Naar de inhoud

WASE GESLACHTEN

seniorennet.beseniorennet.be

De Keure van het Land van Waas

In de Atlas Maior van 1665 van Joan Blaeu staat bij de Kaart van het Land van Waas (nr. 45) volgende tekst:

‘ De Vorsten van Vlaenderen hebben dit landt met veel privilegien versiert; en na dat het lange tijdt naer onsekere wetten, en naer het believen van des elfs gebieders bestiert was, soo hebben Thomas van Savoyen en Joanna van Constantinopelen, Graef en Gravin van Vlaenderen, in ‘t jaer 1241, seker voorschrift van wetten voorgeschreven, die voor eeuwigh onderhouden souden worden, ‘t welck in ‘t Latijnsch geschrift Chore, en in ‘t Nederlantsch de Keure van Waes wort genoemt. Hier in wierd voor Opper-Overigheyt van dit lantschap gestelt een Opper-Schout en seven Schepenen, de welcke daer in den voornemsten worden genoemt, en die, eens verkosen sijnde, hun geheel leven lang dit ampt behouden, tot de welcken de mindere Overigheden, oft Onder-Schepenen der Parochyen in twijffelachtige geschillen, en in andere politijke saken, sich keeren en van de welcken men oock tot de voorname Schepenen appelleert. ’
De legende van de kaart vermeldt als opperschout: Maxaemilliano vander Gracht en als schepenen: Georgio de Bracle, heer van Willecomme, Varebeke etc ..., Iacobo vander Elst, Carolo de Hartoghe, heer van Padeschot etc …, Frederico van Nieuweland, heer van Walle, Aegidio Dansaert, Philippo Lamorael en Iohanni Doisterlinck.

De originele versie is opgesteld in het Latijn. Een afschrift hiervan in het Nederlands, mogelijk uit de tweede helft van de veertiende eeuw, ligt samen met een 90-tal andere opmerkelijke archiefstukken in het kasteel Cortewalle in Beveren. Onder de naam ‘ Waasland in stukken ’ loopt deze tentoonstelling nog tot 25 oktober.

Hoe vind je dit bericht? 52 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:52 Reageer op dit bericht

Van CEULEN in Haasdonk en Temse

De familienaam van CEULEN is een herkomstnaam. Iemand afkomstig van de stad Keulen. Komt in ‘t Waasland voor als van Ceulen, van Keulen, van Coelene, van Colene, van Cuelen, van Cuelene. In mijn kwartierstaat duikt de naam voor het eerst op in kwartier 107. Amelberga van Ceulen die trouwt met Dominicus Windey.




106. Dominicus WINDEY fs Adriaen en Joanna Catharina THOMAES
        Tielrode 17.08.1765 - Bazel 24.06.1827
107. Amelberga van CEULEN fa Jan Francies en Maria Isabella VIEL
        Haasdonk 29.03.1766 - Bazel 14.03.1808

214 en 215. Jan Francies van CEULEN fs Thomas en Elisabeth VARENBERGH, geb. Haasdonk 07.10.1721 en overl. Kruibeke 19.10.1798. Huwde 1° Elisabeth de LOOSE fa Michiels (testament dd. 06.07.1750) 2° Kruibeke 09.09.1759 Maria Isabella VIEL fa Jan en Maria MOORTHAEMER, geb. Kruibeke 06.01.1741 en overl. Haasdonk 15.06.1786.
Pieter van Geem fs Adriaens verkoopt op 02.12.1752 voor 200 pond courant geld aan Jan van Ceulen fs Thomas eene behuysde hofste, gelegen binnen Haasdonk van audts genaemt den Keyser, palende o. de wezen Judocus Gillis Jan Hertsens en Jan Baptista Busschaert, z. de calsije, w. Pieter van Goeije, Pieter Lijssens causa uxoris, wed. en erven Jan van Goeije en Jacobus van Esbroeck, en n. het keure lant. Met als servitude dat de gone wonende in de hofsteden als nu compiterende aen dhoirs van judocus gillis ende joannes aertssens hun waeter mogen haelen in den steenput staende op dese vercochte hofstede (1).
Jan van Ceulen fs Thomaes en consoorten (Pieter Dominicus Vermeulen, Philippus Vercauteren, Anna Marie Vermeulen, Joos de Coninck en Jacobus Ferdiandus Samans) verkopen op 04.02.1769 vorige hofstede voor 1.850 gulden:

… eene behuysde hofstede ende gront, ca. 140 roeden, gelegen binnen het dorp van Haasdonk o. Jan Baptiste Busschaert en Pieter van Cauter z. de calsije w. Pieter van Goeije, de wed. en hoors Jan van Goeije en Jacobus van Esbroeck … (2).
Kinderen uit tweede echt geboren te Haasdonk:

1. Maria Elisabeth, geb. 22.06.1760 en 23ste ged. (ss: Joannes Viel en Elisabeth van Ceulen). Overl. nà 19.10.1792.
2. Joanna Catharina, geb. 05.04.1762 en overl. Sint-Niklaas 08.11.1841. Huwde Temse 03.11.1780 Petrus Augustinus van SCHOOREN (Temse 11.11.1742 - Bazel 15.02.1823) fs Egidius en Joanna de Smet.
3. Dorothea, geb.en ged. 07.06.1764 (ss: Jan Baptiste Busschaert en Anna Catharina van Ceulen). Huwde Temse 16.04.1793 met Franciscus Josephus FLIX (Temse 07.07.1743 - Temse 09.08.1804) beenhouwer wonende te Temse Hoogpoort.
4. Amelberga, geb. 29.03.1766 en 30ste ged. (ss: Ludovicus Behiels en Dorothea van Ceulen). Overl. Bazel 14.03.1808. Huwde Temse 04.08.1789 (tt: Petrus de Bruyne en Dorothea van Ceulen) Dominicus WINDEY (Tielrode 17.08.1765 - Bazel 24.06.1827) fs Adriaen en Joanna Catharina Thomaes (nrs. 106 en 107).
5. Jan Theodorus, geb. 14.08.1769 (ss: Jan Baptist Lauwers en Dorothea Jacoba de Schepper).
6. Dominicus Jan, geb. 05.12.1771 en 06de ged. (ss: Pieter Jan Busschaert en Maria Elisabeth Viel).
7. Maria Theresia. Ook Anna Theresia genoemd? Geb. 19.03.1775 en 20ste ged. (ss: Jacobus Busschaert en Maria Elisabeth van Ceulen).Overl. Bazel 10.09.1832. Heeft een onwettige dochter die ook een onwettige dochter heeft.


428 en 429. Thomas van CEULEN fs Pieter en Margaretha HEMELER, geb. Temse 12.02.1685 en overl. Haasdonk 16.07.1759. Huwde Haasdonk 11.07.1714 Elisabeth VARENBERCH fa Jan en Joanna MEERT, geb. Haasdonk 19.09.1689 en overl. Haasdonk 22.10.1747.
In 1749 had Thomas van Ceulen fs Pieter, winkelier te Haasdonk, een biecodt

… 25 biecleeren, crapproen en bie aecken … Na overlijden van Elisabeth Varenberch werd op 16.01.1751 volgende inventaris gemaakt van de inboedel van de winkel: … hauten lepels, snijfcarotten (3), het catthoen met den toeback, bessemen, lint ende garen met de spellen ende nestelinghen, teebackxkens met eenige doosen, smautpodt met alle de blicke maeten, smautmaeten, smautkanne en vaetjen, azijn op het vadt, de aerde boterpotten en teelen, boter met eenigh aerdeweck, keirssen, drooghe heijringen, cruijnoten of notemuscaden, nagelpoeder, pijpen en toeback, tee met de bus, suijcker ende suijckerpotten, den toogh met de garderope, den back met het boecqueijemeel , de teijne maeten, het aerdewerck in den winckel.. en in de garderope, eene leere, 2 vetreepen, potetten, roomsche boonen … (4) Dezelfe dag geeft Thomas van Ceulen zijn winkel over aan zijn schoonzoon Jan Francies Weijn samen met meubilair, kleren enz… Waartoe zijn schoonzoon zich verbindt hem levenslang te onderhouden en hem waardig te laten begraven. Zijn weeskinderen in zijn woning te onderhouden mits deze 2 stuivers per dag betalen. Verder bedingt Thomas dart hij in sijne profijte sal moghen maecken ende vercoopen alle sorten van biecorven (5). In zijn testament van 02.04.1757 drukt Thomas de wens uit om begraven te worden met den dienst van half kerckelijck met het waschlicht ordinair, en aen den Armen van haesdonck uijtdeelen 14 sacken cooren (6). Hun kinderen geb. te Haasdonk:

1. Joanna Catharina, geb. 09.04.1715 (ss: Pieter van Ceulen en Joanna Mert). Overl. Haasdonk 30.06.1715. Huwde Jan Francies WEIJN.
2. Joanna Maria, geb. 01.08.1716 (ss: Jan Brouckart en Joanna Servaes). Overl. Haasdonk 30.12.1747.
3. Elisabeth, geb. 12.10.1718 (ss: Pieter Varenbergh en Elisabeth Eeckelaer). Overl. na 23.06.1760.
4. Veronica, geb. 12.10.1718. Overl. voor 16.11.1735 ?
5. Jan Francies, geb. 07.10.1721 en 08ste ged.(ss: Jan Minnebo en Anna Vaerenbergh). Overl. Kruibeke 19.10.1798. Huwde 1° Elisabeth de LOOSSE fa Michiels (testament dd 06.07.1750); 2° Kruibeke 09.09.1759 (tt: Franciscus de Schepper en Antonius de Poen) met Maria Isabella VIEL, geb. Kruibeke 06.01.1741 en overl. Haasdonk 15.06.1786, fa Jan en Maria Moorthaemer (nrs. 214 en 215).
6. ? Anna Maria, geb. 18.11.1723.
7. Pieter, geb. en ged. 12.11.1726 (Pieter en Josyne van Ceulen). Overl. Haasdonk 02.06.1740. Er begr. 03de.
8. Maria Theresia, geb. 10.02.1730 (ss: Pieter Adriaenssens en Joanna Maria van Ceulen).
9. Dorothea, geb. 10.02.1730 (ss: Jan Baptist Bussart en Maria Catharina Durinck). Overl. nà 18.07.1791.
10. Agatha, geb. en ged. 05.02.1733 (ss: Jan Baptist Bosschaert en Catharina van den Berge).
11. Veronica, geb. 16.11.1735 (Pieter Vaerenbergh en Anna Maria de Maere). Overl. Haasdonk 19.10.1759.


856 en 857. Pieter van CEULEN fs Pieter en Tanneke BRIJS, geb. Temse 03.12.1640 -en overl. Temse 30.05.1714. Huwde 1° Bazel 03.09.1679 Marguareta HEMELEIR fa Jan en Joanna DURINCK, geb. Temse 10.12.1654 en overl. Temse 02.10.1709 (Hoofdcijns Nieuwkerken, Sint-Pieters-Gent, § 1); 2° Haasdonk 23.05.1710 Joanna SERVAES fa Maximiliaen en Margeretha Cappe.
Pieter van Ceulen stierf ingevolge verdrinking ?
Kinderen geb. te Temse in gezin van Ceulen - Hemeleir:

1. Jan, geb. 13.06.1681 (ss: Jan Meersman en Beatrix Wilandt). Overl. Temse 17.01.1682.
2. Josijne, geb. 23.11.1682 (ss: Joos van Migem en Barbara Staes). Overl. Temse 04.10.1732. Huwde 1° te Temse 28.01.1706 Jan BROUKAERT 2° te Temse 29.01.1732 Daniel CAMERIE. Vermeld in hoofdcijns.
3. Thomas, geb. 12.02.1685 (ss: Thomas van de Velde en Joanna Durinck). Overl. Haasdonk 16.07.1759. Huwde Haasdonk 11.07.1714 (tt: Pieter van Ceulen en Cornelis Batens) Elisabeth VARENBERCH (Haasdonk 19.09.1689 - Haasdonk 22.10.1747) fa Jan en Joanne Meert (nrs. 428 en 429). Vermeld in hoofdcijns.
4. Michiel, geb. 24.05.1687 (ss: Michael Varendonck en Elisabeth van der Borght).
5. Cornelius, geb. 13.01.1690 (ss: Cornelius Baetens en Elisabeth van Geertsoem).Overl. Temse 15.01.1690, 2 dagen oud.
6. Petrus, geb. 05.07.1691 (ss: Petrus Troubleyn en Maria Hemelers). Overl. Temse 12.11.1726.
7. Jan, geb. 05.02.1695 (ss: Joannes Suy en Maria Matthijs). Overl. in 1776 ? Vermeld in hoofdcijns.
8. Lijsbette, geb. 28.08.1697 (ss: Nicolaus Buytaert en Elisabeth van Ceulen). Vermeld in hoofdcijns.


1712 en 1713. Pieter van CEULEN geb. ca 1595? overl. Temse 16.02.1670. Huwde Tanneke BRIJS fa Jan fs Gillis fs Jan en Digna SMET (in de hoofdcijns Nieuwkerken, St. Gertrudis & Waltrudis Bergen, § 2). Tanneke of Anna Brijs werd geb. Temse 01.02.1597 en er overl. 01.01.1668.
Op 03.03.1626 in Temse: over Lijsbette de Beudele geh. Jan Leyns land de Quaden Plasch 266 r nr. 1354 fig. kaart. In 1625: hofstede w. Veldstraat 86 roeden figuratieve kaart nr. 1352 (7). De hofstede stond dus in de Veldstraat in het zuidelijk deel van de XXste wijk voor Drij Coninghen. Tanneke Brijs werkzaam als naaister ? Hun kinderen geboren te Temse:

1. Elisabeth, 16.02.1621 (ss: Fransois Brijs Jans en Beth Smet). Huwde te Temse 29.04.1668 Olivier van WOUWE (1636 - 1704) fs Adrianus en Maria Spildoren, waarvan Barbara van Wouwe (geb. Temse 05.03.1671). Vermeld in hoofdcijns.
2. Joanna, 30.03.1622 (ss: Pieter Huyck en Amelberga Verstraten). Niet in cijns, wel een Jan ???
3. Pirine, 04.03.1625 (ss: Cornelis Verhulst en Pierijn van Bunderen). Overl. Temse 04.06.1693. Huwde te Temse 03.07.1655 Jan de MUNCK, waarvan Jaques, Jan en Anna de Munck. Vermeld in hoofdcijns.
4. Nicolas, 12.12.1627 (ss: Niclaes Buytaert en Tanneke sBocx). Ook Michaël genoemd ? Overl. Haasdonk 22.05.1706 (ca 79 j.). Trouwde 1° te Temse 15.02.1653 Katelijne VERSTRAETEN (Temse 02.06.1630 - Temse 25.01.1662) fa Pieter en Maria Boitas 2° Sint-Niklaas 30.04.1662 Catharina d

’HOOGHE, geb. caa 1637). Nicolas vermeld in hoofdcijns.
     Kinderen uit eerste bed geb. te Temse:
     1. Petrus, geb. 29.05.1654.
     2. Fransoijs, geb. 29.10.1656.
     3. Gillis, geb. 29.02.1660.
     4. Anna, geb. 09.05.1655.
     Kinderen uit 2de bed :
     5. Maria, geb. Temse 09.02.1663. Huwde Jan de DIJCKER.
     6. Joos, geb. Temse 25.01.1665.
     7. Andries, geb. Temse 30.10.1666. Overl. Temse 18.09.1669.
     8. Elisabeth, geb. Temse 20.01.1669. Geh. met Petrus van MEERVENNE.
     9. Jacoba, geb. Temse 30.12.1670. Geh. met Egidius van LOMBERGEN. 
     10. Anna, geb. Temse 25.04.1674. Overl. Temse 09.11.1747. Geh. met Jan STAES.
     11. Jan, geb. Bazel 05.06.1676.
5. Tanneken, 20.01.1630 (ss: Abraham Auman en Elisabeth Wauman).
6. Adriaen, 22.12.1632 (ss: Adrianus van Ceulen en Laurentia Keppens). Overl. Temse 14.07.1674. Vermeld in hoofdcijns. Huwde Temse 29.04.1670 Maria van GEYT.
7. Amelberga, 23.12.1632 (ss: Gillis Pilaet en Judoca Brijs). Ongehuwd overleden Temse 30.09.1676. Vermeld in hoofdcijns.
8. Katelijne, 10.12.1635 (ss: Judocus Palaet en Catharina Brijs). Overl.Temse 03.05.1678. Vermeld in hoofdcijns. Huwde Temse 03.11.1668 Pieter van WOUWE fs Adriaen en Amelberga van MIGHEM, waarvan Anna, Amelberga en Josijne van Wouwe.
9. Pieter, 03.12.1640 (ss: Jan Staut en Catharina Verstraten). Overl. (verdronken?) Temse 30.05.1714 (74 j.). Vermeld in hoofdcijns. Huwde Bazel 03.09.1679 (tt: Petrus en Joannes van Ceulen) Marguareta HEMELEIR (Temse 10.12.1654 - Temse 02.10.1709) fa Jan en Joanna Durinck (nrs. 856 en 857).

Noten: (1) RABev, GOA Hdk. nr. 651, f° 88f t.m. 89r. (2) RABev, GOA Haasdonk nr. 652, f°49r t.m. 51v dd. 04.02.1769. (3) snijfcarotten: een snuifkarot is een spilvormige rol gesponnen tabak waarvan men na raspen snuiftabak verkrijgt. (4) RABev, GOA Hdk. nr. 602, p. 111 r e.v... (5) id. nr. 602, p. 140 v. e.v. (6) id. (7) Jeroom Smet, op.cit. p.442.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Waarom trokken eertijds Limburgers naar Waasland ?

“

De meeste Limburgers zullen het niet weten, maar Leo Tindemans - voormalig premier van twee regeringen in ons land - heeft Limburgs bloed in zijn aderen. Betovergrootvader Cornelis Tindemans is afkomstig uit Nederweert. In de laatste jaren van de 18de eeuw vestigde hij zich in het Land van Waas, te Kruibeke, als schaapherder. In 1791 trouwde hij een meisje uit de streek, Maria Catharina van Esbeke. Opa Tindemans was slechts één van de vele Limburgers die zich in die tijd vestigde in het Waasland.”

“ (…) Onderzoekers ( J. De Wael, M. Dewulf en R. Van Gerven) stelden vast dat minstens een dertigtal geslachten uit het Waasland een Limburgse stamvader hebben, die zich omstreeks de eeuwwisseling van 18de en 19de eeuw vestigden als schaapherders in het Land van Waas.

De meeste van deze Limburgers kwamen uit Weert en Nederweert. Anderen kwamen uit Heel, Heythuysen, Roggel, Hunsel, Grathem: allemaal dorpen in het huidige Nederlands-Limburg. Er kwam er echter ook een uit Lommel en een uit Kuringen.
Zeker uit Limburg afkomstig zijn Waaslanders met namen zoals Alofs, Berken, Bloemen, Cleiren, Faems,

‘s Heeren, Hoens, Koppen, Knapen, Lambers, Leten, Van Lierop, Matthijnssens, Niessen, Opgenhaffen, Puynen, Saelemans, Schaepherder, Sonnemans, Truyens, Stevens, Stultjens, Sybers, Thyssens, Soers, Thyssen-Feyen, Thyssen-Van Vlierberghe, Tilman, Verheggen, Verkoelen, Vogels, Vossen en Vleeshouwer. En er zijn er waarschijnlijk nog meer.
De Limburgse immigranten vestigden zich waarschijnlijk als herders op een of andere hofstede in het Land van Waas (en ook te Lebbeke) en niet weinigen trouwden met een dochter uit het gezin waarin zij terechtkwamen. (
…) Een aantal families zijn tot nu toe in de volksmond “herder” blijven heten, zoals o.a. de familie van gemeentesekretaris Vleeschouwer te Kallo.

Waarom deze herders uit hun dorpen wegtrokken naar het Land van Waas is nog niet duidelijk. Wie nam het initiatief ? Wie was hun contactman ?
In een geschiedenis van het Land van Weert (door Mertens en Henkens) uit 1956 staan wel gegevens over het economisch verval in die streek na de 80-jarige oorlog, maar geen woord over de uitwijkende schaapherders op het einde van de 18de eeuw.Een veronderstelling is dat er verband zou bestaan met een bebossing van Noord-Limburg in die periode, waardoor de oppervlakte beschikbaar voor weidegronden ineens gevoelig kleiner werd. Maar die bebossing vond pas goed plaats in de 19de eeuw, dus na het vertrek van de herders
… ”

Paul Van Osselaer uit Leuven, maar afkomstig uit het Waasland, schrijft in De Standaard dat men rond het einde van de 18de eeuw de Limburgse heide intensiever begon te gebruiken. Maar de Kempen bleven toch belangrijk voor de schapenteelt. Vanaf 1750 verlieten veel mensen de streek - maar slechts weinig schaapherders vertrokken.

Zelf vond ik in een parochieregister van Sint-Lievens-Houtem volgende akte: Op den 14 july1795 is alhier op eene vreedaerdigste maniere vermoord gevonden ontrend dry uren smorgens sekeren perzoon die door twee geloofweerdige perzoonen gezegd ware volgens de Rooms-catholyke religie godvruchtiglyk geleeft te hebben ende gebortig was van weerd boven de kempen ende als schaepdraeger laest gewoond soude hebben tot calken boven wetteren. Synen naemen, ouderdom  (

…) sal ick hier plaetse geven soo my die bekent sullen wesen.

Bronnen: Krantenknipsel van 1975 uit De Standaard; Beknopt Verslag in De Standaard dd 27.12.1975, p.6; Rijksarchief Ronse, parochieregisters Sint-Lievens-Houtem, deel 5, p.151. 
Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 17:07 10 reacties Reageer op dit bericht

Rupelmonde vroeger

Rupelmonde was al vermaard in de middeleeuwen. De stad telde toen 900 huizen en was omringd door muren met vier poorten: de Water- of Veerpoort, de Gentse of Wase poort, de Antwerpse poort en de Koepoort. Naamsverklaring lijkt hier overbodig, maar als oude schrijfwijzen vonden we Ruppelmonde (1200), Riplemonde en Ripplemonde (1334), Rupplemonde (1327). Nog later Repelmonde, Rypelmonde en Rupermonde

…

O.m. volgende wijken: Stadswijk, Schaudriesch, Kouter, Schietakker, Klikwijk, Kasteelwijk en

‘s Gravenbroek. Waterlopen: het Molenwater, de Twissel, de Scheidbeek, de waterlopen van Schaudriesch en Schietakker, de afloop naar het Molenwater.

Volgens een oud landboek besloeg Rupelmonde een oppervlakte van 328 gemeten 175 roeden, verdeeld in kwartieren: Poortgoed, Platte Put, de Clicke, de Kouter, Quaet Kerckhof, Schietackers,

‘s Gravenbroeck. Oude plaatsnamen in 1410: Coortteland, Broucstrate, Gasthuisgoet, Molenstraetkin, Nederstrate, Ouden Polder en Peperstraetkin. In 1530: Baerselstraete, Broeck- of Verckenstrate, Casteel- of Steenstrate, Kerckhofstate, Oeverstrate en Schietackers.

In 1583 stonden er 130 huizen waaronder een huys met brouwery, gehnaempt de Swaene, de Roose, den Oyevaer, Rapenberch, het Peerdt, de Vetterye, den Grooten Mortier, de Bargie, den Inghele, de Drye Coninghen, St. Joris, het Quaet Kerckhof, den Gulden Leeuw… Er stond toen ook een mouterij en een rosmeulen. In 1652 bleven er nog 99 huizen over: o.m. de Genoffelblomme (op de markt), het Rhetorica in de Bazelstraat, den Arend, den Bonten Osse, de Mouterye, de Galleye, de Dry Snoucken, den Wermen Eert en het Tolhuys. En het Pronckhuis ook als Reuzenhuis gekend, alwaer den reus, kemel, ros Beyaert, draeck, Neptunuswaeghen ende andere schoone stucken, dienende tot den ommeganck, in bewaert wirden … Haardtellingen geven 1.627 inwoners in 1774, 1.952 in 1794, 2.475 in 1824 en al 3.188 in 1878.

De monding van de Rupel was vroeger groter en breder en vormde een meer tussen Eikevliet, Nattenhaasdonk, Rupelmonde en Brabant. In 1302 had daar zelfs een zeegevecht plaats tussen hertog Jan van Brabant en de stad Mechelen.
Voor de 13de eeuw was er reeds bedijking. In 1715 een dijkbreuk. Margaretha van Constantinopel verleende in 1271 Rupelmonde het voorrecht om tol te heffen op de Rupel en de Schelde. De Rupelmondse schippers mochten de Schelde vrij op- en afvaren. In het tolbureel het Wiel werden de schepen richting Brabant op gehouden. Tijdens de jaren 1810-1813 overwinterde de Franse oorlogsvloot in de Schelde voor Rupelmonde.

Begin 16de eeuw waren er al steenbakkerijen en stonden er 2 windmolens. Rond 1510 een watermolen die in 1567 afbrandde. Gelet op de geringe oppervlakte van Rupelmonde kende de stad maar weinig landbouw. Zo beloopt de generale ontblooting van den oogst in 1586 maar 108 gemeten.
In 1825 raamt men de landbouwopbrengst op ca 95 mudden tarwe, 250 mudden rogge, 425 mudden haver, 2.200 mudden aardappelen … en kleine hoeveelheden gerst, boekweit en vlas. Dezelfde telling maakt gewag van 30 à 35 akkerbouwpaarden, 145 hoornbeesten en 20 varkens.

In 1740 konden de Rupelmondenaars hun dorst lessen in herbergen als de Roos, de Croon, ‘t Wapen van Rupelmonde, den Grooten Turcq, Parijs, den Anker, ‘t Stadhuys, den Walvisch, den Engel, Sint-Joris, den Spierinck, de Bijle, Amsterdam, den Cruysboghe. Nog later ‘t Wapen van Temsche, den Dobbelen Arend, de Clocke, ‘t Prinsenhof, ‘t Poortgoed, ‘t Moleken, den Rooden Leeuw (1765), Oost-Indiën (1770), ‘t Keysershof. In 1779 waren er niet minder dan 12 brandewijnhuizen. Naast twee soorten inlands bier schonken de herbergiers ook Oostenrijks, Engels en Hamburgs bier. Er waren “zware” en “kleine” wijnen te verkrijgen . Onder de zware wijnen: bastaerdt of besneden wijn, Romenia-wijn en Rijnse wijn. Petauwe (Pitau), Hongaerde of Hongaarse wijn waren kleine wijnen.

Als nijverheid rond 1879 te vermelden: 8 steenbakkerijen, 2 zoutketen, 2 touwslagerijen, 2 scheepstimmerwerven, een watermolen, een graan-stoommolen, diverse leertouwerijen, mandenmakerijen, klompenmakerijen. Belangrijk waren de zoutziederijen vermits er in 1865 niet minder dan 5.562.850 kg zout in magazijnen lag opgeslagen. Uiteraard waren er markten: een Donderdagse weekmarkt en 2 jaarmarkten, één op O.L.Vrouw-Hemelvaart en één op Sint-Denijs (oktober ?). Er werden twee jaarlijkse kermissen gehouden. Grote Kermis in oktober op zondag na Sint-Denijs en Kleine Kermis op de 1ste Zondag van juli.

Robrecht de Fries (1071 -1093) ofwel Filips van den Elzas verleende Rupelmonde een Keure. In een akte van 1274 getuigt de abt van Sint-Bernaards dat de poorters dezer stad van toen af gans Vlaenderen door tolvrij waren. In 1445 vormden de 68 artikelen van de keure het straf- en burgerlijk wetboek van Rupelmonde. In die tekst, in feite een getrouwe schets van middeleeuwse zeden en gebruiken, leest men o.m. dat wie minder dan 5 schellingen stal in aanmerking kwam voor brandmerking en verbanning. Voorlopige hechtenis mocht de 6 weken niet overtreffen. De woonstede was in zekere zin onschendbaar. Geen onderscheid werd gemaakt tussen wettige en onwettige kinderen langs moederszijde. Wie gedurende jaar en dag in Rupelmonde verbleef werd als poorter beschouwd. Poorterskinderen kregen het poorterschap na er één nacht te hebben doorgebracht. Poorters van Rupelmonde, onaangezien de plaats waar zij kwamen te sterven, waren vrijgesteld van betaling van het beste hoofd en beste cateyl. Dat ook de macht van de kerk in de keure lag verankerd blijkt uit volgend feit: “Een dronkaard, die te Sinksen op de Markt verergenis had gegeven, i.p.v. de dienst Gods in de kerk bij te wonen (…) werd veroordeeld tot een boete van 6 pond parisis”.

Het Gravenkasteel zou volgens sommigen van Romeinse oorsprong zijn. In de 11de eeuw werd het door Noormannen verwoest. In de 13de eeuw door Margaretha van Constantinopel herbouwd. Onder de kasteleins die er verantwoordelijk voor droegen: Jan de Verdière (1326), Mathias van Lorreinen (1327) Walter van de Voorde, Thomas Blanckaert (1412), Jan van Immerzele (1499), Boudewijn Lampaert (1499), Servaas van Steelant (1609). Het kasteel met zeventien torens deed dienst als staatsgevangenis en archief. O.m. werden er de charters der graven van Vlaanderen bewaard. In 1583 werd het slot door Marnix van Sint Aldegonde gedeeltelijk verwoest. In 1817 werd met de stenen uit de ruïne de Graventoren opgetrokken.

Wat namen van Rupelmondse baljuws: Zeger Laferne (1331), Hendrik Nachtegale (1410), Cornelis Rooman (1480), Jan van Steelant (1588), Hendrik Boots (1634), Jan de Smet (1712) en Pieter Lyssens (1779). Burgemeesters: Hendrik Boots (1620), Hendrik Martens (1646), Joost Verstraeten (1669), Michiel Smet (1683), Gillis de Lamper (1736), Jan Claus (1766),Jacob Rottier (1781)…

In 1305 verwoestten legerbenden van Willem van Holland de stad en in 1314 soldaten van de Franse koning. Op 13 juni 1452 vond er een veldslag plaats op de grens van Bazel en Rupelmonde tussen Filips de Goede en de Gentenaars onder Wouter Leenknecht. Lijken van Vlamingen, Bourgondiërs, Brabanders en Picardiërs werden begraven in den Wijnakker, later Martelaarsput en nog later Markelaar genoemd. In 1678 wordt Rupelmonde geplunderd door 6.000 Franse ruiters onder markies d

’Humières.

Al in de 8ste eeuw zou er in Rupelmonde een kerk hebben gestaan. Onze lieve Vrouwe Kercke van den Noot Gods of kortweg Onze-Lieve-Vrouwekerk. Het bedehuis zou nog vaak beschadigd of verwoest worden. Zo werd het rond 1200 nog vernieuwd. De toren op Sinte Laurens avont 1603, corts naer neghen ueren in den subiten ongheweerte ende donderslagh seer schadelijck ghebrocken, werd door timmerman Rombout van de Sande hersteld. In 17de en 18de eeuw herbouwd in laat-barokstijl onder leiding van een Brussels architect en met stenen van het kasteel. In de kerk vind je o.m. een

“Kruisverheffing” naar A. Van Dijck en een “Kruisafneming” naar P.P. Rubens.

Verschillende weldoeners zorgden voor stichtingen, schenkingen en diverse jaarlijkse missen. Zo in 1411 Joost van den Perre en zijn echtgenote Dierwijf, bijgenaamd Radewaerts. Andere weldoeners waren Jan van den Perre, Catharina van der Heyden (1413), Pieter Coppens en Hendrik van den Berghe (16de eeuw), Barbara Pauwels, Jan Neelsons, Philip van Dael,Joost Bral, enz

…
In de parochie ontstonden ook twee bloeiende broederschappen, de ene toegewijd aan O.L.Vrouw en de andere aan de H. Nicolaas (al in 1470).
Enkele Rupelmondse pastoors: Jan Verrebrouck (1376), Jan Cruyt (1438), Gillis Wouters (1502), Laurens de Haene (1614), Domien de Maeyere (16??) en Jacob de Swerte (1753).
Van oudsher stond er in Rupelmonde een gasthuis, nl. het Gasthuis van Sint Jan-Baptist. Oorspronkelijk bood het onderdak aan doortrekkende pelgrims. Later het Godshuis der Zwarte Zusters.

De stad kende ook een bloeiend gildeleven. Al in de 15de eeuw is er sprake van een rederijkerskamer. In 1509 voerden de rederijkers De Verrijssenesse ons Heeren op. Ten ondergegaan tijdens de godsdiensttroebelen werd de oude rederijkerskamer opgevolgd door De Genoffelbloem. In de 16de eeuw was er een vereniging van zwaardrijders. Gelijkaardige groepen uit Beveren, Haasdonk en Kruibeke die met houten messen ruyden, kwamen in 1510 op vastenavond naar Rupelmonde.Ook een rekening van 1517 vermeldt zweertroeyers.
Binnen de stadsmuren oefenden twee schuttersverenigingen. De Schutters van Sint-Joris, een gilde van voetboogschutters, bestond al in de eerste helft van de 15de eeuw. Aan het landjuweel van 1440 in Gent namen 10 Rupelmondse schutters deel. Handboogschutters konden terecht bij de Sint-Sebastiaansgilde, vermeld in oorkonden uit de 16de en 17de eeuw.
Zoals andere Wase gemeenten kende Rupelmonde ook diverse muziekverenigingen. Harmonies waren de Harmonie (1809) en Mercator (1850). Voor symfonische muziek en koorzang zorgde van 1847 tot 1855 de vereniging Rupel.

Twee verdienstelijke Rupelmondenaars waren Mercator en Augustijn-Leonard Goetgebuer. Mercator, beter gekend als Geeraard de Cremer, zag op 5 maart 1512 in Rupelmonde het levenslicht als zoon van een bescheiden schoenmaker. Na de dorpsschool ging hij naar een college in Bergen-op-Zoom. Later trok hij als behoeftige student naar de universiteit van Leuven.

Augustijn-Leonard Goetgebuer was kunstschilder, geboren in 1804 te Rupelmonde en overleden in 1876 te Antwerpen, waar hij o.m. ook tekenlessen gaf.


Bron  de Potter en J. Broeckaert, Geschiedenis van de gemeenten der ProvincieOost-Vlaanderen - Arrondissement Sint-Niklaas, Deel IIIGent 1878.
Hoe vind je dit bericht? 24 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:33 Reageer op dit bericht

LIJSSENS (Bazel) in mijn kwartierstaat

Volgens A. Maris (9) is LIJSSENS een oud geslacht, waarvan de bakermat in Haasdonk dient gezocht. De waam, een matroniem, is afgeleid van de meisjesnaam Adelheid. Het germaanse athala haidus betekent

“adel en waardigheid”. Van de romaanse vorm Adelice komt Alice, Adelice en Adelijse. Een Lijssens is een afstammeling van een verre vrouw Adelijse. O.m. geschreven als Adelijsensoens, Allijcenssone, Adelisensoons, Alleyssens, Alllisensone, Leyssens, Liessens, Lijssens, Lijsesone, enz …
In dit blog enkele generaties Lijssens uit m’n kwartierstaat. Via kwartier 29 klim ik naar volgende kwartieren (10) :

58. ROOMAN Joannes
Bazel 29.09.1745 - Bazel 11.12.1832
59. LIJSSENS Josijne Joanna
Bazel 01.09.1757 - Bazel 27.06.1838


118 en 119. Joos LIJSSENS fs Jan en Anna Marie van PUYVELDE. Geb. Bazel 04.09.1715 en er overl. 16.10.1772 (6 lect.). Huwde 1° te Bazel 02.02.1734 Joanna Maria ANDILLIS fa Petrus, overl. Bazel 04.11.1752; 2° te Bazel 25.11.1753 Joanna Maria BRIJS fa Gillis en Dominica Rosa BATENS (Haasdonk 23.03.1731 - begr. Bazel 13.05.1795 (6 lect.)).
In 1773 was marie brijs fa gillis houder gebleven ten sterfhuize joos lijssens met gillis lijssens ende marcus brijs als voogden. Joos en Joana Maria waren eigenaar van een behuysde hofstede, groot 150 roeden gelegen te Bazel in den dierixdam wijck, palende o. de erven Jan de Rijcke w. de wezen Jan van Roijen z. s’heerenstraete en n. Judocus Carreer. Een derde van dit eigendom kwam van vader, de overige 2/3de had het paar op 12.12.1758 gekocht bij uijt groetinghe van Anna Catharina en Gillis Lijssens, broers van Joos. Het goed was bezet met een rente van 300 gulden à 3,25 pct. ten voordele van pieter judocus claus causa uxoris. Onder het actief ook 208 gulden ingevolge verkoop van hun derde paart van drie stukken land: den hofstede acker, den potaert acker en den vaerenbergh, alles gelegen in de auden meulenbergh wijck.
Naast deze 3 akkers bewerkte Joos nog den baerde inden beeckwijck, den bilioen acker, den Perradijs acker, den schijven acker, den Ekelacker, den poteërt acker, het Rent gemeth, de bijle, den baenacker en den perreman. Waarvoor pacht verschuldigd aan Pieter Judocus Claus, Joannes Ferdinandus de Volder, Elisabeth Hellegheer, Douarière Barones de Waudripont, N.N. van Esbeke, de weduwe Gillis Brijs (zijn schoonmoeder ?), G. Broeckaert enGillis Eeckelaert. Zijn 2 paarden met de harnassieren werden geschat op 109 gulden, 3 koeien met een kalf op 126 gulden. De wagen met stortkarren, eg, slee en ploeg geschat op 42 gulden.
Het ouderlijk bed met de literie geraamd op 14 gulden en 5 caffen bedden op 12 gulden. Er stonden ook 4 spinnewielen. Joos werkte met 2 knechten: Jan Cuijpers en Pieter Vercauteren. Behalve de klassieke schulden stond het gezin nog voor 16 gulden 12 stuiver in ‘t krijt bij de chirurgijn Speliers. Een vierde der begrafeniskosten ging naar tractement vande vrienden ende gebueren (1).
Joanna Maria hertrouwde in 1773 met Pieter de GENT. Huwelijk dat kinderloos bleef ? (2).
Uit de suppliek van 22.05.1784 blijkt dat de voormelde hofstede schuere en stallagie in 1781 door de weduwe werd gekocht en, hoewel de geseijde hofstede t’sedert deze verkoop merckelyck verslecht is, in 1784 aan haeren schoonsone Joannes Rooman en des selfs huijsvrouw Judoca joanna Lijssens haere dochter werd overgedragen (3).

Kinderen geboren te Bazel uit het echtpaar Lijssens-Brijs:

1. Marie Francisca, geb. en ged. 01.09.1754 (ss: Gillis Brijs en Anna Maria van Puijvelde). ! 1789.
2. Brigitta, geb. en ged. 22.12.1755 (ss: Joannes de Ryck en Rosa Baetens).! 1796.
3. Josijne Joanna, geb. 01.09.1757 (ss: Marcus Brijs en Judoca Colaes). Overl. Bazel 28.06.1838. Huwde te Bazel 08.01.1782 (tt: Petrus Judocus Rooman en Maria Francisca Lijssens) Jan ROOMAN fs Antoon en Josijne Burssens (nrs. 58 en 59).
4. Maria Anna, geb. 29.06.1759 en 30ste ged. (ss: Gillis Lijssens en Maria Anna Brijs). Jong gestorven.
5. Judocus, geb. 29.06.1759 en 30ste ged. (ss: Aegidius Lijssens en Maria Anna Brijs). Jong gestorven.
6. Anna Catharina, geb. en ged. 24.10.1761 (ss: Petrus Joannes Vancauteren en Anna Catharina Brijs). Overl. Haasdonk 23.05.1822. Huwde te Haasdonk 09.05.1786 (tt: Joanna Verhulst en Maria Francisca Lijssens) Tobias VERHULST (nrs. 104 en 105) fs Josephus en (Anna) Maria Govaert.
7. Pieter Anthoon, geb. 02.04.1764 en 03de ged. (ss: Antonius Brijs en Idae de Rijck). ! 1773 en 1784.
8. Judocus, geb. 31.12.1766 en ged. 01.01.1767 (ss: Judocus de Kerf en Teresia Brijs).


236 en 237. Jan LIJSSENS fs Gillis d'Oude en Cathelijne van STRYDONCK. Geb. Bazel 03.02.1678 en overl. 02.05.1716. Huwde Sint-Niklaas 02.09.1709 Anna Marie van PUYVELDE (Temse 23.01.1682 - begr. Bazel 18.07.1758) fa Jacobus en Judoca de Leeuw.
Op 04.07.1716: sterfhuijs jan lijssens fs gillis (…) houderigge is marie van puyvelde met weeskinderen: Gilleken, Catharina, Joosken fs Jans. Voogden zijn Gillis Lijssens fs Gillis en Jaecques Vermeulen fs Adriaen.
Verkaveling gedaan 19.11.1716 ten sterfhuize van wijlen Cathelijne van Strijdonck sijne moeder: de helft van stukken land genaamd den vaerenbergh en den hofstedeacker (800 roeden ?), beide volgleen en hoofdleen van Jan lijssens fs Jaecques onder het hof Ter Weyns binnen Haasdonk. Verder eigenaar van een hofstede in diericxdam, groot een half gemet, landende o. Pieter van Esbroeck z. dheeren straete en w. Pieter Smet; en van 2 stukken land t.w. den meulenbergh en den poteerdacker.
In de stal stonden 3 koeien, een rund, een biggetje, een kalf en op het neerhof liepen een haan met 7 hennen. Hij bezat ook een roer. (4)
Na overlijden van Jan Lijssens hertrouwde Anna Marie van Puyvelde te Bazel 05.07.1716 met Jan de RIJCKE fs Pieter.

In het gezin Lijssens - van Puyvelde worden volgende kinderen geboren te Bazel:

1. Catharina, geb. 01.01.1710 en ged. 02.01 (ss: Jacobus van Puyvelde en Catharina van Strydonck). Ongehuwd overl. 20.081761.
2. Gillis, geb. en ged. 25.12.1711 (ss: Egidius Lijssens en Judoca de Leeuw of van der Leenen? ). Overl. Bazel 26.06.1786. Huwde te Bazel 15.06.1745 (tt: Judocus Lijssens en Elisabeth Claus)Josijne COLAES. Hun kinderen geb. te Bazel:
    1. Joanna Maria, geb. 27.03.1746 en 28ste ged. (ss: Jan Colaes en Anna Maria van Puyvelde).           Overl. 08.05.1746.
    2. Jan Baptist, geb. 17 en ged. 18.03.1747 (ss: Jan de Rijcke en Josina van Haelst). Overl.
        Bazel 06.12.1787. Huwde Bazel 24.04.1781 Teresia Bursens.
    3. Pieter Jan, geb. 28.03.1749 en 29ste ged. (ss: Adrianus Colaes en Anna Catharina Lijssens). 
        Overl. Bazel 16.05.1749.
    4. Isabella Theresia, geb. 28.02.1751 en ged. 01ste maart (ss: Joos Lijssens en Elisabeth
        Colaes).
    5. Andreas, geb. en ged. 01.02.1753 (ss: Andreas van Puyvelde en Amelberga de Rijck). Overl.
        Bazel 16.04.1753.
    6. Judoca Joanna, geb. 09.03.1754 en 10de ged. (ss: Jan Claus en Josijne Jaspaert).
3. Joanna Maria, geb. 26.01.1714. Volgende dag gedoopt (ss: Egidius Lijssens en Joanna van Puyvelde). Overl. 12.06.1714.
4. Joos, geb. en ged. 04.09.1715 (ss: .... Polfliet (?) en Anna van Raemdonck). Begraven Bazel 16.10.1772. Huwde 1° te Bazel 02.02.1734 (tt: Jacob de Wolf en Maria Magdalena Andillis) Joanna Maria ANDILLIS, overl. Bazel 04.11.1752, fa Petrus; 2° te Bazel 25.11.1753 (tt: Gillis Lijssens en Andrea van Puijevelt) Joanna Maria BRIJS (Haasdonk 23.03.1731 - begr. Bazel 13.05.1695) fa Gillis en Dominica Rosa Batens (cfr. nrs. 118 en 119).


472 en 473. Gillis LIJSSENS d'Oude fs Gillis en Anna VERSTRAETEN. Geb. Bazel 07.02.1631 en er overl.14.02.1708. Huwde Melsele 01.02.1653 Kathelijne van STRYDONCK (Bazel 03.05.1632 - Bazel 21.04.1712) fa Joos en Anna van RAEMDONCK.
Volgens SvG van 04.04.1708 (5) bezat Gillis Lijssens d’Oude volgend onroerend goed te Bazel:
1° eene behuijsde hofstede in de diericxdam wijck, groot 200 roeden, palende o. Pieter van Esbroeck, z. en w. sheeren straete en n. Pieter Smet;
2° nog in dezelfde wijk 434 roeden land, nl. de trijtacker palende o. de wees van Jan van Raemdonck z. Laurens Hillegeer w. de ervan van Gillis de Maijer en n. Gillis Eeckelaert;
3° nog in deze wijk 1 gemet 40 roeden land, nl. den beir landende o. het sterfhuis zelf z. Adriaen van Aelst w. Pieter van Esbroeck en n. N.N.;
4° nog in deze wijk een vierendeel bunders land o. de verbrande hofstede z. Adriaen van Aelst w. den beir en n. de gaustraete;
5° nog in deze wijk 1 gemet en 33 roeden land, zijnde een volgleen onder het hoofdleen van Pieter Anthonie der Boos, onder de heerlijkheid van Hoirsele binnen Waasmunster, palende o. Jaecques van Mighem, z. Laurens van Bogaert, w. en n. Paulus Goyvaert;
6° nog in deze wijk 3/4de van een gemet land, nl. de verbrande hofstede, palende o. Pieter Tijsman, z. dit sterfhuis, w. en n. s heeren straete, vallende onder de Keure van Bazel;
7° in de 1sten ouden meulenbergh wijck een gemet land, den vaerenbergh landende o. s’heerenstraete, z. den dam van Adriaen van Aelst w. Michiel de Rycke en n. N. de Leuw, zijnde volgleen onder de heerlijkheid van Weyns;
8° in dezelfde wijk een bunder land, den hofste acker, palende o. Jan Lyssens z. den dam w. s’heerenstraete en n. Jaecques van Mighem, zijnde eveneens een (volg?)leen onder de heerlijkheid van Weyns;
9° in dezelfde wijk de helft van 800 roeden land, den poteertacker palende o. en z. sheeren straete w. Jaecques Claus n. Joes Lyssens, zijnde volgleen onder ‘s graven hoofdleen van Gillis Stuer fs Paulus;
10° in den robbrechtwijck, 560 roeden land palende o. Thoomaes van Roijen z. Joos Weijn w. Adriaen van Aelst, zijnde volgleen onder het hoofdleen van Gillis Joos tgone hij te wette draeght onder den hove ende heerelijckheid van cauwerborgh;
11° in dezelfde wijk 340 roeden land onder de jurisdictie van Cauwerborgh, palende o. Gillis van Raemdonck z. Paulus van Bogaert w. Gillis van Raemdonck en n. den selve;
12° in den eersten baesel broeckwijck 460 roeden broekland gekocht op 07.01.1689, palende o. Jaecques Buijtaert z. de abdij van Sint-Bernaerds w. jan van de Velde en n. Paesschier Heyndrix;
13° in den blauofwijck 400 roeden land belast met een doorweg, palende o. Mr. Le Piper z. Gillis van Mieghem, w. Pieter van Geem causa uxoris en n. Sr. Verbraecken tot Antwerpen;
14° in den beeckwijck een gemet land onder de jurisdictie van Wissekerke belast met cijnsrente en doorweg, palende o. Jan van Strijdonck z. de straat en w. Paulus Eeckelaert;
15° 3/4de van land te Bazel genaamd den cleynen acker palende o. sheeren straete z. Gillis Stuer w. Jan van de Velde en n. sheerenstraete.
Een deel van het roerend goed werd openbaar verkocht op 28.03.1708. De rest werd door de weduwe gekocht en omvatte o.m. een peert oudt drije jaeren, een wagen, een ploeg, een eg en een sledde, een wan, boekhamers, vlegels, 21 zakken boekweit, iets meer dan 7 zakken gheschoten en 5 zakken ongeschoten terwe en 7 zakken haver…
Op 19.11.1712 wordt het onroerend goed van wijlent cathalijne van strijdonck wed. van gs. lijssens d’aude in 6 kavels verdeeld (6).
Volgens A. Maris was Gillis schepen van Bazel van 1692 tot 1694 en in 1683 en 1684 kerkmeester. In 1660 zou hij de hofstede Vuilschapraai nr. 68 hebben gekocht, d.i. de tweede hofstede in de Doornstraat op de linkerkant, gaande van de Gauwstraat (cfr. A. Maris en Ba 215, f° 71 e.a.).

Kinderen geboren te Bazel:

1. Anna, geb. en ged. 02.01.1654 (ss: Joannes van Strijdonck en Clara Lijssens).Overl. 07.10.1704. Huwde te Bazel 26.09.1677 Jacob van MIEGHEM fs Jans (of fs Pieter?), weduwnaar van Barbara Lijssens. Uit dit huwelijk 4 kinderen die van hun grootmoeder Cavel A verwerven bestaande uit ½ of 400 roeden van den potteeracker, volgleen van het ‘s graven hoofdleen van Gillis Stuer fs Pauwels.
2. Catharina, geb. en ged. 06.05.1657 (ss: Petrus van Mieghem en ..... van Berckel).
3. Catharina, geb. 08.01.1659 (cfr. A. Maris).
4. Gillis, geb. 31.01.1660 en ged. 01.02 (ss: Gillis van Strijdonck en Joanna Goyvaerts). Overl. 10.04.1722. Gehuwd te Bazel: 1° 30.04.1690 Marie van RAEMDONCK fa Pieter en Josine van Strijdonck (Sint-Pieters-Gent, Temse 9); 2° 09.11.1700 Marie VIJT fa Pieter en Elisabeth de Graef.Verwerft van zijn grootmoeder Cavel B of de andere helft of 400 roeden van den potteeracker. Woonde en stierf in zijn eigendom de hofstede de Hert, Dorpswijk nr. 2 , d.i. in de Oude Kruibekestraat, tegenover de Barbierstraat. Vijf kinderen uit eerste, en vier uit tweede huwelijk (cfr. A. Maris).
5. Pieter, geb. 27.01.1663 (cfr. A. Maris).
6. Pieter, geb. en ged. 29.06.1670 (ss: Thomas van Polfliet en Margaretha Lijssens). Overl. voor 19.11.1712. Trouwde:1° Bazel 09.09.1691 Maria VIJT waarvan een zoon Gillis; 2° Marie van HOYWEGHEN waarvan een zoon Jan. Zijn kinderen Gillis en Jan krijgen van grootmoeders goed Kavel F, t.w. de andere helft van den vaerenbergh en den hofstedeacker.
7. Janneken, geb. en ged. 04.03.1673 (ss: Judocus van Roeye en Josina van Raemdonck). Overl. 08.01.1744. Trouwde te Bazel 19.08.1691 Pieter van STRYJDONCK (Bazel 01.10.1655 - Bazel 30.12.1703) fs Matthijs fs Pieter en Anna Smet (1625 - 1688) fa Thomas. Waarvan: 1. Anna van Strydonck (1692) geh. met Joos Fruytier 2. Catharina van Strydonck (1694) 3. Jan van Strydonck (1696) 4. Matthias van Strydonck (1698) 5. Mathys van Strydonck (1701). Tweede huwelijk te Bazel 01.04.1704 met Joos van POLFLIET Joosz., geb. ca 1670.
Janneken Lijssens verwerft van haar grootmoeder Kavel C, bestaande uit de helft van den beire (…) in den diriexdam wijck groot een gemet palende n. aan de gauwstraete; de helft van land binnen Bazel o.en z. de straete w. N: Lemmens costere van haesdonck en n. Jan van de Velde en de helft zijnde 500 roeden van 2 stukken land in de diericxdamwijck o. Joanna Catharina en Rosa Thijsman z. de wed. Adriaen van Aelst w. den beir en n. de straete.
8. Jan, geb. 03.02.1678 en ged. 04.02 (ss: Egidius van Putte en Joanna Lijssens). Huwde te Sint-Niklaas 02.09.1709 (tt: Egidius Lijssens en Petrus van Roijen) met Anna Marie van PUYVELDE (Temse 23.01.1682 - Bazel 18.07.1758) fa Jacobus en Judoca de Leeuw (nr. 420 en 421). Krijgt Kavel E uit grootmoeders erfenis, t.w. de helft of een half gemet van den vaerenbergh groot ca een gemet en de helft of 400 roeden van den hofstede acker in den hauden meulenberghwijck.
9. Josijne, geh. Matthijs van Hoywegen. Kavel D uit erfgoed van grootmoeder valt op matthijs van hoyweghen en bestaat uit de andere helften van gronden toegewezen aan Janneken Lijssens geh. Joos van Polfliet.


994 en 945. Gillis LIJSSENS fs Pieter en Josine de JONGHE. Geb. Bazel 18.03.1590 en overl. 10.01.1666. Gehuwd te Haasdonk 29.07.1613 met Anna VERSTRAETEN a. VERHEYEN (7) (Haasdonk 24.10.1590 - Bazel 12.04.1639) fa Adriaan en Katelijne VAN GOEY (in hoofdcijns Sint-Gertrudis, Melsele 1). In 1632 bewoonden zij reeds de hofstede Molenkouter nr. 71, groot 293 roeden en palend ten n. aan de Hoogstraat. Andere kopen of verkopen van onroerende goederen (11):
- 08.11.1621: gekocht van Paschier Abbeel 2 gemeten volgleen onder GillisDe Kerf, achterleen van Coolem onder Cauwerburg;
- 07.02.1621: gekocht van Gillis van Bogaert ½ bunder het Breethoofd, volgleen v.h. hoofdleen van Gillis de Kerf onder Coolem, gelegen bij de hofstede van Jaspar Batens;
- 31.03.1632: gekocht een behuisde hofstede in de Hoogstraat in de Meulencouterwijck nr. 69, zijnde 290 roeden, voor 7 pond groten ‘s jaars van Merck Abbeel waarvan 5 pond te betalen de dag van de koop en 2 pond groten te laten staan op dezelfde eigendom. Op deze hofstede stond een ½ maat koren per jaar te leveren aan de Armen van Bazel;
- 23.06.1641: gekocht van Niklaas de Buedele 2 gemeten die deze zelf gekocht had van Jan Leyns, gelegen in de Meulencouterwijk achter de hofstede van voornoemde Lijssens, voor 1177 gulden, 501 gulden bij de koop en de rest tegen 6 pond groten per jaar de penning 16de;
- 12.12.1644: gekocht van zijn moeder, broers en zusters een kwart bunder land o. Margriete van de Velde z. de hoirs Amelberga Leeckelaert voor de som van 5 pond gr. per jaar;
- 07.01.1645: verkoop aan Gillis Lijssens Pieters van ???

Hun kinderen te Bazel (8):

1. Josine, ged. 02.06.1614 (ss: Judocus van de Velde fs Gillis en Marie Bocstijn). Moeder Anna Verheijen genoemd. Overl. Bazel 15.05.1637. Getrouwd te Bazel 06.05.1636 met Joos WEYN Gilliszn.
2. Catharina, ged. 04.09.1616 fa Aegidij Lijssens ex legittima vites giuge Anna Verstraten (ss: Egidius van Raemdonck en Amelberga van Voorde). Overl. Bazel 17.06.1621.
3. Joanna, geb. 09.02.1620 (ss: Jan Strijdonck en Catharina Batens). Moeder Anna Verstraten genoemd. Overl. 17.12.1691. Trouwde te Bazel 12.06.1661 Jan STAES.
4. Amelberga, geb. 13.06.1623 en overl. Bazel 29.09.1713. Trouwde te Bazel 03.05.1643 Pieter van MIEGHEM (Bazel 07.08.1610 - Bazel 24.08.1678) fs Gillis en Margriet Lyssens.
5. Pieter, geb. en ged. 27.08.1627 (ss: Peeter Lijssens en Joosijn de Witte). Overl. Bazel 24.03.1629.
6. Clara, geb. 27.08.1627 (ss: Paschier de Jonge en Clara Verhagen). Overl. Bazel. 05.04.1668. Gehuwd te Bazel: 1° 14.07.1647 of 1648 met Michiel van MIEGHEM (Bazel 23.02.1603 - Bazel 25.03.1666) fs Gillis en Margriet Lyssens en weduwnaar v. Judoca van Bogaert; 2° 01.08.1666 met Thomas van POLFLIET (Temse 04.04.1620 - Bazel 09.11.1692).
7. Gillis, geb. 07.02.1631 en 08ste ged. (ss: Hans Lijssens en Barbara van Strijdonck). Overl. Bazel 14.02.1708. Gehuwd te Melsele 01.02.1653 met Kathelijne van STRIJDONCK fa Joos en Anna van RAEMDONCK (nrs. 472 en 473).


1988 en 1989. Pieter LIJSSENSONE fs Jacob. Overl. voor 13.12.1644. Trouwde te Bazel 16.05.1588 (tt: Pieter en Catharina de Jonghe) Josine de JONGHE, geb. ca 1567 en overl. Bazel 02.11.1647.
Volgens Jerome Smet (11) was Pieter landbouwer en bewoonde zijn eigen hofstede aan de noordkant van de Hoogstraat: Varentwijk nr. 26, d.i. op 2 percelen af van de Portugezenstraat.
Op 21.04.1632 verkocht hij aan zijn schoonzoon Gillis van Raemdonck fs Niklaas een plek grond met huisje genaamd de Kijkuyt voor 16 ponden gr. De dag voordien had hij zijn zoon een lening verstrekt met een intrest van 20 schellingen gr. per jaar bezet op diens hofstede in de Hoogstraat. In 1636 bewerkte hij als landbouwer 8 gemeten met 3 gemeten eigen grond. Zo had hij 253 roeden aan de molen en pachtte hij een Tiende van de pastoor van Bazel. In 1638 bestond zijn landbouwbedrijf uit 6 gemeten, waarvan 3 gemeten eigen grond.
Op 13.12.1644 maken de erfgenamen van Pieter Lijssens met Josyne de Jonghe hun moeder, die met haar kinderen een hofstede bezaten nabij de windmolen met de Meulenacker daarnevens, een akkoord dat de moeder mag blijven wonen in deze hofstede haar leven lang. Ze verkopen deze hofstede aan Pieter Lijssens fs Pieter, hun medeerfgenaam voor 16 pond groten p.j. de penning 16de die hierin geërfd werd op 07.01.1645. Op 12.12.1644 verkocht de moeder met de kinderen voor 5 pond gr. p.j. en de herencijns daarop staande aan hun medeerfgenaam Gillis Lijssens een kwart bunder land, palende o. Margriete van de Velde z. de erven Amelberga Leeckelaert.

Hun kinderen te Bazel:

1. Gillis, ged. 18.03.1590 (ss: Petrus de Jonghe en Christiana Verghauwen). Overl. 10.01.1666. Trouwde te Haasdonk 29.07.1613 (tt: N.N. Lijcesone en Marcus van Roye) Anna VERSTRAETEN a. VERHEYEN (Haasdonk 24.10.1590 - Bazel 12.04.1639) fa Adriaan en Katelijne van Goey in hoofdcijns Sint-Gertrudis, Melsele 1 (nrs. 994 en 995).
2. Margriet, ged. 16.01.1593 (in klapper) of 1594 en overl. 09.09.1679. Huwde te Bazel 21.06.1616 (tt: Jacob Noeninckx enCarolus van Boexelaer) Gillis van RAEMDONCK Niclaeszn. Zij waren eigenaars en bewoners van de hofstede genaempt den kijckuyt met tapperij, gelegen in de Varentwijk nr. 24, tussen de hofstede van haar ouders en de Galgbergmolen.
3. Pieter, ged. 19.07.1596 (ss: Petrus de Jonge en Anna (?) Coels). Overl. 22.01.1675. Te Bazel 27.06.1621 getrouwd (tt: Petrus Lijssens en Petrus van de Velde Spruyt) met Catelyne van de VELDE Spruyt (Bazel 10.01.1599 - Bazel 13.08.1679) fa Gillis en Barbara Smet (Sint-Pieters-Gent, Belsele 10). In 1646 werd hij eigenaar van zijn vaders hofstede in de Hoogstraat, Varentwijk nr. 26 en hij woonde daar. Op 30.12.1645 verkent hij een rente van 2 pond gr. p.j. in profijt van Jaspar van den Daele bezet op 2 stukken land bij de windmolen nu een stuk gemaakt liggend achter de Kijkuit in het geheel ca een half bunder palende o. zijn hofstede z. Gillis van Raemdonck en de voormelde molen w. de straat en n. Jan van Mieghem fs Gabriels (11). Hun kinderen geb. te Bazel: 
    1. Gillis, geb. 03.04.1622 en overl. Bazel 12.01.1649.
    2. Barbara, geb. 31.03.1624 en overl. Bazel 26.09.1632.
    3. Josina, geb. 19.01.1627 en overl. Bazel 25.09.1632.
    4. Pieter, geb. 24.09.1629.en overl. Bazel 16.09.1676. Huwde Bazel 16.05.1649 Amelberga  
        van GHEEM (Bazel 02.01.1631 - Bazel 04.09.1676) Van 1649 tot 1652 bewoonden ze de
        hofstede Robrecht nr. 64 aan de oostkant van de Heirstraat bij de beek.
    5. Margriete, geb. 09.12.1632. Overl. 1687? Huwde Bazel 10.06.1652 Jan van ROYEN fs 
        Pieter.
    6. Barbara, geb. 09.03.1635 en overl. Bazel 24.09.1676. Gehuwd 1° Bazel 18.07.1660
        Cornelis van MIEGHEM fs Antonis, overl. Bazel 05.07.1669; 2° Bazel 13.10.1669 Jacob
        van MIEGHEM, die in 1680 eigenaar was van hofstede Varenthouck nr. 26.
    7. Adriaan, geb. 26.12.1637 en overl. Bazel 07.01.1638.
    8. Catharina, geb. 24.12.1639 en overl. Bazel 30.08.1641.
4. Marc, ged. 28.04.1599 (ss: Anna Lijssens en Laurentius Bruyenck (?)). Overl. Bazel 03.04.1687. Huwde te Bazel 30.09.1624 (tt: Petrus Lijsens en Jan Lijsens) Clara VERHAEGHEN (Bazel 30.05.1604 - Bazel 12.01.1670) fa Cornelis en Amelberga van de Vijver (hoofdcijns Sint-Baafs, Melsele 23). Marc kocht van Pachier Abbeel en bewoonde de hofstede Eerste Kraakwijk nr. 81, d.i. aan de zuidwestkant van de Heirstraat. Deze hofstede, 112 roeden groot, ging naar zijn zoon Jan en diens zoon Pieter. Pachtte van Jonker Cornelis de Bruyne uit Gent 9 stukken in de Robrechtswijk samen 4 gemeten 200 roeden, ressorterend onder de heerlijkheid van Cauwerburg (11). Hun kinderen geb. te Bazel:
    1. Josine, geb. 10.12.1625. Huwde Bazel 18.06.1649 Pachier van ROYEN (Temse 
        28.07.1619 - Bazel 04.04.1674).
    2. Cornelis, geb.15.04.1628 en overl. Bazel 28.08.1676. Hij was enkele jaren molenaar op de 
        Pismolen. In 1661 verhuisd naar de hofstede ‘t Sottegem nr. 5, n. de Kraakstraat. Huwde
        Bazel 22.07.1659 Josine a. Andriesine van de VELDE, fa Gillis en Barbara Smet, wed. Pieter
        Vergauwen.
    3. Joris, geb. Bazel 10.01.1631. Huwde Bazel 16.07.1662 Lijsbet d’HONDT, overl. Bazel
        18.01.1670.
    4. Pieter, geb. 27.05.1633. Bewoonde 1655/1662 hofstede Dorpswijk nr. 37, z. het
        Weerberstraatje. Huwde Catharina de SCHEPPER, geb. ca 1628 en overl. Bazel 
        18.09.1701.
    5. Amelberga, geb. 17.02.1636 en overl. Bazel 06.09.1669.
    6. Clara, geb.08.02.1639.
    7. Jan, geb. 03.07.1641. Huwde Bazel 10.06.1674 Livina LIJSSENS (Bazel 09.11.1639 -
        Bazel 03.05.1715).
    8. Maria, geb. Bazel 29.10.1644 en overl. Bazel 05.05.1714. Huwde Bazel 17.06.1672 Joos
        VERGAUWEN (Bazel 18.11.1646 - Bazel 03.05.1719).
    9. Joanna, geb. Bazel 24.09.1648.
5. Catharina, geb. 06.02.1602 (ss: Egidius van Esbroeck en Barbara van Royen).
6. Hans, geb. 18.12.1603 en overl. 01.02.1687. Een eerste huwelijk te Bazel 20.06.1627 (tt: Peeter Lijssens en Merck Lijssens) met Josine de WITTE fa Joos (Bazel 24.06.1604 - Bazel 03.07.1646). Dit huwelijk bleef kinderloos. Tweede huwelijk te Temse 14.08.1646 met Lijsbet MAES (Temse 08.06.1620 - Bazel 19.09.1679) fa Jan en Josine van Hove (in de hoofdcijns O.L.Vrouw-Bornem, Kemzeke 12). Hans of Jan was landbouwer, mandenmaker en tapper. In 1621 betaalde de prochie hem 10 gulden 7 1/2 stuivers voor levering van 145 dubbele lattenbooms tot Kallo. In 1638 eigendom op de Roomkouter nr. 45. Josine de Witte erfde van haar vader een part van de hofstede Blauwhofwijk nr. 36 in de Kapelstraat (nu Steendorp). Ze bewoonde die hofstede met haar man, die er na haar dood bleef wonen en de andere parten opkocht. In 1650 heette die hofstede Het Mandeken en was tevens herberg. Jan was ook eigenaar van een stuk land op de Roomkouter nr. 41, 80 roeden groot en beplant met wijmen. In 1669 bestond zijn boerendoening uit ruim 10 gemeten, waarvan 2 gemeten eigendom. In 1638 pachtte hij een Tiende van de heer van Moerzeke op 2 gemeten 75 roeden in Bazel, alsook een Tiende van de pastoor van Bazel (11). Uit 2de bed geb. te Bazel:

     1. Josina, geb. 03.07.1647 (ss: Joannes Joos en Josina van Meervelde). Huwde te Bazel
         11.02.1670 Pieter van GHEEM.
     2. Jan, geb. 30.06.1650 (ss: Jan Maes en Margareta Lijssens).
     3. Anna, geb. 02.01.1653 (ss: Christianus van Nieuwenhuysen en Josina Maes).
     4. Amelberge, geb. 27.12.1654 (ss: Petrus Lijssens en Amelbergha van Geem).
     5. Joanna, geb. 16.04.1657 (ss: Petrus de Zeelander en Maria de Vree).Overl. Bazel
         20.07.1721. Huwde 1° Bazel 11.09.1678 Jan KEPPENS; 2° Bazel 08.05.1681 Joos de
         COSTER; 3° 29. 08.1694 Pieter van GHEEM (Bazel 05.04.1689 - Bazel 02.05.1738).
     6. Elisabeth, geb. 14.01.1663 (ss: Petrus van Mighem en Elisabeth Theuns).
7. Joanna, ged. 10.07.1605 (ss: Marcus van Royen en Elizabeth van Royen).


Noten: (1) RABev, GOA Bazel, nr. 222, f° 253v t.m. 257r. SvG dd. 31.03.1773, Sterfhuis Joos Lijssens, houdr Marie Brijs fa Gillis. (2) Uit deze echt geen kinderen geboren te Bazel, Haasdonk of Temse. (3) RaBev, GOA Bazel, nr. 223, f° 256r t.m. 257r. Suppliek dd. 22.05.1784.(4) RABev, GOA Bazel, nr. 216, f° 221v t.m. 227v. SvG dd. 04.07.1716: Sterfhuis Jan Lijssens fs Gillis, houder Marie van Puyvelde, 4 wezen. (5) id. nr. 215, f°75r t.m. 86r. Staat v Goed dd. 04.04.1708 id. nr. 215, f° 72r t.m. 75 r. Cavelinghe & deelinghe dd. 04.04.1708. (6) RABev. GOA Bazel, nr. 215, f° 314v t.m. 317, Cavelinghe & deelinghe dd. 19.11.1712. id. f° 317r t.m. 318v. Smalcavelinghe … ) . (7) Parochieregister v. Haasdonk: 29.07.1613 trouwt Gillis Lijcesone uit Bazel met Anna Verstraeten Adriaens. Deden ondertrouw te Bazel op 09.06.1613. De parochieregisters van Bazel schrijven Anna Verheyen in de akte v. ondertrouw en in 3 doopakten van haar kinderen. Dat is klaarblijkelijk een vergissing. De hoofdcijns schrijft kinderen van Anna Verheyen op naam van Anna Verstraeten. Ook de opeenvolging van de geboortedata alsmede de peters en meters wijzen uit dat de moeder van alle kinderen Anna Verstraeten is (J. Smet, op.cit. voetnoot 73). (8) A. MARIS, “LIJSSENS - Land van Waas“, Vlaamse Stam 1981, p. 552 t.m. 558. (9) id. Vlaamse Stat 1979, p. 348. (10) zie kwartieren Rooman in mijn blog van 18.11.2007. (11) J. SMET, Genealogisch Repertorium van Bazel 1295-1640 (CD-ROM).

 

Hoe vind je dit bericht? 37 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Stamreeks BRIJS uit Haasdonk

Hiernaast een niet al te beste foto van m

’n grootmoeder Marie Rosalie Brijs (1884 - 1969). Door sommigen Roseke Brijs genoemd. Maar de kleinkinderen noemden haar “ Petteke ” of “ Pet ” daar ze van velen doopmeter was. Grootmoeder werd geboren te Haasdonk in het gehucht de Bank. Later heeft ze daar nog een café opengehouden. Nog later, toen ze al getrouwd was met m’n grootvader Pieter Frans Van Acker - bijgenaamd “ den Harte ” - woonde ze met haar gezin in de Dorpsstraat. Om uiteindelijk te verhuizen naar de Zandstraat 154 op den Buiten.

Volgens J. De Smet (1) is de familienaam BRIJS een patroniem afgeleid van de voornaam Brice of Brictius. Zou eventueel Keltisch kunnen zijn. Komt voor als BRIJS en BRYSSINCK en beide namen werden vaak onderling verwisseld. Rog. Bryssinck (2) beweert daarentegen dat

“de naam Brijs dezelfde oorsprong zal gehad hebben (als Bryssinck), maar, tenzij in geval van een alleenstaande vergissing zonder verdere gevolgen, zijn de families Brijs en Bryssinck nergens nog met elkaar verwant geweest”.

Volgende stamreeks van de mannelijke voorouders in rechte lijn van grootmoeder illustreert de verschillende spellingen van haar familienaam. De schrijfwijze is gebaseerd op de naam vermeld in de doopakte.

I. ? Joannes BRIJS

. Overl. nà 1630. Huwde te Haasdonk 06.05.1601 Anna STOOP

II. Gillis BRIJS

(Haasdonk 12.01.1604 - Haasdonk 25.05.1679). Uit zijn 2de huwelijk te Haasdonk op 05.07.1631 met Kathelijne VERGAUWEN (Haasdonk 28.11.1603 - Haasdonk 05.01.1670) fa Jacob en Marie Verbraken

III. Gillis BREIJS

(Haasdonk 09.10.1645 - Haasdonk 09.09.1712). Huwde te Kruibeke 19.04.1671 Maria BLOMMAERT, overl. Haasdonk 17.03.1705

IV. Pieter BRYS

(Haasdonk 06.10.1673 - Haasdonk 28.09.1747). Geh. Haasdonk 20.10.1697 met Philippina VERSTRAETEN (Haasdonk 22.10.1671 - Haasdonk 08.03.1742) fa Adriaen en Catharina Rottiers

V. Gillis BREYS

(Haasdonk 13.08.1698 - begr. Bazel 11.04.1773). Geh. Haasdonk 03.10.1723 met Dominica Rosa BATENS (Bazel 20.07.1706 - begr. Bazel 16.07.1781) fa Gillis en Josyne van
Strydonck fa Adriaen

VI. Pieter BRIJS

(Haasdonk 22.05.1745 - Bazel 09.02.1834). Huwde Haasdonk 01.07.1788 Josijne Theresia de SMET (Melsele 27.12.1763 - Bazel 08.03.1807) fa Jan en Brigitta van Acker

VII. Joseph BRYS

(Bazel 04.01.1794 - Bazel 15.06.1849). Geh. Bazel 07.09.1826 met Maria Amelberga ROOMAN (Bazel 29.01.1799 - Bazel 07.04.1889) fa Jan en Judoca Joanna Lijssens

VIII. Pieter Aloysius BRYS

(Bazel 03.04.1841 - ? Haasdonk ca 1913). Geh. Haasdonk 05.09.1866 Philomena ACHTERGAEL (Haasdonk 19.05.1844 - Haasdonk 09.05.1887) fa Marcellus en Marie Josepha Mertens

IX. Marie Rosalie BRYS

(Haasdonk 29.09.1884 - Haasdonk 04.01.1969). Geh. Haasdonk 06.02.1907 Pieter Frans VAN ACKER (Haasdonk 10.02.1879 - Haasdonk 30.12.1968)

Noten: (1) Jerome Smet op.cit. p. 124. (2) Vlaamse Stam, 1979, p. 18.
Hoe vind je dit bericht? 53 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 17:27 1 reactie Reageer op dit bericht

Melsele vroeger

Uit gevonden lijkurnen, askruiken en munten blijkt dat Melsele al onder de Romeinen was bewoond. Door één der wijken liep zelfs een heirbaan. Een oorkonde van 1055 vermeldt voor het eerst de naam Melsele. Waarschijnlijk ontstond de naam uit mellis-cella of mel-cella, wat “aangename woning” betekent of “aangenaam verblijf“. Of afgeleid van Melis (Melchior) in de betekenis van “woonplaats van Melchior”. In akten uit de 11de, 12de en 14de eeuw schreef men Melsele, Melcele, Melcelle ...

In 1375 ging een eerste bedijking gepaard met een vergroting van de parochie door het inpolderen van een aan de vloed onderhevige schor.

Verscheidene waterlopen zochten eeuwenlang hun weg door Melsele: de Grote Beek, de Meersbeek, de Bergmolenbeek, de Molenbeek, de Nieuwe Molenbeek, de Kleine Scheidebeke, de Beekmolenhoek, de Kleine Beek, de Kruisbeekse- of Zwanenbeek, de Schaarbeekse beek. Wat oude plaatsnamen: Brouc, Cawingheert of Cawingzweert en How in 1400, Groene Scorre en Blockaertsdyc in 1416, Duyfhuys, Nerenbaethhouck en Turflandt in 1600, Coorensche Heie in 1626, Smautpot in 1636 ... Omstreeks 1880 was Melsele in 10 wijken ingedeeld: Dorp, Smoutpot, Kalishoek, Briel, Dijk, Gaverland, Gentstraat, Beekmolen, Esch en Schaarbeek.

Stonden er in 1870 al 550 huizen, zo telde men er einde 15de eeuw slechts 77, samen met 209 communicanten. Het aantal inwoners steeg gestadig: 1050 communicanten in 1645, 1500 in 1697. Dan volgen exactere tellingen: 1700 zielen in 1716, 2100 in 1773, 2646 in 1824 en 3053 in 1877.

In 1404 overstroomt de polder van Melsele. Na herdijking rond 1415 stond de graaf van Vlaanderen schorren af aan Steven van Liedekerke, Lodewijk van der Moere, Philip van Steenlant, Jan Serssanders, Joost Vijt, Hendrik Sijmoer, Jan Oste en Geeraard Brisinc. Nog vaak zullen overstromingen Melsele treffen, telkens gevolgd door droogmakingen, zoals in 1585, 1638,1645,1682, 1794, 1809 en 1814.

In 1824 bestond het Melselse landbouwareaal uit 1795 bunder bouwland, 287 bunder weiland en 2 bunder bos. Verbouwd werd er tarwe, rogge, haver, gerst, bonen, erwten, boekweit, aardappelen en lijnzaad. Dat jaar telt men 200 paarden, 785 stuks hoornvee, 450 schapen en 200 zwijnen. Rond 1879 is het dierenbestand opgelopen tot 305 paarden, 1065 stuks hoornvee, 148 kalveren, 96 geiten, 662 schapen en 484 zwijnen. De imkers verzorgden toen 138 biekorven. Naast landbouw stelden nering en nijverheid heel wat volk tewerk. Niet minder dan 25 zelfstandige klompenmakers verschaften werk aan 84 arbeiders . Ongeveer 650 mannen en vrouwen vervaardigden Hollands kantwerk. Er stonden 4 graanmolens: de Oudemolen (in 1700 Houwmolen genaamd), de Steenmolen, de Beek- en de Bergmolen. Bestaande ambachten en bedrijven: 10 schoenmakers, 7 wevers, 5 bezembinders, 10 kleermakers, 10 bakkers, 51 herbergiers, 30 winkeliers, 4 schaapherders, 4 handelaars in kantwerk, 4 vrouwenmutsenmaaksters, 7 metsers, 1 kuiper, 4 houtzagers, 1 zeeldraaier, 6 timmerlieden, 4 wagenmakers, 1 boomkweker, 1 koperslager, 2 strodekkers, 1 voerman en 4 naaisters gespecialiseerd in het naaien van geglaceerde handschoenen.

In 1740 waren er 6 herbergen zonder uithangteken, dus cafés zonder naam. De anderen droegen als uithangbord De Swaene (al vermeld in 1636), De Haesaert, Den Nieuwen Esch, Den Ouden Esch (al vermeld in 1631), Den Wilden Haen, De Croone, Den Fruytboom, Den Appel en Het Meuleken. In 1779 kon men verpozen in Den Haesaert, De Fonteyne (al vermeld in 1747), De Sterre, Den Appel, De Roose, Het Cruys, Het Cruysken, Sinte Aernaut, Den Ancker, De Capelle, Den Wilden Haen, Den Ouden Hes en Het Meuleken. Drank kon ook gekocht in 9 drankwinkels en 2 brandewijnhuizen.

Melsele vormde aanvankelijk een vierschaar met Burcht en Zwijndrecht. Later bestond de vierschaar uit 5 schepenen en een griffier. Het leen Schoutheetdom van deze vierschaar had in de 15de eeuw 44 gemeten land. Als schouten vermeld: Ridder Nicolaes Vijt (1383), Adriaen en Hector Voorhoute en Nicolaes van Pottelsberghe (1470), later Willem van Pottelsberghe.

In Melsele lagen verschillende heerlijkheden. Groot 82 gemeten, strekte ten Berge zich eveneens uit over Haasdonk en Waasmunster. Ter Elst of van der Elst, 117 bunder, telde een groot aantal achterlenen. Het was in 1435 eigendom van Jan Arendsone (Aertsone), in 1528 van Raas Aertsone, in 1653 van Maria Dullaert. De bezitters waren dienstplichtig aan de graaf van Vlaanderen met een paard van 100 schelling parisis soe wanneer de voorseide grave oorloghet met sijnen mannen. De heerlijkheid van den Hauw zijnde 71 bunder met een tiende te Haasdonk. De heerlijkheid van den Peereboom, ter wijk den Hauw strekte zich uit over Melsele en Haasdonk, groot ca 16 bunder. Te Heirlerre (Heerlare, Herlere) behoorde o.m. aan Jan van Herlaer (1385), Hendrik van Herlaer fs Hendrik (1435), Cornelis van den Coutre (1475), Jan Bogaert (Buytaert ?) (1528). In 1562 hoort zij toe aan Barbara Buytaert vrouw van Jan Polfliet. Later aan Jan de Bot (1570), aan Andries Aelbrecht man van Catharina de Bot fa Jan (1570) en aan Paschier van Bogaerde (1610). De Esch of ten Essche is in 18de eeuw eigendom van Antoon van Landegem. Eigenaars van ten Leveren waren vader en zoon Roeland en Karel van Provijn, later Mark de Leeu (1663). Van Meulenberg of Mollenberg, 99 bunder, waarvan de bezitter de graaf van Vlaanderen moest dienen in oorlog met een paerde van 100 sch. parisis, ende met een cnape gewapend. Het behoorde o.m. aan Jan van den Vivere fs Joost (1528) en Jan van den Vivere (1618). Te Buren besloeg een oppervlakte van 18 bunder. De 17 bunders van te Moertere waren een achterleen van de heerlijkheid te Heirlerre en hoorden toe aan Pieter Oelbrant fs Jan (1475), Pieter Oelbrant (1528), Margareta Luycx en Thomas Stoop (1626). Teybaerts (Teuvaerts of Heyvaerts) komt in 1452 in bezit vanJoost Triest.

Meiers van de meierij van Melsele waren Jan de Vrient (1550), Jan Volckerick (1551), Gillis van Caenbeke (1569), Jan Volckerick fs Jan (1578), Willem Volckerick, Gillis de Leeuw (1590), Mark en Joost de Leeuw ( 1618 en 1651), Jan Baptist Ingels (1674) en Gijsbrecht Ingels (1704).

Andere leengoederen waren ter Vlaken, ter Harent, de Vlakemeersch, de Beekmolen, ‘t Hof ten Damme, de Houtmerre en te Wouwe. In 1651 was er sprake van het lustgoed de Roode Poort. Op den plaats den Poel bouwde de familie Librecht een kapel en een herberg met als uithangteken een steen waarin een es was uitgehouwen. In 1660 bewoonde de edele familie Snouck ‘t Schaliënhuis.

In de 18de eeuw werd een dorpsschool gehouden in een bovenkamer van de kosterswoning.

Melsele’s geschiedenis verschilt weinig met deze der omliggende dorpen met uitzondering van de periode van de godsdiensttroebelen in de 16de eeuw. In 1525 kleefde de toenmalige pastoor de leer van Luther aan. Een premie van 100 gouden carolusguldens was uitgeloofd voor die sal aenbrengen sekeren uytgeloopen monik ende apostate van den ordenen van St. Augustijn, en eenen anderen weereldlijken priester, verjaegd zijne cueren tot Melsene, dewelck int veld en op andere onbehoorlijke plaetsen gepredikt hebben diversche erroren en propositien, smaekende de gecondamneerde leeringhe van de Lutheraenschen en de andere hersien tegens God ... Omstreeks 1581 predikte er ook een zekere Joost van Lier.

In 1583 wordt de dijk doorstoken en overstroomde de Borgerweertpolder. Idem in 1591. Bij de belegering van Antwerpen liet Alexander Farnèse in 1585 alle eikenbomen vellen voor het bouwen van een schipbrug over de Schelde.

Al in 1055 maakt men gewag van een kerk. Onder de vroegste pastoors van Melsele: Jan van den Pauwe (1357), Geeraert Baert (1460), Raes Coenraert (1493), Willem Hauwijs (1523) en Gillis de Leeu (1558). De O.L.Vrouwekerk zal in het begin der 14de eeuw worden herbouwd. Nog later wordt het interieur rijkelijk versierd. Zoals in 1711 wanneer er houten beelden van apostelen worden geplaatst. Van sommige beelden kennen we de namen van de schenkers. Jacobus geschonken door Jacob van Kemseke. Thomas door Jozijne Snouck, Philippus door Catharina de Dijcker. Een andere Jacobus door Michiel Varenbergh, Simon door Jan van Raemdonck. Het schilderij, De Vinding van Jezus in den Tempel, was een gift van Pieter de Dijcker en Catharina Volckerick (1688). Pauwel Smet fs Gillis schonk in 1684 het doek Christus in den Hof van Olijven.

Sinds 1511 is Melsele gekend als bedevaartsoord. In de kapel van O.L.Vrouw van Gaverland vereren de gelovigen het miraculeus beeld van Maria. Volgens de legende vond een boer een beeldje van de Moeder Gods onder een lindeboom. Hij nam het mee naar de kerk maar de volgende dag lag het terug onder de linde. Het werd nog tweemaal terug naar de kerk gebracht maar telkens terug onder de linde gevonden. De oorspronkelijke kapel - gesloopt in 1665 - werd in 1681 door een nieuwe vervangen, die een eeuw later door Franse republikeinen werd afgebroken. In 1864 heeft de wijding plaats van de nog bestaande gothische kapel.

Al in de 15de eeuw was er een schuttersgilde met name de Gilde van Sint-Sebastiaan.

Een bekende Melsenaar is o.m. Frans Pleke van de orde van Oratorie en pastoor te Laken , die de Geschiedenis der kercke van Laeken schreef. Een andere MelsenaarJan Frans d’ Hollander, doctor in de godgeleerdheid, schopte het tot bestuurder van het Karmelietenklooster te Leuven. Tenslotte verwierf Domien Ducaju faam als kunstschilder.


Bron: F. De Potter en J. Broeckaert, Op.cit.
Info over Melsele als polderdorp vind je op www.polderblues.be
Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:20 Reageer op dit bericht

Weerbare mannen te Rupelmonde in 1552

Adam BEELDE, Bertholomeeus BEELDE, Tousaein BERTRAM, Lievin de BRAUWERE, Vincent vanden BROUCKE, Gillis CAERDEMAN, Matheeus de CLERCQ (schepene), Gillis de COCQ, Jan COEL, Gille COOL, Willem Cool, Anthuenis de COSTERE, Jan de COSTERE a. SCIPMAKERE, Luyc CRAUWEL, Marten van CUELEN, Adriaen DAELMAN, Bertel van DALE, Gillis van DALE, Jan van DALE, Laureyns DEYAERT, Meester Pieter van DIEGEM (ontfanger), Jan van DIEGHEM, Philips van DIEGHEM, Heyndric van DRIESSCHE, Joseph van DRIESSCHE de Jonghe, Joseph van DRIESSCHE, Willem de DROESSE, Jan van DUERME (duerwarde der K. Majesteyt), Gillis van EEDE, Cornelis van ESBROUC, Jan van ESBROUC, Andries van EYGHEM, Pieter van EYGHEM, Torren van EYGHEM, Lieven van GAPENBERGHE, Gillis van GHEERTSEM, Jan van GHEERTSEN, Joos de GHENDT, Cornelis GOEYVAEERTS, Christoffel GOMMAERT, Jacop de GRAUWE, Andries GROOTJANS, Olivier de HANE, Pauwels HAUWE, Pieter van HAVERE, Meester Mathijs de HEERE, Goessen HERMANS, HEYNE (de trommeslaghere), Jan HEYNS, Jan HINNEBEEN, Joos de HONT, Jan HOUMAN, Pieter HOUMAN, Thomas HUYGX (scoutit), Gillis KEPPENS, Willem KEPPENS, Ghijsbrecht de KEYSERE, Pieter de LAMPERE, Machiel van LANDEGHEM, LENAERDT (de zeeldrayer), Jan van LUEGHENAGHEN, Gillis van LUEGHENHAGHEN, Hubrecht van der LUEGHENHAGHEN, Ghijs de LUYCKENAERE, Danijs de MAERE, Laureyns de MARE, Bertel MARIEN, Cornelis MARIEN de Jonghe, Marten MARIEN, Jan MARTENS (schepene), Lieven MARTENS, Heindric de MEY, Joos de MEY, Frans van MIEGHEM, Philips de NECKERE, Daniel OGIERS, Jacop PANDELARE en Joos sijn swaghere, Jacop PLUYME, Jacop van POLFLIET, Jan PRANS, Jacop van PUYMBROUCK, Bernaert van PUYNBROUCK, Claus van RAEMDONC, Joos van RAEMDONC, Joos RAES, Geert REYNS, Jan REYNS de Jonghe, Jan van RIEDT, Gillis ROELS, Joos de ROUCK, Pieter van ROYE fs Pieters (schepene), Philips de RUYTERE, Jacop SAEGMAN, Dieric SCHOEMAKERE, Jan van SCHOONEN (schepene), Pieter van SCHOONEN, Remacle van SCHOONEN, Cornelis de SEEUWE, Andries SMEDT, Jan SMEDT, Joos SMEDT, Laureyns SMEDT, Marten SMEDT, Jan de SOUTERE, Willem STAEL, Jan STAES de Jonghe, Joos STAES, Pieter van STEENE, Jacop STUER, Philips STUYR, Goris de SWANE, Joncheer Jan van TANNERIEN (edelman), Meester Pieter TOLMER (schoolmeester), Pieter TRUYMAN, Machiel TSUYEE, Bernaerdt VALE, Jan VALE, Conraert vanden VELDE, Joos vanden VELDE, Simoen vanden VELDE, Jan VERBANC, Loys VERCLUYSEN, Jan VERELST, Philips VERHEYDEN, Symoen VERHEYDEN, Adriaen VERMEERE, Joos VERMOTEN, Jan VERMUELEN, Leunis VERSIERIS, Gillis VERSTRAETEN, Joos VERSTRATEN, Jacop VIDTS, Adriaen VIJDT, Gillis VIJDT, Alexandre vanden VIJVERE, Jan vanden VIJVERE, Jan VOERSPOEL, Gillis van VOIRDE, Casen de VRIESE, Philips de VRIESE, Gillis vanden VYVERE, Joos vanden VYVERE, Jan de WAEYERE, Jacop de WAGHE, Joos WALLAERT, Leunis WANGHE, Jacop WEYN, WOUTER (tichelbacker), Pieter van WOUWE , Arent van ZELE (baillu).


Bron en info: cfr. mijn blog dd. 05.09.2005. Voor Rupelmonde bestaat er geen lijst meer van weerbare mannen in 1480. Illustr. Wilhelm Tell in "Wilhelm Tell - Schauspiel von Schiller", Tübingen 1804.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 10:54 Reageer op dit bericht

Antwerpenaren uit het Waasland

Nogal wat Sinjoren stammen af van een Wase voorouder die zich eertijds in de Scheldestad vestigde. Wellicht kunnen familiekundigen op zoek naar de “Ware Jacob” in ‘t Waasland onderstaand chronologische gerangschikt lijstje eens doornemen en er eventueel hun voordeel mee doen.

- Louis van der Hallen, vader onbekend, geb. Waasmunster en Antwerps poorter 
  geworden op 01.05.1534 met als beroep droogscheerder *
- Jan van den Putte fs Jan
, geb.Eksaarde en Antwerps poorter geworden op 
   20.11.1534 met als beroep droogscheerder *
- Jan de Rycke fs Jacob
, geb. in Verrebroek en Antwerps poorter geworden op
  03.12.1535 met als beroep droogscheerder *
- Joost de Hertoge fs Gielis
, geb. in St.-Niklaas en Antwerps poorter geworden op
   27.07.1539 met als beroep droogscheerder *


- Jan Herdewel fs Klaas, geb. te Stekene in Vlaanderen en Antwerps poorter geworden
  op 28.03.1550 met als beroep droogscheerder *
-
Catlyne van Dueghem fa wijlen Mr. Peeter en Elizabeth Vergouden geh. Janne
  Janssens
die men heet van Heusden dragen over aan Gielis Jacobs geh.Jozyne
  van Dueghem
2 erfelijke rentes afkomstig van haar ouders en die hun bij scheiding in
  1567 gepaseerd te Rypelmonde zijn toegevallen ...
- 24.01.1586:Jan Cock geh.Elizabeth Nommemens
bezitten een hofstede in de 
  parochie van Steken, afkomstig van haar vader Cornelis
- ??.01.1586: Geertruyt van Daele wed. Antonis Bacle bezit grond te Basele
- 15.02.1586: Jacob Puerssen fs Michiels geh. Anna van Goethem hebben bezit te
   Beveren, Zwijndrecht, Sint-Niclaes en Sint-Gillis gedeeltelijk afkomstig van beide
   families
- ??.03.1586:
Maritay de Bruyne fa wijlen Gillis en Elizabeth (?) Engelbrechts, 
  geh. Guillaume van Hoochstraten
de helft van een stuk land te Lokeren (waarvan de
  andere helft haar ooms
Vincent en Lieven de Bruyne te Lokeren toebehoort) dat
  haar in 1582 is toegekomen uit de nalatenschap van haar grootmoeder
Marie Roels
  wed. Joos de Bruyne
- ??.??.1586: Adriana ‘sWitten Mathijsdr geh. Jacob Jacobsen, zij verkoopt haar 
  broeder
Gielis de Witte een erfelijke rente te Melcele die Gielise de Leeuw,
  parochiaen aldaar, in 1551 heeft gekocht en haar bij testament heeft nagelaten
- ??.??.1586:
Jan de Munck geh. Margriete Hallemans, wonen nu te Melsen in 
  Vlaanderen, ze bezitten een stukje grond te Calloo
- ??.??.1586: Elizabeth Cocxs wed. Joos Bazelis
had land in het Swijndrecht Broeck
- 06.05.1586: , geseten tot Beveren, verkoopt met goedvinden van zijn moeder Marie
  van Hove wed. Kerstiaen Sagon
een erfelijke rente die zijn vader in 1560 heeft
  gekocht

- 19.06.1586: Marie Meens wed. Sebastiaen Visscher, geseten tot Rethy (...) en haar
   zuster Barbara Meens wed. Joris van Zuyvele, geseten tot Sinay in den lande van
   Waes.(
Marie van Zuyvele Jorisdr. x Anthonis Hoeckstael en haar zuster
  
Janneken en Worken van Zuyvele) verkopen 2/3 deel van een erfelijke rente ...
- 02.08.1586: Michiel Broers zijn vader Jan Broers
woonde en is gestorven te Borcht
- 18.09.1586: Jacques Philips Janssen w. blijkt volgens de verklaring van de priester
   te Beveren te zijn gehuwd; hij krijgt nu het geld uitgekeerd dat zijn moeye
Elizabeth
   Philips
hem heeft beloofd

- 02.10.1586: Engel Vercouteren fs wijlen Merten en Jacopmyne Bauwens, geh.
  Beatrix
van Landeghem fa Niclaes wed. Peeter de Loose fs Andries, ze dragen te
  Temptsche, Sint-Niclaes en thielroy over a an haar broer
Peeteren van Landeghem
- 08.01. 1587: Simon van Bossche bezit land te Swyndrecht en Melsele dat hem is 
  verstorven van zijn ouders
- 31.10.1587:
Aerdt Bevers geh. Clara van Broecke bezitten een hofstede en enig
  land te Swyndrecht
- 26.02.1587:
Maria Hiels Jansdr. wijlen geh. Jacques sHerwouters verkopen een 
  erfelijke rente te Melsele die ze in 1578 heeft gekocht
- 30.03.1588:
Jan van Eesbeke fs wijlen Anthonis en Anna van Meurs fa Franck en
  Maria de Laet
, meyer tot Verbroeck (...) en zijn broer Gielis van Eesbeke schepen tot
  Beveren ...
- 30.04.1588:
Joos Lysesoon, geseten te Haesdonck geh. Elisabeth Varendoncx; zij
  bezit land te Melssene
- 06.03.1589:
Mr. Henrick van Dame heeft meer dan tien jaar in Antwerpen gewoond,
  maar woont nu in Cruybeke ... een zoon
Philips van Damme wonende te Boullogne en
  daarvoor in Rijssele ?
- 08.11.1589: Adriaen Segers is gemachtigd van zijn cousijn
Adriane Verteuten
  Niclaes
wijlen te Swijndrecht; deze verkoopt een erfelijke rente te Antwerpen, in 1532
  gekocht door
Gheerde Verhoeven geh. Anthonie Faes en welke in 1555 door
 
Niclaese Verteuten is gekocht van zijn zuster Barbara Verteuten fa Peeter en
 
Anthonie Faes en geh. Claese Noulaet
Bron: R.M.A. De Jong en Jos De Meester in Vlaamse Stam. Gegevens afkomstig van deze laatste gemerkt met een sterretje.

Hoe vind je dit bericht? 33 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Een verkeersongeval uit 1720 in Kallo

constable2.jpg

Adriaen van Kerckhove woonende op Steenlant, jurisdictie van Calloo, verclaert …

“Dat hij nu geduerende den tijdt van twee maenden, duerende het seijsoen vanden oughst 1720 heeft gewerckt ten huyse ende hove van Jacobus Frans Lijssens woonende oock aldaer ontrent. Ende ten selve versoucke aldaer hebben gevrocht als arbeijder ende gedaen het werck t’gonne den selven Lijssens hem heeft geordonneert. Eijndelijck verclaere waerachtigh te wesen dat den voornoemden Lijssens mij heeft gecommandeert, beneffens Pieter Batens peerdeknecht aldaer ende Marie Verbraecken dienstmaert vanden selven Lijssens, op den 19en Septembre 1720 te samen te gaen mesten op sijn lant ende mest te haelen op d’hofstede daer lest gewoont heeft wijlent Jan Versmissen. Ende tselve aldaer geladen beneffens de voornoemde persoonen op den wagen van den voornoemden Lijssens. t’Gonne vervoert is door den selven Baetens op het lant aldaer bijgelegen. Ende naer eenige voeders geladen t’hebben ende vervoert soo heeft den selven Lijssens ontrent den middagh ons geordoneert clavers te haelen ontrent “Den Cruijpinne” ende daermede te rijden naer huijs omme naer den middagh boomen te gaen haelen. Ende heeft insgelijcks aen de voornoemde Marie geordonneert dat sij van den wagen aen den “Cruijpin” soude gaen om het haestighste werck te doen t’sijnen huijse. Ende commende gereden aleer aen den “Cruijpin” soo hebben achtervolght eenen geladen wagen met stroot toecomende aen Gillis Rossiers. Ende met voorsichtigheijt daer willende voorbij rijden, sijn met ongeluck in de sloot gevallen. Soodanighlijcken dat ick deposant met den peerdenknecht in de selve sloot hebben gelegen onder de peerden. Ende naer elcanderen geholpen, soo hebbe gesien dat de selve Marie onder de waegeplanck met het hooft in het slijck was verongeluckt ende verdroncken. Verclaeren ten surpluse metten selven peerdeknecht geseten t’hebben voor in den wagen ende de voornoemde Marie achter ons in het midden van den selven wagen. Sonder dat bij mijn wetenschap is eenige rusie ofte ongemack tusschen elcanderen gehoort t’hebben. Hiermede mijne waerheijt daete 21en 7bre 1720 ... “


Bron: RABev, GOA Bazel nr. 217, f° 150r: Suppliek van 04.10.1720 m.b.t. de wezen van Gillis Baetens en Joanna van Strijdonck t.w. Pieter, Rosa en Catharina Baetens. Illustr.: "De Hooiwagen" van John Constable. Olieverf op doek (1821). National Gallery Londen.
Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 10:39 Reageer op dit bericht

Meer van WASE GESLACHTEN

↑ Terug naar de berichten