Naar de inhoud

WASE GESLACHTEN

akke.beakke.be

Archief

Stamreeks BRIJS uit Haasdonk

Hiernaast een niet al te beste foto van m

’n grootmoeder Marie Rosalie Brijs (1884 - 1969). Door sommigen Roseke Brijs genoemd. Maar de kleinkinderen noemden haar “ Petteke ” of “ Pet ” daar ze van velen doopmeter was. Grootmoeder werd geboren te Haasdonk in het gehucht de Bank. Later heeft ze daar nog een café opengehouden. Nog later, toen ze al getrouwd was met m’n grootvader Pieter Frans Van Acker - bijgenaamd “ den Harte ” - woonde ze met haar gezin in de Dorpsstraat. Om uiteindelijk te verhuizen naar de Zandstraat 154 op den Buiten.

Volgens J. De Smet (1) is de familienaam BRIJS een patroniem afgeleid van de voornaam Brice of Brictius. Zou eventueel Keltisch kunnen zijn. Komt voor als BRIJS en BRYSSINCK en beide namen werden vaak onderling verwisseld. Rog. Bryssinck (2) beweert daarentegen dat

“de naam Brijs dezelfde oorsprong zal gehad hebben (als Bryssinck), maar, tenzij in geval van een alleenstaande vergissing zonder verdere gevolgen, zijn de families Brijs en Bryssinck nergens nog met elkaar verwant geweest”.

Volgende stamreeks van de mannelijke voorouders in rechte lijn van grootmoeder illustreert de verschillende spellingen van haar familienaam. De schrijfwijze is gebaseerd op de naam vermeld in de doopakte.

I. ? Joannes BRIJS

. Overl. nà 1630. Huwde te Haasdonk 06.05.1601 Anna STOOP

II. Gillis BRIJS

(Haasdonk 12.01.1604 - Haasdonk 25.05.1679). Uit zijn 2de huwelijk te Haasdonk op 05.07.1631 met Kathelijne VERGAUWEN (Haasdonk 28.11.1603 - Haasdonk 05.01.1670) fa Jacob en Marie Verbraken

III. Gillis BREIJS

(Haasdonk 09.10.1645 - Haasdonk 09.09.1712). Huwde te Kruibeke 19.04.1671 Maria BLOMMAERT, overl. Haasdonk 17.03.1705

IV. Pieter BRYS

(Haasdonk 06.10.1673 - Haasdonk 28.09.1747). Geh. Haasdonk 20.10.1697 met Philippina VERSTRAETEN (Haasdonk 22.10.1671 - Haasdonk 08.03.1742) fa Adriaen en Catharina Rottiers

V. Gillis BREYS

(Haasdonk 13.08.1698 - begr. Bazel 11.04.1773). Geh. Haasdonk 03.10.1723 met Dominica Rosa BATENS (Bazel 20.07.1706 - begr. Bazel 16.07.1781) fa Gillis en Josyne van
Strydonck fa Adriaen

VI. Pieter BRIJS

(Haasdonk 22.05.1745 - Bazel 09.02.1834). Huwde Haasdonk 01.07.1788 Josijne Theresia de SMET (Melsele 27.12.1763 - Bazel 08.03.1807) fa Jan en Brigitta van Acker

VII. Joseph BRYS

(Bazel 04.01.1794 - Bazel 15.06.1849). Geh. Bazel 07.09.1826 met Maria Amelberga ROOMAN (Bazel 29.01.1799 - Bazel 07.04.1889) fa Jan en Judoca Joanna Lijssens

VIII. Pieter Aloysius BRYS

(Bazel 03.04.1841 - ? Haasdonk ca 1913). Geh. Haasdonk 05.09.1866 Philomena ACHTERGAEL (Haasdonk 19.05.1844 - Haasdonk 09.05.1887) fa Marcellus en Marie Josepha Mertens

IX. Marie Rosalie BRYS

(Haasdonk 29.09.1884 - Haasdonk 04.01.1969). Geh. Haasdonk 06.02.1907 Pieter Frans VAN ACKER (Haasdonk 10.02.1879 - Haasdonk 30.12.1968)

Noten: (1) Jerome Smet op.cit. p. 124. (2) Vlaamse Stam, 1979, p. 18.
Hoe vind je dit bericht? 53 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 17:27 1 reactie Reageer op dit bericht

Melsele vroeger

Uit gevonden lijkurnen, askruiken en munten blijkt dat Melsele al onder de Romeinen was bewoond. Door één der wijken liep zelfs een heirbaan. Een oorkonde van 1055 vermeldt voor het eerst de naam Melsele. Waarschijnlijk ontstond de naam uit mellis-cella of mel-cella, wat “aangename woning” betekent of “aangenaam verblijf“. Of afgeleid van Melis (Melchior) in de betekenis van “woonplaats van Melchior”. In akten uit de 11de, 12de en 14de eeuw schreef men Melsele, Melcele, Melcelle ...

In 1375 ging een eerste bedijking gepaard met een vergroting van de parochie door het inpolderen van een aan de vloed onderhevige schor.

Verscheidene waterlopen zochten eeuwenlang hun weg door Melsele: de Grote Beek, de Meersbeek, de Bergmolenbeek, de Molenbeek, de Nieuwe Molenbeek, de Kleine Scheidebeke, de Beekmolenhoek, de Kleine Beek, de Kruisbeekse- of Zwanenbeek, de Schaarbeekse beek. Wat oude plaatsnamen: Brouc, Cawingheert of Cawingzweert en How in 1400, Groene Scorre en Blockaertsdyc in 1416, Duyfhuys, Nerenbaethhouck en Turflandt in 1600, Coorensche Heie in 1626, Smautpot in 1636 ... Omstreeks 1880 was Melsele in 10 wijken ingedeeld: Dorp, Smoutpot, Kalishoek, Briel, Dijk, Gaverland, Gentstraat, Beekmolen, Esch en Schaarbeek.

Stonden er in 1870 al 550 huizen, zo telde men er einde 15de eeuw slechts 77, samen met 209 communicanten. Het aantal inwoners steeg gestadig: 1050 communicanten in 1645, 1500 in 1697. Dan volgen exactere tellingen: 1700 zielen in 1716, 2100 in 1773, 2646 in 1824 en 3053 in 1877.

In 1404 overstroomt de polder van Melsele. Na herdijking rond 1415 stond de graaf van Vlaanderen schorren af aan Steven van Liedekerke, Lodewijk van der Moere, Philip van Steenlant, Jan Serssanders, Joost Vijt, Hendrik Sijmoer, Jan Oste en Geeraard Brisinc. Nog vaak zullen overstromingen Melsele treffen, telkens gevolgd door droogmakingen, zoals in 1585, 1638,1645,1682, 1794, 1809 en 1814.

In 1824 bestond het Melselse landbouwareaal uit 1795 bunder bouwland, 287 bunder weiland en 2 bunder bos. Verbouwd werd er tarwe, rogge, haver, gerst, bonen, erwten, boekweit, aardappelen en lijnzaad. Dat jaar telt men 200 paarden, 785 stuks hoornvee, 450 schapen en 200 zwijnen. Rond 1879 is het dierenbestand opgelopen tot 305 paarden, 1065 stuks hoornvee, 148 kalveren, 96 geiten, 662 schapen en 484 zwijnen. De imkers verzorgden toen 138 biekorven. Naast landbouw stelden nering en nijverheid heel wat volk tewerk. Niet minder dan 25 zelfstandige klompenmakers verschaften werk aan 84 arbeiders . Ongeveer 650 mannen en vrouwen vervaardigden Hollands kantwerk. Er stonden 4 graanmolens: de Oudemolen (in 1700 Houwmolen genaamd), de Steenmolen, de Beek- en de Bergmolen. Bestaande ambachten en bedrijven: 10 schoenmakers, 7 wevers, 5 bezembinders, 10 kleermakers, 10 bakkers, 51 herbergiers, 30 winkeliers, 4 schaapherders, 4 handelaars in kantwerk, 4 vrouwenmutsenmaaksters, 7 metsers, 1 kuiper, 4 houtzagers, 1 zeeldraaier, 6 timmerlieden, 4 wagenmakers, 1 boomkweker, 1 koperslager, 2 strodekkers, 1 voerman en 4 naaisters gespecialiseerd in het naaien van geglaceerde handschoenen.

In 1740 waren er 6 herbergen zonder uithangteken, dus cafés zonder naam. De anderen droegen als uithangbord De Swaene (al vermeld in 1636), De Haesaert, Den Nieuwen Esch, Den Ouden Esch (al vermeld in 1631), Den Wilden Haen, De Croone, Den Fruytboom, Den Appel en Het Meuleken. In 1779 kon men verpozen in Den Haesaert, De Fonteyne (al vermeld in 1747), De Sterre, Den Appel, De Roose, Het Cruys, Het Cruysken, Sinte Aernaut, Den Ancker, De Capelle, Den Wilden Haen, Den Ouden Hes en Het Meuleken. Drank kon ook gekocht in 9 drankwinkels en 2 brandewijnhuizen.

Melsele vormde aanvankelijk een vierschaar met Burcht en Zwijndrecht. Later bestond de vierschaar uit 5 schepenen en een griffier. Het leen Schoutheetdom van deze vierschaar had in de 15de eeuw 44 gemeten land. Als schouten vermeld: Ridder Nicolaes Vijt (1383), Adriaen en Hector Voorhoute en Nicolaes van Pottelsberghe (1470), later Willem van Pottelsberghe.

In Melsele lagen verschillende heerlijkheden. Groot 82 gemeten, strekte ten Berge zich eveneens uit over Haasdonk en Waasmunster. Ter Elst of van der Elst, 117 bunder, telde een groot aantal achterlenen. Het was in 1435 eigendom van Jan Arendsone (Aertsone), in 1528 van Raas Aertsone, in 1653 van Maria Dullaert. De bezitters waren dienstplichtig aan de graaf van Vlaanderen met een paard van 100 schelling parisis soe wanneer de voorseide grave oorloghet met sijnen mannen. De heerlijkheid van den Hauw zijnde 71 bunder met een tiende te Haasdonk. De heerlijkheid van den Peereboom, ter wijk den Hauw strekte zich uit over Melsele en Haasdonk, groot ca 16 bunder. Te Heirlerre (Heerlare, Herlere) behoorde o.m. aan Jan van Herlaer (1385), Hendrik van Herlaer fs Hendrik (1435), Cornelis van den Coutre (1475), Jan Bogaert (Buytaert ?) (1528). In 1562 hoort zij toe aan Barbara Buytaert vrouw van Jan Polfliet. Later aan Jan de Bot (1570), aan Andries Aelbrecht man van Catharina de Bot fa Jan (1570) en aan Paschier van Bogaerde (1610). De Esch of ten Essche is in 18de eeuw eigendom van Antoon van Landegem. Eigenaars van ten Leveren waren vader en zoon Roeland en Karel van Provijn, later Mark de Leeu (1663). Van Meulenberg of Mollenberg, 99 bunder, waarvan de bezitter de graaf van Vlaanderen moest dienen in oorlog met een paerde van 100 sch. parisis, ende met een cnape gewapend. Het behoorde o.m. aan Jan van den Vivere fs Joost (1528) en Jan van den Vivere (1618). Te Buren besloeg een oppervlakte van 18 bunder. De 17 bunders van te Moertere waren een achterleen van de heerlijkheid te Heirlerre en hoorden toe aan Pieter Oelbrant fs Jan (1475), Pieter Oelbrant (1528), Margareta Luycx en Thomas Stoop (1626). Teybaerts (Teuvaerts of Heyvaerts) komt in 1452 in bezit vanJoost Triest.

Meiers van de meierij van Melsele waren Jan de Vrient (1550), Jan Volckerick (1551), Gillis van Caenbeke (1569), Jan Volckerick fs Jan (1578), Willem Volckerick, Gillis de Leeuw (1590), Mark en Joost de Leeuw ( 1618 en 1651), Jan Baptist Ingels (1674) en Gijsbrecht Ingels (1704).

Andere leengoederen waren ter Vlaken, ter Harent, de Vlakemeersch, de Beekmolen, ‘t Hof ten Damme, de Houtmerre en te Wouwe. In 1651 was er sprake van het lustgoed de Roode Poort. Op den plaats den Poel bouwde de familie Librecht een kapel en een herberg met als uithangteken een steen waarin een es was uitgehouwen. In 1660 bewoonde de edele familie Snouck ‘t Schaliënhuis.

In de 18de eeuw werd een dorpsschool gehouden in een bovenkamer van de kosterswoning.

Melsele’s geschiedenis verschilt weinig met deze der omliggende dorpen met uitzondering van de periode van de godsdiensttroebelen in de 16de eeuw. In 1525 kleefde de toenmalige pastoor de leer van Luther aan. Een premie van 100 gouden carolusguldens was uitgeloofd voor die sal aenbrengen sekeren uytgeloopen monik ende apostate van den ordenen van St. Augustijn, en eenen anderen weereldlijken priester, verjaegd zijne cueren tot Melsene, dewelck int veld en op andere onbehoorlijke plaetsen gepredikt hebben diversche erroren en propositien, smaekende de gecondamneerde leeringhe van de Lutheraenschen en de andere hersien tegens God ... Omstreeks 1581 predikte er ook een zekere Joost van Lier.

In 1583 wordt de dijk doorstoken en overstroomde de Borgerweertpolder. Idem in 1591. Bij de belegering van Antwerpen liet Alexander Farnèse in 1585 alle eikenbomen vellen voor het bouwen van een schipbrug over de Schelde.

Al in 1055 maakt men gewag van een kerk. Onder de vroegste pastoors van Melsele: Jan van den Pauwe (1357), Geeraert Baert (1460), Raes Coenraert (1493), Willem Hauwijs (1523) en Gillis de Leeu (1558). De O.L.Vrouwekerk zal in het begin der 14de eeuw worden herbouwd. Nog later wordt het interieur rijkelijk versierd. Zoals in 1711 wanneer er houten beelden van apostelen worden geplaatst. Van sommige beelden kennen we de namen van de schenkers. Jacobus geschonken door Jacob van Kemseke. Thomas door Jozijne Snouck, Philippus door Catharina de Dijcker. Een andere Jacobus door Michiel Varenbergh, Simon door Jan van Raemdonck. Het schilderij, De Vinding van Jezus in den Tempel, was een gift van Pieter de Dijcker en Catharina Volckerick (1688). Pauwel Smet fs Gillis schonk in 1684 het doek Christus in den Hof van Olijven.

Sinds 1511 is Melsele gekend als bedevaartsoord. In de kapel van O.L.Vrouw van Gaverland vereren de gelovigen het miraculeus beeld van Maria. Volgens de legende vond een boer een beeldje van de Moeder Gods onder een lindeboom. Hij nam het mee naar de kerk maar de volgende dag lag het terug onder de linde. Het werd nog tweemaal terug naar de kerk gebracht maar telkens terug onder de linde gevonden. De oorspronkelijke kapel - gesloopt in 1665 - werd in 1681 door een nieuwe vervangen, die een eeuw later door Franse republikeinen werd afgebroken. In 1864 heeft de wijding plaats van de nog bestaande gothische kapel.

Al in de 15de eeuw was er een schuttersgilde met name de Gilde van Sint-Sebastiaan.

Een bekende Melsenaar is o.m. Frans Pleke van de orde van Oratorie en pastoor te Laken , die de Geschiedenis der kercke van Laeken schreef. Een andere MelsenaarJan Frans d’ Hollander, doctor in de godgeleerdheid, schopte het tot bestuurder van het Karmelietenklooster te Leuven. Tenslotte verwierf Domien Ducaju faam als kunstschilder.


Bron: F. De Potter en J. Broeckaert, Op.cit.
Info over Melsele als polderdorp vind je op www.polderblues.be
Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:20 Reageer op dit bericht

Weerbare mannen te Rupelmonde in 1552

Adam BEELDE, Bertholomeeus BEELDE, Tousaein BERTRAM, Lievin de BRAUWERE, Vincent vanden BROUCKE, Gillis CAERDEMAN, Matheeus de CLERCQ (schepene), Gillis de COCQ, Jan COEL, Gille COOL, Willem Cool, Anthuenis de COSTERE, Jan de COSTERE a. SCIPMAKERE, Luyc CRAUWEL, Marten van CUELEN, Adriaen DAELMAN, Bertel van DALE, Gillis van DALE, Jan van DALE, Laureyns DEYAERT, Meester Pieter van DIEGEM (ontfanger), Jan van DIEGHEM, Philips van DIEGHEM, Heyndric van DRIESSCHE, Joseph van DRIESSCHE de Jonghe, Joseph van DRIESSCHE, Willem de DROESSE, Jan van DUERME (duerwarde der K. Majesteyt), Gillis van EEDE, Cornelis van ESBROUC, Jan van ESBROUC, Andries van EYGHEM, Pieter van EYGHEM, Torren van EYGHEM, Lieven van GAPENBERGHE, Gillis van GHEERTSEM, Jan van GHEERTSEN, Joos de GHENDT, Cornelis GOEYVAEERTS, Christoffel GOMMAERT, Jacop de GRAUWE, Andries GROOTJANS, Olivier de HANE, Pauwels HAUWE, Pieter van HAVERE, Meester Mathijs de HEERE, Goessen HERMANS, HEYNE (de trommeslaghere), Jan HEYNS, Jan HINNEBEEN, Joos de HONT, Jan HOUMAN, Pieter HOUMAN, Thomas HUYGX (scoutit), Gillis KEPPENS, Willem KEPPENS, Ghijsbrecht de KEYSERE, Pieter de LAMPERE, Machiel van LANDEGHEM, LENAERDT (de zeeldrayer), Jan van LUEGHENAGHEN, Gillis van LUEGHENHAGHEN, Hubrecht van der LUEGHENHAGHEN, Ghijs de LUYCKENAERE, Danijs de MAERE, Laureyns de MARE, Bertel MARIEN, Cornelis MARIEN de Jonghe, Marten MARIEN, Jan MARTENS (schepene), Lieven MARTENS, Heindric de MEY, Joos de MEY, Frans van MIEGHEM, Philips de NECKERE, Daniel OGIERS, Jacop PANDELARE en Joos sijn swaghere, Jacop PLUYME, Jacop van POLFLIET, Jan PRANS, Jacop van PUYMBROUCK, Bernaert van PUYNBROUCK, Claus van RAEMDONC, Joos van RAEMDONC, Joos RAES, Geert REYNS, Jan REYNS de Jonghe, Jan van RIEDT, Gillis ROELS, Joos de ROUCK, Pieter van ROYE fs Pieters (schepene), Philips de RUYTERE, Jacop SAEGMAN, Dieric SCHOEMAKERE, Jan van SCHOONEN (schepene), Pieter van SCHOONEN, Remacle van SCHOONEN, Cornelis de SEEUWE, Andries SMEDT, Jan SMEDT, Joos SMEDT, Laureyns SMEDT, Marten SMEDT, Jan de SOUTERE, Willem STAEL, Jan STAES de Jonghe, Joos STAES, Pieter van STEENE, Jacop STUER, Philips STUYR, Goris de SWANE, Joncheer Jan van TANNERIEN (edelman), Meester Pieter TOLMER (schoolmeester), Pieter TRUYMAN, Machiel TSUYEE, Bernaerdt VALE, Jan VALE, Conraert vanden VELDE, Joos vanden VELDE, Simoen vanden VELDE, Jan VERBANC, Loys VERCLUYSEN, Jan VERELST, Philips VERHEYDEN, Symoen VERHEYDEN, Adriaen VERMEERE, Joos VERMOTEN, Jan VERMUELEN, Leunis VERSIERIS, Gillis VERSTRAETEN, Joos VERSTRATEN, Jacop VIDTS, Adriaen VIJDT, Gillis VIJDT, Alexandre vanden VIJVERE, Jan vanden VIJVERE, Jan VOERSPOEL, Gillis van VOIRDE, Casen de VRIESE, Philips de VRIESE, Gillis vanden VYVERE, Joos vanden VYVERE, Jan de WAEYERE, Jacop de WAGHE, Joos WALLAERT, Leunis WANGHE, Jacop WEYN, WOUTER (tichelbacker), Pieter van WOUWE , Arent van ZELE (baillu).


Bron en info: cfr. mijn blog dd. 05.09.2005. Voor Rupelmonde bestaat er geen lijst meer van weerbare mannen in 1480. Illustr. Wilhelm Tell in "Wilhelm Tell - Schauspiel von Schiller", Tübingen 1804.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 10:54 Reageer op dit bericht

Antwerpenaren uit het Waasland

Nogal wat Sinjoren stammen af van een Wase voorouder die zich eertijds in de Scheldestad vestigde. Wellicht kunnen familiekundigen op zoek naar de “Ware Jacob” in ‘t Waasland onderstaand chronologische gerangschikt lijstje eens doornemen en er eventueel hun voordeel mee doen.

- Louis van der Hallen, vader onbekend, geb. Waasmunster en Antwerps poorter 
  geworden op 01.05.1534 met als beroep droogscheerder *
- Jan van den Putte fs Jan
, geb.Eksaarde en Antwerps poorter geworden op 
   20.11.1534 met als beroep droogscheerder *
- Jan de Rycke fs Jacob
, geb. in Verrebroek en Antwerps poorter geworden op
  03.12.1535 met als beroep droogscheerder *
- Joost de Hertoge fs Gielis
, geb. in St.-Niklaas en Antwerps poorter geworden op
   27.07.1539 met als beroep droogscheerder *


- Jan Herdewel fs Klaas, geb. te Stekene in Vlaanderen en Antwerps poorter geworden
  op 28.03.1550 met als beroep droogscheerder *
-
Catlyne van Dueghem fa wijlen Mr. Peeter en Elizabeth Vergouden geh. Janne
  Janssens
die men heet van Heusden dragen over aan Gielis Jacobs geh.Jozyne
  van Dueghem
2 erfelijke rentes afkomstig van haar ouders en die hun bij scheiding in
  1567 gepaseerd te Rypelmonde zijn toegevallen ...
- 24.01.1586:Jan Cock geh.Elizabeth Nommemens
bezitten een hofstede in de 
  parochie van Steken, afkomstig van haar vader Cornelis
- ??.01.1586: Geertruyt van Daele wed. Antonis Bacle bezit grond te Basele
- 15.02.1586: Jacob Puerssen fs Michiels geh. Anna van Goethem hebben bezit te
   Beveren, Zwijndrecht, Sint-Niclaes en Sint-Gillis gedeeltelijk afkomstig van beide
   families
- ??.03.1586:
Maritay de Bruyne fa wijlen Gillis en Elizabeth (?) Engelbrechts, 
  geh. Guillaume van Hoochstraten
de helft van een stuk land te Lokeren (waarvan de
  andere helft haar ooms
Vincent en Lieven de Bruyne te Lokeren toebehoort) dat
  haar in 1582 is toegekomen uit de nalatenschap van haar grootmoeder
Marie Roels
  wed. Joos de Bruyne
- ??.??.1586: Adriana ‘sWitten Mathijsdr geh. Jacob Jacobsen, zij verkoopt haar 
  broeder
Gielis de Witte een erfelijke rente te Melcele die Gielise de Leeuw,
  parochiaen aldaar, in 1551 heeft gekocht en haar bij testament heeft nagelaten
- ??.??.1586:
Jan de Munck geh. Margriete Hallemans, wonen nu te Melsen in 
  Vlaanderen, ze bezitten een stukje grond te Calloo
- ??.??.1586: Elizabeth Cocxs wed. Joos Bazelis
had land in het Swijndrecht Broeck
- 06.05.1586: , geseten tot Beveren, verkoopt met goedvinden van zijn moeder Marie
  van Hove wed. Kerstiaen Sagon
een erfelijke rente die zijn vader in 1560 heeft
  gekocht

- 19.06.1586: Marie Meens wed. Sebastiaen Visscher, geseten tot Rethy (...) en haar
   zuster Barbara Meens wed. Joris van Zuyvele, geseten tot Sinay in den lande van
   Waes.(
Marie van Zuyvele Jorisdr. x Anthonis Hoeckstael en haar zuster
  
Janneken en Worken van Zuyvele) verkopen 2/3 deel van een erfelijke rente ...
- 02.08.1586: Michiel Broers zijn vader Jan Broers
woonde en is gestorven te Borcht
- 18.09.1586: Jacques Philips Janssen w. blijkt volgens de verklaring van de priester
   te Beveren te zijn gehuwd; hij krijgt nu het geld uitgekeerd dat zijn moeye
Elizabeth
   Philips
hem heeft beloofd

- 02.10.1586: Engel Vercouteren fs wijlen Merten en Jacopmyne Bauwens, geh.
  Beatrix
van Landeghem fa Niclaes wed. Peeter de Loose fs Andries, ze dragen te
  Temptsche, Sint-Niclaes en thielroy over a an haar broer
Peeteren van Landeghem
- 08.01. 1587: Simon van Bossche bezit land te Swyndrecht en Melsele dat hem is 
  verstorven van zijn ouders
- 31.10.1587:
Aerdt Bevers geh. Clara van Broecke bezitten een hofstede en enig
  land te Swyndrecht
- 26.02.1587:
Maria Hiels Jansdr. wijlen geh. Jacques sHerwouters verkopen een 
  erfelijke rente te Melsele die ze in 1578 heeft gekocht
- 30.03.1588:
Jan van Eesbeke fs wijlen Anthonis en Anna van Meurs fa Franck en
  Maria de Laet
, meyer tot Verbroeck (...) en zijn broer Gielis van Eesbeke schepen tot
  Beveren ...
- 30.04.1588:
Joos Lysesoon, geseten te Haesdonck geh. Elisabeth Varendoncx; zij
  bezit land te Melssene
- 06.03.1589:
Mr. Henrick van Dame heeft meer dan tien jaar in Antwerpen gewoond,
  maar woont nu in Cruybeke ... een zoon
Philips van Damme wonende te Boullogne en
  daarvoor in Rijssele ?
- 08.11.1589: Adriaen Segers is gemachtigd van zijn cousijn
Adriane Verteuten
  Niclaes
wijlen te Swijndrecht; deze verkoopt een erfelijke rente te Antwerpen, in 1532
  gekocht door
Gheerde Verhoeven geh. Anthonie Faes en welke in 1555 door
 
Niclaese Verteuten is gekocht van zijn zuster Barbara Verteuten fa Peeter en
 
Anthonie Faes en geh. Claese Noulaet
Bron: R.M.A. De Jong en Jos De Meester in Vlaamse Stam. Gegevens afkomstig van deze laatste gemerkt met een sterretje.

Hoe vind je dit bericht? 33 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Een verkeersongeval uit 1720 in Kallo

constable2.jpg

Adriaen van Kerckhove woonende op Steenlant, jurisdictie van Calloo, verclaert …

“Dat hij nu geduerende den tijdt van twee maenden, duerende het seijsoen vanden oughst 1720 heeft gewerckt ten huyse ende hove van Jacobus Frans Lijssens woonende oock aldaer ontrent. Ende ten selve versoucke aldaer hebben gevrocht als arbeijder ende gedaen het werck t’gonne den selven Lijssens hem heeft geordonneert. Eijndelijck verclaere waerachtigh te wesen dat den voornoemden Lijssens mij heeft gecommandeert, beneffens Pieter Batens peerdeknecht aldaer ende Marie Verbraecken dienstmaert vanden selven Lijssens, op den 19en Septembre 1720 te samen te gaen mesten op sijn lant ende mest te haelen op d’hofstede daer lest gewoont heeft wijlent Jan Versmissen. Ende tselve aldaer geladen beneffens de voornoemde persoonen op den wagen van den voornoemden Lijssens. t’Gonne vervoert is door den selven Baetens op het lant aldaer bijgelegen. Ende naer eenige voeders geladen t’hebben ende vervoert soo heeft den selven Lijssens ontrent den middagh ons geordoneert clavers te haelen ontrent “Den Cruijpinne” ende daermede te rijden naer huijs omme naer den middagh boomen te gaen haelen. Ende heeft insgelijcks aen de voornoemde Marie geordonneert dat sij van den wagen aen den “Cruijpin” soude gaen om het haestighste werck te doen t’sijnen huijse. Ende commende gereden aleer aen den “Cruijpin” soo hebben achtervolght eenen geladen wagen met stroot toecomende aen Gillis Rossiers. Ende met voorsichtigheijt daer willende voorbij rijden, sijn met ongeluck in de sloot gevallen. Soodanighlijcken dat ick deposant met den peerdenknecht in de selve sloot hebben gelegen onder de peerden. Ende naer elcanderen geholpen, soo hebbe gesien dat de selve Marie onder de waegeplanck met het hooft in het slijck was verongeluckt ende verdroncken. Verclaeren ten surpluse metten selven peerdeknecht geseten t’hebben voor in den wagen ende de voornoemde Marie achter ons in het midden van den selven wagen. Sonder dat bij mijn wetenschap is eenige rusie ofte ongemack tusschen elcanderen gehoort t’hebben. Hiermede mijne waerheijt daete 21en 7bre 1720 ... “


Bron: RABev, GOA Bazel nr. 217, f° 150r: Suppliek van 04.10.1720 m.b.t. de wezen van Gillis Baetens en Joanna van Strijdonck t.w. Pieter, Rosa en Catharina Baetens. Illustr.: "De Hooiwagen" van John Constable. Olieverf op doek (1821). National Gallery Londen.
Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 10:39 Reageer op dit bericht

Waaslandlied

Wist je dat het Waasland een eigen hymne heeft? Op muziek gezet door Fernand Van Durme. Tekst van Jozef De Wilde (12.09.1906 - 27.06.1993)? De laatste geen Waaslander maar wel bestuurslid van de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas?

Land in een gordel van stromen geprangd,
Vlakten der zee waarin Polders zich spreidden,
Meren van lover met kammen van heide,
Lucht, waar de zon taferelen in brandt.

Keerzang:

Land onzer vad’ren, uit Wase geboren.
Grond van ons Vlaandren, gewonnen door strijd,
Jonge geslachten betreden uw voren,
Staan met de hakke en strijdbijl bereid.

Volk dat woestijnen in tuinen omschiep,
Bouwers van dijken, bedwingers van vloeden,
Strijders om altaar en haardstee te hoeden,
Zaaiers van weelde uit arbeid gediept.

Weelde voor d'ogen en eer van ons bloed,
Arbeid en kunst zullen blijvend U kronen,
Waasland, U blijven we trouwe betonen,
Schoonheid en kracht Gij, ons erfdeel en goed.

Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 10:58 1 reactie Reageer op dit bericht

BURSSENS uit Bazel en Temse in m'n kwartierstaat

BURSSENS is een patronimicum afgeleid van Buse, Busin, Bussijn, Bursijn. Germaanse mansnaam Buso. Aanvoerder van de Franken 6de eeuw. Volgens De Brabander vleivorm van Borsaert of Burchard (6). In Bazel en Temse ook BEURSENS, BEUSSENS, BORSENS, BURSENS, BUSSENS, BUIJ(S)SENS. Tussen mijn oudouders is Josijne Bursens echtg. Anthonie Rooman (kwartieren 117 en 116) de eerste Burssens in mijn kwartierstaat (cfr. blog van 18.11.2007).



116. Anthonie ROOMAN
        Temse 19.02.1713 - Bazel 23.04.1768
117. Josijne BURSENS
        Bazel 24.06.1725 - ?



234 en 235. Jan Baptista BURSSENS fs Frans en Joosijne WITTOCK, geb. Bazel 28.09.1702 en overl. Rupelmonde 31.08.1764. Huwde 1° Bazel 25.05.1724 Elisabeth SUY fa Frans en Elisabeth de RYCK, geb. Bazel 20.05.1696 en er begr. 11.11.1733; 2° Joanna van RAEMDONCK fa Paulus en 3° Catharina de WAEN fa Andries (? en Elisabeth van Aelst), geb. Bazel 17.02.1702 ?
Het sterfhuis Elisabeth Suy met als voogden Frans Suije en Adriaen Burssens vermeldt in 1734 een behuijsde hofstede, gekocht in 1728 van Catharine de Wael en haar dochter Catharina de Clerck, geleghen in de varentwijck (onder nr. 24) … tusschen 30 a 40 Roeden o. jan van mieghem fs. jaecques s. sheeren straete en w. de cooren wint meulen van de heere graeve van Rupelmonde en n. dhoors van de weduwe phe. vermeulen… Jan en Elisabeth pachtten toen twee stukken land van J.B. Jaspaert en een akker van Jan Weyns. Twee koeien zorgden voor melk en de hinnen voor eieren. Onder de andere meubilaire baten: 2 spinnewielen, 31 ellen lijnwaet, hemden, de capot met den rooden rock, rocklijven met de borst, 2 robben met de borst, schoenen ende muylen, het meel met het koeffer met de mastellen … (1).
Jan verongelukte op 31.08.1764 onder sijnen hoeijwaeghen in den dyck Sloodt van Craeghe in den polder van Rupelmonde. Aldaar begraven in de kerk. Uit sterfhuis jan burssens fs frans daer moeder af is geweest Josijne Wittock met als voogden Jan de Waen en Heijnderickx Burssens, blijkt dat hij in 1744 samen met Catharina de Waen nog 7 ½ roeden grond had gekocht gelegen aan zijn hofstede waarop zij een waegen huijs ende voordere stallagie hebben gebouwd. Openbare verkoop van Peird en koeijen runders waeghen kerren sledde ploeghe ende eeghde bracht ruim 979 gulden op. De vrouw van Frans Nijs - zilversmid te Temse - raamde het ongemunt goud, bestaande uit een Gauwen trouw ende cnoprrinck en een senteurgepse, op 17 gulden 16 stuiver. Jan Baptiste bebouwde toen zeker tarwe, koren, klaver, gerst. Deels op volgende gepachte gronden: 100 roeden in den Eijerputwijck, 350 r. in de meire, 4 stukken land in den blauwhofwijck samen 2 bunder 1 gemet 200 r., 3 stukken land in den Robberecht samen 1 b. 1 g. 150 r., 4 stukken land in de vaerentwijck samen 1 b. 2 g. 135 r.
Onder de begrafeniskosten: 3 gulden voor het luijden van de groote clock te Rupelmonde, 1 fl. 4 st. voor het baercleedt, 4 fl. 5 st. aan Phelipus van Steenacker die na het ongeluk het doodt lichaem tsijnen huijse heeft opgebaard, aan Jacobus Buytaert 8 fl. voor leveren en tappen van een ton bruin bier en 8 fl. 16 st. voor een zak koren aan de armen van Bazel uitgedeeld
… (2).
Kinderen uit eerste bed geboren te Bazel:
1. Josijne, geb. en ged. 24.06.1725 (ss: Franciscus Borsens en Joanne van Royen). Getrouwd te Bazel 29.08.1745 (tt: Mathias van
……gen (?) en Catharina de Waen) met Anthonie ROOMAN (Temse 19.02.1713 - Bazel 23.04.1768) fa Antony en Joanna Vermeulen (nrs. 116 en 177).
2. Anna Marie, geb. en ged. 26.10.1726 (ss: Joannes Jaspaert en Anna Maria de Roeck).
3. Judocus, geb. en ged. 22.08.1728 (ss: Judocus de Roeck en Anna Catharina van Mighem). Overl. Bazel 02.01.1781. Huwde te Temse 09.03.1765 Elisabeth COLMAN.
4. Pieter Jan, geb. en ged. 18.12.1730 (ss: Hendricus Bursens en Catharina de Clerck).
5. Marie Catharina, geb. en ged. 31.08.1733 (ss: Petrus Huijbens en Joanna Maria Borsens). Voor overlijden moeder gestorven?
Uit tweede bed geboren te Bazel:
6. Dominicus, geb. en ged. 04.04.1735 (ss: Dominicus Bursens en Petronella van Raemdonck). Jong gestorven?
7. Jan Baptiste, ged. 03.07.1736. Jong gestorven?
8. Anna Catharina, geb. en ged. 30.06.1737 (ss: Joannes van Raemdonck en Anna Maria Vergauwen).
Kinderen uit derde bed geboren te Bazel:
9. Elisabeth, geb. 22.02.1740 en 23ste ged. (ss: Judocus Meiremans en Elisabeth van Haelst).
10. Marie Catharina, geb. en ged. 25.09.1742 (ss: Petrus de Keismaeker en Judoca Burssens).
11. Egidius, geb. en ged. 15.03.1744 (ss: Egidius Weijn en Elisabeth de Waen). Jong gestorven?
12. Amelberga, geb. 16.05.1745 en 17de ged. (ss: Petrus van Raemdonck en Anna Catharina de Waen). Jong gestorven?
13. Isabella Theresia, ged. 12.07.1746. Jong gestorven? Of is zij dezelfde als Colleta Theresia waarvan sprake in Staat van Goed?
14. Mathias, geb. en ged. 16.04.1749 (ss: Mathias van Hoywegen en Amelberga de Keirsmacker). Jong gestorven?
15. Colleta Theresia. Dezelfde als Isabella Theresia???

468 en 469. Frans BURSSENS fs Gillis en Paschasia VOLDERS. Geb. en ged. Bazel 07.08.1669 en begr. Bazel 30.10.1736. Trouwde 1° Bazel 30.04.1695 Joosijne WITTOCK, geb. ca 1666 en overl. Bazel 27.10.1706 (40 j.?); 2° te Bazel 01.10.1707 Petronella de MAER fa Rumoldus, geb. ca 1681 en overl. Bazel 30.09.1760.
Na het overlijden in 1706 van Joosijne Wittock werden Jan wittoeck ende Adriaen buijssens als voogden aangesteld. Frans en Joosijne woonden toen in een hofstede aangekocht tijdens hun huwelijk voor 436 guldens: seker behuijsde hofstede soo de selve gestaen ende gelegen is binnen dese prochie van baesel inde meulen cauter wijck groot van gronden ontrent een half buynders, oost daeranne gelant gillis van steenacker suyt de straete west jan geldolf ende noort den selven steenacker ende jan Lijssens ... Op zijn hofstede stond een cijns te betalen aan de armen van Rupelmonde. Als landbouwer pachtte hij drie stukken land samen iets groter dan 6 gemeten, waarvan twee stucken landt in baesel polder. Hierop verbouwde hij wellicht boekweit, klaver, vlas, tarwe, koren en haver. Hij bezat twee koeyen maar geen paard, want in 1706 staet noch te betaelen aen Jan de Lamper over peerdewerck eene somme van 13 guldens. De staat van goed gemaakt ten sterfhuyse van Joosijne wittock sloot tenslotte af met een boni van 227 gulden 18 stuiver, met als baten ondermeer twee goude ringhen (3).
Na overlijden van Frans Burssens hertrouwde Petronella de Maer met Petrus de Rop.
Kinderen uit eerste bed geboren te Bazel:
1. Adriaen, geb. en ged. 22.01.1696 (ss: Adrianus Wittock en Joanna Smets).
2. Gillis, geb. 15.02.1698 (ss: Adrianus Buijsens en Catharina de Smet).
3. Jan Baptista, geb. 28.09.1702 en 29ste ged. (ss: Joannes de Lamper Junior en Joanna de Roeck). Overleden te Rupelmonde 31.08.1764. Huwde 1°te Bazel 25.05.1724 (tt: Adrianus Beursens en Anna de Rijck) Elisabeth SUY (Bazel 20.05.1696 - Bazel 11.11.1733) (nrs. 234 en 235) fa Frans en Elisabeth de Rijck; 2° te Bazel 03.05.1734 Joanna van RAEMDONCK fa Paulus; 3°te Bazel 10.03.1738 Catharina de WAEN fa Andries (en Elisabeth van Aelst ?) geb. te Bazel 17.02.1702 ?
Kinderen uit tweede bed, eveneens geboren te Bazel:
4. Henri, geb. Bazel 30.08.1708 en er overl. 05.12.1783. Huwde te Bazel 19.07.1738 Anna Catharina van BRITSOM, geb. 04.07.1714 en overl. Bazel 03.12.1791.
5. Joanna, geb. 28.12.1711 en 29ste ged. (ss: Gillis Lijssens en ....oca Delee....). Overl. Bazel 26.10.1774 en gehuwd te Bazel 06.05.1738 met Judocus MEERSMAN.
6. Dominicus Frans, geb. 07.01.1714 en 8ste ged. (ss: Gillis de Lamper en Joanna van Strijdonck). Overl. Bazel 29.04.1773. Huwde te Bazel 12.02.1737 Maria de KERF (Bazel 03.01.1716 - Bazel 04.09.1796) fa Joos en Judoca Maria Vercouteren. Uit dit huwelijk geb. te Bazel:
     1. Judocus, geb. 26.03.1741.
     2. Adrianus, geb. 10.11.1742.
     3. Theresia, geb. 10.04.1746.
     4. Joannes Jacobus, geb. 28.08.1752. Overl. Kruibeke 03.04.1789. Huwde Kruibeke    
     27.11.1781 Anna Isabella VONCK (Glimbach/Erkelenz (D) 04.12.1756 - Kruibeke 
     06.03.1830) fa Jan Petrus en Gertrudis Agnes Goebels. Waarvan afstammelingen.
     5. ? Josephus Augustinus, overl. Sint-Gillis-Dendermonde 31.01.1847.
7. Joseph, geb. en ged. 19.03.1716 (ss: Joannes de Lamper en Judoca Buytaert). Overl. Bazel 14.06.1720.
8. Petrus, geb. 15.11.1717. Overl. Bazel 18.06.1720.
9. Elisabeth, geb. 17.09.1720 en 18de ged.(ss: Joachim Beernaert en Elisabet de Groucken). Overl. Bazel 11.03.1721.

936 en 937. Gillis BURSSENS fs Frans en Elisabeth SPILDOREN. Geb. Temse 30.09.1642 en overl. Bazel 01.10.1676. Huwde Kruibeke 08.05.1666 Paschasia de VOLDER (Bazel 26.06.1642 - Bazel 21.06.1680 of 1689) fa Adriaen en Barbara van STRYDONCK (in de hoofdcijns Sint-Gertrudis, Melsele 1).
In 1676 vermeldt de staat van goed opgesteld ter sterfhuyse van wijlent gillis Bussens waervan hauderige gebleven is paesschijntien de volder als voogden Jan van Leugenhaegen en Pieter de Volder. Geen eigendom. Hun woning werd gepacht van Gillis de Lamper en een half bunder land te Kruibeke in den hoochrothoeck van Jan de Wolf tot melsene. Onder de schamele bezittingen: brander, rooster, tang, een grote en kleine ketel, ijzer potje, botervat, melkkuip, wastobbe, tafel, stoelen, riek, zeisen, bijl, hekel met eenen heusel, koffer, een roer met eenen poeder hooren, schapraai, bed, 20 ellen lijnwaad, 7 hemden, 3 slaaplakens, 3 tafelkleden, lijnzaad, 36 wissen vlas, 8 hopen stro en 51 hopen hooi en een kruiwagen … Jan van Leugenhaegen (schoonbroer ?) stond bij hen voor 39 gulden in het krijt. De enige koe werd geraamd op 24 gulden. Bij de uitvaart werden de buren getrakteerd tot raemdonckx en de vrienden thuis te eten ende drincken gegeven … (4)
Hun kinderen geboren te Bazel:
1. Magdalena, geb. 26.02.1667 en 27ste ged. (ss: Judocus Verhoecken en Magdalena Bussens).
2. Frans, geb. en ged. 07.08.1669 (ss: Judocus van Strijdonck en Elisabeth Bussens). Huwde 1° Bazel 30.04.1695 (tt. Adriaen Beursens en Petrus Kole ?) Joosijne WITTOCK, geb. ca 1666 en overl. Bazel 27.10.1706 (nrs. 468 en 469); 2° Bazel 01.10.1707 Petronella de MAER (ca 1681 - Bazel 30.09.1760) fa Rumoldus en N.N.
3. Adriaen, geb. 12.12.1671 en 13de ged. (ss: Michiel Blijweert en Josina Vergauwen). Huwde
1° Bazel 15.05.1701 Joanna van STRIJDONCK; 2° Bazel 15.09.1716 Anna Maria van
HAVENBERGHE.
Uit eerste huwelijk:
     1. Jan Frans, geb. Bazel 28.09.1707 en overl. Bazel 17.03.1770.

1872 en 1873. Frans BUSSENS a. BURSSENS huwde Elisabeth SPILDOREN fa Aegidius en Elisabeth Luycx, geb. Temse 06.04.1598. Frans pacht in 1634 te Temse een hofstede groot 180 roeden en land groot 2 gemeten 122 roeden (5).
Hun kinderen geboren te Temse:
1. Jan, geb. 30.05.1627 (ss: Jan Brijs en Elisabeth Vermeire). Huwde te Temse 27.04.1646 Lijsbette van GALE (Temse 21.12.1627 - Temse 25.12.1667) fa Pieter en Joanna Brijs (in de hoofdcijns Sint-Pauwels, Sint-Baafs-Gent, app. 7). Waarvan geboren te Temse: 1. Jan. 2. Thomaes. 3. Lijsbette geh. Gillis de VRE. 4. Catarine.
2. Cathalijn, geb. 30.09.1629 (ss: Thomas Spildoere en Jekemeijne Beussens).
3. Gillis, geb. Temse 30.09.1642 (ss: Aegidius Spildoren en Maria van Roij). Overleden

Bazel 01.10.1676. Trouwde te Kruibeke 08.05.1666 (tt: Thomas Spildooren en Barbara van Strydonck) Paschasia de VOLDER (Bazel 26.06.1642 - Bazel 21.06.1680 of 1689) fa Adriaen en Barbara van Strydonck (nrs. 936 en 937).
4. Elisabeth, geb. 19.02.1636 (ss: Adrianus van Wauwe en Elisabeth Luijckx). Huwde te Bazel 04.03.1670 Jan van LEUGENHAEGEN.

3744 EN 3745. … BURSSENS geh. N.N., waarvan:
1. Frans, geh. Elisabeth SPILDOREN fa Aegidius en Elisabeth Luycx, geb. Temse 06.04.1598 (nrs.1872 en 1873). 
2. Jekemeijne ? Meter in 1629 bij geboorte kind van Frans.



Bronnen: (1) RABev, GOA Bazel nr. 220, f° 19v t.m. 22v dd 15.01.1734.Sterfhuis Elisabeth Suye, houder Jan Burssens.(2) RABev, GOA Bazel nr. 222, f° 96v t.m. 104 r dd. 28.05.1765. Sterfhuis Jan Burssens fs Frans en Josijne Wittock. Id., f° 104r. t.m. 105r. Suppliek. (3) RABev, GOA Bazel, nr. 214, f° 325r-327v. Sterfhuis Joosijne Wittock dd 20.12.1706 (4) RABev GOA Bazel-Wissekerke nr. 28, f° 24 v tm 25v: Sterfhuis Gillis Bussens dd. 21.11.1676. (5) en (6), Jerome Smet, op.cit. p. 168.
Andere Bronnen: Hans-Dieter Wilts en Klaus Metelmann op Geneanet.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Wist u dat ... ?

WIST U DAT ...

... een dagwand vroeger de oppervlakte was die op één dag kon omgewend worden ?
... ene
Christianus Brijs, geb. op 15.08.1634 te Temse als zoon van Frans en Anna
    Bocx, als 27-jarige overleed op 15.12.1661 in "Casteel Colombo" in Oost-Indië ?
...
Kathelyne Duerincx in het land van Waas als heks verbrand werd in oktober 1538 ?
...
Jan van Steene fs Jan, geb. te Waasmunster ca 1603 wegens hekserij op
    19.01.1637 te Rupelmonde veroordeeld werd om gebracht te worden ter merct van
    Stekene, ende aldaer, alvooren geworcht zynde, gexecuteert te met den viere datter
    de doot naer volcht
?
... het celibaat voor priesters met het concilie van Trente (1545-1563) werd ingevoerd?
... daarvoor heel wat priesters getrouwd waren en kinderen hadden ?
... in de 15de eeuw
Jan van der Dict, pastoor van Elversele, getrouwd was met
    Amelberch Polspoel ?
... hun zoon hem als pastoor opvolgde ?
... van
Philips Metten Penninghen, geb. ca 1405 te Waasmunster en priester te
    Dendermonde, 4 kinderen gekend zijn ?
... zijn jongste zoon Jan, priester in het Dendermondse, ook meerdere kinderen had ?
... Gillis d’ Hertoghe, priester van adel, bij zijn huishoudster Barbele Pijps, een 
    natuurlijke dochter had, met name Laurine d’Hertoghe die trouwde met Wouter van
    den Berckmoes, meier van Elversele ?
... de uitgaven in een taverne of herberg
teercost werd genoemd ?
... een
vettewaaier een verkoper is van vette waren als olie, kaarsen, smeer ?
... een kruidernierswinkel dan ook een winkel van vettewaeren werd genoemd?
... men in het ancien régime meerderjarig werd op 25 jaar ?
... wie onder de 25 was getrouwd ook als meerderjarig werd beschouwd ?
... een minderjarige toen onbejaarde werd genoemd ?
... bij overlijden van één der ouders ter bescherming van de wezen voorlopige
    voogden werden aangesteld die deelvoogden werden genoemd ?
... er gewoonlijk een voogd langs vaderszijde en een voogd langs moederszijde werd
    aangesteld, respectievelijk paternele of maternele voogd genoemd ?
... de deelvoogden nadien vervangen werden door de
staande voogden ?
...
momboir of momboor een andere naam voor voogd is ?
... de schepenen van de heerlijkheid de
oppervoogden waren ?
... iemand die land bebouwde buiten zijn dorp een
afdrijver was ?
... de inventaris van deze personen afdreft of afdrijf werd genoemd ?
...
Bamis valt op 1 oktober, het feest van Sint-Bavo, dag waarop pachten, cijnzen, enz ...
    werden betaald ?
... het feest van Driekoningen ook
Derthiendag werd genoemd omdat het 13 dagen
    na kerstmis valt ?
... een
cijns een jaarlijkse rente in geld of natura is als permanente tegenprestatie voor
    afgestane grond of een verleende gunst ?
... cijnsplichtigen vermeld in een cijnsboek soms een opeenvolging van generaties
    zijn en derhalve een goudmijn zijn voor de familiekundige ?
... Catharina de Neve fa Jan
geh. in 1447 met Jan van Steelandt - hoogschepen van
    het Land van Waas - op 08.01.1531 stierf in de leeftijd van 101 jaar ?
...
Petrus Onghena fs Laurentius nà 79 jaar getrouwd te zijn met Catharina Vermeiren  
    te Lokeren stierf op 13.06.1726 bijna 113 jaar oud ?
...
Amalberga Vermiere wed. Maarten Beaval te Eksaarde stierf op 09.05.1756, oud
    108 j. 6 m. en 21 d. ?
... Thomas Maes fs Vincent en Elisabeth Breys, weduwnaar van Anna Margriet 
    Maernef, te Temse stierf op 01.02.1760, zijnde 101 j. 8 m. 18 d. ?
...
Jacobus Weyns weduwnaar van Anna Catharina Claessens, te Temse stierf op
    14.10.1773, oud 102 jaar en 4 maanden ?



Bronnen: Vlaamse Stam, jrg. 40 p. 410, 412, 422, 423 en 426; jrg. 43 nr. 4; Prof. J. Monballyu op Internet “Heksen verbrand in het Graafschap Vlaanderen; J. Smet, op.cit.

Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Het gezin VAN ACKER - BRIJS uit Haasdonk

haasdonk.png

Foto van het echtpaar Van Acker - Brijs omringd door kinderen en schoonkinderen. Genomen ter gelegenheid van de viering van hun diamanten bruiloft te Haasdonk in 1967. In ‘t midden de jubilarissen. M’n grootouders Petrus Frans Van Acker (1879 - 1968) en Maria Rosalie Brijs (1884 - 1969). Vooraan links Helena Van Acker (1904 - 1989) en rechts Marie Van Acker (1905 - 1977). Achter de feestelingen Madeleine Van Acker (1918-1998) en haar man August Vergauwen (? - ?). Achteraan v.l.n.r. Elza Van Acker (1913 - 1997), Armand Bellon (1901 - 1974) getrouwd met Marie, Celina Van Acker (1914 - 2004) en haar man Richard Bogaert (1914 - 1995), René Glassée (1902 - 1997) man van Helena, Albert Van Acker (1922 - 1991), Raymond Van Acker (geb. 1927) met zijn vrouw Adrienne De Coninck en daarnevens Suzanne Geerinckx, echtgenote van Albert. Het gezin van m’n grootouders - die ik met “Peter” en “Petteke” aansprak - telde oorspronkelijk elf kinderen. Twee zonen en twee dochters stierven vroegtijdig, met name Aloysius Van Acker (1907 - ?), Joseph Aloysius Van Acker (1908 - 1943), Rachel Maria Van Acker (1910 - 1911) en Marie Emérance Van Acker (1911 - 1911). Andere wetenswaardigheden vermeld in het trouwboekje uitgereikt te Haasdonk op 6 februari 1907: Elza werd officieel ingeschreven als Emerantia en Albert als Albert Louis Aloïs. Raymond als Raymondus Alphonsus, terwijl Madeleine eigenlijk Elisa Madeleine heette. En zoek geen René Glassée in het geboorteregister van Borgerhout, want hij staat er geboekstaafd als Henri Glassée.

Hoe vind je dit bericht? 24 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:23 1 reactie Reageer op dit bericht

Burcht vroeger

In 1187 sprak men van Burchta, later meestal van Burcht. Afwijkingen zijn : Borechte (1299) en Borchte (1391). Aanvankelijk dacht men dat de oorsprong van de naam was afgeleid van “burcht “ (een versterking of kasteel), van “berg” of “bergen” of van byrgia, het Latijn voor sluiten, vgl. slot i.p.v. burcht. Nu denkt men aan het Germaanse Burgipja, wat berk betekent, en vermoedelijk verwijst naar de vegetatie die op de droge zandgrond groeide (1).

Onder de oude plaatsnamen in 1566: de Ameye, de Borchwal, Boschkoutere, Burgherweer, Bystier, Costerman, Evelmoetspolder, Eeckhouijt, Gaewech, Hofcoutere, Hobeecxbroeck,Hobochbroeck, Kerckcoutere, Kerckenbosch, Langhe en Corte Molendyck , Nederbroeck, Papaerts, Pleytenere, Cleen Pleytenere, den Schelt, het Schaghe en Vlietcoutere. In 1650 nog vermeld: een Wolfberch en een Broeckhoek. In 1670 tenslotte een Burchtcoutere, Rietput, Vlackemeersch. Later als wijken en gehuchten: het Dorp, Kerkendam, Krabbenhoek, Kraaienhof, Reinaartshoek, Slijkhoek, Huis ter Lucht, Sleutelhof, Steengelagen en Klein Fort.

Wellicht hing Burcht oorspronkelijk af van Melsele. Mogelijk stond er een klooster dat afhing van de Sint-Fredegandusabdij in Deurne en dat einde 9de eeuw. werd verwoest. Samen met Zwijndrecht zou Burcht gekerstend zijn door Sint-Elooi. Al in de 12de eeuw stond er een burcht langs de Schelde. Later wordt dit een kasteel, het Kraaienhof, dat in 1564 door de hertog van Parma wordt versterkt met muren met torens tot voor Antwerpen.

Burcht dat slechts 444 ha groot is was eertijds weinig bevolkt. Einde 15de eeuw telt men 200 communicanten en een 50-tal hofsteden. Later stijgt het aantal zielen gestadig: 570 in 1774 en 657 in 1801. In 1792 stonden er slechts 5 huizen van aan de kaai tot aan de kerk langs de zijde van de pastorij. Vanaf het begin der 19de eeuw groeit de bevolking snel aan. Van 865 inwoners in 1824 tot 2085 in 1877. Vroeger vertoonde Burcht een landelijk uitzicht. De Burchtenaars leefden van wat het land opbracht. Pachtgoederen waren o.m.: het Neerhof van het kasteel, het goed Scagers, het Sleutelhof en het Huis ter Lucht. Naast 286 bunders bouwland, lagen er 27 bunders weiland en slechts 4 bunders bos. Tussen 1700 en 1850 teelden de boeren vooral rogge, haver, boekweit, aardappelen en wat lijnzaad. Op stal stonden ongeveer 50 paarden, 280 stuks hoornvee, 150 schapen en 70 varkens. Een telling van 1846 maakt gewag van 134 landbouwbedrijven, waaronder slechts 3 boerderijen met een areaal van 20 tot 25 ha. Naast tarwe, rogge, gerst, haver en boekweit, worden de akkers nu ook ingezaaid met bonen, koolzaad, vlas, klaver. Ook worden er aardappelen gepoot. De veestapel telt 45 paarden en veulens, 263 stuks hoornvee, 17 kalveren, 120 woldieren, 110 varkens en 28 geiten. Het dagloon (exclusief voeding) van een man bedraagt 1,18 fr. Dat van een vrouw 0,72 fr.

Naast boeren waren er uiteraard ook ambachtslui. Zo waren er in 1704 al 6 schippers, 2 scheepsmakers, 3 winkeliers, 2 bloempelders en 3 graanhandelaars. In 1785 noteert men 7 vaartuigen ... die de dienst van de kaai deden waarvan er 4 aan de dorpsheer toebehoorden, 1 aan Joost van Goethem en 1 aan David Blyweert. Deze schepen noemde men de zeven vrije veiren buyten dewelke niemant in de kaeie eenige goederen, effecten, graenen etc mocht komen doen eenige laedinge of lossingen ...Tussen de schippers van Antwerpen en Burcht was regelmatig heisa. In 1458 kwamen stad en dorp overeen dat hun schippers i.v.m. het goederenverkeer dezelfde rechten zouden hebben. In 1672 vroeg men voor het oversteken der Schelde 1 oordje per persoon, 1 stuiver voor een paard of koe, een halve stuiver voor een kalf of varken en een negenmanneken voor een schaap of lam. In 1452 staken Gentenaars of Bourgondiërs het Vlaamsche veirhuis in brand.

Rond 1825 zijn er in Burcht al verschillende bierbrouwerijen en oliemolens, ook een koornwindmolen, een zoutziederij en een scheepstimmerwerf. Maar een halve eeuw later in 1876 vertoont Burcht een minder agrarisch karakter. Samen met de bevolking groeien ook nering en industrie. Nog maar 1 bierbrouwerij en de voormelde korenwindmolen, doch daarnaast 2 scheepstimmerwerven, een fabriek van scheikunde voortbrengselen, een stapelplaats van steenolie en naphte, een fabriek van Peruviaanse guano, een droogdok alwaer de zeeschepen hersteld worden en 3 steenbakkerijen. De steengelagen dagtekenen van 1855.

Er waren twee kermissen. De Grote Kermis viel op Zondag nà 4 juli, de Kleine Kermis op de feestdag van de H. Wivina (17 december?). De Maandag na de 1ste Zondag van mei hielden de Burchtenaars hun jaarmarkt. Het jaar door floreerde de handel in granen, zaden, steenkolen en witte bieren. Dat er graag werd gedronken bewijst het aantal café‘s. Vond de dorstige er in 1704 maar 5 herbergen dan had hij in 1740 meer keus. Toen droegen de 9 herbergen namen als den Inghel, ‘t Vosken, ‘t Meuleken, St. Pieter, de Sterre, ‘t Hoefijzer, St. Merten, de Drij Coninghen en den Ancker. In 1779 had één van de herbergen als uithangbord “Hier tapt men goet allerleyen bier“. De bewoner en tavernier was Philip de Borggraef, die in de gelagzaal ook “vioolspel hield“. Wat niet naar de zin van pastoor en schepenen was. Het kwam tot een proces dat resulteerde in de sluiting van de herberg en 10 gulden boete. Het vonnis werd o.m. als volgt gemotiveerd: ... dat het absolutelijk een inconvenient was te permitteren eene herberge, alias geneverkot, gelijk Philip de Borggraef faitelijk bestaet te houden, dewyl dat in diergelycke herberghe de jonckheyt wordt aengelockt door het spel op de viole ...

Burcht was één der zes apanagedorpen van het Land van Waas. Alexander de Vilain van Gent verwierf de heerlijkheid in 1262. Doch rond 1280 gaf graaf Gwijde van Dampierre Burcht en Zwijndrecht als heerlijkheid aan Nikolaas van Kets. Vandaar dat Burcht en Zwijndrecht historisch nauw met mekaar verbonden zijn. Wolfaart van Kets fs. Nikolaas zal in 1404 hoofdschepen van het Land van Waas worden. Als heren van Zwijndrecht en Burcht kennen we verder nog: Jan en Godevaart Vilain, Jan van Montmorency en Cornelis de Bergues, die in 1553 de heerlijkheid kocht voor 52.473 pond Tournois. Ridder Jacomo-Antonio Carena betaalde er in 1665 al 161.500 gulden voor. Na zijn overlijden wordt de heerlijkheid gesplitst: Ignaas Carenna krijgt Burcht en Jan Carenna Zwijndrecht. Nog later komt Burcht in handen van de familie de Neuf. De heer van Zwijndrecht en Burcht moest de graaf in de oorlog met 3 paarden volgen. Het heerlijk kasteel van Burcht, in 1583 door Spanjaarden ingenomen, deed vanaf 1590 dienst als gevangenis. In 1638 verkocht aan de Jezuieten, wordt het in 1674 herbouwd. Het was toen omringd met water.

De vierschaar hield in Burcht om de twee weken zitting. In Burcht lagen twee vermeldenswaardige lenen, met name het Sleutelhof en het Huis ter Lucht. Enkele namen van baljuws van Burcht-Zwijndrecht: Bavel Rauwel (1446), Christiaan Hauweel (1583), Lodewijk Thierins (1583), Lucas van Steelant (1586), Jan van Steelant (1597), Thomas de Brabandere (1645), Gillis Zeghers (1690), Pieter Varendonck (176?), Jan-Baptist Tassyns (1785) en Hendrik Varendonck (1789). Meiers van Burcht waren onder meer Adriaan de Grave (1617) en Pieter Varendonck (1726). Als burgemeesters van Burcht citeren we Jozef van de Vijver (1553), Pieter de Bot (1617), Joost van den Bossche (1656), F. Verstraeten (1677), Jan-Antoon Schelfhout (1794), Jacob-El. de Grave (1801), Philip-Jan van Goethem (1802) en Jozef-Maria-Alexander Annez (1823).

Gelegen nabij Antwerpen deelde Burcht geregeld in het oorlogsgeweld. Het begon al in 1315 toen Willem van Avesnes, graaf van Holland, de Franse koning hielp in diens oorlog tegen Vlaanderen. Met een grote scheepsmacht voer hij de Schelde op en plunderde o.m. Burcht, Zwijndrecht en Kieldrecht. In 1452 wordt het dorp van Burcht vernietigd door Hendrik, heer van Borsele en Vere, zijnde één der bevelhebbers van de hertog van Bourgondië. Tijdens de godsdienstberoerten in 1572 vielen soldaten de huizen binnen om te roven en plunderen. Vier jaar later is het weer zo ver. Spanjaarden onder Mondragon staken in Burcht de meeste huizen des dorps in brand. De geuzen lieten ook van zich horen. Ze gebruikten de deels afgebrande kerk als een soort kazerne. Goede Vrijdag 1578 worden de klokken naar Gent afgevoerd. Vijf jaar later opnieuw brandstichting door de geuzen. In 1694-95 en 1703 kunnen de Burchtenaars opdraaien voor kosten van inkwartiering van vreemde troepen en voor door hen veroorzaakte schade. Onder de Fransen weigerde Jan van de Vyvere, municipael agent, de eed van haat aen het koningdom te zweren. Uiteraard werden toen ook de klokken uit de toren gehaald. Een eerste kapel of kerk zou ca 650 gesticht zijn door Sint-Elooi. Eind 15de begin 16de eeuw wordt de bestaande kerk vooral herbouwd op kosten van Jan Vilain en zijn zoon Christoffel Vilain. Vernield in 1576 beginnen in 1627 de eerste herstellingswerken, later voortgezet in 1695, 1721 en 1826. Na de geuzentijd had de kerk 4 altaren, een 6-tal schilderijen en 7 houten beelden, voorstellend Sint-Maarten, Sint-Ambrosius, H. Wivina, Sint-Elooi, Sint-Jozef, Sint-Sebastiaan en Sint-Jan-Nepomecenus. De laatste vereerd als patroonheilige der schippers. Een kerkrekening van 1568 maakt melding van een uurwerk op den toren ingekocht door kerkmeesters Arnout Sturm en Matthys Zmedt. Tot 1826 lagen er in de kerk prachtige graftomben van de familie Vilain. Een bedewekkertje dat sinds 1607 in de toren hing werd in 1655 door drie nieuwe klokken vervangen. Reeds genoemde Christoffel Vilain schonk 10 pond groten en eenen eikenboom tot het bouwen eener kapel up tveer. Van oudsher waren er nog 2 kapellen. De ene ter ere van O.L.Vrouw in een straat leidende naar de heirbaan. De andere in het fort bediend door een kapelaan. De oudst gekende pastoors zijn Nicolaas (1236), Hendrik (1271) en Pieter Volckerick (1475).

Al in 1629 was er een Sint-Sebastiaansgilde. In 1825 een toonkundige maatschappij en in 1864 sticht men zangvereniging de Eendracht. In de 19de eeuw telde Burcht vijf verenigingen voor doelschieting, waaronder de Zouave en Willem Tell. De laatste opgericht in 1862. Het jaar 1860 zag ook de stichting van een bond voor Steenbakkersgezellen. Tenslotte stichtten de Burchtenaars in 1872 een Vlaamsche Bond met een leesgezelschap dat over een 225 boeken beschikte.



Bron: F. De Potter en J. Broeckaert, Op.cit.

(1) zie www.zwijndrecht.be. Er bestaat ook een vrij recente geschiedenis van Zwijndrecht en Burcht in 3 delen van Dirk Verelst en Gerda Raeymaekers.
Hoe vind je dit bericht? 24 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van WASE GESLACHTEN

↑ Terug naar de berichten