. In 1767 werd een nieuw gemeentehuis gebouwd, in blauwe hardsteen. Een zekere de Maere uit Sint-Niklaas schilderde voor dit gebouw het schilderij genaamd Gerechtigheid.
Engelse troepen plunderden in 1436 Nieuwkerken. Op het einde van de 16de eeuw waren de geuzen er baas. Al in 1579 liep er een protestantse minister rond: Gillis Capelleman. Dat jaar namen de hervormingsgezinden al de priestergewaden in beslag om ze in Antwerpen openbaar te laten veilen. De verkoop bracht 19 £ 12 sch. 8 gr. op. In 1646 staken Franse soldaten de kerk in brand, waarbij o.m. drie klokken werden vernield die van oudsher in de toren hingen. Tijdens de jaren 1694-1695 vertrappelden soldaten van de legers der Verbondenen de oogsten en verwoesten huizen en schuren. De schade beliep 13.774 gulden. Onder de Franse Republiek werd de O.L.Vrouw ten Boskapel op bevel van regeringscommissaris De Kever vernield.
Er bestond al in 1534 een rederijkersgilde luisterend naar de naam De Vlasbloem. Later in 1727 veranderde de naam in De Broederschap der H. Drievuldigheid. Ze brachten o.m. het treurspel Claudius en Portia. In 1777 namen ze te Sint-Niklaas deel aan een wedstrijd met de tragedie Caliste.
Er was ook een handbooggilde Sint Sebastiaen, waarvan het oude vaandel rond 1870 bewaard werd door de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. Later waren er zelfs 2 handboogmaatschappijen. Er was ook een fanfare (1866) en de koorzangersgroep De Vereenigde Werklieden (1858).
De O.L.Vrouw ten Boskerk was steeds mooi versierd. In 1607 stonden er reeds drie altaren, respectievelijk gewijd aan O.L.Vrouw, Sint-Sebastiaan en H. Anna. Enkele fraaie schilderijen versierden de kerk: een kopie van De Kruisafdoening van Rubens, een kopie van De Marteldood van de H. Sebastiaan van Jordaens, De Nederdaling van den H. Geest over de Apostelen van Cornelius de Vos, en De H. Maagd, H. Maria-Magdalena en de H. Catharina uit de kapel van O.L.Vrouw ten Bosse. Twee branden teisterden de kerk, nl. in 1646 en in 1788. Ook wordt verteld dat men in 1630 in de kerk al Vlaamse liedjes zong tijdens de Kerstnacht. Vanaf 1735 hield men in de kerk een Maandags Lof, gesticht door ene Amelberga Peirsman. Daarnaast was er ook een Zaterdags Lof gesticht door Jan Theunissen en vrouw Anna Bolsens. De pastoor van Nieuwkerken had het genot van: een jaarlijkse competentie van de bisschop van Doornik, van de abdij van Baudelo, van het kapittel van Doornik, het genot van diverse partijen land, van de vlees- en graantiende. De koster genoot o.m. het recht van een jaarlijksche omhaling van koorn en eieren.



Bron:F. de Potter en J. Broeckaert, Geschiedenis van de gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen - Arrondissement Sint-Niklaas, Gent 1878.

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:07 1 reactie Reageer op dit bericht

Uit Haasdonkse conscriptielijsten

Directe aanleiding tot de Boerenkrijg was de conscriptiewet van 5 september 1798. Deze “bloedwet” liet toe mannen van 20 tot 25 jaar als dienstplichtige in het Franse leger in te lijven. Voor het zover kwam legde men aan de hand van bestaande parochieregisters lijsten van conscrits aan per “klas”, t.t.z. personen in hetzelfde jaar geboren. Hieruit werden dan de ongelukkigen gelot die werkelijk onder de wapenen werden geroepen. Sommigen ontrokken zich hieraan en werden dan vermeld als dienstweigeraar (réfractaire).
Hierna wat namen van “lotelingen” gevonden in inschrijvingslijsten van Haasdonk. Het gaat meestal om verwanten van mijn voorouders. Opmerkelijk is hun kleine gestalte en het feit dat men zelfs millimeters noteerde.

Klas jaar VIII (23.09.1799-22.09.1800)

Jan Benedict BRIJS, blokmaker, geb. Haasdonk 09.08.1779, 1 m 652, zn van Theodorus (winkelier) en Isabella Theresia Vijt.

Klas jaar X (23.09.1801-22.09.1802)

Jan Petrus BRIJS, wever, geb. Haasdonk 10.11.1780, zn van Jacobus Emanuel en Joanna Theresia Scholastica de Block. Opmerking: “Al drie jaar in dienst van de republiek”.

Klas jaar XII (24.09.1803-22.09.1804)

Joseph BRIJS, hoedenmaker, geb. Haasdonk 01.09.1783, zn van Bernardus (coopman in hoeden) en Joanna Catharina van der Borgt. “In de reserve”. Op 01.10.1808 krijgt hij een paspoort (2) om zich naar Mechelen te begeven, met volgende persoonsbeschrijving: 25 jaar, 1 m 663, kastanjekleurig haar en wenkbrauwen, breed voorhoofd, blauwe ogen, goedgevormde neus, gewone mond, bruine baard, ovaal aangezicht, volle (?) teint …
Antonius Emanuel BRIJS, geb. Haasdonk 01.01.1783, zn van Jacobus Emanuel en Joanna Theresia Scholastica de Block. Effectieve dienst bij het 7de regiment Bereden Artillerie.

Klas jaar XIII (23.09.1804-22.09.1805)

Josephus MERTENS, wever, 1 m 704, geb. Haasdonk 27.04.1784, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenbergh.

Klas 1806

Jan Jacob MERTENS, wever, 1 m 571, geb. Haasdonk 05.11.1786, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenbergh.
Petrus Jan de MAEIJER, landbouwer, geb. Haasdonk 18.12.1786, zn van Dominicus en Isabella Marie Meersman. In juni 1807 vermeld als “deserteur en weerspannige”.
Joannes Franciscus STEENSSENS, geb. Haasdonk ca 1786. Wellicht geb. Haasdonk 14.11.1785 als zn van Jacobus en Isabella Theresia VIJT. In juni 1807 vermeld als “deserteur en weerspannige”.
Marcel VERHULST, geb. Haasdonk 01.01.1791, zn van Tobias en Anna Catharina Lijssens. Op 22.03.1813 vermeld als deserteur van het 54ste linieregiment en op die datum “niet meer gezien in de gemeente (Haasdonk?)”.

Klas 1807

Joos ROOMAN, geb. Bazel 16.09.1787, landbouwer, zn van Joannes en Josijne Joanna Lijssens.
Fredericus Leopoldus STEENSSENS, geb. Haasdonk 20.05.1787, 1 m 666, zn van Carolus Josephus en Amelberga Verhaegen. “Heeft bezwaar als enig kind van een weduwe”.

Klas 1809

Petrus Frans BRIJS, geb. Haasdonk 17.02.1789, zn van Jacobus Emanuel en Joanna Theresia Scholastica de Block. Broer van Antoine Emmanuel Brijs in dienst van het 7de regiment Bereden Artillerie.
Karel Jozef MERTENS, wever, 1 m 463, geb. Haasdonk 30.08.1789, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenbergh.

Klas 1812

Egidius MERTENS, wever, geb. 16.09.1792, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenberg. Zijn beschrijving: “1 m 583, blond haar, blauwe ogen, voorhoofd bedekt, wipneus, normale mond, ronde kin, rond aangezicht, volle (?) teint. Vader en moeder overleden. Heeft al een broer bij het leger.

Toemaatje

Voor het kanton Temse, bestaande uit Bazel, Haasdonk, Kruibeke, Rupelmonde, Temse en Tielrode, waren voor het jaar 11 voor de actieve dienst 18 conscrits nodig en 19 voor de reserve. Voor het jaar 12: 19 voor de actieve dienst en 18 voor de reserve.


Noten: (1). RABev, Modern Archief Haasdonk, nr. 53, losse stukken. (2) id. nr. 44, losse stukken.

Hoe vind je dit bericht? 24 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

DE MAEIJER (Haasdonk-Bazel) in mijn kwartierstaat

Terug naar kwartieren nr. 54 en 55 in mijn bericht van 11.12.2005 over MEERSMAN . Om ons te verdiepen in de voorouders van Alexandrina DE MAEIJER luisterend naar dezelfde naam.
De achternaam DE MAEIJER is een beroepsnaam, nl. van maaier, in het middelnederlands maeyere. De naam komt in het Waasland voor als MADER(S), de MAEYERE, MAERE, MAERS, de MAERE, de MARE, sMAREN (10).


54. STEENSSENS Fredericus
      Haasdonk 20.05.1787 - id. 06.02.1849
55. DE MAEIJER Alexandrina
      Haasdonk 08.02.1785 - id. 21.09.1856


110 en 111. Dominicus DE MAEIJER fs Jan Baptiste en Emerantiana DE BLICK, geb. Haasdonk 19.06.1755 en overl. Temse 11.01.1838. Huwde Haasdonk 11.02.1783 Isabella Marie MEERSMAN fa Daniël en Joanna Maria van DAELE, geb. Melsele 31.01.1760 en overl. Temse 13.06.1845.
In 1794 bezat het gezin twee koeien, een kalf en een varken (1). Nu eens landbouwer (1796) genoemd, dan weer arbijder of dagloner (1809, 1815, 1823). In 1815 vermeld als propriétaire wonende te Haasdonk op het hoogeynd. Voor 1829 vertrokken naar Temse, waar Dominicus in de Schoenstraet overleed. De weduwe stierf in de woning van haar schoonzoon Dominicus van Lent, in de Brandstraet.

Hun kinderen geboren te Haasdonk volgens parochieregisters:

1. Maria Elisabeth, geb. en ged. 23.06.1783 (ss: Joannes Baptista de Maeyer en Joanna Maria van Daele).
2. Alexandrina, geb. en ged.08.02.1785 (ss: Joannes Meersman en Emerantiana de Blick). Overl. Haasdonk 21.09.1856. Huwde te Haasdonk 15.11.1809 Fredericus Leopoldus STEENSSENS (Haasdonk 20.05.1787 - Haasdonk 06.02.1849) fs Carolus Josephus en Amelberga Francisca Verhaeghen (nrs. 54 en 55).
3. Petrus Joannes, geb. en ged. 18.12.1786 (ss: Jan Baptiste de Maeyer en Amelberga Meirsman). Onder Frans bewind Jean genoemd?
4. Regina Agatha, geb. en ged.08.12.1788 (ss: Pieter Jan de Maeyer en Joanna Maria Meirsman).
5. Pieter Jozef, geb. en ged. 28.11.1790 (ss: Gillis Meirsman en Anna Elisabeth de Maeyer).
6. Carolus, geboren 03.10.1792 en 04de gedoopt (ss: Daniël Librecht en Maria Josepha Meirsman). Overleden te Haasdonk 24.10.1794.

Vermoedelijk nog kinderen geboren nà 1794 vermits er in 1815 (2) bij de ouders alleszins verbleven: Jean (27 j.), Marchellus (19 j.) en Lucia De Maeijer (17 j.). In 1823 woonde er bij hen een onwettig kind in, nl. Christine De Maeijer (12 j.).


220 en 221. Jan Baptiste de MAEYER fs Gillis en Josijne van STRIJDONCK, geb. Bazel 09.11.1714 en overl. Haasdonk 20.04.1788. Huwde 1° Maria Francisca BUYTHAERT 2° Haasdonk 20.02.1748 Emerantiana de BLICK fa Bartholomeus en Maria van LANDEGHEM, geb. Haasdonk 11.01.1724 en overl. Haasdonk 24.12.1798.
In 1771 kochten Jan Baptiste en Emerantiana voor 1500 gulden eene behuysde hofstede ende gronden … binnen de prochie van haesdonck inden wijck tusschen de per ende berchstraete (nrs. 522 en 523), groot 231 en 242 roeden, wesende een volghleen onder het hooftleen van judocus Bastelier. Verder kochten zij in 1778 de helft van een stuk land voor 730 gulden en in 1784 de andere helft voor 752 gulden, het geheel gelegen in dezelfde wijk te Haasdonk (nr. 525) en 611 roeden groot, eveneens een volgleen onder het hoofdleen van Judocus Bastelier te wetthe onder het hof ende heerelyckhede van weyns. Verder pachtte het gezin den acker voor den hof van Sr. Geerard Vaerewyck. Als landbouwers wonnen zij boekweit, aardappelen (60 roeden), koren, gerst, lijnzaad en wellicht vlas, vermits de inventaris melding maakt van 51 wissen vlasch soo geboekt als ongeboekt. Inden lochtink groeiden legummen en er stonden 2 koeyen op den hof met 4 hinnen. Andere noemenswaardige bezittingen: het branthout en torf in den stal …2 myten brandthout …190 pont vercken vleesch …en 22 pont smeyr …12 biese stoelen …2 spinnewielen …1 fusieck. Naast de kosten van waschlicht …lyckers en doodt kieste betaalde men 1 gulden 7 stuiver aen den organist blaeser graefmaecker en vaendraeger en nog over leveringe van bier aen vrienden ende gebueren. En vermits Jan Baptiste geen vrijgewijde was, betaalde men 40 gulden over het beste hooft (3).

Kkinderen geboren uit tweede huwelijk te Haasdonk:

1. Pieter Joannes, geb. en ged. 06.12.1748 (ss: Gillis de Maeyer en Judoca Rottier). Huwde Haasdonk 22.07.1794 (tt: Egidius de Maeyer en Carolus Noorts) Joanna Catharina de COCK fa Petrus en Anna Maria Velleman. In 1788 samen met Gillis Brys uit Kruibeke wettelijk staande voogd van zijn broers en zussen (3).
2. Marie Amelberga, geb. en ged. 04.06.1750 (ss: Anthony de Greyt en Judoca Maria de Blick). Huwde Haasdonk 15.09.1776 (tt: Jan Martinus Liberecht en de koster) Daniel LIBRECHT fs Philippus. Hadden 600 gulden schuld aan sterfhuis vader m.b.t. geleend en voorgeschoten geld (3).
3. Jan Francies, geb. en ged. 25.06.1753 (ss: Anthony van Landeghem en Maria Felix).
4. Dominicus, geb. en ged. 19.06.1755 (ss: Dominicus de Mayer en Anna Catharina Thielens). Overl. Temse 11.01.1838. Huwde te Haasdonk 11.02.1783 (tt: Petrus Joannes de Maeyer en Joannes Martijn) Isabella Marie MEERSMAN (Melsele 31.01.1760 - Temse 13.06.1845) fa Daniël en Joanna Maria van Daele (nrs. 110 en 111).
5. Anna Elisabeth, geb. en ged. 29.04.1757 (ss: Gillis Brijs en Elisabeth de Mayer).
6. Joanna Catharina, geb. en ged. 28.02.1760 (ss: Judocus de Maeyer en Maria Felix). Overl. Haasdonk 15.04.1760.
7. Joanna Catharina, geb. en ged. 10.05.1761 en 11de ged. (ss: Pieter Smet en Catharina Blommaert). Overl. Haasdonk 06.08.1765.
8. Regina Agatha, geb. en ged. 28.09.1764 (ss: Francies De Munck en Maria Amelberga de Maere).


440 en 441. Gillis de MAEIJER fs Gillis en Josine de RIJCKE, geb. Bazel 12.09.1671 en begr. Bazel 18.12.1725. Huwde Bazel 23.08.1707 Josijne van STRIJDONCK geb. ca 1682 en begr. Bazel 22.06.1752.
In 1726 vermeldt het sterfhuis Gillis de Maeyer volgend onroerende goed (4):
- 1/4de in 2 stukken land gelegen binnen Temse;
- de helft van een stuk land de trijtacker in dierickxdam, ca 800 roeden;
- de helft van een stuk land wesende een leen onder de hove ende heerel(ijckheid) van ter Elst toekomend aan de oudste wees Joos de Maeijer als hoor feodaal, de andere helft aan Gillis de Rijck fs Jan;
- een stuk land binnen Haasdonk, zijnde een hoofdleen onder voornoemd hof, ook toekomende aen de hoor feodael.
Als roerend goed: een bezette rente van 200 gulden en een obligatie van 150 gulden tot last van Frans de Greef; een obligatie van 100 gulden à 5 pct tot last van Michiel de Rijcke en een obligatie van 100 gulden à 6 pct tot last van Matthijs de Rijcke.
Aan Jan van Broucke verpachtte Gillis een vierendeel op Temse. Zelf bewerkte hij zeker volgende gronden: den berrevoets, den beeckacker, den halven acker neffens gillis de rijcke, de twee gemeten, den bogaert binnen de wallen, het bunder, het meersken, den halven op haesdonck, den grooten meersch, inde dreve, het half bunder, een stuck lants in pachte van Cornelis Cooreman, en den trijtacker. Hiervoor gebruikte hij een ploegh, sledde en heeghde, 2 sturtekerren en een wagen. Op stal sonden een bruijn ruijnpeert , 3 koeyen, een rent en een vercken. Verder hield hij nog 50 schapen met 11 lammeren, een haen, hinnen en hendien. In de kelder lag 30 pond boter en er was vleesch in de cuype. Niet-courante bezittingen: 2 roers en een silver hoorijser. Zijn hofstede (Hof ter Elst???) huurde hij van de heere Grave van humbeke. Voor verrekening van 47 gulden 10 stuiver begrafeniskosten, sloot de staat van goed af met een batig saldo van ca 585 gulden.
Voogden waren: Matthijs de Maeyere en Joos van Strijdonck.

Kinderen geboren te Bazel:

1. Anna Maria, geb. en ged. 04.11.1707 (ss: Jan de Maeyere en Maria Brabanders). Begr. Bazel 12.05.1722 (15 j.).
2. Joos, geb. 23.11.1708 en 24ste ged. (ss: Joos van Acker en Maria Smet). Begr. Bazel 18.04.1775 (67 j.). Huwde Bazel 05.02.1743 (tt: Antonius de Greijt en Anna Catharina Felicx) Marie FELIX.
3. Andries, geb. 20.05.1710 (ss: Andries Smedts en Amelberga de
Maeyer). Begr. Bazel 21.01.1726 (15 j.).
4. Gillis, geb. 31.01.1713 (ss: Gillis van Mighem en Barbara van Strijdonck). Overl. Haasdonk 24.12.1757. Huwde Haasdonk 12.05.1742 (tt: Petrus Anné en Petrus de Munck) Catharina STAES (overl. Haasdonk 31.12.1785) fa Joos.
5. Jan Baptista, geb. 09.11.1714 en 10de ged. (ss: Gaspart van Strijdonck en Amelberga de Mayer). Overl. Haasdonk 20.04.1788. Huwde Haasdonk 20.02.1748 (tt: Gillis de Maeijer en Josephus Middernacht) Emerantiana de BLICK (Haasdonk 11.01.1724 - Haasdonk 24.12.1798) fa Bartholomeus en Maria van Landeghem (nrs. 220 en 221).
6. Mathias, ged. 04.06.1716 (ss: Mathias de Maer en Joanna Maria Wittoeck). Begr. Bazel 10.06.1717 (2 j.).
7. Peeter, geb. 18.04.1718 (ss: Mathias de Maeyer en Maria van Strijdonck).
8. Michiel, geb. 18.04.1718 (ss: Michiel de Rijck en Maria Wittock).
9. Mattijs, geb. 10.12.1719 (ss: Mathias de Rijck en Anna van Strijdonck).
10. Dominicus, ged. 18.11.1721 (ss: Joos van Strijdonck en Josyne de Maeyer). Ongehuwd? Begr. Bazel 14.05.1783 (65 j.).
11. Alexander, geb. 04.01.1725 (ss: Pieter Buytaert en Maria Magdalena van Haveren echtg. Mathias de Maeyer).

Josijne van Strijdonck hertrouwde met Anthoine de GREYT.


880 en 881. Gillis de MAEYERE a. de MAERE fs Christiaen en Laurijne van ACKER, geb. Bazel 04.11.1643 en overl. Bazel 14.10.1704. Huwde 1° Bazel 16.07.1669 Josine de RIJCKE fa Gillis en Livijne van BOGAERDE (in hoofdcijns Sint-Amelberga, Temse 14), geb. Bazel 1646 - overl. Bazel 11.02.1681; huwde 2° Temse 29.06.1684 Maria SMET fa Pieter en Katelijne van Meirvenne (in hoofdcijns Temse, St. Bertinus, St. Omaars, §1) overl. Temse 29.11.1715.
Te Bazel pachtte Gillis de Maeyere Christiaens omstreeks 1670 een hofstede van 348 roeden, nr. 55 in de Eerste Oude Meulenberch (5).
In 1704 boerde hij op ca 10 bunders land waarop vooral tarwe, koren en klaver werd verbouwd; wellicht ook vlas, haver, boekweit en bonen. Op stal stonden toen 2 paarden, 3 koeien, 3 runderen en een varken. Daarnaast bezat hij 29 schaepen soo groote als cleyne en 4 hinnen met eenen haen. Onder de schulden: 81 pond gr. aan Gillis, Adriaen en Jan de Maeyere, kinderen uit zijn eerste huwelijk (6). Voogden van de wees Matthys waren Adriaen Wittock en Adriaen Smet.

Uit eerste huwelijk te Bazel geboren:

1. Petrus, geb. 28.04.1670 en 29ste ged. (ss: Petrus van Gavere en Josina Smets). Jong gestorven?
2. Gillis, geb. 12.09.1671 en 13de ged. (ss: Judocus van Acker en Josina van Raemdonck). Begr. Bazel 18.12.1725 (55 j.). Gehuwd Bazel 23.08.1707 (tt: Jan de Maeyere en Mro. Jan vander…..) met Josijne van STRIJDONCK, begr. Bazel 22.06.1752 (70 j.) (nr. 440 en 441).
3. Christianus, geb. 27.11.1673 en 28ste ged. “sub conditione“ (ss: Petrus van Acker en Maria de Rijcke). Niet in hoofdcijns.
4. Adriaen, ged. 29.04.1676 (ss: Adrianus de Maeijer en Livijne de Roeck (cfr. III/379).
5. Jan, geb. 17.09.1678 en 18de ged. (ss: Egidius van Miegem en Anna de Maeyer) (cfr. III/379).

Uit tweede huwelijk geboren te Bazel:

6. Joanna, ged. 29.12.1686 (ss: Petrus de Ryck en Joanna Smet). Begr. Bazel 24.09.1693 (7 j.).
7. Petrus, ged. 18.07.1688 “sub conditione“ (ss: Petrus van Mieghem en Catharina de Gent). Gestorven voor 1705.
8. Marianne, ged. 18.11.1692 (ss: Michael Goddaert en Marianna Verhagen). Begr. Bazel 19.11.1692 (3 d.).
9. Matthijs, ged. 15.02.1694 “sub conditione“ (ss: Matthias de Rijcke en Elisabethe Verhelst). Vermeld in de hoofdcijns.
10. Amelberga, geb. 06.07.1699 (ss: Adrianus Smet en Amelberga Verschooten). Begr. Bazel 07.07.1699 (1 d.).


1760 en 1761. Christiaen de MAERE a. de MAEYERE fs Adriaen en Maria van LIPPEVELDE, geb. Bazel ca 1603/1609 en begr. Bazel 12.12.1675. Trouwde te Temse 01.02.1643 Laurijne van ACKER fa Gillis en Amelberge van MYEGHEEM (in de hoofdcijns Sint-Baafs, Temse app.9), geb. Temse 07.04.1619 en begr. Bazel 04.10.1694 .
In 1647 bewoonde Cristiaen de Maeyer te Bazel een hofstede in de Blauhofwyck nr. 35, groot 431 roeden. Na zijn dood bewoond door zijn weduwe en Adriaen de Maeyer. In 1702 eigendom van J.B. van Royen te Rupelmonde (7).

Te Bazel zagen volgende kinderen het levenslicht:

1. Gillis, geb. en ged. 04.11.1643 (ss: Joannes van Mieghem en Barbara van Polfliet). Overl. Bazel 14.10.1704. Gehuwd 1° te Bazel 01.07.1669 (tt: bij ondertrouw Christianus en Adrianus de Maier; bij huwel. Christianus de Majer en Egidius van Wauwe) met Josine de RIJCKE (geb. Bazel 1646 - overl. Bazel 11.02.1681) fa Gillis en Livijne van Bogaerde (nrs. 880 en 881); huwde 2° te Temse 29.06.1684 met Maria SMET, overl. Temse 29.11.1715, fa Pieter en Katelijne van Meirvenne.
2. Maria, geb. 20.03.1647 en 23ste ged. (ss: Egidius van Megem en Josina Smet). ? Begr. Bazel 01.05.1650 (niet vermeld in hoofdcijns).
3. Jan, geb. en ged. 09.02.1650 (ss: Joannes Lijssens en Josina sMayers). Jong gestorven (niet vermeld in hoofdcijns).
4. Adriaen, geb. 03.11.1652 en 05de ged. (ss: Adrianus van Lippevelde en Magdalena Verelst).
5. Anna, geb. 14.02.1656 en 16de ged. (ss: Judocus van Acker en Anna Truyman). Begr. Bazel 31.03.1692 (36 j.). Huwde Bazel 06.02.1683 (tt: Jacobus de Munck en Egidius de Ryck; bij ondertrouw: Laurentius en Egidius de Ryck) Joos de RIJCKE. Voogden in 1692: Gillis de Ryck en Gillis de Maeyer.
6. Amelberga, geb. en ged. 07.10.1660 (ss: Petrus van Wauwe en Susanna Smet).
7. Josijne, geb. 08.04.1664 en 09ste ged. (ss: Petrus van Mieghem en Josina van Acker). Overl. Temse 04.02.1728. Gehuwd te Bazel 16.06.1686 (tt: Thomas en Adrianus van Acker) met Joos van ACKER, geb.Temse 08.01.1660, fs Gillis en Amelberga van Raemdonck. Uit dit huwelijk: Gillis, Laurine, Joos, Amelberge, Anna Maria, Jozijn, Jan Baptista, Adrianus, Jan en Pieter van Acker. Het gezin woonde te Temse in Schauselhoeck.

3520 en 3521. Adriaen de MAEYERE a. de MAERE, geb. ca 1570 en overl. Bazel 13.03.1621. Huwde ca 1595 Marie van LIPPEVELDE fa Willem en Josine van MIJEGHEM (in de hoofdcijns Sint-Pieters-Gent, Belsele 10), geb. ca 1573 en overl. Bazel 04.04.1648 (75 j.).
Op 30.05.1607 is Adriaen voogd van wezen Mathijs de Maere en Maria van Branden ingezetenen van Temse. Zijn broer?
Sterfhuis Adriaen de Maeyere: wettelijke staande voogden zijn de Eersame persooinen Jacob de maeyere ende Gheerard van Gheertsem... Verder: hebben de voors. moeder vuijtcoop laten doen van dees voors. kinders vaderlicke have zoo buiten als binne thuys.... Moeder moet de kinderen wel onderhouden van ate ende dranck, zieck zuchtig ende gesondt, vrij van bruyloftgelden …(.) …oock kleeden. Bij een eventueel huwelijk of bij hun meerderjarigheid (ofte voljaert te 24 jaer) zullen de kinderen 25 gulden ontvangen (8).

Kinderen geboren te Bazel:

1. Katelijne, geb. 13.04.1597 (ss: Joannes van Velde en Elisabeth van Raemdonck). Begr. Bazel 15.02.1635 (40 j.). Huwde Bazel 25.07.1615 (tt: Petrus de Vreede en de koster) Pieter van AELST, waarvan Marie, Merten, Pieter, Jan, Adriaan, Johanna en Joos van Aelst. Staande voogden in 1636: Pieter de Maijere Adriaens en Christiaen Vernimmen. Deelvoogden: Adriaen de Mayere Adriaens en Jan Verhaghen.
2. Judoca, ged. 08.01.1600 (ss: Willem van Lippevelde en Elisabeth s'Vreeden). Jong gestorven? Niet in hoofdcijns.
3. Johanna, ged. 07.12.1600 (ss: Ambrosius van Mieghem en Elisabeth
van Putte). Overl. Temse 30.12.1646. Huwde in 1625 Bertelemeus SMET (overl. Temse 03.04.1648), weduwnaar Amelberga Beirtaut, fs Jan fs Niklaas en Amelberga Smets. Bertelemeus was eigenaar van een hofstede de Walbogaert over zijn moeder. In 1623 gezworene van Sint-Sebastiaan. In 1636 tavenier op de Eeckhoutdries. In 1632 geschil met Augustien Broeckaert over leveren van bier (9). Kinderen uit dit huwelijk volgens de hoofdcijns: Cornelia, Josine, Susanne, Amelberga en Adriaan Smets.
4. Adriaen, geb. 18.02.1603 (ss: Petrus van Lippevelde en Elisabeth van Raemdonck).
5. Petrus, ged. 09.05.1604 (ss: Petrus van Lippevelt en Josijne van Miegem).
6. Maria, ged. 15.10.1606 (ss: Guillielmus de Backere en Josijna vidua Adriani Vijdt). Jong gestorven? Niet in hoofdcijns.
7. N.N., ged. 12.01.1609 (geen doopverheffers vermeld).
8. N.N., geb. 27.12.1610 (ss: Joannes Vermeulen etc:).
9. Christiaen. Vermeld in de hoofdcijns. Begr. Bazel 12.12.1675. Volgens begrafenisregister dan 72 j. en geb. ca 1603? In 1621 out in januarie t xij jaer, dus geb. in januari 1609 of dezelfde als nr. 7. Trouwde te Temse 01.02.1643 (Egidius van Mieghem en Adrianus de Maere) Laurijne van ACKER (Temse 07.04.1619 - Bazel 04.10.1694) fa Gillis en Amelberge van Myegheem (nrs. 1760 en 1761). In 1630 is Cristiaen de Maeyer peter bij geboorte te Temse van Cornelis de Maere, zoon van Franciscus en Bette Meirsman, kleinzoon van Mathijs de Maere en Maeyken van Branden.
10. Adriaen, geb. ca 1612. In 1621 out in decembre neghen jaer. Wellicht dezelfde als nr. 8. Vermeld in de hoofdcijns.
11. Jozijne, ged. 27.01.1615 (ss: Judocus de Witte en Maria Huijs "uxor petri de rouck"). Huwde Bazel 06.08.1634 Gillis van MYEGHEM, geb. ca 1614 en overl. 21.04.1675 (61 j.) fs Gabriel gezegd Schauselhoek - steenepael.

Na de dood van Adriaen hertrouwde zijn weduwe met Gillis van VELDE te Bazel OP 19.01.1622 (tt: Judocus van Velde en Joannes Weyn).


Noten:

(1) RABev, Haasdonk mod. arch. nr. 177, bundel nr. 29. (2) RABev, Volkstellingen Haasdonk, microfilm nr. B 27-1. (3) RABev, GOA Haasdonk, nr. 360, f° 134r t.m. 148v: Sterfhuis Jan Baptiste de Maeyer (07.06.1788). (4) RABev, GOA Bazel, nr. 218, f° 196v-203v: Sterfhuis Gillis de Maeyer, houderigge Josijne van Strijdonck (SvG dd. 01.03.1726). (5) AOKLW, deel 75 (1 en 2), p. 93, nr. 12. (6) RABev, GOA Bazel nr. 214, f° 180 v t.m. 189v. Sterfhuis Gillis de MAEYERE fs Christiaen: houderigge is Maria SMET fa Pieter. Een wees Matthijs 11 j. (7) AOKLW, deel 75 (1 en 2) pm. 107, nr. 11. De hofstede was in 1632 bewoond door Gillis van de Velde Pieters, eigenaar cauxa uxoris. (8) RAB, Bazel nr. 207, 47r - 48r. (9) Jerome Smet, Gen.Rep.1160-1620 Temse, p. 761. (10) o.m. J. Smet, id. p. 523.

Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van WASE GESLACHTEN

↑ Terug naar de berichten