Woordenlijst Nr 20: Religie
Aaänbidn: aanbidden
Aalmoezunieër: aalmoezenier
Aartsbisjhop: aartsbisschop
Abdieë: abdij
Absoluusju: absolutie
Adrilugun: Allerheiligen
Alurzieëln: Allerzielen
Asjhukruusju: assenkruisje (op Aswoensdag)
Asjhuwoeënsdag: Assenwoensdag
Avukoöt van du duuvul: advocaat van de duivel
Bazuliek: basiliek
Beeduvoört: bedevaart
Biebul: bijbel
Biegtu: biecht
Biegtukot: biechtstoel
Biegtustoeël: biechtstoel
Biegtvoödru: biechtvader
Bieguloof: bijgeloof
Bieguloovug: bijgelovig
Bloeëtprosesju: bloedprocessie
Boediest: aanhanger boeddhisme
Bruvier: brevier
Bugraaviengu: begrafenis
Bugraaviengsdieënst: begrafenisdienst
Buregtn: het H.Oliesel toedienen
Busjhermuliengu: beschermelinge
Daaguliksjhuzoendu: dagelijkse zonde
Delu: de hel
Doogmesu: de hoogmis
Dooökistu: doodkist
Dooökotju: huisje op kerkhof
Dooöstriet: doodstrijd
Dooötzoendu: doodzonde
Dooprugiestur: doopregister
Doopulienk: dopeling
Doopvoentu: doopvont
Dopsul: doopsel
Driekeuniengn: driekoningen
Eeëstu komuunju: eerste communie
Eemul: hemel
Eemulvoörtdag: Hemelvaartsdag
Elu: hel
Erfzoendu: erfzonde
Geuzu: ongelovige
Goeju vriedag: goede vrijdag
Goeju weeku: goede week
Gotsdieënst: godsdienst
Gudopt: gedoopt
Guloftu: gelofte
Guvormt: gevormd (Vormsel ontvangen)
Iengul: engel
Iengulbuwoördur: engelbewaarder
Ienguloör: engelhaar
Iesijliegun: ijsheiligen
Ijlug oliesul; heilig oliesel
Ijlugvurkloöriengu: heiligverklaring
Joodu: Jood
Ju kapu oovr daagu smietn: uit de kerk treden
Kalootu: katholiek
Kapelu: kapel
Kapu: kap (van een kloosterzuster)
Kanuuniek: kanunnik
Kapuloön: kapelaan
Kardienaal: kardinaal
Katukismuus: catechismus
Kazuuvul: kazuifel
Keësu: kaars
Keësuroeët: kaarsvet
Kerkof: kerkhof
Kerkudeurn: kerkdeuren
Kerkuluk: kerkelijk (gehuwd, begraven)
Kerkumuziek: kerkmuziek
Kerkutoru: kerktoren
Kesboom: kerstboom
Kestag: kerstdag
Kestumesu: mis in de kerstnacht
Klokn luwn: klokken luiden
Klooöstru: klooster
Klooösturordu: kloosterorde
Koönsukroösju: consecratie
Komuunju: communie
Kostru: koster
Kruusweg: kruisweg
Krieptu: crypte
Kruusju: kruisje
Kruusteeëkn: kruisteken
Kruusweg: kruisweg
Leezn: bidden
Luuwn: luiden (de klokken)
Martuldooöt: marteldood
Martulgank: martelgang
Martuln: martelen
Martuloöru: martelaar
Masuür: zuster Fr ma soeur
Mesu: H.Mis
Mesudieëndur: misdienaar
Mieraakul: mirakel
Moönsinjuür: monseigneur
Mosliem: moslim
Mosliemikstreemiest: moslimextremist
Neemul (du): de hemel
Nunusjhoolu: zuster- of nonnenschool
Oendurpastru: onderpastoor
Oeënzu neeëru: onze heer
Oeënzu nirtju: Onze-Lieve-Heer
Oeënzu voödur: Onze Vader
Oeënzu vrowtju: Onze-Lieve-Vrouw
Ofrandu: offerande
Ofsjheurn: afscheuren (een geloof verlaten)
Ofurblok: offerblok
Oksaal: oksaal
Ooftdoek: hoofddoek
Ooftzoendu: hoofdzonde
Oöfvastn: halfvasten
Oogmesu: hoogmis
Ostie: hostie
Paapu: paap, rooms katholiek
Palmuzundag: Palmzondag
Paradies: paradijs
Parogju: parochie
Pastru: pastoor
Peenieteënsju: penitentie
Pieloörubietur: pilarenbijter, die veel in de kerk zit
Poösjhn: Pasen
Poöspligt: paasplicht
Poöturnostur: paternoster
Pows: paus
Preekn: prediken
Prikstoeël: preekgestoelte
Prosesju: processie
Protustant: protestant
Rilukwieë: relikwie
Roepiengu: roeping
Sakrament: sacrament
Sakriestieë: Sacristie
Seelieboöt: celibaat
Sienksjhn: Sinksen
Simunoörie: seminarie
Sintupieëtur: Sint-Pieter
Sirmoeën: sermoen
Sjhapuulier: schapulier
Sjhepiengu: schepping
Slotklooöstur: slotklooster
Slotnunu: slotzuster
Stoeëltjusgelt: wat voor een stoel in de kerk moet betaald worden
Tieën guboodun (du): de tien geboden
Tjeevu: iemand van de chtistelijke volkspartij (CD&V)
Trown voe du kerku: trouwplechtigheid in de kerk
Vaaguvieër: vagevuur
Vastun: vasten
Vastuntiet: vastentijd
Vatiekoön: vaticaan
Voentu: vont
Voentusmet: zegt men van iemand die zich gedraagt zoals zijn peter of meter
Vroegmesu: vroegmis
Vurgeeviengu: vergeving (van de zonden)
Vurgifunisu: vergiffenis
Vurlosiengu: verlossing
Vuriezn: verrijzen
Vursjhieniengu: verschijning (van OLV)
Werk van bermertugijt: werk van barmhartigheid
Wierook: wierook
Wiewoötru: wijwater
Wiewoöturvat: Vat voor gewijd water (aan ingang kerk)
Woendur: wonder
Zaalugvurkloöriengu: zaligverklaring
Zantju: bidprentje
Zet eur kapu oovur daagu gusmeetn: ze is uitgetreden als geestelijke
Zoendu: zonde
Zundagsmesu: mis op zondag
Zundagsrust: zondagsrust

